CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Besluitronde (raadsvergadering) 5 april 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving -4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium Merleyn) (20/2023)27.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium) Plan Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium) IDN: NL.IMRO.0268.BP5504-VG01 Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 9 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Relevant rijksbeleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Relevant gemeentelijk beleid

13 13 15 16

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17

Sectorale aspecten M.e.r.-beoordeling Economische Zaken Verkeer en parkeren Geluid Leefomgeving Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Duurzaamheid en klimaatadaptatie Niet gesprongen explosieven Trilling

17 17 18 19 21 21 22 24 25 26 28 29 32 40 42 46 48 50

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels

51 51 51

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal

53 53

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatieproces Inspraak Overleg

55 55 56 56

Regels

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

57

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

59 59 77

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Gemengd Leiding - Riool Waarde - Archeologie 3

81 81 83 85

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

89 89 90 91 92 93

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

95 95 97

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Quickscan flora en fauna 2020

Bijlage 2

Notitie vleermuizen 2021

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek 2018

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek 23 februari 2022

Bijlage 5

Groepsrisico spoor

Bijlage 6

Advies Veiligheidsregio Gelderland Zuid

Bijlage 7

Bodemonderzoek

Bijlage 8

Aeriusberekening 2023

Bijlage 9

Ladderonderzoek

Bijlage 10

Notitie Parkeren en verkeer

Bijlage 11

Trillingsonderzoek

Bijlage 12

Akoestisch onderzoek februari 2023

Bijlage 13

Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling

Bijlage 14

Onderzoek verkeersstromen poppodium Merleyn

Bijlage 15

Locatiestudie poppodium Merleyn

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

6

Beleidsregels Parkeren

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het plan wordt beoogd een poppodium of kantoren te realiseren aan de Nieuwe Marktstraat in een voormalig waterpompstation.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De locatie aan de Nieuwe Marktstraat is een oud waterpompstation en bevindt zich op een paar honderd meter van het Centraal Station, ingeklemd door een woongebouw aan de Stieltjesstraat, het politiebureau, bedrijfsverzamelgebouw De nieuwe Ambacht, de Snelbinder en het spoor. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als Nijmegen, sectie B, 6056 en plaatselijk bekend als Nieuwe Marksstraat 50a en 52. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2200 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

7

Figuur 1: Ligging plangebied in omgeving

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Centrum Stationsomgeving. Dit bestemmingsplan is door de raad op 12 december 2012 vastgesteld; het plan is op 23 december 2013 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat de gronden bestemd zijn voor een Bedrijf - Nutsvoorziening. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld met een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.

Er wordt antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Per 1 januari 2020 is de drinkwaterwinning en productielocatie aan de Nieuwe Markstraat 50a 52 gesloten. Hiermee is ook het beschermingsgebied van de waterwinning uit de Omgevingsverordening Gelderland komen te vervallen. Het terrein is verkocht door Vitens aan de gemeente Nijmegen.

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Merleyn is een belangrijke schakel in de Nijmeegse popinfrastructuur. Echter, de continuïteit van Merleyn staat onder druk. De huidige locatie aan de Hertogstraat voldoet vanwege geluidsisolatieproblemen niet aan de wettelijke normen. Om deze reden is Merleyn al geruime tijd op zoek naar nieuwe huisvesting. Onderliggende locatie is de voorgestelde en onderzochte locatie voor de vestiging van poppodium Merleyn. Op de fundamenten van het voormalige waterpompstation wordt gebouwd volgens het principe van circulaire bouw. Op het dak komt 1,5 meter grond ook voor het geluid. dat verwerkt wordt tot een groen dak, wat gunstig is voor de waterhuishouding en flora en fauna in de buurt. Om de geluidsoverlast van het aankomende en vertrekkende publiek tot een minimum te beperken wordt het publiek zo dicht mogelijk bij de voorgevel gehouden. Het laden en lossen bevindt zich aan de achterkant binnen. De zaal zal ruimte bieden aan zo'n 250 bezoekers. Naast de functie van poppodium wordt het mogelijk gemaakt om op deze locatie kantoren te huisvesten.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

