CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Onderzoeksrapport ‘Kaderstellend document Participatie Nijmegen 2025 - Ons samenwerken met de stad'

Besluitronde (raadsvergadering) 6 mei 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D5 d.d. 10 februari 2026 over Reactie op initiatief-raadsvoorstel "Leidende principes bij de participatieverordening"9.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kaderstellend Document Participatie Nijmegen 2025 Ons samenwerken met de stad

1

Inhoudsopgave 1.

De inleiding ............................................................................................................................................................ 3

2.

De ambities ............................................................................................................................................................ 5

3.

De uitgangspunten ................................................................................................................................................. 7

4.

Het participatieproces ........................................................................................................................................... 9 4.1.

Het participatieproces vooraf: het participatieplan ......................................................................................... 9

4.2.

Het participatieproces tijdens: de uitvoering ................................................................................................. 12

4.3.

Het participatieproces achteraf: de afronding ............................................................................................... 13

5.

De participatie-instrumenten .............................................................................................................................. 14 5.1.

Meebeslissen ................................................................................................................................................... 14

5.2.

Coproduceren ................................................................................................................................................. 14

5.3.

Adviseren ......................................................................................................................................................... 14

5.4.

Meedenken ...................................................................................................................................................... 15

5.5.

Informeren ...................................................................................................................................................... 16

6.

Experimenteren en leren...................................................................................................................................... 18

7.

De rolverdeling ..................................................................................................................................................... 19

8.

7.1.

De gemeenteraad ............................................................................................................................................ 19

7.2.

Het college van burgemeester en wethouders ............................................................................................... 19

7.3.

De ambtelijke organisatie ............................................................................................................................... 20

7.4.

De externe initiatiefnemers............................................................................................................................. 20

7.5.

De inwoners..................................................................................................................................................... 20 Overheidsparticipatie .......................................................................................................................................... 22

2

1. De inleiding Inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties, ondernemers en de Gemeente Nijmegen, samen maken we Nijmegen tot een fijne en goed leefbare gemeente. Dit doen we door goed samen te werken. Denk bijvoorbeeld aan het participatietraject rondom de Toekomstvisie voor de Rechters- en Kanunnikenbuurt. Participatie versterkte hier de krachten van alle deelnemers. Toch is er altijd ruimte voor verbetering en vernieuwing. Nijmegen en participatie De afgelopen jaren is participatie een steeds belangrijker onderdeel geworden binnen de Nederlandse overheden en de samenleving. Ook in Nijmegen. Nijmegenaren zijn steeds meer bereid actief mee te denken met wat er in hun omgeving gebeurt. Zo laten ze graag hun stem en ideeën horen. Dit doen ze omdat ze het beste met Nijmegen voor hebben. Ook overheden voelen steeds meer verantwoordelijkheid om inwoners te betrekken bij besluitvorming, zo ook de Gemeente Nijmegen. Om deze samenwerking tussen de Gemeente Nijmegen en inwoners te verbeteren, heeft de Nijmeegse gemeenteraad opdracht gegeven om tot een algemeen participatiebeleid te komen. Een participatiebeleid van en voor de raad. Waarbij de raad eerst zelf kaders meegeeft.

Wat is participatie? Maar wat is participatie precies? Het Initiatiefvoorstel Inwonerparticipatie dat de gemeenteraad in de vergadering van 8 mei 2019 heeft vastgesteld, heeft de volgende definitie van participatief werken gehanteerd: “het actief betrekken van inwoners bij de totstandkoming, uitvoering, monitoring, evaluatie en doorontwikkeling van beleid.” Het betrekken van inwoners kan op verschillende manieren. Denk hierbij aan het informeren, maar ook het raadplegen of het laten meebeslissen van inwoners. Bij participatie kunnen inwoners hun kennis en ideeën uiten. Ook kan een gemeente hierdoor rekening houden met andermans wensen en belangen. Iemand die met een initiatief of een plan komt, is de initiatiefnemer. Dat betekent dat de gemeente maar ook ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties of groepen daarvan de initiatiefnemer kan zijn. Niet alle participatietrajecten worden daarom door de gemeente uitgevoerd. Hoofdstuk 3 gaat hier verder op in. Waarom vinden we participatie belangrijk? We vinden Citaat raadslid: participatie belangrijk omdat wij vinden dat samen met de Wel gewoon vertrouwen hebben dat inwoners inbreng van inwoners onze stad nog mooier en leefbaarder echt goede ideeën en input hebben over hun wordt. Nijmegenaren weten als geen ander hoe Nijmegen is.

eigen leefomgeving Op basis van hun kennis, ervaringen en ideeën kunnen we plannen nog mooier en beter maken. Daarnaast kan er draagvlak onder de inwoners komen voor een plan. Verder legt participatie verschillende belangen van mensen bloot. Daardoor kan met oog voor die verschillende belangen een beter en zorgvuldiger besluit genomen worden. De Gemeente Nijmegen heeft al veel ervaring met inwonerparticipatie. Het past binnen de cultuur van de stad. Bij gebiedsontwikkelingen en in het sociaal domein en openbare ruimte en wijken maakt Nijmegen veelvuldig gebruik van participatie. Met referenda en het gebruik van kinder- en jeugdraden, wijkraden, ervaringsdeskundigen, cliëntenraden en adviescommissies heeft Nijmegen een breed scala aan participatie-instrumenten. Dit gaan we voortzetten. Kaders voor participatie Het is van belang om goede kaders te hebben voor inwonerparticipatie. Hierdoor weten initiatiefnemers en inwoners wat ze van elkaar kunnen verwachten. Dit kan ongemakken en teleurstellingen voorkomen. Dit kaderstellend document biedt die kaders. Maar we moeten ook realistisch zijn. Ieder participatiemoment is uniek en verdient

3

daarom een eigen invulling. Dat altijd elk participatiemoment goed gaat, is niet te verwachten. Het vergt experimenteren en leren. Dit zorgt ervoor dat we telkens de participatieprocessen verbeteren. Beperkingen participatie Participatie kan veel maar niet alles. Het realistische verhaal is dat het nog altijd kan voorkomen dat er besluiten worden genomen waar niet iedereen het mee eens is. Bij participatie komen veel mensen met verschillende belangen samen. Het is onmogelijk dat zij altijd over alles met elkaar eens worden, ook met de gemeente niet. Goede communicatie is in deze erg belangrijk. Met goede communicatie en een goede motivering van besluiten kunnen inwoners het gevoel krijgen dat hun inbreng zorgvuldig is behandeld. Opmaat naar kaderstellend document Dit kaderstellend document komt voort uit het Actieprogramma Samenwerken met de Stad. De gemeenteraad heeft hier aangegeven kaders te willen stellen richting het college. De kaders in dit document zijn daarom van en voor de raad. De gemeenteraad heeft bij deze opdracht meerdere wensen meegegeven. Zo wil de raad weten wat zijn eigen rol is binnen inwonerparticipatie. Ook wil hij weten wat er in de “gereedschapskist” zit, ofwel welke participatieinstrumenten er zijn en wanneer en hoe ze gebruikt kunnen worden. De raad wil ook afspraken hebben over de positie van verschillende vaste groepen waarmee wordt samengewerkt.

Dit zijn groepen zoals kinder- en jeugdraden, wijkraden, ervaringsdeskundigen, cliëntenraden en adviescommissies. Alle drie de wensen zijn in dit kaderstellend document verwerkt. Om tot dit kaderstellend document van en voor de raad te komen, is iedere raadsfractie uitgenodigd om hun wensen en ideeën mee te geven. Het meegeven van de wensen en ideeën is gedaan middels een gesprek met een vertegenwoordiger van elke fractie. Hun inbreng is verwerkt in de tekst en enkele citaten zijn opgenomen.

