Bijlage 13 Plan-MER
Tekst van het document
REPORT MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen
Klant:
Gemeente Nijmegen
Referentie: MER Bedrijventerrein de Grift Status:
S1/P01
Datum:
17 februari 2023
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen Sub titel: Referentie: MER Bedrijventerrein de Grift Status: P01/S1 Datum: 17 februari 2023 Projectnaam: MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen Projectnummer: BI5542 Auteur(s): NB, MH, ED Opgesteld door: NB, MH, ED Gecontroleerd door: MH Datum/paraaf: 13 januari 2023 Goedgekeurd door: TDB Datum/paraaf: 17 februari 2023
Classificatie Click to enter "Classified"
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
ii
Inhoud Samenvatting
1
1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding voor het plan
9
1.2
Waarom een milieueffectrapport
9
1.3
Actualisatietoets MER Waalsprong 2003/2007
10
1.4
Procedure voor het plan-m.e.r.
11
1.5
Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte
12
1.6
Leeswijzer
13
2
Het plangebied en de opgaven
15
2.1
Plangebied en karakteristieken
15
2.2
De opgave
16
2.3
De voorgenomen activiteit
17
3
Alternatieven in het MER
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Referentiesituatie
19
3.3
Autonome ontwikkelingen
19
3.4
Alternatieven in het MER
21
4
Milieueffecten uitbreiding bedrijventerrein De Grift
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Verkeer
26
4.3
Natuur – Gebiedsbescherming en Stikstofdepositie
31
4.4
Natuur – Flora en Fauna
40
4.5
Luchtkwaliteit
46
4.6
Geluid
49
4.7
Externe Veiligheid
53
4.8
Water
61
4.9
Klimaat en energie
66
4.10
Landschap en cultuurhistorie
72
4.11
Bodem
77
4.12
Gezondheid
81
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
iii
5
Conclusies
85
6
Leemten in kennis en evaluatieprogramma
89
6.1
Leemten in kennis
89
6.2
Evaluatie en monitoring
89
Bijlagen (separaat)
91
MER Onderzoek Verkeer en vervoer
91
MER Onderzoek Stikstof
91
MER Onderzoek Geluid
91
MER Onderzoek Externe Veiligheid
91
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
iv
Samenvatting Uitbreiding bedrijventerrein de Grift Gemeente Nijmegen wil het bedrijventerrein De Grift met circa 30 hectare netto uitbreiden als onderdeel van gebiedsontwikkeling de Waalsprong. Daarmee wordt het bestaande oppervlakte bedrijvigheid in het gebied aanzienlijk vergroot. De Grift ligt in het meest noordelijke deel van de Waalsprong, tegen de A15 aan. Het is nu nog een gefragmenteerd gebied met bestaande bedrijvigheid en agrarisch bestemde grond. Het is de bedoeling dat De Grift zich verder ontwikkelt tot een belangrijke logistieke en regionale werklocatie. De uitbreiding van De Grift is een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals opgenomen in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De gemeente heeft op daarom besloten om voor de uitbreiding van het bedrijventerrein een m.e.r-procedure te doorlopen. Voorgenomen uitbreiding De Grift Figuur 0-1 Overzicht plangebied en Stedenbouwkundig Raamwerk voor het MER uitbreiding Bedrijventerrein De Grift (bron: gemeente Nijmegen, bewerking: Royal HaskoningDHV).
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
1
Programma Om te voldoen aan de groeiende behoefte voor een nieuw bedrijventerrein, heeft de gemeente Nijmegen besloten het bedrijventerrein De Grift uit te bereiden en geschikt te maken voor de huisvesting van XXLlogistiek. De uitbreiding van De Grift biedt ruimte aan circa 30 hectare netto bedrijventerrein: circa15 hectare voor XXL-logistiek in Noord, circa 8 hectare voor regionale bedrijvigheid (reguliere logistiek, stadsdistributie, maakindustrie en klassiek-gemengd) in Noord en Zuid en circa 7 hectare voor kleinschalige lokale bedrijvigheid (klassiek-gemengd/maakindustrie; kavels tot 5.000m2) in Noord, Zuid en West. Infrastructuur Onderdeel van de plannen voor De Grift ook de aanpassing van de infrastructuur en kruispunten rondom de Griftdijk. De rotonde Griftdijk – Stationsstraat wordt vervangen door een kruispunt met verkeerslichten. Op de Griftdijk zelf komt een nieuwe aansluiting om De Grift Noord te ontsluiten. Ook wordt de aansluiting van bedrijventerrein Rietgraaf (Windmolenweg) op de Griftdijk verbeterd. Verder wordt er een tweerichtingen fietspad langs de Griftdijk aangelegd en worden – waar nodig – voetpaden gerealiseerd. Duurzaamheid en klimaat Bij de gebiedsontwikkelingen in Nijmegen staat duurzaamheid centraal. Zo wordt bij de ontwikkeling van De Grift vastgehouden aan de gemeentelijke ambities om in 2045 een ‘energie neutrale stad’ te zijn.
Een minimumambitie hierbij is het benutten van beschikbare dakvlakken voor zonne-energie en het gebruik van duurzame energie en duurzame mobiliteit door de te vestigen functies. XXL-logistiek speelt in toenemende mate een rol in de circulaire economie. In het kader van circulaire economie is in de planvorming van belang om slim om te gaan met het benutten van de bebouwde vierkante meters, door vastgoed te ontwikkelen op een multifunctionele, duurzame en energiezuinige wijze. Bij de realisatie van bedrijventerrein De Grift wordt er gestuurd op circulair bouwen, onder andere door het inzetten van modulair opgebouwde gevels. Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat er op de te ontwikkelen grond hoofdzakelijk een agrarische bestemming geldt. Het planologisch vastleggen van de uitbreiding van De Grift gebeurt middels het opstellen van een nieuw bestemmingsplan: een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Als voorloper op de Omgevingswet- en in het kader van de Crisis- en herstelwet (Chw 2008), is het gemeenten toegestaan aan de hand van zo’n bestemmingsplan een specifiek initiatief te ontwikkelen.
Binnen de kaders van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, mag op bepaalde onderdelen worden afgeweken van een aantal wetten en besluiten Alternatieven in het MER Op basis van de voorgeschiedenis van de gebiedsontwikkelingen en de daarbij reeds uitgewerkte alternatieven, bevat voorliggend MER geen locatiealternatieven voor het bedrijventerrein, de inrichting van het bedrijventerrein en de infrastructuur. De locatie, ontwikkelingen en de gebiedsindeling liggen vast in dit MER. In MER Waalsprong 2003/2007 is dit gebied uitgebreid onderzocht op omgevingseffecten. Het onderscheid in de alternatieven in dit MER zit in de ruimtelijke context waarbinnen de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift wordt gerealiseerd: enerzijds mét een doorgetrokken A15 vanaf Bemmel naar Zevenaar en anderzijds zonder deze doortrekking. Om een gegronde vergelijking te kunnen maken gaat het MER naast twee alternatievensituaties ook uit van twee referentiesituaties: één met en één zonder doortrekking van de A15. Het idee achter deze aanpak is om in beeld te brengen hoe de omgevingseffecten van de gebiedsontwikkeling mogelijk veranderen bij het doortrekken van de A15. Omdat de doortrekking van de A15 verder los staat van de uitbreiding van De Grift, is deze niet onderscheidend voor de gebiedsontwikkeling. Er wordt in het MER dan ook geen voorkeursalternatief uitgewerkt.
Vanwege de onzekerheid over de A15, is het MER toekomstbestendig en voorbereid op het besluit over het al dan niet door laten gaan van de doortrekking van de A15 en de daarmee gepaard gaande omgevingseffecten.