11

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Relevant rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS is bepaald dat niet het Rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. In de SVIR is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. b. c.

het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 Bro lid 2 vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

13

Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en is verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

3.1.2.1

Stedelijke ontwikkeling

Allereerst moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Andere stedelijke voorzieningen betreffen volgen de Nota van Toelichting (2017) “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure”. Het initiatief om een popodium of kantoorruimte ter realiseren kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling van een nutsvoorziening naar een poppodium en in de toekomst mogelijk een kantoorlocatie. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een poppodium of kantoren binnen de bebouwde kom van Nijmegen. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het voorliggende plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan.

Bij een uitbreiding van planologische mogelijkheden bij de functies poppodia en kantoren is er vanaf 500m2 bvo sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het plangebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Deze toets heeft plaatsgevonden en is bijgesloten als bijlage bij de plantoelichting.

3.1.2.2

Conclusie

Op basis van het rapport kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte en vindt binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

3.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid en ambities over thema's zoals ruimte, energie, klimaat, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De Omgevingsvisie is een 'plan' dat richting geeft (een gedeeld vergezicht), en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. De uitwerking van de Omgevingsvisie vindt plaats in sectorale of regionale programma's, waaronder de Regionale Energiestrategieën, Programma Mobiliteit, en Regionale Woonagenda's. De doelstelling van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hierbij ligt de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie. De Omgevingsvisie omschrijft de doelstelling als volgt: Gezond: een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, en de bescherming van onze flora en fauna Veilig: voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En aandacht voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid Schoon: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.

En het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie Welvarend: een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen Duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie worden in onderlinge samenhang bekeken. Dit resulteert in ambities op het gebied van de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Deze ambities zijn gerelateerd aan de kerntaken van de provincie. Elke ambitie kent zijn eigen doelstellingen en aanpak. Voor de uitvoering hanteert de provincie vier 'doe-principes': Doen: De provincie kijkt breed met focus en zoekt actief ruimte. Laten: De provincie stimuleert niets buiten haar visie. Zelf: De provincie neemt zelf verantwoordelijkheid en geeft het goede voorbeeld. Samen: De provincie werkt samen met partners en stimuleert innovatie en kennisdeling.

Sinds 2014 zijn vijf wettelijke verplichte planfiguren opgenomen in de Omgevingsvisie. Het gaat om ruimtelijk beleid, waterbeleid, milieubeleid, natuur- en landschapsbeleid, en verkeers- en vervoersbeleid. Bij het ruimtelijke beleid is het provinciaal belang het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit, het vergroten van klimaatbestendigheid en behoud van natuur- en landschappelijke kwaliteit. De kwantitatieve regionale opgave bij wonen en werklocaties is eveneens van provinciaal belang. Hiervoor zijn er provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen. Voor een zorgvuldige locatie-afweging op regionaal niveau wordt de ladder duurzame verstedelijking ingezet. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

15

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. In hoofdstuk 4 wordt op de verschillende aspecten ingegaan.

3.2.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.

3.3

Relevant gemeentelijk beleid

Door het grotere aantal bezoekers van de Nijmeegse binenstad worden sectoren als horeca, cultuur en evenementen steeds belangrijker voor de gemeente. Vanuit de Omgevingsvisie 20202040 wordt ingezet op een groei in aantal banen in deze sectoren. Stedelijke verdichting met zowel woon-, werk- , als recreatieprogramma dient plaats te vinden rondom OV-knooppunten. Door Merleyn te verplaatsen, komt het poppodium dichterbij het statiion te liggen en sluit het aan bij de omgevingsvisie. De gemeente wil meer aandacht besteden aan iconische ruimtelijke elementen van vandaag en morgen die cultureel bepalend zijn voor Nijmegen. er wordt ingezet op het versterken van de vrijetijdseconomie met als doel een nog aantrekkelijkere stad te worden. De gemeente Nijmegen wil hun economische kansen beter gaan benutten. een ambitie van de gemeente is om de banengroei te verhouden met de bevolkingsgroei in de stad. een manier om dit te doen om kantoren te realiseren waar mensen kunnen werken. Hiervoor heeft de gemeente enkele kansrijke toekomstbestendige locaties gereserveerd. Ook wordt er meer aanbod voor kleine kantoorgebruikers en ruimten voor ZZP-ers gerealiseerd. Hierbij wordt vooral gericht op de gebiedsontwikkeling rondom station Nijmegen.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

M.e.r.-beoordeling

Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1. 2.

projecten die vallen onder onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling, ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten.

