CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Bottendaal Galgenveld -7 (Van Slichtenhorststraat 91-93) (129/2021)10.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 307

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aan de Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove), Gemeente Nijmegen

projectcode: Sls1 zaakidentificatienr.: 4867334100

Benjamin Tunker Pepijn van de Geer

Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit 2020

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Colofon © 2020 Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aan de Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove), gemeente Nijmegen

Auteurs:

B.C. Tunker & P. van de Geer

Projectleider:

P. van de Geer

In opdracht van:

OWN Projects

Autorisatie Bevoegde Overheid: Datum: 22-10-2020

P. Franzen

Autorisatie Senior KNA-archeoloog: A.A.W.J. Daniël Datum: 09-07-2020

ISSN 2212-5337

Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 jo, het besluit van 29 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 882, 1180 AW Amstelveen). Voor het overnemen van gedeelte(n) van deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. De Gemeente Nijmegen aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without the written permission from the publisher.

2 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Samenvatting In opdracht van OWN Projects heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in juni 2020 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied aan de Van Slichtenhorststraat 91-93 te Nijmegen. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw in het plangebied. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Voor deze wijziging is archeologisch onderzoek nodig om de gegevens te leveren op basis waarvan een deelbijdrage archeologie voor het bestemmingsplan kan worden opgesteld. Doel van het onderzoek is daarom in kaart te brengen of er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn die van invloed zijn op de (financiële) haalbaarheid van het plan en uiteindelijk vast te stellen of eventuele toekomstige werkzaamheden zouden kunnen leiden tot aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek is erop gericht een specifiek verwachtingsmodel voor het terrein op te stellen met de bekende en verwachte archeologische (en landschappelijke) waarden en indien mogelijk om in kaart te brengen of er binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn. Met het booronderzoek wordt de verwachting in het veld getoetst.

Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. Voor het booronderzoek zijn in totaal zes boringen gezet, zo veel mogelijk verspreid over het terrein. De boringen zijn gezet met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm tot minimaal 30 cm in de C-horizont en in het veld beschreven door een senior KNA-prospector volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) welke voldoet aan de NEN5104 norm. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt voor het plangebied een lage tot middelhoge verwachting op archeologische resten te bestaan. Door middel van dit onderzoek kon de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden binnen het plangebied niet onomstotelijk worden vastgesteld.

Als het voor de bestemmingsplanwijziging van belang is om met zekerheid in kaart te brengen of er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn die van invloed zijn op de haalbaarheid van het plan, en uiteindelijk vast te stellen of eventuele toekomstige werkzaamheden zouden kunnen leiden tot aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden, is vervolgonderzoek noodzakelijk Buiten eventuele losse vondsten in de ophogingslagen, gerelateerd aan de bouw van het convict en aan de Tweede Wereldoorlog, worden met name archeologische resten uit de Romeinse tijd verwacht in de vorm van grondsporen met vondsten in de top van de C-horizont. Een proefsleuvenonderzoek is daarom de meest geijkte methode om deze resten op te sporen.

3 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding .................................................................................................................................................... 5 1.1 1.2

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................... 5 Vigerend beleid ............................................................................................................................... 7

1.3 1.4

Huidig en toekomstig gebruik plan- en onderzoeksgebied ............................................................. 7 Onderzoeksopzet ............................................................................................................................ 8

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................................... 9

Bureauonderzoek ................................................................................................................................... 10 2.1

Doel en vraagstelling .................................................................................................................... 10

2.2 2.3

Methodiek ..................................................................................................................................... 10 Landschappelijk kader .................................................................................................................. 11

2.4 2.5 2.6 2.7

Historisch en bouwhistorisch kader .............................................................................................. 13 Archeologisch kader ..................................................................................................................... 15 Gespecificeerde archeologische verwachting............................................................................... 18 Advies op basis van het bureauonderzoek ................................................................................... 20

Veldonderzoek ....................................................................................................................................... 21 3.1 3.2 3.3

4

Doel en vraagstelling .................................................................................................................... 21 Methodiek ..................................................................................................................................... 21 Resultaten ..................................................................................................................................... 23

Conclusie ................................................................................................................................................ 24 4.1 4.2 4.3 4.4

Synthese en conclusies ................................................................................................................ 24 Beantwoording van de onderzoeksvragen.................................................................................... 25 Advies ........................................................................................................................................... 26 Voorbehoud .................................................................................................................................. 27

Bijlage 1: Motivatie keuze geraadpleegde bronnen ....................................................................................... 32 Bijlage 2. Plantekening .................................................................................................................................. 34 Bijlage 3: Het plan- en onderzoeksgebied geplot op de ABAK ..................................................................... 36 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen ........................................................................................................................ 37

4 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

In opdracht van OWN Projects heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in juni 2020 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (Inventariserend Veldonderzoek; IVO-O) uitgevoerd in het plangebied aan de Van Slichtenhorststraat 91-93 te Nijmegen (gemeente Nijmegen, Figuur 1.1). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw in het plangebied (Bijlage 2). Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Voor deze wijziging is archeologisch onderzoek nodig om de gegevens te leveren op basis waarvan een deelbijdrage archeologie voor het bestemmingsplan kan worden opgesteld.

Figuur 1.1: Situering van het plangebied en onderzoeksgebied op de topografische kaart. Ten behoeve van het booronderzoek is het plangebied tevens het onderzoeksgebied. BT

5 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Het bevoegd gezag van de gemeente Nijmegen heeft dan ook besloten een bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend booronderzoek uit te laten voeren.1 Voor de bestemmingsplanwijziging is het van belang om in kaart te brengen of er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn die van invloed zijn op de (financiële) haalbaarheid van het plan en uiteindelijk vast te stellen of eventuele toekomstige werkzaamheden zouden kunnen leiden tot aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek is erop gericht een specifiek verwachtingsmodel voor het terrein op te stellen met de bekende en verwachte archeologische (en landschappelijke) waarden en indien mogelijk om in kaart te brengen of er binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn. Met het booronderzoek wordt de verwachting in het veld getoetst. Op basis hiervan volgt een advies over het vervolgtraject.

Figuur 1.2: Huidige situatie binnen het plangebied op een luchtfoto van 2020 (bron: Atlaz). BT

1

Email Paul Franzen, deskundige bevoegd gezag gemeente Nijmegen, d.d. 20-05-2020. 6

Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

1.2

Vigerend beleid

Het terrein is volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen gelegen in een zone met een nader te onderzoeken belang (waarde 1, Bijlage 3). Het Facetbestemmingsplan Archeologie van de gemeente Nijmegen2 schrijft bij grondwerkzaamheden over een oppervlak van minimaal 2.500 m2 in waarde 1 gebieden voor dat alle verstoringen (inclusief sloop beneden maaiveld) van meer dan 30 cm onder het maaiveld voorafgegaan dienen te worden door archeologische maatregelen.

