Bijlage 15. Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart De Waalsprong
Tekst van het document
rapport
De Waalsprong
13 december 2024 versie 2
Opdrachtgever Gemeente Nijmegen t.a.v. mevr. Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Rapportkenmerk P24034/rap01/v2 is lid van het De Netwerk Groene Bureaus en conformeert zich aan de gedragscode van het NGB
Inhoudsopgave 1
Inleiding en werkwijze
1
Aanleiding Doel Deskundigheid Leeswijzer
1 2 2 3
1.1 1.2 1.3 1.4
2 3
Ecologie teunisbloempijlstoort Methode 3.1 3.2 3.3
4
Resultaten 4.1 4.2
5
Literatuuronderzoek Veldbezoek Verwerking gegevens Resultaten en discussie Beschrijving per deelgebied
Literatuur
Bijlage 1
Kaart habitatgeschiktheid teunisbloempijlstaart
4 7 7 8 8
10 10 11
18
1
Inleiding en werkwijze
1.1
Aanleiding
De gemeente Nijmegen ontwikkelt in het gebied 'De Waalsprong" duizenden woningen en bijbehorende voorzieningen. Deze ontwikkeling is al enige tijd bezig, en veel gebieden zijn al ontwikkeld. Er zijn ook nog gebieden waar nog werkzaamheden gaan plaatsvinden.
Bij ruimtelijke ingrepen speelt de natuurwetgeving een belangrijke rol, en moet rekening worden gehouden met de nesten, verblijfplaatsen en leefgebieden van beschermde soorten. Om niet op projectniveau de onderzoeken en vergunningen telkens te moeten uitvoeren, heeft de gemeente Nijmegen in 2018-2019 een Soorten Management Plan (SMP) opgesteld en een generieke ontheffing aangevraagd van de verbodsbepalingen uit art. 3.1, 3.5 en 3.1 0 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze ontheffing is verkregen 8 mei 2019. Ook biedt het SMP de ruimte voor de gemeente om op gebiedsniveau biodiversiteit te stimuleren voor een gezonde en groene leefomgeving. Het plangebied van het SMP is weergegeven in figuur 1. Het SMP is in eerste instantie opgesteld voor steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper en poelkikker. In het SMP worden op landschappelijk niveau maatregelen getroffen en compensatiegebieden gerealiseerd, zodat voor de betrokken beschermde soorten een duurzame leefomgeving wordt behouden. Ook zijn op gebiedsniveau maatregelen opgenomen voor bijvoorbeeld vleermuizen en vogelsoorten in nieuwbouw.
Figuur 1. Projectgebied van het SMP-N De Waalsprong (rood omlijnd). Bron ondergrond: PDOK.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
In 2020 heeft de provincie Gelderland besloten om drie soorten die op landelijk niveau beschermd waren, namelijk de bunzing, wezel en hermelijn, niet langer op de vrijstellingslijst te houden. Dit betekent dat sinds die vrijstelling vervallen is, deze drie kleine marterachtigen ook meegenomen moeten worden in de beoordeling van de activiteiten op beschermde soorten. De gemeente heeft daarop een wijzigingsverzoek ingediend bij de provincie Gelderland, om het SMP-N (SMP Nijmegen zoals het SMP voor de Waalsprong heet) uit te breiden met de bunzing, wezel en hermelijn. Deze wijziging is op 28 oktober 2020 verleend. De ontheffingen zijn verleend onder de Wet natuurbescherming, maar conform het overgangsrecht zijn deze ook geldig onder de Omgevingswet. De gemeente Nijmegen wil nu de teunisbloempijlstaart ook toevoegen aan het SMP-N. De teunisbloempijlstaart (TBP) is beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en art. 11.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder de Omgevingswet. Deze soort komt ook voor in het gebied De Waalsprong en is bezig met een opmars in Nederland. De kans dat deze soort bij ontwikkelingen opduikt, wordt daarmee steeds groter en in 2024 is de soort daadwerkelijk aangetroffen bij een bouwproject binnen het gebied van het SMP-N.
