Bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor) Plan Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor) IDN: NL.IMRO.0268.BP9007-ON01 Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Rijksbeleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Relevant gemeentelijk beleid
11 11 14 15
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Sectorale aspecten Wonen Economische Zaken Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaatadaptatie
19 19 19 21 21 22 23 24 24 25 26 34 36 38 40
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming
43 43 43 43
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak
47 47
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
49 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
51 51 64
5
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Maatschappelijk
69 69
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
71 71 72 73 74 75
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
77 77 79
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek 2019
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek, 2020
Bijlage 3
Asbestonderzoek
Bijlage 4
Aerius berekening
Bijlage 5
Bureauonderzoek Archeologie, 2020
Bijlage 6
Inventariserend Veldonderzoek, proefsleuven
Bijlage 7
Windhinderonderzoek
Bijlage 8
Bezonningstudie
Bijlage 9
Geluidreflecties door nieuwbouw
Bijlage 10
Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Bomeneffectanalyse
Bijlage 2
Beleidsregels Parkeren
6
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het plan wordt beoogd om nieuwbouw van de GGD mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Professor Bellefroidstraat. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door Profile Nijmegen, een autogarage en aan de westzijde door het complex van de Veiligheidsregio. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door een parkeerterrein. Aan de zuidzijde staan SSH& gebouw 'De Gouveneur '. Er tegenover staat het markante gebouw van het Technovium. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als Gemeente Hatert, Sectie B, nummer 4249. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2270 m2. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg. Dit bestemmingsplan is door de raad op 15 februari 2017 vastgesteld. De beoogde ontwikkeling past qua bestemming en maatvoering niet in het vigerend bestemmingsplan. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving.Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
8
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Op de huidige kavel heeft het Tandlab gestaan, een onderzoeksinstituut. Deze is reeds gesloopt en gesaneerd. Op de kavel zijn verschillende plukjes met groen te vinden waarvan veel beschoeiing maar ook enkele bomen met ecologische waarde. De ecologische waardevolle bomen zijn vrijstaande bomen die langs de Professor Bellefroidstraat in boomspiegels staan en enkele bomen die een stedelijke houtwal vormen tussen het voormalige Tandlab-gebouw en de naast gelegen parkeer voorziening. De locatie, gelegen aan de Professor Bellefroidstraat, is dichtbij het HOV knooppunt – station Heyendaal gelegen waar in de bestaande situatie al een goede wandel / fiets verbinding is tussen OV haltes en de bereikbaarheid van de kavel. De kavel scheidt ook drie verschillende typen van stedelijke bruikbaarheid; wonen, werken en onderwijs. De kavel grenst aan de Professor Bellefroidstraat welke, naast een normale straat, dient als start route van de veiligheidsdiensten. Dit komt omdat zuidwestelijk het complex van de Veiligheidsregio is gehuisvest. Ten zuiden van de kavel, aan de overkant van de Professor Bellefroidstraat, staat het ca. 45 meter hoge SSH& gebouw 'De Gouveneur ' . Er tegenover staat het markante gebouw van het Technovium met een maximale bouwhoogte van 27 meter.
Aan de oostzijde zitten bedrijven; een garage, tankstation en een entertainment hal, aan de westzijde staat het pand van de veiligheidsregio die overgaat in woningbouw.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Nieuwbouw op de voormalige TandLAB locatie biedt de mogelijkheid om een derde prominente gevel aan het plein tussen de Gouverneur SSHN en het Technovium te creëren. Om dit te bereiken is er een zekere vorm van hoogbouw nodig die het samenspel met de omgeving aangaat en een ensemble creëert. De hoofdentree van de nieuw te bouwen GGD zal zich naar het plein (zuiden) richten, waar deze in verbinding staat met het ov knooppunt. Een tweede entree kan aan de noordzijde gesitueerd worden gekoppeld aan het parkeerterrein. De fysieke uitstraling moet rustig en vertrouwd overkomen. Het beoogde ensemble wordt aaneengesloten door een voetgangers vriendelijke openbare ruimte die tot aan de nieuwbouw reikt. De projectlocatie is gelegen aan de Professor Bellefroidstraat waar zowel de uitrit van de brandweer als de uitritten van de Gouverneur SSHN en het Technovium gelegen zijn. Door de maartschappelijke functie die een GGD (gebouw) bekleed kan er volledig ingezet worden op de potentiele verkeersstromen van het HVO knooppunt waar de functie en thematiek van een GGD een belangrijke rol in spelen. Het parkeerterrein zal in zijn functie gelijk blijven echter zal de GGD de hoofdgebruiker van het terrein worden. Dit zal er voor zorgen dat het terrein éénduidig, groen en overzichtelijk her-ingepast wordt. Passend bij de maatstaf van een maatschappelijke instelling als een GGD.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
9
10 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit tot 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeentes krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. De SVIR laat een sterke focus zien op het herstel van de economie met prioriteit bij de ontwikkeling van de mainports Amsterdam en Rotterdam, de brainport Eindhoven en de greenports met bijbehorende achterlandverbindingen. Voor de topregio's heeft het Rijk een excellente ruimtelijk-economische structuur voor ogen, door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in een goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's en concentratie van de topsectoren. Hiervoor moeten genoeg woningen, bedrijventerreinen en kantoren beschikbaar zijn. En deze moeten passen bij de wensen van bedrijven en hun werknemers. In Nijmegen bevindt zich een van deze topregio's: de Health Valley. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn.
