Bijlage 15 Windhinderonderzoek_Geredigeerd
Tekst van het document
Windhinderonderzoek
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Nijmegen Postbus 9105 6500 HG NIJMEGEN
Contactpersoon opdrachtgever Project Betreft Uw kenmerk
Nijmegen advisering Spoorstraat Windhinder onderzoek Bp -
Rapport Datum Versie Status
M.2022.0111.04.R001 11 november 2022 001 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Bouw B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem
Contactpersoon
Auteur
Projectadviseur
2
LA|BDI
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
2e lezer/secr.
Windhinderonderzoek
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Situatie
5
3. Criteria 3.1 Windhinder 3.2 NEN 8100: Windgevaar
7 7 7
4. Onderzoeksmethodiek 4.1 Geometrisch model 4.2 Software 4.3 Wind en ruwheid 4.4 Categorie indeling onderzoeksgebied
8 8 10 10 11
5. Resultaten 5.1 Windgevaar maaiveld 5.2 Windhinder maaiveld 5.3 Windgevaar perron en fietsbrug 5.4 Windhinder perron en fietsbrug 5.5 Analyse en maatregelen
12 12 12 13 14 15
6. Conclusie
18
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Technisch inlegvel numerieke simulaties Toelichting beoordeling windklimaat Windstatistiek
3
Windhinderonderzoek
1. Inleiding In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft DGMR Bouw B.V. een windhinderonderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling aan de Spoorstraat in Lent/Nijmegen. De bestaande laagbouw wordt vervangen door studentenwoningen en bestaat uit vier gebouwen. Het doel van het onderzoek is om het windklimaat rond de nieuwbouw op maaiveld te bepalen. Ook is de invloed van de nieuwbouw op het perron van het nabijgelegen station Lent en op de fietsbrug over de weg Graaf Alardsingel onderzocht. U vindt in dit rapport de uitgangspunten, de meetmethode, de toetsingscriteria en de resultaten van het huidige ontwerp. Deze resultaten hebben wij beoordeeld volgens de criteria gesteld in de NEN 8100:2006 nl ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’. Voor het onderzoek hebben wij een 3D-model gemaakt van het gebied en de nabije omgeving om het windklimaat te toetsen aan de gestelde eisen (hoofdstuk 3). Dit model hebben wij met Computational Fluid Dynamics (CFD) gesimuleerd. CFD is een methode om complexe luchtstromingen in en rond gebouwen te bepalen. Aan de hand van klimaatgegevens hebben we de windstromingen voor twaalf verschillende windrichtingen verwerkt tot het windklimaat rondom het gebouw. In hoofdstuk 2 beschrijven wij de situatie en in hoofdstuk 3 de toetsingscriteria. In hoofdstuk 4 behandelen we de onderzoeksmethodiek en de bijbehorende uitgangspunten.
De berekende gemiddelde snelheden zijn een maat voor het optreden van windhinder en windgevaar (hoofdstuk 5). De conclusie volgt in hoofdstuk 6.
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
4
Windhinderonderzoek
4. Onderzoeksmethodiek 4.1 Geometrisch model We hebben, volgens NEN 8100, het ontwerp gemodelleerd met de omgeving in een straal van ruim 300 meter. U ziet in figuur 3 het model van de nieuwbouw met de omgeving. In figuur 4 ziet u de nieuwbouw.
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
8
Windhinderonderzoek
6. Conclusie In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft DGMR Bouw B.V. een windhinderonderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling aan de Spoorstraat in Lent/Nijmegen. De bestaande laagbouw wordt vervangen door studentenwoningen en bestaat uit vier gebouwen. Het doel van het onderzoek is om het windklimaat rond de nieuwbouw op maaiveld te bepalen. Ook is het windklimaat onderzocht op het perron van het nabijgelegen station Lent en op de fietsbrug over de Graaf Alardsingel. Windklimaat op maaiveld Windgevaar Uit de resultaten volgt dat er geen sprake is van windgevaar en geen beperkt risico. Windhinder Aan de zuidoostkant en de zuidwestkant van de zuidelijke toren ontstaan twee gebieden met windklasse D. Dit gebied geeft voor gebouwtoegangen en eventuele zitjes/bankjes een slecht windklimaat. Aan de noordwestkant van de zuidelijke toren ontstaan twee kleine gebiedjes met windklasse D. Ook deze gebieden zijn minder geschikt voor gebouwtoegangen en bankjes wegens een slecht windklimaat. Windklimaat op fietsbrug en perron Windgevaar Er is geen sprake is van windgevaar. Alleen op het uiterste noordwesten van het westelijk gelegen perron is een zeer klein gebied met beperkt risico.
Analyse Uit onze analyse blijkt dat de wind uit het zuidwesten maatgevend is voor het ontstaan van windklasse D op maaiveld en op de fietsbrug. Wind uit het noordwesten (windrichting 300 graden) is maatgevend op het westelijk gelegen perron voor het beperkt risico op windgevaar. Windhinder op de perrons wordt voornamelijk bepaald door verschillende windrichting van zuidwest tot noordwest. Het slechte windklimaat op de fietsbrug wordt bepaald door de gebouwen ten zuiden van de weg, Graaf Alardsingel en niet zozeer door de nieuwbouw aan de spoorstraat. Ook het gebied met windklasse D aan de zuidwestkant van de zuidelijke toren wordt voor een groot gedeelte bepaald door de bebouwing aan de zuidkant van de weg Graaf Alardsingel.