4

2. De ambities Goede en zorgvuldige participatie in Nijmegen, dat is het doel van dit kaderstellend document. Een kaderstellend document dat past bij de unieke stad die Nijmegen is, dat past bij de lokale cultuur en identiteit. Een kaderstellend document dat ervoor zorgt dat de gemeente vroegtijdig de kracht, kennis en ideeën van de Nijmegenaren gebruikt. Een kaderstellend document dat faciliteert dat we samen Nijmegen nog mooier maken. Dat is de ambitie voor het Nijmeegse participatieverhaal. Samen doen De kern van participatie is dat je het samen doet. Samen met inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties en/of ondernemers. Samen heb je meer kennis, ervaringen en ideeën. Samen zijn we Nijmegen. En samen is ook met iedereen. Nijmeegse participatie wil iedereen bereiken en betrekken. Jong of oud, hoog- of laagopgeleid, met of zonder migratieachtergrond, welk gender dan ook. Iedereen mag meedoen, iedereen hoort erbij. De drempel moet zo laag mogelijk liggen. Nijmegen is een pluriforme stad en dat willen we goed benutten. Zorgvuldige participatie Verder is de ambitie ook dat de participatieprocessen zorgvuldig worden ingevuld. We willen zo veel mogelijk uit de participatie halen. Ook willen we dat de inwoners ervaren dat de participatie zorgvuldig is verlopen. Dat de overheid dienend en benaderbaar is.

Dat inwoners het gevoel hebben dat serieus naar hen geluisterd is en dat hun inbreng serieus is meegewogen. Ondanks dat niet Citaat raadslid: altijd alle inbreng overgenomen kan worden en niet iedereen tevreden is met Participatie niet als doel, een genomen besluit. Het belangrijkste is dat de inwoners een eerlijke en echte maar als middel zien kans hebben gehad om te participeren en dat zij dit zelf ook ervaren. Directe democratie Als Nijmegen willen we vroegtijdig inwoners betrekken. Met vroegtijdig bedoelen we als een plan nog een idee is, nog voordat het plan af is, ofwel de beginfase. Inwoners krijgen niet een plan te zien dat al helemaal af is. Dit zorgt ervoor dat inwoners meer mogelijkheden hebben om hun ideeën en oplossingen te laten verwerken in de initiatieven. Maar ook om hun belangen kenbaar te maken. Het vroegtijdig betrekken zorgt er in ieder geval voor dat inwoners een serieuze kans op invloed hebben. Het verhoogt ook de draagvlak en het vertrouwen in de overheid. Belangen Participatie kan alle belangen van de belanghebbenden blootleggen. Hierdoor kan degene die een initiatief heeft rekening houden met ieders belang, dat wil zeggen eventueel tegemoetkomen aan andermans belangen. De insteek is in ieder geval dat de initiatiefnemer actief meedenkt met de inwoners. Dus niet dat alles per definitie afgewezen wordt.

Belangrijk blijft wel om oog te hebben voor de belangen van zij die er niet zijn of zij die geen stem hebben. Ook zullen vaak tegenstrijdige belangen ontstaan. In zo’n geval kan de gemeenteraad het algemeen belang afwegen. Draagvlak Draagvlak is de steun of het begrip dat een plan van inwoners ontvangt. Draagvlak is niet vanzelfsprekend. Om tot draagvlak te komen, is het van belang om goed het gesprek aan te gaan met inwoners. Dat je als initiatiefnemer eerlijk het gesprek aangaat en duidelijk aangeeft wat de afwegingen zijn geweest. Dan kunnen inwoners begrip krijgen voor de gemaakte keuzes. In het gesprek kan je ook onrust en zorgen wegnemen, doordat je als initiatiefnemer vroegtijdig weet wat er leeft en speelt. Hier kan je dan als initiatiefnemer op inspelen. Dit kan leiden tot een hogere draagvlak. Cultuur Participatie is niet iets wat we er even bij gaan doen. Het is onderdeel van onze cultuur. Het moet vanzelfsprekend zijn om bezig te zijn met participatie, niet een uitzondering. Omdat we weten dat het goed is om de kennis en ideeën

5

van de inwoners te benutten. Om te weten wat de wensen en belangen van de inwoners zijn, zodat daar rekening mee te houden is. En om draagvlak voor de plannen te krijgen. Deze cultuuromslag zal wellicht tijd kosten. Niet altijd zal het ook even goed gaan. Het blijft leren en experimenteren. Maar waar een wil is, is een weg. Het college is verantwoordelijk voor de cultuurverandering. Dat betekent dat het college verantwoordelijk is voor de vernieuwende werkwijze van de ambtenarij. Met dit document roept de gemeenteraad het college op om die cultuuromslag daadwerkelijk door te gaan voeren. Met als gevolg dat participatie in Nijmegen beter en beter zal gaan. Externe initiatieven Als gemeente komen we zelf met initiatieven, maar we helpen ook inwoners die zelf met een plan komen. Als Nijmegenaren zelf met een plan komen, proberen we hen zo goed mogelijk te helpen. We begeleiden ze bij het proces, zodat hun initiatieven tot hun recht komen. In Nijmegen zorgen we ervoor dat ook externe initiatiefnemers het belang inzien van participatie. Als gemeente benadrukken we dat het participatiebeleid op zullen volgen en we geven hen tips en richtlijnen mee. Couleur locale Nijmegen is een unieke stad in Nederland, gelegen aan de Waal. Nijmegen is een dorp met stadslichten. Een open, sociale en leefbare stad met een vriendelijke uitstraling.

Nijmegenaren nuilen misschien wat meer, ze zetten wel de schouders eronder. Een goed participatiebeleid past bij de identiteit van de stad. Daarom sluit het Nijmeegs participatiebeleid aan bij de volgende Nijmeegse kenmerken: o Nijmegenaren hebben vaak een mening. Ze krijgen de ruimte om die te delen. o Nijmegen is een informele stad. De participatie zal daarom ook informeel zijn. o Participatie is laagdrempelig en persoonlijk, met een menselijk gezicht. o Het stadhuis mag een huiskamergevoel geven. o In de stad zitten veel netwerken. We gaan deze gebruiken.

Versterkingen voor de toekomst: o We betrekken inwoners vroegtijdig bij de totstandkoming, uitvoering, monitoring, evaluatie en doorontwikkeling van beleid. o We creëren draagvlak voor plannen door eerlijk en duidelijk in gesprek te gaan met inwoners. o Participatie wordt onderdeel van onze werkcultuur. o We zorgen ervoor dat initiatieven van inwoners tot hun recht komen.

6

3. De uitgangspunten Voor succesvolle inwonerparticipatie zijn verschillende uitgangspunten nodig. Dit zorgt namelijk voor constructieve participatieprocessen. Deze uitgangspunten gelden in ieder geval voor de gemeente Nijmegen, maar we zullen ook externe partijen die plannen hebben hierop wijzen. Daar waar mogelijk maakt de gemeente gebruik van juridische mogelijkheden om verplichte opvolging van het participatiebeleid af te dwingen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk De initiatiefnemer van een project is altijd verantwoordelijk voor het participatieproces. Dat betekent dat de gemeente vaak maar niet altijd verantwoordelijk is voor de participatie. Wel vinden we het als gemeente belangrijk dat ook bij projecten van externe initiatiefnemers goede participatie plaatsvindt. Daarom dringt de gemeente er bij initiatiefnemers op aan om het participatiebeleid als richtlijn aan te nemen en de gemeente helpt en geeft tips bij het maken van het participatieplan. Participatie als intrinsieke motivatie Participatie volgt uit de intrinsieke motivatie dat het de plannen beter maakt. Vanuit de intrinsieke motivatie dat inwoners hun kennis, ideeën en stem kunnen laten horen. Vanuit de gedachte dat we het belangrijk vinden om inwoners te betrekken bij de politiek. Vanuit het idee dat we samen Nijmegen nog mooier maken. Dat is de basis.

Of de gemeente zelf de initiatiefnemer is of niet, participatie mag niet een afvinklijst zijn. De initiatiefnemer betrekt de inwoners actief en vroegtijdig bij de planvorming. Inwoners zijn hierin een partner om mee samen te werken, niet een bedreiging of vijand.

