CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen NYMA, Regels

Besluitronde (raadsvergadering) 2 februari 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen NYMA (144/2021)13.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Nijmegen NYMA Regels

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen NYMA IDN: NL.IMRO.0268.BP37500-VG01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Regels

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

7 7 17

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Bestemmingsregels Gemengd Groen Verkeer Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering

19 19 25 26 28 30 32 35 38 40

Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

41 41 42 43 46 50 51

Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

53 53 55

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

5

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Nijmegen NYMA met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP37500-VG01 van de gemeente Nijmegen.

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

archeologische waarden

Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.

1.6

archeologische verwachtingswaarde

de kans op archeologische vondsten of informatie.

1.7

archeologisch deskundige

de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.

1.8

archeologisch onderzoek

onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een opgravingsvergunning conform de Monumentenwet 1988.

1.9

autohandel

de handel in en verkoop van (bedrijfs)auto's, niet zijnde vrachtauto's.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

7

1.10

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.11

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

1.12

bedrijvigheid

het uitoefenen van een bedrijf, met aanverwante activiteiten als laden en lossen en parkeren.

1.13 a.

b.

bestaand

bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.14

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.15

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.16

BEVI-bedrijf

bedrijf vallend onder de werkingssfeer van artikel 2 lid 1 a tot en met f van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.

1.17

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

1.18

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

1.19

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.20

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

1.21

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel.

1.23

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.24

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.25

casino

een speelcasino zoals bedoeld in artikel 27 lid g van de Wet op de kansspelen, te weten de voor het publiek opengestelde of bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van gemeenschappelijk beoefende kansspelen aan de deelnemers de gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.

1.26

cultuurhistorische waarden

waarden die zijn gekoppeld aan de beschavingsgeschiedenis, ondergebracht als historisch (steden)bouwkundig erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed of archeologisch erfgoed.

1.27

cultuur en ontspanning

voorzieningen gericht op cultuur en ontspanning, zoals een atelier, galerie (incl. bijbehorende verkoop), bowlingbaan, creativiteitscentrum, dansschool, evenemententerrein, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, speeltuin, theater en wellness. Prositutie, raamprostitutie/raamexploitatie of seksinrichting is uitgesloten. Tevens is een casino uitgesloten.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

9

1.28

definiërende gevel

levendige gevel met open karakter, gesitueerd aan en gericht op het tussen beide definiërende gevels gelegen plein. Per aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding – definiërende gevel' ligt één definiërende gevel;

1.29

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen. Onder detailhandel wordt niet verstaan detailhandel in volumineuze goederen.

1.30

detailhandel in volumineuze goederen

detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals: verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair.

1.31

dienstverlening

een bedrijf met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copyshops, videotheken, autorijscholen en dergelijke.

1.32

escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige).

1.33

evenement

evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (APV).

1.34

evenementenhal

hal geschikt voor het houden van evenementen.

1.35

foodcategorieën

groothandelsbedrijven in dagelijkse artikelen, zijnde voedings- en genotmiddelen.

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

1.36

garagebedrijf

een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop (van zowel nieuwe als gebruikte motorvoertuigen), onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd.

1.37

gebieden met een hoge archeologische verwachting

deze gebieden onderscheiden zich vanwege een hoge tot zeer hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten.

1.38

gebieden van zeer grote archeologische waarde

voor deze gebieden staat het vast dat zich archeologische resten in de bodem bevinden.

1.39

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.40

geluidsgevoelige functies

geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder, te weten: geluidsgevoelige gebouwen a. b. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen: onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven.

geluidsgevoelige terreinen I.

een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Huisvestingswet (woonwagen); II. ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.

1.41

geluidgezoneerd industrieterrein

een terrein waar in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij een algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

11

1.42

geluidzone - industrie

de geluidzone vormt een bufferzone tussen de bedrijven op een geluidgezoneerd industrieterrein en de geluidgevoelige bestemming(en) in de omgeving. Buiten deze zone mag de geluidbelasting vanwege alle bedrijven op het geluidgezoneerde industrieterrein tezamen niet hoger zijn 50 dB(A)-etmaalwaarde. Binnen de zone gelden beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen.