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
2
Het verschil in de situatie mét en zonder A15 zit in de aansluiting van het plangebied op- en de inrichting van de op- en afrit van de A15. Wanneer de A15 wordt doorgetrokken, wordt de aansluiting van het gebied op-/afrit 38 verbeterd. Het aantal rijstroken op het viaduct over de A15 wordt verdubbeld en er komt een fietspad in twee richtingen aan de westzijde van De Griftdijk / Rijksweg Zuid (tussen de Olympiasingel in Elst en de Prins Hendrik VI singel in Nijmegen). Referentiesituaties Referentiesituatie exclusief doortrekking A15 Referentiesituatie inclusief doortrekking A15 Basisalternatieven Basisalternatief exclusief doortrekking A15 Basisalternatief inclusief doortrekking A15 Effectbeoordeling Het MER is een actualisatie en aanvulling op het MER Waalsprong 2003/ 2007, specifiek voor het plangebied bedrijventerrein De Grift, ter onderbouwing van het bestemmingsplan voor dit plangebied. Daarom worden hier alleen de effecten beschreven van aspecten van de inrichting van het gebied die buiten de bandbreedte van het MER Waalsprong 2003/2007 vallen of de milieuaspecten waarvoor nieuwe wet- en regelgeving geldt (bijv. stikstofdepositie). Voor de overige effecten wordt verwezen naar het MER Waalsprong 2003/2007.
Op grond van de bevindingen uit de actualisatietoets gaat het om de volgende milieuaspecten (volgorde niet prioritair): Verkeer; Natuur - Stikstofdepositie Natuur – Flora en Fauna Luchtkwaliteit; Geluid; Externe Veiligheid; Water Klimaat en energie; Landschap en cultuurhistorie; Bodem; Gezondheid. Voor een aantal milieuaspecten zijn ten behoeve van de effectbeoordeling afzonderlijke onderzoeken uitgevoerd: de onderzoeken Verkeer, Externe Veiligheid, Geluid en Stikstof zijn als separate bijlage bij dit MER opgenomen. In de effectbeoordeling worden de effecten ten opzichte van de referentiesituatie per criterium vertaald naar een score ten opzichte van de referentiesituatie: Positief (+) - Alternatief zorgt voor een verbetering van het criterium in vergelijking met de referentiesituatie Neutraal (0) - Alternatief heeft geen veranderend effect ten opzichte van de referentiesituatie Negatief (-) - Alternatief zorgt voor een verslechtering van het criterium in vergelijking met de referentiesituatie Per milieuaspect wordt een conclusie getrokken over verandering in omgevingseffecten in de alternatieven ten opzichte van de referentiesituaties.
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
3
Omgevingsaspect
Zonder A15
Met A15
Verkeer
+
+
Natuur – stikstofdepositie
-
-
Natuur – flora en fauna
-
-
Luchtkwaliteit
0
0
Geluid
-
-
Externe veiligheid
-
Water
0
Klimaat en energie
+
Landschap en Cultuurhistorie
-
Bodem
+
Gezondheid
0
0
Resultaten Hieronder worden de resultaten per milieuaspect kort toegelicht. Een negatieve effectscore ten opzichte van de referentiesituatie betekent niet per definitie dat daarmee de ontwikkeling niet haalbaar is. Maatregelen in de uitwerking van de gebiedsontwikkeling kunnen ervoor zorgen dat het negatieve effect wordt gemitigeerd. Daarvoor benoemt het MER per milieuaspect ook een aantal mitigerende maatregelen.
Verkeer (+). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het aspect Verkeersafwikkeling is positief (+) ten opzichte van de referentiesituatie, zowel zonder als met het doortrekken van de A15. In de plansituaties verbetert de verkeerssituatie ten opzichte van de referentiesituaties, zowel in de situatie mét als zonder A15. In de referentiesituaties is de toename van verkeer als gevolg van autonome ontwikkelingen groot. De toename van verkeersbewegingen in het gebied is daardoor als gevolg van de ontwikkeling van De Grift relatief. De verkeersafwikkeling van verkeer blijft op peil. Dat komt omdat er in beide plansituaties infrastructurele maatregelen voorzien zijn, die zorgen voor een voldoende afwikkeling van het verkeer dat de ontwikkeling van De Grift genereert. Zowel het plangebied als de Waalsprong profiteren daarmee van de uitbreiding van De Grift. De scores op de aspecten Bereikbaarheid OV en Fiets en Verkeersveiligheid zijn in beide alternatieven neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituaties. Omdat het aantal verkeersbewegingen in het gebied groeit, zijn er meer potentiële verkeersknelpunten en confrontaties. Daarmee kan in potentie de bereikbaarheid voor OV en fiets afnemen en is de kans op verkeersongevallen groter.
Echter, de infrastructurele maatregelen zoals verkeerslichten en een veilige verbindingen voor langzaam verkeer zorgen er in beide alternatieven voor dat deze negatieve effecten geneutraliseerd worden.
Natuur-gebiedsbescherming en stikstofdepositie (-). Vanwege de ligging buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies en versnippering bij voorbaat uitgesloten. De uitbreiding van het bedrijventerrein zorgt voor een toename van bedrijfsemissies en heeft een verkeer aantrekkende werking en daarmee een verandering in de verkeersituatie rondom het plangebied tot gevolg. Dit leidt tot een verandering van de stikstofemissies van bedrijfsactiviteiten en verkeer en de bijbehorende stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift, is ongeacht het doortrekken van de A15, op het milieuaspect stikstof negatief (-). Omdat de natuur in dat gebied kwetsbaar is voor stikstof en de stikstofdepositie hoger is dan de kritische depositiewaarde, zijn negatieve effecten voor de habitats en
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
4
soorten in dit gebied niet met zekerheid uit te sluiten. Voor de ontwikkeling van De Grift zijn daarom mitigerende maatregelen noodzakelijk in het kader van stikstofdepositie. De gemeente heeft ten behoeve van het Chw-bestemmingsplan de mitigatie van de stikstofeffecten onderzocht, namelijk door gebruik te maken van externe saldering. Conclusie van dit onderzoek luidt: door gebruik te maken van externe saldering kan een toename van stikstofdepositie door de aanleg en het gebruik van het bedrijventerrein worden toegestaan.
Natuur – Flora en Fauna (-). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect Natuur – Flora en Fauna is negatief (-), ongeacht het doortrekken van de A15. De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft effecten op de leef- en verblijfsgebieden van een aantal voorkomende soorten in het plangebied. In het Soortenmanagementplan (SMP-N) is reeds een aantal maatregelen geformuleerd die getroffen moeten worden voor de in het Soortenmanagementplan opgenomen soorten die in dit geval beïnvloed worden. Negatieve effecten op bestaande Flora en Fauna kunnen met ontwikkeling niet worden uitgesloten. Bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig raamwerk voor de uitbreiding van De Grift zal hiermee rekening worden gehouden.
Luchtkwaliteit (0). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect luchtkwaliteit is Neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie, zowel met als zonder het doortrekken van de A15. De beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Grift draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Bovendien is aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering.
Geluid (-). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect geluid is negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie, ongeacht het doortrekken van de A15. In de toekomstige situatie neemt het aantal geluidgevoelige objecten toe die een geluidbelasting Letmaal ten gevolge van het industrielawaai van meer dan 50 dB(A) ervaren.Geluid (-). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect geluid is negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie, ongeacht het doortrekken van de A15. In het geval dat het bedrijventerrein wordt uitgebreid dan neemt het aantal woningen met een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) en 55dB(A) toe. Bij de uitbreiding van het bedrijventerrein treedt voornamelijk een toename op van de woningen die een geluidbelasting gaan ondervinden in de toekomstige situatie tussen 40 en 50 dB(A). Volgens het Activiteitenbesluit wordt het echter toegelaten dat de geluidbelasting vanwege het industrielawaai tot maximaal 50 dB(A) toeneemt. Ten aanzien van de cumulatie van geluid kan worden opgemerkt dat het uit te breiden bedrijventerrein De Grift gelegen is in een omgeving waar al veel geluid aanwezig is van het aanwezige weg- en railverkeer.
