CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 -7 (Vossenlaan 44) (152/2021)26.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur: Overzicht riolering Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig

34

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Omdat bij dit plan geen sprake is van directe lozing op oppervlaktewater, hoeft geen waterhuishoudkundig plan bij het waterschap ingediend te worden. Voor plannen met extra verharding in het natte gedeelte van het stedelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Omdat dit plan in het droge gedeelte van het stedelijk gebied ligt, is bij toename van het verharde oppervlak geen compenserende waterberging nodig. De conclusie is dat het plan geen negatieve effecten heeft op het rioleringsstelsel of (indirect) het oppervlaktewatersysteem. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. De nieuwe ontwikkeling omvat een drietal gebouwen. Elk gebouw dient voorzien te zijn van een eigen rioolaansluiting.

De nieuwe ontwikkeling zal haar afvalwater afzonderlijk per gebouw gescheiden op de erfgrens aanbieden, waarbij er voor één gebouw de mogelijkheid is af te wateren via het gemengde rioolstelsel van de gemeente gelegen in de Dromedarisstraat. De andere twee gebouwen kunnen afwateren via het gemengde rioolstelsel van de gemeente Nijmegen gelegen in de Vossenlaan. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan.

4.11 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

35

2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan.

Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 26 maart 2018 heeft Bureau de Groene ruimte een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op het perceel aan de Vossenlaan 44 (18864-eindrap1.wpd). Uit de quick scan blijkt

36

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

dat er mogelijke verblijfplaatsen aanwezig zijn van diverse zoogdieren en vogels. Zoogdieren • Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen zijn op basis van de quick scan niet uit te sluiten. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen is een gericht nader onderzoek nodig. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een massawinterverblijfplaats van vleermuizen. • Vaste verblijfplaatsen van Steenmarter zijn niet uit te sluiten. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van vaste verblijfplaatsen van Steenmarter is een gericht nader onderzoek nodig. • Vaste verblijfplaatsen van overige beschermde zoogdiersoorten (waaronder marterachtigen) zijn uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten. • Door de handeling worden mogelijk jaarrond beschermde nesten van Gierzwaluw verstoord en vernietigd. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van nesten van Gierzwaluw is een gericht nader onderzoek nodig. • Overige soorten met jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten. Nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van andere soorten dan Gierzwaluw wordt niet nodig geacht. Een aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Uit dit vervolgonderzoek 22 november 2018 (18883-eindrap.wpd) komen de volgende conclusies: Voor wat betreft de gierzwaluw en steenmarter zijn er geen verblijfplaatsen aangetroffen.

Voor wat betreft de kleine dwergvleermuis en de laatvlier zijn er wel verblijfplaatsen aangetroffen. Hieronder puntsgewijs de conclusie: Omdat door de handeling vaste verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger worden verstoord, dient een ontheffing ingevolge de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Na verlening van de ontheffing dient het project uitgevoerd te worden conform de voorwaarden in de ontheffing. Omdat alternatieve (tijdelijke) voorzieningen veelal ruim van tevoren functioneel moeten zijn (gewenningstijd, eis in ontheffingen), wordt geadviseerd om zo spoedig mogelijk een passend aantal geschikte vleermuiskasten op geschikte plekken op te (laten) hangen in de directe omgeving van het plangebied, vooruitlopend op of parallel aan de procedure voor de ontheffingsaanvraag. Indien het gebouw buiten gebruik raakt en het een jaar of langer leeg staat voordat de sloopwerkzaamheden van start gaan, wordt aanbevolen opnieuw te bepalen of er vaste verblijfplaatsen van Steenmarter aanwezig zijn. Er dient rekening gehouden te worden met eventuele broedgevallen; het is wettelijk verboden om deze te verstoren. Altijd dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht. De zorgplicht geldt zowel voor beschermde als voor niet-beschermde soorten.

Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol op te (laten) stellen, waarin op uitvoeringsniveau is opgenomen welke ecologische maatregelen (eventueel inclusief de voorwaarden uit de ontheffing) tijdens de handeling genomen dienen te worden, uitgezet in de tijd en de fasering van de handeling. In een dergelijk ecologisch werkprotocol is opgenomen op welke wijze rekening wordt gehouden met aanwezige beschermde vleermuizen. Bovendien is hierin opgenomen op welke wijze met niet beschermde soorten en functies rekening wordt gehouden vanuit de zorgplicht.

Op 28 oktober 2019 (19028 NT Vossenlaan) heeft een natuurtoets plaatsgevonden. Aan de hand

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

37

van deze toets is een mitigatie en uitvoeringsplan opgesteld. Aan de hand van bovenstaande rapporten is een ontheffing bij de provincie Gelderland verkregen (zaaknummer 2020_004802). In de ontheffing zijn voorwaarden opgenomen waar ten alle tijden aan voldoen moet worden. Het is dan ook van belang om de plannen rondom de sloop en nieuwbouw continu te toetsen aan deze ontheffing. Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.

38

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing. Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven. Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd.

De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Aan bovenstaande voorwaarde wordt voldaan met dit plan.

Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: - inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; - een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; - vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; - de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

39

bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Hazenkamp en St. Anna Karakteristiek van het groen St. Anna is één van de eerste dorpen die rond 1930 opgaat in de stad. De Hatertseweg splitst dit voormalige dorp in tweeën. De wijk is ruim opgezet en de groene uitstraling heeft de wijk vooral te danken aan het vele groen op de particuliere kavels; openbaar groen maakt slechts 2% van het oppervlak uit. Op enkele groenstroken na (Hatertseweg), bestaat in de rest van de wijk het groen alleen uit straatbomen. De laanbeplantingen vormen groene structuren door de wijk. Verspreid door de wijk liggen er enkele plantsoenstroken en het bosje op de hoek van de Heiweg/St. Annastraat vormt een belangrijk herkenningspunt in de wijk. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van Hazenkamp is de geleidelijke groei waarin de wijk tot stand is gekomen. Die groei vond, voor- en na de oorlog, plaats langs oude veldwegen, waar in de loop van decennia de gebieden tussen de wegen zijn volgebouwd. In Hazenkamp bestaat het groen vooral uit laanbeplanting. Kleinere groenplekken liggen verspreid over de wijk en ook de begraafplaats achter de kerk aan de Groenestraat draagt bij aan de groene kwaliteit van de wijk. Het aandeel openbaar groen in Hazenkamp is beperkt.

Slechts 5% van het totale oppervlak bestaat uit openbaar groen, waarvan het overgrote deel geconcentreerd aanwezig is in de vorm van maaigazon en heesterbeplanting. Op initiatief van een aantal bewoners is een deel van het gebied achter de winkels aan de Groenestraat ingericht als groengebied en speelplek, 't Veldje genaamd. Het beheer van deze kleine groene oase wordt verzorgd door de bewoners uit de buurt. Hazenkamp heeft veel volgroeide straatbomen, die de wijk samen met de vele voor- en achtertuinen een groen karakter geven. De ligging tegen het Goffertpark helpt dit groene karakter te verstevigen. Het weinige groen in deze wijken dient gekoesterd te worden. Dan gaat het bijvoorbeeld om de laanbeplanting langs de hoofdwegen maar ook om het verspreid liggende wijkgroen. Vooral de bomen langs radiale wegen (Groenestraat, Hazenkampseweg, Vossenlaan en Hatertseweg) vormen de dragers van de groenstructuur en vragen om een volwaardige en complete structuur Kansen Mogelijke herstructureringen in de wijken moeten aangegrepen worden om groen een betere plek te geven in deze wijk en het bestaande groen te versterken. Door een verbinding over of langs de begraafplaats kan de verbinding met het Goffertpark versterkt worden. Op het punt waar een aantal radiaal lopende wegen (Hazenkampseweg – Vossenlaan – Hatertseweg) samenkomen is een bijzondere uitwerking van het groen gewenst.

Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen

40

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen.

De Vossenlaan valt onder de hoofdbomenstructuur. De structuur is een boomstructuur op wijkniveau. Het is van de belang deze structuur te behouden dan wel te versterken waar dit kansen biedt binnen of aangrenzend aan het plangebied. Bomen binnen het plangebied In het plangebied zijn een aantal bomen aanwezig. Bij de beoordeling van deze bomen is onderzocht welke bomen te handhaven zijn. Standplaats, vitaliteit en levensverwachting zijn daarbij de belangrijkste criteria. Een aantal bestaande bomen voldoet daar aan. Twee bolesdoorns aan de Vossenlaan zijn in te passen in het nieuwe inrichtingsplan voor de buitenruimte. Dat geldt ook voor de bestaande paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). Hoewel deze boom in het nieuwe plan dicht tegen het gebouw met de onderliggende parkeerkelder komt te staan is hij toch in het groenplan opgenomen. Met beschermende maatregelen tijdens de bouw en grondverbetering rondom het wortelpakket zal geprobeerd worden de boom te laten overleven en de vitaliteit van de boom te verbeteren. Het merendeel van de ander bomen heeft een matige tot slechte levensverwachting. Vooral door een verkeerde soortkeuze op de aanwezige grondsoort. In het nieuwe inrichtingsplan wordt geanticipeerd op de doelstellingen van de gemeente Nijmegen zoals die in de voorgaande paragrafen benoemd zijn. De nieuwe bomenstructuur speelt daarin een dragen rol.

Er is gekozen voor een heldere, noord-zuid, bomenstructuur die als groene corridors de tussenliggende en aangrenzende groene ruimtes verbinden. De bomen die geplant worden moeten de status krijgen van 'levensbomen': bomen die ook daadwerkelijk oud kunnen worden en bovengronds én ondergronds voldoende ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Vanuit die optiek zijn de drie genoemde bomen in het nieuwe inrichtingsplan opgenomen. Bij de uiteindelijke keuze van de resterende nieuw aan te planten bomen wordt in de soortkeuze rekening gehouden met de transparantie van boomkronen en daarmee ook de invloed op de toetreding van daglicht en bezonning. In de tussenliggende ruimtes worden solitair bomen en grote struiken gebruikt. Ook voor deze bomen geldt dat ze gekozen worden als 'levensbomen' en uiteindelijk geen hinder gaan opleveren die de woonkwaliteit aantasten.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

41

Een uitgebreide toelichting is terug te vinden in de toelichting 'concept buitenruimte' voor appartementen & Waalbooggebouw – Vossenlaan in Nijmegen Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten. Hier stemmen we het beheer af op de natuurwaarden en wordt het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd wordt. Tevens waken we bij deze hotspots voor versnippering, aantasting en doorsnijding.

De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.

Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het College op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de

42

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen.

De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.

4.12 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

43

basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013).

Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Uitsnede uit de Cultuurhistorische Beleidskaart van de gemeente Nijmegen met in blauw de locatie van het plangebied

Het bestemmingsplangebied valt binnen gebiedstype 2 van de cultuurhistorische beleidskaart. In gebiedstype 2 gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing en zijn de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke plannen. In bestemmingsplannen wordt maatwerk toegepast ten behoeve van de bescherming van cultuurhistorische waarden, indien sprake is: cultuurhistorisch waardevolle structuren; cultuurhistorisch waardevolle ensembles en zones.

