Bestemmingsplan Nijmegen De Stelt - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5) Plan
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5) IDN: NL.IMRO.0268.BP23501-VG01
Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 8 10 10
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
13 13 13
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
15 15 17 18
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16
Sectorale aspecten m.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Wonen Externe veiligheid Bodem Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Duurzaamheid en klimaatadaptatie
21 21 22 22 22 24 24 24 25 26 27 31 39 43 46 49 49
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
53 53 53
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal
55 55
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg Participatie
57 57 57 57
Regels
59
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
61 61 74
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Tuin Verkeer Wonen
79 79 81 83
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
87 87 88 90 91 93 94
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
97 97 99
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkennend bodem en asbest onderzoek
Bijlage 2
stikstofrapport
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlagen bij regels Bijlage 1
6
Beleidsregels Parkeren
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Vossenpelssestraat 5 is door de eigenaar een kleine ontwikkeling voorzien. Hiervoor is een verkavelingsplannetje gemaakt waarbij, drietal vrijstaande woningen zullen worden gerealiseerd. Het gebied "de Waalsprong" is de Nijmeegse uitbreidingslocatie en is gesitueerd aan de noordzijde van de rivier de Waal. In deze Vinex-locatie worden in totaal circa 12.000 woningen gerealiseerd. Onderdeel van de ontwikkeling van de Waalsprong is het gebied de Stelt. De Stelt ligt direct ten zuiden van het bestaande dorp Lent en direct ten noorden van de rivier de Waal.
Figuur 1: Overzicht Waalsprong met locatie De Stelt-Oost
De Stelt-Oost Na de deelgebieden De Stelt-Noord, De Stelt-Zuid en De Stelt-Oost wordt nu via dit bestemmingsplan De Vossenpelssestraat 5 vormgegeven. Het is de bedoeling dat in dit gebied maximaal 3 woningen worden gerealiseerd.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
7
Figuur 2: Locatie plangebied
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Vossenpelssestraat ter hoogte van het Fort Boven-Lent (ook wel Fort Sprokkelenburg of Fort Lent), in de nanbijheid van de wijk Vossenpels Zuid. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de bestaande woningen aan de Vossenpelssestraat 5 en aan Aan de zuidzijde komt de nieuwe wijk De Stelt-Oost. De grond in het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie H, nummer 380. Het totale plangebied beslaat een oppervlakte van circa 1800m2. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
8
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Figuur 3: Luchtfoto planlocatie
Figuur 4: Streetview planlocatie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het huidig geldende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan De Stelt-Oost. Dit bestemmingsplan is door de raad op 14 september 2021 vastgesteld; het plan is op 14 juli 2022 onherroepelijk geworden. Daarnaast geldt beheersverordening kamerverhuur. Deze beheersverordening is 12 februari 2022 vastgesteld door de raad van de gemeente Nijmegen. De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat de bestemming Tuin geen woningen toestaat. De geldende regeling uit de beheersverordening wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. Deze bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
Figuur 5: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de
10
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante (algemene) beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 worden de sectorale aspecten, inclusief bijbehorend beleid, van het bestemmingsplan beschreven. Vanuit de verschillende sectorale aspecten (zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water) wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling op de planlocatie uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in dit bestemmingsplan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen. De regels zijn opgebouwd uit inleidende regels (hoofdstuk 1) met daarin begrippen en de regels ten aanzien van de wijze van meten. In hoofdstuk 2 staan de (specifieke) bestemmingsregels, die per bestemming regels bevatten waar op de desbetreffende gronden gebouwd mag worden en hoe deze gronden gebruikt mogen worden. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen, zoals aanduidingsregels, die voor het hele plangebied en/of ter plaatse van meerdere bestemmingen gelden.
Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
11
12
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied is momenteel in gebruik als tuin bij de woning Vossenpelssestraat 5. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door woningbouw. Direct achter het perceel komt een nieuwe woonwijk De Stelt Oost met maximaal 50 woningen.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Het gebied Vossenpelssestraat 5 is een onderdeel van De Stelt-Oost. De Stelt-Oost maakt weer deel uit van de zogenaamde landschappelijke ring ('donut') rondom de bebouwings-kern van de Waalsprong. Dit is een zone met bebouwing rondom de watersingel die overgaat in het landschap. In deze zone worden woonmilieus ontwikkeld die de Waalsprong nog niet kent. Er wordt explicieter gebruik gemaakt van de kenmerken van het aanwezige landschap. Dit betreft soms een historisch landschap (dijk, terp, boomgaard) of juist 'nieuw' landschap (plassen, tuindersbuurtschap). De Stelt-Zuid is inmiddels afgerond en vormt een mooi voorbeeld van een woonmilieu geïnspireerd door dijk en boomgaard. Dit laat zich uiten in woningtypen, architectuur, het opnemen van landschappelijke kenmerken en ruimte voor bewegen en sociale cohesie. In De Stelt-Oost wordt nu ook aandacht gevraagd voor klimaatadaptief bouwen. De 'tools' daarbij zijn onder andere natuurinclusief bouwen, houtbouw en groene daken. De Stelt-Oost ligt langs de dijk, er wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van de bijzondere ligging aan de dijk, geïnspireerd door de kenmerken en geschiedenis van het gebied. Het gebied wordt naast de dijk gedefinieerd door de kenmerkende historie van de dwarskaden; Steltsestraat en Vossenpelssestraat.
Deze twee dwarskaden eindigen op de dijk bij kenmerkende plekken met uitzicht op de Waal, stuwwal en de oude stad. Deze plekken hebben een geschiedenis; het zogenaamde zoeklicht (koude oorlog) in het verlengde van de Steltsestraat en het 19e-eeuwse fort, wat Fort (boven) Lent heet, in het verlengde van de Vossenpelssestraat. Vanaf deze plekken zijn er routes langs de dijk en door de uiterwaarden middels uitgesleten 'olifantenpaadjes'. Beide dwarskaden worden gekenmerkt door een losse korrel (vrijstaande woningen) wat ook doorgezet wordt in het plan van De Stelt-Oost. Dit betekent dat er voor de kavel Vossenpelssestraat 5 voor maximaal 3 vrijstaande woningen is gekozen op maximaal 3 kavels, passend in de planfilosofie van De stelt-Oost.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
13
14
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Relevant rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. In de SVIR is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. b. c.
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Daarnaast geldt voor de verschillende militaire vliegvelden in Nederland dat er rondom de vliegbasis geen hoge bebouwing gerealiseerd mag worden om geen belemmering te vormen voor de radar- en communicatieapparatuur. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevat in artikel 2.4 regels ten aanzien van de bouwbeperkingen in relatie tot radarverstoringsgebieden. Daaruit volgt dat er voor een zone van 15 kilometer rondom de antenne maximale bouwhoogtes voor bouwwerken en windturbines gelden. Het bepalen van deze maximale bouwhoogte moet worden bepaald aan de hand van de hoogteligging (NAP) van de antenne, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. Buiten deze 15 kilometerzone geldt tot 75 kilometer een maximale bouwhoogtegrens voor de tippen van de wieken van windturbines. Een en ander is in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven en ook als zodanig opgenomen in het Rarro.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
15
Figuur 6: Schematische weergave bouwbeperkingen in relatie tot radarverstoringsgebieden
Aangezien binnen dit plan enkel woningen worden ontwikkeld met een maximale bouwhoogte van 11 meter en er zich binnen een straal van 15 kilometer geen radarantennes aanwezig zijn, vormt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het plan is daarom niet in strijd met de SVIR en het Barro.
3.1.2
Ladder duurzame verstedelijking
Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte') . Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro van toepassing is.
Aangezien onderhavig bestemmingsplan slechts ziet op het realiseren van drie woningen is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op onderhavig ontwikkeling. Bovendien vindt de ontwikkeling plaats in bestaand stedelijk gebied. Benutting van beschikbare gronden
16
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Er is hier sprake van herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Het plan voorziet hiermee in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.
