CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Aanvullend onderzoek vleermuizen en alpenwatersalamander

Besluitronde (raadsvergadering) 14 juli 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt -3 (Sint Agnetenweg) (69/2021) (HAMERSTUK)2.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek vleermuizen en alpenwatersalamander Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen (1908135AP-01, versie 0)

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

Aanvullend onderzoek vleermuizen en alpenwatersalamander

in opdracht van Klokgroep Bouw & Ontwikkeling T.a.v. de heer D. Pijman Kanaalstraat 200 6541 XN NIJMEGEN betreffende locatie Sint Agnetenweg 25 Nijmegen documentkenmerk 1908/135/AP-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 9 juli 2020

opgesteld door: ing. J.H.J. van Bree

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.

Tritium Advies is gevestigd in:

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Veldbezoeken

2

2.1

Vleermuisonderzoek

2

2.2

Alpenwatersalamanderonderzoek

2

3

Resultaten

4

3.1

Vleermuisonderzoek

4

3.2

Alpenwatersalamanderonderzoek

5

4

Samenvatting en conclusies

7

4.1

Zorgplicht

7

4.2

Eindconclusie

8

5

Literatuurlijst

9

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoeken van 27 augustus en 10 september 2019

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

1 Inleiding In opdracht van Klokgroep Bouw & Ontwikkeling is een aanvullend onderzoek naar vleermuizen en alpenwatersalamander uitgevoerd op de locatie Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen. Het voornemen bestaat om op deze locatie de ter plaatse aanwezige bebouwing te slopen en nieuwbouw in de vorm van appartementen te realiseren voor psychogeriatrisch en zelfstandig wonen. Het betreft de kadastrale percelen gemeente Nijmegen, sectie K, nummer 4254 en 4252. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 4669 m2. Het onderzoeksgebied is thans bestemd als respectievelijk “Gemengd” en “Wonen” en is in de huidige situatie in gebruik als aannemingsbedrijf en tuin. Naast het plangebied is een watergang aanwezig. In bijlage 1 is een situatietekening van het onderzoeksgebied opgenomen. Uit de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna (documentkenmerk: 1906/079/AP, versie 1 d.d. 20 augustus 2019) is gebleken dat het plangebied geschikt is als vliegroute voor vleermuizen en als vaste verblijfplaats voor de alpenwatersalamander. Om deze reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde soortgroep c.q. soort in de daarvoor geschikte onderzoeksperiodes en conform het vleermuisprotocol 2017 en de beschikbare kennisdocumenten van BIJ12.

Door het hanteren van het vleermuizenprotocol, kennisdocumenten en overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht. Desondanks kan het voorkomen dat verblijfplaatsen van exemplaren niet zijn waargenomen tijdens de verschillende onderzoeken. Er blijft simpelweg sprake van momentopnamen.

Figuur 1: huidige situatie onderzoeksgebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl

pagina 1 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

2 Veldbezoeken 2.1 Vleermuisonderzoek Vleermuizen maken op verschillende manieren gebruik van hun leefgebied. In verschillende periodes maken ze gebruik van kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen en foerageergebied. Tevens maken ze gebruik van vliegroutes. Uit de quickscan is gebleken dat de bomenrij langs de watergang binnen het plangebied geschikt is als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. Of de bomenrij als essentiële vliegroute voor vleermuizen fungeert, is aan de hand van het aanvullend onderzoek onderzocht. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd op basis van het Vleermuizenprotocol 2017, dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB), de Zoogdiervereniging, Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Tevens zijn de onderzoeksmethodes zoals beschreven in de kennisdocumenten van BIJ12 gehanteerd. Het aanvullend vleermuisonderzoek dient te worden uitgevoerd met twee veldbezoeken in de periode van 15 april tot en met 15 september (1 oktober), waarvan één veldbezoek in de kraamperiode 15 mei tot en met 15 juli (25 mei 2020) is uitgevoerd. Het eerste veldbezoek is uitgevoerd op 10 september 2019 door twee ecologen uitgevoerd. Het tweede veldbezoek heeft plaatsgevonden in de kraamperiode op 25 mei 2020 en is door een ecoloog uitgevoerd.