1.43

groepsrisico (GR)

de kans op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van een beschouwde bron, het invloedsgebied.

1.44

hoofdgebouw(en)

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.45

horeca

een bedrijf of instelling waar als hoofddoel bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde detailhandel en/of ondersteunende horeca of bed and breakfast.

1.46

hotel/pension

een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse.

1.47

internetverkoop

een specifieke vorm van detailhandel zonder showroom, uitstalling, verkoop en afhaal van goederen ter plaatse, waarbij de goederen via internet en andere media worden aangeboden en de handel via het internet verloopt, en waarbij de goederen uitsluitend per post of per koeriersdienst worden geleverd.

1.48

omgevingsvergunning

vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.49 a.

b.

12

ondergronds bouwwerk

een (gedeelte van een) gebouw dat gelegen is onder het niveau van de begane grondvloer van dat gebouw, waarbij de hoogte van die begane grondvloer nergens hoger ligt dan 0,25 meter boven het aansluitende maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; een zelfstandig voor mensen toegankelijk bouwwerk waarvan de bovenkant nergens hoger is dan het maaiveld van het bouwperceel ter plaatse van dat bouwwerk.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

1.50

ondergeschikte detailhandel

detailhandel waarbij de detailhandelsactiviteit een directe relatie heeft met de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is.

1.51

ondersteunende horeca

horeca waarbij de horeca-activiteit ondersteunend is aan de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is.

1.52

open atelier

een atelier waarbij de gebruiker gebruik maakt van een 'open' werkruimte. Dit betekent dat de gebruiker andere niet-gebruikers niet beperkt in hun vrijheid om het atelier te bezoeken tijdens aanwezigheid van de gebruiker. De gebruiker stelt het atelier actief open voor bezoek en/of verkoop ter bevordering van reuring in het gebied.

1.53

overkapping

een op de grond staand, plat afgedekt bouwwerk, bestaande uit ten minste een dak, niet zijnde een gebouw.

1.54

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.55

Park & Bike

het gelegenheid bieden om de auto te parkeren en over te stappen op een (gefaciliteerde) fiets;

1.56

perceelsgrens

de grens van een bouwperceel.

1.57

perifere detailhandel (pdv)

detailhandel die niet of moeilijk inpasbaar is in bestaande en/of traditionele winkelcentra vanwege de volumineuze aard van de goederen en vanwege de benodigde (wijze van) bevoorrading, zoals: detailhandel in keukens, tegels en sanitair, tuininrichtingsartikelen, bouwmarkten en woninginrichting.

1.58

(permanente) bewoning

bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door dezelfde persoon.

1.59

plaatsgebonden risico (PR)

de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

13

1.60

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waar de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.61

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.

1.62

raamprostitutie

een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.

1.63

recreatieve voorzieningen

op verblijfs- en dagrecreatie gerichte voorzieningen, niet zijnde een sportvoorziening, zoals: kampeerterrein, kampeerboerderij, recreatiewoning en een volkstuin.

1.64

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijk gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde dan wel onderkomen, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar.

1.65

speelautomatenhal

een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de kansspelen.

1.66

sportvoorzieningen

gebouwde voorzieningen gericht op sport, niet zijnde een recreatieve voorziening, zoals: fitnesscentrum, kartbaan, klimhal, kunstijsbaan, skatecentrum, skibaan, speelterrein, sportcentrum, sporthal, sportschool, sportzaal, squashcentrum, tennisbaan en zwembad.

1.67

straatmeubilair

de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals: verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, road barriers, afvalinzamelsystemen, openbare toiletvoorzieningen, brandkranen, informatie- en reclameobjecten, fietsenstallingen, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, beeldende kunst, gedenktekens, sport- en speelvoorzieningen, abri's en dergelijke.

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

1.68

straatprostitutie

het op straat door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot seksuele handelingen te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.

1.69

standplaats

een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.

1.70

terras

een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een bedrijf of instelling waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt.

1.71

verblijfsgebied

binnen de bestemming Verkeer gelegen gronden vooral bedoeld voor voetgangers en niet voor doorgaand verkeer.

1.72

wadi

voorziening voor de infiltratie van regenwater. Een wadi is een laagte waarin het regenwater zich kan verzamelen en in de bodem kan infiltreren.