Het kabinet heeft in de SVIR 3 rijksdoelen geformuleerd: de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
Hiervan zijn 13 onderwerpen van 'nationaal belang' afgeleid, waarvoor centrale sturing nodig wordt geacht en waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en haar bevoegdheden wil inzetten. In vergelijking met eerder rijksbeleid wordt veel aan lagere overheden overgelaten. Planologische besluiten worden niet meer preventief getoetst op de naleving van nationale normen, tenzij het de directe belangen van Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en het ministerie van EL&I inzake weg -en waterbeheer, defensieterreinen of Rijksinpassingsplannen voor energie-infrastructuur betreft.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn rijksregels opgenomen ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deze zijn van belang voor de inhoud van bestemmingsplannen. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructuurbeleid in 13 nationale belangen. Met de uitbreiding van het Barro en het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) is de juridische verankering van de SVIR nagenoeg compleet. Een deel van het Barro is gebaseerd is op eerdere planologische kernbeslissingen (pkb's) en
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
11
beleidsnota's die in de SVIR worden herbevestigd. Deze onderdelen volgen de nahangprocedure en kunnen vervolgens in werking treden. Het betreft de volgende onderdelen: Rijksvaarwegen; Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan.
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Op 1 oktober 2012 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 Bro lid 2 vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' wordt verstaan is in het Bro opgenomen en is verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaat het Bro een 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca,
12 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
3.1.3.1
Stedelijke ontwikkeling
Allereerst moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Andere stedelijke voorzieningen betreffen volgen de Nota van Toelichting (2017) “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure”. Het initiatief om een Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) met bijbehorende functies (zoals kantoren) ter realiseren kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling van een bedrijfsbestemming naar een maatschappelijke functie. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) met bijbehorende functies (zoals kantoren) binnen de bebouwde kom van Nijmegen. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro.
Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het voorliggende plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan. Bij een uitbreiding van planologische mogelijkheden bij de functie GGD is er vanaf 500m2 bvo sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het plangebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Deze toets heeft plaatsgevonden en is bijgesloten als bijlage bij de plantoelichting. 3.1.2.2 Conclusie Op basis van het rapport kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte en vindt binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
13
3.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid en ambities over thema's zoals ruimte, energie, klimaat, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De Omgevingsvisie is een 'plan' dat richting geeft (een gedeeld vergezicht), en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. De uitwerking van de Omgevingsvisie vindt plaats in sectorale of regionale programma's, waaronder de Regionale Energiestrategieën, Programma Mobiliteit, en Regionale Woonagenda's. De doelstelling van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hierbij ligt de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie. De Omgevingsvisie omschrijft de doelstelling als volgt: Gezond: een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, en de bescherming van onze flora en fauna Veilig: voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En aandacht voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid Schoon: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.
En het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie Welvarend: een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen Duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie worden in onderlinge samenhang bekeken. Dit resulteert in ambities op het gebied van de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Deze ambities zijn gerelateerd aan de kerntaken van de provincie. Elke ambitie kent zijn eigen doelstellingen en aanpak. Voor de uitvoering hanteert de provincie vier 'doe-principes': Doen: De provincie kijkt breed met focus en zoekt actief ruimte. Laten: De provincie stimuleert niets buiten haar visie. Zelf: De provincie neemt zelf verantwoordelijkheid en geeft het goede voorbeeld. Samen: De provincie werkt samen met partners en stimuleert innovatie en kennisdeling.