1.3

Huidig en toekomstig gebruik plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied, tevens onderzoeksgebied, is gelegen in de wijk de Indische buurt (kadastrale registratie: Hatert, perceel 220) te Nijmegen en is 2.847 m2 groot. Het wordt omringd door bebouwing. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied voor een deel bebouwd en bestond het voor een deel uit een tuin (Figuur 1.3). Het pand is een voormalig convict met zusterhuis en verpleeghuis. Het convict is gebouwd in 1925, waarna het een aantal keer is verbouwd en uitgebreid. In 1971 is het convict omgebouwd tot een bejaardentehuis.

Figuur 1.3: Indruk van de locatie van de geplande nieuwbouw (achterzijde huidige bebouwing). PVDG

2

Voor meer informatie, zie: Facetbestemmingsplan Archeologie, gemeente Nijmegen, januari 2014.

7 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

1.4

Onderzoeksopzet

Het bureauonderzoek is voorafgaand het veldwerk van het booronderzoek uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.3 Het veldwerk van het booronderzoek is uitgevoerd conform het Plan van Aanpak (PvA)4 en protocol 4003 van KNA 4.1. De opdrachtgever had geen specifieke/ aanvullende doelen en wensen ten aanzien van (de uitvoering van) het archeologisch onderzoek. De wetenschappelijke leiding van het archeologisch onderzoek was in handen van Pepijn van de Geer (senior KNA-prospector; projectleider). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd door BABN. Het veldwerk vond plaats op 2 juli 2020. De leiding in het veld was in handen van Pepijn van de Geer (senior KNA-prospector; veldwerkleider). Gezien het feit dat het gebied verdacht is op niet-gesprongen explosieven (NGE), zijn de boorlocaties hierop vrijgegeven voordat het booronderzoek plaatsvond. Het OCE-onderzoek is uitgevoerd door de firma Leemans uit Vriezenveen. In onderhavig rapport worden de eindresultaten van het archeologisch onderzoek besproken. In hoofdstuk 2 wordt, na de doelstelling en de gevolgde methodiek van het bureauonderzoek, ingegaan op het landschappelijke, archeologische en historische kader van het plangebied. Dit resulteert in de beantwoording van de vraagstelling van het bureauonderzoek en een gespecificeerde archeologische verwachting.

In hoofdstuk 3 komen vervolgens, na de bespreking van de doelstelling en de gevolgde methodiek van het veldonderzoek, de onderzoeksresultaten aan bod. Het laatste hoofdstuk betreft de conclusie, waarin tevens de onderzoeksvragen van het veldonderzoek worden beantwoord en een selectieadvies voor eventueel vervolgonderzoek wordt geformuleerd. Na goedkeuring door het bevoegd gezag, zal de definitieve versie van onderhavig standaardrapport worden geüpload in Archis3. Vervolgens zal de digitale documentatie aangeleverd worden bij het Depot voor Bodemvondsten van de gemeente Nijmegen (DBGN). Tot slot wordt de digitale documentatie aangeleverd bij het e-depot.

3

SIKB 2018.

4

Van de Geer 2020. 8

Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

1.5

Administratieve gegevens

zaakidentificatienummer

4867334100

projectcode intern

Sls1

projectnaam

Bureauonderzoek en IVO-O Van Slichtenhorststraat 91-93

provincie

Gelderland

gemeente

Nijmegen

plaats

Nijmegen

toponiem

Van Slichtenhorststraat 91-93 Piushove

kaartbladnummer

40C

kadastrale gegevens

Hatert, sectie G, nr. 220

x-y coördinaten

(x) 187960 – (y) 427742 (centrum)

NAP-hoogte

35 m +NAP

CMA/AMK-status

n.v.t.

Archis3-zaakidentificatienummer(s)

n.v.t.

status Archeologische Beleidskaart, gemeente Nijmegen

waarde 1 (terrein met een nader te onderzoeken belang)

oppervlakte plangebied

2847 m2

oppervlakte onderzoeksgebied booronderzoek

2847 m2

geomorfologische context

sandr

grondwaterkundige gegevens

onbekend

huidig grondgebruik

bebouwing / tuin

opdrachtgever

OWN Projects contactpersoon Coen Klijsen

bevoegde overheid

Gemeente Nijmegen

archeologisch deskundige namens bevoegde overheid

Dhr. P. Franzen

uitvoerder

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit, gemeente Nijmegen (BABN)

plaats binnen archeologisch proces

Bureauonderzoek (ABU) en Inventariserend Veldonderzoek, booronderzoek verkennende fase (IVO-O)

periode uitvoering veldwerk

02-07-2020

beheer en plaats projectdocumentatie

Depot voor Bodemvondsten van de gemeente Nijmegen (DBGN)

URL E-depot (DANS-Easy)

https://dx.doi.org/10.17026/dans-xt9-wfaa (persistent identifier / DOI)

9 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

2

Bureauonderzoek

2.1

Doel en vraagstelling

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Om de doelstelling te realiseren wordt in onderhavig bureauonderzoek een antwoord geformuleerd op de volgende onderzoeksvragen: 

Wat is naar verwachting de opbouw van de ondergrond en zijn er aanwijzingen voor of gegevens bekend over bodemverstoringen?

Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied?

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen

ontwikkeling van het gebied? Deze vragen worden in de lopende tekst beantwoord in paragraaf 2.6.

2.2

Methodiek

Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.15 en bestaat uit de volgende onderdelen: 

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (specificatie LS01, paragraaf 1.3);

beschrijving van de huidige situatie (specificatie LS02, paragraaf 1.3);

beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (specificatie LS03, paragraaf 2.3.2 en 2.4)

beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (specificatie LS04, paragraaf 2.3 en 2.5);

een gespecificeerde verwachting (specificatie LS05, 2.6.

Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. Het resultaat van onderhavig onderzoek betreft voorliggend standaardrapport met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies (conform specificatie LS06). Voor een motivatie omtrent de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar Bijlage 1. De bronverantwoording wordt, zover mogelijk, in het bijschrift van het desbetreffende figuur opgenomen. Voor onderhavig bureau-onderzoek is een zone met een straal van 500 m rond het plangebied afgebakend als onderzoeksgebied (Figuur 1.1). De reeds uitgevoerde bodemkundige en archeologische onderzoeken binnen deze zone bieden voldoende informatie om tot een gefundeerde archeologische verwachting voor het plangebied te komen.