Om de soort te kunnen toevoegen aan het SMP-N is inzicht nodig in de huidige geschiktheid van nog te ontwikkelen gebieden voor deze soort. Hiertoe heeft de gemeente Nijmegen aan De Interim Ecoloog gevraagd om een beoordeling te maken van de habitatgeschiktheid van een aantal aangegeven gebieden. In dit rapport wordt verslag gedaan van de werkwijze en resultaten
van deze habitatbeoordeling.
1.2
Doel en scope
Het doel van de habitatgeschiktheidsbeoordeling is het in kaart brengen van de geschiktheid van biotopen die binnen het plangebied van het SMP-N aanwezig zijn en waar nog werkzaamheden zijn voorzien. Reeds ontwikkelde gebiedsdelen zijn niet geïnventariseerd. Ook zijn gebieden die
volgens actuele quickscans niet geschikt zijn en gebieden waar vervolgonderzoek is uitgevoerd, niet meegenomen (deze selectie is door de opdrachtgever gemaakt). Op basis van de (on)geschiktheid van het habitat kan de gemeente Nijmegen een verzoek doen bij de provincie Gelderland om de teunisbloempijlstaart aan het SMP-N toe te voegen.
1.3
Deskundigheid
Deze opdracht is uitgevoerd door Pim Godschalk van De Interim Ecoloog. Hij heeft 1 3 jaar werkervaring, waarvan 1 0 jaar bij een multidisciplinair milieuadviesbureau en drie jaar als zelfstandig ecoloog. Hij heeft ruime onderzoekservaring met vrijwel alle relevante soortgroepen, alsmede met het bijbehorende bureauwerk en het aanvragen van ontheffingen Wnb of Omgevingsvergunningen flora- en fauna-activiteiten. Hij is ook betrokken bij het project in De Waalsprong waar de TBP is aangetroffen en bij de bijbehorende vergunningaanvraag flora- en fauna-activiteit. Deze rapportage is collegiaal getoetst door Douwe Schut van Bureau Lampyris, een ecoloog met ruim 1 5 jaar werkervaring en een uitgebreide kennis van ongewervelden. Hij heeft tevens ondersteuning gegeven bij de verwerking van de gegevens in GIS.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
2
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is allereerst de ecologie van de teunisbloempijlstaart opgenomen, en de huidige verspreiding in en rond het plangebied. In hoofdstuk 3 is de werkwijze en methode omschreven, in hoofdstuk 4 worden de resultaten beknopt weergegeven en besproken. De habitatgeschiktheidskaart is in bijlage 1 als volledige versie.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
2
Ecologie teunisbloempijlstaart
De levenscyclus van de teunisbloempijlstaart bestaat uit de ei-, rups- pop- en imago-stadia. De navolgende omschrijving van de teunisbloempijlstaart (en afbeeldingen) is gebaseerd op informatie van de Vlinderstichting (2024), tenzij anders vermeld.
Algemeen De teunisbloempijlstaart is een warmteminnende soort die met de klimaatverandering steeds verder naar het noorden oprukt. De soort wordt sinds 1 996, na een lange periode van
afwezigheid, weer waargenomen in Nederland. Hij breidt zich hard uit en is inmiddels bekend uit heel zuidoostelijk Nederland, van Zeeland tot aan Drenthe.
Waarnemingen van teunisbloempijlstaart in Nederland in diverse periodes, van oud (links) tot meer recent (2014; rechts). In combinatie met bovenstaande figuur (2015-heden) laat dit goed zien hoe snel de soort zich recentelijk heeft verspreid over Nederland.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
Vliegtijd De imago's vliegen hoofdzakelijk in mei en juni, nadat de pop heeft overwinterd. In deze periode vindt dus ook de paring plaats en zoeken vrouwtjes naar geschikte waardplanten om eieren op af te zetten. Er is één generatie.
Waarnemingen teunisbloempijlstaart met een duidelijk piek in mei en juni (vlinders).
