CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Besluitronde (raadsvergadering) 9 juni 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3) (40/2021) (HAMERSTUK)24.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3) Plan

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3) IDN: NL.IMRO.0268.BP19003-VG01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken

11 11 11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid

13 13 15 16

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Sectorale aspecten Wonen Bedrijven en milieuzonering Geur Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Klimaat

19 19 21 21 21 22 23 23 24 28 38 41 44 45

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming

49 49 49 50

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

53

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg

55 55 56

Regels

57

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

59 59 72

5

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 3

77 77 79 82

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Regels verkamering Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

85 85 86 87 88 89 90

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

91 91 93

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 2

Aerius Berekening

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaar is voornemens de huidige kavel te splitsen in 3 kavels, en middels twee nieuwe bouwvlakken ter zijner tijd 2 nieuwe woningen te realiseren aanvullend op de reeds bestaande woning.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Coldplaystraat 3. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door Coldplaystraat 7 en aan de westzijde door de Groot - Britannniëstraat. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als Gemeente Lent, nummer A, perceel 2072 en 2071. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 1660 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld. Dit bestemmingsplan is door de raad op 27 juni 2012 vastgesteld; het plan is op 6 november 2012 onherroepelijk geworden . De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat de twee nieuwe

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

woningen op een perceel worden gerealiseerd waar nu 1 woning mag worden gerealiseerd. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving.Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Het onderhavige perceel op de hoek Coldplaystraat/Groot-Brittanniëstraat heeft een ruime opzet. Het kavel bestaat in feite uit 2 kadastrale percelen (2072 en 2071). Ten midden van dit kavel is een woning gesitueerd. Het perceel is grotendeels groen omzoomd door een hoge haag, afgewisseld met een forse afscheiding van bomen. Aan de overkant van de straat (oneven nummers) zijn ter hoogte van het onderhavige kavel, 3 kavels met woningen gelegen. De kavels in de straat hebben een vrij open karakter met lage hagen, enkele bomen en daarachter een vrijstaande woning. Op het perceel bevindt zich momenteel een vrijstaande woning (bestaande uit twee bouwlagen met een kap), vrijstaande garage, een zwembad en bijgebouw. Het hoofdgebouw van de woning is georiënteerd naar de Coldplaystraat, achter veel groen. De tuin van de woning is zowel aan de oost, dan wel westzijde van de woning gelegen. Aan de westzijde van de woning is het zwembad gelegen met een bijgebouw. Aan de zuidzijde van het perceel ligt de ontsluiting en aan de noordzijde van het perceel staat de garage, beide gelegen ten oosten van de woning.

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Het plan voorziet in het splitsen van het kavel in 3 nieuwe kavels. Op het middelste kavel blijft de bestaande woning gehandhaafd. Aan zowel de oost als westzijde van de woning wordt een nieuwe woning opgericht. Gedacht wordt aan twee bouwlagen met een kap. Na realisatie zijn er dus 3 vrijstaande woningen met elk een eigen perceel gelegen binnen het plangebied. De nieuwe kavels omvatten elk zo'n 500 m2. De nieuw op te richten woningen worden naar de Coldplaystraat georiënteerd op of achter de rooilijn. Er moeten 2 nieuwe inritten worden gerealiseerd. De nieuw te bouwen woning op de hoek krijgt een naar de hoek toe 'open' gevelbeeld door middel van gevelopeningen (raampartijen en deuren), verbijzonderingen in de kapvorm en / of andere architectuurkenmerken zoals de inpassing van aan- en uitbouwen. De perceel afscheidingen worden in levend groen uitgevoerd door middel van hoge en lage hagen, aansluitend op het straatbeeld van de Coldplaystraat. Het riante perceel biedt voldoende ruimte voor twee nieuwe woningen, welke goed kunnen passen binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de Coldplaystraat. Door de kavelsplitsing sluit de kavelgrootte van de nieuwe percelen beter aan bij de rest van de straat. De kwaliteiten van het bestaande perceel op de hoek vragen echter wel om zorgvuldigheid bij de uitwerking.

Het realiseren van de kavelsplitsing en het oprichten van twee nieuwe woningen op deze plek is vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel.