Bij cultuurhistorisch waardevolle structuren gaat het om lijnvormige elementen, zoals bijvoorbeeld wegen, dijken, wallen, lanen en waterlopen. Bij cultuurhistorisch waardevolle ensembles gaat het om plekken in het stadsweefsel, die van belang zijn vanwege de ruimtelijke samenhang tussen objecten en structuren met bijzondere historisch-geografische en historisch-(steden)bouwkundige waarden. Het betreft complexen, terreinen en gebieden met een herkenbaar karakter dat relatie houdt met de ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid van de buurt, wijk of stad. Cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied Het bestemmingsplangebied wordt ingenomen door de bebouwing van een voormalige school plus een bijbehorende parkeerplaats. Het schoolgebouw heeft geen cultuurhistorische waarde. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en objecten In het bestemmingsplangebied bevinden zich geen monumenten of panden die op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed staan. Direct grenzend aan het bestemmingsplan bevinden zich onderstaande cultuurhistorische waarden:

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

45

Cultuurhistorisch waardevolle structuren Historische wegen voor 1850 Het bestemmingsplangebied ligt tussen twee historische wegen van voor 1850, de Vossenlaan en de Hazenkampseweg. Beide wegen zijn onderdeel van het historische radiaalsgewijze wegen- en paden patroon dat vanuit het buurtschap Sint Anna over de voormalige Hatertse Heide liep. Beide wegen hebben een cultuurhistorisch waardevolle laanbeplanting met bomen. Historische lintbebouwing De eerste bebouwing in het gebied ontstond langs de historische uitvalswegen. De bebouwing aan de Vossenlaan en de Hazenkampseweg is geleidelijk ontstaan vanaf het begin van de 20ste eeuw. Direct ten noorden van het bestemmingsplangebied, aan de noordzijde van de Hazenkampseweg, is sprake van een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint. De kleinschalige bebouwing, uit de eerste decennia van de 20e eeuw, bestaat uit dubbele woonhuizen en klein rijtjes woningen. De woningen met twee woonlagen en verschillende kapvormen hebben groene voortuinen en bieden een afwisselend bebouwingsbeeld. Het bebouwingslint plus de bijbehorende, kleinschalige percelering, herinneren aan de vroege verstedelijking van het gebied. Het bebouwingslint aan de Vossenlaan is iets jonger en bestaat voornamelijk uit rijtjeswoningen die vanaf de jaren 30 tot in de tweede helft van de 20ste eeuw zijn gebouwd.

Ook deze woningen bestaan uit twee woonlagen en een kap en kenmerken zich door een zekere mate van verscheidenheid. Het deel van de Vossenlaan direct ten noordoosten van het bestemmingsplan valt volgens het vigerende bestemmingplan Nijmegen Midden 2015 binnen het cultuurhistorische waardevolle ensemble Sint-Anna. Cultuurhistorisch waardevol ensemble Buurtschap Sint-Anna Het bestemmingsplangebied grenst aan de oostzijde direct aan het voormalig buurtschap Sint-Anna. Dit is een cultuurhistorisch waardevol ensemble. De wegenstructuur, de verkaveling en de bebouwing van het buurtschap herinneren aan de pre-stedelijke fase van de stad en aan de geleidelijke verstedelijking die hier vanaf het einde van de 19e eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw plaatsvond. De vroegste bebouwing ontstond rond de kruising van de St. Annastraat en de Groenestraat.

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Het bestemmingsplangebied (indicatieve weergave) op de topografische kaart uit 1850 met het buurtschap Sint Anna. Vanuit het buurtschap waaieren de wegen uit over de nog onbebouwde Hatertse Heide.

