CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Onderzoek Externe Veiligheid

Besluitronde (raadsvergadering) 24 april 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld) en Beeldkwaliteitsplan Zwanenpark (24/2024)6.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen Onderzoek externe veiligheid

Status Versie Rapport Datum

definitief 003 M.2022.0189.00.R001 26 mei 2023

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Colofon Zwanenveld B.V. Burgemeester van der Zandestraat 21, 7051 CS Varsseveld

Contactpersoon opdrachtgever

de heer F. (Frank) ten Hove FtenHove@tenbrinke.com

Project Betreft Uw kenmerk

Zwanenpark Nijmegen Onderzoek externe veiligheid -

Rapport Datum Versie Status

M.2022.0189.00.R001 26 mei 2023 003 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

drs. E. (Elias) den Breejen 088 346 78 22 edb@dgmr.nl

Auteur

drs. E. (Elias) den Breejen 088 346 78 22 edb@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren 088 346 78 00 ks@dgmr.nl

2e lezer/secr.

RBO|OZU|SMI|MHK

2

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Opdrachtgever

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Wetgeving 2.1 Landelijke wetgeving 2.2 Gemeentelijk beleid 2.3 Toekomstig beleid: Omgevingswet

6 6 7 7

3. Situatie 3.1 Het plan 3.2 Risicobronnen in de omgeving

10 10 10

4. Risicoanalyses 4.1 Uitgangspunten 4.2 Resultaten

13 13 14

5. Aanzet verantwoording 5.1 Algemene beschouwing 5.2 Noodzaak 5.3 Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen 5.4 Bronmaatregelen 5.5 Objectgerelateerde maatregelen 5.6 Zelfredzaamheid 5.7 Bestrijding van een ramp 5.8 Aandachtsgebieden

17 17 17 18 18 18 19 19 19

6. Conclusie

20

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Populatie Modeluitvoer risicoberekeningen RBMII spoor

3

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

1. Inleiding Ten Brinke en Slokker Vastgoed BV zijn betrokken bij de ontwikkeling van het Zwanenpark in Nijmegen. Op deze locatie zijn negen gebouwen voorzien voor woningen, waarvan drie gecombineerd met publieke functies. Figuur 1 toont een plattegrond van het plan.

In het huidige bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 van 9 maart 2022 is deze locatie als maatschappelijk aangewezen. Om het plan te mogen realiseren, is een ruimtelijke procedure nodig, zoals een wijziging van het bestemmingsplan. Vanwege enkele nabijgelegen risicobronnen is voor deze procedure een onderzoek externe veiligheid nodig. In deze rapportage beschrijven wij het benodigde onderzoek en maken inzichtelijk hoe de externe risico’s veranderen bij de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast doen wij een voorzet hoe de gemeente de vastgestelde externe risico’s kan verantwoorden. De hoofdvragen luiden: 1. 2. 3. 4.

Welke risicobronnen liggen in de omgeving van de planlocatie? Voldoet het plan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico? Hoe verandert het groepsrisico als gevolg van de herbestemming van het voorgenomen gebied? Hoe kan de gemeente Nijmegen de voorgenomen verandering van het groepsrisico verantwoorden?

In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader voor externe veiligheid uitgewerkt. Hoofdstuk 3 beschrijft het voorgenomen plan en de risicobronnen in de omgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de risicoberekening voor de meest relevante risicobron: het naastgelegen spoor. Vervolgens doen we

4

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

figuur 1: plattegrond Zwanenpark

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

in hoofdstuk 5 een aanzet hoe de gemeente Nijmegen met de vastgestelde risico’s kan omgaan en sluiten we het rapport af met een conclusie in hoofdstuk 6.

5

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

2. Wetgeving 2.1 Landelijke wetgeving Externe veiligheid beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit met gevaarlijke stoffen slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Dit kan zowel een transportroute als een inrichting betreffen. De wetgeving voor externe veiligheid rondom inrichtingen staat beschreven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de wetgeving externe veiligheid langs transportroutes in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Daarnaast is er nog het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid externe veiligheid is gericht op een verantwoorde situering van activiteiten waarbij ongevallen met effecten op de omgeving niet kunnen worden uitgesloten. De omvang van de gevaren voor de omgeving wordt uitgedrukt met twee risicobegrippen: plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Voor de mate van aanvaardbaarheid van deze risico’s zijn in het Bevi, Bevt en Bevb normen en richtwaarden vastgesteld. Onder het plaatsgebonden risico (PR) wordt verstaan: de kans per jaar op het overlijden van een fictief persoon op een vaste locatie ten gevolge van een ongeval. Het PR met een bepaalde waarde kan rond een inrichting of een vervoersas als lijn op de kaart worden weergegeven, de zogenoemde risicocontour.

Voor het plaatsgebonden risico bij zo’n contour geldt een grenswaarde: in een nieuwe situatie mag een kwetsbaar object, zoals bijvoorbeeld de voorgenomen woningbouw, niet binnen een 10 -6/jaarcontour liggen (10-6/jaar is een verkorte schrijfwijze voor eens per miljoen jaar, vandaar het jargon ‘10 min 6’ voor de kans 1/1.000.000 jaar). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt ook de waarde van 10-6/jaar, maar nu met de status van richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag gemotiveerd kan afwijken.

Als een bestemmingsplan of ander ruimtelijk besluit (deels) binnen het invloedsgebied van een risicobron ligt, moet de gemeente bij vaststelling van het bestemmingsplan of ruimtelijk besluit het groepsrisico verantwoorden. Het Bevt stelt daarbij in artikel 7 en 8 lid 1 welke criteria moeten worden verantwoord bij een ruimtelijk besluit. Artikel 7 is altijd van toepassing als het plan binnen het invloedsgebied ligt. Artikel 8 lid 1 is niet van toepassing als: 1 De ontwikkeling geheel op meer dan 200 meter van de transportroute ligt. 2 Het groepsrisico kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. 3 Het groepsrisico minder dan 10% toeneemt en kleiner dan de oriëntatiewaarde is.