Citaat raadslid: Participatie is geen hokje dat je af moet vinken

Communicatie We verlangen goede communicatie. Goede communicatie is cruciaal voor de participatie-ervaringen van inwoners. Veel weerstand bij inwoners over participatie gaat voornamelijk over het proces dat niet goed geweest zou zijn. Of dat er niet naar hen geluisterd wordt. Goede communicatie kan beide weerstanden en teleurstellingen voorkomen. Door vooraf goed en gemotiveerd aan te geven hoe de participatie vormgegeven wordt, hebben inwoners de juiste verwachting van de participatie. Zij weten dan waar ze over mogen meepraten en hoe het proces gaat verlopen. Het is goed om dit ook blijven te herhalen gedurende het proces. Een klein beetje tijd investeren in de communicatie rondom het participatieproces kan veel onrust later voorkomen. Verder luistert de gemeente altijd wel naar de inwoners. Alleen soms heeft de gemeente voor een ander besluit gekozen. Ondanks dat er een meningsverschil is, kan goede communicatie de inwoners het gevoel geven dat hun inbreng zorgvuldig is afgewogen. Dat ondanks dat hun inbreng niet wordt overgenomen die inbreng wel serieus is meegewogen. Het participatieplan als basis We vinden het belangrijk dat het participatieproces zorgvuldig wordt doorlopen. Daarom zal de gemeente participatieplannen indienen. Sinds de Omgevingswet zijn ook initiatiefnemers van omgevingsplannen verplicht dit te doen.

We verwachten van initiatiefnemers die buiten de Omgevingswet om plannen maken dat zij ook een participatieplan schrijven. In het participatieplan staat onder andere wat de initiatiefnemer aan participatie wil gaan doen en waarom. Dit zorgt ervoor dat de initiatiefnemer uitgebreid na zal denken over de participatie. Ook geeft het participatieplan het controlerend orgaan de mogelijkheid om te zien wat er gebeuren gaat. Hoofdstuk 4.1 schrijft precies voor wat er in het participatieplan moet komen.

7

De representatieve democratie Participatie vervangt de representatieve democratie niet. Gekozen volksvertegenwoordigers stemmen zonder last. Participatie is geen geschikt instrument voor complexe en beladen besluiten waar een zero-sum element in zit. Anders gezegd: besluiten waar voor het gevoel geen compromissen op te maken zijn en daardoor voor het gevoel alleen maar winnaars en verliezers kent. Voor grote onderwerpen met grote tegenstellingen is en blijft de gemeenteraad als representatieve volksvertegenwoordiging nodig. Dat betekent niet dat er geen participatie hoeft plaats te vinden. Het betekent dat het finale besluit ook met participatie nog altijd bij de gemeenteraad kan liggen. Zodat de gemeenteraadsleden namens de Nijmeegse bevolking het algemeen belang kunnen afwegen. Uitgangspunten voor een goede participatie Ook is belangrijk om wat uitgangspunten te hebben voor een goed participatieproces. Deze uitgangspunten zijn namelijk cruciaal voor een goed participatieproces en dienen omarmd te worden door de initiatiefnemers. Sommige uitgangspunten zullen vanzelfsprekend zijn. Desalniettemin is het goed om ze te benadrukken. De uitgangspunten voor een goed participatieproces: o Open. We staan open voor de inbreng van inwoners. o Eerlijk. We zijn eerlijk en zeggen wat de echte reden voor iets is. o Duidelijk.

We communiceren duidelijk zodat iedereen de juiste verwachtingen heeft. o Mogelijkheden. We denken in wat wel kan en wat er wel mogelijk is. o Maatwerk. Ieder participatieplan is uniek en verdient zijn eigen invulling. o Toegankelijkheid. Iedereen moet kunnen participeren; drempels moeten worden weggenomen. o Diversiteit. Er is een diversiteit aan personen, belangen en meningen. o Vertrouwen. Onderling vertrouwen is cruciaal. o Responsiviteit. Hoe responsiever een overheid, hoe groter de kans dat inwoners participeren.

Citaat raadslid: Participatie moet duidelijk zijn

Versterkingen voor de toekomst: o We voeren participatie vanuit de intrinsieke motivatie dat het goed is. o We communiceren duidelijk zodat iedereen weet waar die aan toe is. o We schrijven participatieplannen zodat duidelijk is hoe de participatie gaat plaatsvinden. o We volgen de uitgangspunten voor een goede participatie tijdens de participatieprocessen.

8

4. Het participatieproces Omdat iedere casus om een andere invulling van het participatieproces vraagt, is er geen eenduidig antwoord te geven op de vraag hoe de invulling van participatie moet zijn. Participatie vergt maatwerk. We kennen participatie in vele vormen en maten. Participatie kennen we als informatiebijeenkomsten maar ook als burgerberaden. Ondanks de complexiteit willen we een zo goed mogelijk participatieproces. Daarom is het goed om richtlijnen te hebben over waar goed over nagedacht moet worden en hoe te handelen. Dit hoofdstuk helpt om de goede keuzes te maken in het participatieproces. We onderscheiden daarbij het participatieproces in drie fases: vooraf, tijdens en achteraf.

Citaat raadslid: Bij participatie denken mensen aan meedoen, terwijl ze geïnformeerd worden

4.1.

Het participatieproces vooraf: het participatieplan

Het participatieproces vooraf is het maken van een participatieplan. In het participatieplan staat onderbouwd hoe je de participatie gaat vormgeven. Voorafgaand aan de uitvoering van de participatie zijn namelijk belangrijke keuzes te maken. Een goede voorbereiding van de participatie kan de uitvoering beter laten verlopen. Verwachtingsmanagement is hierin erg belangrijk. Het schrijven van een participatieplan is bij omgevingsplannen verplicht. Bij andere plannen raden wij het als gemeente sterk aan. Verkennende fase Voor het schrijven van het participatieplan vindt eerst nog de verkennende fase plaats. In deze verkennende fase bespreekt de initiatiefnemer met betrokkenen en buurtbewoners eerst wat ze willen dat er gaat gebeuren. Ofwel, wat is de behoefte? Verder maken de initiatiefnemer en betrokkenen een eerste verkenning van wat de impact is voor wie en daarmee wie belanghebbende is bij een plan of een onderdeel daarvan. Dit geeft namelijk al de eerste inzichten voor het participatieplan om zo te kunnen zien wie wanneer bij de participatie betrokken moet worden. Na deze verkennende fase schrijft de initiatiefnemer het participatieplan met de onderstaande criteria inbegrepen. Het participatieplan Het participatieplan beschrijft dus hoe de participatie uitgevoerd gaat worden.

Het participatieplan wordt in dit beleid bepaald door een achttal onderwerpen waar een initiatiefnemer afwegingen over moet maken. De initiatiefnemer dient goed na te denken over de keuzes die hij/zij/hen/dien moet maken binnen de afwegingen en op te schrijven hoe hij/haar/hen/dien de participatie laat plaatsvinden. Uiteindelijk geeft dit een geschetst beeld van hoe de participatie gaat verlopen. 1. Onderwerp Waar gaat het participatieproces over? Welk onderwerp ligt voor? Dit is de eerste stap voor het afwegingskader. Van hieruit is te bepalen wie er belanghebbend zijn en hoe het participatieproces inhoudelijk ingevuld moet worden. De vraag hierbij is ook om te kijken wat je van de participanten verwacht. In welke mate geef je als initiatiefnemer jouw macht en invloed weg aan inwoners? De Rijksoverheid hanteert de participatieladder zoals die hieronder is weergegeven. Deze ladder geldt vooral als hulpmiddel om een goed participatietraject op te zetten, niet als doel om hem gebruikt te hebben. Des te hoger je op de ladder zit, des te meer invloed je aan de inwoners geeft. Vooraf is het goed om hier een beargumenteerde