5

SIKB 2018; specificaties LS01 t/m LS06 van protocol 4002 ‘Bureauonderzoek’. 10

Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

2.3

Landschappelijk kader

Er bestaat een sterke relatie tussen (de ontstaansgeschiedenis van) het landschap en de archeologische verwachting van een gebied. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de landschapsgenese op de onderzoekslocatie.

2.3.1

Geomorfologie en geologie

Op de geomorfologische kaart van Nederland ligt het plangebied vanwege de ligging binnen de bebouwde kom binnen een niet-geclassificeerde/ongekarteerde zone. Het is gezien de omliggende kaartdelen gelegen op de spoelzandwaaier (sandr) aan de voet van de stuwwal. Dit landschap is gevormd onder invloed van ijs, water en wind in de laatste ijstijden.6 In de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 150.000 jaar geleden) was de noordelijke helft van Nederland bedekt door landijs. De gletsjers stuwden de grond op, waardoor aan de zijkanten en voet van de gletsjer stuwwallen ontstonden. Het plangebied ligt op de westelijke flank van een spoelzandwaaier. In de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 tot 10.500 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. In Nederland heerste een periglaciaal klimaat. De winters waren koud, in het voorjaar kwamen grote hoeveelheden smeltwater vrij. Door de kracht van het water van de Rijn en de voorloper van de Waal, die toen nog ten zuiden van de stuwwal stroomden, ontstonden meerdere doorbraken in de lage delen van de stuwwal, waarna de loop van de rivier verlegd werd en de rivier sindsdien ten noorden van de stuwwal stroomt. De niet-geërodeerde delen van de stuwwal werden plateaus, waaronder het Kops Plateau, de Hunerberg, het Valkhof, het Stevenskerk-plateau en het plateau van de Graafseweg.

Het smeltwater dat vanaf de stuwwal afstroomde, zette aan de flanken en voet van de stuwwal spoelzandwaaiers (sandrs) af die uit grind, zand en leemdeeltjes bestaan. In het plangebied kunnen deze periglaciale afzettingen aangetroffen worden. In het Holoceen, de huidige warmere periode, werd de invloed van de mens op het landschap groter. In de top van de periglaciale afzettingen kunnen meerdere cultuurlagen aanwezig zijn, die ontwikkeld zijn vanaf het neolithicum tot heden. De Romeinen hebben een duidelijk stempel gedrukt op het landschap in en rond Nijmegen.7 Uit pollendiagrammen die gemaakt zijn van boringen aan de steile noordzijde van het Kops plateau, waar tussen 12 voor en 69/70 na Chr. een kleinere Romeinse legerplaats stond, is op te maken dat de Romeinen vanaf het jaar 10 voor Chr. het bos gekapt hebben. Dit blijkt uit het verdwijnen van pollen van bossoorten in de lagen uit die tijd. In jongere lagen komen pollen voor van allerlei grassoorten en van tredplanten en pollen die wijzen op een periode van graanteelt in een latere periode. Uit de pollendiagrammen blijkt tevens dat na het jaar 70, als de Romeinen het Kops plateau hebben verlaten, het bos weer langzaam zijn positie herovert.8

2.3.2

Bodem, grondwater en verstoringen

Op de bodemkaart (2014) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom. Extrapolatie duidt erop dat in het plangebied sprake is van een holtpodzolgrond met grof zand en/of grind beginnend tussen 40 en 80 cm en ten minste 40 cm dik, of beginnend dieper dan 80 cm en doorgaand tot dieper dan 120 cm (Y30g).9 Een DINO-boring in de buurt van het plangebied laat een bodemprofiel zien van

6 7 8 9

Onderstaande beschrijving is grotendeels ontleend aan Heijting 2019. URL: http://www.vcbio.science.ru.nl/virtuallessons/landscape/geology, geraadpleegd op 09-05-2018. Teunissen & Teunissen-van Oorschot 1980. Onderstaande tekst is grotendeels ontleend aan Van Hemert 2018, 12-13.

11 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

matig fijn/matig grof, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand (0,0-0,5/1,8 m –mv) op matig tot zeer grof, matig grindig, zwak siltig zand (0,5/1,7-3,5/15,40 m –mv).10 In het bureauonderzoek ten behoeve van het Rijnwaalpad, ca. 300 m naar het oosten (Figuur 2.4: project Rwp1/Rwp2), wordt voor het oostelijke deel van de Daalseweg een profiel beschreven waarin de natuurlijke ondergrond uit spoelzandwaaierafzettingen bestaat. De onderkant van het profiel bestaat uit geel, lokaal grindrijk, zand (laag 5050, Formatie van Drenthe): een smeltwaterafzetting die in het Weichselien afgezet is door het water dat van de stuwwal afstroomde. In de laatste fase van het Holoceen hebben zich in de top van de smeltwaterafzettingen twee cultuurlagen ontwikkeld. De cultuurlagen zijn, mits dit deel van het profiel intact was, in het gehele plangebied waargenomen en kunnen derhalve niet horizontaal begrensd worden. De oudste cultuurlaag, laag 5030 (Ab-horizont), is een bruingekleurde laag uit de Romeinse tijd, met een dikte van 0,2 tot 0,4 m. Deze datering is gebaseerd op de vondsten uit de laag. Onder de Ab-horizont is een inspoelingshorizont waargenomen (B-horizont, laag 5010, 0,1-0,2 m dik). Het ontbreken van de uitspoelingshorizont (E-horizont) duidt erop dat de top van de holtpodzol met deze begraven A-horizont vermengd is geraakt c.q. daarin is opgenomen.

Laag 5030 was niet meer in alle profielen aanwezig. Onder andere in enkele kolommen vormde het restant van de B-horizont de enige aanwijzing dat er ooit een Romeinse akker- of cultuurlaag is geweest. Op de Romeinse cultuurlaag is een tweede cultuurpakket ontwikkeld (laag 5020, 0,1 tot 0,5 m dik, tevens een A-horizont). Deze donkergrijze laag dateert waarschijnlijk uit de 17e tot 19e (begin 20e) eeuw, hoewel op basis van de metaalvondsten een begindatering in de 13e tot 16e eeuw niet uit te sluiten is. Op sommige locaties zijn beide cultuurlagen vermengd of zorgde de uitspoeling vanuit het jongste cultuurpakket ervoor dat er geen scherpe grens te trekken was tussen beide cultuurlagen. Het bovenste deel van het bodemprofiel is in de Daalseweg, zonder uitzondering, verstoord en bestaat uit geroerde lagen, opgebrachte puinpakketten of een vlijlaag voor de asfaltweg die in de jaren ’50 van de 20e eeuw gerealiseerd is (laag 5000/5001 of S999). Lokaal bestaat de vlijlaag uit een pakket bakstenen. In hoeverre de ca. 500 m verderop gelegen waarnemingen ook naar het huidig plangebied kunnen worden doorgetrokken is onduidelijk. Dichterbij gelegen waarnemingen zijn echter niet bekend. Op de bodemkaart staan de gemiddelde grondwaterstanden aangegeven door middel van zogenaamde grondwatertrappen (I t/m VII). De grondwatertrap van het plangebied is niet bekend.