6

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Het groepsrisico (GR) is gedefinieerd als de cumulatieve kans per jaar, dat een groep van tien of meer personen dodelijk slachtoffer is van een ongeval. Zowel de bronkant (inrichtingen met gevaarlijke stoffen of vervoer van gevaarlijke stoffen), als de blootgestelde kant (personen in de omgeving) bepalen de hoogte van het groepsrisico. Dit is één van de resultaten voor de rampenbestrijding, waarbij vastgesteld wordt of de voorgenomen activiteit nog wel past binnen de beschikbare operationele prestatie van hulpverleningsdiensten. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde, die het bevoegd gezag gebruikt bij de motivering van de groepsrisicohoogte.

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Artikel 7 gaat in op: a De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de transportroute voor gevaarlijke stoffen, en b De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het plangebied waarover het plan gaat, om zich in veiligheid te brengen wanneer zich op de nabijgelegen transportroute een ramp voordoet. Artikel 8 lid 1 gaat in op: a De dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute en de gevolgen van het ruimtelijk plan op de te verwachten dichtheid. b De hoogte van het groepsrisico. c Maatregelen ter beperking van het groepsrisico. d De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico. 2.2 Gemeentelijk beleid Het bevoegd gezag kan eisen stellen aan de omvang van deze verantwoording. De gemeente Nijmegen heeft dit beleid verwoord in haar Beleidsvisie externe veiligheid1. Dit beleid kent drie gradaties en per bron is het verantwoordingsniveau afhankelijk van de aard van de voorgenomen ontwikkeling en van de afstand tot de risicobron. Met betrekking tot de beschouwde risicobronnen geldt voor de voorgenomen woningen het volgende verantwoordingsniveau: tabel 1: verantwoordingsniveau voorgenomen woningbouw ten opzichte van nabijgelegen risicobronnen conform de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Risicobron Transport over het spoor Transport over het Maas-Waalkanaal Transport over de N326 Hoes Errogas (inmiddels Antargaz)

Afstand 39 meter 20 meter 100 meter 175 meter – buiten 10-8/jaar PR-contour

Zone / Verantwoordingsniveau Zone 2 – Verantwoordingsniveau 1 Zone 1– Verantwoordingsniveau 3b Zone 3– Verantwoordingsniveau 1 Zone 3– Verantwoordingsniveau 3a2

Bij verantwoordingsniveaus 1 en 2 moet worden ingegaan op de in het beleid aangegeven aspecten van de groepsrisicoverantwoording, waaronder de noodzaak van de ontwikkeling, ruimtelijke veiligheidsmaatregelen, bronmaatregelen, objectgerelateerde (bouwkundige) veiligheidsmaatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Daarbij worden deze criteria bij verantwoordingsniveau 1 zwaarder gewogen en zal hier dieper op in moeten worden gegaan dan bij niveau 2. Verantwoordingsniveau 3 is het lichtste verantwoordingsniveau en bestaat uit een standaard verantwoordingstekst. Er is een standaardverantwoording voor ontwikkelingen op grote afstand van de risicobron (3a) en een standaardverantwoording voor ontwikkelingen tussen 30 en 200 meter van transportroutes met een relatief laag risico (3b). 2.3 Toekomstig beleid: Omgevingswet Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet is in vier AMvB’s uitgewerkt: 1 Omgevingsbesluit 2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 4 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) 1

Beschikbaar via https://www.leefmilieu.nl/sites/www3.leefmilieu.nl/files/imported/pdf_s/201204_Beleidsvisie%20externe%20veiligheid%20Nijmegen.pdf 2 Het gemeentelijk beleid veronderstelt dat buiten de 10-8/jaar PR-contour het toxische scenario maatgevend is. Hoewel dat in de meeste gevallen klopt, betwijfelen wij of dat in dit geval ook juist is.

7

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Bij het beschouwen van externe veiligheid bij ruimtelijke plannen zijn het Bkl en het Bbl van toepassing: Het Bkl stelt vergelijkbare eisen als het huidige Bevi, Bevt en Bevb. Dit betekent dat rekening moet worden gehouden met externe risicobronnen, waarbij plannen moeten voldoen aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en het bevoegd gezag rekening moet houden met de kans op tien of meer slachtoffers (groepsrisico). Als hulpmiddel bij de verantwoording van het groepsrisico gelden straks drie typen aandachtsgebieden: • Brandaandachtsgebied (BAG): de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. Voor zowel het nabijgelegen spoor als het Maas-Waalkanaal geldt een brandaandachtsgebied van 30 meter. • Explosieaandachtsgebied (EAG): de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is; of b een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. Voor de transportroutes die in de Regeling basisnet staan aangewezen, waaronder de nabijgelegen spoorlijn en het Maas-Waalkanaal, gaat een explosieaandachtsgebied gelden van 200 meter.

• Gifwolkaandachtsgebied (GAG): de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling. Het gifwolkaandachtsgebied wordt per inrichting bepaald en is maximaal 1.500 meter. Deze gifwolkaandachtsgebieden zijn nog niet openbaar beschikbaar. Voor transportroutes wordt (vooralsnog) geen GAG aangewezen.

Het Bbl schrijft de bouwkundige maatregelen voor die gelden in een brandvoorschriftengebied en in een explosievoorschriftengebied. • Voor brandaandachtsgebieden zijn de maatregelen gericht op de beperking van brandoverslag door aanstraling en op vluchtmogelijkheden: ∙ Een uitwendige scheidingsconstructie heeft een brandwerendheid van minstens 60 minuten. ∙ De aan de buitenlucht grenzende zijde voldoet aan brandklasse A2. ∙ Het dak is bedekt met constructiematerialen die voldoen aan brandklasse A2. ∙ Vluchtmogelijkheden van de bron af. ∙ Het gebouw moet voldoen aan een bepaalde sterkte in geval van brand. • Voor een explosieaandachtsgebied geldt artikel 4.96 Bbl. Dit betekent dat in een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing zodanig moet worden uitgevoerd dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen.

