Bijlage 1 evaluatie Regioprogramma 2024 Indicatoren
Tekst van het document
Evaluatie Regioprogramma 2024 Indicatoren In 2023 is het meerjarige Regioprogramma Jeugd voor het Rijk van Nijmegen opgesteld en vastgesteld. In het Regioprogramma zijn zes opgaven opgenomen. Voor elke opgave zijn indicatoren opgesteld met het doel de voortgang meer inzichtelijk te maken. De presentatie van deze indicatoren is gebaseerd op het format van 2023. Voor 2024 geldt dat sommige indicatoren niet inzichtelijk gemaakt kunnen worden. We beschikken namelijk niet altijd over de juiste data. Daarnaast geven niet alle indicatoren een passend beeld van de voortgang op onze regioambitie. Onze wens is om een nieuw format te ontwikkelen, waarin data en ervaringen kunnen worden gecombineerd. Zodat de grotere beweging waaraan we als regio werken beter in beeld komt.
Overzicht totaal afgegeven nieuwe TLV’s s(b)o 2022
2023
2024
SBO
127
141
158
SO
124
131
96
Totaal/jaar
251
272
254
Verschil met vorige jaar
-36%
8%
-7%
Tabel 1. Totale nieuwe instroom s(b)o (Bron: Samenwerkingsverband Stromenland)
Opgave 1: Meer inclusie in de basis. Versterken kinderopvang, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg.
Overzicht afgegeven nieuwe TLV’s aan kinderen van 4 en 5 jaar
We werken aan de transitie naar inclusiever onderwijs. Scholen moeten voor alle kinderen en jongeren een veilige plek zijn, ook voor wie kwetsbaar is. Plekken waar zij kunnen leren, de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben en waar hun veerkracht kan groeien.
1.1 Minder instroom in het speciaal onderwijs
2022
2023
2024
SBO
48
42
63
SO
59
70
44
Totaal/jaar
107
112
107
Verschil met vorige jaar
-31%
5%
-4%
Tabel 2. Onderinstroom in het s(b)o (kinderen van 4 en 5 jaar) (Bron: Samenwerkingsverband Stromenland)
We maken bij instroom onderscheid tussen onder-instroom en zij-instroom. We spreken over onder-instroom als het gaat om leerlingen, die vanaf het moment dat zij naar school gaan instromen in het speciaal (basis)onderwijs (S(B)O), of leerlingen die vanuit het (speciaal) basisonderwijs instromen in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Met zij-instroom bedoelen we leerlingen die vanaf het regulier onderwijs instromen in het speciaal (basis)onderwijs. In 2025 hebben we gekeken naar het totaal van nieuwe instroom. De nieuwe instroom wordt geteld op basis van nieuwe toelaatbaarheidsverklaringen (TLV’s) in een kalenderjaar. Verlenging/herindicaties zijn hier niet in meegenomen. De onderstaande cijfers gaan over leerlingen binnen de hele regio van de twee samenwerkingsverbanden1. In het basisonderwijs zien we al enkele jaren een daling van de nieuwe instroom in speciaal onderwijs. Vooral bij de zij-instroom van leerlingen is deze daling afgelopen jaar het grootst. Meer kinderen volgen, al dan niet met ondersteuning, onderwijs in een reguliere setting.
-1-
1
Samenwerkingsverband Stromenland en Samenwerkingsverband V(S)O Nijmegen e.o. De regio-indeling is groter dan Rijk van Nijmegen. Gemeente West Maas en Waal, Land van Cuijk maken ook onderdeel uit van de regio. Voor Samenwerkingsverband vo-vso zijn ook Gennep en Bergen onderdeel van het werkgebied. De cijfers komen vanuit de samenwerkingsverbanden.
Overzicht afgegeven nieuwe TLV’s door BAO scholen aan kinderen van 6 jaar of ouder 2022
2023
2024
SBO
76
97
90
SO
56
54
42
Totaal/jaar
132
151
132
Verschil met vorige jaar
-32%
14%
-13%
Tabel 3. Zij-instroom in het s(b)o (kinderen van 6 jaar en ouder) (Bron: Samenwerkingsverband vo-vso)
Overzicht afgegeven nieuwe TLV’s door vo-scholen
1.2 Minder schooluitval en langdurige thuiszitters We vinden het belangrijk dat kinderen een doorlopende onderwijsloopbaan kunnen hebben. Daarom hebben we een stevige ambitie: iedere jongere gaat naar school of werk en ontvangt waar nodig een aansluitend zorgaanbod. We spreken over voortijdig schoolverlaten (vsv) als een leerling op 1 oktober van een schooljaar (t1) geen bekostigde inschrijving op een school heeft, terwijl deze in het voorgaand schooljaar (t0) wel een bekostigde inschrijving had. Deze aantallen gaan over leerlingen en uitgevallen leerlingen in het voorgezet onderwijs (VO) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo).