18
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
Windhinder Het perron van station Lent hebben we beoordeeld volgens de activiteit slenteren. De fietsbrug hebben we beoordeeld volgens de activiteit doorlopen. Op de fietsbrug, boven de weg Graaf Alardsingel, is er sprake van een windklasse D, een matig windklimaat. Op de overige delen van het fietspad is er sprake van een goed windklimaat. Op het perron is er voornamelijk sprake van een matig windklimaat en op het westelijke perron is een klein gebied met een slecht windklimaat.
Windhinderonderzoek
Maatregelen Het gebied met windklasse D aan zuidoostkant van de zuidelijke toren kan verbeterd worden met een luifel aan het gebouw. Het windklimaat aan de noordwestkant van de zuidelijk gelegen toren kan verbeterd worden door het plaatsen van een windscherm in de doorgang. Dit zal echter de doorgang afsluiten. Aangezien het plan zich nog in de fase van het schetsontwerp bevindt en de plaats van de gebouwtoegangen en eventuele bankjes en parkjes nog niet vast staat, is ons advies om toegangen tot gebouwen te plaatsen in gebieden met windklasse A of B. Eventuele bankjes en zitplekjes rond de nieuwbouw kunt u het beste plaatsen in gebieden met windklasse A.
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
Om het windklimaat op het westelijk gelegen perron te verbeteren kan een windscherm geplaatst worden van circa 2 meter hoog aan de west- en noordkant van het perron.
19
Windhinderonderzoek
Bijlage 1
k:\doc\m\2022\011104\m2021011104r001_windhinder_spoorstraat.docx 11-11-2022
20
Technisch inlegvel numerieke simulaties Titel
Windhinderonderzoek
Bijlage 2 Titel
Toelichting beoordeling windklimaat
Windhinderonderzoek
Toelichting beoordeling windklimaat In onderstaande tabel is aangegeven wat voor effect wind heeft op voetgangers. tabel 2.1: windeffecten op voetgangers Windsnelheid [m/s] <5 5 - 10 10 - 15 > 15
Effect Geen effecten waarneembaar Enige effecten op het lopen waarneembaar Duidelijke effecten op het lopen waarneembaar Zeer duidelijke effecten op het lopen waarneembaar
In de beoordeling van het windklimaat wordt rekening gehouden met deze tabel. Vanaf een lokale windsnelheid van 5 m/s (vergelijkbaar met een ‘matige wind’) zijn effecten merkbaar, zoals haar dat in de war raakt. Vanaf een lokale windsnelheid van 15 m/s (vergelijkbaar met harde tot stormachtige wind) ontstaat moeite met lopen. Opgemerkt wordt dat hier gesproken wordt over windsnelheden op ooghoogte. Bij de beoordeling van het windklimaat wordt niet alleen rekening gehouden met de windsnelheid, maar wordt ook rekening gehouden met de activiteit die men onderneemt. Bij lopen of wandelen heeft men minder snel last van de wind dan bij het slenteren op de markt langs de marktkraampjes of bij afscheid nemen bij de voordeur. Zittend op het terras is men daarentegen weer gevoeliger voor het windklimaat. Bij de beoordeling wordt daarom rekening gehouden met drie activiteiten, te weten: 1 Doorloopgebieden: voor alle gebieden waar mensen lopen om zich van A naar B te verplaatsen. 2 Slentergebieden: hierbij kan men denken aan slenteren op de markt of afscheid nemen bij de voordeur. 3 Plaats voor langdurig zitten. Hierbij kan men denken aan een bankje in het park. Opgemerkt wordt dat de activiteiten dus plaatsgebonden zijn.
Het windklimaat wordt in een onderzoek voor twee verschillende aspecten beoordeeld: 1 windgevaar 2 windhinder Windgevaar Hierbij wordt getoetst aan een windsnelheid van 15 m/s. In de norm wordt het acceptabel geacht dat deze windsnelheid maximaal 0.05% (ongeveer 4 uur per jaar) voorkomt. Komt deze windsnelheid meer dan 0.3% per jaar voor dan spreekt men van ‘windgevaar’. In het tussenliggende gebied (tussen de 0.05% en de 0.3%) is er sprake van een ‘beperkt risico’. Beperkt risico wordt aanvaardbaar geacht voor doorloopgebieden, maar niet voor slentergebieden. Wanneer beperkt risico optreedt in slentergebieden, dan moeten ook hier maatregelen getroffen worden om dit te voorkomen. Wanneer er sprake is van windgevaar moeten maatregelen worden getroffen door de gebouwontwikkelaar en/of de eigenaar van het openbaar gebied. Windgevaar op plaatsen waar mensen zich kunnen bevinden moet voorkomen worden. Windgevaar kun je daarom een ‘veiligheidseis’ noemen.
Windhinderonderzoek
Bijlage 3 Titel
Windstatistiek
Windhinderonderzoek
Windhinderonderzoek