1.73

werk

een werk, geen bouwwerk zijnde.

1.74

wonen

de huisvesting van één of meerdere personen in een gebouw, een woonwagen of een woonschip.

1.75

woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een of meer personen.

1.76

woonschip

onder woonschip verstaan we een (voormalig) schip met een (metalen) scheepsromp, dat is ingericht of verbouwd voor permanente bewoning waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm grotendeels behouden is gebleven. Met schip wordt in deze bedoeld: elk van oorsprong watergaand vaartuig, met eigen voortstuwing, dat gebruikt wordt (of werd) om goederen, passagiers of beide te vervoeren.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

15

1.77

woonwagen

een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

1.78

zaalverhuur

een inrichting ten behoeve van het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of het verstrekken van drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is.

1.79

zeer kwetsbaar object

een object dat bestemd is voor groepen beperkt zelfredzame personen. Van beperkte zelfredzaamheid is sprake wanneer personen in geval van een calamiteit niet in staat zijn zichzelf zonder hulp van buitenaf in veiligheid te brengen, zoals kinderen, ouderen, gehandicapten en gedetineerden. Voorbeelden van zeer kwetsbare objecten zijn grote zorgcomplexen, ziekenhuizen, detentiecentra, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, basisscholen en begeleid wonen met 24-uurszorg.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de afstanden tussen lijnen

afstanden tussen lijnen worden gemeten van het hart van de ene lijn tot het hart van de andere lijn.

2.2

de bedrijfsvloeroppervlakte (b.v.o.)

de totale vloeroppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle op een bouwperceel aanwezige bebouwing, boven en onder peil, ten dienste van één bepaalde binnen een bestemming toegestane activiteit/functie.

2.3

de diepte van een bouwwerk, niet zijnde een hoofdgebouw

de afstand gemeten vanaf het verste punt van het bouwwerk loodrecht op de gevel waartegen het bouwwerk wordt aangebouwd.

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, (brand)trappen, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken, luifels, balkons en antennes.

2.5

gevellijn

de plaats vanaf waar de bouw- en goothoogte van het aangrenzende maatvoeringsvlak wordt gemeten.

2.6

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, (brand)trappen, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken, luifels, balkons en antennes.

2.7

de hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.8

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

17

2.9

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.10

het bebouwde oppervlakte

de buitenwerks gemeten oppervlakte van de verticale projectie van alle in een nader aan te geven gebied aanwezige, al dan niet ondergrondse, bouwwerken, met uitzondering van ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals pompputten, luifels en balkons.

2.11

het bebouwingspercentage

het percentage dat de oppervlakte van (een gedeelte van) het bouwvlak aangeeft dat binnen de aanduiding 'bouwvlak' maximaal mag worden bebouwd. Dit percentage geldt voor elk afzonderlijk bouwperceel. Bij kavelsplitsing geldt dit percentage zowel voor de gezamenlijke bouwpercelen als voor ieder afzonderlijk bouwperceel.

2.12

het peil

de plaats vanwaar in het kader van dit bestemmingsplan de hoogte wordt gemeten als bedoeld “bouw- en goothoogte” en als volgt bepaald: a.

b.

c. d.

voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een (al dan niet openbare) weg grenst: de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang niet onmiddellijk aan de hiervoor bedoelde weg grenst: de hoogte van het aansluitende uiteindelijk afgewerkte maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; voor bouwwerken onder het maaiveld, het peil van het bijbehorende bovengrondse hoofdgebouw; in de andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

2.13

het (bruto) verkoopvloeroppervlak

de totale oppervlakte van de voor publiek toegankelijke ruimten, etalages en ruimten achter toonbanken.

2.14

het vloeroppervlak

de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle ruimten ondergronds, op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de bijbehorende aan- en uitbouwen.