9

keuze in te maken. We raden aan om meerdere treden te combineren. Vaak heb je een geheel participatietraject waardoor een trede over de meerdere fasen van de participatie niet voldoet. Maatwerk is hier dus vereist. Vertel inwoners vooraf op welke trede ze staan. Door dit vooraf duidelijk te communiceren kun je verkeerde verwachtingen voorkomen. Vertel ook waar de inwoners over mee kunnen praten. Er zijn kaders (wettelijk of beleidsmatig) die inperken waarover je nog kunt meepraten. Door vooraf helder en eerlijk over deze kaders te communiceren kunnen inwoners met de juiste verwachtingen deelnemen aan de inwonerparticipatie. Dit voorkomt dat inwoners achteraf teleurgesteld zijn over het proces. Het kost tijd vooraf maar bespaart veel frustraties en correcties achteraf. Als inwoners niet echt kunnen participeren, dan moet er ook geen participatie plaatsvinden. Schijnparticipatie leidt namelijk tot niks. Wees dan eerlijk en zeg dat participatie niet mogelijk is. Hoofdstuk 5 beschrijft welke trede wat inhoudt en welke participatieinstrumenten erbij horen. Het uitgangspunt is om inwoners vroegtijdig te betrekken bij besluitvorming. Vroegtijdig betekent het moment voordat het plan definitief is. Het streven is daarom ook om bij een participatietraject minimaal de trede ‘adviseren’ te gebruiken.

Het moet niet zo zijn dat initiatiefnemers makkelijk voor de trede ‘informeren’ kiezen, omdat ze dan zo min mogelijk hoeven te doen. Hoger op de participatieladder mag altijd, lager alleen als de initiatiefnemer goed kan motiveren waarom de lagere trede beter is dan de trede ‘adviseren’. Zo blijft er nog ruimte voor maatwerk. 2. Belanghebbenden Na scherp te hebben wat het onderwerp is, is het belangrijk om te weten wie er belanghebbend is bij het onderwerp. Ofwel, dit gaat om de vraag wie in hoeverre mag participeren en wie niet. Dit hangt mede af van de schaal van het onderwerp. Bij stukken die de hele stad raken is het goed mogelijk om het participatieproces volledig open te zetten. Iedere Nijmegenaar kan dan deelnemen. Als een bepaald plan veel impact gaat hebben specifiek op buurtbewoners, dan is het goed om het participatieproces klein te houden. De buurtbewoners zullen de consequenties van een bepaald plan dan het meest ervaren. In het kleingehouden participatieproces zijn dan alleen de buurtbewoners uitgenodigd voor de participatie. Hierdoor kunnen zij hun stem en zorgen uiten zonder dat ze overstemd worden door andere mensen. Wel is het uitgangspunt dat je beter te veel dan te weinig mensen uit kan nodigen. Als je weet wie de belanghebbenden zijn, dan kan je iedereen gericht uitnodigen.

Citaat raadslid: Idealiter ontvang je van iedereen die voor- of nadelen ondervinden een stem

3. Vorm Eerder bij “onderwerp” is bepaald in hoeverre inwoners invloed en inspraak hebben, ofwel op welke trede ze staan. Bij “vorm” is van belang hoe je inwoners laat participeren. Specifiek gaat dit om welk instrument je van de gekozen trede gaat gebruiken. In hoofdstuk 5 is een overzicht van de participatie-instrumenten te zien. In deze paragraaf staan uitgangspunten beschreven hoe je de inwoners moet laten participeren, ongeacht de gekozen instrumenten. Over het algemeen geldt dat kleinschalig en persoonlijk contact de voorkeur heeft. Bij fysieke bijeenkomsten is het van belang om het contact met de inwoners zo dichtbij en klein mogelijk te houden. Een grote zaal met een spreker of presentatie is geregeld onwenselijk. Het lokt emoties uit en niet iedereen voelt zich comfortabel om in een grote zaal vragen te stellen, zeker bij politiekgevoelige onderwerpen. Individueel, persoonlijk contact met de initiatiefnemers is wenselijker. Daarnaast is het interessant om inwoners bij dit soort bijeenkomsten op een actieve 10

manier te laten participeren. Dat wil zeggen dat mensen dan niet alleen hoeven te luisteren maar ook dingen kunnen doen zoals geeltjes plakken of muntjes gebruiken om hun voorkeuren aan te geven, zoals in Dukenburg gedaan is. Andere vormen van creatieve participatie zijn altijd welkom. Bij plannen die een grote impact hebben, is het logisch om een uitgebreid participatieproces te creëren. Inwoners worden dan uitgebreider meegenomen door de initiatiefnemer. De initiatiefnemer investeert dan in duurzame relaties. Bekend is dat participatie over een lange tijd bevorderlijk is voor de deelname van inwoners. Veelal is er ook interesse vanuit inwoners om op de hoogte gehouden te worden om wat er om hen heen gebeurt. Bij grote projecten kan het participatieproces opgeknipt worden in meerdere stukken over verschillende onderwerpen. Ten behoeve van de representativiteit van de participatie-uitkomsten raden we sterk aan om meerdere participatiemethoden per participatieproces te gebruiken. Meerdere participatiemethoden zorgen ervoor dat zoveel mogelijk diversiteit aan personen en meningen in het participatieproces voorkomen. Zo zijn jongeren beter te bereiken via sociale media, ouderen via fysieke bijeenkomsten. Het gebruik van meerdere participatie-instrumenten voorkomt dat een bepaalde stem domineert tijdens een participatieproces.

De uitkomsten van de participatie en het beleid zijn dan niet gekleurd door het gebruik van selectieve participatiemethoden. 4. Locatie Misschien ligt het niet voor de hand maar ook de locatie van de participatie is erg bepalend. Het gemeentehuis is voor veel mensen onbekend terrein; ze voelen zich er niet thuis. Dit belemmert mensen om hun mening te geven. Probeer daarom zoveel mogelijk de participatiebijeenkomst op locatie van het plan te houden. Houd bijvoorbeeld de bijeenkomst over het wijkcentrum ook in het wijkcentrum zelf. Dit is voor de gebruikers een welbekende locatie waar ze zich meer thuis voelen. Dit zal vervolgens de drempel voor het goede gesprek verlagen. Voor digitale participatie is van belang welk kanaal je kiest. Er zijn verschillende sociale mediakanalen met ieder een eigen doelgroep en karakter. Het is goed om hier rekening mee te houden. 5. Communicatie Het belangrijkst is dat de initiatiefnemer actief de inwoners uitnodigt voor de participatie. Dat inwoners vanuit de eerste hand horen wat er speelt. De kans is groot dat een participatietraject een diverse groep inwoners treft. Een initiatiefnemer moet in dat geval in contact komen met heel verschillende mensen. De vraag is hoe je dat als initiatiefnemer goed doet.

Welk communicatiemethode gebruik je voor welke doelgroep? Maar ook goed om te bedenken is in welke taal, vorm en lengte de communicatie moet zijn. Dit geldt voor brieven, uitnodigingen, digitale enquêtes en andere vormen van communicatie. Uitnodigingen voor inwoners voor bijeenkomsten worden ruim van tevoren verspreid en de initiatiefnemer houdt rekening met vakanties. Zo heeft iedereen een eerlijke kans om op de uitnodiging in te kunnen gaan. Verder is het van belang hoe mensen de initiatiefnemer kunnen bereiken. 6. Tijdspad Bij het tijdspad gaat het erom dat het voor de inwoners duidelijk is wanneer wat van de participatie gebeurt. Inwoners moeten duidelijk te zien krijgen wanneer ze kunnen participeren met welke vorm van participatie. Het gaat hier om het gebruik van participatie-instrumenten en de inspraak en het informeren van inwoners daarin, maar ook moet het duidelijk voor inwoners zijn wanneer beroep- en bezwaar op het onderwerp mogelijk is. Ondanks dat beroep- en bezwaar geen vormen van participatie zijn, vinden we het wel juist om inwoners daarover te informeren. Hetzelfde geldt voor het inspreken voor de gemeenteraad. Kortom, de initiatiefnemer dient inwoners duidelijk op de hoogte te stellen van het proces. 7. Informatievoorziening Om inwoners een eerlijke kans voor participatie te geven, moeten ze goed op de hoogte zijn van de inhoud van een initiatief.

