CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Quick Scan Beschermde soorten

Besluitronde (raadsvergadering) 14 juli 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt -3 (Sint Agnetenweg) (69/2021) (HAMERSTUK)4.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Sint Agnetenweg 25 Nijmegen

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Klokgroep Bouw & Ontwikkeling T.a.v. de heer D. Pijman Kanaalstraat 200 6541 XN NIJMEGEN betreffende locatie Sint Agnetenweg 25 Nijmegen documentkenmerk 1906/079/AP-01 versie 1 vestiging Nuenen datum 20 augustus 2019

opgesteld door: dr. A.J. Klarenberg

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectmedewerker ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

6

4

Resultaten

7

4.1

Flora

7

4.2

Vogels

7

4.3

Grondgebonden zoogdieren

8

4.4

Vleermuizen

8

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

10

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

10

5

Conclusies

11

5.1

Beschermde gebieden

11

5.2

Soorten

11

5.3

Zorgplicht

13

5.4

Eindconclusie

13

5.5

Advies

13

6

Literatuurlijst

14

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoek van 25 juni 2019

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

1 Inleiding In opdracht van Klokgroep Bouw & Ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het voornemen om op de locatie Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen de ter plaatse aanwezige bebouwing te slopen en nieuwbouw van appartementen te realiseren voor psychogeriatrisch en zelfstandig wonen. Het betreft de kadastrale percelen gemeente Nijmegen, sectie K, nummer 4254 en 4252. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 4669 m2. Het onderzoeksgebied is thans bestemd als respectievelijk “Gemengd” en “Wonen” en is in de huidige situatie in gebruik als aannemingsbedrijf en tuin.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: https://perceelloep.nl)

Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden.

pagina 1 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in het stadsdeel Lindenholt van Nijmegen is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De donkergroene highlights betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) in de provincie Gelderland ook wel Natuurnetwerk Gelderland (verder: GNN) genoemd. Het Natura 2000-gebied is met de lichtgroene en blauwe kleuren aangeduid. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en GNN is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 3,3 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen en betreft “Uiterwaarden Waal”. Het natuurgebied maakt onderdeel uit van “Rijntakken”.

pagina 3 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Het deelgebied Uiterwaarden Waal omvatten het winterbed van de Waal en daarmee alle uiterwaardgebieden aan de noord- en de zuidoever van de Waal van Nijmegen tot aan Zaltbommel. De rivier vormt een dynamisch systeem, een samenspel tussen natuurlijke processen en menselijk ingrijpen. De Waal moet in perioden met hoge rivierafvoer twee derde van de Rijnafvoer voor haar rekening nemen en is daarmee de grootste vrij-afstromende Rijntak. Het is ook de meest dynamische riviertak van het Rijnsysteem. In perioden met hoog water vindt erosie en sedimentatie plaats en 'vormt' de rivier het landschap. Het rivierenlandschap bestaat uit een breed, voornamelijk laaggelegen, hoog dynamisch winterbed. De reliëfrijke uiterwaarden bestaan voornamelijk uit graslanden, afgewisseld met enkele akkers, bosjes, bomenrijen, moerasgebiedjes en geïsoleerde oude riviertakken (strangen en geulen). Veel uiterwaarden zijn vergraven voor zand en/of kleiwinning. In het westelijk deel van het gebied liggen de Rijswaard en de Kil van Hurwenen met oude riviermeanders, aangrenzende oeverlanden en stroomruggen. Daarnaast liggen er enkele grote plassen, die ontstaan zijn door zand- en kleiwinning. Deze uiterwaarden bevatten soortenrijke glanshaverhooilanden, stroomdalgraslanden en open water, waar deels verlanding plaatsvindt.

In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Gelders natuurnetwerk uit de omgevingsverordening van de provincie Gelderland is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het GNN is op een afstand van circa 3 kilometer ten westen van het plangebied gelegen.

GNN omgevingsverordening Gelders natuurnetwerk GNN

1000 m

Figuur 4: kaart GNN. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: http://gelderland.maps.arcgis.com)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van de GNN. De provincie Gelderland hanteert voor alsnog geen externe werking als het gaat om GNN, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat ervan een negatief effect op het dichtstbijzijnde GNN-gebied geen sprake is. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 3,3 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de aard van de ingreep (sloop van een aannemingsbedrijf en bouw van appartementen op dezelfde locatie), valt een significant negatief effect niet te verwachten.

pagina 4 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in de kilometerhokken X:183 / Y:426 en X:183 / Y:427. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, wezel, bunzing, Amerikaanse nerts, beverrat, rosse woelmuis, meervleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, mol en vos.