8

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Voor het explosieaandachtsgebied en het brandaandachtsgebied kan de gemeente een explosievoorschriftengebied en een brandvoorschriftengebied aanwijzen, waarin de aanvullende bouwkundige eisen gelden volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger Bouwbesluit). Een gemeente is niet verplicht een dergelijk voorschriftengebied vast te stellen. Zij kan gemotiveerd afwijken door een kleiner of geen voorschriftengebied aan te wijzen. Wanneer een voorschriftengebied van toepassing is, zijn de bijbehorende bouwkundige maatregelen verplicht.

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Voor gifwolkaandachtsgebieden geldt geen voorschriftengebied en gelden dus ook geen specifieke voorschriften. Wel geldt, net als in het Bouwbesluit, het algemene voorschrift dat mechanische ventilatie moet kunnen worden uitgeschakeld.

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Als binnen het aandachtsgebied een zeer kwetsbaar gebouw is voorzien, zoals een basisschool of een ziekenhuis, wordt van rechtswege het voorschriftengebied aangewezen. In dat geval zijn de brandvoorschriften respectievelijk explosievoorschriften verplicht. In dit geval zijn geen zeer kwetsbare functies in het gebied nog niet voorzien, is er dus geen sprake van een zeer kwetsbaar gebouw, en zijn de voorschriftengebieden niet van rechtswege verplicht. De initiatiefnemers willen voor enkele maatschappelijke functies in het explosieaandachtsgebied wel de mogelijkheid behouden voor een zeer kwetsbare functie. Voor deze (delen van) gebouwen zal bij een concreet voornemen voor dit gebruik invulling moeten worden gegeven aan voorschrift 4.96 uit het Bbl.

9

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

3. Situatie 3.1 Het plan Het Zwanenpark is een woningbouwproject aan de westzijde van Nijmegen op een voormalige ROC locatie. Figuur 1 op pagina 4 toont de opbouw van het plan voor in totaal 460 woningen. In paragraaf 4.1.2 hebben we het aantal woningen per gebouw uitgewerkt.

3

W.Z16.002727.01 d.d. 23 oktober 2017, beschikbaar op https://repository.officieleoverheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2017-48508/1/bijlage/exb-2017-48508.pdf 4 Op de risicokaart staat onder meer aangegeven dat dit bedrijf beschikt over een ondergrondse tank van 80 m 3 voor propaan. Met een dergelijke opslaghoeveelheid is de vraag of het bedrijf onder de Brzo-drempel blijft. Voor ontvlambare gassen is deze drempelwaarde 10 ton.

10

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

3.2 Risicobronnen in de omgeving Figuur 2 op pagina 12 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen in de omgeving van de planlocatie op basis van de Atlas Leefomgeving: • Direct ten noorden van de planlocatie ligt het doorgaande spoor Nijmegen – ’s-Hertogenbosch. De afstand tussen het spoor en de dichtstbij gelegen bebouwing is 39 meter. Vanwege het vervoer van geklasseerde stoffen over deze spoorlijn voeren we een risicoberekening uit. Deze risicoberekening staat uitgewerkt in hoofdstuk 4. Volgens het gemeentelijk beleid is binnen 200 meter van een spoorweg voor geklasseerde stoffen verantwoordingsniveau 1 van toepassing. • Het Maas-Waalkanaal ligt direct ten oosten van de planlocatie. Voor dit kanaal geldt dat de 10-6 PR-contour op het water ligt. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico voor vaarwegen ligt doorgaans laag. De vuistregels uit de HART (bijlage 1.4.3.2) stelt dat voor vaarwegen van CEMT-klasse 5, zoals het Maas-Waalkanaal, het groepsrisico lager is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Vanuit het Barro geldt langs het kanaal een vrijwaringszone van 25 meter. Deze zone wordt volgens het Bevt beschouwd als plasbrandaandachtsgebied. De voorgenomen bouwwerken komen op 35 meter en verder van het water te staan en daarmee buiten deze zone.

Volgens het gemeentelijk beleid tussen 25 en 90 meter vanaf de oever verantwoordingsniveau 2 van toepassing. • Transport van geklasseerde stoffen over de Wijchenseweg op 190 meter ten noorden van de planlocatie. Dit betreft een lokale route die niet tot het Basisnet behoort. De gemeente Nijmegen stelt in haar beleidsvisie dat langs deze weg aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico wordt voldaan en dat het groepsrisico van de N326 circa 0,165 keer de oriëntatiewaarde is. Vanwege de afstand tot deze weg, is de bijdrage aan het groepsrisico beperkt. Volgens het gemeentelijk beleid is verantwoordingsniveau 3 in dit geval van toepassing. • Hogedruk aardgasleiding N-576-67 ligt op 175 meter ten oosten van de planlocatie. Deze leiding heeft een werkdruk van 40 bar en een diameter van 12” (324 mm). Voor deze leiding geldt een inventarisatieafstand van 140 meter. Het plangebied ligt buiten deze afstand, zodat deze buisleiding niet nader hoeft te worden beschouwd. • BRZO-bedrijf NXP ligt op 500 meter ten oosten van de planlocatie. Binnen dit bedrijf worden zowel toxische als brandbare stoffen opgeslagen. Volgens de Omgevingsvergunning3 van dit bedrijf is het invloedsgebied 189 meter. Het plangebied ligt buiten deze afstand. Daarmee vormen de activiteiten van NXP geen extern risico voor de planlocatie.

• Antargaz (voorheen Hoes Errogas) beschikt over op- en overslagfaciliteiten voor brandbare gassen. Op de risicokaart staan voor dit bedrijf geen effectafstanden en installaties aangegeven4.