De uitbreiding van de Grift zal voor meer geluid gaan zorgen, maar de maximale cumulatieve geluidbelasting (die 70 dB in de huidige situatie bedraagt) zal in de toekomstige situatie ook 70 dB blijven.
Externe Veiligheid (-). Externe veiligheid beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een risicovolle activiteit slachtoffer worden van een ongeval bij die activiteit. Voor externe veiligheid is het niet mogelijk een totaalsom te maken van de risicobronnen die zijn onderzocht. De totale beoordeling is daarom gebaseerd op de risicobron met de laagste score en daarmee met het grootste aandachtspunt. Voor het plaatsgebonden risico scoort het voornemen negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie ten aanzien van de bestaande windturbines. Het planvoornemen maakt beperkt kwetsbare objecten/gebouwen mogelijk binnen de PR=10-6 per jaar contouren. Voor het groepsrisico scoort het voornemen negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie ten aanzien van het LPGtankstation. In het algemeen geldt een verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag in de bestemmingsplanprocedure ten aanzien van alle in dit MER benoemde risicobronnen, omdat het invloed
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
5
gebied over het planvoornemen ligt waar (beperkt) kwetsbare objecten/gebouwen worden mogelijk gemaakt.
Water (0). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect water is Neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie, ongeacht het doortrekken van de A15. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bij uitvoering van en conformering aan beleidsregels die in het kader van de ontwikkeling van De Grift vigeren, neemt ten opzichte van de referentiesituatie het behoud van grond- en oppervlaktewater niet af en is sprake van een goede afvoer van hemel- en afvalwater in het plangebied.
Klimaat en energie (+). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect Klimaat en energie is Positief (+) ten opzichte van de referentiesituatie, ongeacht het doortrekken van de A15. De Grift wordt ingericht als energielandschap; er zijn in de referentiesituatie al 4 windturbines gerealiseerd en er is een zonnepark aangelegd. Bovendien dragen klimaatadaptieve maatregelen bij aan de leefbaarheid en weerbaarheid van het gebied onder druk van klimaatverandering. Om te voorkomen dat het beoogde bedrijventerrein een hitte-eiland wordt zodoende in de regels van het bestemmingsplan verankerd dat het dakvlak van gebouwen uitgevoerd moet worden in een lichte kleur (warmte werend) of als groendak (verkoelend) Bij langzaam verkeersverbindingen in het gebied met XXL-logistiek moet daarnaast worden voorzien in 30% schaduw gevend groen. De Grift biedt daarnaast goede kansen als energie-opwekkend bedrijventerrein. Een minimumambitie hierbij is het benutten van beschikbare dakvlakken voor zonne-energie en het gebruik van duurzame energie en duurzame mobiliteit door de te vestigen functies. De Grift heeft de potentie om op die manier een energieopwekkend bedrijventerrein te worden. Met voorgenomen maatregelen bij de ontwikkeling van bedrijventerrein De Grift verbetert het energieopwekkend vermogen van het gebied ten opzichte van de referentiesituatie.
Landschap en cultuurhistorie (-). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift landschap en cultuurhistorie is negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie, ongeacht het doortrekken van de A15. Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein worden zowel de beperkt zichtbare landschappelijke als cultuurhistorische waarden in het plangebied beïnvloed. Het aanzien van de Griftdijk, als historische ruimtelijke drager met aanliggende bebouwing zal daarmee binnen het plangebied veranderen. Ook het historisch verkavelingspatroon wordt met de ontwikkeling naar verwachting doorsneden.
Bodem (+). Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op Bodem en Ontplofbare Oorlogsresten in het gebied, is ongeacht het doortrekken van de A15 overwegend positief (+), maar er zitten wel een aantal voorwaarden aan. Binnen het plangebied zijn meerdere verontreinigingen aanwezig, waarvoor sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. In het plangebied zijn daarnaast verdachte gebieden aanwezig voor dumpmunitie en geschutmunitie. Doordat bij de uitbreiding van het bedrijventerrein saneringen nodig zijn, zal de bodemkwaliteit verbeteren en wordt blootstelling aan achterblijvende verontreinigingen voorkomen. Bovendien zal het opsporen en verwijderen van oorlogsresten bijdragen aan een verbeterde veiligheid van het gebied.
Gezondheid (0). Het onderdeel gezondheid kijkt naar potentiële gevolgen voor de gezondheid als gevolg van het plan. Daarbij worden de aspecten luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en hitte beschouwd. Bovendien wordt gekeken naar de mate waarin het voornemen bijdraagt aan een gezonde leefstijl/leefomgeving. Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op de gezondheid in het gebied is als neutraal beoordeeld. Er zit wel een aantal voorwaarden aan: zoals bij externe veiligheid en geluid. In 2032 voldoen de concentraties voor luchtkwaliteit PM2,5 als PM10 in zowel de autonome als de beoogde situatie aan de advieswaarden van de WHO. Om te voorkomen dat het beoogde bedrijventerrein een hitte-eiland wordt, zijn voor dit onderwerp regels in het bestemmingsplan
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
6
verankerd. De effecten op de gezondheid zijn daarmee vanuit Hitte bezien positief. Op het onderdeel geluid is de verwachting dat met een overwogen indeling van de bedrijven op het terrein de effecten op de gezondheid niet significant zijn. Geluid is vooralsnog wel een aandachtspunt dat negatief scoort in het MER en daarmee een belangrijk aandachtspunt vormt voor het bestemmingsplan. De uitbreiding van De Grift heeft impact op externe veiligheid ten gevolge van de verschillende risicobronnen en als mogelijke locatie voor nieuwe risicobronnen. In de plansituatie dienen mede in het kader van gezondheid, de Externe Veiligheidsrisico’s in overeenstemming met beleid en regelgeving te zijn dat daarvoor is opgesteld. Onder die voorwaarde scoort de gezondheid op ook dat aspect positief. Door de uitbreiding van De Grift neemt het oppervlakte verharding toe ten opzichte van de referentiesituatie. De groene randen van het gebied enkel bestemd voor ‘groene’ activiteiten. Binnen deze bestemming zijn de gronden primair bestemd voor groenvoorzieningen en groene structuren, alsmede voor de daarbij behorende voorzieningen zoals speelvoorzieningen, terrassen, hondenuitlaatterreinen. Tot slot zorgen maatregelen voor langzaam verkeer in en om het plangebied voor een goede bereikbaarheid voor fietsers en een goede toegankelijkheid voor voetgangers.
Leemten in kennis Er is een aantal factoren dat in potentiële leemten in kennis resulteert:
Het verkeersonderzoek is gebaseerd op verkeersmodellen waarin altijd een zekere mate van onzekerheid zit. Ondanks dat sprake is van beperkt negatieve effecten, kan monitoring van de verkeersontwikkeling mogelijk zinvol zijn om eventuele ontwikkelingen in de gaten te houden. Voor een aantal thema’s, waaronder luchtkwaliteit en geluid, is gebruik gemaakt van modellering. Modelberekeningen kennen een zekere mate van onnauwkeurigheid. Zeker in het geval modellen een waarde weergeven die rond een grenswaarde ligt, is een interpretatie van de gegevens van belang. Voor geluid geldt dat het duidelijk is dat er toenames te verwachten zijn als gevolg van het voornemen. De uitwerking van maatregelen is nog niet bekend en zorgt ervoor dat dit nog een onzeker eindeffect heeft. Voor externe veiligheid moet middels een verantwoording door bevoegd gezag en veiligheidsregio een inschatting worden gemaakt over het Groepsrisico. Zij moeten bij een toename van het groepsrisico verantwoording afleggen over het eventueel te nemen besluit. Hierbij moeten ze in ieder geval aandacht besteden aan mogelijke alternatieven en risico reducerende maatregelen en ook de mogelijkheden voor rampenbestrijding en hulpverlening belichten.