Het bestemmingsplangebied (indicatief) weergegeven op de topografische kaart uit 1930. Vanuit het buurtschap Sint Anna ontstaat lintbebouwing langs de verschillende uitvalswegen. Molenbiotoop Het bestemmingsplangebied bevindt zich binnen de molenbiotoop van de Sint Anna Molen (Hatertseweg 14). Deze achtkantige stellingmolen uit 1849 is een beschermd rijksmonument. De omgeving (biotoop) van een windmolen is vaak zeer gevoelig. Enerzijds gaat het daarbij om de zichtbaarheid van een molen, anderzijds is vrije ruimte van belang voor een goede windvang. Dit betekent dat bij de inrichting van de omgeving van een molen belemmeringen voor de zichtbaarheid en het maalvaardig functioneren voorkomen dienen te worden. Vooral bij nieuwbouw is het wenselijk om rekening te houden met de belevingswaarde en de eisen die een molen aan zijn omgeving stelt. Bestaande bebouwing in de omgeving van een molen moet gezien worden als een vaststaand gegeven. Begroeiing wordt in het kader van het bestemmingsplan verder buiten beschouwing gelaten. In de Handleiding Molenbiotoop van de Vereniging De Hollandsche Molen is een formule opgenomen waarmee de hoogte kan worden berekend die een obstakel mag hebben op een bepaalde afstand van een molen, zonder te veel windbelemmering te veroorzaken. Hierbij wordt uitgegaan van een maximale straal van 400 meter van de molenbiotopen.

Rondom een molen dient een vrije ruimte van 100 meter aanwezig te zijn. Deze vrije ruimte is nodig om de door de obstakels veroorzaakte turbulentie enigszins teniet te doen. Buiten de 100-meter cirkel loopt een schuin omhoog gaande lijn die aangeeft wat wel en wat niet meer toelaatbaar is als obstakelhoogte. Het bestemmingsplangebied ligt op circa 330 meter afstand van de Sint Anna Molen. Volgens de formule van De Hollandsche Molen mag de bebouwing op deze afstand 11,09 meter hoog zijn

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

47

ten opzichte van het maaiveld van de molen. In N.A.P. omgerekend betekent dit een maximale hoogtemaat van 41,39 meter boven N.A.P. In de tabel hieronder zijn de formule plus de berekening waarop de maximale toegestane hoogte is gebaseerd weergegeven. Formule H = X/n + cz Constanten H = hoogte obstakel X = afstand obstakel tot molen n = 50 voor gesloten gebied c = constante = 0,2 z = askophoogte molen Waarden X n c z N.A.P. maaiveld molen Berekening

330 50 0,2 = 9,2 + (26,50/2) = 22,45 m + N.A.P. 30,30 m + N.A.P.

H = X/n + cz (vanaf maaiveld van de molen) 11,09 m Maximaal toegestane bouwhoogte 41,39 m + H = X/n + cz (+ NAP) N.A.P. Berekening van de maximaal toegestane hoogte van een bouwwerk binnen het bestemmingsplangebied, op 330 meter afstand van de Sint Anna Molen, volgens de formule van de Vereniging De Hollandsche Molen De NAP ter hoogte van de nieuwbouw is 26,9 NAP.

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Bestemmingsplanherziening Het behoud van de historische wegenstructuur (vóór en na 1850) in het plangebied wordt geborgd door de betreffende gronden te bestemmen als weg. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die van invloed kunnen zijn op het historisch beloop van deze wegen. Voor historisch waardevolle groenstructuren die deel uitmaken van de hoofdbomenstructuur wordt in dit bestemmingsplan geen specifieke aanduiding opgenomen. Bescherming van deze groenstructuren is adequaat geregeld middels het gemeentelijk groenbeleid. Dit bestemmingsplan maakt voor de gronden binnen de molenbiotoop van de Sint Anna Molen geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk die hoger is dan is toegestaan volgens de Handleiding Molenbiotoop van Vereniging De Hollandsche Molen. Deze handleiding is te vinden op de website van De Hollandse Molen via: https://www.molens.nl/molenbiotoop/biotoopformule/ en als bijlage bij deze Toelichting.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

49

4.13 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.

Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.