Sinds 2014 zijn vijf wettelijke verplichte planfiguren opgenomen in de Omgevingsvisie. Het gaat om ruimtelijk beleid, waterbeleid, milieubeleid, natuur- en landschapsbeleid, en verkeers- en vervoersbeleid. Bij het ruimtelijke beleid is het provinciaal belang het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit, het vergroten van klimaatbestendigheid en behoud van natuur- en landschappelijke kwaliteit. De kwantitatieve regionale opgave bij wonen en werklocaties is eveneens van provinciaal belang. Hiervoor zijn er provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen. Voor een zorgvuldige locatie-afweging op regionaal niveau wordt de ladder duurzame verstedelijking ingezet. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
14 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. In hoofdstuk 4 wordt op de verschillende aspecten ingegaan.
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
15
het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.
Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid, zowel voor hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top drie van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren.
Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.
16 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. Conclusie De bouw van het GGD Kantoor voldoet aan aan en versterkt opgave 1 en 4.
8 richtinggevende keuzes De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal
Conclusie De Nijmeegse omgevingsvisie biedt ruimte voor het verder ontwikkelen rondom knooppunten (zie voor meer informatie pagina 44 van de Omgevingsvisie). De aanwezigheid van Station Heyendaal in de directe nabijheid van deze locatie zorgt ervoor dat de bereikbaarheid door verschillende verkeerstromen voor deze locatie zeer goed is. De gemeente en ontwikkelaar zorgen voor een afname in hittestress. Hittestress wordt tegengegaan door middel van: kleur, schaduw en groen. Door de goede kleur en materiaal keuze wordt hitte niet opgenomen en ook niet weerkaatst. De schaduw van het toekomstige gebouw creëert koelteplekken maar zorgt niet voor schaduw overlast op privé gronden. Daarnaast wordt door juist groene patio's , daken en gevels meer vergroening in en rondom het gebouw toegepast waardoor er meer verkoeling ontstaat.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
17
18 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Wonen
Het plan betreft het mogelijk maken van een maatschappelijke bestemming t.b.v. de nieuwbouw van de GGD aan de Professor Bellefroidstraat. Met de maatschappelijke bestemming wordt geen wonen mogelijk gemaakt.
4.2
Economische Zaken
Over de programmering van (nieuwe) kantoren zijn in de regio Arnhem Nijmegen regionale afspraken gemaakt in het Regionaal Programma Werklocaties (RPW 2017). Specifiek voor kantoren tot 1.500 m2 geldt het Nijmeegse beleid voor kleine kantoren in Nijmegen. Laatstgenoemde is niet van toepassing voor de nieuwbouw van de GGD aan de Professor Bellefroidstraat in Nijmegen.
Kantoren in het RPW 2017 Doelstellingen van de programmeringsafspraken zijn het bereiken van een kwalitatief evenwicht van vraag en aanbod in de regio en het versterken van toekomstbestendige kantorenlocaties. Om deze doelen te bereiken wordt ingezet op:
1. 2. 3.
Het bieden van voldoende ontwikkelruimte op de toekomstbestendige centrumlocaties Arnhem Centraal en Nijmegen Centraal. Het reduceren van het overaanbod op alle overige locaties (dus buiten de hierboven genoemde centrumlocaties). Een nee, tenzij beleid voor kleinschalige initiatieven met een duidelijk lokaal karakter. Bij aangetoonde behoefte en als er geen alternatieven in de bestaande voorraad zijn, dan pas zijn nieuwe ontwikkelingen voor dit segment mogelijk.
Specifiek voor kantoren op kantorenparken in de regio wordt concentratie van de kantorenvolumes op de meest toekomstbestendige kantorenpark-locaties beoogd: Velperweg, Arnhems Buiten, Brabantse Poort en Heyendaal. Dit betekent concreet dat op deze kantorenpark-locaties: Ruimte blijft voor benutting van het bestaande courante vastgoed; Onderzocht wordt welk deel van het incourante aanbod door herontwikkeling of nieuwbouw mogelijk weer op de markt gebracht kan worden en bepaald wordt welk deel van het incourante aanbod aan de markt kan worden onttrokken; Er geen ruimte is voor het ontwikkelen van overige (nieuwe) plannen.