Eieren en waardplanten De eitjes worden afzonderlijk gelegd onder de bladeren van de waardplant. Zoals bij veel vlindersoorten zijn er enkele specifieke plantensoorten waarop deze soort eieren afzet. Op andere planten worden geen eieren afgezet. De waardplanten zijn teunisbloem spec., basterdwederik, grote kattenstaart en harig wilgenroosje. Dit zijn in Nederland algemene plantensoorten. Kattenstaart en wilgenroosje komen voor in (vochtige) ruigtes en staan bijvoorbeeld ook in wegbermen of slootkanten die niet te vaak gemaaid worden. De teunisbloem staat op drogere groeiplaatsen, vaak op verstoorde bodems (alle waardplanten doen het overigens goed op verstoorde bodems). De basterdwederik is een ijle, snel groeiende pionierplant bij uitstek die snel grote oppervlaktes kan bedekken. Rupsen en poppen De rupsen blijven op de plant waar het ei gelegd is en eten daar van de bladeren. Jonge rupsen zijn groen, als ze volgroeid zijn verkleuren ze naar bruin. Op dat moment gaan ze op zoek naar een geschikte plek in de bodem of strooisellaag. Hier maken ze een holte om te overwinteren als
pop. Een globaal overzicht van de aanwezigheid van de diverse levensstadia over een kalenderjaar
gezien is hieronder weergegeven. Maanden in romeinse cijfers.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
Volwassen rups van de teunisbloempijlstaart op basterdwederik, zoals aangetroffen in juli 2024 in een deelgebied van De Waalsprong (Foto De Interim Ecoloog).
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
3
Methode
3.1
Literatuuronderzoek
Om een beeld te krijgen van de recente aanwezigheid van TBP (en de waardplanten) in en in de
omgeving van het plangebied, is een literatuuronderzoek uitgevoerd. Hierbij is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd, tot 2 kilometer rondom het plangebied en waarnemingen tot 5 jaar terug. Hiertoe is eerst een buffer van 2 km om de shapefile van de plangrens van De Waalsprong gelegd. Deze nieuwe shapefile is vervolgens als zoekgebied geïmporteerd in de NDFF. De gegevens zijn niet-herleidbaar op kaart weergegeven. Tevens is een uitdraai gemaakt van de waarnemingen van de waardplanten van TBP (teunisbloem groep, basterdwederik, grote kattenstaart en harig wilgenroosje).
Figuur 2. Buffer van 2 km (zwart omlijnd) rondom het plangebied van het SMP-N De Waalsprong (rood omlijnd). Bron ondergrond: PDOK.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
3.2
Veldbezoek
Alle locaties zijn in het veld bezocht om een indruk te verkrijgen van de gebieden. De data, tijden en weersomstandigheden zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1. Uitgevoerde veldbezoeken en weersomstandigheden. Datum Tijd Temp in °C Windkracht (Bft) 28 november 2024 29 november 2024
09:00-16:00
6-8
3
09:00-16:00
2-6
2
Bewolking en neerslag Helder tot half bewolkt (einde dag), droog Helder tot half bewolkt (einde dag), droog
Bij de veldbezoeken is niet gezocht naar de teunisbloempijlstaart zelf. In november is de soort als pop in overwintering in de strooisellaag of in holletjes in de bodem en is dus niet waarneembaar. Er is wel gekeken naar de geschiktheid van de gebieden. Dit is gedaan door allereerst te letten op de aanwezigheid van waardplanten. De waardplanten zijn in deze tijd van het jaar niet meer in bloei aanwezig, maar zijn nog wel vegetatief goed herkenbaar. In figuur 3 zijn enkele voorbeelden gegeven van waardplanten in het veld. De aanwezigheid en dichtheid van waardplanten is de belangrijkste indicatie van de geschiktheid van een gebied voor de TBP. In sommige gevallen is dit echter niet altijd direct duidelijk, zoals bij gemaaide delen. Hier is dan gekeken naar randzones van het gebied waar niet gemaaid is. Ook is gekeken naar de dichtheid van de grasmat en vegetatie. Wanneer dit dicht en gesloten is, is er meer sprake van gazonbeheer en is de kans op geschikte groeiplaats omstandigheden voor de waardplanten ook minimaal. Een vegetatie die vaker wordt gemaaid, is dan ook goed te onderscheiden van een vegetatie die alleen in het najaar wordt gemaaid en dus nog wel geschikt kan zijn. De eieren en rupsen van de TBP zijn aanwezig van mei/juni tot circa half augustus. Wanneer de vegetatie in die periode gemaaid wordt, kan de soort er dus geen standhouden.