In de periode 1990-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker en bruine kikker.

pagina 5 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

3 Veldbezoek Het plangebied is op 25 juni 2019 in de ochtend bezocht. Er was sprake van half bewolkt, zonnig weer, met windkracht 2 Bft en een temperatuur van circa 28 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zichten geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit de bedrijfsgebouwen en een werf van een aannemingsbedrijf met een achterliggende (moes)tuin.

In het plangebied staan een aantal bomen en struiken. De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 6 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora In de maand juni zijn vrijwel alle planten zichtbaar. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied echter geen beschermde (muur)plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig zodat het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels op voorhand niet is uitgesloten. Het kantoor bezit een plat dak en de werkschuren zijn alle voorzien van golfplaten dakbedekking. Er bevinden zich in deze gebouwen geen geschikte openingen die toegang kunnen verschaffen tot nest- en/of verblijfsplaatsen voor gierzwaluwen (Apus apus) of huismussen (Passer domesticus). Uit het vorenstaande blijkt dat het kantoor en de werkschuren ongeschikt zijn voor de gierzwaluw en de huismus waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Het bezoek vond bovendien plaats in het broedseizoen van de gierzwaluw en de huismus en beide soorten zijn toen niet in de buurt van de te slopen bebouwing waargenomen. De aanwezige bomen en struiken kunnen wel dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” en “bosrijk gebied” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, struweel- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig.

Tijdens het veldbezoek zijn enkele merels (Turdus merula) en een roodborst (Erithacus rubecula), aangetroffen in het plangebied. Buiten het plangebied in de aangrenzende achtertuin van Sint Agnetenweg 33 zijn huismussen waargenomen. Verder is een aantal vogels in de directe omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk een meerkoet met zes pullen (Fulica atra) in de aangrenzende watergang. Zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving daarvan zijn geen nesten aangetroffen met uitzondering van diverse (oude) en niet bezette nesten van de houtduif (Columba palumbus) en de merel in de werkschuren. Tevens zijn er geen uilen of sporen hiervan, zoals braakballen of poepsporen, aangetroffen en kan hiermee de aanwezigheid van deze soorten waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd worden uitgesloten.

pagina 7 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied (tuin) in gebruik blijven. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), zoals de das (Meles meles) en de bever (Castor fiber), is het plangebied geschikt, echter zijn er geen sporen aangetroffen van de das of de bever zoals een burcht, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen. Het plangebied kan wel als foerageergebied dienen, echter zal dit geen essentieel foerageergebied zijn. Het plangebied is ook geschikt voor de wezel (Mustela nivalis), steenmarter (Martes foina) en bunzing (Mustela putorius). De bunzing houdt vooral van gebieden met oppervlaktewater. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Van deze soorten zijn echter ook geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen, latrines of uitwerpselen. De wezel heeft de voorkeur voor open, droge natuuren cultuurlandschap met in de omgeving voldoende dekking. Uit de gegevens van NDFF (2019) blijkt dat de wezel in de periode na 2010 niet meer in de omgeving van het plangebied is aangetroffen.

Gezien de beperkte omvang van het plangebied en het nog beschikbare groen in verhouding tot huidige bestrating en bebouwing is het minder waarschijnlijk dat dit gedeelte in gebruik is als leefgebied voor de bunzing. Het aangrenzende perceel in het plangebied dat als tuin is ingericht blijft behouden, zodat de bunzing hiervan in samenhang met de direct aangrenzende tuinen gebruik kan blijven maken als leefgebied. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van tuinen en openbaar groen om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.4 Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen op voorhand niet valt uit te sluiten. Het kantoor bezit een plat dak en de werkschuren zijn allen voorzien van golfplaten dakbedekking die slechts op een paar plaatsen zijn geïsoleerd. De afwezigheid van isolatie in de werkschuren kan leiden tot grote schommelingen in temperatuur. Een deel van de werkschuren is open, waardoor het er tochtig is. De deels uit baksteen opgetrokken gebouwen beschikken niet over open stootvoegen die toegang kunnen bieden aan gebouwbewonende vleermuizen tot eventuele verblijfsplaatsen in de achterliggende spouwen. Er bevinden zich in deze gebouwen geen andere openingen die toegang kunnen verschaffen tot verblijfsplaatsen voor vleermuizen. Hierdoor zijn deze gebouwen ongeschikt als vaste verblijfsplaats voor vleermuizen.

pagina 8 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de aangrenzende tuinen en het openbaar groen ten oosten van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomen aan de oostzijde van het plangebied die grenzen aan de watergang kunnen dienst doen als vliegroute, deze bomen sluiten aan op de boomrijen verderop langs deze watergang en de boomrijen langs de Westkanaaldijk ten westen van het plangebied. Deze mogelijk essentiële vliegroute kan onderdeel uitmaken van hun functionele leefomgeving. Aangezien het voornemen bestaat de bomenrij van hoog opgaande beuken langs de watergang te kappen is een aanvullend onderzoek noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen gebruik maken van deze vliegroute.