De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied aan de Vossenlaan kende vooraf de wetgevingszone waarde 1. Waarde 1 wordt toegekend aan een gebied als er sprake is van een onbekende, lage of middelhoge verwachting. Deze waarde geldt voor een groot deel van het grondgebied van de gemeente Nijmegen. In veel gevallen is de waarde terug te voeren op het ontbreken van nadere kennis omtrent de situatie ter plekke. Voor deze waarde geldt dat er in het kader van omgevingsvergunningen een ondergrens geldt voor het doen van archeologisch onderzoek. Deze grens is gerelateerd aan het oppervlakte van het plangebied, namelijk groter dan 2.500 m2, en een ingreep die dieper gaat dan 30 cm. Daarnaast zijn er de algemene vrijstellingen uit het Bor, Bijlage II. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden sporen en vondsten aangetroffen uit het Laat-Neolithicum en de Midden-Bronstijd en uit de Romeinse periode. Binnen het plangebied was niet eerder onderzoek uitgevoerd.

Onderzoeken en aangepaste waarden archeologie in het plangebied Voor de bestemmingsplanwijziging was de beschikbare informatie met betrekking tot het plangebied te gering, vandaar dat er in 2020 nader onderzoek is uitgevoerd. Om na te gaan hoe de situatie binnen het plangebied concreet was, en om daarmee te kunnen bepalen of dit van invloed is op de haalbaarheid van het plan, is een gecombineerd bureauonderzoek met een verkennend plus karterend booronderzoek uitgevoerd. Het bureauonderzoek leidde voor het plangebied tot een middelhoge archeologische verwachting voor de periode van het Laat-Paleolithicum tot aan de Romeinse Tijd en een lage verwachting voor de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. De middelhoge verwachting voor periode tot aan de Romeinse Tijd was gebaseerd op de mogelijk gunstige landschappelijke ligging van het plangebied op een helling van smeltwaterafzettingen van de stuwwal. Om deze verwachting te specificeren en te toetsen is vervolgens een booronderzoek uitgevoerd. De resultaten van het booronderzoek lieten zien dat er zich direct onder de verstoorde/recente laag natuurlijke smeltwaterafzettingen bevinden. Dekzandafzettingen en/of een eventuele cultuurlaag ontbreken. Evenmin zijn archeologische indicatoren opgeboord. Daarom adviseerden de onderzoekers om hier verder geen onderzoek te doen.

De kans op archeologie is voor de locatie dermate klein dat dit voor de gemeente reden is om dit advies over te nemen en het hele plangebied met dit bestemmingsplan af te waarderen naar waarde 0. Het uitgevoerde onderzoek is gerapporteerd als: G. Aalbersberg & H.G. Pape-Luijten, Nijmegen, Vossenlaan 44 (gemeente Nijmegen) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO-IVO-O), Salisbury Archeologisch Rapport 422, Assen 2020

Bestemmingsplanregels Voor het hele bestemmingsplangebied gaat de waarde 0 gelden: er is vanwege archeologie geen omgevingsvergunning nodig. De wettelijke meldingsplicht voor de zogenaamde toevalsvondsten blijft echter gelden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

51

Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

4.14 Verkeer en parkeren Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer: Het plangebied ligt kadastraal gezien aan de Vossenlaan 44, maakt onderdeel uit van de wijk Hazenkamp en ligt in het stadsdeel Nijmegen-Midden. Het plangebied wordt ontsloten via de Vossenlaan en de Dingostraat deze wegen vallen onder de categorie erftoegangsweg. Langzaam verkeer: Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser vanuit de Vossenlaan en de Dingostraat ontsloten. Openbaar vervoer: Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen van de Steenbokstraat, deze bevinden zich op ca. 450 meter loopafstand. Expeditie Het expeditieverkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” het plangebied 'Vossenlaan 44' valt in gebied "2e Schil". In de planregels is bepaald er maximaal 111 appartementen worden gerealiseerd voor (beschut) wonen en 41 appartementen voor beschermd wonen Gebouw A Waalboog

52

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

18 appartementen met een norm van 0,5 23 appartementen met een norm van 0,5

Totaal benodigde parkeerplaatsen gebouw A 20,5

Gebouw B en C appartementen 68 studio's met een norm van 0,5 43 huurappartementen (middel duur) met een norm van 1,3

Totaal benodigde parkeerplaatsen gebouw B en C 89,9 In totaal moeten voor de drie gebouwen 110,4 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Deze kunnen op eigen terrein worden gerealiseerd. Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg', Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan een erftoegangsweg, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Verkeersgeneratie Bestaande situatie ROC (35 lokalen) 16,5 leerling per lokaal Op basis van de CROW tabel 3.17 in combinatie met de gemeentelijke beleidsregels komt dit op uit op 142 Mvt.