De vraag is hier welke informatie inwoners wanneer krijgen. Als inwoners goed geïnformeerd zijn, zal het gesprek op basis van dezelfde feiten over verschillen in meningen gevoerd worden. Bij het niet goed informeren van inwoners zullen gesprekken vaak over de feiten gaan. Dit is door goede informatievoorziening eenvoudig te voorkomen. Het goed informeren van inwoners kan ook veel onrust of zorgen bij hen wegnemen. Een voorbeeld van 11

het verstrekken van informatie is het gebruik van MijnWijkplan door de gemeente bij ruimtelijke projecten. De gemeente verplichten we dit te doen bij al zijn ruimtelijke projecten. Van externe initiatiefnemers verlangen we dit. In MijnWijkplan staan namelijk de aanleiding, verslagen, tijdspad en uitkomsten van een initiatief, wat het overzichtelijk maakt voor inwoners. 8. Opbrengsten Inwoners zullen vaak veel ideeën en oplossingen aanbieden. Belangrijk is hoe de initiatiefnemer met deze opbrengsten omgaat. Ofwel, hoe worden deze opbrengsten afgewogen en meegenomen in besluiten? De vraag is ook wanneer en hoe de opbrengsten worden teruggekoppeld aan de inwoners als de initiatiefnemer de inbreng van inwoners overneemt in het plan. Maar ook als de inbreng van inwoners niet is meegenomen, is het juist goed om dat gemotiveerd terug te koppelen. Dan weten inwoners dat hun inbreng is behandeld. Uiteindelijk gaat het binnen dit kopje ook om communicatie.

Versterkingen voor de toekomst: o We maken voor ieder participatieproces een verkenning en schrijven daarna een participatieplan. o We gebruiken de passende manier van participeren maar streven naar minimaal ‘adviseren’. We communiceren duidelijk de invloedruimte naar inwoners. o We hebben oog voor alle belanghebbenden en nodigen hen allen gericht uit. Liever te veel dan te weinig. o We kiezen met maatwerk de participatie-instrumenten passend bij de belanghebbenden. We gebruiken hierbij meerdere instrumenten. o We zorgen voor persoonlijk contact met inwoners. o We houden participatiebijeenkomsten altijd bij de inwoners in hun buurt. o We communiceren duidelijk en passend naar degene die we willen bereiken. o We communiceren duidelijk het tijdspad van participatie richting inwoners. o We geven inwoners goede informatievoorziening en gebruiken bij ruimtelijke plannen altijd MijnWijkplan. o We communiceren duidelijk wat er met de inbreng van inwoners gebeurt.

4.2.

Het participatieproces tijdens: de uitvoering

Tijdens het proces is daar waar je de inwoners voor het eerst ontmoet. Hier ga je samen met de inwoners in gesprek over een vraagstuk. Het gaat hier om de houding die de initiatiefnemer richting de inwoners heeft en andersom. Centraal staat dat iedere inwoner zijn/haar/hen/diens stem kan laten horen. Zodat we samen met ieders inbreng Nijmegen nog mooier maken. Het belangrijkste voor een prettig participatieproces zijn de omgangsvormen. Daarom bevat dit hoofdstuk uitgangspunten voor de omgangsvormen. De omgangsvormen van participatie die de initiatiefnemer omarmt en uitdraagt: o We behandelen elkaar op een respectvolle manier. We praten met fatsoen richting elkaar. o We luisteren naar elkaar en we laten elkaar uitspreken. Hierdoor kan iedereen zijn/haar/hen/diens mening geven en dit zorgt voor orde. o Iedere mening mag er zijn. Iedereen mag zijn/haar/hen/diens mening geven en we sluiten niemand uit. o We voeren het gesprek constructief. We praten op basis van argumenten en spelen niet op de persoon. o We zijn eerlijk en duidelijk. We zeggen eerlijk waarom we welke keuzes maken en proberen dat zo goed en duidelijk uit te leggen totdat iedereen het begrijpt. o We vertrouwen elkaar. Vertrouwen is de doorslaggevende factor voor een goed gesprek. Uiteindelijk komt de initiatiefnemer binnen de gestelde kaders in contact met de inwoners.

De initiatiefnemer staat open voor en denkt mee met de participanten. De initiatiefnemer luistert, afhankelijk van de gekozen participatietrede, naar wat de inwoners te zeggen hebben. De initiatiefnemer neemt als het kan de ideeën en wensen 12

van inwoners over in het plan. Als dat niet mogelijk is dan legt de initiatiefnemer duidelijk uit waarom het niet mogelijk is. Ieder mens is verschillend en heeft een eigen wereldbeeld en ideologie. Het eerlijke verhaal is daarom dat het niet mogelijk is om altijd alle participanten eens te laten zijn met een voorstel. Zoals eerder aan bod gekomen is goede communicatie daarom van wezenlijk belang. De initiatiefnemer legt goed en eerlijk uit waarom een bepaalde keuze gemaakt wordt. Dat kan begrip oproepen bij inwoners. Het is uiteindelijk belangrijk dat iedereen vindt dat er zorgvuldig met zijn/haar/hen/diens inbreng is omgegaan. Aan het einde van een participatiebijeenkomst is het goed om de vervolgstappen te delen. Hierdoor weten de participanten waar de initiatiefnemer mee aan de slag gaat en wat ze kunnen verwachten van de initiatiefnemer in de toekomst. Ook kan de toekomstige rol van de participanten toegelicht worden. De initiatiefnemer kan vertellen hoe ze geïnformeerd worden of waar ze in de uitvoering nog betrokken kunnen blijven.

Versterkingen voor de toekomst: o We omarmen en dragen de omgangsvormen voor participatie uit. o We denken mee met de inwoners en hun inbreng. o We zorgen ervoor dat iedereen vindt dat er zorgvuldig met zijn/haar/hen/diens inbreng is omgegaan. o We vertellen inwoners na de participatie hoe het vervolg eruit ziet.

4.3.

Het participatieproces achteraf: de afronding

Als de participatiebijeenkomst geweest is, gaat participatie nog wel door. Participatie is namelijk succesvoller als er interactie over een langere periode is. Maar allereerst is het zaak voor de initiatiefnemer om de ideeën en wensen van de inwoners daar waar mogelijk te verwerken in het plan. De verwerkingen worden teruggekoppeld aan de participanten, zodat zij meekrijgen dat hun inbreng verwerkt is. Responsiviteit zorgt ervoor dat inwoners weten dat er iets met hun inbreng gebeurt, wat ertoe leidt dat inwoners eerder bereid zijn om in de toekomst vaker deel te nemen aan participatie. Na de uitgevoerde participatie heeft de initiatiefnemer nog steeds contact met de participanten. Dit kan op verschillende manieren gaan en zal ook grotendeels afhankelijk zijn van de vorm van participatie. Dit kan gaan over kort contact na de bijeenkomst tot langdurig informeren over een project. Het korte contact is bijvoorbeeld het schriftelijk beantwoorden van vragen van inwoners. De initiatiefnemer koppelt dan de antwoorden terug aan de vraagstellers. Bij langdurig contact gaat het over het op de hoogte houden van inwoners. Dit is logisch bij langdurige projecten zoals woningbouw of opvang, via bijvoorbeeld nieuwsbrieven. In sommige gevallen zullen de inwoners onderdeel zijn van de uitvoering van een plan. Dan is participatie na een participatiebijeenkomst vanzelfsprekend.

Ook hier is van belang hoe een initiatiefnemer omgaat met de participanten. Bijvoorbeeld over de communicatie richting hen en de onderlinge omgangsvormen. De uitgangspunten als beschreven in hoofdstuk 4.2 zijn hier nog steeds leidend. Verder is het goed dat een initiatiefnemer reflecteert op het uitgevoerde participatietraject. De initiatiefnemer maakt daarom een participatieverslag. Hoofdstuk 6 gaat hier verder op in.