3.1.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat de ontwikkeling voorziet in een behoefte.
3.2
Relevant provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de omgevingsvisie wij hier richting aan. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand verstedelijkt gebied en past daarmee binnen de omgevingsvisie. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen.
Voor de Provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Alle woningen in onderhavig project zijn levensloopgeschikt en de appartementen in het sociale huursegment zijn bedoeld voor ouderen die beschut willen wonen (wonen met zorg voor ouderen). Het plan draagt hiermee bij aan een duurzaam woon- en leefklimaat.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de Provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De Provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. De Omgevingsverordening heeft daarom de status van:
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
17
Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Er is geen beleid uit de Omgevingsvisie relevant in relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied.
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes
18
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
Figuur 7: Opgaven en integrale oplossingen
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid, zowel voor hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top drie van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren.
Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen. 4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. Conclusie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
19
De woningbouwplannen voldoen aan en versterken opgaven 3 en 4. De ontwikkeling vergroot het woningaanbod en verkleind het woningtekort. 8 richtinggevende keuzes De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal
Conclusie Richtinggevende keuzes 2, 3 en 4 zijn van toepassing op het plangebied . Het plangebied en in groter geheel onderdeel van de Waalsprong, biedt een mix van woningen en woonmilieus, met voorzieningen in de buurt.
3.3.2
Coalitieakkoord 2022 - 2026, Ons Nijmegen, stad van iedereen
De afgelopen jaren is al gewerkt aan een mooier, schoner, veiliger, duurzamer, groener en prettiger Nijmegen. Die lijn houden we vast. Met extra stappen en daadkracht waar dat kan. Dat doen we niet alleen, maar met de stad. We gaan de stad nog meer vergroenen, onder meer door veel nieuwe bomen te planten. Daardoor is er meer schaduw en minder hitte in de stad en voelen meer diersoorten zich er thuis. Ook doen we extra ons best om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. We willen in 2045 energieneutraal en aardgasvrij zijn. We bouwen in Nijmegen tot 2040 15.000 nieuwe woningen. Die komen voor een groot deel in het Stationsgebied, Winkelsteeg/Kanaalzone, Waalsprong en Waalfront en op vrijkomende locaties in de stad. Van die woningen wordt tweederde betaalbare koop en huur. Nijmegen is een snelgroeiende stad die we voor iedereen bereikbaar willen houden. Daarom geven we meer ruimte aan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. We zorgen voor goede doorstroming van het verkeer, dat geeft ook schonere lucht. We investeren in het erfgoed dat Nijmegen uniek maakt als oudste stad van Nederland. We hebben een hardwerkende MKB-sector: starters, groeiende en gevestigde ondernemers geven we allemaal ruimte. We willen dat zij kunnen uitblinken en de omslag naar een circulaire productie en dienstverlening kunnen maken.
We gaan de komende jaren fors extra investeren, in wonen, klimaat, energietransitie, bereikbaarheid, luchtkwaliteit en zorg en welzijn voor de mensen die dat nodig hebben. We zullen er alles aan doen om Nijmegen nog mooier, groener en socialer te maken, samen met iedereen in deze prachtige stad.
20
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
m.e.r.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. In 2003 zijn het Voorkeursmodel Waalsprong 2003 en het MER Waalsprong 2003 opgesteld. Ten behoeve van de planvorming voor locatie De Stelt-Oost is nagegaan of het programma nog binnen de bandbreedte van het MER 2003 ligt. De Commissie voor de m.e.r. geeft in haar toetsingsadvies MER Waalsprong 2003 aan dat “in het verdere proces aanvullende informatie alleen nodig is als de plannen zo ingrijpend wijzigen dat ze buiten de gehanteerde bandbreedte in het MER komen waardoor het voorliggende MER er niet meer aan ten grondslag kan liggen. Dat is ter beoordeling aan het bevoegde gezag. Alleen bij planwijzigingen met belangrijke milieugevolgen ligt het voor de hand dat een aanvulling of actualisering van het MER (in een oplegnotitie) bij het ontwerpbesluit ter visie wordt gelegd.” De beoordeling of een dergelijke aanvulling of actualisering nodig is, is voor dit besluit als vormvrije m.e.r. beoordeling uitgevoerd. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.