Binnen het te bebouwen deel van het plangebied zijn geen bodemverontreinigingen, saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan. Onder de bestaande bebouwing ligt een particuliere olietank, maar deze is in het verleden al gesaneerd en opgevuld met zand. Kabels en leidingen liggen alleen aan de voorzijde van het pand (Figuur 2.1).

10

DINO-boringen B40C3151 x = 187.950, y

= 427.666, boordiepte 62 m –mv. De diepere bodemlagen zijn hier buiten

beschouwing gelaten. 12 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Figuur 2.1. Kabels en leidingen binnen en rondom het plangebied. (bron: Atlaz) BT

2.4

Historisch en bouwhistorisch kader

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal geraadpleegd (Figuur 2.2). Op de Hottingerkaart uit 1783 en de topografische kaart van 1850 is het plangebied onbebouwd en ligt het buiten de vestingwerken van de stad (Figuur 2.2a en b). Wel ligt het gebied vlakbij een weg, die een vroege vorm van de Groesbeekseweg zal zijn. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw loopt de tramlijn langs het plangebied naar Groesbeek (Figuur 2.2c) en lijkt er een dwarsweg ten zuiden van de Groesbeekseweg te lopen, de Driehuizensche weg. Vanaf 1925 (Figuur 2.2d) lijkt het huidige stratenpatroon te ontstaan en is er een gebouw binnen het plangebied te zien. Dit is waarschijnlijk het eerst gebouwde deel van het convict. In hoeverre te achterhalen valt, is een groot deel van het plangebied nooit bebouwd geweest vóór de bouw van het convict. Aan de noordelijke rand van het plangebied zouden resten van de tramverbinding naar Groesbeek kunnen liggen, maar het is meer waarschijnlijk dat deze zich op de Groesbeekseweg bevond. De huidige bebouwing dateert uit 1925, hoewel door de jaren heen toevoegingen zijn gedaan aan het oorspronkelijke gebouw.

Het gebouw heette oorspronkelijk het Pius convict en was een studiehuis voor het huisvesten van 23 priesterstudenten aan de Katholieke Universiteit (Figuur 2.3).11 Het huis werd in oktober 1942 door de Duitse Wehrmacht gevorderd en ging na de bevrijding voor korte duur over in handen van het Militair Gezag. Het is niet bekend of het ook een andere functie had dan het huisvesten van militairen. Vanaf 25 september 1944 was een politiepost gevestigd in het pand, en volgens een krantenartikel van 9 februari 1946 is dan het Bureau van Huwelijksvoorlichting gevestigd in het pand. Vanaf de jaren zestig nam het aantal priesterstudenten snel af, wat in leidde tot de sluiting van het Pius-convict in 1970. In 1971 werd het gebouw een bejaardenoord voor de Kleine Zusters van de Heilige Joseph uit Heerlen. Daarna werd het een

11

Met dank aan Marcel Degen voor de historische informatie over de vroege dagen van het convict. 13

Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

verzorgingstehuis

voor

dementerende

bejaarden

(Piushove).

Nu

is

het

pand

in

gebruik

als

appartementencomplex voor jongeren.

Figuur 2.2: Het plangebied (in het rood) op de diverse historische kaarten. A) Kaart uit de Hottinger Atlas 1783; b) Topografische kaart 1850; c) Tram- en treinlijnenkaart 1894; d) Topografische kaart P. Geurts 1925. BT/RAN

14 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Figuur 2.3. Het convict in 1930. RAN

2.5

Archeologisch kader

Binnen het plangebied zijn geen archeologische monumenten, waarnemingen of onderzoeksmeldingen aanwezig. In een straal van 500 m rondom het plangebied zijn deze wel bekend (Figuur 2.4 en Tabel 2.1). Op de Archeologische waardenkaart van de provincie Gelderland geldt voor het plangebied een onbekende trefkans op archeologische waarden. Op de IKAW is het plangebied niet gekarteerd. Op de gemeentelijke beleidskaart ligt het plangebied binnen een terrein van onbekende waarde (Figuur 2.4). In de directe omgeving van het plangebied heeft nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn wel enkele begeleidingen, waarnemingen en proefsleufonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn eigenlijk vooral sporen gevonden die horen bij activiteiten die buiten de bebouwing van een stad liggen, zoals perceelsgreppels, kuilen, en een deel van de omgrachting van een van de forten die deel uitmaakten van de vestingstad (Fort Kijk in de Pot, Coehoornstraat). De dateringen van de kuilen en greppels loopt uiteen van de Romeinse tijd (Bachstraat), tot mogelijk Romeins of later (Rijn-Waalpad). Daarnaast zijn er nog bij twee onderzoeken (Prins Bernhardstraat en Julianapark) menselijke skeletresten aangetroffen, welke in verband te brengen zijn met de begraafplaats die daar in de 19e eeuw gelegen heeft.

15 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Figuur 2.4: Archeologische onderzoek in een straal van 500 m rondom het plangebied. BT

Archisnummer

2403597100

projectcode Nijmegen

Vgo1

locatie - toponiem

Van Goorstraat

afstand tot plangebied

304 m ten noordoosten

coördinaten RD

(x) 187495 - (y) 427881

aard - datering

Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen.

omschrijving

Opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd door BAMN (2011)

literatuur

J. Habraken, 2013: Archeologische begeleiding van rioleringswerkzaamheden in de Van Goorstraat, gemeente Nijmegen, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 145).

16 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Archisnummer

2421619100

projectcode Nijmegen

Pbr1

locatie - toponiem

Nijmegen, Prins Bernhardstraat

afstand tot plangebied

343 m ten noordoosten

coördinaten RD

(x) 188105 - (y) 428096

aard - datering

Tijdens rioolwerkzaamheden zijn menselijke skeletresten aangetroffen die behoren tot de Algemene Begraafplaats uit de 19e eeuw.

omschrijving

Opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd door BAMN (2011)

literatuur

F. de Roode, 2013: Een archeologische begeleiding in de Prins Bernhardstraat (NijmegenOost/Altrade), Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 161).