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

In de toelichting op het nabijgelegen bestemmingsplan Nijmegen Goffert Winkelsteeg 20175 staan de PR-contouren van dit bedrijf opgenomen. Deze toelichting stelt dat het bedrijf niet alleen de locatie Roggestraat gebruikt, maar ook een groot terrein richting het MaasWaalkanaal waar ze lege tanks opslaan en ook de tankauto's afvullen. De kortste afstand van het plangebied tot dit bedrijf (terrein richting Maas-Waalkanaal) is 175 meter. Het invloedsgebied van dit bedrijf reikt tot in het plangebied en daarom moet het externe risico conform het Bevi worden verantwoord. Het plangebied ligt buiten de 10-8/jaar PR-contour. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en is de bijdrage aan het groepsrisico minimaal. Het bestaande groepsrisico is volgens de risicokaart circa 0,01 keer de oriëntatiewaarde. • Aan de Roggeweg 34 staat een gasdrukverdeelstation op 300 meter ten oosten van de planlocatie. Dit gasontvangststation staat tweemaal aangegeven op de risicokaart. Voor dit gasdrukverdeelstation geldt vanuit het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand van 15 meter. Het plangebied ligt buiten deze afstand, zodat dit gasdrukverdeelstation voor dit onderzoek niet nader hoeft te worden beschouwd.

• Niet op de kaart van de Atlas Leefomgeving, maar wel in het bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021, staat een gasdrukmeet- en regelstation categorie B opgenomen binnen het plangebied. Voor dit gasdrukverdeelstation (type kaststation) gelden vanuit het Activiteitenbesluit als veiligheidsafstanden 6 meter tot kwetsbare objecten en 4 meter tot beperkt kwetsbare objecten. Dit is voor gebouw B een aandachtspunt. Wanneer dit gasdrukmeet- en regelstation in gebruik blijft, moeten gebouwen minstens 6 meter van dit kaststation komen. Wanneer dit niet mogelijk is, zijn er de volgende opties: ∙ Gebouw B naar het oosten verplaatsen tot buiten deze afstand. ∙ Het gasdrukverdeelstation naar het westen verplaatsen. ∙ Een bronmaatregel aan het gasdrukverdeelstation, zodat de aan te houden veiligheidsafstand kleiner wordt. Daarbij wordt dit station uitgevoerd als een kast of een (semi-) ondergronds station. ∙ Bij een volledige sanering komt deze risicobron te vervallen. Bij verplaatsing of verwijdering van het gasdrukverdeelstation of maatregelen aan het gasdrukverdeelstation moet de initiatiefnemer dit afstemmen met de beheerder van het gasdrukverdeelstation. Voor het transport over het spoor voeren we in hoofdstuk 4 een risicoberekening uit.

Voor overige risicobronnen is geen berekening nodig, maar voor het transport over het Maas-Waalkanaal, de N326 en Antargaz is wel een verantwoording van het groepsrisico nodig.

5

In een briefwisseling met de gemeente Nijmegen d.d. 18 maart 2021 met aanvulling op 26 april 2023) verwijst de gemeente naar de QRA’s die voor het bestemmingsplan (Nijmegen Goffert-)Winkelsteeg zijn uitgevoerd met de ligging van de PR-contouren nabij het plangebied. In de ene QRA liggen de gebouwen duidelijk buiten de 10-8/jaar PR-contour, in de andere QRA liggen twee gebouwen om en nabij de 10-8/jaar PR-contour. Zeker voor inpandige functies, zoals de voorgenomen bebouwing is ook net binnen de 10-8/jaar PR-contour de bijdrage aan het groepsrisico minimaal.

11

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

12

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

figuur 2: plangebied (blauw) ten opzichte van de nabijgelegen risicobronnen

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

4. Risicoanalyses In hoofdstuk 3 is vastgesteld dat voor het transport van geklasseerde stoffen over de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen risicoberekeningen nodig zijn. In dit hoofdstuk bepalen we de externe risico’s van deze transporten. 4.1 Uitgangspunten 4.1.1 Risicobron De bronkarakteristieken voor het spoor staan aangegeven in de Regeling basisnet. Voor het te beschouwen traject 64H staan de voorgeschreven vervoersintensiteiten uitgewerkt in tabel 2. Uit de jaarlijkse monitoringsrapportages volgt dat de gerealiseerde vervoersintensiteiten afhankelijk per stofcategorie een factor 2 of meer lager zijn. tabel 2: vervoersintensiteiten spoor (aantal spoorketelwagons per jaar) Stofcategorie A: brandbare gassen B2: toxische gassen B3: zeer toxische gassen

Aantal [SKW/jaar] 700 (kans warme BLEVE: 0) 200 (kans warme BLEVE 0,95) 0 (warme BLEVE-vrij)

Stofcategorie C3: brandbare vloeistoffen D3: toxische vloeistoffen D4: zeer toxische vloeistoffen

Aantal [SKW/jaar] 1050 50 50

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

De Regeling basisnet schrijft voor om voor dit traject de meteo van Volkel aan te houden. Bij de spoorbreedte van 0-24 meter geldt een aan te houden breedte van 9 meter. Voor het beschouwde traject zonder wissels geldt als faalfrequentie 2,772*10-8 per vtg.km. 4.1.2 Populatie De gehanteerde populatie hebben we uitgewerkt in bijlage 1. Deze is gebaseerd op de BAGpopulatie van 1 januari 2022. De BAG-populatie hebben we gecontroleerd en aangevuld zoals aangegeven in bijlage 1. Hoewel de planlocatie in het huidige bestemmingsplan is bestemd als maatschappelijk, gaan we in de berekeningen uit van de feitelijke situatie, ofwel een onbebouwd terrein zonder aanwezigen. Voor de planontwikkeling gaan we uit van de indeling van de woningbouw, zoals aangegeven in tabel 3. We rekenen voor deze woningen met 2,4 personen per woning, waarvan overdag 50% aanwezig. Daarnaast beschikken gebouwen C (113 m2 GO), G (114 m2 GO) en H (350 m2 GO) over een publiek toegankelijke ruimte voor bijvoorbeeld wasserette, fietsreparatie en eenvoudige horeca. Daarvoor rekenen we met 10 m2 per persoon in de dagperiode. Verder is in het plan een reserveregel opgenomen voor zes woningen en om de bijeenkomstfuncties uit te breiden tot een totaal van 700 m2.

