Bijlage 1 - Spelregels invoering betaald parkeren Nijmegen 2024 - Optie 2
Tekst van het document
Spelregels invoering betaald parkeren 2024 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op artikel 3.1.2 van het besluit ruimtelijke ordening en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht Besluit vast te stellen de: Spelregels invoering betaald parkeren 2024
Hoofdstuk 1– Inleiding Met de Spelregels invoering betaald parkeren maken we duidelijk hoe de gemeente omgaat met de invoering van betaald parkeren. Hierdoor wordt inzichtelijk voor burgers wat er moet gebeuren om betaald parkeren ingevoerd te krijgen. De invoering van een nieuw parkeergebied leidt regelmatig tot vragen bij bewoners. Bewoners willen graag duidelijkheid over de uitkomsten van parkeeronderzoeken en over de manier waarop deze uitkomsten worden geïnterpreteerd. Met deze geactualiseerde beleidsregels hebben we de werkwijze van de gemeente in één document voor bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden vastgelegd. In deze beleidsregels worden de processtappen en voorwaarden beschreven waaraan moet worden voldaan om betaald parkeren in te voeren in een gebied. Artikel 1: Doel en doelgroep invoering betaald parkeren 1. In wijken die grenzen aan gebieden waar (particulier) betaald parkeren van kracht is, wordt vaak geparkeerd door forenzen. Hierdoor kan een tekort aan parkeerruimte voor de bewoners en de zakelijk belanghebbende ontstaan. Ook elders in de stad kunnen parkeerproblemen ontstaan door nieuwe functies en/of toegenomen autobezit onder bewoners/ondernemers, waardoor de parkeerdruk op de openbare ruimte toeneemt. 2.
De invoering van betaald parkeren (in combinatie met het tegen een relatief laag tarief verstrekken van parkeervergunningen aan bewoners) kan een oplossing bieden voor de leefbaarheidsproblemen die het tekort aan parkeerruimte met zich meebrengt. Door de verdeling wordt de parkeersituatie ook duidelijker en kan hier efficiënt worden gehandhaafd. 3. In de vigerende regelgeving met betrekking tot betaald parkeren wordt bepaald wie in aanmerking komt voor een vergunning, onder welke voorwaarden en hoe de vergunning uitgifte voorts wordt bepaald.
Artikel 2: Bepalen parkeerdruk per gebied 1. De procedure tot invoering betaald parkeren start met het vaststellen van gebiedsgrenzen. Om de grenzen van een gebied te bepalen is uitgegaan van logische fysieke grenzen, zoals doorgaande wegen, water of logische verkeerscirculatie. Als een grens midden over een doorgaande weg loopt, dan is de weg aan beide zijden opgenomen in één gebied, tenzij de weg door een brede middenberm wordt gescheiden. De gebieden zijn opgenomen in bijlage 1. 2. Een parkeerdrukonderzoek wordt uitgevoerd als binnen een jaar uit een gebied door minimaal 10% van het aantal huishoudens in het logisch afgebakende gebied een verzoek bij de gemeente wordt ingediend om betaald parkeren in te voeren. Hiervoor is een digitaal meldsysteem beschikbaar. We kiezen voor dit percentage, omdat het recht doet aan de grootte van het parkeerprobleem. Een absolute meerderheid van 50%+1 (zoals opgenomen in de Spelregels invoering betaald parkeren 2021) is onhaalbaar gebleken, zeker in een stad waar ook veel mensen wonen die geen auto bezitten of op eigen terrein parkeren. 3. Het parkeerdrukonderzoek wordt gedurende 14 dagen in een representatieve periode uitgevoerd in het betreffende onderzoeksgebied.