Bij het veldbezoek is op veldkaarten ingetekend welke gebieden matig geschikt zijn, en welke gebieden zeer geschikt zijn voor de teunisbloempijlstaart (alle overige gebieden zijn niet geschikt). Hierbij is als uitgangspunt genomen dat vegetaties met lage dichtheden waardplanten matig geschikt zijn (tot circa 5 waardplanten per 100 m2), en dat locaties met grote dichtheden aan waardplanten zeer geschikt zijn.
3.3
Verwerking gegevens
De in het veld bepaalde geschiktheid van locaties is omgezet naar een GIS-kaart. Hierbij zijn dezelfde drie categorieën aangehouden (ongeschikt, matig geschikt en zeer geschikt).
Voor een beschrijving van de waarnemingen is het gebied nog opgedeeld in deelgebieden, conform de naamgeving op de kaart die door de gemeente Nijmegen is weergegeven.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
Figuur 3. Voorbeelden van uitgebloeide planten die als zodanig nog (zeer) herkenbaar zijn. Links teunisbloem spec., rechts basterdwederik. De opengesprongen zaaddozen zijn licht van kleur en daardoor erg opvallend. Foto's: De Interim Ecoloog.
Figuur 4. Voorbeeld van zeergeschikt leefgebied (in de ruigte staan veel waardplanten) naast grasland dat als gazon wordt beheerd en niet geschikt is. Foto's: De Interim Ecoloog.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
4
Resultaten
In par. 4.1 wordt samengevat weergegeven wat de resultaten zijn van de habitatgeschiktheidsbeoordeling. In par. 4.2 wordt nog ter achtergrond een beschrijving van de veldwaarnemingen per deelgebied gegeven.
4.1
Resultaten en discussie
Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er verspreid over het gebied en de omgeving 20 waarnemingen zijn van Teunisbloempijlstaart. Deze waarnemingen zijn niet op kaart ingetekend, omdat het weergeven van puntwaarnemingen uit de NDFF niet is toegestaan. Er zijn waarnemingen uit Nijmegen stad, het schiereiland in de Waal, Lent, Oosterhout en Bemmel, vrijwel allemaal uit de bebouwde kom. De waardplanten komen overal redelijk gelijkmatig verspreid voor en geven geen duidelijk beeld met plekken met hoge concentraties. In beide gevallen is er waarschijnlijk sprake van een waarnemerseffect: de teunisbloempijlstaart is lastig waar te nemen en het aantal waarnemingen is waarschijnlijk een onderschatting van de aantallen en aanwezigheid van de soort. De waardplanten zijn algemene plantensoorten en het verspreidingsbeeld van deze soorten is daarom naar verwachting ook niet compleet (voor floristen zijn het geen interessante soorten om in te voeren). Uit de resultaten van het veld- en literatuuronderzoek blijkt dat grote delen van het onderzochte gebied niet geschikt zijn voor de teunisbloempijlstaart. In het onderzoeksgebied is 21,58 ha als matig geschikt beoordeeld, en 5,88 ha als (zeer) geschikt beoordeeld. In figuur 5 is de kaart weergegeven die op grond van de resultaten is gemaakt. Hierbij zijn ook de deelgebeden benoemd.
