Bijlage 0 Startnotitie toegankelijkheidsbeleid
Tekst van het document
Startnotitie beleid toegankelijkheid: Onderzoek naar hoe we het beleid gaan verbreden Datum: 4 juli 2023
▪
▪
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Waar komen we vandaan 2.1 Handboek Nijmegen toegankelijk 2.2 Evaluatie van het handboek 2.3 Toezeggingen en moties 2.4 Actieprogramma Inclusie & het VN-verdrag handicap Waar werken we naartoe? 3.1 Probleemstelling 3.2 Afbakening 3.3 Onderzoek 3.4 Vervolg 3.5 Planning
▪
2 4 4 4 4 4 5 6 6 6 7 7 8
▪
2
1. Inleiding Voor u ligt de startnotitie voor het herzien van het beleid op toegankelijkheid van de fysieke stad. In dit document beschrijven we het proces om tot dit nieuwe beleid te komen. Zo wordt er ingegaan op de plannen van de komende tijd en het onderzoek wat daar de basis voor is.
2. Waar komen we vandaan? Er zijn een aantal ontwikkelingen geweest die hebben geleid tot deze startnotitie. Ten eerste is dit handboek Nijmegen toegankelijk en de evaluatie die in december 2022 is vastgesteld. Ten tweede zijn er een aantal toezeggingen aan de raad gedaan en heeft de raad twee moties aangenomen. Ten derde hebben we in Nijmegen het actieprogramma inclusie dat ook over de openbare ruimte gaat. Deze drie onderdelen worden hier toegelicht.
2.1 Handboek Nijmegen toegankelijk Sinds 2016 hebben we in Nijmegen het handboek Nijmegen toegankelijk: ons huidige beleid op toegankelijkheid van de openbare ruimte. Hierin staat beschreven op welke manier we de stad toegankelijker maken. Het uitgangspunt van het beleid is de openbare ruimte op termijn zo toegankelijk mogelijk te maken. Dit doen we door, op het moment dat een straat opengelegd wordt, deze daarna toegankelijk terug te leggen volgens de normen.
2.2 Evaluatie van het handboek Uit de evaluatie van het handboek Nijmegen toegankelijk kwam naar voren dat het beleid verbreed moet worden. Momenteel gaat het beleid over de openbare ruimte, de stoepen en straten. Dit houdt in dat een straat toegankelijk wordt ingericht als deze heringericht wordt. Dit is goed geborgd in de processen en de bestaande stad wordt steeds toegankelijker. Het huidige beleid gaat niet over gebiedsontwikkelingen of bouwen en wonen. Daarom kijken we nu naar hoe we het beleid kunnen verbreden en verbeteren, in lijn met het actieprogramma inclusie. Het actieprogramma wordt in paragraaf 2.4 verder toegelicht.
2.3 Toezeggingen en moties Op basis van de evaluatie zijn er diverse toezeggingen gedaan aan de raad. Daarnaast heeft de raad twee moties aangenomen. Deze hebben betrekking op het verbreden van het beleid van toegankelijkheid.
De toezeggingen -
-
De raad wordt geïnformeerd over de Integrale Toegankelijkheid Standaard1 en de impact die het zou hebben om deze in te voeren. De raad wordt geïnformeerd over de meld & herstelapp. Hierbij wordt ook ingegaan op: o De communicatie naar de stad over deze app. o De mogelijkheden van prioritering van bepaalde meldingen of bepaalde stadsdelen. De ITS wordt als norm in de startnotitie opgenomen. De startnotitie komt in het derde kwartaal.
1 De ITS is de Integrale Toegankelijkheid standaard. In deze standaard zijn de algemene toegankelijkheidsrichtlijnen en -
normen door PBTconsult omgewerkt naar bouwtechnische eisen. (pbtconsult.nl)
De moties In januari 2023 zijn twee moties aangenomen. Deze staan hier samengevat. In bijlage 1 staan de originele moties.