Archisnummer

3988096100

projectcode Nijmegen

Ju2

locatie - toponiem

Nijmegen, Julianapark

afstand tot plangebied

304 m ten noordoosten

coördinaten RD

(x) 188175 - (y) 427955

aard - datering

Tijdens een waarneming is menselijk bot van tenminste zeven individuen verzameld. Dit kan in verband gebracht worden met de begraafplaats die daar in de 19e eeuw gelegen was.

omschrijving

Waarneming, uitgevoerd door BAMN (2015)

literatuur

C. Harmsen, 2016: Grafvondsten in het Julianapark, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 213).

Archisnummer

4546939100

projectcode Nijmegen

Bac1

locatie - toponiem

Nijmegen, Coehoornstraat

afstand tot plangebied

420 m ten oosten

coördinaten RD

(x) 188442 - (y) 427641

aard - datering

Tijdens een rioolbegeleiding zijn een zestal Romeinse sporen (greppels en kuilen) aangetroffen die volgens het rapport in verband gebracht worden met de canabae legionis. Daarnaast zijn enkele vondsten verzameld die in verband gebracht zouden kunnen worden met twee legerkampen (een uit 1591, een uit 1672), en Fort de Verbrande Molen.

omschrijving

Opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd door BLAN (2017)

literatuur

F. Heijting, 2019: Archeologisch onderzoek in de Bachstraat te Nijmegen – gemeente Nijmegen. Een opgraving, variant archeologische begeleiding, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 271).

Archisnummer

4628019100

projectcode Nijmegen

Rwp2

locatie - toponiem

Nijmegen, Rijnwaalpad

afstand tot plangebied

278 ten oosten

coördinaten RD

(x) 188355 - (y) 427894

aard - datering

Tijdens een archeologische begeleiding van het uitgraven van enkele boomplantvakken langs de snelfietsroute richting Arnhem zijn enkele losse kuilen en greppeldelen aangetroffen. De datering van deze sporen staat vaak niet vast, maar stratigrafisch gezien zouden deze Romeins kunnen zijn.

omschrijving

Opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd door BLAN (2018)

literatuur

B.C. Tunker, 2020: Archeologisch onderzoek aan het Rijnwaalpad – gemeente Nijmegen. Een opgraving, variant archeologische begeleiding, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 288).

17 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Archisnummer

4791615100

projectcode Nijmegen

Coe1

locatie - toponiem

Nijmegen, Coehoornstraat

afstand tot plangebied

227 m ten oosten

coördinaten RD

(x) 188239 - (y) 427819

aard - datering

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn resten van de gracht van het 19e eeuwse Fort Kijk in de Pot aangetroffen, een fort uit de nieuwe tijd

omschrijving

IVO-P, uitgevoerd door BABN (2020)

literatuur

Rapportage nog in voorbereiding.

Tabel 2.1: Archeologische onderzoeken in een straal van 500 m rondom het plangebied.

2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven informatie over de huidige, de aardwetenschappelijke en de historische situatie, de landschappelijke ontwikkeling en de bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden, kan een gespecificeerde verwachting worden opgesteld ten aanzien van de mogelijk aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Onderstaande verwachting is opgesteld conform LS05 uit protocol 4002 en geeft inzicht in de: 1. datering (minimaal in hoofdperioden, paragraaf 2.6.1), 2. complextypen (zoals nederzetting, grafveld, bewoningssporen, akkerlaag etc.; paragraaf 2.6.1), 3. omvang (paragraaf 2.6.3), 4. diepteligging (ook zichtbaar/niet-zichtbaar; paragraaf 2.6.4), 5. gaafheid en conservering (paragraaf 2.6.5) 6. locatie (eventueel met aanduiding in welk deelgebied 2.6.3), 7. uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren; paragraaf 2.6.2) 8. mogelijke verstoringen (paragraaf 2.6.5).

2.6.1

Datering en complextype

Late prehistorie Sporen uit de late prehistorie zijn niet bekend in het onderzoeksgebied. Romeinse tijd In een straal van 500 m, vooral ten oosten van het plangebied, zijn enkele kuilen en (perceels-)greppels uit de Romeinse tijd aangetroffen. De kans is aanwezig dat deze sporen, m.n. in de vorm van greppels en kuilen, verder richting het westen doorlopen. De kans hierop is middelhoog. Middeleeuwen Sporen uit de vroege middeleeuwen zijn niet aangetroffen in het onderzoeksgebied. Bewoningssporen uit de late middeleeuwen zijn eveneens niet aangetroffen. Het plangebied (evenals een groot deel van het onderzoeksgebied) ligt in deze periode nog buiten de vestingstad. Wel bestaat de kans op perceleringssporen en misschien boerderijen, hoewel deze niet te zien zijn op kadastrale kaarten uit die tijd.

18 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Nieuwe tijd Bewoningssporen uit de vroege nieuwe tijd zijn niet aangetroffen. Sporen uit de nieuwe tijd midden en de late nieuwe tijd beperken zich vooralsnog vooral tot de menselijke skeletresten die behoren tot de begraafplaats uit de 19e eeuw. Deze begraafplaats ligt echter niet binnen het plangebied. In 1925 wordt het eerste gebouw van het convict gebouwd. Vondsten uit deze perioden kunnen veelvuldig in de bouwvoor worden aangetroffen. De kans op het aantreffen van resten uit deze perioden is hoog. Tweede Wereldoorlog Het convict is door de Duitsers gevorderd tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar had voor zover bekend geen bijzondere functie. De kans op materiaal uit de Tweede Wereldoorlog is daarmee laag.

2.6.2

Uiterlijke kenmerken

Resten bestaan vermoedelijk uit grondsporen in combinatie met mobilia. Losse vondsten kunnen verwacht worden in de vorm van aardewerk, steen, glas, metaal en mogelijk (verkoold) organisch materiaal (zie ook Tabel 2.2).

2.6.3

Locatie en omvang

De verwachting geldt voor het gehele plangebied. De mogelijke resten kunnen een deel of het gehele plangebied beslaan.

2.6.4

Bodemopbouw en diepteligging van de archeologische resten

Het plangebied is gelegen op ca. 35 m +NAP op de spoelzandwaaier. De bodemopbouw binnen het plangebied is niet bekend. Resten uit de Tweede Wereldoorlog bevinden zich direct onder of mogelijk zelfs nog in de bouwvoor.