De exacte invulling van deze reservering is nog niet bekend; we gaan hiervoor in de groepsrisicoberekening uit van de minst gunstige indeling6 met de zes woningen in gebouw K en de resterende 223 m² voor een bijeenkomstfunctie in gebouw H. tabel 3: aantal woningen en personen per bouwblok Blok A B C D

Woningen 23 27 14 54

Personen dag 28 32 29 65

Personen nacht 55 65 34 130

Opmerking

Inclusief 12 personen publieke ruimte Opgesplitst in gedeelte laagbouw (12 [14/29]) en gedeelte hoogbouw (42 [51/101])

6

De locatie met het hoogste groepsrisico ligt ter plaatse van deze gebouwen. Gebouw K betreft de woonfunctie het dichtst bij het spoor, gebouw H de bijeenkomstfunctie het dichtst bij het spoor.

13

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Blok E F G H

Woningen 24 35 14 74

Personen dag 29 42 29 124

Personen nacht 58 84 34 178

K P Subtotaal Plancapaciteit K H Totaal

94 95 454

113 114 604

226 228 1090

6

7 22 633

14

460

Opmerking

Inclusief 12 personen publieke ruimte Inclusief 35 personen in de commerciële ruimte Opgesplitst in gedeelte laagbouw (14 woningen [17/34]) en gedeelte hoogbouw (50 woningen + 35 personen [107/144])

223 m2 publieke / commerciële ruimte 1104

4.2 Resultaten 4.2.1 Plaatsgebonden risico De hoogte van het PR volgt uit de Regeling basisnet. Langs het beschouwde traject is geen 10-6/jaar PR-contour aanwezig, zodat aan deze grenswaarde wordt voldaan. Voor de 10-7 PR-contour geldt een afstand van 4 meter vanaf het midden van het spoor en voor de 10-8 PR-contour geldt een afstand van 29 meter vanaf het midden van het spoor. 4.2.2 Resultaten groepsrisicoberekeningen Figuur 3 toont de fN-curves van het transport van geklasseerde stoffen over het spoor. De normwaarde van het groepsrisico in de verschillende situaties hebben we nader uitgewerkt in tabel 4. In de huidige situatie (oranje lijn) is het groepsrisico 0,054 keer de oriëntatiewaarde. Bij planrealisatie neemt dit groepsrisico toe tot 0,075 keer de oriëntatiewaarde.

14

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

figuur 3: FN-curves groepsrisico transport over het spoor

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

tabel 4: kenmerken normwaarde groepsrisico spoor Verhouding tot oriëntatiewaarde Kans normwaarde Aantal slachtoffers normwaarde Kans 10 slachtoffers Maximum aantal slachtoffers

Autonome ontwikkeling

Planrealisatie

0,054 9,9 * 10-9 234 7,3*10-8/jaar 560

0,075 1,4 * 10-8 234 7,7*10-8/jaar 560

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

4.2.3 Aandachtsgebieden Langs het beschouwde spoortraject geldt op dit moment geen plasbrandaandachtsgebied, langs het Maas-Waalkanaal gelden binnen de vrijwaringszone (25 meter) wel dezelfde eisen als voor het plasbrandaandachtsgebied. Met het ingaan van de omgevingswet gaat waarschijnlijk langs alle Basisnetroutes een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebieden gelden. Voor hogedruk aardgasleidingen geldt alleen een brandaandachtsgebied. Figuur 4 toont de ligging van het plan ten opzichte van deze aandachtsgebieden. De gebouwen staan niet in een brandaandachtsgebied, maar wel in het explosieaandachtsgebied van het spoor en deels ook in het explosieaandachtsgebied van het Maas-Waalkanaal.

figuur 4: ligging plangebied ten opzichte van brand- en explosieaandachtsgebieden

15

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

4.2.4 Conclusie risicoberekening Aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico wordt voldaan. In alle beschouwde situaties is het groepsrisico lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Bij de vastgestelde veranderingen van het groepsrisico is volgens het Bevt een beperkte verantwoording nodig, waarbij alleen wordt ingegaan op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De voorgenomen gebouwen komen allen buiten bestaande en nieuwe (plas)brandaandachtsgebieden te staan. Met het ingaan van de Omgevingswet worden langs de spoorlijn en vaarweg explosieaandachtsgebieden aangewezen. Het gehele plangebied komt binnen een explosieaandachtsgebied te liggen. Daarbij moeten explosiewerende maatregelen worden overwogen. Deze maatregelen zijn niet verplicht tenzij het zeer kwetsbare gebouwen betreft.

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

16

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

5. Aanzet verantwoording Vanwege het voorgenomen woningbouwproject Zwanenpark hebben wij de verandering van het groepsrisico van het naastgelegen spoor berekend. Dit groepsrisico neemt toe van 0,054 naar 0,075 keer de oriëntatiewaarde. Daarnaast ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van het Maas-Waalkanaal, de Wijchenseweg en Antargaz. Voor deze risicobronnen is op voorhand duidelijk dat de bijdrage van het bouwplan aan het groepsrisico minimaal is. Voor alle risicobronnen moet worden ingegaan op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Voor het Bevi-bedrijf Antargaz moet aanvullend worden gekeken naar bronmaatregelen en ruimtelijke alternatieven. Voor overige risicobronnen is dit bij het vastgestelde groepsrisico vanuit het Bevt niet vereist, maar wel vanuit de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen.