Schooljaar
Regio
Aantal deelnemers start schooljaar
Nieuwe vsv-ers (aantal)
Nieuwe vsv-ers (%)
2022/2023
Landelijk
1.270.087
30.245
2,38
2022/2023
Rijk van Nijmegen
21.411
549
2,56
2022
2023
2024
SBO
156
159
166
SO
140
141
104
Totaal/jaar
296
300
270
2023/2024
Landelijk
1.271.327
219.162
2,29
1%
-10%
2023/2024
Rijk van Nijmegen
21.442
544
2,54
Verschil met vorige jaar
Tabel 4. Nieuwe instroom vso (Bron: Samenwerkingsverband vo-vso e.o.)
Tabel 5: Nieuwe vsv-ers schooljaar 2022- 2023 en 2023-2024 (Bron: DUO)
Voor het eerst sinds de coronapandemie zien we een daling in het aantal zij-instromers. De afgelopen twee jaar heeft het samenwerkingsverband intensief ingezet op het activeren van scholen om meer samen te werken en inclusief onderwijs te stimuleren. Met het oog op de sluiting van het Flex College hebben scholen verschillende ondersteuningsmogelijkheden ingericht om leerlingen op te vangen, passend bij de leerling populatie en de couleur locale van de school. De onder instroom blijft echter toenemen, terwijl de totale instroom vanuit het primair naar het voortgezet onderwijs afneemt. De oorzaken hiervan onderzoeken we samen met het samenwerkingsverband in 2025.
-2-
Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) is in de regio nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantal vsv’ers in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is gedaald, terwijl het voortgezet onderwijs (vo) een stijging laat zien. Vooral bij Pontem, het onderwijs voor nieuwkomers, AMV-ers en Oekraïense leerlingen, zien we een stijging in het aantal leerlingen en uitvallers. We zetten in de aanpak Jongeren naar School of Werk in schooljaar 2024-2025 extra in op deze groep leerlingen, en hebben in het nieuwe programma vanaf 2026 aandacht voor onder andere deze doelgroep.
Langdurig thuiszitters Thuiszitters zijn volgens de officiële definitie kinderen die leerplichtig zijn maar niet op een school zijn ingeschreven (absoluut verzuim) én kinderen die wel op een school zijn ingeschreven maar langdurig (meer dan vier weken) niet aanwezig zijn bij de lessen (langdurig relatief verzuim). De cijfers wisselen per gemeente en geven het aantal thuiszitters lopende het schooljaar weer. Het merendeel van deze leerlingen keert, al dan niet met ondersteuning, binnen het schooljaar terug naar onderwijs.
1.3 Hogere score mentaal welbevinden We gebruiken de monitor van de GGD Gelderland-Zuid om iets te kunnen zeggen over het mentaal welbevinden van jongeren in onze regio. De GGD-monitor meet verschillende indicatoren in de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs eens per twee jaar. In 2024 is er geen monitor uitgevoerd.
In de aantallen zien we schommelingen per gemeente. In 2022-2023 zagen we een herstel in de cijfers na de coronaperiode. De stijging bij Berg en Dal is vooral te verklaren door een grote groep AMV-ers die door gemeente opgevangen wordt. Gemeenten hanteren met ingang van schooljaar 2023-2024 de telling volgens de wettelijke meldcriteria: scholen melden door middel van de verzuimmelding bij het verzuimloket van DUO of er sprake is van een thuiszitter. De ervaring leert dat dit niet altijd correct is gebeurd in afgelopen schooljaar. De samenwerkingsverbanden en gemeenten vragen via de leerplichtambtenaren daar bij de scholen aandacht voor. Hiermee is de afname van het aantal thuiszitters bij een aantal gemeenten te verklaren.
