CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 15 Bijlagen bij de toelichting MER Bijlage 7.6 Passende beoordeling

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens -7 (Waal Energie) (128/2023)2.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MER Waal Energie Bijlage 7.6 - Passende beoordeling (9 pagina’s)

Rev.

Datum

Locatie Centrale Gelderland Hollandiaweg 11 6541 BL Nijmegen

Status

Auteur Referentienr.

Goedgekeurd door

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

2.0

03-04-2023

Definitief

Pim Verstappen (ENGIE) Mark Groen (Sweco) Niels Barten (Royal HaskoningDHV)

Thijs de Bruin (Royal HaskoningDHV)

Rev.

Datum

Status

Auteur

Goedgekeurd door

Referentienr.

BG6310-MI-RP-220308-2016

Locatie Centrale Gelderland Hollandiaweg 11 6541 BL Nijmegen

pagina 1 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7

5.1 5.2 6.1 6.2

03-04-2023

Inleiding ........................................................................................................................................................ 3 Reeds vergunde planonderdelen .................................................................................................................. 3 Te beoordelen planonderdelen .................................................................................................................... 3 Relevante storingsfactoren ........................................................................................................................... 4 Broedvogels .................................................................................................................................................. 4 Geluidverstoring ........................................................................................................................................... 4 Stikstofdepositie ........................................................................................................................................... 5 Niet-broedvogels ..........................................................................................................................................

6 Geluidverstoring ........................................................................................................................................... 6 Stikstofdepositie ........................................................................................................................................... 8 Conclusie ....................................................................................................................................................... 9

pagina 2 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

1

Inleiding

De voorkeursvariant is gebaseerd op locatievariant A waarbij de beoogde energiecentrale op ongeveer dezelfde locatie komt als de geamoveerde kolen en biomassa gestookte energiecentrale, in het centrum van het plangebied Waal Energie. De effectbeoordeling van de voorkeursvariant is voor wat betreft het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en beschermde soorten gelijk aan de beoordeling van de voorkeursvariant zoals beschreven in hoofdstuk 7 van Deel 2 van het MER. Daar is geconcludeerd dat effecten op het NNN als gevolg van stikstofdepositie niet uit te sluiten zijn en dat, na het treffen van de beschreven maatregelen in paragraaf 7.5.1, effecten ten aanzien van beschermde soorten als neutraal beschouwd kunnen worden. Aangezien significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden van de MERvarianten (en ook van de voorkeursvariant als gevolg van geluidverstoring en stikstofdepositie op leefgebieden van vogels) op voorhand niet uitgesloten kunnen worden, is een passende beoordeling nodig.

2

Reeds vergunde planonderdelen

Containerterminal Voor de containerterminal geldt dat het bedrijf een natuurvergunning heeft uit 2010 1. De mogelijke uitbreiding bij de containerterminal zelf is reeds voorzien in deze vergunning. Een aanvullende beoordeling van de gevolgen van deze mogelijke uitbreiding zijn daarom niet nodig en buiten deze passende beoordeling gehouden. Windturbines In het noordelijke deel van het plangebied van Waal Energie zijn de twee windturbines vergund in het kader van de Wnb (ontwerpbesluit uit 2018 is met de uitspraak van de Raad van State in mei 2020 onherroepelijk geworden) reeds gebouwd en operationeel. Significant negatieve effecten als gevolg van de aanleg en ingebruikname van deze windturbines zijn daarmee uitgesloten. De windturbines vallen daarmee buiten deze passende beoordeling.