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

We geven in dit hoofdstuk een voorzet voor de invulling van deze criteria van de verantwoording aan de hand van het gemeentelijke beleid. Alle criteria zoals gesteld in het Bevi en het Bevt komen in dit beleid aan de orde. De gemeente kan deze aanzet overnemen als zij hiermee instemt. De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft adviesrecht ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. 5.1 Algemene beschouwing Het woningbouwplan leidt – voornamelijk door aanwezigheid in de nachtperiode – tot een toename van het aantal aanwezigen in het plangebied. Uitgaande van de 460 woningen à 2,4 personen en 700 m2 aan commerciële/publieke ruimte in een gebied van 4,1 ha wordt de dichtheid circa 270 personen per ha in de nacht en 160 personen per ha overdag7. Het groepsrisico als gevolg van transporten over het spoor blijft kleiner dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde: 0,054 keer de oriëntatiewaarde in de huidige situatie en bij autonome ontwikkeling en 0,075 keer de oriëntatiewaarde bij planrealisatie. Voor de overige risicobronnen is het groepsrisico niet apart bepaald, maar op voorhand laag: 0,01 keer de oriëntatiewaarde voor Antargaz, kleiner dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde voor het transport over het Maas-Waalkanaal en 0,165 keer de oriëntatiewaarde voor het transport over de Wijchenseweg. Voor deze laatste risicobron is de bebouwing in de directe omgeving van die weg maatgevend.

Voor de Basisnetroutes heeft de gemeente geen mogelijkheden voor bronmaatregelen. Voor Antargaz kan de gemeente als bevoegd gezag8 hiernaar kijken in relatie tot de bedrijfssituatie. Voor de Wijchenseweg wordt het groepsrisico bepaald door het vervoer over deze weg en de direct omliggende bebouwing en is de planbijdrage beperkt. 5.2 Noodzaak In veel steden, waaronder Nijmegen is een grote behoefte aan huisvesting. Het voorgenomen plan helpt in het voorzien van deze behoefte in de regio Nijmegen. De invulling van het plan met de voorgenomen compactere en kleinschalige woningen sluit aan op de behoefte uit deze wijk. Grotere woningen met een lagere personendichtheid zijn daarmee geen wenselijk alternatief. De voorgenomen locatie ligt op dit moment braak. Alternatieve locaties zijn in de omgeving niet of nauwelijks te vinden en gaan vaak ten koste van een ingerichte omgeving. 7

Deze dichtheid is opvallend hoog voor een woongebied. Belangrijke reden is dat het plangebied bijna geen openbare terreinen, zoals bestrating bevat. Daarnaast is voor alle woningen gerekend met 2,4 personen, hoewel een groot deel van de woningen kleiner dan 70 m2 is en een lager kental verdedigbaar is. 8 Als Antargaz alsnog onder het Brzo blijkt te vallen (zie paragraaf 3.2) is de provincie bevoegd gezag.

17

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

5.3 Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen Alternatieven die leiden tot een kleinere omvang van het plan leiden tot een nog lager groepsrisico, maar geven minder invulling aan de behoefte voor woningen. Door de afstand tot externe risicobronnen verder te verhogen kan worden gekozen voor een kleiner plan of tot meer hoogbouw. Beide opties zijn niet wenselijk. De bebouwing is relatief gelijkmatig verdeeld over het terrein met verdichtingen in de gebouwen D en H. Door gebouwen K en P evenwijdig aan het spoor te plaatsen en door te laten lopen, ontstaat een afgeschermd gebied achter deze gebouwen met een lagere geluidsbelasting. Het spoor ligt ter plaatse van de planlocatie op een talud. Afstroming van vloeistof naar het plangebied is beperkt mogelijk, afhankelijk van het verloop van een ongeval. De grond waar het talud uit bestaat en greppels tussen het spoor en de bebouwing zullen de vloeistof grotendeels opnemen. De parkeerfaciliteiten voorkomen dat een vloeistof doorstroomt tot de gevels van gebouwen K en P. 5.4 Bronmaatregelen Het transport over het spoor en over het Maas-Waalkanaal betreffen basisnetroutes, waarover de gemeente geen zeggenschap heeft. Voor Antargaz en het transport over de Wijchenseweg is de bijdrage van dit plan aan het externe risico zodanig klein, dat maatregelen niet in verhouding staan tot de risicoreductie.

Als explosiewerende maatregel kan letselvrij glas worden toegepast. Vanwege de relatief lage vervoersaantallen over het spoor en over het water wordt dit niet toegepast voor de voorgenomen bebouwing. Wel kan voor gebouwen K en P worden gekozen voor een gelaagde binnenruit. Deze ruiten hebben een akoestische werking en leiden in geval van een drukgolf niet tot scherfwerking. De gebouwen A tot en met H liggen als tweedelijns bebouwing op zodanige afstand van het spoor dat brandwerende maatregelen en oriëntatie van vluchtroutes niet nodig is. De locatie ligt midden in een bebouwde omgeving en binnen het bereik van het waarschuwings- en alarmeringssysteem. Oefeningen op wijkniveau lijken niet realistisch. Wel kunnen nieuwe bewoners via het huur- of koopcontract worden geïnstrueerd hoe te handelen bij een externe calamiteit of met een sticker of poster in de meterkast hierop worden geattendeerd. Het ventilatiesysteem van de gebouwen is op dit moment nog niet uitgewerkt. Centrale bediening van een dergelijk systeem is zonder gebouwbeheerder vaak lastig. Om de impact bij een calamiteit met een toxische wolk zo beperkt mogelijk te houden kan het luchtinlaatsysteem zo hoog mogelijk worden geplaatst en voor de gebouwen K en P zo ver mogelijk van het spoor.