Design for all, overal In de eerste motie vraagt de raad het college om de verschillende richtlijnen en normen rondom toegankelijkheid te onderzoeken, zodat deze richtlijnen toegepast en opgenomen kunnen worden bij complexe situaties. Bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingen waarbij verschillende partijen betrokken zijn. Daarnaast wordt gevraagd om te onderzoeken hoe wij in situaties waar de gemeente geen of gedeeltelijk zeggenschap heeft, toegankelijkheid voor iedereen kunnen stimuleren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door middel van bewustwording of ondersteuningsregelingen. Met deze startnotitie en het onderzoek dat we doen onderzoeken we de richtlijnen en wat er gebeurt als we deze invoeren. Daarnaast zal er meer duidelijkheid komen over de zeggenschap die de gemeente heeft en hoe de gemeente hierin kan stimuleren. Ontwerpen voor iedereen als leidend principe De tweede motie begint met de volgende uitspraak van de raad: “Om ontwerpen voor iedereen, in de geest van het VN-verdrag Handicap, als leidend principe te stellen bij alles wat we als gemeente aanbesteden, herinrichten, ontwikkelen en bouwen in de openbare ruimte voor publiek gebruik.” De motie bevat zes verzoeken van de raad aan het college. Hieronder wordt per punt beschreven hoe we hiermee verder gaan. Bovenstaand principe is leidend in deze startnotitie (punt 3) en de uitwerking daarvan.
Daarnaast zal in het vervolg worden uitgewerkt hoe we dit leidend principe gaan hanteren (punt 1). Bij het vervolg van het beleid gaan we in op hoe we de raad informeren wanneer het niet lukt om het leidend principe te hanteren (punt 2). Ook zal dan verder ingegaan worden op het verbreden van het beleid in samenhang met de inclusieagenda (punt 4). Tot slot vergelijken we de verschillende richtlijnen om een onderbouwde keuze voor een richtlijn te maken (punt 5 en 6).
2.4 Actieprogramma Inclusie & het VN-verdrag handicap In december 2021 is het actieprogramma inclusie vastgesteld. Dit programma heeft als doel een inclusief Nijmegen: een stad waarin iedereen meedoet en erbij hoort. Het thema waar deze startnotitie relatie mee heeft is het thema bouwen & wonen. Dit thema is uitgesplitst in drie sub-thema’s: publieke gebouwen & openbare ruimte, huisvesting en bouwen. In het vernieuwen van het beleid toegankelijkheid nemen we de actiepunten van deze thema’s mee. Deze actiepunten komen in grote mate overeen met de punten uit de evaluatie en de moties. Zoals het kijken naar gebiedsontwikkelingen ten opzichte van toegankelijkheid, het volgen van de ontwikkelingen van de Integrale Toegankelijkheid Standaard en het nagaan van welke invloed de gemeente en belangenorganisaties kunnen hebben bij bouwen en gebiedsontwikkelingen. Het VN-verdrag handicap (voluit: VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap) biedt de basis voor het actieprogramma inclusie en voor deze startnotitie. Dit verdrag is een internationaal mensenrechtenverdrag dat de rechten en waardigheid van personen met een handicap of beperking wil beschermen. De basisprincipes van het verdrag zijn toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Met deze principes houden we rekening.
Het doel van de principes en het verdrag is de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Het VN-verdrag vraagt om een andere manier van denken om te komen tot een inclusieve samenleving. Daarmee wordt niet bedoeld dat er vanuit een aanpassing voor een mens met een handicap iets extra’s
Map = B&W, Raad / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
wordt gedaan. Dit is gedacht vanuit het ‘medisch model’: De samenleving is ingericht zodat de meeste mensen daar goed in kunnen zijn en bewegen, voor mensen die dat niet kunnen gaan we het anders doen. Hierdoor worden mensen onbedoeld of onbewust buitengesloten. We streven nu naar het ‘sociaal model’: we streven naar oplossingen waarin iedereen mee kan doen waarin we de input van ervaringsdeskundigen meenemen.
Waar werken we naartoe? In dit hoofdstuk beschrijven we waar we precies aan werken (en waar niet), met welk doel en hoe we verder gaan.