Voor kantoren bij maatschappelijke, zorg- en onderwijsinstellingen zijn geen nieuwe regionale afspraken gemaakt. De kantoorfunctie is hier immers ondersteunend aan de hoofdfunctie (maatschappelijke zorg). In het RPW is dit niet veranderd en dergelijke kantoorfuncties blijven dus toegestaan.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
19
Nieuwbouw GGD Professor Bellefroidstraat Het huidige gebouw van de GGD aan de Groenewoudseweg is te klein en voldoet niet meer aan de eisen. De GGD bouwt een nieuw kantoor aan de Professor Bellefroistraat. De achtergelaten locatie Groenewoudseweg wordt getransformeerd naar wonen (studentenhuisvesting). Er worden per saldo geen nieuwe vierkante meters kantoren toegevoegd. De locatie voor het nieuwe kantoor aan de Professor Bellefroistraat ligt in de directe omgeving van de campus Heijendaal. Campus Heijendaal is in het RPW (2017) als toekomstbestendige kantorenparklocatie benoemd. Het bestaande gebouw van de GGD aan de Groenewoudseweg zal worden gesloopt en worden herontwikkeld tot wonen. Er vindt vervangende nieuwbouw van het GGD-kantoor aan de Professor Bellefroistraat plaats. De vierkante meters van een incourant pand aan de Groenewoudseweg worden uit de markt genomen. De GGD wordt als maatschappelijke (zorg-) instelling bestemd en de kantoorfunctie is ondersteunend is aan de hoofdfunctie maatschappelijke zorg. Voor de horeca die in het nieuwe pand van de GGD komt geldt het beleid voor ondersteunende horeca bij maatschappelijke doeleinden. In de nota Ondersteunende Horeca uit 2001 zijn de beleidslijnen voor ondersteunende horeca vastgelegd.
Van ondersteunende horeca is sprake wanneer men in een zaak die geen (planologische) hoofdbestemming horeca heeft iets kan consumeren en men daarvoor moet betalen. Er is sprake van ondersteunende horeca als de volgende criteria gelden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via die van de hoofdactiviteit; er is dus geen aparte ingang. het aantal m2 ondersteunende horeca is gemaximeerd ten opzichte van de hoofdfunctie; er is in het pand vrij toegankelijke sanitaire ruimte. voor de horeca-activiteit mag geen aparte reclame worden gemaakt.
De horeca-activiteit binnen de GGD past binnen deze criteria. Wat betreft de toegestane omvang (punt 4) geldt dat: Het aantal m2 mag voor maatschappelijke doeleinden niet boven de 10% van het totale oppervlak van de hoofdfunctie uitkomen. Definitie gehanteerde oppervlakte: de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, ten dienste van de ondersteunende horeca-functie, niet inbegrepen de daarbij behorende ruimten als opslag, keuken- en toiletruimten. De toekomstige ondersteunende horeca in het pand voldoet hieraan.
20 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.
De volgende bedrijvigheid bevindt zich in de omgeving van het plangebied: Heyendaalseweg 90 Heyendaalseweg 94 Heyendaalseweg 94 Heyndaalseweg 96 Heyendaalseweg 98
Bowlingbaan Alround Bv Tinq Nijmegen Tankstation zonder LPG Car Wash Green &Clean Profile Tyre Centre Technovium ROC
Bovenstaande bedrijven zijn niet zwaarder dan categorie 2 volgens de VNG publicatie. Het plan maakt een maatschappelijke functie mogelijk zijnde een kantoorgebouw voor de GGD. Bovenstaande functies leiden niet tot enige hinder op het plangebied. Het te realiseren kantoor heeft verder ook geen beperkende invloed op de al aanwezige bedrijfsfuncties. Daarnaast is op Professor Bellefroidstraat 11 de Brandweerpost Nijmegen gevestigd met een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woongebieden. Binnen het plangebied wordt echter alleen een kantoor- en publieksfunctie voor de GGD gevestigd. Een kantoor geldt niet als een geluidgevoelig object. Ook de publieksfunctie van de GGD geldt niet als geluidgevoelig aangezien de bezoekers hier maar kort verblijven.