18

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

5.5 Objectgerelateerde maatregelen Objectgerelateerde maatregelen kunnen de veiligheid verbeteren in geval van een externe brand of een explosie. Bovenwettelijk brandwerende maatregelen aan de gevels zijn niet voorzien. Voor de zijde langs het spoor worden geen brandwerende gevels voorzien, omdat de afstand tot het spoor met 39 meter zodanig groot is dat de kans op brandoverslag beperkt is. Om voor deze woningen een geluidluwe buitenruimte te creëren aan de zuidzijde, is gekozen voor galerijen aan de noordzijde, zodat vluchten van de bron af niet mogelijk is. Wel is het voor alle woningen mogelijk om de galerij in twee richtingen te verlaten en het trappenhuis aan de zuidzijde van het gebouw van de bron af te verlaten.

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

5.6 Zelfredzaamheid De bewoners van het Zwanenpark zijn in principe zelfstandige volwassenen. Er zijn geen locaties die specifiek gericht zijn op minder zelfredzame personen. Minder zelfredzame individuen zijn niet uitgesloten, zoals inwonende kinderen of -na verloop van tijd- ouderen. Voor de maatschappelijke functies is de exacte bestemming nog niet bekend. Een functie voor minder zelfredzame personen is hier niet uitgesloten. Wanneer deze functies mogelijk worden op deze locaties dienen van rechtswege bouwkundige maatregelen te worden genomen, zodat men hier veilig kan schuilen. In dit geval is er alleen gevaar als gevolg van een drukgolf. Voordat een gebouw(deel) voor een zeer kwetsbare functie mag worden gebruikt, moet het betreffende gebouw(deel) zijn voorzien van letselvrij glas. Gezien de afscherming van het spoor en de afstand van de maatschappelijke functies tot de risicobronnen is het voorkomen van letsel door scherfwerking hier goed mogelijk.

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

5.7 Bestrijding van een ramp Het plangebied en het spoor zijn voor hulpvoertuigen goed te bereiken. Rondom het plangebied staan langs de weg Het Zwanenveld al meerdere hydranten. Mogelijk moeten daar nog extra hydranten aan worden toegevoegd om ook aan de noordzijde van het plangebied over voldoende bluswater te beschikken. De Handreiking bluswatervoorziening gaat voor hoogbouw tussen 20 en 70 meter uit van een capaciteit van 1.500 l/minuut (90 m3/uur) binnen 3 minuten. Voor het goederenvervoer over het spoor stelt de handreiking dat binnen 6 minuten 1.000 l/min (60 m3/uur) beschikbaar moet zijn. Het nabijgelegen Maas-Waalkanaal geeft een goede mogelijkheid om oppervlaktewater in te zetten als bluswater. 5.8 Aandachtsgebieden Het plasbrandaandachtsgebied langs het Maas-Waalkanaal is het enige bestaande aandachtsgebied in de omgeving van het plan. De bebouwing komt buiten deze zone te staan, zodat aanvullende bouwkundige maatregelen als gevolg van dit PAG niet van toepassing zijn. Met het ingaan van de Omgevingswet worden zones van 200 meter langs het spoor en het kanaal aangewezen als explosieaandachtsgebied. Vanwege de lage vervoersintensiteiten en daarmee de lage ongevalskansen wordt het explosievoorschriftengebied niet aangewezen. Mogelijk komen voor de maatschappelijke locaties zeer kwetsbare functies en is voor deze gebouwdelen sprake van een zeer kwetsbaar gebouw.

In dat geval is het explosievoorschriftengebied van rechtswege van toepassing en moet de initiatiefnemer ervoor zorgen dat aan Bbl-voorschrift 4.96 wordt voldaan en letsel door scherfwerking wordt voorkomen.

19

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

6. Conclusie Ten Brinke en Slokker Vastgoed BV zijn betrokken bij de ontwikkeling van het Zwanenpark in Nijmegen. Op deze locatie zijn negen gebouwen voorzien voor woningen, waarvan drie gecombineerd met publieke functies. Om het plan te mogen realiseren is een ruimtelijke procedure nodig, zoals een wijziging van het bestemmingsplan. Vanwege enkele nabijgelegen risicobronnen hebben we voor deze procedure een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In deze rapportage hebben wij inzichtelijk gemaakt hoe de externe risico’s veranderen bij de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast doen wij een voorzet hoe de gemeente de vastgestelde externe risico’s kan verantwoorden. De hoofdvragen luiden: 1. 2. 3. 4.

Welke risicobronnen liggen in de omgeving van de planlocatie? Voldoet het plan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico? Hoe verandert het groepsrisico als gevolg van de herbestemming van het voorgenomen gebied? Hoe kan de gemeente Nijmegen de voorgenomen verandering van het groepsrisico verantwoorden?

Direct ten noorden van de planlocatie ligt de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en direct ten oosten van de planlocatie ligt het Maas-Waalkanaal. Over beide routes worden geklasseerde stoffen vervoerd. Verder weggelegen risicobronnen die voor het plangebied relevant zijn betreffen Antargaz (voorheen Hoes Errogas) en het transport over de Wijchenseweg. Bronnen die wel zijn beschouwd, maar voor het plangebied geen extern risico vormen zijn Brzobedrijf NXP, hogedruk aardgasleiding N-576-67 en het op deze leiding aangesloten gasontvangststation. Voor alle externe risicobronnen wordt voldaan aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico. Binnen het plangebied staat een gasdrukmeet- en regelstation, waarvoor vanuit het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand geldt van 6 meter. Bebouwing moet op minstens deze afstand van het gasdrukmeet- en regelstation staan, tenzij door een bronmaatregel een kleinere afstand geldt of door sanering deze risicobron komt te vervallen.

20

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

Het groepsrisico van het transport over het spoor neemt toe van 0,054 keer de oriëntatiewaarde naar 0,075 keer de oriëntatiewaarde. Voor overige risicobronnen is het groepsrisico laag en op voorhand duidelijk dat dit bij planrealisatie niet verandert. • Voor het Maas-Waalkanaal is het groepsrisico kleiner dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. • Voor Antargaz is het groepsrisico 0,01 keer de oriëntatiewaarde. • Voor de Wijchenseweg is het groepsrisico 0,165 keer de oriëntatiewaarde.