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Gemengd

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemene bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

bedrijven voor zover deze voorkomen in de volgende categorieën: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; voor bedrijven voor zover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 2 zoals opgenomen in Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat BEVI-bedrijven niet zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'; voor bedrijven voor zover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 3.2 zoals opgenomen in Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat BEVI-bedrijven niet zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' voor bedrijven voor zover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 4.2 zoals opgenomen in Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat BEVI-bedrijven niet zijn toegestaan; 4. een koffiebranderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' en/of 'bedrijf tot en met categorie 4.2', met dien verstande dat de productie niet meer bedraagt dan 700 kg/dag; b. bedrijfsverzamelgebouwen, waarbij geldt dat de afzonderlijke bedrijven dienen te vallen in de ter plaatse toegestane milieucategorie; c. een pick up point in combinatie met een koeriersbedrijf/ distributiecentrum; d.

horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' en 'specifieke vorm van gemengd - 4'; e. detailhandel; f. dienstverlenende bedrijven; g. cultuur- en ontspanning; h. cursus- en praktijkruimten; i. sportvoorzieningen; j. maatschappelijke functies voor zover deze voorkomen in categorie A en B als opgenomen in Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid; k. stadslandbouw in de vorm van het telen van gewassen en/of het houden van bijen, daaronder mede begrepen in of op gebouwen; l. evenementenhal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd evenementenhal'; m. perifere detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel perifeer'; n. ondergeschikte opslag en uitstalling; o. ter plaatse van de aanduiding 'brug' tevens voor een brug met bijbehorende toe- en afritten en bijbehorende voorzieningen; p. bijbehorende parkeervoorzieningen en een openbare parkeervoorziening in de vorm van Park & Bike; q. verblijfsgebieden; r. ontsluitingswegenontsluitingswegen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting uitgesloten' geen ontsluiting is toegestaan, met uitzondering van langzaam verkeer; s. bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen en groenvoorzieningen;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

19

t.

wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; één en ander met de bijbehorende voorzieningenen en in overeenstemming met de nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving als opgenomen in 3.1.2.

3.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a Bepalen oppervlaktes Voor het bepalen van de oppervlaktes die voor de functies zijn opgenomen, gelden de volgende bepalingen: 1. 2. 3.

een combinatie van functies is toegestaan; de oppervlakte van de hoofdfunctie geldt als maatgevende oppervlakte; er worden geen dubbeltellingen van oppervlaktes uitgevoerd.

b Bedrijven Uitsluitend kleinschalige bedrijfsactiviteiten in de vorm van ambachten of creativiteit zijn toegestaan, waaronder bedrijven die zich richten op het vervaardigen van gebruiksproducten, zoals meubels, kleding, metaalbewerking, bedrijven op het gebied van media, cultuur en ICT, etc. c Detailhandel Voor detailhandel geldt dat uitsluitend de volgende vormen van detailhandel zijn toegestaan: 1.

2.

3.

20

Productiegebonden detailhandel ter plaatse van het bijbehorende bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de detailhandel staat in directe relatie met de aanwezige bedrijfsvoering; zo geldt dat er alleen producten mogen worden verkocht die door het bedrijf zelf zijn geproduceerd; b. de detailhandelsfunctie is gemaximeerd ten aanzien van de hoofdfunctie en bedraagt maximaal 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met dien verstande dat de maximale omvang ervan nooit meer dan 100 m² bvo bedraagt. c. in aanvulling op het bepaalde onder b, geldt het volgende voor aan de Park&Bike-voorziening gerelateerde functies: deze functies zijn gelegen binnen hetzelfde 'bouwvlak' als de Park&Bike; bij het bepalen van de oppervlakte van de 'hoofdfunctie' als bedoeld onder b, mogen deze functies de oppervlakte van de Park&Bike meetellen bij de eigen hoofdfunctie; winkelunits van maximaal 100 m2 bvo zijn toegestaan. Hiervoor geldt dat er uitsluitend verkoop is toegestaan van in het plangebied geproduceerde producten. Dit mag een bundeling zijn van de verkoop van meerdere bedrijven in het plangebied. Wanneer het een bundeling van meerdere bedrijven in het plangebied betreft, bedraagt de omvang van de winkelunit t.b.v. zelfgeproduceerde producten maximaal 200 m² bvo. Zelfstandige detailhandel is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