Conclusie Op grond van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.4
Geluid
Het plan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen en ook geen nieuwe gezoneerde geluidbron mogelijk. Het plan hoeft dus niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
21
4.5
Luchtkwaliteit
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Tabel: luchtkwaliteit
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.
Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5.
22 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Het gaat hier om de nieuwbouw van een kantoor. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat het aantal voertuigen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Ook zijn de jaargemiddelde concentraties in het gebied dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden. Het plan is daarom NIBM.
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een kantoor is geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijn stof (max. 20 ìg/m3 fijn stof) echter niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.
4.6
Geur
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is een beoordelingskader opgenomen voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
23
Doorwerking plangebied Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen agrarische bedrijven aanwezig zijn, vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. In de omgeving van het plangebied ligt geen enkele risicobron die leidt tot een PR of GR.
Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Bodem
De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende bodemonderzoeken: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Professor Bellefroidstraat 22 te Nijmegen, TAUW B.V., kenmerk R001-1269981MXR-V01-srb-NL, van 12 april 2019; Verkennend bodem- en asbestonderzoek Professor Bellefroidstraat 22 te Nijmegen, TAUW B.V., kenmerk R001-1276637MXR-V01-mwl-NL, van 9 juli 2020 Nader asbestonderzoek Professor Bellefroidstraat 22 te Nijmegen, TAUW B.V., kenmerk R001-1278101LFK-V01-srb-NL, van 3 december 2020.
Uit deze onderzoeken blijkt het volgende: In de grond rondom de (voormalige) bebouwing zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB gemeten; Na sloop is de grond op de plaats van de voormalige bebouwing onderzocht. In deze grond zijn geen verontreinigingen aangetoond; Zintuiglijk en analytisch is in de grond geen asbest aangetoond. Het grondwater hoefde niet te worden onderzocht omdat het grondwater zich op meer dan 5 meter diepte bevindt; Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat ter plaatse kleine hoeveelheden asbest worden aangetoond, maar dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.
Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen herontwikkeling. We verwachten geen maatschappelijk of financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.
24 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
4.9
Water
1. De watertoets
Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
2. Algemeen
Het plan behelst de realisatie van nieuwbouw voor de GGD aan de Professor Bellefroidstraat. Het plangebied ligt in de wijk Groenewoud en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
3. Oppervlaktewater
In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
4. Grondwater
Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen zoals kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
25
In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
5. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Professor Bellefroidstraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
4.10 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. voert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.
26 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in bijlage).
De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
27
De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Het betreft een braakliggend terrein met een rij jonge bomen. De verwachte ecologische waarde is zeer gering aangezien het pand op het terrein recent is verwijdert inclusief al het omliggende groen. Enkel de bomenrij is blijven staan. Deze blijft tevens behouden binnen het nieuwe plan. Een onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling.
Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden. Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing.
28 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven. Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is.
We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Het plangebied voldoet aan deze norm.
Groenplan De groene draad (2007)
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
29
Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau.
Binnen het plangebied is geen groene hoofdstructuur aanwezig.
Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Binnen het plangebied is geen hoofdboomstructuur aanwezig.
Bestaande bomen Binnen het plangebied is een rij bestaande bomen aanwezig. Voor deze bomen is een kwaliteitsmeting gedaan. Alle bomen hebben een goede levensverwachting. Daarnaast is
30 vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
bekeken of de bomen ingepast kunnen worden binnen de nieuwe ontwikkeling. Allereerst is bekeken wat de beschermde zone moet zijn van de bomen. In rood de zone van bescherming voor de bomen.
De strook is 8 meter breed, 4 meter ten noorden en 4 meter ten zuiden van de bomen (gemeten vanuit het hart van de boom). Het geel gearceerde gebied laat ruimte voor maaiveld activiteiten van maximaal 2 meter hoog. Dit betreft een deel van de bestaande kroon en een deel verwachte kroontoename. De nieuwe plantwikkeling gaat echter voor een klein deel over het geel gearceerde gebied heen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud - Kwakkenberg - 7 (Professor Bellefroidstraat, GGD kantoor)
31
Dit betekent dat de bomen op die plekken gesnoeid moeten worden. De verwachting is dat de bomen met de ingreep geen vitale schade zullen oplopen. Wel is het noodzakelijk om de snoei regelmatig herhalen aangezien de bomen naar een natuurlijke habitat willen groeien. Doormiddel van begeleidingssnoei kunnen de bomen nog jaren mee op deze locatie. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten.