CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Quickscan Flora en fauna

Besluitronde (raadsvergadering) 27 maart 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen West -12 (Fanfarestraat 51-53) (07/2024)5.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actualisatie Quickscan Fanfarestraat, Nijmegen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming

J. Daamen

Actualisatie Quickscan Fanfarestraat, Nijmegen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming J. Daamen Status uitgave: concept Rapportnummer:

23-253

Projectnummer:

23-0474

Datum uitgave:

juli 2023

Projectleider:

C. Nijholt

Tweede lezer:

L. Littooij

Opdrachtgever:

Gemeente Nijmegen t.a.v. L. Klaassen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Referentie opdrachtgever:

VPL 298639

Akkoord voor uitgave:

D. Emond

Foto omslag:

Janneke Daamen / Waardenburg Ecology

Datum akkoord:

30 juni 2023

Graag citeren als: Daamen, J. 2023. Actualisatie Quickscan Fanfarestraat, Nijmegen. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 23-253. Waardenburg Ecology, Culemborg. Trefwoorden: Quickscan Wet natuurbescherming, Fanfarestraat, Nijmegen. Waardenburg Ecology is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Waardenburg Ecology is een handelsnaam van Bureau Waardenburg BV. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.

Waardenburg Ecology hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Waardenburg Ecology Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg, 0345 512710 info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco

Inhoud Samenvatting

5

1 -- Inleiding

6

1.1 Aanleiding en doel

6

1.2 Methodiek onderzoek

6

2 -- Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep

8

2.1 Beschrijving plangebied

8

2.2 Voorgenomen ingreep

10

2.3 Gebiedsbescherming en houtopstanden

10

3 -- Toetsing aan de Wnb - Soortenbescherming

12

3.1 Planten

12

3.1.1

Functie van het plangebied

12

3.1.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

12

3.2 Ongewervelden

12

3.2.1

Functie van het plangebied

12

3.2.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

12

3.3 Vissen

13

3.3.1

Functie van het plangebied

13

3.3.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

13

3.4 Amfibieën

13

3.4.1

Functie van het plangebied

13

3.4.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

13

3.5 Reptielen

14

3.5.1

Functie van het plangebied

14

3.5.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

14

3.6 Grondgebonden zoogdieren

14

3.6.1

Functie van het plangebied

14

3.6.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

15

3.7 Vleermuizen

15

3.7.1

Functie van het plangebied

15

3.7.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

15

3.7.3

Nader onderzoek

15

3.8 Vogels

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

16

3

3.8.1

Functie van het plangebied

16

3.8.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb

16

3.8.3

Maatregelen

17

3.9 Zorgplicht

17

4 -- Conclusies en aanbevelingen

18

4.1 Gebiedenbescherming

18

4.2 Houtopstanden

18

4.3 Soortenbescherming

18

Literatuur

19

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

4

Samenvatting Project 23-474, Actualisatie QS Fanfarestraat, Nijmegen

Aspect Soortenbescherming Wnb Te verwachten beschermde (niet vrijgestelde) soorten

Mogelijk verblijfplaatsen vleermuizen Algemene broedvogels in het gehele plangebied

Nader ecologisch onderzoek noodzakelijk?

Mogelijk voor vleermuizen

Maatregelen noodzakelijk?

Ja voor algemene broedvogels en mogelijk voor vleermuizen

Is een ontheffing Wnb noodzakelijk?

Mogelijk voor vleermuizen

Aspect Gebiedsbescherming Wnb Mogelijk een (significant) negatief effect?

Ja, (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, met uitzondering van effecten van stikstofdepositie

Is aanvullend onderzoek nodig?

Ja, AERIUS-berekening (stikstofdepositieberekening)

Aspect Bescherming van houtopstanden Wnb Mogelijk een (significant) negatief effect?

Nee

Is een kapvergunning- of melding noodzakelijk?