2.3

Stedenbouwkundige karakteristieken

Er moet worden nagedacht over de wijze waarop de nieuwe woningen aansluiten op het bebouwingsbeeld van de Coldplaystraat. Onderwerpen die hierbij een rol spelen zijn:

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

11

De afstand van de woningen t.o.v. de weg; De oriëntatie van de woningen; De ontsluiting en parkeervoorzieningen op de percelen; De bouwmassa van de woningen en eventuele bijgebouwen (omvang en goot- en bouwhoogten); De beeldkwaliteit (architectuur / uitstraling) van de woningen.

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Relevant rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. In de SVIR is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. b. c.

het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toetsing Daarnaast geldt voor de verschillende militaire vliegvelden in Nederland dat er rondom de vliegbasis geen hoge bebouwing gerealiseerd mag worden om geen belemmering te vormen voor de radar- en communicatieapparatuur. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevat in artikel 2.4 regels ten aanzien van de bouwbeperkingen in relatie tot radarverstoringsgebieden. Daaruit volgt dat er voor een zone van 15 kilometer rondom de antenne maximale bouwhoogtes voor bouwwerken en windturbines gelden. Het bepalen van deze maximale bouwhoogte moet worden bepaald aan de hand van de hoogteligging (NAP) van de antenne, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. Buiten deze 15 kilometerzone geldt tot 75 kilometer een maximale bouwhoogtegrens voor de tippen van de wieken van windturbines. Een en ander is in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven en ook als zodanig opgenomen in het Rarro.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

13

Aangezien binnen dit plan enkel bouwwerken worden ontwikkeld en er zich binnen een straal van 15 kilometer geen radarantennes aanwezig zijn, vormt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het plan is daarom niet in strijd met de SVIR en het Barro.

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte') . Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan wel worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wel van toepassing is. In maart 2018 is de subregionale woonagenda in de colleges van de subregio vastgesteld.

Met een regionale kop en die subregionale bijdragen is de woonagenda ook door de provincie vastgesteld.

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

In de subregionale woonagenda wordt uitgegaan van zowel kwantitatieve als kwalitatieve uitgangspunten. In de kwantitatieve uitgangspunten is het uitgangspunt dat we gaan voor een versnelling in de woningbouw, waarbij 70% van de richtlijn van ongeveer 16000 woningen tot 2027 nog voor 2022 wordt opgeleverd. Een enorme opgave, waarin ook dit plan een bijdrage levert.

3.1.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat de ontwikkeling voorziet in een behoefte.

3.2

Relevant provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de omgevingsvisie wij hier richting aan. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand verstedelijkt gebied en past daarmee binnen de omgevingsvisie. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen.

Voor de Provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Alle woningen in onderhavig project zijn levensloopgeschikt en de appartementen in het sociale huursegment zijn bedoeld voor ouderen die beschut willen wonen (wonen met zorg voor ouderen). Het plan draagt hiermee bij aan een duurzaam woon- en leefklimaat.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

15

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de Provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De Provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Er is geen beleid uit de Omgevingsvisie relevant in relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

3.2.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.

3.3

Relevant gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Nijmegen 2013

De structuurvisie Nijmegen 2013 bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in de stad en geeft de keuzes weer die de gemeente Nijmegen maakt in het ruimtelijk beleid. Met de Structuurvisie wordt invulling gegeven aan de ruimtelijke ambities, die zijn vertaald in een uitvoeringsprogramma. De Structuurvisie kent een planhorizon van 10 jaar. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Structuurvisie relevant: Wonen We zijn terughoudend met het verlenen van medewerking aan nieuwe bouwprojecten buiten de ontwikkellocaties Waalsprong, het Waalfront en de omgeving van het Centraal Station. Nieuwbouw moet nadrukkelijk een tekort in de wijk opheffen. Bijvoorbeeld met combinaties van wonen en zorg of woningen voor studenten en jongeren in en bij het centrum van de stad. Of projecten die bestaande woningen vervangen. Deze terughoudendheid geldt zeker ook voor de bouw van nieuwe kantoren en bedrijfsruimtes daar waar elders in de stad forse leegstand is. We kiezen voor aanpassing en herbestemming.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