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Om het groepsrisico van de aangegeven risicobronnen te verantwoorden hebben wij een aanzet tot verantwoording opgenomen in hoofdstuk 5 van dit rapport. Daarbij houden we bij de invulling rekening met de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen en de aandachtsgebieden zoals opgenomen in de Omgevingswet. De gebouwen komen allen buiten de brandaandachtsgebieden van nabijgelegen risicobronnen, maar binnen het explosieaandachtsgebied van zowel het spoor als het Maas-Waalkanaal. Bouwkundige maatregelen zijn niet verplicht en we stellen voor om deze niet te nemen vanwege de relatief lage ongevalskansen. Uitzondering betreft de maatschappelijke locaties waarvoor ook een zeer kwetsbare functie mogelijk is. Voor betreffende gebouwdelen is voorkomen van letsel door scherfwerking van rechtswege verplicht. De gemeente kan deze aanzet overnemen als zij hiermee instemt. De veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft adviesrecht ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

k:\doc\m\2022\018900\m2022018900r001v3 ev_onderzoek_zwanenpark.docx 13-04-2022

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.

21

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Bijlage 1 Titel

Populatie

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Deze bijlage beschrijft op welke wijze de beschouwde populatiegegevens tot stand zijn gekomen. BAG-populatieservice Voor de bestaande situatie zijn de gegevens uit de BAG-populatieservice (versie 1 januari 2022) opgevraagd voor gebruik in RBMII op een raster van 25 meter nauwkeurig. Hierbij is het gebied tot 500 meter van de spoorlijn beschouwd. Ook open terreinen zijn in de BAG opgenomen. Locaties met meer dan 50 aanwezigen of 1.000 m2 zijn als object opgenomen in RBMII. Figuur B1.1 en B1.2 tonen de populatiegegevens voor dag en nacht in de vorm van polygonen. Deze gegevens hebben we als volgt gecontroleerd en bewerkt: • Onbebouwde delen van het bedrijventerrein geven geen aanleiding tot aanvullingen. Doorgaans zijn dit parkeerterreinen en openbaar groen. • Winkelcentrum Dukenburg is in de populatie opgenomen met relatief hoge aantallen aanwezigen. Dit hebben we volgens onderstaande tabel aangepast in het model. Daarbij is de aangegeven populatie opgenomen in één polygoon ‘bedrijven continu’ dat voor elk van deze gebouwen in RBMII als los objectaanwezig is. tabel B1.1: correctie populatie winkelcentrum Dukenburg Object

Populatie BAG [dag/nacht] 703 / 419

Aangepaste populatie [dag / nacht] 799 / 437

632 / 322

316 / 63

C: 729 winkel, 334 bijeenkomst, 84 sport

1025 / 585

376 / 213

D: 197 wonen, 149 kantoor, 1118 winkel, 399 bijeenkomst en 4 gezondheidszorg

1665 / 970

1769 / 462

A: 205 wonend, kantoor 276, winkel 89, bijeenkomst (casino) 331 personen B: 632 winkel

Toelichting Winkels 1 avond tot 22.00 uur, casino elke avond tot 24.00 uur Eén avond tot 21.00 uur open Triavium; geen winkels aanwezig. Dansstudio elke avond tot 22.00 uur open, schaatsbaan een deel van het jaar Winkels 1 avond tot 22.00 uur, bijeenkomsten elke avond 2 uur

Uitgangspunten bij deze aanpassing: • Voor wonen (50% dag, 100% nacht), kantoor (100% dag, 0% nacht) en gezondheid (100% dag, 0% nacht) rekenen we met de standaard verdeling. Voor winkels en sport passen we maatwerk toe: ∙ Een correctie voor de bedrijfstijd is in RBMII versie 2.3 gecompliceerd. Daarom corrigeren we in plaats van de bedrijfstijd het aantal personen met de wortel van de bedrijfstijd. 25% van de tijd aanwezig betekent dus een correctie op de populatie met een factor 0,5. Daarmee blijft de afstand tot de oriëntatiewaarde (f*N2) gelijk. ∙ De sportactiviteiten zijn indoor; daarom hanteren we de standaardfractie van 0,07/0,01 uitpandig. ∙ Gebouw B betreft winkels met relatief grote uitstallingen en per oppervlak weinig bezoekers (bedden, meubels en vloerbedekking). We hebben het aantal bezoekers gecorrigeerd met een factor 2, wat neerkomt op 30 m2 per persoon.

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

figuur B1.1: objecten winkelcentrum Dukenburg

Aanvullend hebben we tussen 500 meter en 4 kilometer een aantal polygonen toegevoegd voor de aanwezigen in de betreffende gebieden. Gifwolken kunnen namelijk verder reiken dan 500 meter. Voor deze polygonen hebben we de gegevens uit de BAG overgenomen en met een GIS-bewerking vereenvoudigd tot één populatieobject per polygoon. Figuur B1.4 en tabel B1.2 tonen de gehanteerde populatie voor de verder weggelegen gebieden.

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

figuur B1.2: gemodelleerde populatie binnen 500 meter tijdens dagperiode

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

figuur B1.3: gemodelleerde populatie binnen 500 meter tijdens nachtperiode

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

figuur B1.4: gemodelleerde populatie tussen 500 meter en 4 km

tabel B1.2: populatieblokken tussen 500 m en 4 km Woonkern Lindenholt Centrum west Nijmegen zuid Centrum oost Weurt Beuningen Bijsterhuizen Dukenburg Wijchen

Dag 15.390 42.501 94.425 78.028 10.666 5.174 22.254 15.836 13.671

Nacht 15.592 32.397 58.350 52.586 3.646 6.300 6.560 20.377 7.052

Opmerking

EV-onderzoek Zwanenpark Nijmegen

Bijlage 2 Titel

Modeluitvoer risicoberekeningen RBMII spoor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c7a23869-055e-4a12-9bbb-f6e7f23a2623