Tijdens beide veldbezoeken is gepost bij de bomenrij langs de watergang op om voorbijvliegende of zwermende vleermuizen en sociale geluiden te registreren. Met behulp van een batdetector c.q. batlogger zijn de verschillende soorten waargenomen vleermuizen gedetermineerd. De veldbezoeken zijn uitgevoerd vanaf zonsondergang tot en met 2,25 uur hierna. In onderstaande tabel 1 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 1: gegevens veldbezoeken vleermuisonderzoek datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

10-09-2019*

17

1

20:00

22:15

25-05-2020*

20

2

21:35

00:05

*tijdens het veldbezoek was het droog

2.2 Alpenwatersalamanderonderzoek Binnen het onderzoeksgebied is geschikt landhabitat aanwezig voor de alpenwatersalamander in de vorm van stenen en stapels dakpannen in een ‘rommelhoekje’. Daarnaast grenst er geschikt voortplantingswater aan het plangebied in de vorm van een beschutte watergang. De alpenwatersalamander is beschermd conform de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor de functionele leefomgeving van de alpenwatersalamander. In de geschikte watergang grenzend aan het plangebied is twee maal in de periode augustus tot en met begin september geschept met een fijnmazig schepnet om af- of aanwezigheid van larven en/of volwassen exemplaren van deze soort aan te tonen. Zoals wordt omgeschreven in het

pagina 2 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

soorteninventarisatieprotocol van NGB (2017) dient dit onderzoek in de periode van maart tot en met augustus plaats te vinden, waarbij een tussenperiode van twee weken wordt gehanteerd. Ook het kennisdocument van de kamsalamander (BIJ12, 2017a) kan deels worden gevolgd omdat de kamsalamander overeenkomstig gedrag vertoond met de alpenwatersalamander. De methode in het soorteninventarisatieprotocol van NGB is vergelijkbaar met de methode en werkwijze van voornoemd kennisdocument. Echter is het aantonen van exemplaren in het water nog mogelijk tot en met september. Er is rekening gehouden met de weersverwachtingen, omdat met relatief warm weer de salamanders langer in het water verblijven. Tevens is tijdens de veldbezoeken op het land de aan- of afwezigheid van alpenwatersalamanders bepaald door potentiële schuilplaatsen als stenen, hout en plastic om te draaien. Het aanvullend onderzoek naar de alpenwatersalamander is uitgevoerd met twee veldbezoeken, met een tussenperiode die aan de onderzoekseis van minimaal twee weken voldoet. De veldbezoeken zijn in de middag uitgevoerd op 27 augustus en 10 september 2019. Met een fijnmazig schepnet van Ravon is in de geschikte watergang geschept naar larven (en volwassen exemplaren) van de alpenwatersalamander (indien aanwezig).

Er is tijdens de veldbezoeken meerdere keren en op diverse locaties vanaf de oever in het water geschept, ook tussen de oeverbeplanting. Tevens is vanuit het water met behulp van een waadpak geschept naar larven en volwassen exemplaren. In onderstaande tabel 2 zijn de weersomstandigheden en onderzoekstijden per veldbezoek opgenomen. Tabel 2: gegevens veldbezoeken alpenwatersalamander onderzoek datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

27-08-2019*

12

2

12:00

14:45

10-09-2019*

25

3

15:30

18:00

* tijdens de veldbezoeken was het droog en zonnig of half bewolkt

pagina 3 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

3 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde aanvullende onderzoek.

3.1 Vleermuisonderzoek Vliegroutes Er zijn geen significante vliegroutes waargenomen. Tijdens het eerste onderzoek op 10 september 2019 zijn enkele gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus), een rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en een ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) voorbij gevlogen. Enkele gewone dwergvleermuizen (circa 5 exemplaren) vlogen op verschillende tijdstippen (vooral tussen 20:09 uur en 20:40 uur) vanuit de wijk ten westen van het onderzoeksgebied naar de watergang om daar richting het noorden of richting het zuiden boven de watergang te vliegen. Hier werd tevens kort gefoerageerd. Circa 10 gewone dwergvleermuizen vlogen vanuit het noorden of zuiden over het plangebied, niet specifiek gebruik makend van de bomenrij op het terrein. De rosse vleermuis vloog hoog boven de bomenrij aan de overzijde van de watergang (buiten het plangebied). Tijdens het tweede veldbezoek op 25 mei 2020 zijn slechts enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen, meestal binnen een tijdbestek van circa 22:00 uur tot 23:00 uur. Er werd voornamelijk vanuit de wijk naar de watergang gevlogen en direct ten westen van de watergang gefoerageerd. Foerageergebied De meeste foerageeractiviteit is tijdens de veldbezoeken waargenomen in de tuin van Sint Agnetenweg 25.