In bijlage 1 is deze kaart in meer detail opgenomen (zonder de namen van de deelgebieden). De belangrijkste redenen voor de ongeschiktheid zijn grasvegetaties die niet vergraven zijn en 1-2
maal per jaar gemaaid worden. Hierdoor is er weinig ruimte voor de waardplanten, die vooral baat hebben bij weinig tot niet maaien en verstoorde bodems (door vergraven, insporing etc.). Gebieden die als matig geschikt zijn beoordeeld zijn vaak extensief beheerde terreindelen of locaties die in de afgelopen jaren een keer vergraven zijn of verstoord (bijvoorbeeld doordat er een tijdelijk gronddepot heeft gelegen). Zeer geschikte locaties zijn vaak gronddepots, recent verstoorde grond of locaties met (opgebracht) zand of gebroken puin. In combinatie met afwezigheid van maaibeheer zorgt dat voor zeer geschikte groeiplaatscondities, waarbij de waardplanten gedurende mei-half augustus aanwezig zijn. Een goed voorbeeld hiervan ligt net buiten de deelgebieden Woenderskamp (rondom de S1 00). Dat is een locatie die 1 -2 jaar geleden is voorbelast met opgebracht zand en sindsdien niet beheerd is, en waar zeer veel waardplanten voorkomen. De singel is matig geschikt, maar lokaal zijn er meer geschikte locaties door hoge dichtheden waardplanten. De groeiplaats omstandigheden voor planten als harig wilgenroosje en grote
kattenstaart zijn in principe gunstig langs de singel. De Waaldijk is niet geschikt omdat deze regelmatig gemaaid wordt. Alleen op delen van de dijk waar maar 1x per jaar gemaaid wordt zijn er soms lokaal geschikte locaties.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
10
Opgemerkt moet worden dat locaties waar gewerkt wordt, snel geschikt kunnen worden als er massaal waardplanten als basterdwederik opkomen in april-mei. De geschiktheid van de onderzochte locaties kan dus snel wijzigen, en in die zin is deze geschiktheidsbeoordeling dus een momentopname. Omdat er veel deelgebieden niet geschikt zijn, liggen er nog wel veel potenties om lokaal verbetering aan te brengen en daarmee te mitigeren/compenseren voor matig geschikte of zeer geschikte locaties die mogelijk nog ontwikkeld gaan worden en daarmee ongeschikt raken.
Figuur 5. Overzichtskaart van de (on)geschiktheid van het onderzochte gebied. Niet ingetekende gebieden zijn niet beoordeeld. In bijlage 1 is de kaart als volledige versie opgenomen.
4.2
Beschrijving per deelgebied
In deze paragraaf wordt kort per deelgebied een weergave gegeven van de waarnemingen en
algehele indruk van het veldbezoek. Ressen vlak 14 (Hornbach) Er waren twee gebieden met de hoogste dichtheden aan waardplanten. Overige vergraven
gronden zijn matig geschikt (weinig waardplanten). Sommige stukken gewoon nog de oude grasmat (agrarisch dus soortenarm), die zijn ongeschikt. Op het terrein van de Hornbach (net buiten de beoordeling) staan teunisbloemen op de groene delen tussen de parkeervakken. In de ruigte van dit deelgebied ten oosten van de parkeerplaats van de Hornbach vlogen 3 patrijzen op.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
Geschikt biotoop ten noorden van de Hornbach met veel basterdwederik.
Dorpensingel De geschiktheid van dit terrein is erg laag. Op een greppel na met wat basterdwederik vrijwel geen waardplanten aanwezig. De kleibodem en redelijk dichte grasmat maken het weinig geschikt. Bij de oevers bij de Lentse plas her en der een waardplant, maar dit deelgebied is op dit moment feitelijk ongeschikt. Op ongemaaide delen staan vooral grassen, akkerdistel en fijnstraal. Overige waarnemingen: kramsvogel en koperwiek in hoogstam fruitboomgaarden, veel roeken hangen hier rond, op de plas o.a. tafeleend, kuifeend, fuut, dodaars, waterhoen en vissend vanaf een overhangende tak een ijsvogel. Zeer helder water ondanks slikkige oevers.