Versterkingen voor de toekomst: o We houden na de participatie nog steeds contact met inwoners. o We reflecteren op participatie en schrijven een participatieverslag. 13

5. De participatie-instrumenten Nijmegen vindt participatie erg belangrijk. Daarom heeft de gemeenteraad heeft meerdere participatieinstrumenten vastgesteld. Dit hoofdstuk beschrijft die instrumenten. Ook geeft dit hoofdstuk aan wanneer die instrumenten te gebruiken zijn. De instrumenten zijn onderverdeeld per trede van de participatieladder. Onderaan dit hoofdstuk is een schematisch overzicht te zien. In het schematische overzicht zijn ook randvoorwaarden voor het goed gebruiken van het participatie-instrument te vinden.

Citaat raadslid: Je moet goed nadenken over de doelen van het instrument en de neveneffecten

5.1.

Meebeslissen

Dit is de participatievorm waar de inwoners de meeste invloed hebben. De participanten hebben hier een stem in de besluitvorming van een project. Het bevoegde orgaan staat hier de bevoegdheid en macht af. Er heerst een gelijkwaardige relatie tussen de participanten en het bevoegd gezag. Het doel van meebeslissen is het eigenaarschap en de zeggenschap van inwoners te vergroten. Dit vergroot de verantwoordelijkheid, het burgerschap en de maatschappelijke betrokkenheid van inwoners. Deze trede is vooral geschikt voor plannen die alleen op buurt- of wijkniveau impact hebben. Een voorbeeld van meebeslissen is het inmiddels afschafte beleid rondom het invoeren van betaald en vergunningsparkeren. Door de meerderheid van de inwoners wonende in een wijk werd bepaald of in diezelfde wijk betaald parkeren werd ingevoerd. Inwoners mochten dus zelf beslissen of de invoering er kwam.

5.2.

Coproduceren

Coproduceren is het samenwerken van een participant en een initiatiefnemer aan een publieke dienst. De participanten mogen meewerken aan de planvorming en voeren een dienst vaak ook uit. De participanten hebben echter geen beslissingsbevoegdheid, die blijft nog bij de initiatiefnemer. Een Nijmeegs voorbeeld van coproductie is de Nachtopvang uit Noodzaak Nijmegen (NuNN). In deze nachtopvang zorgen de dak- en thuislozen zelf voor de organisatie van de nachtopvang. Hiermee nemen de dak- en thuislozen verantwoordelijkheid onder toeziend oog van professionals. Coproductie vindt bijvoorbeeld ook plaats als de gemeente samen met een sportvereniging de herinrichting van een sportterrein gaat invullen. Het doel van coproductie is het geven van eigenaarschap aan participanten. Redenen om participanten eigenaarschap te geven, is omdat de participanten beter zijn in de uitvoering of ze zichzelf op die manier kunnen ontwikkelen. Tevens vergroot dit het burgerschap en de maatschappelijke betrokkenheid van de participanten.

5.3.

Adviseren

Bij adviseren krijgen inwoners tijdens de planvorming al de mogelijkheid om advies te geven over een plan, dus nog voordat een plan af is. De participant krijgt op deze manier al vroegtijdig kennis en informatie voor een bepaald project. Ook hier heeft Nijmegen al veel ervaring mee. Zo heeft Nijmegen al veel adviesraden en ze maakt gebruik van ervaringsdeskundigen. Het doel van adviseren is om gebruik te maken van de deskundigheid van andere mensen. Deze adviezen zouden de plannen beter kunnen maken. Ook kunnen de adviseurs zorgen en waarschuwingen kenbaar maken. Verder zorgt 14

het er ook voor dat inwoners maatschappelijke betrokken worden. Adviseren vindt ook plaats als inwoners vroegtijdig betrokken worden bij planvorming, ofwel als het plan nog niet uitgewerkt is. De gemeente kan dan inwoners om adviezen vragen. De Gemeente Nijmegen kent de volgende instrumenten op dit gebied: o Adviesraden. Nijmegen kent meerdere adviesraden. Dit zijn de kinder- en jeugdraden, wijkraden, cliëntenraden en adviescommissies. De keuze voor welke raad van belang is, hangt ervan af of de doelgroep van de adviescommissie belanghebbend is. Indien de doelgroep belanghebbend is, dan is het gebruiken van de adviesraad wenselijk. Doe dit vroegtijdig en geef de adviesraden voldoende tijd. o Ervaringsdeskundigen. Daar waar ervaringen van inwoners van belang zijn bij het maken van nieuw beleid zijn ervaringsdeskundigen geschikt. Vooral bij het maken van sociaal beleid kunnen ervaringen van inwoners over het beleid en het handelen van de gemeente van belang zijn. Denk hierbij aan het gebruik door de gemeente Nijmegen van ervaringsdeskundigen voor het toegankelijk maken van het Centraal Station voor mindervaliden. o Inwonerberaden. Een op basis van een representatieve loting gekozen adviesraad waar inwoners in zitten en advies uitbrengen op een onderwerp aan het gemeentebestuur. Inwonerberaden zijn geschikt om politieke impasses te doorbreken. o De straat op gaan.

In een wijk bij buurtbewoners aanbellen of op bekende plekken staan om te vragen wat zij willen dat er gebeuren gaat in hun wijk. Hierdoor kan je vroegtijdig ophalen wat er speelt en wat men wil. Ook bereik je een diversiteit aan personen, belangen en meningen; het doorbreekt de eentonigheid. Dit is wel een arbeidsintensieve en dure methode. Deze is vooral aan te raden bij grote en politiekgevoelige projecten.

5.4.

Meedenken

Meedenken lijkt op adviseren, maar verschilt zich in het feit dat dit achteraf plaatsvindt. Bij meedenken mogen inwoners reageren op het plan dat gemaakt is. Daar waar adviseren nog tijdens de planvorming is, is meedenken erna. Inwoners kunnen op basis van een gepresenteerd plan hun ideeën, zorgen of belangen aangeven. Eventuele inbreng van inwoners kan achteraf nog worden verwerkt in de plannen. Het doel van meedenken is dat inwoners nog de mogelijkheid krijgen om iets van een plan te vinden. Tevens worden ze geïnformeerd over wat er speelt. Het zorgt voor maatschappelijke betrokkenheid bij inwoners. Indien inbreng van inwoners wordt verwerkt in de plannen dan vergroot dit de kans op tevredenheid onder inwoners. De Gemeente Nijmegen kent de volgende instrumenten op dit gebied: o Inwonersbijeenkomsten. Een inwonerbijeenkomst is een moment waar op locatie de initiatiefnemer inwoners bijpraat over een plan. Dit instrument is vooral geschikt ter informeren als het om uitgebreidere plannen gaat. Het wenselijkst is als contact tussen de initiatiefnemer en de inwoners klein is. Inwoners krijgen zo de gelegenheid om in gesprekken vragen te stellen en opmerkingen te maken. In verband met de setting is het goed om deze op wijkniveau te organiseren. o Enquêtes. Enquêtes zijn vragenlijsten die inwoners kunnen invullen en beantwoorden.

Ze zijn geschikt om inwoners te vragen wat hun wensen zijn. Denk hierbij aan de stadspeiling 2022 Veur Lent. Digitale enquêtes zijn vooral ook geschikt om jongeren te bereiken. o Referenda. Bij referenda krijgen inwoners via een stemming de kans om te zeggen dat ze voor of tegen iets zijn. Gezien de weging en zorgvuldigheid van het opzetten van een referendum is het aannemelijk om dit instrument te gebruiken bij stadsbrede vraagstukken. o Reactieformulieren. Digitaal maar ook bij informatiebijeenkomsten kunnen initiatiefnemers reactieformulieren gebruiken. Inwoners kunnen dan hun inbreng of vragen daar opschrijven. o Werkbezoeken. De gemeente gaat langs bij inwoners en organisaties om in gesprek te gaan over de ervaringen van die inwoners en organisaties. De gemeenteafgevaardigden kunnen vanuit dit gesprek de ervaringen, opmerkingen en vragen van de inwoners en organisaties meenemen in het beleid.