We willen bewoners en bedrijven binden aan stad en wijk. Dit is ook een vorm van duurzaamheid. Een aantrekkelijke en prettige woonomgeving zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen lang in hun wijk blijven wonen. Alle woningen in het plangebied zijn levensloopgeschikt. Het plan draagt hiermee bij aan het bereiken van een aantrekkelijke en toekomstbestendige woonstad voor iedereen. Groen en blauw structuren De identiteit van Nijmegen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de natuurlijke ligging in haar groene omgeving. Hier komen rivier en uiterwaarden, bos en stuwwal samen. Het is een groene stad waaraan de hoogteverschillen een speelse, bijna buitenlandse charme geven. De oostkant van de stad is hoog en droog. Hier zien we de beboste stuwwallen, die behoren tot de Ecologische Hoofdstructuur. Hier ligt ook de Ooijpolder, een belangrijk uitloopgebied van de stad. De westkant van Nijmegen ligt beduidend lager. Dit is het natte gedeelte van de stad met vlakke, polderachtige landschappen. Andere belangrijke groenstructuren in en om de stad zijn het Goffert Park, Staddijk en Berendonck. We hebben als stad onze (ruimtelijke) grenzen bereikt. Duurzame stedelijke ontwikkeling betekent dat we zorgvuldig omgaan met de ruimte in en om de stad.

Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de Duurzaamheidsladder: we zoeken eerst naar ruimte in bestaand bebouwd gebied, voordat uitbreiding buiten de stedelijke contouren wordt overwogen. Zorgvuldig omgaan met ruimte betekent ook dat we de groenblauwe structuren in de stad respecteren bij ruimtelijke ontwikkelingen. We willen de groene en blauwe kwaliteiten zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterken. Groene en blauwe randen en structuren zijn van groot belang voor gezondheid, recreatie en beleving. We streven daarom naar een stad met een stevige groenblauwe rand. Ook investeren we in extra groen in en om de stad, bijvoorbeeld in Park Lingezegen, de Oosterhoutse Waarden en de Waaijer en in het verbeteren van de toegankelijkheid van deze gebieden. De groene kwaliteiten van Nijmegen willen we verder versterken en benutten door te blijven investeren in de groene stadsranden. Er is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de groene randen van de stad. De ambitie is om de positie van deze groengebieden te versterken en de toegankelijkheid te vergroten.

3.3.2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid, omdat het een uitbreiding in bestaand bebouwd gebied betreft in de Waalsprong.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

17

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Wonen

Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027 Met de “Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027” hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 12.050 woningen tot 2027. Om de versnelling vorm te geven mag 70% van het totale aantal woningen in de eerste jaren worden toegevoegd. Centraal staat goed wonen en leven voor alle huidige en toekomstige inwoners van de regio gemeenten. De woningvoorraad en woonomgeving moet kunnen voldoen aan de (veranderende) woonbehoeften van de inwoners met voldoende aanwezige of bereikbare voorzieningen in de buurt. Afgesproken is aandacht te schenken aan de relatie tussen wonen en mobiliteit, versterking van openbaar groen, energieneutraliteit, alternatieve energieopwekking en voldoende levensloopbestendige woningen.

Regionaal woningmarktonderzoek 2019 De woningmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling in productie nodig is: van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 woningen per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort (circa 5.800 woningen tot 2030). Het tekort is verhoudingsgewijs het grootst in de regio Nijmegen. Het zwaartepunt voor de korte termijn ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Bij het vormgeven van beleid moet het meer gaan om het waarderen van verschillen tussen woonmilieus. Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is vooral het gevolg van het groeiende aantal kleine huishoudens. Dit vertaalt zich in een behoefte aan gemaksvriendelijke kleine woningen, zoals appartementen. In de sociale huursector is er in de hele regio een transformatieopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens. In de koopsector spreidt de behoefte zich over verschillende categorieën en prijsklassen.

Demografische ontwikkeling Nijmegen De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030. De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser.

Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

19

voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Daarnaast is de ambitie het aantal levensloopgeschikte woningen uit te breiden.

Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten.

Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord Nijmegen “Samen Vooruit 2018-2022” zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven: bouwen aan een aantrekkelijke stad. We maken groei mogelijk en zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. We bouwen in deze periode 2000 (400 extra) sociale en 1200 (500 extra) middeldure huurwoningen.

Planningskader wonen met zorg voor ouderen 2017 Met het planningskader wonen met zorg voor ouderen hebben we de behoefte voor toekomstige huisvesting van ouderen en mensen met een beperking in de sociale huur in kaart gebracht. Uitgangspunt van het planningskader is maximaal inzetten op het bouwen van levensloopgeschikte woonruimten.

Coldplaystraat 3; toevoeging van 2 bouwkavels Deze ontwikkeling met de bouw van 2 extra bouwkavels, dure woningen voorziet in de woningvraag naar dure vrije woningen. In het woonbeleid richten wij ons nadrukkelijker op het betaalbare en middensegment en demografische trends vergrijzing en op meer 1-2 persoons

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

huishoudens. Dit plan richt zich op de nieuwbouwvraag van vrijstaande grotere woningen. Deze woningen voorzien in de woningvraag en het tegengaan van het woningtekort. Voor deze kleine toevoeging van 2 woningen is een goede stedenbouwkundige inpassing belangrijk. De stedenbouwkundige inpassing van de kavels is akkoord. Daarmee past het binnen de woonbeleid en vult het een deel van de woningvraag in. Aspecten zoals levensloopbestendigheid (levensloopbestendig bouwen) en duurzaamheid met de bouw van energiezuinige en circulair gebouwde woningen zijn belangrijk om ook toekomstbestendige woningen toe te voegen

4.2

Bedrijven en milieuzonering

In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Het plan voorziet in het toevoegen van twee bouwvlakken voor het realiseren van twee woningen in een gebied dat al is bestemd voor wonen. Ook de directe omgeving bestaan alleen uit woonbestemmingen. Er is dus geen hinder van bedrijvigheid te verwachten. Er zijn geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.3

Geur

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is een beoordelingskader opgenomen voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Doorwerking plangebied Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen agrarische bedrijven aanwezig zijn, vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Geluid

In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied de geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij vaststelling of herziening van het bestemmingsplan. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van: wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

21

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

Een akoestisch onderzoek is in onderhavig geval niet vereist, aangezien het plangebied is gelegen aan de Coldplaystraat, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

4.5

Luchtkwaliteit

Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.

Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.

Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 ìg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 ìg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3

1 juni 2011

Tabel: luchtkwaliteit

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.

22

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Gevraagd is de mogelijkheid te creëren voor 2 woningen. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat dat aantal woningen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Het plan is daarom NIBM.

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijnstof (max. 20 ìg/m3 fijn stof) echter niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijnstof). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

4.6

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De enige relevante risicobron die nog invloed kan hebben op het plangebied is het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Het spoor ligt echter ongeveer op 450 meter afstand waardoor de risico's zeer beperkt zijn. Hierdoor kan voor de verantwoording van het risico worden verwezen naar de standaardtekst op pagina 33 van de beleidsvisie externe veiligheid die de gemeente Nijmegen in 2014 heeft vastgesteld. Er zijn geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.7

Bodem

Er is geen milieuhygiënisch bodemonderzoek bekend. Uit historisch onderzoek zijn ter plaatse van de planlocatie geen bodembedreigende activiteiten bekend.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

23

Uit bodemonderzoeken uitgevoerd in de directe nabijheid van de planlocatie zijn eveneens geen aanwijzingen dat ter plaatse sprake zou zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij het realiseren van de gewijzigde bestemming verwachten we geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging. Voorafgaand aan het aanvraag van een omgevingsvergunning, onderdeel bouwaanvraag dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Het onderzoek moet worden uitgevoerd conform de NEN-normen 5740 (verkennend bodemonderzoek) en 5707 (asbest in grond).

4.8

Water

De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen Het plan behelst de realisatie van twee nieuwe woningen aan de Coldplaystraat. Het plangebied ligt in de wijk Lent en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van de Waalsprong. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig.