Nee

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

5

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel De gemeente Nijmegen is voornemens om de bestemming van een perceel aan de Fanfarestraat in Nijmegen te wijzigen zodat op het perceel woningen gerealiseerd kunnen worden. In 2019 is een quick scan uitgevoerd vanwege de te slopen school die zich toen in het plangebied bevond (Karels, 2019). Naar aanleiding van de quick scan is in 2020 nader vleermuisonderzoek uitgevoerd, op basis waarvan een ontheffing is aangevraagd en de school inmiddels is gesloopt (Verhoek, 2020). Om de bestemmingsplanwijziging van het perceel mogelijk te maken is een actualisatie van de quick scan nodig. Waardenburg Ecology heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (21 juni 2023) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten, houtopstanden en gebieden beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor het ‘nee, tenzij’ -toets niet van toepassing is. Het doel van het onderzoek is om te bepalen of de voorgenomen ingreep kan leiden tot overtredingen van de regels uit de Wet natuurbescherming. Als de ingreep leidt tot overtreding van regels uit de Wnb is bepaald of ontheffing (soorten) en/of vergunning (gebieden) nodig is en onder welke voorwaarden deze redelijkerwijs kunnen worden verkregen. Voorliggend rapport doet verslag van de resultaten van dit onderzoek.

1.2

Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Effecten zijn bepaald op basis van de functie van het plangebied en omgeving voor beschermde soorten en de voorgenomen ingreep en beoordeeld in het kader van de Wnb. Voor het wettelijk toetsingskader voor beschermde soorten wordt verwezen naar Bijlage I bij dit rapport. Bronnenonderzoek Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 20 juni 2023. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. drie km om het plangebied en gegevens tot vijf jaar oud. Daarnaast is, voor zover nodig, gebruikgemaakt van achtergronddocumentatie, waaronder de quickscan die in 2019 door Waardenburg Ecology in het plangebied is uitgevoerd (Karels, 2019) en het nadere vleermuisonderzoek (Verhoek, 2020).

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

6

Veldbezoek Het veldbezoek heeft op 21 juni 2023 plaatsgevonden [28C, onbewolkt, 1 Bft]. Daarbij is in het plangebied en omgeving - met behulp van een verrekijker – gezocht naar beschermde soorten en sporen daarvan zoals nesten, holen uitwerpselen, braakballen en knaagsporen. Alle bomen zijn vanaf de grond geïnspecteerd op holtes, nesten en/of loszittende schors. Omdat de bomen in blad stonden, konden deze niet volledig geïnspecteerd worden. Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten.

De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Als de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na februari 2026 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.

Veldonderzoek is altijd een momentopname. Waardenburg Ecology waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt. De onderzoeker die het onderzoek heeft uitgevoerd is door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Waardenburg Ecology. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Waardenburg Ecology is door Certiked ISO gecertificeerd overeenkomstig BRL 9990:2001 / ISO 9001:2015.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

7

2 Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep 2.1

Beschrijving plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Fanfarestraat in Nijmegen, nabij de kruising met de Otto C. Huismanstraat (Figuur 2.1). Het plangebied bestaat uit grasland dat ingezaaid is met een inheems bloemenmengsel (soorten als korenbloem, gele kamille en paardenbloem (Figuur 2.2)). In het plangebied staan met name langs de rand bomen (o.a. esdoorns, Amerikaanse eiken en berk) (Figuur 2.3). In het midden van het plangebied staan enkele jonge bomen. Aan de zuidkant van het plangebied loopt een watergang van ongeveer 7 meter breed met daaromheen rietbegroeiing. De watergang zelf bevat enkel wat kroos en geen overige vegetatie. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig.

Figuur 2.1

Ligging plangebied (rood omkaderd) (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

8

Figuur 2.2

Grasland met enkele inheemse bloemen.

Figuur 2.3

Eiken aan de rand van het plangebied.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

9

Figuur 2.4

2.2

Watergang aan de zuidkant van het plangebied.

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door gemeente Nijmegen. Gemeente Nijmegen is voornemens woningen te bouwen in het plangebied. Het plan voorziet in 37 koopappartementen. De 37 appartementen zijn verdeeld over twee gebouwen met een ligging in het groen. Voor het bouwen van de woningen worden in het plangebied mogelijk enkele bomen gekapt. De watergang blijf bij de ingreep behouden.

2.3

Gebiedsbescherming en houtopstanden Natura 2000-gebieden De Wnb regelt de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht initiatiefnemers om vooraf te beoordelen of plannen, projecten en activiteiten in (de nabijheid van) Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat er geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het ligt hemelsbreed op ongeveer 3,1 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ingreep en de afstand tot Natura 2000-gebieden is het uitgesloten dat de ingreep aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden veroorzaakt, met mogelijke uitzondering van effecten van stikstofdepositie.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

10

Een beoordeling van effecten van stikstofdepositie op beschermde gebieden maakt geen onderdeel uit van dit rapport. We adviseren om een AERIUS-berekening uit te voeren om vast te stellen of sprake is van effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. NNN Het plangebied ligt niet binnen het NNN. Vanwege de aard van de ingreep en de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied, zijn negatieve effecten op voorhand uitgesloten. Houtopstanden Voor de ingreep worden mogelijk een aantal bomen gekapt. Omdat deze zich allen in de bebouwde kom bevinden, zijnde regels ten aanzien van houtopstanden zoals vermeld in Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming niet van toepassing.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

11

3 Toetsing aan de Wnb - Soortenbescherming 3.1

Planten

3.1.1

Functie van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van groot spiegelklokje (NDFF). In het plangebied is geen geschikt leefgebied van groot spiegelklokje aanwezig, omdat akkers en (spoor)bermen ontbreken in het plangebied. De plant is ook niet waargenomen tijdens het veldbezoek dat plaatsvond in het groeiseizoen van groot spiegelklokje. Overige beschermde plantensoorten in de omgeving van Nijmegen groeien voornamelijk op akkerland en in (spoor)bermen, waardoor een functie van het plangebied voor beschermde soorten planten is uitgesloten.

3.1.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb Omdat de aanwezigheid van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn negatieve effecten op beschermde plantensoorten ook uitgesloten. Er is geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van beschermde plantensoorten.

3.2

Ongewervelden

3.2.1

Functie van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van iepenpage en teunisbloempijlstaart (NDFF). In het plangebied zijn geen waardplanten van iepenpage en teunisbloempijlstaart aanwezig (iep voor iepenpage en teunisbloem, harig wilgenroosje, kattenstaart en basterdwederik voor teunisbloempijlstaart). Ook ontbreekt geschikt habitat zoals open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen in bebost gebied. Een functie van het plangebied voor beschermde soorten ongewervelden is daarmee uitgesloten.

3.2.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb Aangezien de aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn negatieve effecten ook niet aan de orde. Er is geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van beschermde soorten ongewervelden.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

12

3.3

Vissen

3.3.1

Functie van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten vissen (NDFF). De watergang in het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten vissen, omdat de watergang nauwelijks begroeiing bevat (essentieel voor de in de wijde omgeving voorkomende grote modderkruiper). Een functie van het plangebied voor beschermde soorten vissen is uitgesloten.

3.3.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb Aangezien aanwezigheid van populaties van beschermde soorten vissen in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn negatieve effecten ook niet aan de orde. Er is geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van beschermde soorten vissen.

3.4

Amfibieën

3.4.1

Functie van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van Alpenwatersalamander en rugstreeppad, van het ‘Beschermingsregime Habitatrichtlijn’. De watergang in het plangebied is niet geschikt als voortplantingswater voor deze soorten omdat watervegetatie ontbreekt (Alpenwatersalamander) en de oevers te steil en dichtbegroeid zijn voor rugstreeppad. Vanwege de geïsoleerde ligging en het ontbreken van voldoende dekking is het plangebied ook niet geschikt als landhabitat van deze soorten. Het plangebied vormt wel (beperkt geschikt) leefgebied van algemeen voorkomende soorten amfibieën zoals gewone pad en kleine watersalamander van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. De watergang is in beperkte mate geschikt als voortplantingswater van deze soorten omdat. Vanwege de geïsoleerde ligging en de lage hoeveelheid dekking is het gebied ook maar beperkt geschikt als landhabitat voor deze soorten.

3.4.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is dus geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is zeer beperkt. De watergang die voor deze soorten mogelijk als voortplantingswater fungeert, blijft onaangetast. De gunstige staat van

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

13

instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. In het kader van de Zorgplicht zijn wel maatregelen nodig (zie paragraaf 3.6).

3.5

Reptielen

3.5.1

Functie van het plangebied Op basis van verspreidingsgegevens (NDFF) en de kenmerken van het plangebied (geïsoleerde ligging met weinig dekking) wordt een functie van het plangebied voor beschermde soorten reptielen uitgesloten.

3.5.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb Aangezien aanwezigheid van beschermde soorten reptielen in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn negatieve effecten ook niet aan de orde. Er is geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van beschermde soorten reptielen.

3.6

Grondgebonden zoogdieren

3.6.1

Functie van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn de volgende waarnemingen bekend van soorten van het ‘Beschermingsregime Habitatrichtlijn’: bever, bunzing, das, eekhoorn en steenmarter (NDFF). De bomen in het plangebied zijn mogelijk geschikt als nestplaats voor eekhoorn, maar in de omgeving zijn geen voedselbomen of gesloten bosschages aanwezig. Bovendien is in de woonwijk rondom het plangebied ook geen geschikt leefgebied, waardoor het plangebied geïsoleerd ligt van geschikt leefgebied in de omgeving. Het plangebied is mogelijk geschikt als leefgebied voor steenmarter, maar vanwege de kleine oppervlakte t.o.v. de territoriumgrootte van steenmarter is dit geen essentieel leefgebied. In het plangebied zijn geen sporen van steenmarter of andere grondgebonden zoogdieren waargenomen zoals knaagsporen en wissels (bever), mesten snuitputjes of wissels (das), uitwerpselen of muizenholletjes (kleine marterachtigen). Vanwege het ontbreken van sporen en de beperkte hoeveelheid dekking wordt een functie van het plangebied voor deze soorten uitgesloten. Het plangebied vormt (beperkt geschikt) leefgebied van algemeen voorkomende soorten zoogdieren zoals bosmuis en egel van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen.

Vanwege het ontbreken van dekking en de geïsoleerde ligging is het plangebied niet uitermate geschikt als leefgebied voor deze soorten, maar wordt deze hoogstens sporadisch gebruikt als foerageergebied.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

14

3.6.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is dus geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is zeer beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. In het kader van de Zorgplicht zijn wel maatregelen nodig (zie paragraaf 3.6).

3.7

Vleermuizen

3.7.1

Functie van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF, 2023). Uit het vleermuisonderzoek (Verhoek, 2020) bleek dat de voormalige school een functie had als zomer- en paarverblijf van gewone dwergvleermuizen. In de bomen zijn destijds geen verblijfplaatsen aangetoond. In de esdoorns aan de westelijke kant van het plangebied zitten enkele holtes die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen zoals ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Het is niet uitgesloten dat de andere bomen ook geschikte holtes bevatten, omdat de bomen niet volledig konden worden geïnspecteerd. Aangezien het vleermuisonderzoek uit 2020 verouderd is, is het mogelijk dat de bomen nu wél een functie hebben als verblijfplaats voor boombewonende soorten. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, maar dit betreft geen essentieel foerageergebied, omdat het een beperkte oppervlakte is t.o.v. de ruime hoeveelheid beschikbaar foerageergebied in de omgeving. In het plangebied is ook geen essentiële vliegroute aanwezig. De watergang is hier wel geschikt voor vanwege het lijnvormige karakter, maar de watergang vormt geen verbinding tussen verschillende leefgebieden in de omgeving.

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb Indien met de ingreep bomen met holtes worden gekapt, worden mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen vernietigd (overtreding Wnb artikel 3.5 lid 4). Daarbij worden mogelijk ook vleermuizen gedood of verstoord (overtreding Wnb artikel 3.5 lid 1 en 2). Indien bomen gekapt worden voor de ingreep dient eerst nader onderzoek uitgevoerd te worden om de functie van het plangebied voor vleermuizen te bepalen.