3

Te beoordelen planonderdelen

Voor de beoordeling van de effecten van een bestemmingsplan op het Natura 2000-gebied Rijntakken moet een vergelijking worden gemaakt tussen (1) het feitelijke, planologisch legale gebruik in het plangebied Waal Energie op het moment van vaststellen van het nieuwe plan; en (2) het toekomstige maximaal mogelijk gemaakte planologische gebruik in datzelfde gebied. Specifiek voor de effecten van stikstofdepositie geldt dat de AERIUS-berekening voor de vergunningaanvraag Wnb (zie bijlage 6.2.5) inzichtelijk maakt wat de veranderingen in stikstofdepositie zijn ten opzichte van de situatie 2015 met de operationele kolen en biomassa gestookte energiecentrale (en niet de referentiesituatie). Het gaat in dit geval om interne saldering met de vergunde rechten van de ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geamoveerde kolen en biomassa gestookte energiecentrale. Dit is mogelijk omdat er een rechtstreeks verband is tussen de beëindiging van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale en het voornemen voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie met onder andere een van overheidswege verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW 2.

Voor het bepalen van de effecten van stikstofdepositie wordt daarom het toekomstige maximaal mogelijk gemaakte planologische gebruik in het gebied vergeleken met de situatie zoals deze was tot en met 2015 met de operationele kolen en biomassa gestookte energiecentrale.

1 2

Beschikking d.d. 11 januari 2010 - zaaknummer 2009-011901 van Gedeputeerd Staten van Gelderland Onder omstandigheden is het mogelijk bij de vaststelling van een bestemmingsplan de stikstofuitstoot te salderen met een beëindigende en dus feitelijk niet meer aanwezige activiteit. Daar waar we eerder vaststelde dat je feitelijk gedwongen werd de activiteit ‘gaande’ te houden tot het nieuwe bestemmingsplan was vastgesteld, hoeft dit dus niet als onomstotelijk vaststaat dat de activiteit uitsluitend is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Uitspraak 202002509/1/R1 - Raad van State

03-04-2023

pagina 3 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

4

Relevante storingsfactoren

Aangezien significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden van de voorkeursvariant als gevolg van geluidverstoring en stikstofdepositie op leefgebieden van vogels op voorhand niet uitgesloten kunnen worden, zijn deze storingsfactoren in de passende beoordeling beschouwd.

5

Broedvogels

5.1 Geluidverstoring Ten opzichte van de referentiesituatie, dat beschouwd kan worden als de feitelijke planologische legale situatie is er sprake van een kleine toename van de geluidverstoring. Deze geluidtoename treedt vooral ten westen van het plangebied Waal Energie op, ter hoogte van de waterplas Grindgat en de overzijde van de Waal, zie figuur 5.1.

Figuur 5.1: verschil geluidcontouren voorkeursvariant ten opzichte van de referentiesituatie (2032). In de blauwe cirkel is de locatie met de grootste geluidtoename binnen de 47 en 50 dB(A)-contour weergegeven.

Effectbepaling Als gevolg van de realisatie van de voorkeursvariant is er een kleine opschuiving van de 47 dB(A)-geluidcontour ten opzichte van de referentiesituatie, dat beschouwd kan worden als de feitelijke planologische situatie ten tijde van vaststelling van het plangebied Waal Energie. Dit is met name aan de orde ter hoogte van het Grindgat, een waterplas ten westen van het plangebied Waal Energie en aan de overzijde van de Waal, zie figuur 5.1. 03-04-2023

pagina 4 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

Betekenis gebied voor broedvogels Het plangebied Waal Energie zelf is niet van belang voor broedvogels. De geluidcontour schuift met name op ter hoogte van het open water van het Grindgat en de overzijde van de Waal (Oosterhoutse Waarden). Door het ontbreken van rietmoeras en natte hooilanden komen broedvogels als roerdomp, woudaap, porseleinhoen, kwartelkoning, blauwborst, grote karekiet en watersnip hier niet voor (NDFF-data). Broedvogels die foerageren op open water, zoals de aalscholver, dodaars, zwarte stern, ijsvogel en oeverzwaluw komen wel foeragerend voor. Broedgevallen van deze soorten worden niet gemeld, hoewel het niet uitgesloten is dat dodaars langs de oevers broeden. Voor de andere broedvogelsoorten is het plangebied Waal Energie alleen geschikt als foerageergebied, niet als broedgebied, vanwege het ontbreken van steile oevers (ijsvogel en oeverzwaluw) en nestvlotjes (zwarte stern). Daarmee is het plangebied Waal Energie niet van grote betekenis voor broedvogels. Effectbeoordeling geluidverstoring broedvogels Het plangebied Waal Energie is niet van grote betekenis voor broedvogels. Broedlocaties zijn niet aanwezig, waardoor geluidverstoring van broedgebied niet aan de orde is. Aalscholver, dodaars, zwarte stern, ijsvogel en oeverzwaluw foerageren op het open water.