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Figuur: Legger wateren

Grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouwen zoals ophogen of door een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen zoals kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voorgrondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.

Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Groot-Brittanniëstraat voor de nieuwe woning met het adres Coldplaystraat 1 en aan de Coldplaystraat voor de nieuwe woning met het adres Coldplaystraat 5. De riolering is uitgevoerd als duurzaam

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

25

gescheiden stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet in principe op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.

Figuur: Overzicht riolering

Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat wel het geval voor de woning met het adres Coldplaystraat 1 maar is dat niet het geval voor de woning met het adres Coldplaystraat 5. Bij deze laatste dient schoon hemelwater wel in de bodem te worden geïnfiltreerd of op andere wijze op eigen terrein verwerkt te worden. In afwijking van de nota Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer dient de berging van hemelwater tenminste 20 mm te bedragen om te voorkomen dat de gemeente aanvullende maatregelen moet uitvoeren om wateroverlast te voorkomen. Het hemelwater dat afstroomt van het perceel Coldplaystraat 1 mag bovengronds naar de openbare ruimte afgevoerd worden echter alleen naar de openbare ruimte aan de zijde van de Groot-Brittanniëstraat. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord.

Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd of anderszins op eigen terrein verwerkt wordt of voor plannen waarbij hemelwater naar de openbare ruimte afgevoerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig.

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke omgevingsaanvraag voor het aspect bouwen. Voor plannen met extra verharding in stedelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Het plangebied ligt deelgebied 4 volgens het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong 2009 en in deelgebied 14 volgens een inventarisatie die is uitgevoerd in 2010. Deelgebied 14 betreft Visveld. In een waterboekhouding wordt de hoeveelheid gerealiseerd verhard oppervlak in deelgebieden in relatie tot de toegestane hoeveelheid verhard oppervlak bijgehouden. Voor deelgebied 14 is in het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan rekening gehouden met 24 hectare verhard oppervlak. Op 1 juli 2017 was in dit deelgebied 22,1 hectare verhard oppervlak gerealiseerd. Dat betekent dat in het deelgebied nog 1,9 hectare beschikbaar is voor extra verhard oppervlak. Deelgebied 14 omvat vooral de wijk Visveld en was op genoemde datum gereed. Sinds 1 juli 2017 is het verharde oppervlak in het deelgebied niet gewijzigd. De toename van verhard oppervlak door de twee nieuwe woningen is gering en past ruimschoots binnen de beschikbare ruimte te verharden oppervlak van 1,9 hectare. Voor dit plan is daarom geen compenserende waterberging nodig. Het waterschap adviseert positief over het plan, onder de voorwaarde dat er voldoende rekening wordt gehouden met genoemde aandachtspunten.

Het ruimtelijk plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer toegestuurd te worden aan Waterschap Rivierenland en kan nader uitgewerkt worden tot op het niveau van een aanvraag watervergunning of melding (indien van toepassing). Voorwaarde daarbij is dat het op te stellen bestemmingsplan niet conflicteert met deze nadere uitwerking. Dit is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Voor de uitvoering van het plan is vanwege de lozing van hemelwater van nieuw verhard oppervlak een watervergunning vereist. In deze watervergunning of melding kunnen nadere technische eisen aan uw plan gesteld worden. U kunt hiervoor contact opnemen met het secretariaat van de afdeling Vergunningen. Zij zijn bereikbaar via e-mailadres secretariaat-afdelingvergunningen@wsrl.nl en telefoonnummer (0344) 64 94 94. Wij adviseren u om uw aanvraag of melding vooraf te bespreken met medewerkers van de Afdeling Vergunningen. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen).

Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. De twee nieuwe woningen dienen eigen aansluitingen voor de afvoer van het afvalwater te krijgen. Voor de aansluiting op de riolering van de nieuwe woning met het adres Coldplaystraat 1 aan de zijde van de Groot-Brittanniëstraat kan mogelijk gebruik gemaakt worden van de bestaande aansluiting van de bestaande woning met het adres Coldplaystraat 3. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Als dat niet het geval is, zijn wel kosten verschuldigd. Voor de aansluiting op de riolering van de nieuwe woning met het adres Coldplaystraat 5 aan de zijde van de Coldplaystraat moet een nieuwe aansluiting gemaakt worden. Voor het maken van een nieuwe aansluiting op de riolering zijn kosten verschuldigd. De bestaande woning met het adres Coldplaystraat 3 is aangesloten op de riolering in de Groot-Brittanniëstraat. Vanwege de realisatie van een nieuwe woning tussen

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

27

Groot-Brittanniëstraat en bestaande woning kan deze aansluiting niet voor deze woning gehandhaafd worden. De bestaande woning dient een nieuwe aansluiting te krijgen op de riolering in de Coldplaystraat. Voor het maken van een nieuwe aansluiting op de riolering zijn kosten verschuldigd. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Het plangebied ligt grotendeels lager dan zijn omgeving. Om wateroverlast te voorkomen, dienen de vloerpeilen minimaal NAP +10,30 m te bedragen. De aansluiting van de percelen waarop de twee nieuwe woningen gerealiseerd worden op hun omgeving verdient bijzondere aandacht. Enerzijds wordt die omgeving gevormd door de rest van de wijk die hoger ligt dan het huidige perceel. Anderzijds wordt die omgeving gevormd door het gedeelte van het huidige perceel waarop zich de bestaande woning bevindt. Een nauwkeurige hoogtekaart kan helpen bij de inpassing van de twee percelen met nieuwe woningen. De goedgekeurde waterhuishoudkundige plannen die bij de aanvraag van de omgevingsvergunning gevoegd moeten zijn, moeten afdoende duidelijk maken dat hemelwater op de juiste wijze verwerkt wordt en dat geen overlast ten gevolge van de afstroming van hemelwater ontstaat.

4.9

Flora en Fauna

4.9.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.

4.9.2

Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden)

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Er dient ook rekening te worden gehouden met de stikstofdepositie.

In de paragraaf luchtkwaliteit is geconstateerd dat de ontwikkeling dat de

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

stikstofdepositie marginaal is. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Er is een groot verschil tussen de beschikbare stikstofruimte en de geschatte benodigde stikstofruimte voor de gebruiksfase en aanlegfase van deze ontwikkeling.

Zelfs bij een worst case-benadering, te weten een ruim aangehouden emissie van 3 kg NOx/jr per woning, is de depositie volgens de stikstofberekeningen niet hoger dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage).

4.9.3

Beschermde soorten

De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.

Op 2 november 2020 heeft Bureau GRAS Advies een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op het perceel (kenmerk BBZ0120 Coldplaystraat 3 Nijmegen). Uit de Quick scan blijkt het volgende Soortgroep Effecten

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

29

Steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, Het projectgebied is onderdeel van het deel rugstreeppad, grote moderkruiper en van Nijmegen waarop het poelkikker soortenmanagementplan Nijmegen – De Waalsprong (Martens & Krijt, 2019) van toepassing is. Deze soorten zijn niet aangetroffen in het projectgebied. De voor deze soorten vereiste landschapselementen zijn in het projectgebied afwezig. Op grond daarvan is de aanwezigheid van deze soorten in het projectgebied op voorhand uit te sluiten. Flora Het veldbezoek vond plaats aan het eind van het groeiseizoen van planten zodat een goede indruk is verkregen van de aanwezige soorten. Hierbij is de aanwezigheid vastgesteld van enkele algemeen voorkomende soorten grassen en kruiden, zowel inheemse soorten, alsmede van diverse soorten tuinplanten. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Kleine marterachtigen De tuin is geschikt als foerageer gebied voor kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn), boommarter en steenmarter. Er zijn geen geschikte nestlocaties voor deze soorten aanwezig. Er zijn in het projectgebied ook geen structuren aanwezig die een verbindingsroute voor kleine marterachtigen kunnen vormen. De aanwezigheid van deze soorten in projectgebied is derhalve beperkt tot incidenteel foeragerende en passerende exemplaren.