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
7
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
8
1
Inleiding
1.1
Aanleiding voor het plan
Gemeente Nijmegen wil het bedrijventerrein De Grift met circa 30 hectare netto uitbreiden als onderdeel van gebiedsontwikkeling de Waalsprong. Daarmee wordt het bestaande oppervlakte bedrijvigheid in het gebied zowel fysiek als optisch aanzienlijk vergroot. De Grift ligt in het meest noordelijke deel van de Waalsprong, tegen de A15 aan. Het is nu nog een gefragmenteerd gebied met bestaande bedrijvigheid en agrarisch bestemde grond. Het is de bedoeling dat De Grift zich verder ontwikkelt tot een belangrijke logistieke en regionale werklocatie. De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat er op de te ontwikkelen grond hoofdzakelijk een agrarische bestemming geldt. Om deze uitbreiding van het bedrijventerrein planologisch mogelijk te maken, stelt de gemeente Nijmegen een nieuw bestemmingsplan op. Ter onderbouwing van het nieuwe bestemmingsplan doorloopt de gemeente een m.e.r.-procedure (m.e.r.), uitgewerkt in voorliggend milieueffectrapport (MER).
Figuur 1-1 Overzicht plangebied voor het MER uitbreiding Bedrijventerrein De Grift (bron: gemeente Nijmegen, bewerking: Royal HaskoningDHV).
Figuur 1-1 geeft een overzicht van de ligging van het plangebied ten opzichte van de A15 als noordelijke grens van de Waalsprong. Het plangebied is in de huidige situatie deels ingevuld met bedrijvigheid en bestaat deels uit agrarisch bestemde of braakliggende percelen. Het bedrijventerrein wordt uitgebreid in 3 deelgebieden (noord, zuid en west), met elk een eigen karakter en invulling. Hoofdstuk 2 van het MER gaat daar verder op in.
1.2
Waarom een milieueffectrapport
De uitbreiding van De Grift is een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals opgenomen in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in het geval de activiteit betrekking heeft op een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit betekent dat via een zogenaamde m.e.r.-beoordeling de gemeente moet bepalen of de ontwikkeling belangrijke negatieve milieueffecten kan hebben en daarom een MER moet worden opgesteld. De gemeente heeft op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling besloten om voor de uitbreiding een m.e.r-procedure te doorlopen. 17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
9
De m.e.r.-procedure is een hulpmiddel bij de besluitvorming over plannen, grote projecten of ingrepen. Het doel van de m.e.r. is om in de besluitvorming het milieubelang – tussen alle andere belangen – een volwaardige rol te laten spelen. Het MER is een belangrijk onderdeel van deze procedure. In het MER worden de effecten van de voorgenomen activiteit op het milieu getoetst, zodat eventuele nadelige gevolgen en/of knelpunten worden herkend en oplossingen worden gevonden. Er is besloten om de m.e.r-procedure te doorlopen, gelijktijdig met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Omdat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling niet kunnen worden uitgesloten, is een passende beoordeling van die effecten nodig (artikel 2.8 Wet natuurbescherming). Vanwege de noodzaak van een passende beoordeling, is besloten ook een plan-MER (artikel 7.2a Wet milieubeheer) uit te voeren1. In het voorliggend plan-MER wordt beoordeeld of en zo ja, welke effecten de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift kan hebben op de omgeving. Zo krijgt het milieu een volwaardige plaats binnen de toekomstige bestuurlijke besluitvorming. m.e.r en MER In dit rapport wordt zowel de term m.e.r als MER genoemd.
Er zit verschil in definitie van deze termen: De milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) is de procedure die de milieueffecten van een plan in beeld brengt voordat de overheid daar een besluit over neemt. De onderzoeksresultaten van de m.e.r worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (afkorting het MER).
1.3
Actualisatietoets MER Waalsprong 2003/2007
Voor de ontwikkeling van de Waalsprong als geheel is in 2003 een MER opgesteld: MER Waalsprong. Dat MER is geactualiseerd in Aanvulling MER Waalsprong 2007. Qua omvang past de uitbreiding van De Grift nog steeds binnen het MER. Wel is in de tussenliggende periode de voorgenomen categorisering van toekomstige bedrijvigheid gewijzigd. Om te bepalen waar de plannen en de wet- en regelgeving uit 2003/2007 en 2022 verschillen, is een actualisatietoets (Uitbreiding bedrijventerrein De Grift, Actualisatietoets plan-MER in het kader van artikel 7.8 Wm, d.d. 2 mei 2022) gedaan. Op basis van de resultaten uit de actualisatietoets is het milieuonderzoek gedaan. Voorliggend rapport is het resulterende milieueffectrapport (MER) dat is opgesteld in het kader van de uitbreiding van het bedrijventerrein De Grift. Om na te kunnen gaan of een actualisatie van de milieueffecten nodig is voor de uitbereiding van bedrijventerrein De Grift, zijn de plannen uit het MER Waalsprong 2003 en de Aanvulling MER Waalsprong 2007 (samen: MER Waalsprong 2003/2007) geanalyseerd en naast het SO stedenbouwkundig raamwerk Grift 2022 gelegd (gemeente Nijmegen, maart 2022). Omdat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet konden worden uitgesloten, was een passende beoordeling van die effecten nodig, in aanvulling op het MER Waalsprong 2003/2007.
Daarnaast zijn de geanalyseerde milieueffecten uit het MER Waalsprong 2003/2007 opnieuw bekeken en is beoordeeld of er nieuw onderzoek gedaan moet worden. Hierbij is specifiek gelet op de factoren die bepalend zijn voor de aard en omvang van de milieueffecten, zoals het profiel van de bedrijvigheid. Ook is er gekeken naar wijzigingen in wet- en regelgeving en veranderingen in autonome ontwikkelingen. De verwachte effecten van het stedenbouwkundig raamwerk Grift 2022 zijn aanleiding om voor een groot deel van de omgevingsaspecten het MER Waalsprong 2003/2007 aan te vullen of te actualiseren: vanwege gewijzigde omstandigheden en nieuwe wet- en regelgeving (vallen/) valt (delen van) de ontwikkeling die de milieueffecten (veroorzaken) veroorzaakt niet meer binnen de bandbreedte van de uitgangspunten van de alternatieven die in het MER Waalsprong 2003/2007 zijn onderzocht. 1
In de Passende Beoordeling mag rekening worden gehouden met de effecten van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen zoals het inzetten van externe saldering of verleasen. Daarbij is wel vereist dat de positieve effecten van deze maatregelen vast staan. 17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
10
De onderzoeken die op basis van de actualisatietoets volledig opnieuw zijn opgesteld in het kader van de gebiedsontwikkeling, zijn: Verkeer Geluid Stikstof Externe veiligheid Luchtkwaliteit De andere deelonderzoeken in het MER zijn grotendeels gebaseerd op bestaande kennis en inzichten, gebaseerd op eerdere onderzoeken in het kader van de ontwikkelingen in de Waalsprong. In hoofdstuk 4 wordt de uitwerking van de deelonderzoeken in het MER gedetailleerd toegelicht.