Enkele gewone dwergvleermuizen vlogen hier tijdens het eerste veldbezoek in het eerste half uur een korte tijd rond om te foerageren. Tijdens het tweede veldbezoek werd er voornamelijk tussen 22:00 uur en 23:00 uur gefoerageerd. Daarbij werd tevens gebruik gemaakt van de bomenrij op het terrein (het onderzoekgebied). Hierna nam de activiteit sterk af en is er nog maar een enkele gewone dwergvleermuis overvliegend waargenomen. De verschillende, belangrijkste routes zijn opgenomen in figuur 2 op de volgende pagina. Conclusie: tijdens beide veldbezoeken is geen significante vliegroute waargenomen. Binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied wordt wel gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, de watergang en de omliggende tuinen kunnen blijven dienen als foerageergebied en worden ook als zodanig gebruikt.

pagina 4 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

Figuur 2: locaties waar vleermuizen zijn overgevlogen en foeragerend zijn waargenomen (oranje pijlen)

3.2 Alpenwatersalamanderonderzoek Tijdens de twee veldbezoeken zijn geen exemplaren en larven van de alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) aangetroffen. Er is meerdere keren en op diverse plaatsen per veldbezoek in de watergang geschept naar larven en volwassen exemplaren. Op het land zijn tijdens de twee veldbezoeken een honderdtal stenen en dakpannen opgetild om de potentiële verblijfplaatsen van de alpenwatersalamander te onderzoeken. Tijdens deze werkzaamheden zijn geen exemplaren aangetroffen. In de watergang is wel een larve van een kleine watersalamander aangetroffen. Daarnaast is een volwassen exemplaar van deze soort op de oever waargenomen. Naast deze twee kleine watersalamanders zijn ook enkele bruine kikkers (Rana temporaria), een rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en meerdere driedoornige stekelbaarsjes (Gasterosteus aculeatus) in en/of om de watergang aangetroffen. Deze soorten zijn echter vrijgesteld of niet beschermd volgens de Wet natuurbescherming in Nederland. De rode Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot. Tijdens de twee veldbezoeken zijn ook enkele vogelsoorten waargenomen in of in de directe omgeving van de watergang, zoals een ijsvogel (Alcedo atthis), een meerkoet (Fulica atra) en twee wilde eenden (Anas platyrhynchos). De ijsvogel is tijdens het veldbezoek op 9 september vissend in de watergang waargenomen.

pagina 5 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

Conclusie: er zijn geen exemplaren of larven van de alpenwatersalamander aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Om deze reden zijn er geen verdere verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming voor deze soort.

pagina 6 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

4 Samenvatting en conclusies Binnen het onderzoeksgebied zijn geen exemplaren van de alpenwatersalamander aangetroffen. Tevens zijn geen significante vliegroutes van vleermuizen waargenomen. Binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied wordt wel gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied. De watergang en de omliggende tuinen kunnen namelijk blijven dienen als foerageergebied en worden ook als zodanig gebruikt. Gezien het voorstaande wordt zullen de werkzaamheden geen negatief effect hebben op de vliegroutes van vleermuizen. Er dient echter wel rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Er zijn tevens geen larven of volwassen exemplaren van de alpenwatersalamander waargenomen. Wel zijn er exemplaren van andere amfibieën aangetroffen in de watergang, zoals bruine kikkers en kleine watersalamanders. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen indien rekening wordt gehouden met de geldende zorgplicht. Gezien het voorstaande zullen de voorgenomen plannen geen nadelige effecten hebben op de alpenwatersalamander. Desondanks kan het voorkomen dat verblijfplaatsen van exemplaren niet zijn waargenomen tijdens de verschillende onderzoeken. Er blijft simpelweg sprake van momentopnamen. Hierop dient men alert te zijn tijdens de werkzaamheden.

Indien er toch exemplaren van de alpenwatersalamander worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden te worden gestaakt en is het raadplegen van een ecoloog noodzakelijk.

4.1 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

Indien broedende vogels in de directe omgeving van het onderzoeksgebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden

pagina 7 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

4.2 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

binnen het onderzoeksgebied zijn geen essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes

•

binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van alpenwatersalamanders

van vleermuizen aangetroffen; aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort; •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen nageleefd te worden.

pagina 8 van 9

documentkenmerk: 1908/135/AP-01, concept

5 Literatuurlijst BIJ12 (2017a) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) BIJ12 (2017b) Kennisdocument Kamsalamander (Triturus cristatus) BIJ12 (2017c) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

pagina 9 van 9

Situatietekening : 1908/135/AP-01, Sint Agnetenweg 25 Nijmegen

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 1908/135/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1908/135/AP-concept, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1908/135/AP-concept, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1908/135/AP-concept, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=add50f1e-5434-4486-b7f3-40dfdf5dcf25