Verkeersgeneratie Nieuwe situatie Gebouw A 89,2 verkeersbewegingen Gebouw B en C 107,1 + 210,7 verkeersbewegingen

Toename verkeersbewegingen (nieuw –oud) 407 - 142 = 265 Dit aantal kan op de omliggende wegen afgwikkeld worden. Er treden geen onveilige situaties op.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

53

4.15 NGE (Niet Gesprongen Explosieven) Het plangebied is verdacht op geschutsmunitie:

Verticale afbakening -2,5 m MV Geschutsmunitie : VGG_002 Geschutmunitie • Verschoten

Tot en met 17 cm (Duits) Tientallen

Historische data: Melding van een inslag van een vliegtuigbom net ten noorden van/in het plangebied. Het terrein was toen onbebouwd en blijkbaar in gebruik als voetbalveld. Bij huisnummer 38 de melding van de vondst van 3 granaten. Duitse luchtfoto van 5-10-1944:

54

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Daar waar in na de oorlog ongeroerde grond gewerkt gaat worden dient onderzoek naar CE plaats te vinden. Dit kan enerzijds voorafgaand aan de werkzaamheden of anderzijds kunnen grondroerende werkzaamheden onder OCE-condities uitgevoerd worden. Voor zover van toepassing kan bovengrondse sloop gewoon uitgevoerd worden. Sloop beneden maaiveld tot -2,5 m MV dient onder OCE-condities uitgevoerd te worden.

4.16 Kabels en leidingen Kabels en rioolleidingen vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.

4.17 Duurzaamheid en Klimaat Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat (2008) en de Duurzaamheidsagenda (2011). Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

55

dac8e8da5a94e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Klimaatadaptieve maatregelen Het gebied is matig gevoelig voor hittestress. De locatie zelf is op dit moment erg stenig en zorgt daardoor voor lokaal een hogere gevoelswaarde van de temperatuur.

De ontwikkeling kan bijdragen aan het verlagen van de hittestress door bijvoorbeeld meer groen, schaduw en natuurlijke materialen toe te voegen. Daarnaast kunnen nog andere maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag, zorgt voor minder hittestress en droogte. Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress.

Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen zorgen voor beperking van hittestress in het gebouw.

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan

56

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

ontwikkelaars in Nijmegen. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie. Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 is bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 worden ingediend voor een omgevingsvergunning. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet (indien mogelijk) of verwarmen met een warmtepomp.

In het gebied is geen warmtenet voorzien. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieu hygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden. Een bijkomend voordeel van een WKO is dat de woning hiermee in de zomer kan worden gekoeld. Circulair en biobased bouwen De bouw heeft een aanzienlijke impact op het milieu, onder andere door de uitstoot van CO2 en het gebruik van grondstoffen. Door duurzaam te bouwen kan deze impact worden verlaagd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan circulair slopen en aan het gebruik van hergebruikte materialen. Daarnaast kan het gebouw zodanig ontworpen worden dat hergebruik van materialen in de toekomst mogelijk is. Het gebruik van een materialenpaspoort kan hierbij helpen. Ook in de buitenruimte kan gebruik worden gemaakt van circulaire en biobased materialen, bijvoorbeeld voor stoeptegels, erfafscheidingen, etc..

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

57

58

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 7 (Vossenlaan 44)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.

5.2

Systematiek van de planregels

Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Midden - 2015 - 7 (Vossenlaan 44) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=116f29b9-afdc-4ddc-9e64-1eb544ea1113