2.6.5

Gaafheid, conservering en mogelijke verstoringen

Op de plaats waar de parkeerkelder en uitbreiding van het pand gebouwd worden zijn geen verstoringen bekend, waardoor de gaafheid van eventuele sporen hoog is. Over de bodemopbouw ter plaatse is niet voldoende bekend om uitspraken te doen over eventuele cultuur- of vondstlagen. Vanwege de zandige ondergrond zal organisch materiaal vermoedelijk alleen bewaard zijn in verkoolde toestand of onder de grondwaterspiegel. Vondsten van metaal zijn aangetast door corrosie.

19 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

archeologische periode

verwachting

verwachte kenmerken archeologische resten (complextype, spoortypen, omvang, locatie en indicatoren)

diepteligging resten t.o.v. maaiveld

(laat-) paleolithicumijzertijd

Laag

Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, haardkuilen; kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen artefacten, voor de late prehistorie eventueel kleine metaalvondsten

onbekend

Romeinse tijd

Middelhoog

Akkerlaag, cultuurlaag, wegen, (paal)kuilen, greppels; (bouw)aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

onbekend

middeleeuwen

Laag

Huisplaats, akkerlaag, cultuurlaag, wegen, nederzettingssporen in de vorm van (paal)kuilen, greppels; (bouw)aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

onbekend

nieuwe tijd

Hoog

Sporen van bouwwerkzaamheden rondom het convict, Binnen 1 m -mv dan wel direct kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, onder bouwvoor glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

WOII (specifiek)

laag

losse vondsten/dump

Vanaf maaiveld

Tabel 2.2: Archeologische verwachting per periode.

2.7

Advies op basis van het bureauonderzoek

Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek acht BABN een archeologisch vervolgonderzoek wel noodzakelijk. Er bestaat geen reden van het reeds voorgenomen booronderzoek af te zien en daarom wordt dan ook geadviseerd het booronderzoek uit te voeren zoals gepland. Naar aanleiding van de resultaten van het booronderzoek volgt een definitief advies over eventueel vervolgonderzoek of andere te nemen maatregelen.

20 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

3

Veldonderzoek

3.1

Doel en vraagstelling

Doel van het verkennend inventariserend veldonderzoek is allereerst het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en, indien nodig, het aanvullen of wijzigen daarvan. Tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek wordt de bodemopbouw en mate van gaafheid (waaronder verstoringen) van de bodem in kaart gebracht, om zo de archeologische potentie van het plangebied vast te stellen. Tot slot heeft het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg (specificatie VS07). Om de doelstelling van het onderzoek te verwezenlijken zijn in het Plan van Aanpak12 de volgende onderzoeksvragen gesteld: 1. 2. 3.

Wat is de (geomorfologische en) bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? In hoeverre is deze opbouw nog intact? Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? 4. Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: o Op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? o Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? o Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? 5. In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Aan de hand van bovenstaande onderzoeksvragen zal in de conclusie van het standaardrapport antwoord worden gegeven op de vraag in hoeverre de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd worden door toekomstige planontwikkeling en op de vraag of het plangebied voldoende is onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd.

3.2

Methodiek

Het onderzoek betreft een booronderzoek verkennende fase van het IVO-Overig. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003, specificatie VS03 van de KNA 4.1 en het, voorafgaand aan het onderzoek opgestelde, Plan van Aanpak.13 Er zijn in totaal zes boringen gezet. Gezien de onregelmatige vorm en het beperkte oppervlak van het terrein is geen vast grid aangehouden. Wel zijn de boringen zo veel mogelijk verspreid over het terrein geplaatst. De boringen zijn volgens het boorplan op het oog uitgezet en achteraf ingemeten. Het aantal van zes boringen is een minimum wens van het bevoegd gezag en geeft tevens ruim voldoende inzicht in de bodemopbouw voor het behalen van de doelstelling.

12

Van de Geer 2020, 6.

13

Van de Geer 2020. 21

Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

De boringen zijn gezet met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm tot minimaal 30 cm in de C-horizont. Bij boring 4 was dit slechts 10 cm, vanwege een ondoordringbare hoeveelheid grind in de top van de Chorizont. Boring 3 moest halverwege worden afgebroken en opnieuw worden gezet vanwege een puinlaag in de ondergrond. De boringen zijn in het veld beschreven door een senior KNA-prospector volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) welke voldoet aan de NEN5104 norm. Hierbij is gelet op kleur, textuur (grondsoort), oxidatie-en reductievlekken van ijzer en mangaan, bodemopbouw en archeologische indicatoren, waaronder aardewerk en houtskool. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is de boorkern in het veld met het blote oog (snijden/verbrokkelen) tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken). De laagbeschrijving is in het veld verwerkt op analoge veldformulieren, welke op een later moment zijn gedigitaliseerd. De boorpunten zijn met een RTK-GPS in het nationale coördinatenstelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD-stelsel) ingemeten, met een nauwkeurigheid van <2,5 cm. De boorprofielen zijn als bijlage 4 opgenomen achter in het rapport.

Bovengenoemde methodiek is geschikt voor het vaststellen van de bodemopbouw en hieraan te relateren archeologische verwachtingen. Het veldwerk is uitgevoerd door Pepijn van de Geer (Senior KNA-Prospector).

Tabel 3.1: Boorpuntenkaart op de luchtfoto van 2020 (bron: Atlaz). PVDG

22 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

3.3

Resultaten

3.3.1

Bodemopbouw

Het booronderzoek heeft een eenduidig beeld opgeleverd van de in het plangebied aanwezige afzettingen in de ondiepe ondergrond. Het plangebied was ten tijde van het onderzoek in gebruik als tuin. Het maaiveld bevond zich rond 35,55-35,63 m +NAP. Hier is in alle boringen een 0,2 tot 0,4 m dikke ‘bouwvoor’ aangetroffen. Feitelijk betreft het hier een laag teelof tuinaarde, aangezien hier hoogstwaarschijnlijk geen intensieve bewerking van de grond zal hebben plaatsgevonden. De laag bestond uit matig grindig, matig fijn, zwak siltig, donkerbruingrijs zand en was sterk humeus. Ter hoogte van boring 6 was deze laag 0,6 m dik. Vermoedelijk bevindt zich hieronder een diepere ontgraving (zie verder). Op 0,2 tot 0,4 m –mv (35,23-35,35 m +NAP) bevindt zich de top van een 0,85-1,05 m dik pakket ophogingslagen. Deze lagen variëren van kleur maar zijn doorgaans (donker-)grijsbruin tot bruingrijs en bestaan uit matig fijn, matig humeus, zwak siltig zand en zijn zwak tot matig grindig. In het pakket zijn diverse archeologische indicatoren aanwezig. Ook bevond zich ter hoogte van boring 3 op ca. 0,65-0,75 m –mv (top op 34,98 m +NAP) een puinlaag die bij de eerste poging ondoordringbaar bleek en bij een tweede poging zeer veel baksteenpuin opleverde. In boring 6 was dit pakket, in afwijking op de overige boringen, ruim 1,1 m dik.