Links fruitboomgaard en rechts gemaaid grasland. In de slootkanten groeien vooral brandnetels, maar geen waardplanten van de TBP.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
12
Oostzijde Oosterhoutseplas Sterk tegenvallend stuk. Veel delen van het gras worden niet gemaaid, maar hier staan vrijwel geen waardplanten. Met veel moeite twee teunisbloemen kunnen vinden. Zware kleibodem helpt wellicht niet mee. Op de gronddepots geen basterdwederik aangetroffen, hier groeit vooral fijnstraal.
Beeld van de vegetatie en oevers in deelgebied Oosterhoutseplas.
Waaijenstein Rondom het grote appartementencomplex wordt circa 50% als gazon beheerd, de overige delen worden extensiever beheerd (niet gemaaid of 1 x aan het einde van de winter). In deze hogere vegetatiezones lokaal veel waardplanten. Die stukjes vormen een zeer geschikt biotoop voor
teunisbloempijlstaart.
Links: in niet-gemaaide delen groeien vaak waardplanten, rechts Waaijenstein met gazonbeheer rondom het gebouw, dat betreft ongeschikte delen.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
13
Dijkzone Woenderskamp Deels al onderzocht voor het woningbouwproject. Rondom de knotwilgen staat heel veel harig wilgenroosje. De zandige delen rondom de nieuwbouw die gaande is, kunnen vanaf mei/juni zomaar een toplocatie zijn als die vol komen te staan met basterdwederik, maar voor nu is dit als ongeschikt beoordeeld. Tussen de nieuwbouw en Waaijenstein staan redelijk wat waardplanten in niet-gemaaide delen, dus matig tot zeer geschikt. Hoe het grasland ervoor staat in juni is moeilijk te zeggen hier.
Links groeiplaats van basterdwederijk langs een paadje; rechts: gemaaide grasdelen en overgebleven hogere grasvegetaties waar waardplanten in voorkomen.
Singel en Hof van Holland: Voor de Singel geldt: matig geschikt, lokaal zeer geschikt. Sommige delen zijn recent zeer steil aangelegd op het noorden, die lijken ongeschikt. Maar op zuidtaluds staat lokaal veel basterdwederik, dus de Singel als geheel heeft zeker potentie. Hof van Holland noord: grote bouwput rond de nieuwe sporthal net ten zuiden van S100. Recent aangelegde kleine groenperkjes zouden nog geschikt kunnen raken volgend jaar, maar op dit moment is er geen waardplant te vinden in dit gebiedje.
Links: Hof van Holland noord, recent ingerichte buitenruimte kan geschikt raken in het voorjaar. Rechts: Hof van Holland zuid, geschikte ruigtes rondom het bestaande complex.
Hof van Holland Zuid (rondom het witte appartementencomplex): geschikter, niet gemaaide delen overal wel waardplanten, lokaal veel. Taluds rond appartementencomplex niet zo geschikt,
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
14
nauwelijks waardplanten. Ten zuidoosten van dit complex is grondwerk bezig, op dit moment staat er dus geen plant. Kan in voorjaar echter snel geschikt worden. De Stelt Oost Deze locatie is eigenlijk één grote bouwput. Langs de randen van het terrein zijn hier en daar nog strookjes met iets ruigtevegetatie aanwezig. Waardplanten zijn hier niet gezien, en het is de vraag of de ruigtestroken niet zeer binnenkort worden vergraven t.b.v. kabels en leidingen, parkeerplaatsen of de inrichting van de openbare ruimte.. Daarom de hele locatie als ongeschikt aangemerkt. Op gronddepots her en der nog wat vegetatie zoals fijnstralen, maar geen relevante soorten. De locatie kan nog wel geschikt raken als op verstoorde grond toch waardplanten opkomen in april-mei.