Het parkeerdrukonderzoek wordt uitgevoerd op minimaal twee werkdagen (dinsdag en donderdag) op de volgende 4 meet-momenten: • tussen 08.00 uur en 12.00 uur, • tussen 12.00 uur en 18.00 uur (basisblok), • tussen 18.00 uur en 21.00 uur,
• tussen 21.00 uur en 23.00 uur. En op twee zaterdagen tussen 08.00 uur en 12.00 uur en tussen 12.00 uur en 18.00 uur. Indien er gedurende het onderzoek grootschalige infrastructurele werkzaamheden of evenementen zijn in het te onderzoeken gebied, of sprake is van een vakantieperiode dan kan geen representatief onderzoek worden uitgevoerd. Het aantal openbare parkeerplaatsen wordt geïnventariseerd op basis van het gemeentelijk telprotocol. De parkeerdruk wordt bepaald door het aantal bezette parkeerplaatsen te delen door het aantal reguliere openbare parkeerplaatsen in een gebied. 4. Als in een gebied de gemiddelde parkeerdruk niet hoger is dan 80%, dan wordt dat gebied niet verder meegenomen in procedure. Artikel 3: invoering betaald parkeren 1. Het College van burgemeester en wethouders wordt geadviseerd om tot invoering van betaald parkeren over te gaan als: •
de parkeerdruk in een van stap 1 gedefinieerd gebied op minimaal drie representatieve meetmomenten gemiddeld boven de 80% uitkomt,
•
er geen mogelijkheden zijn om de parkeerdruk significant te verminderen anders dan door de invoering van parkeerregulering (niet zijnde grootschalige uitbreiding van de parkeercapaciteit).
2. De procedure voor de invoering van betaald zoals beschreven in artikel 2 geldt niet voor gebieden waar de komende jaren ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden. Het college van B&W wil de planontwikkeling op deze locaties combineren met de invoering van betaald parkeren in het desbetreffende gebied. Dit omdat: •
ontwikkelingen makkelijker van de grond komen in gereguleerd gebied, doordat het gebruik van de bij de ontwikkeling gerealiseerde parkeervoorziening wordt gewaarborgd en hiermee financierbaar is;
•
er lagere parkeernormen kunnen worden gehanteerd, waardoor ontwikkelaars minder parkeerplaatsen hoeven te realiseren (betaalbaar bouwen);
•
de gebruikers van het betreffende complex niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning om op straat te parkeren en we met betaald parkeren dus voorkomen dat de gevolgen van een ontwikkeling niet worden afgewenteld op de buurt.
In bijlage 2 is een overzicht opgenomen met de belangrijkste ontwikkellocaties. Het college van B&W gaat hier bij realisatie van een woningcomplex van 50 of meer woningen én parkeergelegenheid op eigen terrein, over tot invoering van betaald parkeren in de directe omgeving. Bij het bepalen van de grenzen van het betaald parkeergebied wordt uitgegaan van logische fysieke grenzen, een loopafstand van 300 meter vanaf het ontwikkelgebied en de gebieden die zijn opgenomen in bijlage 1. Deze mogelijkheid geldt eveneens voor gebieden waar samen met bedrijven / instellingen actief wordt ingezet op een mobiliteitstransitie. Invoering van betaald parkeren is nodig is om te voorkomen dat automobilisten uitwijken naar de omgeving waardoor de gewenste mobiliteitstransitie niet wordt gehaald. 3. De procedure voor de invoering van betaald zoals beschreven in artikel 2 geldt eveneens niet voor gebieden die grenzen aan het betaald parkeergebied en waar sprake is van een aantoonbaar hoge ongewenste parkeerdruk. De praktijk leert dat bij een gemiddelde parkeerdruk van 80% in een buurt veel straten meer dan vol zijn. Automobilisten hebben dan moeite met het vinden van een parkeerplaats wat tot zoekverkeer en daarmee ongewenst situaties leidt.
Daarom kan het college van B&W -ten behoeve van de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid van het betreffende gebied- bij een gemiddelde parkeerdruk van minimaal 80% in een aan het betaald parkeren grenzende deelgebied, overgaan tot invoering van betaald parkeren zonder dat 10% van de adressen hiervoor een verzoek heeft ingediend. De grens van 80% moet hiervoor op drie verschillende onderzoeksdagen, op één of meerdere momenten middels een parkeeronderzoek worden aangetoond. Dit parkeerdrukonderzoek wordt 1 keer per jaar uitgevoerd op vaste momenten (bijvoorbeeld mei en november).