De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het plan valt in de categorie D 11.2 “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarden voor deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De activiteit voorziet niet in overschrijding van deze drempelwaarden, maar de in het Besluit milieueffectrapportage genoemde drempelwaarden zijn indicatief. Dit betekent dat gelet op artikel 2 lid 5 onder b van het Besluit milieueffectrapportage en op grond van de in bijlage III bij de EEG richtlijn 85/337/EEG (gewijzigd bij richtlijn 97/11/EG en richtlijn 2003/35/EG) genoemde criteria, toepassing moet worden gegeven aan een m.e.r. beoordeling (als bedoeld in artikel 7.16 t/m 7.19 van de Wm) als niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Bij deze criteria dient de gemeente te kijken naar: 1. 2. 3.
de kenmerken van het project, de plaats van het project, de kenmerken van het potentiële effect.
Conclusie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
21
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Het potentiële effect door het voorgenomen bestemmingsplan kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een m.e.r. voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk maakt.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Ten noorden van het plangebied is bestemmingsplan Vossenpels Zuid gelegen waarin slechts zeer lichte bedrijvigheid is toegestaan zoals aan huis gebonden beroepen. Van deze activiteiten is geen hinder te verwachten op het nieuwe plangebied. Ook het Fort Lent aan de Bemmelseweg 4 dat schuin tegenover het plangebied ligt heeft geen invloed (milieucategorie 2, richtafstand 30 meter) op het plangebied. Dit geldt ook voor de propaantank die aanwezig is bij het Fort Lent. Conclusie Op grond van bedrijven en milieuzonering is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.3
Geluid
Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen binnen de geluidzone van de Turennesingel mogelijk. Het geluid wordt door de afstand en de (geplande) bebouwing langs deze weg voldoende afgeschermd waardoor de geluidsbelasting ruim onder de voorkeurswaarde van 48 dB wegverkeerslawaai ligt. Het geluid van de Turennesingel is geen beperking voor de woningbouwplannen. De Vossenpelsestraat wordt geknipt, waardoor er geen doorgaand verkeer mogelijk is tussen de Oosterhoutsedijk en de Laauwikstraat/Vossenpelsestraat. Van het beperkte verkeer op deze weg is geen geluidhinder te verwachten. Conclusie Verkeerslawaai is geen beperking voor de geplande woningbouw.
4.4
Luchtkwaliteit
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a.
22
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
b.
Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Figuur 8: Tabel luchtkwaliteit
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (NIBM; luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het gaat hier om nieuwbouw van maximaal 3 woningen. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat het aantal voertuigen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Ook zijn de jaargemiddelde concentraties in het gebied dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden. Het plan is daarom NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
23
een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijn stof (max. 20 ìg/m3 fijn stof) echter ook niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof) en het plangebied ligt niet binnen 50 meter van een drukke weg (van meer dan 10.000 mvt/etmaal). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit. Conclusie Er zijn geen bezwaren vanuit luchtkwaliteit voor het realiseren van woningbouw op de planlocatie.
4.5
Geur
Er zijn geen agrarische bedrijven in de directe omgeving (< 100 meter) van het plangebied. Geur heeft daarom geen negatieve effecten op de beoogde ontwikkeling.
4.6
Wonen
In maart 2018 is de subregionale woonagenda in de colleges van de subregio vastgesteld. Met een regionale kop en die subregionale bijdragen is de woonagenda ook door de provincie vastgesteld. In de subregionale woonagenda wordt uitgegaan van zowel kwantitatieve als kwalitatieve uitgangspunten. In de kwantitatieve uitgangspunten is het uitgangspunt dat we gaan voor een versnelling in de woningbouw, waarbij 70% van de richtlijn van ongeveer 16000 woningen tot 2027 nog voor 2022 wordt opgeleverd. Een enorme opgave, waarin ook dit plan een bijdrage levert.