Gemeente
2022-2023
2023-2024
Berg en Dal
3
21
Beuningen
35
3
Druten
8
2
Heumen
2
2
Mook en Middelaar
0
0
Nijmegen
34
17
Wijchen
24
1
Mentaal welbevinden
2021
2022
NL 2023
Gelukkig zijn: (heel) verdrietig/neutraal
22%
19%
23%
Voelt zich (zeer) vaak gestrest
45%
48%
Onbekend
Lage veerkracht
21%
20%
Onbekend
Lichte tot ernstige psychische klachten
*2
26%
27%
Een enkele keer tot heel vaak serieus over nagedacht om een einde aan mijn leven te maken
11%
9%
10%
Tabel 7. Scores mentaal welbevinden jeugd (vo-leeftijd) (Bron: Gezondheidsmonitor jeugd 2021 en 2023)
Over het algemeen zien we een lichte daling in de meeste indicatoren. Dat is ook niet vreemd, de context van nu is heel anders dan in 2021 toen de scholieren midden in de coronaperiode zaten. Het is echter nog steeds zorgwekkend dat veel jongeren zich vaak gestrest voelen en psychische klachten ervaren.
Tabel 6. Aantal thuiszitters per schooljaar per gemeente (Bron: gemeenten)
2
* In de vragenlijst van 2021 is deze vraag niet zodanig gesteld dat deze vergeleken kan worden met 2023.
-3-
Opgave 2: Versterken mentale veerkracht. We werken aan een transformatie in hoe we als maatschappij kijken naar mentaal lijden en hoe we daarmee omgaan. Opvoeden en opgroeien gaat niet altijd zonder problemen, dat hoort bij het leven. Toch zijn wij als samenleving doorgeschoten in het idee dat voor elke klacht of elk probleem een behandeling (nodig) is en dat geluk maakbaar is. De focus van deze opgave ligt daarom op het bevorderen van gezondheid, veerkracht en ontwikkeling. Geïndiceerde geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen blijft beschikbaar voor wie dat echt nodig heeft.
2.1 Minder instroom in de specialistische jeugd-ggz In 2024 is een lichte stijging in het aantal unieke cliënten waar te nemen ten opzichte van 2023. Over een periode van drie jaar is het algemene beeld is dat de aantallen cliënten in de jeugd- ggz stabiel blijven. Goed om te weten dat er nog steeds wachtlijsten zijn, net als 2023.
Met de aanvulling van specialistische jeugd-ggz kennis waar nodig. Dit betekent dat specialistische jeugd-ggz een minder centrale rol speelt in de behandeling en zich ondersteunend en adviserend kan opstellen ten opzichte van systemische en lokale partners. Daarbij realiseren we ons dat er altijd ‘hoog specialistische’ vraagstukken blijven bestaan. Door in te zetten op laagdrempelige hulp wordt ook voorkomen dat de hoog specialistische jeugd-ggz aanbieders worden overspoeld met regulier specialistische vragen. Daardoor kunnen wachtlijsten afnemen en hebben zij meer ruimte om zich te buigen over de hoog complexe vraagstukken. Bij dit uitgangspunt verwachten we dat de komende jaren de gemiddelde trajectduur van ‘reguliere’ specialistische jeugd-ggz zal afnemen, maar dat de gemiddelde trajectduur van ‘hoog’ specialistische jeugd-ggz gelijk zal blijven of licht zal toenemen. Dit is in onderstaande cijfers nog niet terug te zien. We hebben hiervoor gekeken naar de gemiddelde trajectomvang in uren van alle behandeltrajecten in de periode 2020 – 2022, 2021 – 2023 en 2022-2024.
Totaal specialistische jeugd-ggz
Jaar
Totaal cliënten spec. Jeugd-ggz
Aandeel hoogspec. aanbieder zorgaabieders
2022
2.935
1.556
53%
2023
2.883
1.461
51%
2024
2.966
1.380
47%
Percentage hoogspec. zorgaanbieders
Trajectomvang 2021 – 2023
Trajectomvang 2022-2024
% stijging
77 uren
84 uren
9%
Tabel 9. Trajectomvang specialistische jeugd-ggz (Bron: Initi8)
In tabel 9 zien we de gemiddelde trajectomvang in de specialistische jeugd-ggz. We zien hierbij een stijging van 9%. Vorig jaar hebben we gekeken naar de gemiddelde trajectomvang van 2020-2022 ten opzichte van 2021-2023, hierbij was de stijging 13%. We zien dus nog steeds een stijging in de trajectomvang, maar we zien een afname in deze stijging.