Vogels zijn met name gevoelig voor optische verstoring door mensen (recreatie) want dat is onvoorspelbaar. Geluid afkomstig van de beoogde ontwikkeling in het plangebied Waal Energie is een redelijk continu geluid dat voorspelbaar is en niet zichtbaar. Daardoor treedt er eerder gewenning op. Daarnaast gaat om een relatief klein deel van het Natura 2000-gebied, ten opzichte van het gehele Natura 2000-gebied (23.047 ha). Dit zal niet leiden tot een afname van de draagkracht van het plangebied Waal Energie voor de betreffende broedvogels waardoor de doelaantallen in het Natura 2000-gebied niet meer gehaald kunnen worden. De trend van aalscholver, dodaars, zwarte stern, ijsvogel en oeverzwaluw is de laatste 12 jaar stabiel in de Rijntakken 3. Het instandhoudingsdoel voor deze soorten is behoud van oppervlakte en kwaliteit van leefgebied, ten behoeve van de doelaantallen. Dat komt door het voornemen niet in gevaar. Een significant negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten.

5.2 Stikstofdepositie Effectbepaling Als gevolg van de realisatie van de beoogde ontwikkeling met onder andere een van overheidswege verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW is er sprake van een depositietoename op leefgebied 08 (nat, matig voedselrijke graslanden) en leefgebied 11 (Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied) aan de overzijde van de Waal. Het gaat slechts om enkele hexagonen en er is geen sprake van een naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde van dat leefgebied. Beide leefgebieden zijn in potentie leefgebied voor de kwartelkoning.

3

https://stats.sovon.nl/stats/gebied/1000380/?language=dutch

03-04-2023

pagina 5 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

Figuur 5.2: gebieden met een toename van stikstofdepositie conform de AERIUS-berekening (verschilberekening kolen en biomassa gestookte energiecentrale 2015 v.s. beoogde ontwikkeling ). Voor deze gebieden is er geen sprake van een naderende overschrijding van de KDW.

Betekenis gebied voor broedvogels Uit de NDFF-data blijkt dat de gebieden aan de overzijde van de Waal nu geen leefgebied vormen van de kwartelkoning. De kwartelkoning nestelt meestal in extensief gebruikt hooiland en dat is niet aanwezig ter hoogte van de hexagonen waar een toename wordt berekend. Effectbeoordeling stikstofdepositie broedvogels De kleine depositietoename als gevolg van de voorkeursvariant ligt daarmee niet binnen leefgebied van broedvogels van de Rijntakken en veroorzaakt daarmee geen negatief effect op het leefgebied van de kwartelkoning (Lg08 en Lg11). Een significant negatief effect is dan ook uitgesloten.

6

Niet-broedvogels

6.1 Geluidverstoring Effectbepaling In figuur 5.1 is de zone met een toename van geluidverstoring weergegeven. Geluidverstoring treedt met name op ter plaatse van het Grindgat en aan de overzijde van de Waal (Oosterhoutse Waarden). Hier schuift de 50 dB(A)-contour enigszins op. Betekenis gebied voor niet-broedvogels In onderstaande tabellen zijn de telgegevens van de telgebieden aan de overzijde van de Waal en het Grindgat weergegeven. De telgebieden zijn veel groter dan de locatie waar sprake is van een toename van geluidverstoring door het project. Daarnaast bestaan de telgebieden uit een divers landschap van onder andere graslanden en open water. De aantallen vogels zijn daarom een ruime overschatting van het aantal dat daadwerkelijk binnen de verschuivende geluidcontouren voor zal komen, dat alleen bestaat uit een klein deel van het open water. Uit de telgegevens blijkt dat de aangetroffen aantallen in de telgebieden laag zijn in vergelijking met het doelaantal van het Natura 2000-gebied