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het bestemmingsplan gebied. De Waal Het spoor van Nijmegen naar Arnhem Propaantank fort Lent
24
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Er liggen dus geen bedrijven in de buurt die vallen onder het Bevi en een invloedsgebied hebben over het plangebied. Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. Er ligt geen PR contour over het plangebied. De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Het plangebied ligt op ruim 200 meter van de oever van de Waal. Volgens het Bevt is alleen een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk indien een ontwikkeling plaatsvindt binnen de 200 meter van een bron. Ook het spoor bevindt zich op veel grotere afstand dan deze 200 meter, In het plangebied kan er vanuit deze bronnen alleen een toxisch scenario optreden. Hiervoor is een standaard verantwoording opgenomen in de beleidsvisie van 2014.
De propaantank die aanwezig is bij het Fort Lent valt direct onder het Activiteitenbesluit. De veiligheidsafstand van de tank valt niet over het plangebied. Het explosie-aandachtsgebied zoals dat binnen de Omgevingswet zal gaan ontstaan valt wel over het plangebied. Het risico is echter zeer laag waardoor eventuele aanvullende maatregelen zoals bouwkundige maatregelen niet voor de hand liggen. Conclusie: Op basis van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.8
Bodem
De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van het volgende rapport: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vossenpelssestraat 5 in Lent, d.d. 19-08-2022, 220630_162316, Greenhouse Advies. Uit het/deze bodemonderzoek(en) blijkt: dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten (> achtergrondwaarde) zware metalen, drins (OCB) en PAK zijn aangetoond. In de ondergrond is het gehalte van nikkel licht verhoogd (> achtergrondwaarde) aangetoond. Alle gemeten gehalten voldoen aan de Lokale maximale waarden voor deelgebied Waalspring kassen. In het grondwater zijn licht verhoogd gehalten gemeten voor barium en zink (> streefwaarde). Uit de analyseresultaten van asbest in grond blijkt dat in de monsters geen asbest is aangetoond.
Op basis van het onderzoek blijkt geen sprake te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat geen sterke verontreiniging is aangetroffen. De aangetroffen
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
25
licht verhoogde waarden vormen geen risico voor de beoogde woningbouw. Bij het realiseren van de gewijzigde bestemming verwachten we zodoende geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.
4.9
Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO)
Het plangebied is verdacht op explosieven in het kader van Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO), en met name in de vorm van geschutsmunitie. Het plangebied is niet verdacht op de overige soorten munitie (raket- of afwerpmunitie) of vliegtuigen.
Figuur 9: Locaties OOO t.o.v. plangebied (middelste lichtblauwe vlak)
Uit de OOO risico-inventerisatie blijkt dat de mogelijke aanwezige munitie geen belemmering hoeft te zijn waar het bebouwen van de planlocatie betreft. Dit onder de voorwaarde dat bij de bouw zelf en het bouw- en woonrijp maken van de planlocatie rekening zal worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van dump- en geschutsmunitie in de ondergrond en hiervoor passende mitigerende maatregelen worden genomen. Tevens dient er rekening te worden gehouden met een verticale afbakening voor zowel geschuts- als dumpmunitie van maximaal -2,5 m MV en de regeling voor ondergronds bouwen, zoals opgenomen in artikel 7.3 Ondergronds bouwen van de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie In de planontwikkeling wordt er rekening gehouden met eventuele OOO en er zullen maatregelen worden getroffen om de veiligheid te garanderen.