Productiegebonden detailhandel met in het plangebied geproduceerde goederen in combinatie met zelfstandige detailhandel. Het productaanbod van de zelfstandige detailhandel dient een aanvulling en ondersteuning van de in het plangebied geproduceerde goederen te zijn. b. Aanvullend en ondersteunend aan de hoofdactiviteit is zelfstandige detailhandel toegestaan. Onder hoofdactiviteit wordt in deze verstaan: de belangrijkste activiteit van een bedrijf zoals toegestaan in artikel 3.1.2 onder b en f. Het productaanbod van de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

zelfstandige detailhandel is aanvullend en ondersteunend aan de hoofdactiviteit. zelfstandige detailhandel, als bedoeld onder a en b, is toegestaan met dien verstande dat de maximale omvang per winkelunit nooit meer dan 150 m² bvo bedraagt met een maximum van 500m2 in het gehele plangebied. voor de onder 1, 2 en 3 bedoelde detailhandel gelden de openingstijden die ook voor de reguliere detailhandel van toepassing zijn. c.

4.

d Horeca Voor horeca gelden de volgende voorwaarden: 1.

2.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

voor zelfstandige horeca geldt een totale maximale inpandige oppervlakte (b.v.o.) van 2.000 m2, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen niet meetellen. Een hotel en cultuurpodium tellen niet mee in deze oppervlakte; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 4' is uitsluitend horeca in functiemengingscategorie A en B, zoals opgenomen in Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid toegestaan; er is niet meer dan één hotel toegestaan. De maximale oppervlakte (b.v.o.) bedraagt 2.500 m2; er is niet meer dan één cultuurpodium toegestaan. De maximale oppervlakte (b.v.o.) bedraagt 3.000 m2; horecaterrassen zijn toegestaan; horecaterrassen zijn eveneens toegestaan op het dak van het gebouw; een combinatie met openbare (zakelijke) meetingpoints en/of werkplekken is mogelijk; aanvullend op het bepaalde onder 1 is tevens ondersteunende horeca toegestaan, conform 14.4.

e Evenementenhal Voor de evenementenhal geldt de voorwaarde dat de maximum oppervlakte 2.000 m2 b.v.o. bedraagt. f Cultuur en ontspanning, sportvoorzieningen en maatschappelijke functies Voor de functies cultuur en ontspanning, sportvoorzieningen en maatschappelijke functies geldt het volgende: 1. 2.

deze functies zijn ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' uitsluitend toegestaan in milieucategorie 1 en 2 als opgenomen in Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid; er is bij ateliers sprake van een open atelier.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

3.2.2

Gebouwen en overkappingen

Voor gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a.

gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' met dien verstande dat: 1. ondergeschikte bouwdelen, zoals luifels en balkons, met een maximale diepte van 2 meter, buiten de aanduiding 'bouwvlak' zijn toegestaan;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

21

2.

b.

c.

d.

e.

f.

g.

h.

buiten de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 5 gebouwen zijn toegestaan, met een bebouwde oppervlakte van maximaal 400 m2 totaal en een bouwhoogte van maximaal 4 meter; in gebouwen zijn onderdoorgangen toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - doorgang' de doorgang een minimale breedte heeft van 10 meter en een minimale doorganghoogte van 4,5 meter; het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven, met dien verstande dat de brug en de bij de brug behorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'brug' niet meetellen; de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen binnen de aanduiding 'bouwvlak' niet meer mogen bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; in afwijking van het bepaalde onder d, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kas' een kas bovenop het gebouw toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de bebouwde oppervlakte bedraagt niet meer dan 28 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m, waarbij in afwijking van het bepaalde in 2.12, wordt gemeten vanaf de bovenkant van het (eventueel met substraat) afgewerkte dak; 3.

de kas wordt gesitueerd op een afstand van minimaal 1,5 m vanaf de dakrand; in afwijking van het bepaalde onder d, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 40m' een hoogteaccent in de vorm van een gebouw dan wel een bouwwerk, geen gebouw zijnde toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 40 meter; 2. he t bebouwingspercentage als opgenomen onder c is onverkort van toepassing; indien in het bouwvlak waarbinnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding definiërende gevel' voorkomt een gebouw wordt gebouwd, dan gelden de volgende voorwaarden: 1. deze gevel wordt gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - definiërende gevel'; 2. deze definiërende gevel vormt een rechte rooilijn; 3. de minimum bouwhoogte bedraagt 8 meter; 4. deze gevel mag niet een gesloten gevel zijn; zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' zijn loopbruggen toegestaan in de vorm van een gebouw dan wel een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de vrije doorrijhoogte vanaf maaiveld bedraagt minimaal 4,5 m; 2. de loopbrug bestaat maximaal uit één bouwlaag.