15

5.5.

Informeren

Informeren is het eenzijdig zenden van informatie, in dit geval van de initiatiefnemer richting de inwoners. Inwoners hebben de informatie ter kennisgeving aan te nemen. Omdat er geen verdere interactie tussen de initiatiefnemer en de inwoners is, is dit de laagste trede op de participatieladder. Er valt te stellen dat het gebruik van alleen informeren een vorm van nonparticipatie is. Als je als initiatiefnemer een participatietraject wilt opzetten, is alleen informeren niet voldoende. Dan dien je ook gebruik te maken van andere treden.

Citaat raadslid: Informeren is geen participatie

Het doel van informeren is het op de hoogte brengen van inwoners over bepaalde plannen van de gemeente. Ze weten hierdoor wat er in hun wijk of buurt gebeurt. Reageren op de informatie is niet het uitgangspunt. Deze trede is in principe daarom alleen aanvullend te gebruiken in combinatie met andere treden. De Gemeente Nijmegen kent de volgende instrumenten: o Informatiebrieven. Brieven die een initiatiefnemer stuurt naar inwoners. Hierin staat informatie over een bepaald plan. o Website. Informatie die de initiatiefnemer op de website kan plaatsen. o Advertenties. Het gebruiken van reclame-advertenties via verschillende digitale en fysieke kanalen. o Sociale mediaberichten. Het plaatsen van berichten en video’s op sociale mediakanalen. o Bebording. Het plaatsen van informatieborden in de stad. o Persberichten. Een bericht van de gemeente over een onderwerp op het internet, waarbij gebruikgemaakt wordt van de pers ter verspreiding van de het bericht.

Versterkingen voor de toekomst: o We gebruiken de participatie-instrumenten die passend zijn bij het onderwerp en de doelgroep. o We gebruiken de participatie-instrumenten die passend zijn bij het doel van de participatietrede. o We combineren altijd meerdere participatie-instrumenten.

16

Tabel 1 Een overzichtsmatrix van alle participatie-instrumenten per trede Trede Meebeslissen

Doel Inwoners zeggenschap geven

Coproduceren

Inwoners eigenaarschap geven

Adviseren

Inwoners hun deskundigheid gebruiken

Instrument

Voldoende tijd en informatie Keuzevrijheid Voldoende tijd en informatie Ruimte voor inbreng Adviesraden Ervaringsdeskundigen Inwonerberaden De straat op gaan

Meedenken

Inwoners inspraak geven

Inwonerbijeenkomsten Enquêtes Referenda Reactieformulieren Werkbezoeken

Informeren

Inwoners informeren

Randvoorwaarden

Informatiebrieven

Website Advertenties

Sociale mediaberichten

Bebording Persberichten

Voldoende tijd Voldoende tijd Voldoende tijd, informatie en andere middelen Voldoende tijd, geld en personeelscapaciteit Voldoende personeel Genoeg tijd en ruimte voor inwoners Genoeg respondenten Duidelijke taal Genoeg respondenten Duidelijke beantwoording Voor iedereen toegankelijk Voldoende tijd voor bezoek Interactie met degenen die je bezoekt Duidelijke en toegankelijk teksten Wijde verspreiding Vroegtijdige verspreiding Duidelijke taal Vroegtijdige plaatsing Duidelijke taal Afstemming op publiek Vroegtijdige plaatsing Duidelijke taal Afstemming op publiek Vroegtijdige plaatsing Duidelijke taal Vroegtijdige plaatsing Duidelijke taal Vroegtijdige plaatsing

17

6. Experimenteren en leren Participatie is complex. Er is geen vast participatiemodel dat past op alle projecten. Elk project zal dus een eigen participatieplan en invulling hebben. Participatie verdient en vereist maatwerk. Dit zal tijd, werk en geld kosten. Verder zal de Nijmeegse gemeentelijke organisatie met het nieuwe participatiebeleid werken dat volgt op dit kaderstellend document. Dit kan voor sommigen nieuw en wennen zijn, voor anderen minder. Dat maakt het onvermijdelijk dat niet altijd de beste keuzes gemaakt worden. Dat is niet erg; dat hoort erbij. Dat betekent wel dat de bereidheid er moet zijn om te leren en te experimenteren. Te leren van elk participatietraject en te experimenteren met wat wel en niet goed gaat. We gaan van elkaar en van ieder participatieproces leren. We nemen hierbij de ervaringen van de deelnemers en initiatiefnemers mee. De initiatiefnemer maakt daarom na ieder participatieproces een participatieverslag. In een participatieverslag reflecteert een initiatiefnemer op het participatietraject. Wat ging wel goed, wat ging niet goed en wat zou je de volgende keer beter kunnen doen? Op alle drie de fasen van een participatieproces reflecteert de initiatiefnemer op de gemaakte keuzes. Dit zorgt ervoor dat niet alleen die initiatiefnemer maar iedereen kan leren van participatie.

Het participatieverslag komt bij de stukken van de raad terecht als een plan ter besluitvorming voorligt. Omdat participatie een lerende houding vereist, is het ook goed om het beleid zelf te evalueren. Na een jaar evalueert de gemeente het participatiebeleid door te kijken waar iedereen tegenaan is gelopen. Dit doen we door gesprekken aan te gaan met initiatiefnemers en de inwoners. Ook gebruiken we alle participatieverslagen om er lering uit te trekken. De goede dingen uit het beleid blijven staan, verbeteringen worden doorgevoerd. Na het eerste jaar gaan we eens in de twee jaar het beleid evalueren.

Versterkingen voor de toekomst: o We leren van ieder participatieproces. o We durven te experimenteren. o We evalueren regelmatig het participatiebeleid.

18

7. De rolverdeling Verschillende partijen zijn betrokken bij participatie. In dit kaderstellend document zijn tot nu toe al meerdere besproken op hun rol binnen de inwonerparticipatie. In dit hoofdstuk staan alle betrokkenen nog eens op een rij met ieder hun eigen rechten en plichten.

7.1.

De gemeenteraad

De gemeenteraad heeft twee taken binnen participatie. De eerste is dat in de vorm van kaderstelling de gemeenteraad het participatiebeleid en de participatieverordening vaststelt. Verder zal de gemeenteraad als beleidsbepaler ook nieuwe participatie-instrumenten vastleggen. De tweede taak van de raad is het controleren van de uitvoering van het participatiebeleid door het college. De raad kijkt hierbij of de uitvoering voldoet aan de kaders die middels dit beleid vastgesteld zijn. De raadsleden zijn dan als toehoorder aanwezig bij de participatie. Door aanwezig te zijn bij de participatie kan de raad lering trekken uit de participatietrajecten en dit meenemen bij een herziening van het beleid. De gemeenteraad gaat niet over de uitvoering van participatie, dat is aan het college. Als de gemeenteraad het idee heeft dat de participatie mis gaat, kan hij aan de bel trekken. De gemeenteraad mag initiatiefnemers anders dan de Gemeente Nijmegen niet ter verantwoording roepen voor de uitgevoerde participatie. Wel kan de raad hier op basis van de aanwezigheid bij participatiebijeenkomsten en het lezen van het participatieplan en het participatieverslag controleren of het beleid zelf voldoet of dat er nog verbeterpunten zijn. Vaak zal bij participatie het eindoordeel nog altijd bij de gemeenteraad liggen.

In dat geval is de inbreng van inwoners verwerkt in de plannen en zijn de plannen bijgevoegd in de bijlage van een raadsvoorstel. De gemeenteraad kan in ieder geval lezen wat de inbreng van inwoners is geweest. De raad heeft hier zelf vervolgens de taak om het algemeen belang af te wegen.