1.4
Procedure voor het plan-m.e.r.
De m.e.r.-procedure is wettelijk geregeld in de Wet Milieubeheer en diverse uitvoeringsbesluiten. Er zijn twee mogelijke procedures; de uitgebreide procedure en de beperkte procedure. Wat betreft de stedelijke ontwikkeling in de Waalsprong is op basis van het Besluit milieueffectrapportage in 2003 een MER opgesteld. Dat MER is opgesteld met een vergelijkbare procedure conform de uitgebreide procedure. Zoals hiervoor aangegeven wordt in het nu op te stellen plan-MER onder meer ingegaan op de relevante wijzigingen in de project-/planomgeving die zich hebben voorgedaan ten opzichte van het MER 2003 (zoals aangevuld in 2007). Voor een plan-m.e.r. geldt de uitgebreide m.e.r.-procedure. De procedure kent de volgende stappen: 1. Notitie reikwijdte en detailniveau: actualisatietoets De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) vereist verder dat, voordat een milieueffectrapport wordt opgesteld, partijen worden geraadpleegd over de aanpak van het m.e.r.-onderzoek (de reikwijdte en het detailniveau). De Notitie Reikwijdte en Detailniveau is in de vorm van een actualisatietoets (zie vorige paragraaf en hoofdstuk 4 van dit MER) ter kennisgeving gedeeld met betrokken instanties. Met de reacties die hierop zijn ingediend, is rekening gehouden bij het opstellen van dit MER. 2. Opstellen MER Het MER omvat alle milieuonderzoeken die in het kader van de m.e.r.
zijn uitgevoerd, alsmede een beschrijving van het voornemen en het wettelijk kader. Het MER bestaat uit de volgende onderdelen:
Samenvatting De samenvatting van het MER beschrijft de alternatieven en een vergelijking van de belangrijkste milieueffecten van deze alternatieven. De samenvatting is zelfstandig leesbaar en biedt een duidelijk en beknopt overzicht voor belangstellenden.
Milieueffectrapport Hoofdrapport Het eerste deel van het MER is het hoofdrapport (voorliggend rapport). Dit geeft een overzicht van het project, beleid, wet- en regelgeving, de kenmerken van het plan- en studiegebied en een beschrijving van de ‘huidige situatie en de referentie situatie’ in het plangebied. Niet alleen de werkwijze, maar ook de belangrijkste uitgangspunten en resultaten van de effectbeschrijving zijn in dit document beschreven. Het hoofddoel van het MER is het in beeld brengen van de mogelijke gevolgen die het project en de alternatieven hebben voor het milieu en een motivering van de manier waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven aan de hand van een vergelijking met de ‘referentie situatie’. In het hoofdrapport komen diverse onderzoeksthema’s aan bod (zie hoofdstuk 4).
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
11
Bijlagen In het MER wordt met regelmaat verwezen naar bijlagen die als aanvulling aan bij de deelonderzoeken zijn te raadplegen. Het betreft onderzoeken die naar aanleiding van de actualisatietoets opnieuw zijn opgesteld in het kader van de ontwikkeling. Hierin worden de verschillende milieueffecten in meer detail beschreven en beoordeeld. Het betreft onderzoeksrapporten voor verkeer, geluid, stikstof en externe veiligheid.
3. Openbaar maken van het MER en raadpleging Commissie voor de m.e.r. Het MER wordt ter inzage gelegd en voor advies verzonden aan de Commissie voor de m.e.r.; een inhoudelijk adviesorgaan. De terinzagelegging gebeurt gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan dat ten behoeve van de gebiedsontwikkeling wordt opgesteld. 4. Zienswijzen indienen De mogelijkheid om inspraak in te dienen op het MER vindt plaats tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en het bijbehorend MER. Na verwerking van de zienswijzen zullen de definitieve besluiten worden vastgesteld. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend of die zich keren tegen wijzigingen in het bestemmingsplan kunnen beroep instellen bij de Raad van State. Tevens staat beroep open voor belanghebbenden die vanwege een verschoonbare reden geen zienswijzen bij de raad hebben kunnen indienen. De termijn daarvoor is zes weken. 5. Advies Commissie voor de m.e.r. De Commissie voor de m.e.r. geeft eveneens een advies op de inhoud van het MER (toetsingsadvies) waarbij zij de ingekomen zienswijzen kan betrekken. Eventueel geven de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. aanleiding tot het maken van een aanvulling op het MER, bijvoorbeeld om een aantal zaken verder uit te diepen of accenten aan te brengen. 6.
Vaststellen plan inclusief motivering Het bevoegd gezag stelt de definitieve plannen vast en geeft daarbij aan hoe rekening is gehouden met de in het MER beschreven milieugevolgen en wat de overwegingen zijn met betrekking tot de in het MER beschreven alternatieven, de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. 7. Bekendmaken plan De vastgestelde plannen en benodigde vergunningen worden bekendgemaakt; de genomen besluiten worden medegedeeld aan de adviseurs, betrokken overheidsorganen en reclamanten. Daarna start de fase van een mogelijk beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 8. Evaluatie Na vaststelling van een m.e.r.-plichtig plan of het nemen van een m.e.r.-plichtig besluit moet het betreffende bevoegd gezag de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van de voorgenomen activiteit onderzoeken.
1.5
Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte
Het planologisch vastleggen van de uitbreiding van De Grift gebeurt middels het opstellen van een nieuw bestemmingsplan: een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Als voorloper op de Omgevingswet- en in het kader van de Crisis- en herstelwet (Chw 2008), is het gemeenten toegestaan aan de hand van zo’n
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
12
bestemmingsplan een specifiek initiatief te ontwikkelen. Binnen de kaders van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, mag op bepaalde onderdelen worden afgeweken van een aantal wetten en besluiten 2. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gaat uit van uitnodiging- en toelatingsplanologie. Dit betekent dat door middel van globale afbakening van kaders en bestemmingen, door een gemeente kan worden vastgelegd waar een initiatief aan moet voldoen voor wat betreft de eisen voor onder andere geluid of geur, zodat de veiligheid en gezondheid, of milieu en duurzaamheid worden gewaarborgd. Een gemeente controleert en waarborgt de kaders van het bestemmingsplan waarbinnen initiatieven en ontwikkelingen vanuit de markt tot stand komen. De uitbreiding van De Grift op basis van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een aangewezen manier om het milieubelang en de maatschappelijke belangen die met de uitbreiding gepaard gaan, op een flexibele wijze vast te leggen.
1.6
Leeswijzer
Het volgende hoofdstuk beschrijft het plangebied waar dit MER zich op richt: het plangebied van de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Daarnaast wordt een toelichting gegeven op de voorgenomen ontwikkelingen: de toekomstige invulling van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de alternatievenvergelijking toegelicht, waarbij wordt gekeken naar de referentiesituatie met autonome ontwikkelingen in het plangebied en het mogelijk doortrekken van de A15 als onderdeel van de alternatievenvergelijking. Hoofdstuk 4 beschrijft de milieueffecten die als gevolg van de gebiedsontwikkeling optreden vanuit verschillende milieuthema’s. In hoofdstuk 5 wordt een conclusie gegeven aan de hand van de alternatievenvergelijking in het MER.