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.

het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).

De herontwikkeling van het oude waterpompstation valt in het Besluit m.e.r. mogelijk onder: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2). Het plan voorziet in de volgende onderdelen/functies: Poppodium met een zaal geschikt voor 250 bezoekers en ondersteunende horeca; Een dak van 1,5 meter grond dat verwerkt wordt tot groen dak; Ruimte voor kantoren.

De drempelwaarden van kolom 2 van onderdeel D 11.2 (100 ha oppervlakte of meer, 2000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan. De m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldingsnotitie (zie Bijlage 15 Aanmeldingsnotitie m.e.r.). Op basis van de aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad, een beslissing inzake de mer-plicht. Uit de aanmeldingsnotitie blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten en dat geen MER gemaakt hoeft te worden. Het college heeft op 28 februari 2023 besloten dat geen MER nodig is (m.e.r.-beoordelingsbesluit).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

17

4.2

Economische Zaken

Voor de hele herontwikkeling van de stationsomgeving Nijmegen Centraal is van belang dat we toe willen werken naar een multifunctioneel gebied waar levendigheid, leefbaarheid en veiligheid op een intensieve wijze gecombineerd worden. De stationsomgeving moet getransformeerd worden van een onveilig, onaantrekkelijk gebied naar een plek waar mensen graag willen wonen, werken en verblijven. Dat doen we door een mix aan functies te faciliteren op verschillende plekken op en rond het station. Poppodium Voor de Oostzijde ligt er, door de aanwezigheid van Doornroosje en door de nabijheid van de binnenstad, een extra focus op het cluster “Jong, hip en cultureel”. De vestiging van een poppodium als Merleyn past hier goed bij. Bij een dergelijke functie is ondersteunende horeca en een kantoorfunctie toegestaan.

Ondersteunende horeca bij poppodium In panden met sociaal-culturele doeleinden is het toegestaan om als nevenactiviteit de bezoekers consumpties aan te bieden. Echter, deze instellingen mogen niet als een “normaal” horecabedrijf worden geëxploiteerd. Dit geldt dus ook voor de horeca-functie bij Merleyn. Ondersteunende horeca kan niet los worden gekoppeld van de hoofdfunctie; voor het goed functioneren van een dergelijke voorziening, ook vanuit de klant geredeneerd, is ondersteunende horeca een noodzaak. Daar staat tegenover dat voorkomen moet worden dat het toestaan van ondersteunende horeca leidt tot ongewenste concurrentie met bestaande “normale” horeca-voorzieningen. Belangrijkste voorwaarde voor de ondersteunende horeca-functie binnen het poppodium: het aantal m2's ondersteunende horeca dient gemaximeerd te worden ten opzichte van de hoofdfunctie. Het aantal m2 mag voor bijzondere doeleinden niet boven de 10% van het totale oppervlak van de hoofdfunctie uitkomen.

Andere voorwaarden zijn: de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via die van de hoofdactiviteit; er is dus geen aparte ingang; het aantal m2 ondersteunende horeca is gemaximeerd ten opzichte van de hoofdfunctie; er is in het pand vrij toegankelijke sanitaire ruimte; voor de horeca-activiteit mag geen aparte reclame worden gemaakt.