Zo kunnen deze bomen zorg dragen voor de noodzakelijke beschutting van foeragerende vleermuizen. In de onderstaande figuur is aangegeven waar zich deze voor vleermuizen geschikte vliegroute bevindt.

Figuur 5: geel gemarkeerd is een voor vleermuizen mogelijk geschikte essentiële vliegroute; het plangebied is blauw omlijnd

pagina 9 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Conclusie: er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Door de voorgenomen kap van de bomenrij langs de watergang aan de oostzijde van het plangebied is mogelijk een negatief effect op een essentiële vliegroute te verwachten. Een nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve alleen aan de orde indien bij de voorgenomen kap van bomen langs de watergang aan de oostzijde van het plangebied onvoldoende rekening wordt gehouden met vliegroutes van vleermuizen. De beoordeling hiervan dient uitgevoerd te worden door een vleermuisdeskundige.

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen de directe omgeving is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een watergang aan de oostzijde van het plangebied en is mogelijk geschikt voor beschermde amfibieën. Uit de gegevens van de NDFF (2019) blijkt dat de alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), een nationaal beschermde soort die niet is vrijgesteld in de Wnb, in de omgeving van het plangebied is aangetroffen. Buiten het voortplantingsseizoen verblijven de dieren op land. De aangrenzende strook grond langs de watergang aan de oostzijde van het plangebied waar zich stenen en stapels dakpannen in een ‘rommelhoekje’ bevinden, is geschikt als verblijfplaats op het land om te overwinteren. Conclusie: behalve de alpenwatersalamander komen er noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. Om met zekerheid vast te stellen dat de alpenwatersalamander gebruikt maakt van het plangebied is aanvullend onderzoek noodzakelijk. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 10 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van de GNN. De provincie Gelderland hanteert voor alsnog geen externe werking als het gaat om GNN, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat ervan een negatief effect op het dichtstbijzijnde GNN-gebied geen sprake is. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 3,3 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de aard van de ingreep (sloop van een aannemingsbedrijf en bouw van appartementen op dezelfde locatie), valt een significant negatief effect niet te verwachten.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.

Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.

pagina 11 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Door de voorgenomen kap van de bomenrij langs de watergang aan de oostzijde van het plangebied is mogelijk een negatief effect op een vaste vliegroute te verwachten. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van minimaal twee veldbezoeken in de periode 1 april-15 september. Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Een dergelijk nader onderzoek naar vleermuizen is alleen aan de orde indien bij de voorgenomen kap van bomen langs de watergang aan de oostzijde van het plangebied onvoldoende rekening wordt gehouden met vliegroutes van vleermuizen. De beoordeling hiervan dient uitgevoerd te worden door een vleermuisdeskundige. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied.

Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van tuinen en openbaar groen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Amfibieën, reptielen en vissen Behalve de alpenwatersalamander komen er noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. Om met zekerheid vast te stellen dat de alpenwatersalamander gebruikt maakt van het plangebied is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Hiervoor moet conform de Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus versie 1.1 d.d. juli 2017 aanvullend onderzoek van minimaal twee veldbezoeken in de periode april – augustus te worden uitgevoerd. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van andere soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 12 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;

•

nader onderzoek naar vleermuizen is alleen noodzakelijk indien bij de voorgenomen kap van bomen langs de watergang aan de oostzijde van het plangebied onvoldoende rekening wordt gehouden met vliegroutes van vleermuizen. De beoordeling hiervan dient uitgevoerd te worden door een vleermuisdeskundige.

•

nader onderzoek naar de alpensalamander is noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.

5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuw te bouwen appartementen wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.

pagina 13 van 14

documentkenmerk: 1906/079/AP-01, versie 1

6 Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij NDFF (2019) Geraadpleegd op 15 augustus 2019 via www.verspreidingsatlas.nl Ravon (2019) Geraadpleegd op 15 augustus 2019 via www.ravon.nl Zoogdiervereniging (2019) Geraadpleegd op 15 augustus 2019 via www.zoogdiervereniging.nl

pagina 14 van 14

Situatietekening : 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 19

Foto 20

Foto 21

pagina 7

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 22

Foto 23

Foto 24

pagina 8

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 25

Foto 26

Foto 27

pagina 9

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 28

Foto 29

Foto 30

pagina 10

Fotobijlage: 1906/079/AP-01, Sint Agnetenweg 25 te Nijmegen

Foto 31

Foto 32

Foto 33

pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=1bcddc53-7bed-4521-98b5-29602a39a290