2
In artikel 7c van Besluit uitvoering Chw staan aanvullingen en afwijkingen ten opzichte van bestaande wetgeving. Zie: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/crisis-en-herstelwet/afd-2-innovatie/aangewezen/ruimte/bredere-reikwijdte/ 17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
13
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
14
2
Het plangebied en de opgaven
2.1
Plangebied en karakteristieken
De uitbreiding van bedrijventerrein De Grift is dus onderdeel van gebiedsontwikkeling de Waalsprong: de grootschalige ontwikkeling van Nijmegen aan de noordkant van de Waal. De Grift ligt in noordelijke deel van de Waalsprong, in de hoek van het kruispunt van de A15 en de spoorlijn naar Nijmegen. Het terrein wordt in het noorden begrensd door de A15, in het zuiden door de Stationsstraat en in het oosten en westen door respectievelijk het spoor Arnhem-Nijmegen en de Griftdijk. Het plangebied voor de uitbreiding van De Grift ligt tegen het bestaande bedrijventerreinen De Grift en De Rietgraaf, waar bedrijven met beperkte industriële en (groot)handelsactiviteiten zijn gevestigd. Figuur 2-1Bestaande structuren rondom het plangebied De Grift (bron: gemeente Nijmegen, bewerking: Royal HaskoningDHV).
Figuur 2-2 Detailoverzicht plangebied Bedrijventerrein De Grift (bron: gemeente Nijmegen, bewerking: Royal HaskoningDHV).
In de huidige situatie heeft het plangebied waarop de ontwikkeling moet plaatsvinden, voornamelijk een agrarische functie. Langs de Griftdijk en de Stationsstraat staan agrarische gebouwen met daarachter gelegen weide- en akkergronden. Van sommige percelen is de functie ondertussen veranderd naar bijvoorbeeld bedrijf of woning.
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
15
Binnen het beoogde uitbreidingsgebied van het bedrijventerrein De Grift West bevindt zich nu nog een bovengrondse hoogspanningsverbinding die onderdeel uitmaakt van het landelijk hoogspanningsnet en die in beheer en eigendom zijn van TenneT. Daarnaast valt het in aanbouw zijnde transformatorstation binnen het gebied. In een gezamenlijk initiatief hebben burgers uit Nijmegen en omgeving Windpark Nijmegen-Betuwe gerealiseerd. Het windpark, met vier windmolens, levert sinds eind 2016 duurzame energie voor ruim 7.000 huishoudens per jaar. Windpark Nijmegen-Betuwe ligt op Nijmeegse grondgebied, langs de snelweg A15.
2.2
De opgave
Nijmegen vult de behoefte naar bedrijventerreinen in met de uitbreiding van De Grift. De marktverkenning voor De Grift laat zien dat er ruimtevraag is voor de verschillende werkmilieus waar De Grift geschikt voor is: XXL en reguliere logistiek, maakindustrie en klassiek-gemengd. Ook het Regionaal Programma Werklocaties 3 (RPW) 2021-2024 onderschrijft deze ruimtevraag. Het (RPW) bevat de keuzes die de gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen maken voor het in balans brengen van vraag en aanbod naar werklocaties, inclusief afspraken over monitoring, evaluatie en herijking. Daarnaast heeft de gemeente een werkgelegenheidsambitie van een groei van 1.000 banen per jaar. Hierbij is dit nieuwe bedrijventerrein van belang. Voor een deel (26%) wordt deze werkgelegenheid op bedrijventerreinen gerealiseerd. De Grift kan daarmee ruimte bieden voor zowel regionale bedrijvigheid als aan XXL-logistiek. Het uitbreiden van De Grift is een logische keuze gezien de logistieke kenmerken van het plangebied. De bereikbaarheid van het gebied is goed door de ligging aan de goederenvervoerscorridor A15. Onderdeel van de A15 is de aanpak van Knoop 38. Hierdoor verbeterd de bereikbaarheid voor auto, fiets en openbaar vervoer. Verder is de Provincie bezig met de planvoorbereiding van de Railterminal Gelderland (RTG) en is ten westen van het plangebied Park15 gerealiseerd, een logistiek bedrijventerrein.
Daarnaast bieden de Waal en het MaasWaalkanaal vervolg-transportmogelijkheden via water in oostelijke, zuidelijk en westelijke richting. XXL-logistiek speelt in toenemende mate een rol in de circulaire economie. De beste kansen voor circulair logistiek vastgoed zijn op locaties met milieuruimte en bij voorkeur multimodaal ontsloten. Nederland staat bekend als aantrekkelijk logistiek- en distributieland. De sector biedt een hoge mate van werkgelegenheid. De locatie op de Grift is bovendien als knooppunt binnen de economie een onderdeel van een veel grotere logistieke keten met toegevoegde waarde voor havens, logistieke dienstverleners en het achterland. In het kader van circulaire economie is in de planvorming van belang om slim om te gaan met het benutten van de bebouwde vierkante meters, door vastgoed te ontwikkelen op een multifunctionele, duurzame en energiezuinige wijze.
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
16
2.3
De voorgenomen activiteit
Het voornemen De uitbreiding van De Grift biedt ruimte aan circa 30 hectare netto bedrijventerrein: circa15 hectare voor XXL-logistiek in Noord, circa 7 hectare voor regionale bedrijvigheid (reguliere logistiek, stadsdistributie, maakindustrie en klassiek-gemengd) in Noord en Zuid en circa 8 hectare voor kleinschalige lokale bedrijvigheid (klassiek-gemengd/maakindustrie; kavels tot 5.000m2) in Noord, Zuid en West. Aanvullend wordt de aangrenzende infrastructuur aangepast: er komt een nieuwe aansluiting van De Grift Noord op de Griftdijk, de aansluiting van bedrijventerrein Rietgraaf (Windmolenweg) op de Griftdijk wordt verbeterd met verkeerslichten, en de rotonde Griftdijk – Stationsstraat wordt vervangen door een kruispunt met verkeerslichten. Verder wordt er een tweerichtingen fietspad langs de Griftdijk aangelegd en worden – waar nodig – voetpaden gerealiseerd. Om te voldoen aan de groeiende behoefte voor een nieuw bedrijventerrein, heeft de gemeente Nijmegen besloten het bedrijventerrein De Grift uit te bereiden en geschikt te maken voor de huisvesting van XXLlogistiek. Vanaf de A15 zal de bebouwing richting Lent en Oosterhout steeds fijnmaziger worden en daarmee bij dragen aan het stedelijke gevoel en de entree van de stad.
Clustering en landschappelijke inpassing De uitbreiding van De Grift sluit aan op de bestaande bedrijventerreinen Rietgraaf en De Grift, maar ook op het westelijk gelegen Park15. Met de uitbreiding van De Grift ontstaat er bij afslag 38 aan de zuidzijde van de A15 een intergemeentelijke werklocatie die past bij de ambities van de goederenvervoerscorridor en een goede verbinding heeft met Duitsland (zeker na doortrekking A15). Figuur 2-3 geeft een indruk van de opzet van De Grift. Binnen de uit te geven gebieden liggen de kavelgrenzen nog niet vast en kunnen deze wijzigen naar gelang de wensen van geïnteresseerde bedrijven. De bedoeling is dat de grote kavels juist aan de rand van het terrein liggen en kavelgroottes binnenin aansluiten bij de korrelgrootte van het bestaande bedrijventerrein. Figuur 2-3 Ligging en grootte van de deelgebieden (bron: gemeente Nijmegen)
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
17
Deelgebied De Grift Noord De Grift Noord is het grootste deelgebied en biedt ruimte voor circa 15 hectare aan XXL-kavels voor logistieke bedrijvigheid en kavels voor regionale logistiek, zoals transport- en distributiebedrijven die leveren aan Park15 of aan de stad. De kavels in dit deelgebied zijn in de toekomst vrijwel direct ontsloten op de A15, multimodaal op het spoor, op de nabijgelegen haven en op het centrum van Nijmegen. De kavels langs de Griftdijk en Stationsstraat zijn meer gericht op lokale en regionale bedrijven vallend in de werkmilieus klassiek-gemengd en/of maakindustrie. Deelgebied De Grift Zuid Dit deelgebied ligt ten zuiden van Stationsstraat tegen de woningbouw van de wijk Zuiderveld aan. Ook hier kunnen zich een aantal grotere (regionale) bedrijven en kleinere lokale bedrijven vestigen, zoals groothandelsbedrijven, bouw- en installatiebedrijven of maakindustrie. Tussen De Grift Zuid en de woonwijk komt een groenstrook, zodat er voldoende afstand tussen het bedrijventerrein en de woningbouw is. Deelgebied De Grift West De Grift West is gelegen aan de Stationsstraat tegen de gemeentegrens met Overbetuwe aan. De Grift West is het kleinste deelgebied. De kavels in het gebied zijn klein en zijn met name bedoeld voor lokale bedrijvigheid. De werkmilieus klassiek-gemengd past het beste bij dit deel van De Grift.