Kantoorfunctie In het RPW 2021-2024 is nog steeds sprake van een overaanbod van kantoren. Het overaanbod is wel kleiner geworden. Op de centraal stationslocaties is (net zoals in het RPW 2017) nog steeds sprake van een tekort aan ontwikkelruimte terwijl hier juist wel vraag naar is. Dit betekent dat het regionale beleid voor kantoren in het RPW 2021 -2024 gecontinueerd wordt. Dat houdt in dat kantoorontwikkelingen op potentiele (her-)ontwikkelingslocaties rondom het centraal station in (Arnhem en) Nijmegen worden gestimuleerd. De stationsomgeving is binnen het RPW aangewezen als toekomstbestendige locatie voor

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

(grootschalige) kantoren. Uit onderzoek van Ecorys dat ten grondslag ligt aan het RPW blijkt dat er behoefte is aan kantoorruimte. Ook is er juist ook behoefte van kleine en middelgrote kantoorgebruikers aan ruimte (250 m2 BVO en 1.500 m2 BVO).

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1

Bereikbaarheid

Gemotoriseerd verkeer Het plangebied ligt kadastraal gezien aan de Nieuwe Marktstraat, het gemotoriseerd verkeer wordt via deze straat aan de Stieltjesstraat ontsloten. De Nieuwe Marktstraat functioneert als een erftoegangsweg binnen een 30km/u zone. De Stieltjesstraat is een gebiedsontsluitingsweg.

Langzaam verkeer Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser vanuit de Nieuwe Marktstraat ontsloten.

Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen van het Centraal Station, deze bevinden zich respectievelijk op ca. 350m loopafstand.

4.3.2

Expeditie

Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer.

4.3.3

Parkeren

In de parkeer- en verkeersnotitie (bijlage 10) is getoetst aan de ‘Beleidsregels parkeren 2022’ (hierna: ‘de Beleidsregel 2022’). In de Beleidsregel 2022 wordt per gebiedstype uitgegaan van verschillende parkeer- en verkeercijfers. Het plangebied valt binnen het gebied dat in de Beleidsregel 2022 is aangeduid als ‘binnenstad’. Van belang is dat er op grond van de Beleidsregel 2022 in de binnenstad voor alle functies niet hoeft te worden voldaan aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het ‘aandeel bezoekers’. Bezoekers van deze functies kunnen namelijk terecht in de openbare parkeergelegenheden. Bij de parkeernormen wordt daarom per functie aangegeven welk percentage bestaat uit bezoekers. Dat percentage moet in mindering worden gebracht op de parkeernorm. Voor de kencijfers verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 381. Deze kencijfers verkeersgeneratie worden bij de planvorming gebruikt om het aantal motorvoertuigbewegingen per dag te berekenen. De gemeente gaat in beginsel uit van het minimum van de kencijfers van het CROW per functie. Dit past ook bij de locatie van Merleyn nabij het centraal station. Dit sluit aan bij de gemeentelijke mobiliteitsdoelen. De gemeente zet in op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s in de stad.

Parkeerbehoefte poppodium

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

19

In de parkeer- en verkeersnotitie is uiteengezet dat er op grond van de parkeernorm in de Beleidsregel 2022 voor het poppodium 0,57 parkeerplaatsen nodig zijn. Dit komt omdat er geen rekening hoeft te worden gehouden met de bezoekersaantallen voor de parkeergelegenheid in het plangebied. Afgerond is de parkeerbehoefte voor het poppodium dus 1 parkeerplaats. Daarvoor is ruimte in het plangebied. Daarnaast is in de parkeer- en verkeersnotitie uitgelegd waar de bezoekers aan het poppodium hun auto en fiets kunnen stallen. Voor bezoekers die met de auto komen, heeft de Keizer Karel-parkeergarage (ook in een worst case-scenario) voldoende capaciteit. Bezoekers zullen hierover worden geïnformeerd. Voor bezoekers die met de fiets komen, bevat het plangebied een fietsenstalling met 75 plaatsen. Als deze stalling vol is, kunnen bezoekers hun fiets kwijt bij de fietsenstalling onder Doornroosje.

Parkeerbehoefte kantoor Voor het kantoor dat het bestemmingsplan mogelijk maakt, is berekend dat er 11,90 (bij een kantoor zonder baliefunctie) respectievelijk 14,48 (bij een kantoor met baliefunctie) nodig zijn. In de parkeer- en verkeersnotitie is aangegeven dat hier ruimte voor is in het plangebied.