26
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Figuur 10: Luchtfoto van 17 april 1945: opvallend zijn de stellingen vooral rondom het plangebied
4.10 Water 4.10.1 watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
4.10.2 Algemeen Het plan behelst de realisatie van maximaal drie vrijstaande woningen aan de Vossenpelssestraat 5. Het plangebied maakt deel uit van de bestaande waterhuishoudkundige inrichting van het gebied Lent. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (WIW 2009) en de nota Afkoppelen en infiltratie hemelwaterafvoer (2013) relevant. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
27
4.10.3 Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig (zie figuur 11). Ten noorden van het gebied loopt een primaire watergang, de Singel de Stelt. Het plangebied maakt deel uit van het singelsysteem Waalsprong). Dit deelsingelsysteem is onderdeel van het hoofdsysteem met plassen en singels met gestuwde afvoer naar de plassen, waarop het overgrote deel van deWaalsprong afwatert.
Figuur 11 Legger oppervlaktewater (Waterschap Rivierenland)
Het plangebied ligt in de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering langs de Waal (zie ). In de buitenbeschermingszone is het niet toegestaan om zonder watervergunning grond af te graven. Het plangebied raakt aan de kern beschermingszone. De bouwgrens bakent het gebied af waarbinnen een bouwverbod geldt. Achter de bouwgrens mag onder voorwaarde binnen het profiel van vrije ruimte gebouwd worden.
Figuur 12 Legger waterkeringen (Waterschap Rivierenland)
28
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
4.10.4 Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.
Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
4.10.5 Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Vossenpelssestraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Naast de gemengde riolering ligt een vacuümleiding die niet meer in gebruik is. Zodra de woningen langs de Vosenpelssestraat gebouwd worden, wordt het vacuümriool geruimd. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
29
Figuur 13: Riooltechnische otnsluiting
Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. Voor het plan is rekening gehouden met 96 m2 verharding per woning. Dit komt neer op een totale hoeveelheid verharding van 288 m2. Dat is minder dan 500 m2. Voor plannen met meer dan 500 m2 extra verharding in stedelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Voor het hemelwater, dat afstroomt van de overige verhardingen, is een vorm van zuivering vereist. Deze zuivering moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlaktewater niet negatief beïnvloed wordt. Het gaat er om dat hemelwater dat van wegen afkomt niet direct via kolken naar het oppervlaktewater gestuurd wordt.
Het water zal eerst via wadi's of bermpassages voorgezuiverd moeten worden De omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moet een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke omgevingsvergunning. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: het type infiltratievoorziening/filtervoorziening dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en)
30
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is)
Voor de werkzaamheden is een watervergunning nodig. Dit betreft het bouwen in de buitenbeschermingszone van een waterkering. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 m. Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren.
Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan.
4.11 Flora en Fauna 4.11.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.
4.11.1.1 Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) en stikstof Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
31
natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in bijlage). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. In Bijlage 2 stikstofrapport van de toelichting is het stikstofrapport De Stelt-Oost te vinden. Dit rapport voorziet in de bouw van maximaal 50 woningen. In de Stelt-oost kvoorziet het huidige verkavelingsplan op 35 woningen. Het rapport is dus voldoende om 3 woningen toe te voegen in de directe omgeving.
4.11.1.2 Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
Doorwerking plangebied In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een Quickscan Wet natuurbescherming " 3woningen, Vossenpelssestraat 5, d.d. 14 oktober 2022" uitgevoerd. De voornaamste resultaten zijn navolgend weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De aanwezigheid van beschermde soorten en geschikte leefgebieden in het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur. In de figuur is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In onderstaand figuur is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
32
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
Figuur 11: overzicht geschiktheid plangebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen
Randvoorwaarden voor werkzaamheden Algemene vogelsoorten en vogelsoorten van categorie 5 (niet-jaarrond beschermd) Bezette nesten van vogels uit deze categorie zijn altijd beschermd. Door werkzaamheden buiten het broedseizone uit te voeren is het risico op verstoring van broedende vogels klein. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode maart tot en met augustus. Zorplicht Voor enkele meer algemene vrijgestelde diersoorten die direct bij het plangebied kunnnen voorkomen (zoals muizen en egels) geldt binnen de provincie een vrijstelling in het kader van het ruimtelijk handelen, echter is op deze soorten wel de zorgplicht van de Wnb van toepassing. Handelingen die nadelige gevolgen kunnen veroorzaken op dieren, planten en natuurgebieden dienen bij voorkeur achterwege gelaten te worden. Wanneer dit niet mogelijk is moeten de gevolgen voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt worden. Geadviseerd wordt om buiten de kwestbare periode (maart - augustus) te werken en de werkzaamheden in één richting uit te voeren, zodat dieren de mogelijkheid krijgen te vluchten.