Overige zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of sporen van zoogdieren aangetroffen. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als egel, konijn en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming 'andere soorten', maar staan ook in de categorie 'vrijgestelde soorten'. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Vleermuizen

In het gebied zijn geen bomen of gebouwen met holtes of scheuren aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Het woonhuis bevat uitsluitend open stootvoegen op minder dan 50 cm boven het maaiveld en bevat geen andere voor vleermuizen toegankelijke openingen. Het woonhuis is daarmee niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Het projectgebied is gezien de ligging in een woonwijk met tuinen en groenstructuren en nabijheid van waterpartijen geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Gelet op de beperkte omvang van het projectgebied en ruime mate waarin alternatief, hoogwaardig foerageergebied in de directe omgeving beschikbaar is, is van een functie als essentieel foerageergebied geen sprake. De aanwezige bomen vormen geen duidelijke, robuuste lijnvormige structuur die voor vleermuizen belangrijke landschapselementen verbindt. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is derhalve niet aannemelijk. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

31

Vogels Huismus

Tijdens het locatiebezoek zijn huismussen waargenomen op het dak van het woonhuis en in de struiken in de tuin. Het dak van het woonhuis is voor huismussen ongeschikt gemaakt, onder meer door het plaatsen van vogelschroot. Bij enkele dakpannen en nokvorsten zijn echter openingen aanwezig die toegang bieden tot het dak en daarmee geschikt zijn als nestlocatie voor huismussen. Het is daarom niet op voorhand uit te sluiten dat huismussen het huis en de naastgelegen schuur gebruiken als nestlocatie. Aangezien het huis en de schuur behouden blijven en hieraan geen werkzaamheden zijn voorzien en de voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect heeft op mogelijk in het huis of schuur aanwezige huismusnesten is nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag niet benodigd.

Overige jaarrond beschermde volgels

Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en struiken gecontroleerd, maar er zijn geen nesten of sporen aangetroffen van jaarrond beschermde soorten. Het woonhuis en schuur bevatten geen openingen die door gierzwaluwen als nestlocatie gebruikt kunnen worden. De aanwezigheid van overige jaarrond beschermde vogels is niet aannemelijk.

Broedvogels

De bomen en struiken zijn gecontroleerd en beoordeeld op aanwezige vogelnesten. Er zijn geen onbewoonde nesten aangetroffen. Wel zijn er meerdere waarnemingen gedaan van broedvogels vliegend boven het terrein en/of zittend in bomen of struiken, te weten merel, houtduif, spreeuw en ekster. Het projectgebied is dan ook onderdeel van het leefgebied van o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages gebruiken als broedlocatie. Dit houdt in dat gedurende het broedseizoen geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de exemplaren en/of nesten van deze soortgroep. Het broedseizoen ligt globaal tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere, maar ook latere broedgevallen zijn mogelijk. Deze 'broedgevallen buiten het broedseizoen om' zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Een nader onderzoek naar beschermde vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet

32

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent - Visveld - 3 (Coldplaystraat 3)

Amfibieën

Reptielen

Vissen

Ongewervelden

4.9.4

benodigd. In het projectgebied is een zwembad en een vijver aanwezig. Het zwembad wordt alleen in de zomer gebruikt en in winter is het overdekt met een zeil. Het zwembad is geen geschikt voortplantingsbiotoop voor amfibieën. In de vijver zitten enkele goudvissen en koikarpers. Dit maakt de vijver ongeschikt als voortplantingsbiotoop voor amfibieën. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Het is mogelijk dat de gewone pad het projectgebied gebruikt als leefomgeving. Deze soort is beschermd conform de Wet natuurbescherming 'Andere soorten', maar staan ook op de categorie met 'vrijgestelde soorten'. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde amfibieën en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. In het projectgebied zijn geen reptielen aangetroffen. Er zijn ook geen biotopen aangetroffen die geschikt zijn voor reptielen. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. In het projectgebied bevindt zich een vijver. In de vijver zitten enkel goudvissen en koikarpers. De aanwezigheid van andere vissoorten is niet aannemelijk. Een nader onderzoek naar beschermde vissen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0c372b23-89e4-4b88-abff-879f67a7e436