Er is geen ruimte voor kantoren en detailhandel, maar wel voor bedrijfsverzamelgebouw, ambachtsbedrijven, reparatiebedrijven, lokale bedrijfsverplaatsingen, ruimte voor startende bedrijven, commerciële dienstverlening. Infrastructuur Onderdeel van de plannen de Grift ook de aanpassing van de infrastructuur en kruispunten rondom De Griftdijk. De rotonde tussen de Griftdijk en de Stationsstraat is als gevolg van ontwikkelingen in de Waalsprong en een toenemend aantal verkeersbewegingen aan vervanging toe. Het plan is om de rotonde te vervangen door een kruispunt met verkeerslichten. Op de Griftdijk komt een nieuwe aansluiting om De Grift Noord te ontsluiten. Ook wordt de aansluiting van bedrijventerrein Rietgraaf (Windmolenweg) op de Griftdijk verbeterd. Langs de Griftdijk wordt een fietspad aangelegd en waar nodig en mogelijk voetpaden. De Grift Noord wordt met de nieuwe aansluiting direct ontsloten op de Griftdijk, waardoor er een directe connectie met het rijkswegennet ontstaat. De Grift West en De Grift Zuid worden via een insteekweg ontsloten op de Stationsstraat. Groen en duurzaam Het groen dat wordt aangebracht op het bedrijventerrein vervult meerdere functies. Het wordt gebruikt als omkadering van de kavels, het zorgt voor waterberging en het vormt de basis voor flora en fauna in het gebied. Daarnaast is het een beeldbepalend aspect van het toekomstige bedrijventerrein.
Bij de gebiedsontwikkelingen in Nijmegen staat duurzaamheid centraal. Zo wordt bij de uitbreiding van De Grift vastgehouden aan de gemeentelijke ambities om in 2045 een ‘energie neutrale stad’ te zijn. Binnen het plangebied zijn al 4 windturbines gerealiseerd. De Grift biedt daarnaast goede kansen als energieopwekkend bedrijventerrein. Een minimumambitie hierbij is het benutten van beschikbare dakvlakken voor zonne-energie en het gebruik van duurzame energie en duurzame mobiliteit door de te vestigen functies.
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
18
3
Alternatieven in het MER
3.1
Inleiding
Volgens de Wet milieubeheer (Wm) moet het MER niet alleen de voorgenomen activiteit beschrijven en onderzoeken, maar moeten ook alternatieven, in beschouwing worden genomen in de effectbeoordeling (artikel 7.23 lid 1 onder b Wm). Dit hoofdstuk beschrijft de hoe de effectbeoordeling in het MER is opgebouwd en gaat in op van het voornemen, de referentiesituatie en de alternatieven.
3.2
Referentiesituatie
In een MER worden de effecten van de ontwikkeling en van de alternatieven voor de ontwikkeling vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie is de situatie die naar verwachting zal ontstaan als de voorgenomen ontwikkeling (uitbreiding bedrijventerrein De Grift) niet wordt gerealiseerd. Daarbij is een planhorizon van ongeveer 10 jaar aangehouden. De referentiesituatie kijkt in de toekomst en is gebaseerd op de bestaande situatie van het milieu en omgeving, samen met de gevolgen van de zogenaamde autonome ontwikkelingen in- en rondom het plangebied. Het beschrijven van de referentiesituatie vraagt dus om een gedegen analyse van de vraag hoe het plan- en studiegebied er in de toekomst uit zou kunnen zien bij uitwerking van reeds vastgesteld beleid. Er kan een verschil zitten in de daadwerkelijke huidige situatie en de planologisch mogelijke situatie (het niet volledig benutten van mogelijkheden in een omgevingsvergunning). Voor de beschrijving van de referentiesituatie wordt uitgegaan van de feitelijke, bestaande situatie in het gebied, aangevuld met concrete ontwikkelingen die nog niet zijn gerealiseerd, maar waarover wel al besluiten zijn genomen. Besluiten zoals omgevingsvergunningen voor uitbreiding van bedrijven of nieuwe functies in het plangebied en hoe deze er naar verwachting uit zullen zien: de autonome ontwikkelingen.
Daarnaast wordt er rekening gehouden met de verwachte autonome ontwikkeling van het verkeer in het plangebied en het studiegebied en de aan het verkeer gerelateerde emissies en immissies (met name geluid en luchtkwaliteit). De uitgangspunten die hiervoor worden gehanteerd worden in de betreffende onderzoeken in het MER onderbouwd.
3.3
Autonome ontwikkelingen
De autonome ontwikkelingen zijn dus alle ontwikkelingen en activiteiten die met enige zekerheid zullen plaatsvinden, ook al gaat de voorgenomen activiteit (het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift) niet door. Het betreft de volgende voorgenomen ontwikkelingen in en om het plangebied: Waalsprong De Waalsprong, ook Nijmegen-Noord genoemd, is de VINEX-locatie in Nijmegen ten noorden van de rivier de Waal, tussen de bestaande dorpen Lent, Ressen en Oosterhout. In totaal worden hier zo'n 19.000 woningen gebouwd. De Waalsprong ingedeeld in twee delen: het zuidelijke deel rond het bestaande dorp Lent en het noordelijke deel vlak bij het dorp Oosterhout. Het gedeelte rond Lent (Hof van Holland) is het meest stedelijke deel van de Waalsprong worden. Hier komt ook het winkelcentrum van de Waalsprong. Rondom dit centrumgebied worden een aantal nieuwe woonwijken gebouwd. Een van de nieuwe woonwijken, waarin ook de nieuwe locatie van het Citadel College is gelegen, is vlak bij de Waaldijk gebouwd. De bouw van deze wijk was problematisch, doordat dit gebied ook is aangewezen als mogelijk overloopgebied van de Waal. Hoe dit gebied eruit zal gaan zien is dan ook nog onduidelijk. Het gedeelte rond het dorp Oosterhout en het gelijknamige landgoed wordt qua karakter meer landelijk.
De bouw van dit gebied is op dit moment vergevorderd: de woonwijken De Boomgaard, De Elten en Het Nijland zijn al
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
19
opgeleverd en de wijken Grote Boel en Zuiderveld zijn in aanbouw. Doordat een gebied tussen Oosterhout en Lent niet bebouwd wordt, betekent dit dat dit een soort 'satellietwijk' is geworden die door een strook landbouwgebied wordt gescheiden van de rest van de stad. Dit gebied tussen Oosterhout en Lent zal worden getransformeerd tot De Waaijer, een natuur- en recreatiegebied.
Figuur 3-1 Overzicht autonome ontwikkelingen De Grift (bron: gemeente Nijmegen, bewerking: Royal HaskoningDHV).