Bouwput De Stelt Oost De Stelt Zuid Grofweg is dit gebied op te delen in drie delen. De noordzijde = oevers Singel. De zuidzijde is een brede grasberm naast de dijk (niet de dijk zelf), die als een soort gezamenlijke, extensief beheerde achtertuin van de woningen daar geldt. Tot slot zijn er nog wat grasbermen langs de wegen bij de ontsluiting en aansluiting op N325. De Singel is matig geschikt. Her en der groeien wel waardplanten, maar erg veel is het niet. In de aangrenzende groenzones van de wijk (die er mogelijk buiten vallen) staat ook hier en daar teunisbloem of grote kattenstaart. De dijkzone is (tegen de verwachting in) niet geschikt. Ik heb over het hele traject misschien vijf maal een waardplant gezien. Het meeste gras wordt toch 2-3 per jaar gemaaid. Alleen de mini
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
wadi lijkt iets geschikter, maar hier staan dus vrijwel geen waardplanten. Op andere minder vaak gemaaide delen ook niet. Bij de aansluiting op de N325 is 1 oeverzone van een miniplasje waar vrij veel basterdwederik en kattenstaart staat, dat hoekje wordt ook niet gemaaid. Die locatie is zeer geschikt.
Links: plasje bij ontsluitingswegen, zeer geschikt. Rechts: mini wadi met overblijvende planten direct ten zuiden van de dijk. Merendeel van het gras wordt regelmatig gemaaid.
Hoge bongerd Er is een vierkant grasland dat meer als weide wordt beheerd (er stonden nu geen dieren maar zou best een weide van hobbyvee kunnen zijn). Dit is redelijk monotoon grasland en vaker per jaar gemaaid. Geen kansen voor waardplanten en dus ongeschikt. De zuidzijde van de bongerd is grotendeels matig geschikt. Deels is de bovengrond recent vergraven of recht getrokken. Dit zou ik mei-juni snel geschikt kunnen raken. Het dijktalud wordt te vaak gemaaid, maar andere delen extensiever. Heel veel waardplanten zijn er niet maar het krijgt de voordeel van de twijfel. Een stuk langs de Singel viel op door veel wederik en teunisbloem. Dit is aangemerkt als zeer geschikt, de rest van de Singel is zoals gebruikelijk matig geschikt.
Links: hobbyweide, ongeschikt. Rechts: braakliggend terrein met op de achtergrond een gronddepot.
Eiland Lent Tot slot het eiland Lent. De geschiktheid van dit gebied is beperkt. Centraal ligt het oude bebouwingslint, dit is verder niet onderzocht. In de zuidwesthoek is recent een strand aangelegd
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
16
of de bovengrond vergraven, in elk geval is hier een vrij monotome grasmat die niet geschikt is voor TBP. Grote delen van de 'uiterwaard' zijn sterk verruigd met brandnetels of guldenroede e.d. Waardplanten zijn er dan ook nauwelijks te vinden, zodat het grootste deel van het gebied als ongeschikt moet worden beschouwd. Aan de noordzijde is het iets geschikter, met her en der wat waardplanten, die mogelijk ook boven de overstromingslijn liggen. Eén stukje viel op met veel meer waardplanten, net ten westen van de N325. Verder is het grotendeels ongeschikt. Hierbij speelt mee dat de lagere delen waarschijnlijk elke winter overstromen. Het is niet bekend of poppen van de teunisbloempijlstaart daar tegen kunnen.
Links wat ruigte rond een plasje met her en der een waardplant. Rechts met brandnetel en guldenroede verruigde laaggelegen delen van de uiterwaard van de Waal, ongeschikt voor TBP.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
5
Literatuur
Vlinderstichting, 2024. De Vlinderstichting | Vlinder; teunisbloempijlstaart/ Proserpinus proserpina NDFF: ndff-ecogrid.nl geraadpleegd december 2024.
Habitatbeoordeling Teunisbloempijlstaart 13 december 2024 - versie 2
18
Kaart Habitatgeschiktheid Teunisbloempijlstaart SMP-N De Waalsprong
Legenda Geschiktheid
] Ongeschikt |
| Matig geschikt
] Zeergeschikt Plangrens
Datum: Projectnummer: Opdrachtgever:
05-12-2024 24034 Gemeente Nijmegen
Papierformaat:
A4