Bovengenoemde lagen liggen op een BC- of C-horizont waarvan de top zich bevindt op 1,2-1,3 m –mv (34,2634,43 m +NAP). Het betreft een goed geoxideerde, lichtgeelbruine tot lichtoranjebruine C-horizont met roestvlekken die bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand en matig tot sterk grindig is. In het geval van boring 4 was de laag dermate grindig dat de boring niet verder dan 10 cm in de C-horizont kon worden gezet.

3.3.2

Archeologische indicatoren

Zowel de bouwvoor, maar vooral de ophogingslagen, bevatte meerdere ‘archeologische’ indicatoren. Het betreft fragmenten houtskool, steenkool (cokes?), glas, bouwpuin en aardewerk. Het bouwpuin bestaat voornamelijk uit vrij recente baksteenfragmenten. Het aardewerk omvat onder meer geglazuurd aardewerk dat nog tot in de 18e of 19e eeuw voorkomt, alsmede porselein. Het materiaal is vermoedelijk samen met de grond van elders aangevoerd.

23 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

4

Conclusie

4.1

Synthese en conclusies

Op basis van het bureauonderzoek kon niet eerder een beeld gevormd worden van de bodemopbouw binnen het plangebied, gezien de afwezigheid van waarnemingen in de directe omgeving of in het plangebied zelf. Op basis van het booronderzoek is meer duidelijkheid ontstaan over de bodemopbouw en mogelijke diepteligging van eventueel archeologische resten. Het plangebied blijkt in het verleden ruim meer dan een meter te zijn opgehoogd. Deze ophoging is ook zichtbaar in de schetsen voor de nieuwbouw, waar het maaiveld achter het gebouw fors hoger staat getekend dan voor het gebouw. De straat aan de voorkant ligt veel lager dan de begane grond van het gebouw (Figuur 4.1), die op gelijke hoogte met de achtertuin ligt. Ook is duidelijk geworden dat geen vondst- of cultuurlaag in het plangebied aanwezig is en dat eventueel aanwezige archeologische resten zich vooral zullen manifesteren als grondsporen met bijbehorende vondsten. Gezien het feit dat her en der een BC-horizont aanwezig lijkt te zijn, kunnen sporen vermoedelijk nog redelijk tot goed geconserveerd zijn. Op basis van het booronderzoek is geen aanleiding de archeologische verwachting naar boven of beneden bij te stellen en blijft de verwachting op resten uit de m.n. de Romeinse tijd en middeleeuwen middelhoog tot laag.

Figuur 4.1: Indruk van het hoogteverschil tussen de straat en de begane grond (en tuin) van de bestaande bebouwing binnen het plangebied. PVDG

24 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

4.1.1

Aangepaste gespecificeerde archeologische verwachting

Voor de volledigheid is de aangescherpte gespecificeerde verwachting hier nogmaals in tabelvorm weergegeven: diepteligging resten t.o.v. maaiveld

archeologische periode

verwachting

verwachte kenmerken archeologische resten (complextype, spoortypen, omvang, locatie en indicatoren)

(laat-) paleolithicumijzertijd

Laag

Op 1,2-1,3 m –mv Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, (34,26-34,43 m +NAP) haardkuilen; kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen artefacten, voor de late prehistorie eventueel kleine metaalvondsten

Romeinse tijd

Middelhoog

Akkerlaag, cultuurlaag, wegen, (paal)kuilen, greppels; (bouw)aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Op 1,2-1,3 m –mv (34,26-34,43 m +NAP)

middeleeuwen

Laag

Huisplaats, akkerlaag, cultuurlaag, wegen, nederzettingssporen in de vorm van (paal)kuilen, greppels; (bouw)aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Op 1,2-1,3 m –mv (34,26-34,43 m +NAP)

nieuwe tijd

Hoog

Sporen van bouwwerkzaamheden rondom het convict, kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Direct onder bouwvoor

WOII (specifiek)

Laag

losse vondsten/dump

Vanaf maaiveld

Tabel 4.1: Archeologische verwachting per periode.

4.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen

Om de doelstelling van het onderzoek te verwezenlijken zijn in het Plan van Aanpak vijf onderzoeksvragen geformuleerd die hier zullen worden beantwoord.14 1.

Wat is de (geomorfologische en) bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? De bodemopbouw bestaat uit een A/C-profiel met een dik pakket ophogingslagen en een bouwvoor direct op de BC- of C-horizont.

2.

In hoeverre is deze opbouw nog intact? De originele A-, E- en B-horizonten ontbreken. De antropogene ophogingslagen bevinden zich direct op de C-horizont, waarin soms nog een BC-overgangslaag waarneembaar lijkt.

14

Van de Geer 2020, 6. 25

Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

3.

Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? De C-horizont is archeologisch gezien het meest relevant, omdat hier zich een eventueel sporenvlak zou kunnen bevinden. De top van deze afzetting bevindt zich tussen 1,2-1,3 m –mv ofwel 34,2634,43 m +NAP.

4.

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische o

indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Vanaf het maaiveld.

o

Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? De indicatoren zijn in alle boringen aangetroffen.

o

Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Het betreft fragmenten houtskool, steenkool , glas, bouwpuin en aardewerk. Het bouwpuin bestaat voornamelijk uit vrij recente baksteenfragmenten. Het aardewerk omvat onder meer geglazuurd aardewerk, alsmede porselein, dat nog tot in de 18e of 19e eeuw voorkomt.

5.

4.3

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De archeologische verwachting an sich hoeft niet te worden bijgesteld. Wel kon deze worden aangescherpt op het gebied van de diepteligging van de vondsten en de vaststelling van de afwezigheid van een vondstlaag.

Advies

Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt voor het plangebied een lage tot middelhoge verwachting op archeologische resten te bestaan. Door middel van dit onderzoek kon de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden binnen het plangebied niet onomstotelijk worden vastgesteld. Als het voor de bestemmingsplanwijziging van belang is om met zekerheid in kaart te brengen of er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn die van invloed zijn op de haalbaarheid van het plan, en uiteindelijk vast te stellen of eventuele toekomstige werkzaamheden zouden kunnen leiden tot aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden, is vervolgonderzoek noodzakelijk Buiten eventuele losse vondsten in de ophogingslagen, gerelateerd aan de bouw van het convict en aan de Tweede Wereldoorlog, worden met name archeologische resten uit de Romeinse tijd verwacht in de vorm van grondsporen met vondsten in de top van de C-horizont. Een proefsleuvenonderzoek is daarom de meest geijkte methode om deze resten op te sporen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de top van de relevante afzettingen zich tussen 1,2-1,3 m –mv bevindt en het terrein momenteel omsloten is door bebouwing, waardoor het niet eenvoudig is om grootschalig materieel op het terrein te krijgen.