4.11.2 Soortenmanagementplan Nijmegen de Waalsprong (SMP-N) In het SMP-N is aangegeven hoe in de ontwikkelgebieden van de Waalsprong wordt omgegaan met de daar voorkomende soorten i.c. de steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, grote modderkruiper, rugstreeppad, poelkikker en kleine marterachtigen. Op basis van het SMP-N is een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wet natuurbescherming (Wnb) verkregen. Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. Op 8 mei 2019 heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland besloten om de gevraagde ontheffing te verlenen. Door uitvoering van het SMP-N wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost - 1 (Vossenpelssestraat 5)
33
4.11.2.1 Soortenbescherming Zowel voor de ontwikkel- als de eindfase geeft het SMP-N de ambitie en de integrale aanpak om te komen tot een duurzame instandhouding van op dit moment in het gebied de Waalsprong voorkomende beschermde diersoorten steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper, poelkikker en kleine marterachtigen. Daartoe wordt de landschappelijk zone rondom de meer stedelijke woningbouwlocaties van de Waalsprong zodanig ingericht en beheerd dat er kansen worden geboden voor de beschermde soorten en er voor biodiversiteit in algemene zin een plus wordt behaald. Als ontwerpkader is gekozen voor elementen en sfeerbeelden van de historische inrichting van het landschap zoals dat aanwezig was voor de opkomst van de kassentuinbouw in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Door het accent te leggen op het behouden, terugbrengen en versterken van karakteristieke landschapselementen (zoals houtwallen, groepjes, solitaire bomen of bomenrijen, struweelheggen, poelen en kruidenrijke graslanden) wordt een heel natuurlijk passend kader geschapen voor de (her)inrichting van de landschappelijke zone van de Waalsprong. Deze zone zorgt ook voor een directe ecologische verbinding en aansluiting met omringende groene gebieden.
De landschappelijke zone bedient hiermee zowel de woningbouw (ruimtelijke kwaliteit, beleving inwoners) als de natuur (met landschapselementen die afgestemd zijn op de specifieke soorten). In de ontwerpen per deelgebied – op een hoger schaalniveau dan het voorliggende plangebied – is aandacht besteed aan de samenhang tussen de inrichtingselementen en zijn er verschillende milieus gecreëerd waardoor er per soort accenten zijn gelegd. Door deze verschillende accenten ontstaan gebieden die geschikt zijn voor de soort maar die ook gebruikt kunnen worden door andere soorten.
4.11.2.2 Wijzigingsbesluit kleine marterachtigen Omdat de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet in een gunstige staat van instandhouding verkeren heeft de provincie Gelderland besloten om deze soorten niet meer te laten vallen onder een vrijstelling van de Omgevingsverordening. Deze soorten zijn vanaf 1 maart 2019 geregeld via een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Vandaar dat een wijzigingsaanvraag is ingediend voor het opnemen van de kleine marterachtigen in het SMP-N en de gebiedsontheffing via een wijzigingsbesluit. Deze ontheffing is op 28 oktober 2020 verleend. Doorwerking plangebied Voorliggend plangebied maakt geen onderdeel uit van de deelgebieden die in het SMP-N zijn aangewezen voor habitatverbetering. In het plangebied is het treffen van gebiedsmaatregelen – zoals het aanleggen van landschapselementen – dan ook niet aan de orde. Er zijn geen sporen aangetroffen van beschermde diersoorten.