3.1 Probleemstelling De evaluatie, de moties en toezeggingen en het actieprogramma inclusie leiden gezamenlijk tot de vraag of we het beleid van toegankelijkheid van de openbare ruimte niet moeten verbreden naar toegankelijkheid van het fysieke domein. Dit betekent dat we geïntegreerd kijken naar: - Hoe iemand met een fysieke, visuele of auditieve beperking zich van a naar b kan bewegen; - En dat zowel locatie a als bestemming b de mogelijkheid bieden tot zelfstandig bewegen en verblijven. Voordat we weten of en hoe we het beleid verbreden, kijken we eerst naar de verschillende richtlijnen die er zijn rondom toegankelijkheid. Dit doen we zodat we weten of onze huidige richtlijnen actueel zijn. Ook weten we dan welke richtlijnen de “beste” toegankelijkheid bieden. Wat betreft gebouwen buiten ons eigen beheer moeten we weten of we als gemeente invloed uit kunnen oefenen en met welke middelen. In ons beleid en de uitvoering daarvan richten we ons op design for all. Design for all houdt in dat de ruimte zo is ingericht dat iedereen mee kan doen en zich op een fijne manier van a naar b kan verplaatsen. Dit gaat over het bieden van inclusiviteit. In Nijmegen zitten we echter met veel hoogteverschillen, veel verschillende gebiedsontwikkelingen en andere vraagstukken en beleidsdoelen. Op sommige plekken zal design for all mogelijk zijn en zullen we het toepassen.
Op andere plekken zal design for all in strijd zijn met andere belangen en zullen we die belangen tegen elkaar af moeten wegen. Het verbreden van het beleid is een lastige opgave die zich op verschillende domeinen afspeelt. Daarom is het belangrijk om dit zorgvuldig te doen en tegelijkertijd bij de projecten die lopen ervoor te zorgen dat de toegankelijkheid geborgd wordt. In de projecten en processen is aandacht voor toegankelijkheid. Dit is bijvoorbeeld te zien bij de groene corridor, het stationsgebied en Winkelsteeg.
3.2 Afbakening Omdat toegankelijkheid veelomvattend is, kiezen we voor een heldere afbakening aan de voorkant. Wij hanteren in ons beleid de volgende definitie van toegankelijkheid: “Om mensen met een beperking op voet van gelijkheid deel te kunnen laten nemen aan de samenleving”2 In dit beleid en het onderzoek kijken we daarbij voornamelijk naar de openbare ruimte en gebiedsontwikkelingen. Bij het vergelijken van de richtlijnen wordt breder gekeken. We richten ons hier vooral op mensen met een visuele, auditieve of fysieke beperking. Dit is echter ook van invloed op ouderen, ouders met kinderen, etc.
2 Definitie zoals gebruikt in de motie “Ontwerpen voor iedereen als leidend principe”.
3.3 Onderzoek De komende maanden onderzoeken we, samen met adviesbureau Mobycon, de toegankelijkheid van onze openbare ruimte. Ook geven zij ons advies over toegankelijkheid in gebiedsontwikkeling. We kijken hierin naar het thema bouwen & wonen, dat genoemd staat in ons actieprogramma inclusie. Het onderzoek bestaat uit diverse onderdelen. Elk onderdeel omvat een technische component en een maatschappelijke kant, waarin expliciet gekeken wordt naar ervaringen van stakeholders, ervaringsdeskundigen en interne en externe experts. In bijlage 2 staat het participatieplan. Op hoofdlijnen levert het onderzoek het volgende op: - De richtlijnen die er zijn met betrekking tot toegankelijkheid worden vergeleken met elkaar. Dit zijn onder anderen de richtlijnen van het CROW en de Integrale Toegankelijkheid Standaard. Per richtlijn wordt er gekeken wat de maatregelen zijn en voor welke groep ze toegankelijkheid bieden. Dit levert een overzicht op. - In interviews en een werksessie met vakinhoudelijke experts worden knelpunten uit de evaluatie besproken. Ook zijn er gesprekken met ervaringsdeskundigen. - Een analyse van de stad aan de hand van buurtprofielen. Deze buurtprofielen worden daarna in de praktijk getoetst met ervaringsdeskundigen. Hieruit komt een overzicht van de toegankelijkheid van Nijmegen.