03-04-2023

pagina 6 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

Rijntakken. Daarmee is de omgeving van het plangebied Waal Energie , zeker de zone waar extra geluidverstoring optreedt, niet van bijzondere betekenis voor het behalen van de doelaantal. Tabel 6.1: seizoensgemiddelde watervogels binnen het telgebied ten noorden van de Waal (Oosterhoutse Waarden) ten opzichte van het doelaantal uit het aanwijsbesluit Seizoensgemiddelde Soort Doelaantal 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 Aalscholver 1300 13 16 26 26 Bergeend 120 1 1 1 1 920 foerageergebied Brandgans 37 40 17 4 5.200 slaap- en rustplaats Fuut 570 5 4 4 6 8.300 foerageergebied Grauwe gans 234 232 104 134 21.500 slaap- en rustplaats Grutto 690 1 0 Kemphaan 1.000 0 Kievit 8.100 6 11 0 3 Kleine zwaan 100 Kolgans 180.100 906 882 173 241 Krakeend 340 52 26 34 30 Kuifeend 2.300 16 17 13 12 Meerkoet 8.100 103 55 84 34 Nonnetje 40 1 1 0 Pijlstaart 130 0 0 Scholekster 340 4 4 3 2 Slobeend 400 1 1 Smient 17.900 110 57 58 21 Tafeleend 990 1 1 0 4 125 foerageergebied Toendrarietgans 0 0 0 2.800 slaap- en rustplaats Tureluur 65 0 0 Wilde eend 6.100 77 76 68 75 Wilde zwaan 30 Wintertaling 1.100 26 11 22 21 Wulp 850 9 4 12 6 Tabel 6.2: seizoensgemiddelde watervogels binnen het telgebied ten westen van Maas Waal kanaal ten opzichte van het doelaantal uit het aanwijsbesluit Seizoensgemiddelde Soort Doelaantal 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 Aalscholver 1300 18 8 31

15 Bergeend 120 2 2 1 22 920 foerageergebied Brandgans 0 0 1 5.200 slaap- en rustplaats Fuut 570 15 17 18 15 8.300 foerageergebied 21.500 Grauwe gans 309 89 60 118 slaap- en rustplaats Grutto 690 0 0 0 0 Kemphaan 1.000 0 0 0 0 Kievit 8.100 0 0 0 Kleine zwaan 100 0 0 0 0 Kolgans 180.100 206 90 3 96 Krakeend 340 33 26 10 13 Kuifeend 2.300 53 54 28 26 Meerkoet 8.100 87 56 34 32 Nonnetje 40 1 1 1 0 Pijlstaart 130 0 0 0 0 Scholekster 340 3 1 3 Slobeend 400 4 5 15 12 Smient 17.900 62 61 28 12 Tafeleend 990 8 8 2 5

03-04-2023

pagina 7 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant Soort Toendrarietgans Tureluur Wilde eend Wilde zwaan Wintertaling Wulp