3.2.3

Voorwaardelijke verplichting natuurinclusief bouwen

Voor het treffen van natuurinclusieve maatregelen, gelden de volgende bepalingen: a.

b.

22

Indien een hoofdgebouw wordt gebouwd, dan dienen er per omgevingsvergunningaanvraag 6 punten gescoord te worden uit de Toolbox, zoals opgenomen in Bijlage 5 Toolbox natuurinclusief NYMA. Deze maatregelen dienen binnen één jaar na oplevering van de in één omgevingsvergunning opgenomen gebouwen te zijn gerealiseerd en in stand te worden gehouden. In aanvulling op het bepaalde onder a is het mogelijk door middel van samenwerking/ bundeling van omgevingsvergunningaanvragen de benodigde punten te scoren, door dit middels een “Plan van Aanpak natuurinclusieve maatregelen” in beeld te brengen. De maatregelen kunnen zowel gebouwgebonden maatregelen betreffen, als ook maatregelen in de buitenruimte. In dit plan van aanpak staat (ten minste) welke maatregelen, waar, wanneer gerealiseerd worden en wie daarvoor verantwoordelijk is.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Indien de bijbehorende natuurinclusieve maatregelen gecombineerd zijn met meerdere omgevingsvergunningen, dan geldt als peildatum de realisatie van de laatste omgevingsvergunning in dat gebouw, met dien verstande dat dit niet later is dan drie jaar na oplevering van het gebouwdeel uit de eerste omgevingsvergunning. 3.2.4 a.

Voorwaardelijke verplichting waterberging

op de gronden met de bestemming 'Gemengd' is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter bebouwd oppervlak die tussen 12 en 48 uur na een bui weer voor 75% beschikbaar is. Deze maatregel dient binnen één jaar na oplevering van de in één omgevingsvergunning opgenomen gebouw(en) te zijn gerealiseerd en in stand te worden gehouden.

3.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, met uitzondering van loopbruggen en bijbehorende voorzieningen, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g.

de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; doorvalbeveiligingen op daken zijn toegestaan; de bouwhoogte van palen en (licht)masten en reclamemasten mag niet meer dan 15 meter bedragen; voor trappen, bordessen en loopbruggen geldt geen maximale bouwhoogte; de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 4 meter bedragen; in afwijking van het voorgaande mogen de brug en de bij de brug behorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'brug' hoger zijn; in afwijking van het bepaalde onder e mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximum 10 meter' mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 10 meter bedragen.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. b. c.

bewoning (inclusief kamerverhuur) van gebouwen; opslag van goederen op onbebouwde gronden; het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen bij het verbouwen van gewassen.

3.3.2

Gebruiksverplichting instandhouding natuurinclusieve maatregelen

Het gebruik van gebouwen is uitsluitend toegestaan indien de voorwaarden uit "Bijlage 5 Toolbox natuurinclusief NYMA" met betrekking tot natuurinclusief bouwen in stand worden gehouden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

23

3.3.3

Gebruiksverplichting instandhouding waterbergende maatregelen

Het gebruik van gebouwen is uitsluitend toegestaan indien de voorwaarden uit artikel 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting waterberging met betrekking tot waterberging in stand worden gehouden.

3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Afwijkingsbevoegdheid Staat van bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

b.

24

lid 3.1 teneinde bedrijven toe te laten die voorkomen in een hogere categorie dan genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de ter plaatse toelaatbare categorieën als opgenomen in Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten; lid 3.1 teneinde bedrijven toe te laten die niet in Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de ter plaatse toelaatbare categorieën van deze Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

groenvoorzieningen; bijbehorende voorzieningen zoals: hondenuitlaatplaatsen, in- en uitritten en fiets- en voetpaden; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' een ontsluitingsweg; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, overstortvijvers, rioolbuffers, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 13.2.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen en overkappingen ten behoeve van een nutsvoorziening; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

4.2.2

Specifieke bouwregels

De in artikel 4.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. b. c.