Tabel 8. Totaal aantal jeugdigen met specialistische jeugd-ggz 3 (Bron: Initi8)
In onze regio maken we met de inkoop van specialistische jeugd- ggz onderscheid tussen specialistische ggz en hoog-specialistische ggz. In bovenstaande tabel is een kleine afname van het aandeel hoog-specialistische zorg ten opzichte van het totaal te zien. Dit is een goede ontwikkeling omdat we zorg zo licht als mogelijk willen inzetten, maar zo zwaar als nodig. Deze expertise moet juist beschikbaar zijn voor het topje van de ijsberg.
2.2 Versnellen uitstroom uit de specialistische jeugd-ggz Het regionale streven is dat psychische kwetsbaarheid van jeugdigen niet meer wordt behandeld als een ziekte, maar als onderdeel van een contextueel, systemisch probleem. Hiervoor is het nodig dat er minder wordt behandeld in de behandelkamer, maar meer in het gezin zelf wordt gezocht naar oplossingen.
-4-
2.3 Minder directe inzet jeugd-ggz door huisarts, meer verwijzing naar lokaal team Ook in 2024 zijn we niet in staat om te meten hoe vaak huisartsen verwijzen naar lokale teams in plaats van naar jeugd-ggz. We kunnen aan de hand van declaraties jeugdggz wel vaststellen hoeveel verwijzingen daarvan zijn afgegeven door huisartsen. Dit betekent niet dat de declaraties overeenstemmen met het totaal aantal verwijzingen. Door wachttijden kan een verwijzing soms pas veel later in het jaar of het jaar erop verzilverd worden, of de verwijzing wordt niet ingezet voor jeugd-ggz, omdat bijvoorbeeld wordt gekozen voor een andersoortige aanpak.
3
Cijfers 2022/2023 ook geüpdatet (scheelt paar cliënten)
Opgave 3: Het organiseren van passende hulp voor complexe situaties bij jeugdigen en hun gezinnen. Wij willen in het Rijk van Nijmegen passende hulp voor ieder kind en het gezin. Ook in situaties waarin kinderen vastlopen in het zorglandschap dat we georganiseerd hebben. In deze complexe situaties organiseren we maatwerk.
3.1 Meer consultaties van het Regionaal Expert Team (RET) Het RET-netwerk is laagdrempelig bereikbaar voor consultatie en advies van de voorzitter. Vanwege een wisseling en het tijdelijk ontbreken van een voorzitter is er geen goed overzicht van het aantal keer laagdrempelig contact. Uit het verleden weten we dat dit ongeveer driekwart van het aantal contactmomenten is. De aantal casusbesprekingen aan tafel zijn wel gemonitord. Hier zien we een toename ten opzichte van 2023. Dit betekent dat het RET goed gevonden wordt door verwijzers die opzoek zijn naar consultatie en advies van het RET. Zie hiervoor onderstaande tabel. RET
2023
2024
Laagdrempelig contact
129
Onbekend4
Casusbespreking aan tafel
21
32
Tabel 10. Aantallen inzet RET (Bron: RET monitor)
3.2 Minder doorstroom van kinderen in verblijf We vinden het belangrijk dat kinderen kunnen opgroeien in een zo stabiel mogelijke situatie. Doorplaatsingen zijn daarvoor onwenselijk. We willen graag inzicht in het aantal keer dat uit huis geplaatste kinderen worden overgeplaatst. Dat kan zijn binnen dezelfde zorgaanbieder naar een andere groep of locatie, of naar een andere zorgaanbieder. Op dit moment kunnen we de doorplaatsingen nog steeds niet inzichtelijk maken, waardoor we geen totaalbeeld van de doorstroom van kinderen in verblijf kunnen krijgen. We hopen in 2025 door de inkoop van specialistische jeugdhulp en de Essentiële Functies meer zicht te krijgen op het aantal doorplaatsingen.
4
Door wisseling in voorzitters is niet goed bijgehouden hoeveel laagdrempelig contact er is geweest.