Knoop 38 Een bundeling aan projecten en initiatieven in de Waalsprong rondom De Grift wordt uitgewerkt onder de noemer Knoop 38, verwijzend naar de afslag in de A15. Rondom Knoop 38 staan de komende jaren veel ontwikkelingen op de agenda. De ontwikkelingen hebben allemaal (in verschillende mate) hun effect op de omgeving. Voorbeelden zijn de railterminal, het plaatsen van windturbines, ontwikkeling bedrijventerreinen Park15 (en mogelijk op termijn De Grift) én ontwikkeling van landschapspark De Danenberg. Een opsomming van de projecten binnen Knoop 38 is als volgt: Park15 Aan de Westzijde van het bedrijventerrein begint het bedrijventerrein Park15 waar nog enkele kavels bebouwd zullen worden met verschillende bedrijfs-gerelateerde objecten. Ook staan in Park 15 nog enkele windturbines op het programma. Railterminal Gelderland (RTG) In het gebied rond afslag 38 van de A15 is de provincie Gelderland van plan om Railterminal Gelderland aan te leggen. De geplande ligging is direct aan de Betuweroute, nabij Valburg/Elst en buurtschap Eimeren en Reeth. Hiermee draagt zij bij aan een reductie van de CO2-uitstoot door goederenvervoer over het spoor aantrekkelijker te maken. Ondertussen worden de A15 en de Betuweroute worden steeds drukker en is de vraag naar een containeroverslag van trein naar vrachtwagen en vice versa steeds groter.
In de referentiesituatie verandert de infrastructuur daardoor bij het kruispunt Reethsestraat – Rijksweg zuid. Op deze locatie is momenteel een voorrangskruispunt. Als gevolg van de ontwikkeling van het RTG wordt de kruising uitgebouwd en voorzien van een VRI. Landschapspark de Danenberg Landschapspark de Danenberg is bedoeld als groene buffer tussen Slijk-Ewijk en Oosterhout, om verdere verstedelijking vanuit bedrijvenpark Park 15 richting Slijk-Ewijk te voorkomen. De gemeente Overbetuwe is eigenaar van het middengebied van landschapspark De Danenberg. Twee andere delen
17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
20
van het landschapspark, bij Slijk-Ewijk en bij de Nieuwedijk, worden door Kondor Wessels Projecten (KWP) verder uitgewerkt en gerealiseerd. Hier komt een apart bestemmingsplan voor. Dorpensingel Er komt een nieuwe weg tussen het Keizer Augustusplein (de Ovatonde) en de Zandsestraat. De weg heeft als tijdelijke naam Dorpensingel-Oost. Deze weg is nodig omdat Nijmegen-Noord snel groeit. Tegelijk met de nieuwe weg passen we in het project Dorpensingel de verkeerssituatie op drie andere plekken aan. Het project Dorpensingel zorgt ervoor dat Nijmegen-Noord en Bemmel goed bereikbaar blijven en dat de verkeerssituatie in het gebied veiliger wordt. De gemeenten Nijmegen en Lingewaard voeren het project Dorpensingel samen uit. VeluweWaalpad Er komt een fietsroute tussen Arnhem en Nijmegen: het VeluweWaalpad. Gemeenten voorzien dat de verkeersproblemen in de regio toenemen en willen daarom meer ruimte scheppen voor fietsers. Vandaar dat er nu een plan ligt voor een nieuwe, snelle fietsverbinding die dwars door nieuwe woonwijken als Westeraam (Elst) en Schuytgraaf (Arnhem) loopt en langs treinstations komt. Initiatiefnemers zijn de provincie Gelderland, de gemeenten Arnhem, Renkum, Overbetuwe, Lingewaard, Nijmegen en de Groene Metropoolregio. Het precieze tracé van het VeluweWaalpad is nog in onderzoek.
Transformatiestation De Grift Ten noorden van de Rietgraaf is een transformatorstation in aanbouw; deze zal medio 2023 in werking treden. Hiermee is de stroomvoorziening in Nijmegen Noord weer op orde. Dit is via een apart bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Tevens is via een separaat bestemmingsplan het onder de grond brengen (onderkabeling) van de hoogspanningsleiding, van het sportcomplex tot het nieuwe transformatorstation, mogelijk gemaakt (ook in uitvoering). Skaeve Huse De gemeente Nijmegen heeft besloten om de bouw van acht Skaeve Huse mogelijk te maken aan de Stationsstraat. Dit zijn kleine, eenvoudige zorgwoningen voor voormalig dak- en thuislozen, die niet in andere woonvormen kunnen leven. Het terrein aan de Stationsstraat kan maximaal 10 jaar worden ingezet voor Skaeve Huse. De beoogde bouwlocatie ligt aan de Stationsstraat net vóór de opgang naar het viaduct/de bocht richting Ressen. De kavel voor deze woningen bevindt zich ten oosten van de te ontwikkelen gronden in het bedrijventerrein.
3.4
Alternatieven in het MER
De ontwikkeling van bedrijventerrein De Grift is sinds eind jaren ’90 onderdeel van de gebiedsontwikkeling Waalsprong. Daarmee waren ook de milieueffecten van deze ontwikkeling onderdeel van het MER Waalsprong 2003. Bij het opstellen van dit MER was de gemeente Nijmegen zich ervan bewust dat de ontwikkeling van de omvangrijke stadsuitbreiding - gezien de jarenlange realisatietijd - niet bij de start geheel zou kunnen worden vastgelegd. Daarom zijn in het MER Waalsprong 2003 bouwstenen en alternatieven voor de ontwikkeling van het terrein breed onderzocht op milieueffecten. Nadien heeft er in 2007 nog een actualisatie van het MER Waalsprong 2003 plaatsgevonden vanwege een wijziging in de verkeersstructuur: Aanvulling MER Waalsprong 2007. In deze aanvulling zijn de milieueffecten onderzocht als gevolg van (alternatieven voor) maatregelen voor een betere doorstroming op de Prins Mauritssingel / A325 richting het centrum van Nijmegen. Dit zou ook met de tweede stadsbrug ‘De Oversteek’ bij Nijmegen en verbreding van rijksweg A50 een knelpunt blijven vormen. Op basis van de voorgeschiedenis van de gebiedsontwikkelingen en de daarbij reeds uitgewerkte alternatieven, bevat voorliggend MER geen locatiealternatieven voor het bedrijventerrein, de inrichting van 17 februari 2023
MER Bedrijventerrein de Grift
21
het bedrijventerrein en de infrastructuur. De locatie, ontwikkelingen en de gebiedsindeling liggen vast in dit MER. In MER Waalsprong 2003/2007 is dit gebied uitgebreid onderzocht op omgevingseffecten. Het onderscheid in de alternatieven in dit MER zit in de ruimtelijke context waarbinnen de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift wordt gerealiseerd: enerzijds mét een doorgetrokken A15 vanaf Bemmel naar Zevenaar en anderzijds zonder deze doortrekking. Vanwege de onzekerheid over deze ontwikkeling, is het MER toekomstbestendig en voorbereid op het besluit over het al dan niet door laten gaan van de doortrekking van de A15 en de daarmee gepaard gaande omgevingseffecten. In het alternatief mét doortrekking van de A15, is een aantal aanvullende infrastructurele maatregelen rondom het plangebied voorzien ten opzichte van de situatie zónder doortrekking van de A15 (zie ook blauw kader op volgende pagina). Deze aanpassingen van de infrastructuur hebben gevolgen voor de verkeersafwikkeling van het plangebied en de omgeving. Deze variatie in afwikkeling zorgt voor verschillen in verkeersbeeld en is onder andere relevant voor de milieuonderzoeken geluid en stikstof. Het doortrekken van de A15 is daarmee in het MER relevant voor de thema’s verkeer en de daaraan gerelateerde aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, stikstof en gezondheid.