Bijlage 1 Uitvoeringsprogramma Biodiversiteitsagenda Nijmegen
Tekst van het document
1
Bijlage 1 Uitvoeringsprogramma bij Biodiversiteitsagenda Nijmegen Versie 20230829 Elk jaar maken we gezamenlijk (Stadsontwikkeling en Stadsbeheer) een uitvoeringsjaarprogramma voor het groenbeleid, waarin biodiversiteitsbehoud en herstel belangrijke thema’s zijn naast het bevorderen van stadslandbouw en het realiseren van vergroeningsprojecten. Voor dat uitvoeringsjaarprogramma is budget aanwezig bij de afdeling Stadsontwikkeling. Daarnaast is er bij de afdeling Stadsbeheer natuurlijk budget voor het groenbeheer in de openbare ruimte. Daarom worden in onderstaand globaal uitvoeringprogramma geen budgetten aangegeven. Zodra er een programma onder de Omgevingsvisie komt te hangen voor onder meer het groenbeleid dan wordt die koppeling wel gelegd. Het onderstaande globale uitvoeringsprogramma van de Biodiversiteitsagenda Nijmegen kent de volgende hoofdthema’s: • • • •
Versterken van de groene kerngebieden Aanleggen en beheren van Ecologische Verbindingen en groenblauwe verbindingszones Versterken van het groenblauwe weefsel door stimulering (Mijn Wijkplan, Steenbreek), communicatie en educatie (stadsecoloog) Monitoren van de staat van de biodiversiteit in de kerngebieden en ecologische verbindingen
Kerngebieden Maatregel
Biodiversiteitswinst
Waar beginnen en randvoorwaarden
Laat bossen en parken, lanen en bomen ouder worden
Biodiversiteit neemt steeds verder toe, door meer schaduw neemt de mogelijke hittestress af.
Bescherm oude Boskernen
Biodiversiteit neemt steeds verder toe.
Overal waar dat kan, ook dichtbij de gebouwen, rekening houdend met veiligheidsaspecten en met de cultuurhistorische betekenis. Bij lanen waar mogelijk kiezen voor individuele vervanging van bomen. Oude boskernen in kaart brengen en planologisch beschermen. Dit is een verplichting vanuit de provincie.
Wie? (trekker is vet gemarkeerd) Gemeente (Stadsbeheer, Stadsrealisatie, Stadsontwikkeling), provincie (bevoegd gezag buiten de stad voor bos en natuur)
Gemeente (Stadsontwikkeling), provincie (bevoegd gezag buiten de stad voor bos en natuur)
2 Maatregel
Biodiversiteitswinst
Waar beginnen en randvoorwaarden
Stem boomsoortenkeuze af op bijdrage aan biodiversiteitswinst en klimaatrobuustheid
Biodiversiteit neemt toe, gevoeligheid voor droogte en hitte etc. neemt af.
Laat dode bomen staan of stammen en takken liggen
Soorten maken gebruik van holen, insecten en paddenstoelen. leven van dood hout. Takkenrillen bieden schuilgelegenheid en leiden tot zonering t.b.v. rust.
Plant of zaai missende/schaars voorkomende soorten (wilde appel en peer, iepen, vuilboom, wilde mispel, inheemse klimplanten, lokaal verzamelde kruiden e.a.) Continueer het extensief maaien en vergroot het areaal met hogere biodiversiteitswaarde
Zeer divers. De vuilboom is bijvoorbeeld waardplant voor rupsen boomblauwtje en citroenvlinder, de bessen worden gegeten door vogels en wilde bijen foerageren op de bloemen. Toename van het aantal bloemen en insecten. Wintervoedsel kleine zangvogels.
Beginnen bij vervanging van het bestaande bomenbestand en bij ruimtelijke ontwikkelingen; rekening houden met cultuurhistorische en monumentale bomen(lanen), genetische herkomst, standplaats en waterbehoefte. Dode bomen mogen niet dichtbij paden staan en zullen volgens protocol worden geïnspecteerd op veiligheidsrisico’s. Zaag breukgevoelige en gevaarlijke takken af (evt. breuksnoei) of laat alleen dode stamdelen staan. Leg takkenrillen neer in de buurt van poelen met amfibieën. In te vormen mantels (bosranden), als losse bomen. Zet de juiste soort op de juiste plek. Let op: gebruik niet alleen inheemse soorten maar ook de regionaal voorkomende variëteiten daarvan.
Creëer rustige plekken voor biodiversiteit via zonering
Rust voor zoogdieren en vogels. Ook bodemleven kan hier beter herstellen (geen betreding).
Maaien conform Nota Maaibeheer. Werk met Kleurkeur (deel laten staan). Niet maaien in mei of als er veel paddenstoelen groeien. Versterk educatie en voorlichting rond dit thema. In bossen en parken e.d. kunnen “olifantenpaadjes” worden afgesloten (bijv. met takkenbossen). Ecologisch beheer van natuurlijke beplantingen levert meer mantel-zoomvegetaties op.
Wie? (trekker is vet gemarkeerd) Gemeente (Stadsbeheer, Stadsrealisatie, Stadsontwikkeling), provincie (bevoegd gezag buiten de stad voor bos en natuur); terreinbeheerders en eigenaren van landgoederen of met grote (bos)tuinen en groengroepen Gemeente (Stadsbeheer, Stadsrealisatie, Stadsontwikkeling), provincie (bevoegd gezag buiten de stad voor bos en natuur); woningbouwcorporaties en terreinbeheerders en eigenaren van landgoederen of met grote (bos)tuinen en groengroepen Gemeente (Stadsbeheer, Stadsrealisatie, Stadsontwikkeling), provincie (bevoegd gezag buiten de stad voor bos en natuur); terreinbeheerders, IVN, groengroepen landschapsbeheerorganisaties Gemeente (Stadsbeheer, stadsecoloog), bewoners.
Gemeente (Stadsbeheer, Stadsrealisatie, Stadsontwikkeling), provincie (bevoegd gezag buiten de stad voor bos en natuur); terreinbeheerders, bewoners, IVN, etc.
3 Ecologische Verbindingen (gewenste, bestaande) en groenblauwe verbindingszones Maatregel
Biodiversiteitswinst
Waar beginnen en randvoorwaarden
Benoem per ecologische verbinding het doel van de verbinding en bijbehorende doelsoorten
Robuust maken van geïsoleerde populaties van soorten met beperkt verspreidingsvermogen.
Draag bij aan biodiversiteitsambities Campus Radboud, Techcampus en Yuverta schoolterrein Versterk en verbind de Groene Corridor met omliggende gebieden en leg faunapassages aan
Versterking van de biodiversiteit op hun terreinen en creëren van verbindingen met de stad.
Overal waar dat kan, ook dichtbij de gebouwen, rekening houdend met veiligheidsaspecten. Bij lanen waar mogelijk kiezen voor individuele vervanging van bomen. Laat het initiatief bij de campussen en stimuleer initiatieven die bijdragen aan vergroening stad.
Zoek samenwerking /aansluiting ecologische verbindingen bij buurgemeenten, provincie, agrarische organisaties, waterbeheerders, overige groene organisaties etc. Leg meer poelen aan, zodat er een netwerk ontstaat
Langs en in het spoorgebied ontstaat een verbinding Heumensoord – Waal die robuust genoeg is voor tal van soorten (o.a. kleine zoogdieren, wilde averuit, zandhagedis) en die natuur en mens verbindt en een doorgaande route is om te bewegen en spelen. Ecologische verbindingszones, KRW maatregelen en de Blauwe Motor herstellen op regionaal niveau binnendijks (GMR) en buitendijks, rivieren (RWS programma PAGW binnen IRM), Toename van amfibieën, libellen en vogels
Wie? (trekker is vet gemarkeerd) Gemeente (Stadsontwikkeling), samen met IVN, gebiedskenners, beheerders en experts.
Gemeente (Stadsontwikkeling), campus Radboud en Techcampus, andere opleidingsinstituten
Er lopen al diverse projecten en ruimtelijke ontwikkelingen die verbonden moeten worden. Zet natuurlijke inrichting en beheer en faunapassages in. Maak concrete afspraken over verlichting (o.a. t.b.v. vleermuizen).
Gemeente (Stadsontwikkeling), ProRail, Vrienden van de Groene Corridor vrijwilligers.
Zorg voor capaciteit en uitvoeringsbudgetten biodiversiteit binnen Regionaal Uitvoeringsprogramma RvM&W, zorg voor belangenbehartiging bij beleid Grote Rivieren en provinciaal landschapsbeleid.
Gemeente (Stadsontwikkeling), Groene Metropool Regio, provincie, Rijkswaterstaat, waterschap RVO, ministeries IenW en LNV, SBB, WSRL, Vitens, Via Natura, ARK/WWF-NL, ZLTO, Ploegdriever, VNC, Struin etc
Met name gewenst in de natte delen van de stad. Mét inheemse beplanting en zónder vissen.
Gemeente (Stadsontwikkeling, Stadsbeheer, stadsecoloog en groene vrijwilligers
4 Groenblauwe Weefsel Maatregel
Biodiversiteitswinst
Waar beginnen en randvoorwaarden
Stimuleer biodiversiteitsinitiatieven van bewoners en ondernemers Vorm cultuurlijk groen en verhardingen waar mogelijk om tot ecologisch beheerd groen Pas de toolbox Natuurinclusief bouwen toe bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Meer en robuustere natuur.
Stimuleer vergroenen van gevels en daken en laat regenwater zoveel mogelijk infiltreren in de bodem
Insecten, enkele vogelsoorten.
Vergroen bedrijventerreinen
Bijdrage aan biodiversiteit, vestigingsklimaat, versterking arbeidsproductiviteit en gezondheid Behoud bronpopulaties van soorten met beperkt verspreidingsvermogen (waaronder deel van het bodemleven) Wilde bijen en andere gravende insecten, bepaalde mossen, etc.
Bepaal vooraf beschikbare tijd en financiering voor zowel ontwikkeling, realisatie als beheer. Kijk samen met bewoners, met woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars en interne afdelingen waar kansen liggen. Voorzieningen toepassen in nieuwbouw is meestal eenvoudiger, omdat de vraag in de aanbesteding direct meegenomen kan worden. Daarvoor is een Toolbox Natuurinclusief Bouwen ontwikkeld. Goede kansen bij nieuwbouw, maar zeker ook mogelijkheden in bestaande bouw. Kosten zijn relatief hoog in vergelijking met biodiversiteitswinst. Vandaar de subsidieregelingen. Beheer/onderhoud dient door eigenaren zelf te gebeuren. IVN project Werklandschappen van de toekomst heeft grote ambitie, haak aan waar de kansen liggen. Bewaar bij (her)ontwikkelingen een natuurlijk gebiedje. Zet dit af, zorg dat de bodem niet verdicht. Plaats vleermuizenhotels. Op zonnige plekken in droge graslanden.
Breng vluchtplaatsen aan bij (her)ontwikkelingen
Creëer reliëf, zandige plekken en steilrandjes
Meer en robuustere natuur.
Vleermuizen, gierzwaluw, huismus, spreeuw.
Wie? (trekker is vet gemarkeerd) Gemeente (Stadsecoloog en Stadsbeheer via Mijn Wijkplan) Gemeente (Stadsontwikkeling, Stadsrealisatie en stadsbeheer), bewoners, woningbouwcorporaties, Gemeente (Stadsontwikkeling), ontwikkelaars.
Gemeente (Stadsontwikkeling), ontwikkelaars, woningbouwcorporaties en bewoners.
Bedrijventerreinen, gemeente (Stadsontwikkeling, Stadsrealisatie en Stadsbeheer), IVN. Gemeente (Stadsontwikkeling en Stadsrealisatie en Stadsbeheer), projectontwikkelaars / bouwers Gemeente (Stadsbeheer, stadsecoloog en bewoners
5 Maatregel
Biodiversiteitswinst
Waar beginnen en randvoorwaarden
Maai wandelpaadjes in grote stukken kruidengrasland
Paadjes kunnen zorgen voor open zand plus mensen uit de rest van het grasland weghouden.