Doelaantal 125 foerageergebied 2.800 slaap- en rustplaats 65 6.100 30 1.100 850

2014/2015

2015/2016

Seizoensgemiddelde 2016/2017

2017/2018

2018/2019

0

0

0

-

0

0 89 0 14 0

0 73 0 15 0

0 33 0 1 0

-

0 29 0 3 0

Effectbeoordeling geluidverstoring niet-broedvogels Het plangebied Waal Energie is niet van grote betekenis voor niet-broedvogels. Vogels zijn met name gevoelig voor optische verstoring door mensen (recreatie) want dat is onvoorspelbaar. Geluid afkomstig van de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie is een redelijk continu geluid dat voorspelbaar is en niet zichtbaar. Daardoor treedt er eerder gewenning op. Daarnaast gaat om een relatief klein deel van het Natura 2000-gebied, ten opzichte van het gehele Natura 2000-gebied (23.047 ha). Dit zal niet leiden tot een afname van de draagkracht van het gebied voor de betreffende niet-broedvogels waardoor de doelaantallen in het Natura 2000-gebied niet meer gehaald kunnen worden. Het instandhoudingsdoel voor deze soorten is behoud van oppervlakte en kwaliteit van leefgebied, ten behoeve van de doelaantallen. Dat komt door het voornemen niet in gevaar. Een significant negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten.

6.2 Stikstofdepositie Effectbepaling Als gevolg van de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie inclusief van overheidswege verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW is er sprake van een depositietoename op een zoekgebied van Lg08 (nat, matig voedselrijke graslanden) en leefgebied 11 (Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied) aan de overzijde van de Waal. Zie figuur 5.2. Het gaat slechts om enkele hexagonen en er is geen sprake van een naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde van dat leefgebied. Lg08 is in potentie leefgebied voor de watersnip. Voor Lg11 geldt dat niet. Betekenis gebied voor niet-broedvogels Doortrekkende watersnippen zijn afkomstig uit een gebied dat tot diep in Rusland reikt. Een deel overwintert bij ons, de meeste trekken door naar de Britse Eilanden en Zuidwest-Europa. Tussen half juli en begin mei kunnen grote aantallen watersnippen verschijnen in gebieden met ondiep water, modderige plekken en veel dekking. De aantallen zijn het hoogst van half september tot half november en in maart en begin april. Tijdens vorst trekt een deel weg terwijl de rest open water opzoekt, bijvoorbeeld kwelplekken of beken. Uit de NDFF-data blijkt dat het aangemerkte leefgebied 08 (figuur 5.2) nu geen leefgebied vormt van de watersnip.

Heel incidenteel wordt een enkele foeragerende watersnip aangetroffen langs de oevers van het Grindgat aan de Weurtse kant van de Waal. Uit de watervogeltellingen van Sovon komt deze soort verder niet naar voren. Hieruit blijkt dat het plangebied Waal Energie niet van wezenlijk belang is voor deze soort. De watersnip nestelt meestal in natte hooilanden of rietlanden en dat is niet aanwezig in het plangebied Waal Energie . Effectbeoordeling stikstofdepositie voor niet-broedvogels De depositietoename als gevolg van de voorkeursvariant ligt daarmee niet binnen leefgebied van niet-broedvogels van de Rijntakken en veroorzaakt daarmee geen negatief effect op het leefgebied van de watersnip (Lg08). Een significant negatief effect is dan ook uitgesloten.

03-04-2023

pagina 8 van 9

MER Waal Energie Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant

7

Conclusie

De toename van geluidverstoring en van stikstofdepositie als gevolg van de voorkeursvariant (locatievariant A) leidt niet tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Rijntakken. De geluidverstoring is beperkt en voorspelbaar waardoor gewenning bij vogels zal optreden. Daarnaast is het gebied waar de geluidverstoring plaatsvindt niet van wezenlijk belang voor de betreffende vogelsoorten. Door de beperkte en voorspelbare verstoring zal de draagkracht van het Natura 2000-gebied niet afnemen en is er geen effect te verwachten op het behalen van de doelaantallen van deze vogelsoorten. De gebieden waar sprake is van een toename van stikstofdepositie zijn geen leefgebied van vogels en habitatrichtlijnsoorten en ter plekke is ook geen habitattype aanwezig waarvan een naderende overschrijding van de KDW bekend is.

03-04-2023

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=24ebe9e4-8fbf-4501-8aed-e7eaf6926f1c