7.2.

Het college van burgemeester en wethouders

Het college van Burgemeester en Wethouders is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de participatie indien de gemeente initiatiefnemer is. Dat betekent ook dat het college verantwoordelijk is voor het handelen van de ambtenarij en dat het college ervoor moet zorgen dat ambtenaren het participatiebeleid op gaan volgen. Dat participatie op een zorgvuldige manier vanuit de intrinsieke motivatie plaatsvindt. De manier waarop is aan het college, maar zij zijn wel verantwoordelijk. Het college kan mede bepalen hoe het participatieproces wordt ingevuld, bijvoorbeeld door te bepalen op welke trede van de participatieladder het participatieproces zich gaat bevinden. Het college waakt er dus ook voor dat de uitvoering zich binnen de gestelde kaders van de gemeenteraad plaatsvindt. Verder legt het college verantwoording over de vervulde participatie af aan de gemeenteraad. Uiteindelijk bepaalt het college ook welke inbreng van inwoners en waarom het ene wel en het andere niet meegenomen wordt. Het gaat hier namelijk om politieke keuzes. Het college is verantwoordelijk voor een goede en gemotiveerde terugkoppeling van de gemaakte keuzes aan de participanten. Als laatst experimenteert en leert het college van de participatiebijeenkomsten teneinde steeds betere participatie te krijgen.

Indien er om bindend advies gevraagd wordt voor een omgevingsvergunning kan het college eisen stellen aan externe initiatiefnemers wat betreft de participatie. Het opvolgen van het participatiebeleid is dat wat het college van de externe initiatiefnemer verlangt. In de andere gevallen dat het college geen participatie kan verplichten, verwijst het college naar de websitepagina over participatie en het participatiebeleid met het verzoek dit op te

19

volgen. De webpagina moet wel duidelijk zijn voor externe initiatiefnemers. Ofwel, hieruit moeten externe initiatiefnemers weten hoe ze goede participatie kunnen organiseren.

7.3.

De ambtelijke organisatie

Deze paragraaf geldt voor die initiatieven waar de gemeente initiatiefnemer is. Vanuit de intrinsieke motivatie zorgt de ambtenaar voor een goed en zorgvuldig participatietraject. De ambtenaar schrijft het participatieplan en zorgt ervoor dat inwoners zo vroeg mogelijk bij een initiatief betrokken worden. Bij het maken en uitvoeren van het participatietraject neemt de ambtenaar het participatiebeleid in acht. En gaat vervolgens met de juiste instelling en de juiste energie aan de participatie zitten. Ambtenaren zullen bij meerdere fasen van participatie betrokken zijn. Op voorhand overleggen ze met de portefeuillehouder vanuit het college over de verkennende fase en het participatieplan en daarmee over de inhoud van de participatie. De ambtenaar is dus betrokken bij hoe inwoners meegenomen worden met een plan. Hierbij neemt de ambtenaar het participatiebeleid in acht. Belangrijk blijft dat participatie wordt gedaan om inwoners een eerlijke kans te geven om op een zorgvuldige manier betrokken te worden bij een besluitvormingsproces. Verder nodigt de ambtenaar ook de raadsleden uit voor inwonerbijeenkomsten. Tijdens de participatie kunnen ambtenaren in direct contact staan met de inwoners. De ambtenaren zullen dan zorgvuldig luisteren naar wat de inwoners te zeggen hebben en reageren waarom iets wel of niet kan.

En ze nemen ideeën ter overweging mee en koppelen later hun besluit terug. De ambtenaar hanteert in ieder geval de omgangsvormen als beschreven in hoofdstuk 4.2. De ambtenaren zijn dus erg relevant voor het zorgvuldig verlopen van een participatieproces. Achteraf zullen ambtenaren het participatieverslag opstellen. Ze zullen eerlijk op het participatietraject reflecteren. Ze plaatsen dit participatieverslag bij de stukken voor de gemeenteraad zodat de raad op het proces kan toezien.

7.4.

De externe initiatiefnemers

De gemeente zal niet altijd de initiatiefnemer van een plan zijn. Ook inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties, projectontwikkelaars of ondernemers kunnen initiatiefnemer zijn. Deze paragraaf gaat over alle initiatiefnemers exclusief de gemeente, aangezien die al in de paragrafen 7.2 en 7.3 behandeld is. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor een zorgvuldig participatieproces. De initiatiefnemer zal het participatiebeleid als richtlijn nemen. De initiatiefnemer bepaalt hoe het participatieproces zal zijn en communiceert duidelijk de kaders van het proces aan de belanghebbende inwoners. De initiatiefnemer spant zich in om zoveel mogelijk mensen te laten participeren en om ook echt wat met hun inbreng te doen. Vervolgens koppelt de initiatiefnemer terug aan de inwoners wat er veranderd is aan het plan en wat het vervolgproces is. De initiatiefnemer maakt gebruik van de uitgangspunten en omgangsvormen zoals eerder in het beleid beschreven.

7.5.

De inwoners

De inwoners kunnen als individuen participeren, maar ook als vertegenwoordigers van verenigingen, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Ze gaan constructief, open en eerlijk het participatieproces in. Ze hanteren hierbij de omgangsvormen zoals beschreven in paragraaf 4.2. Ze gedragen zich te allen tijde fatsoenlijk, ook als een besluit tegen hun wensen en/of belangen ingaat. Ook inwoners zijn belangrijk voor het verkrijgen van een goed en zorgvuldig participatieproces. Alleen samen zorgen we voor goede participatie. Alleen samen maken we Nijmegen nog mooier.

Versterkingen voor de toekomst: o Ieder houdt zich aan zijn eigen rol. 20

o o o o o o o

De gemeenteraad stelt kaders rondom participatie. Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor een goede implementatie van deze kaders. Het college van burgemeester en wethouders zorgt ervoor dat het participatief werken onderdeel wordt van de ambtelijke werkcultuur. Het college van burgemeester en wethouders dwingt via het bindend advies zorgvuldige participatie af. In andere gevallen wijst het college op het participatiebeleid en geeft tips mee aan externe initiatiefnemers. De ambtelijke organisatie zorgt vanuit de intrinsieke motivatie voor een zorgvuldig participatieproces. Externe initiatiefnemers nemen het participatiebeleid in acht en zorgen voor een zorgvuldig en eerlijk participatieproces. De inwoners nemen de omgangsvormen in acht.

21

8. Overheidsparticipatie Niet alleen de overheid, maar ook inwoners kunnen met initiatieven komen. Bijvoorbeeld voor het vergroenen van hun wijk, het plaatsen van speeltoestellen of voor het organiseren van evenementen. Inwoners komen in zo’n geval met hun initiatief vaak in contact met de gemeente. Ze hebben dan bijvoorbeeld een vergunning nodig of ze willen een subsidie krijgen. Of ze plaatsen een initiatief in MijnWijkplan. Kortom, de gemeente heeft een rol om dit contact goed te laten verlopen. Nijmegen heeft al veel ervaring met overheidsparticipatie. Gelukkig gaat dat vaak heel goed. Daarom zal niet alles wat hier geschreven is nieuw zijn. Desalniettemin is het wel goed om hier aandacht aan te blijven geven. Zodat zoveel mogelijk overheidsparticipatie in de toekomst ook nog goed zal verlopen. Dienstbaar en medewerking Bij inwonerparticipatie betrekt de gemeente inwoners bij een initiatief. Bij overheidsparticipatie betrekken inwoners de overheid bij een initiatief. Dit is dus een andere vorm van participatie dan hiervoor besproken is. In deze situaties helpt de gemeente de initiatiefnemers om hun plannen uit te werken. Dit gaat dan over het initiatief procesmatig en reglementair in orde krijgen. De gemeente stelt zich dan dienstbaar op en helpt hen. De gemeente is hierin duidelijk, eerlijk en transparant richting de initiatiefnemers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d3313057-995c-487f-a531-47cee2ecc1a1