Verkeer In de parkeer- en verkeersnotitie is omschreven hoeveel verkeersbewegingen het poppodium zal genereren. Daarbij is uitgegaan van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381 (dit volgt ook uit de Beleidsregel 2022). Daarbij wordt uitgegaan van de verkeersgeneratie die hoort bij het minimum kengetal per functie. Op basis van de cijfers uit de CROW-publicatie 381 zal het poppodium 1,59 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereren. Daarbij is uitgegaan van de norm van 3,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal, binnen het centrum in een sterk stedelijk gebied. Op deze verkeersnorm is vervolgens het bezoekersaandeel (97%) in mindering gebracht. Worden bezoekers wel meegerekend, dan komt de verkeersgeneratie neer op 52,90 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het kantoor zal 42,32 (zonder baliefunctie) respectievelijk 43,85 (met baliefunctie) motorvoertuigbewegingen per etmaal genereren. Worden bezoekers meegerekend, dan komt het neer op een verkeersgeneratie van 44,54 (zonder baliefunctie) respectievelijk 87,70 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De maximale verkeersgeneratie bedraagt dus 87,70 motorvoertuigen per etmaal (kantoor met baliefunctie). Deze omliggende wegen kunnen deze verkeersgeneratie goed verwerken. Het merendeel van de bezoekers dat met de auto het poppodium bezoekt, zal de auto parkeren in de Keizer Karel-parkeergarage.

De wegen die deze parkeergarage ontsluiten, kunnen deze extra motorvoertuigbewegingen verwerken. Omdat het de vraag is of de CROW-kencijfers helemaal aansluiten op de beoogde realisatie van het poppodium, heeft de gemeente ook beoordeeld wat de verkeersgeneratie is in een irreëel (worst case)-scenario voor de specifieke verplaatsing van het poppodium in Nijmegen. Wij benadrukken dat het om een irreëel (worst case)-scenario gaat. In een worst case-scenario zullen er maximaal 100 extra motorvoertuigbewegingen in één uur op de Nieuwe Marktstraat zijn. Een erftoegangsweg (zoals de Nieuwe Marktstraat) kan deze extra vervoersbewegingen aan. Mogelijk zullen enkele wachtende auto’s die bezoekers komen ophalen, de parkeerplaatsen in de Stieltjesstraat gebruiken. De gemeenteraad vindt dat aanvaardbaar. Deze situatie zou namelijk te vergelijken zijn met de huidige situatie in de Hertogstraat (waar

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

het huidige poppodium is gevestigd), zij het dat de Hertogstraat een aanzienlijk hoger aantal motorvoertuigbewegingen heeft te verwerken.

4.3.4

Verkeersveiligheid

Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/u straten. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoord in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/u. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/u. Het plangebied ligt aan een erftoegangsweg, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 30 km/u.

4.4

Geluid

Het plan voorziet in de vestiging van een poppodium en/of kantoren. Geluidsgevoelige bestemmingen als wonen zijn niet voorzien. Een eventuele beoordeling aan de hand van de Wet geluidhinder (Wgh) is daarom niet aan de orde. Vanuit de Wgh behoeven verder geen procedures te worden gevolgd. Goede ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan dat een bestemmingsplan gemaakt of gewijzigd moet worden met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Bij een goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Voor het onderbouwen van de goede ruimtelijke ordening van de voorgenomen ontwikkeling van een poppodium is akoestisch onderzoek verricht. Het poppodium wordt mogelijk gemaakt binnen de richtafstand die geldt volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Zie hiervoor paragraaf 4.6 .