Maak afspraken over meervoudig ruimtegebruik
Door te zoneren, waarbij recreatie vooral wordt geleid naar andere plaatsen, kunnen kwetsbare plekken worden ontzien. Versterking van het groenblauwe weefsel door gemotiveerde bewoners en bedrijven
Niet gemaaide graslanden zien er verzorgd uit met een gemaaid pad en gemaaide paden verkleinen de kans op tekenbeten. Breng kwetsbare plekken in kaart. Probeer te zoneren zonder borden (bijv. met stapels takken bepaalde delen slecht toegankelijk maken), Zorg dat biodiversiteit positief wordt geassocieerd met kwaliteit leefomgeving en woongeluk en leidt tot een betere binding met de natuur. Via loket stadslandbouw samenwerken met grondeigenaren en gebruikers om te komen tot natuurinclusieve en duurzame stadslandbouwinitiatieven, voedselbossen en educatieprojecten etc. Leer van het Rotterdamse voorbeeld en kijk of die aanpak kan werken in Nijmegen. Start daarvoor een pilot in tuinen die in een ecologische verbinding liggen of in ecologische projecten van groengroepen (bijv. Groene Corridor).
Zorg voor meer educatie en voorlichting over biodiversiteit
Stimuleer de transitie intensieve landbouw naar natuurinclusieve landbouw en natuurlijk buitengebied Verzamel zaden uit eigen gebied of bijvoorbeeld uit de Botanische Tuin (Hortus) en deel die met groengroepen en bewoners
Herstel watervasthoudend vermogen en bodemvruchtbaarheid in landelijk gebied zorgt voor biodiversiteitswinst en klimaatdoelen (CO2). Verzamel (net als bijvoorbeeld de stichting Landschapsonderhoud Rotterdam) gebiedseigen zaden en gebruik die in de publieke ruimte. Deel die ook met bewoners voor hun tuinen.
Wie? (trekker is vet gemarkeerd) Gemeente (Stadsbeheer)
Gemeente (Stadsecoloog, Stadsbeheer)
Gemeente (Stadsecoloog, Stadsbeheer)
Gemeente (Stadsontwikkeling), agrariërs en andere grondgebruikers, sociale horeca (?) en bewoners.
Gemeente (Stadsbeheer, stadsecoloog) en groene vrijwilligers.
6 Overige, borging in standaardprocessen en monitoring Maatregel
Biodiversiteitswinst
Waar beginnen en randvoorwaarden
Werk de Hoofdgroenstructuur uit in omgevingsplannen per stadsdeel
Een logische, in het beleid vastgelegde structuur biedt extra zekerheid voor biodiversiteit.
Neem maatregelen op in de standaardprocessen zoals aanbestedingsregels, soortenmanagementplannen, natuurpuntensystemen Monitor de ontwikkeling van soortgroepen, gebieden en betrokkenheid burgers etc.
Brede biodiversiteitswinst
Werk samen met natuurorganisaties, omliggende gemeenten, provincie en waterschap de hoofdstructuur uit, leg deze vast en zorg voor adequate bescherming en versterking. Bekijk per maatregel wie wat zou moeten doen en of er documenten zijn die ook daadwerkelijk worden gebruikt en waarin kan worden vastgelegd dat dit gebeurt.
Kennis draagt bij aan biodiversiteitswinst. Het zorgt voor bewustwording en draagvlak. En biedt de mogelijkheid om het beheer te sturen.
Leg de doelen vast (doelstellingen worden gehaald, ontwikkelingen volgen, mensen betrekken (citizen science), effectiviteit meten, etc.) in een monitoringsplan. Zorg dat de monitoring gestandaardiseerd wordt uitgevoerd. Pas na het bepalen van de doelen kan de juiste vorm van monitoring worden gekozen.
Wie? (trekker is vet gemarkeerd) Gemeente (Stadsontwikkeling)
Gemeente (Stadsontwikkeling en Stadsrealisatie en Stadsbeheer), projectontwikkelaars / bouwers, woningbouwcorporaties
Gemeente (Stadsecoloog), soortenNL, andere kennisinstellingen, IVN