3.3 Meer inzet van de doorbraakaanpak De doorbraakaanpak was tot 2023 een lokale interventie. In 2024 is de aanpak verbreed naar de regio. Per lokaal team zijn er ten minste twee aandacht functionarissen getraind in het uitvoeren van de doorbraakaanpak. In de training zijn ze uitgebreid meegenomen in de theorie en praktijk achter deze aanpak. Daarnaast zijn de jeugdbeschermers die gekoppeld zijn aan onze regio getraind in de doorbraakaanpak en zijn een aantal collega’s van de proeftuin ‘Samen Verder’ getraind. In totaal zijn er 30 mensen opgeleid. Er is in 2024 veel geïnvesteerd in het creëren van de randvoorwaarden voor de uitvoering van de doorbraakaanpak. Dit betekent dat er nog geen actieve casussen zijn opgepakt volgens de methodiek. In 2025 verwachten we dat dit zijn vruchten gaat afwerpen.
Opgave 4: Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk We willen uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer residentiele jeugdhulp toch nodig is, doen we dat zo thuis mogelijk. Kinderen blijven hun leven lang verbonden aan het gezin, het systeem waar ze hun wortels hebben. Ook als het moeilijk gaat, blijft het de basis van hun bestaan.
4.1 Minder instroom in verblijf We willen dat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien. We streven naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen. Als een uithuisplaatsing toch nodig is, dan het liefst in een gezinsvorm (pleegzorg of gezinshuis). Wij hebben een monitor ontwikkeld die ons inzicht geeft in de eerste uithuisplaatsing van een jeugdige. Ook is het mogelijk om de verhouding van gezinsvormen ten opzichte van andere vormen van residentieel verblijf inzichtelijk te maken. Zo kunnen we monitoren of het lukt om kinderen – als een uithuisplaatsing nodig is – in een gezinsvorm te plaatsen. We zien dat de instroom in verblijf stabiel is. We hadden gehoopt dat het aantal uithuisplaatsingen gedaald was en zien dat dit ook gebeurt bij kinderen onder de 12 jaar. We zien daarentegen een stijging bij jeugdigen boven de 12 jaar en eveneens een groei in de doelgroep 18+.
Instroom verblijf
2022
2023
2024
111
103
109
Tabel 11. Aantallen instroom in verblijf (Bron: Initi8) * In 2022 is de wet wijziging woonplaatsbeginsel doorgevoerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat wij als regio weer (financieel) verantwoordelijk zijn geworden voor jeugdigen die vanuit onze regio voor 2022 buiten de regio in verblijf zijn gekomen. Deze administratieve wijziging heeft ervoor gezorgd dat wij op papier een hele hoge
-5-
‘eerste’ instroom in 2022 hebben.
4.2 Meer inzet van informele zorg Als regio streven we naar zo veel mogelijk inzet van (vormen van) steungezinnen en het bieden van informele zorg aan overbelaste gezinnen. Door deze ontlasting verwachten wij op termijn een preventieve werking op andere vormen van jeugdzorg. In gemeente Nijmegen, Mook en Middelaar, Heumen, Berg en Dal en Druten wordt dit gedaan door Buurtgezinnen. In Wijchen is deze vraag neergelegd bij de welzijnsorganisatie Meer voor mekaar en in Beuningen loopt het project ‘Gezinnen voor elkaar’ vanuit welzijnsorganisatie Perspectief. In onderstaande tabel wordt het aantal koppelingen tussen gezinnen en steungezinnen weer gegeven. Gemeente
Koppelingen in 2023
Koppelingen in 2024
Berg en Dal
8
7
Beuningen
9
4
Druten
10
11
Heumen en Mook en Middelaar
7
8
Nijmegen
30
30
Wijchen
6
10
Tabel 12. Aantal koppelingen steungezinnen aan overbelaste gezinnen (Bron: gemeenten)
4.3 Minder kinderen op de regionale wachtlijst voor pleegzorg In 2020 zijn we als regio begonnen met de jaarlijkse pleegzorgcampagne ‘jouw liefde maakt het verschil’ om het aantal pleegouders en matches te vergroten. We zien dat de wachtlijst hierdoor de afgelopen jaren geleidelijk is afgenomen. De wachtlijst fluctueert nu per maand zo tussen de 5 tot 10 kinderen. Dit heeft te maken met het aantal aanmeldingen van pleegouders en het aantal matches dat gemaakt kan worden.