4.5

Leefomgeving

Tijdens het participatieproces is geconstateerd dat niet alle zorgen van de omwonenden door de wijziging van het bestemmingsplan locatie Nieuwe Markstraat 50-52 kunnen worden weggenomen. Het betreft o.a. zorgen over geluidsoverlast buiten het gebouw door bezoekers van Merleyn en zorgen over hinder zoals wildplassen, afval, fietsparkeren. De klankbordgroep geeft aan dat áls Merleyn er komt ze een buurtbeheerovereenkomst zien als middel om deze zorgen een plek te geven waarbij door zowel gemeente, Merleyn als de klankbordgroep onderkennen dat geen garanties kunnen worden gegeven dat eventuele hinder volledig kan worden uitgesloten. De gemeente en Merleyn verkennen met de buurt of over deze zorgen beheerafspraken kunnen worden vastgelegd in een buurtbeheerovereenkomst. Hierin maakt de buurt (in de vorm van professionele partijen waaronder Vve's, Vesteda, wibeco en Gymnasium) afspraken met Merleyn (en waar nodig met de gemeente) over het voorkomen en het aanpakken van eventueel ontstane hinder onder andere van geluid van bezoekersstromen bij aankomst en vertrek, rokende bezoekers, wildplassen, afval en fietsparkeren buiten de daarvoor bestemde rekken.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

21

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Het plan voorziet in de vestiging van een poppodium en/of kantoren. Er zijn geen geluidsgevoelige bestemmingen als wonen voorzien. Een beoordeling aan de hand van de Wet geluidhinder (Wgh) is niet aan de orde. Vanuit de Wgh hoeven geen procedures te worden gevolgd. De aanwezige woningen in de omgeving vallen binnen de richtafstand van het poppodium. Bij het ontwerp van het nieuwe poppodium is daarom veel aandacht besteed aan de geluidsisolatie. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsuitstraling naar de omgeving beperkt is. Merleyn mag in de nachtperiode niet meer dan 30 dB(A) aan muziekgeluid op de gevel van aangrenzende woningen produceren. Hierop is geanticipeerd door voor een hogere geluidsisolatie van 65dB(A) te kiezen en laden en lossen inpandig te laten plaatsvinden. Een toegangssluis moet geluidlekkage naar de omgeving bij instroom en vertrek voorkomen. Het poppodium wordt mogelijk gemaakt binnen de richtafstand die geldt volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Uit het akoestisch onderzoek (bijlage 13 bij de plantoelichting volgt dat niet wordt voldaan aan de streefwaarden voor Gemengd gebied uit stap 2 van het stappenplan uit de VNG-publicatie. Vanwege de luidruchtige omgeving is het aanvaardbaar om uit te wijken naar stap 3. Voor dit aspect is een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd.

Het poppodium voldoet aan de eisen uit het Activiteitenbesluit voor geluid. Er vindt mogelijk wel een overschrijding plaats van grenswaarden in het geval van schreeuwende bezoekers. Dit is hoger dan de toetswaarden uit stap 3. De gemeente Nijmegen en Merleyn nemen beheersmaatregelen om de hinder zoveel mogelijk te beperken. Er is op basis van de akoestische onderzoeken bij normaal gedrag bij de entree sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gemeente Nijmegen acht de optredende maximale geluidsniveaus aanvaardbaar. Er gelden vanuit het aspect geluid geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Merleyn is een belangrijke schakel in de Nijmeegse popinfrastructuur. Echter, de continuïteit van Merleyn staat onder druk. De huidige locatie aan de Hertogstraat voldoet vanwege geluidsisolatieproblemen niet aan de wettelijke normen. Om deze reden is Merleyn al geruime tijd op zoek naar nieuwe huisvesting. Stichting Doornroosje is in samenwerking met de gemeente Nijmegen sinds 2008 op zoek naar een nieuwe locatie voor poppodium Merleyn. Naast de locatie aan de Nieuwe Markstraat zijn nog 17 andere locaties bekeken en onderzocht. Bij deze zoektocht is het van belang om te weten dat het realiseren van een zogenaamde 'box-in-box' constructie essentieel is om de directe geluidsoverlast naar de belendingen te voorkomen.

De andere 17 locaties zijn om moverende redenen niet geschikt/afgevallen (zie bijlage 15) De locatie aan de Nieuwe Markstraat is, nadat op de bestaande fundering een vrijwel complete nieuwbouw is gerealiseerd een uitstekende locatie om het poppodium te huisvesten. De nieuwbouw kan vrijstaand en binnen de huidige contouren van het pompgebouw gerealiseerd worden, is goed bereikbaar voor zowel bezoekers, artiesten als de bevoorrading (station en openbaar vervoer op loopafstand), is nabij het centrum gelegen en past binnen de ontwikkeling van het stationsgebied. Het nieuw te bouwen poppodium aan de Nieuwe Marktstraat voldoet aan de hedendaagse eisen en regelgeving omtrent o.a. geluidsisolatie. De realisatie van het poppodium op deze locatie staat de verdere ontwikkeling van het stationsgebied niet in de weg.