Bedrijven en organisaties met parkeren op eigen terrein worden na het besluit om betaald parkeren in te voeren hier uiteraard over geïnformeerd. Dit zodat het betreffend bedrijf/organisatie tijdig maatregelen kan nemen om parkeerdruk op het parkeerterrein na invoering van betaald parkeren te voorkomen. Ook kan men met een regeling de gemeente vragen om betaald parkeren op het eigen terrein in te voeren. Denk hierbij aan woningcorporaties die eigen terrein bezitten. Als het terrein dan wordt toegevoegd aan de openbare ruimte biedt dat voor bewoners meer ruimte om te parkeren. Zij komen in aanmerking voor het aanvragen van een parkeervergunning. Artikel 4: Tijden betaald parkeren
1. Bij betaald parkeren in nieuwe gebieden geldt de maandag t/m vrijdag van 12.00 tot 18.00 uur als basisblok. Het basisblok is zo ingericht dat het ongunstig is voor forenzen om hier te parkeren.
2. Het basisblok is uit te breiden met een of meerdere van de volgende blokken: • maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 12.00 uur, • maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 21.00 of 23.00 uur, • de zaterdag van 9.00 of 12.00 uur tot 18.00 / 21.00 of 23.00 uur, • de zondag van 9.00 of 12.00 uur tot 18.00 / 21.00 of 23.00 uur. 3. Bij de invoering van betaald parkeren in nieuwe gebieden wordt op basis van de gemeten
parkeerdruk (zie artikel 2, lid 3) of op basis van goede aansluiting bij aangrenzend gebied bekeken of direct één of meerdere blokken moet worden toegevoegd aan het basisblok. Hiervoor zijn mogelijk aanvullende parkeertellingen nodig ter onderbouwing.
4. Bij gebieden waar reeds betaald parkeren is ingevoerd hanteren we de aanpak zoals beschreven
in artikel 2 voor uitbreiding van de betaald parkeertijden Dit betekent dat: • minimaal 50% van het aantal huishouden in een bestaand vergunninggebied moet aangeven vóór uitbreiding van de tijden te zijn, • daarna een parkeerdruk wordt uitgevoerd op minimaal twee werkdagen (een dinsdag en donderdag), • de tijden waarop betaald parkeren geldt wordt uitbreid met één of meerdere blokken als de gemiddelde parkeerdruk op de meetmomenten boven de 80% uitkomt.
Artikel 5: besluitvorming 1. Het college van B&W stelt invoering betaald parkeren vast door het nemen van het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren. Met dit besluit worden de grenzen van het nieuwe betaald parkeergebied officieel vastgelegd en wordt de heffing van parkeerbelasting in het nieuwe gebied wettelijk mogelijk gemaakt. 2. Het nemen van dit besluit en het opstellen van een begrotingswijziging met betrekking tot betaald parkeren wordt tweemaal per jaar gedaan. Dit gebeurt in april/mei en oktober/november, zodat de gebieden formeel ingevoerd worden op 1 juni en 1 december. Artikel 6: Uitzondering 1. De standaardprocedure voor de invoering van betaald parkeren geldt niet voor gebieden waar ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden. Het college van B&W wil de planontwikkeling op deze locaties combineren met de invoering van betaald parkeren in het desbetreffende gebied. Ontwikkelingen komen namelijk makkelijker van de grond in gereguleerd gebied, doordat het gebruik van de bij de ontwikkeling gerealiseerde parkeervoorziening wordt gewaarborgd en hiermee financierbaar is. Daarvoor geldt artikel 3 lid 2. Artikel 7. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Spelregels invoering betaald parkeren voor de gemeente Nijmegen 2024’.
Artikel 8. Inwerkingtreding 3.
De “Spelregels invoering betaald parkeren 2024” treden in werking op de dag na publicatie onder gelijktijdige intrekking van Spelregels invoering betaald parkeren voor de gemeente Nijmegen 2021.
Bijlage 1 – overzicht onderzoeksgebieden
Bijlage 2 – overzicht ontwikkellocaties