-6-
Opgave 5: Scheiden zonder schade voor alle gezinsleden We willen dat ouders vaker zonder schade scheiden. Complexe scheidingen leiden tot ontwikkelingsbedreigingen bij kinderen, onveiligheid en mishandeling. Het gevolg is een grote druk op jeugdzorg en zelfs uithuisplaatsingen. Dit willen we voorkomen.
5.1 Meer consultaties van het Regionaal Expertise Punt Scheidingen (REPS) We beogen met het REPS-professionals te voorzien van advies, wanneer zij te maken hebben met een gezin waar sprake is van een complexe scheiding. Het REPS voegt hiermee expertise toe te voegen aan lokale teams, gecertificeerde instellingen en partners uit de veiligheidsketen. In 2024 zijn er 157 vragen gesteld aan het REPS. In 2023 waren dat er 181.
5.2 Minder inzet jeugdzorg omdat verwijzers effectief advies van REPS ontvangen Deze indicator is een wensgedachte van de opbrengst die we graag zouden zien. We kunnen dit echter niet inzichtelijk maken. Een causaal verband tussen het REPS en verwijzingen is niet aan te tonen. Dit betekent niet dat het effect er ook niet is. Gelet op het aantal consultaties en de positieve feedback van de indieners kan worden gesteld dat de adviezen van het REPS effectief zijn. Op de website van het regioteam (www.jeugdregionijmegen) is een evaluatie van het REPS en een informatief filmpje te vinden.
Opgave 6: Veiligheid voor gezinnen, samen voor veilig
6.2 Verkorting duur van Onder Toezichtstellingsmaatregelen
We streven naar meer veiligheid voor gezinnen. We zetten sneller passende en zinvolle hulp in rond het kind en het gezin. Daardoor wordt de veiligheid vergroot. Dit doen we door zoveel mogelijk met één gezicht vanuit de betrokken hulpverlening te werken. We werken vanuit integrale zorg met sterke lokale teams als fundament.
We zien een doorzettende (ook landelijke) trend van een daling in het aantal cliënten met een OTS.
6.1 Toename aantal meldingen bij de Jeugdbeschermingstafel Het aantal besprekingen aan de Jeugdbeschermingstafel (JBT) is tussen 2023 en 2024 lichtjes afgenomen: 73 besprekingen in 2023 naar 67 in 2024. Lokale teams waren daarvan de grootste partij die met 54 keer de meeste verzoeken hebben ingediend. Veilig Thuis deed dit 8 keer, en de Gecertificeerde Instelling 5 maal. Het is lastig aan te geven wat deze cijfers zeggen over een af- of toename van veiligheid in gezinnen. We hebben dit met betrokken partners zoals de Raad voor de Kinderbescherming, lokale teams en vaste deelnemers van de JBT besproken. Minder besprekingen aan de JBT kan betekenen dat er minder casuïstiek is waar zorgen zijn over de veiligheid, het kan betekenen dat er in het voorveld (vanuit lokale teams) meer zelf gedaan wordt. Het kan echter ook betekenen dat de JBT onvoldoende gevonden wordt. De afname kan ook te maken hebben met proeftuin Samen Verder in Nijmegen Dukenburg, hoewel die aantallen relatief klein zijn. Van de 67 besprekingen aan de JBT werd er 31 keer besloten tot een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. In 2023 werd 58 procent van de besprekingen een onderzoek, in 2024 46 procent. Dit kan betekenen dat het voorveld vaker met preventieve trajecten aan de slag kan om de veiligheid terug te brengen in het gezin.
Van de 31 onderzoeken die de RvdK heeft uitgevoerd zijn in 59% van de gevallen daadwerkelijk een OTS uitgesproken.
-7-
2022
2023
2024
436
421
373
Tabel 13: Aantal cliënten met een OTS 2024 (Bron: Initi8)
Echter, als we gemiddeld genomen kijken naar de duur van de OTS per client in maanden, zien we een stijging ten opzichte van vorig jaar, omdat de daling van het totaal aantal maanden achterblijft op de daling van het aantal cliënten: 2022
2023
2024
9,2
8,4
9,1
Tabel 14: gemiddelde duur in maanden van een client (Bron: Initi8)
Dit betekent een stijging van +7,8 % in de duur van een OTS ten opzichte van vorig jaar.