- Een top 15 van plekken in de stad waarvan we vinden dat deze verbeterd moeten worden met betrekking tot toegankelijkheid. Deze plekken worden uitgewerkt aan de hand van verschillende kwaliteitsniveaus en de impact van het toepassen daarvan. Om dit te doen wordt bepaald wat de gewenste kwaliteitsniveaus zijn en worden de 15 plekken bezocht met ervaringsdeskundigen. - De resultaten van het onderzoek worden teruggekoppeld aan de betrokken partijen, waarna een rapport wordt opgeleverd waarin ook beschreven wordt hoe de participatie heeft plaatsgevonden. De resultaten worden gedeeld met de raad.
3.4 Vervolg Uit dit onderzoek komt een rapport waarin de verschillende richtlijnen beschreven staan, we een beeld krijgen van de toegankelijkheid van de stad, de 15 plekken beschreven staan die verbeterd kunnen worden en het participatieproces beschreven staat. Op basis van de uitkomsten van het rapport komen we terug bij het college en de raad met aanbevelingen en het vervolgproces. Dit zal begin 2024 zijn. De aanbevelingen en het vervolg zullen gaan over de volgende onderwerpen:
Richtlijnen We krijgen inzicht in de verschillende richtlijnen die er zijn en wat welke richtlijn voor welke beperking te bieden heeft. Op basis hiervan kunnen we keuzes maken over welke richtlijn (of een combinatie van richtlijnen) we gaan hanteren en waar. We maken op basis van het onderzoek een voorstel voor een vervolgproces om tot deze keuzes te komen.
De invloed van de gemeente Uit het onderzoek zal meer duidelijkheid komen over de invloed die de gemeente heeft bij te bouwen gebouwen en gebiedsontwikkelingen. Hier komen randvoorwaarden en mogelijkheden uit voort waar we op terug zullen komen.
De stad Uit het onderzoek komt een overzicht van de stad. Dit zal op overkoepelend niveau zijn, op basis van buurtprofielen. Hierin wordt duidelijk waar het niet toegankelijk is volgens de buurtprofielen en welke plek dus verbetering kan gebruiken. Daarnaast hebben we een topt 15 van plekken die echt verbeterd
Map = B&W, Raad / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
zouden moeten worden. We doen een voorstel met een projectplanning om deze te verbeteren. We maken zoveel mogelijk werk met werk door aan te sluiten bij de projecten die al lopen in de stad.
Gebiedsontwikkelingen Op basis van bovenstaande drie punten krijgen we meer duidelijkheid over de verschillende stappen die we kunnen nemen binnen gebiedsontwikkelingen.
Processen die van invloed zijn op het vervolg Met dit onderzoek en in andere lopende processen (zoals het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie) werken we toe naar een duidelijker en veelomvattender beleid op toegankelijkheid. Dit beleid zal op hoofdlijnen landen in de omgevingsvisie. Hierin gaat het om het ambitieniveau op de verschillende onderwerpen. De raad is verantwoordelijk voor het instemmen met de omgevingsvisie. De richtlijnen en ambitieniveaus per deelgebied zullen verder uitgewerkt worden in het omgevingsplan en/of omgevingsprogramma. Hoe hier precies vorm aan wordt gegeven is nog niet geheel duidelijk.
3.5 Planning De planning kan gedurende het proces veranderen. Dit heeft mede te maken met de onvoorspelbaarheid van het onderzoek, bijvoorbeeld omdat we afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van ervaringsdeskundigen. Ook kan de focus van het onderzoek aangescherpt worden, als blijkt dat de ervaringen in de praktijk hierom vragen. Dat moet gedurende het proces blijken. De planning ziet er als volgt uit: Stap Fase 1: voorbereiding en projectstart Fase 2: Inventarisatie en analyse Fase 3: Analyse van de stad Fase 4: Bepalen van de top 15 Fase 5: Uitwerken van de top 15 Fase 6: Afronden onderzoeksproject Uitwerken vervolg Plannen uitvoering top 15 Presentatie raad
Jun 23
Jul 23
Aug 23
Sep 23
Okt 23
Nov 23
Dec 23
Jan 24
Feb 24