Machines voor een eventueel onderzoek zullen met een hijskraan over de bestaande bebouwing moeten worden getild, waardoor de (financiële) haalbaarheid van het plan hiermee mogelijk in gedrang komt.

26 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Dit advies dient te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid (bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen), die uiteindelijk een selectiebesluit moet nemen. Het selectiebesluit en de te nemen maatregel is voorbehouden aan de bevoegde overheid.

4.4

Voorbehoud

Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologische onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bodemingrepen in het onderzoeksgebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kunnen de onderzoeksresultaten geen zekerheid garanderen omtrent de aan- of afwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen dienen deze conform de Erfgoedwet (2017), artikel 5.10 en 5.11, gemeld te worden.

27 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Literatuurlijst Bosch, J.H.A, 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode 2008-U-R0881/A, Utrecht. Geer, P. van de, 2020: Plan van Aanpak Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove) Gemeente Nijmegen. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennend booronderzoek, Nijmegen. Habraken, J., 2013: Archeologische begeleiding van rioleringswerkzaamheden in de Van Goorstraat, gemeente Nijmegen, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 145). Harmsen, C., 2016: Grafvondsten in het Julianapark, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 213). Heijting, F., 2019: Archeologisch onderzoek in de Bachstraat te Nijmegen – gemeente Nijmegen. Een opgraving, variant archeologische begeleiding, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 271). Hemert, J. van, 2018: Bureauonderzoek snelfietsroute verlengd Rijnwaalpad gemeente Nijmegen, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 257). Roode, F. de, 2013: Een archeologische begeleiding in de Prins Bernhardstraat (Nijmegen-Oost/Altrade), Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 161). SIKB 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Teunissen, D. & H.G.C.M.

Teunissen-van Oorschot, 1980: The Development of the Environment of the Kops Plateau, near Nijmegen, since Roman Times, Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 30, 255-276. Tunker, B.C., 2020: Archeologisch onderzoek aan het Rijnwaalpad – gemeente Nijmegen. Een opgraving, variant archeologische begeleiding, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 288). Geraadpleegde bronnen en/of internetsites Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), Rijkswaterstraat; geraadpleegd via: http://www.ahn.nl, januari 2020. Archeologisch informatiesysteem Archis3; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, geraadpleegd via: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/#/cho/search, juni 2020. Archeologische Beleidsadvieskaart (ABAK), Gemeente Nijmegen; geraadpleegd via http://kaart.nijmegen.nl/ABAK/, juni 2020. Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); geraadpleegd via: http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl/, juni 2020. Bodemkaart 1:50.000; 28 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

geraadpleegd via: http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/AtlasGelderland, juni 2020. Bodemverontreinigingen gemeente Nijmegen: geraadpleegd via: http://kaart.nijmegen.nl/milieu/, juni 2020. Geomorfologische kaart, 1:50.000; geraadpleegd via: http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/AtlasGelderland, juni 2020. Grondwatertrappenkaart; geraadpleegd via: http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/AtlasGelderland, juni 2020. Hottinger Atlas 1783; geraadpleegd via: https://kaart.nijmegen.nl/kaartviewer/index.php?Historie, juni 2020. Luchtfoto 2019/2020, gemeente Nijmegen; geraadpleegd via Atlaz (http://geldrop:8090/kaartviewer//index.php?@Atlaz), juni 2020. Topografische kaart 1850; geraadpleegd via: https://kaart.nijmegen.nl/kaartviewer/index.php?Historie, juni 2020. Topografische kaart P. Geurts 1925; geraadpleegd via: https://kaart.nijmegen.nl/kaartviewer/index.php?Historie, juni 2020. Topografische ondergrond van Nijmegen (BRT/BAG); geraadpleegd via Atlaz (http://geldrop:8090/kaartviewer//index.php?@Atlaz), juni 2020. Tram- en treinlijnenkaart 1894; geraadpleegd via: https://kaart.nijmegen.nl/kaartviewer/index.php?Historie, juni 2020.

Bronnen historisch onderzoek Piusconvict https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Pius-convict https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=258055 https://hdl.handle.net/21.12122/2127840288 https://hdl.handle.net/21.12122/2131128463 https://hdl.handle.net/21.12122/302030986 https://hdl.handle.net/21.12122/258033 https://www.oorloginnijmegen.nl/images/PDF/85_2870_Surveillancedagboek1_va_febr_1944_compr_leo.p df https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Poulussen/Cat/cwdata/070-Piushove.html https://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/?guid=68ED9F07-3CDE-4768-A728-1A80C04CE0AF https://reliwiki.nl/index.php/Nijmegen,_Van_Slichtenhorststraat_91_-_Kapel_Piushove https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=212&miadt=1212&miaet=14&micode=DOCMON&minr=733747&miview=ldt

29 Standaardrapport bureauonderzoek en IVO-O, Sls1 Van Slichtenhorststraat 91-93 (Piushove)

Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit Gemeente Nijmegen

Lijst van afbeeldingen Figuur 1.1: Situering van het plangebied en onderzoeksgebied op de topografische kaart. Ten behoeve van het booronderzoek is het plangebied tevens het onderzoeksgebied. BT .............................................. 5 Figuur 1.2: Huidige situatie binnen het plangebied op een luchtfoto van 2020 (bron: Atlaz). BT ..................... 6 Figuur 1.3: Indruk van de locatie van de geplande nieuwbouw (achterzijde huidige bebouwing). PVDG ........ 7 Figuur 2.1. Kabels en leidingen binnen en rondom het plangebied. (bron: Atlaz) BT ................................. 13 Figuur 2.2: Het plangebied (in het rood) op de diverse historische kaarten. A) Kaart uit de Hottinger Atlas 1783; b) Topografische kaart 1850; c) Tram- en treinlijnenkaart 1894; d) Topografische kaart P. Geurts 1925. BT/RAN ....................................................................................................................................... 14 Figuur 2.3. Het convict in 1930. RAN .............................................................................................................. 15 Figuur 2.4: Archeologische onderzoek in een straal van 500 m rondom het plangebied. BT ........................ 16 Figuur 4.1: Indruk van het hoogteverschil tussen de straat en de begane grond (en tuin) van de bestaande bebouwing binnen het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7361c9ba-0636-467a-adc1-7f95d028357f