4.3 a. b.

de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; de bouwhoogte van palen, (licht)masten en ballenvangers mag niet meer dan 10 meter bedragen. Reclamemasten zijn uitgesloten; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

Specifieke gebruiksregels tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden ten behoeve van parkeren; mobiele verkoopinrichtingen (zoals een verkoopwagen, kraam of tafel) zijn toegestaan, voor zover toestemming is verleend op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

25

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d. e. f.

g.

wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, verkeerswegen (waaronder busbanen, fiets- en voetpaden), openbaar vervoer (waaronder hoogwaardig openbaar vervoer), kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen (waaronder garageboxen en parkeergarages) en fietsenstallingen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - loopbrug' voor een loopbrug; bijbehorende voorzieningen zoals: groen- en speelvoorzieningen, terassen en taluds; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels, balkons en overstekende (dak)goten, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 13.2.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

gebouwen en overkappingen ten behoeve van loopbruggen; gebouwen en overkappingen ten behoeve van fietsenstallingen; gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 13.2 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

5.2.2

Specifieke bouwregels

De in artikel 5.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a.

b.

c.

d. e.

26

uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - loopbrug' is een loopbrug toegestaan in de vorm van een gebouw dan wel een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met dien verstande dat: 1. de vrije doorrijhoogte vanaf maaiveld bedraagt minimaal 4,5 m; 2. de loopbrug bestaat maximaal uit één bouwlaag. de oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen ten behoeve van fietsenstallingen mag per fietsenstalling niet meer bedragen dan 20 m2. De bouwhoogte van fietsenstallingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; aangrenzend aan het hoofdgebouw van de naastliggende bestemming mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; de bouwhoogte van palen, (licht)masten en ballenvangers mag niet meer dan 15 meter bedragen. Reclamemasten zijn uitgesloten; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

5.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van garageboxen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

27

Artikel 6 6.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hoogspanningsleiding.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 13.2; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

6.2.2 a. b.

Specifieke bouwregels

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 6.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

6.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.

6.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Omgevingsvergunningsplicht

Het is verboden op of in de in lid 6.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.

het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen, het planten of kappen van bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van rioleringen, leidingen of kabels anders dan ten behoeve van de bestemming; het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).

6.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

6.4.3

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.

6.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

29

Artikel 7 7.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een bovengrondse hoogspanningsverbinding.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 13.2; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

7.2.2 a. b.

Specifieke bouwregels

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat hoogspanningsmasten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Afwijkingbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 7.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

7.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.

7.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1

Omgevingsvergunningsplicht

Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.

het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen, het planten of kappen van bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van rioleringen, leidingen of kabels anders dan ten behoeve van de bestemming; het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).

7.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 7.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

7.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.

7.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

31

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden (gebieden met een hoge archeologische verwachting).

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.

8.2.2 a. b.

Specifieke bouwregels

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. er op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; 3. het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; 4. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; 5. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het bouwperceel maximaal 100 m2 bedraagt; 6. het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.

8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

8.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

32

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

8.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.

b. c. d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de in lid 8.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor-en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-,of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

8.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 8.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b. c.

op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van werken en werkzaamheden als bedoeld onder 8.4.1 onder d niet groter

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

33

d.

is dan 100 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.

8.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

8.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

8.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.

b.

34

de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' als bedoeld in lid 8.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' op te nemen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden (gebieden van zeer grote archeologische waarde).

9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Waarde - Archeologie 3'uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.

9.2.2 a. b.

Specifieke bouwregels

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; 3. het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; 4. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; 5. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het bouwperceel maximaal 50 m2 bedraagt. Voor zover openlucht zwembaden, jacuzzi's en gebouwde vijvers, alsmede de daarvoor benodigde bouwwerken, zijn toegestaan geldt dat de totaal bebouwde oppervlakte maximaal 75 m2 mag bedragen; 6. het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.

9.3

Afwijken van de bouwregels

9.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA

35

9.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

9.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.

b. c. d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=20b35780-c97f-46fe-91b6-d0078c5a5c43