3.7.2

Nader onderzoek Indien voor de ingreep bomen worden gekapt, is nader onderzoek nodig om de functie van de bomen voor vleermuizen te bepalen. Dit kan door eerst met een endoscoop de holtes te onderzoeken. Indien de holtes geschikt blijken, dient nader onderzoek plaats te vinden volgens het vleermuisprotocol. Dit onderzoek bestaat in totaal uit vier ronden in de periode mei t/m september:

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

15

-

1x in de ochtend en 1x ’s avonds in de periode half mei – half juli voor onderzoek naar kraamverblijven en zomerverblijven. 2x ’s avonds in het najaar (half augustus -september) voor onderzoek naar winterverblijven en paarverblijfplaatsen

3.8

Vogels

3.8.1

Functie van het plangebied Vogels met jaarrond beschermde nestplaats In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, huismus, slechtvalk en sperwer, alle vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats1. Tijdens het veldbezoek zijn geen (oude) nesten / horsten van deze soorten in de bomen in het plangebied waargenomen. Vanwege de geïsoleerde ligging en de hoeveelheid verstoring is het plangebied ook niet geschikt als nestplaats voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Het plangebied is alleen geschikt voor roek omdat die minder gevoelig is voor verstoring, maar een roekenkolonie zou tijdens het veldbezoek gezien moeten zijn. Dit is niet het geval en daarmee uitgesloten. Het plangebied is in verhouding tot het groen in de omgeving in omvang te beperkt om een wezenlijke functie te hebben als essentieel foerageergebied voor vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats. Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is Het plangebied bevat geschikt broedbiotoop voor enkele algemene broedvogels, zoals houtduif. Van houtduif zijn in de bomen drie nesten waargenomen.

3.8.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Wnb Vogels met jaarrond beschermde nestplaats Effecten van de voorgenomen ingreep op soorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Voor deze soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis. Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is De werkzaamheden kunnen ertoe leiden dat nesten van vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Dit is verboden op grond van de Wnb. Hiervoor is geen ontheffing mogelijk. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten moet worden voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen van deze soorten uit te voeren.

1

Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

16

3.8.3

Maatregelen Door het nemen van de volgende maatregelen wordt overtreding van verbodsbepalingen voorkomen: • Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschillen per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening worden gehouden met de periode half maart tot half augustus.

3.9

Zorgplicht Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht. De algemene zorgplicht (Wnb, art. 1.11) geldt altijd en voor iedereen. Of het nu wel of niet om beschermde soorten gaat en of er nu wel of geen ontheffing nodig is of vrijstelling geldt. Aan de zorgplicht kan worden voldaan door bij verstoring van dieren zoals gewone pad, kleine watersalamander, bosmuis of egel tijdens de werkzaamheden deze de gelegenheid te geven te vluchten naar een nieuwe leefomgeving door één richting uit te werken.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

17

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Gebiedenbescherming Natura 2000-gebieden (Significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, met mogelijke uitzondering van effecten van stikstof. Geadviseerd wordt om een AERIUS-berekening uit te voeren om vast te stellen of sprake is van effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in (de omgeving van) het NNN, dus het toetsingskader van het NNN is niet van toepassing.

4.2

Houtopstanden De te kappen bomen bevinden zich binnen de bebouwde kom. De regels ten aanzien van houtopstanden zoals vermeld in Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming zijn niet van toepassing.

4.3

Soortenbescherming Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van algemene broedvogels om negatieve effecten op deze soorten - en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb - te voorkomen. Dit kan door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het is niet uitgesloten dat het plangebied een functie heeft voor vleermuizen. Indien voor de ingreep bomen worden gekapt, dient nader onderzoek plaats te vinden naar de functie van de bomen voor vleermuizen Het plangebied vormt leefgebied voor enkele algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Grond- en graafwerkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep kunnen deze soorten treffen. Het gaat om soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffing is daarom niet nodig. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

18

Literatuur Karels, M.A. 2019. Quick scan Wet natuurbescherming Fanfarestraat 51-53, Nijmegen. Notitie 190512/19.04772/AnKar. Bureau Waardenburg, Culemborg NDFF. www.ndff.nl. Geraadpleegd op 20 juni 2023. Verhoek, L., 2020. Vleermuisonderzoek Fanfarestraat 51-53 te Nijmegen. Notitie 190512/20.07644/LevVe. Bureau Waardenburg, Culemborg.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

19

Bijlage I

Toetsingskader beschermde soorten Wet natuurbescherming

Algemeen De Wnb heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. De wet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, van soorten planten en dieren en van houtopstanden. De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ van de Wnb. De Wnb bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten, beschermd of niet. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor beschermde soorten. Daarbij gaat de wet uit van het 'nee-tenzij' principe: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. De provincies zijn in principe bevoegd gezag voor de soortenbescherming van de Wnb. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. Deze bijlage beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming voor zover relevant voor voorliggend onderzoek. De informatie in deze bijlage is deels ontleend aan de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016). Zorgplicht De Wnb bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, ongeacht of ze beschermd zijn.

Dit betekent bijvoorbeeld dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, beheer- en onderhoudswerk en evenementen zich daaraan voorafgaand op de hoogte (laten) stellen van de aanwezige natuurwaarden en de mogelijke effecten van hun voorgenomen handelingen op deze waarden. Bij de uitvoering van die handelingen moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken of ongedaan gemaakt worden. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Elk beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen (tabel 1.1). Verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij hiervoor een vrijstelling (een uitzondering op een wettelijk verbod) of ontheffing is verleend. De interpretatie van verbodsbepalingen verschilt per bevoegd gezag.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

20

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in het wild levende vogels van soorten als genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn met uitzondering van vogels. Vogels vallen onder Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Beschermingsregime andere soorten Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Bij de bescherming van vogels maken provincies en Rijk onderscheid tussen soorten met jaarrond beschermde nesten en soorten waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. Nesten van andere soorten mogen weggehaald worden indien het nest op dat moment aantoonbaar niet in gebruik is als broedlocatie. Het seizoen is hierbij niet relevant, wat er toe doet is of het nest in gebruik is voor het broeden. De lijsten met soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen verschillen per bevoegd gezag. Tabel 1

Overzicht verbodsbepalingen beschermde soorten per beschermingsregime Wet Natuurbescherming (Bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

21

Afwijken van verbodsbepalingen Vrijstelling Voor een aantal beschermde soorten en handelingen gelden vrijstellingen en is daarom geen ontheffing nodig. Vrijstellingen zijn onder andere verleend in de vorm van provinciale verordeningen en bij ministeriële regeling. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Er geldt bijvoorbeeld een vrijstelling voor een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en zoogdieren bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en beheer en onderhoud van gebieden. Daarnaast gelden er vrijstellingen voor handelingen die aantoonbaar worden uitgevoerd op basis van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijgesteld zijn ook handelingen die onderdeel zijn van een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of een programma in het kader van een programmatische aanpak, als bij de totstandkoming van het beheerplan of het programma de desbetreffende handelingen zijn getoetst aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes.

Ontheffing Voor handelingen is een ontheffing van de Wnb nodig als: • Er geen maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er geen vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, ministeriële regeling, gedragscode, beheerplan Natura 2000 of programmatische aanpak. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: • Er is geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep (andere locatie, andere werkwijze, andere planning). • Er is sprake van een in de wet genoemd belang. De belangen verschillen per beschermingsregime. Voor de soorten die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de in deze richtlijnen genoemde belangen, bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid. Voor de soorten van het Beschermingsregime andere soorten gelden de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen, plus een aantal aanvullende belangen, waaronder ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De termijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken.

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

22

SMP Nijmegen Noord Voor Gemeente Nijmegen geldt dat zij een gebiedsgerichte ontheffing hebben verkregen voor steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper, poelkikker, wezel, hermelijn en bunzing. Zowel de voorwaarden voor het gebruik van deze ontheffing als de resultaten van het ecologisch onderzoek en de te treffen maatregelen zijn op gebiedsniveau uitgewerkt in een soortenmanagementplan (SMP). Het plangebied valt onder het SMP van Nijmegen-Noord (Martens & Krijt, 2019).

ACTUALISATIE QUICKSCAN FANFARESTRAAT, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=85d6e459-2985-4d90-8ef4-dc5c91212fdb