22

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

De gemeente hecht belang aan het voortbestaan van poppodium Merleyn. Merleyn bedient met haar capaciteit van maximaal 250 bezoekers een specifiek marktsegment: lokale talenten, professionele buitenlandse acts die Nederland nog moeten veroveren en acts in nichemarkten. Merleyn heeft daarbij een katalyserende werking op talent- en publieksontwikkeling in de Nijmeegse keten. Het podium zorgt voor een sneeuwbaleffect richting de grotere podia, dat zich voor de gehele keten uit in hogere bezettingsgraden. Dit geheel van samenhangende schakels (de keten) is zeer efficiënt en financieel zeer profijtelijk. Het is daarom van belang dat Merleyn voor de Nijmeegse popinfrastructuur behouden blijft. Uit het geluidsonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het participatietraject blijkt dat op voorhand niet kan worden uitgesloten dat slaapverstoring kan optreden op het moment dat bezoekers buiten op straat schreeuwen. Mede om deze reden, moeten beheermaatregelen genomen worden door zowel Doornroosje, als de gemeente Nijmegen. Doornroosje is verantwoordelijk voor de bezoekersstromen. Zij kunnen de bezoekers aanspreken op hun gedrag. Wat op voorhand niet kan worden uitgesloten, wordt ondervangen door beheermaatregelen. De maatregelen die Merleyn momenteel treft zijn het inzetten van beveiligers, zowel binnen als buiten, die voor de orde zorgen.

Onder hun taken valt ook het toezien op en ingrijpen bij geluidsoverlast. Bij concerten, die in de regel uiterlijk om 23.00 uur zijn afgelopen, zet Merleyn geen beveiligers in, maar werkt zij met entreemedewerkers die toegangscontrole verzorgen en tegelijk toezien op de orde in het entreegebied. Deze kunnen, wanneer zij dit nodig achten, de hulp van de bedrijfsleider inschakelen. Desgewenst is het mogelijk op elk niveau op te schalen, van meer toezichthouders of beveiligers rondom de entree, tot toezicht op een relatief groot gebied, zoals dit voorheen bij festivals bij Doornroosje werd gedaan, toen dit nog in een woonwijk was gehuisvest. Door actief aanwezig te zijn wil Merleyn een sfeer creëren waarin mensen zich vrij voelen, maar geen exorbitant gedrag, zoals schreeuwen, vertonen. Merleyn kan het publiek waarschuwen dat zij de programmering staken wanneer buiten overlast wordt veroorzaakt. Deze maatregelen heeft zij de afgelopen 15 jaar niet in te hoeven zetten. Er kunnen echter geen garanties worden gegeven. Ook op dit moment kunnen mensen 's avonds of 's nachts over het trottoir lopen en dusdanig luid praten, dat omwonenden daarvan wakker worden. De gemeente kan geen nachtrust garanderen. Op basis van het geluidsrapport en de beheermaatregelen hoeft er geen sprake te zijn van significante nachtrustverstoring.

Op voorhand kan echter niet worden uitgesloten dat dit wel eens kan gebeuren. Merleyn zal vanaf opening gemiddeld twee concerten per week (eindtijd voor 23.00 uur) programmeren en gemiddeld 1,5 nachtprogramma's per week programmeren (eindtijd tussen 04.00 en 06.00 uur). Dit wordt mogelijk later uitgebreid naar een uitgebreidere programmering. Dit betekent dat er de meeste avonden en nachten van de week geen activiteiten bij Merleyn plaatsvinden waardoor er op deze avonden en nachten geen sprake kan zijn van eventuele hinder. Doornroosje en poppodium Merleyn bestaan al voor lange tijd. Zij hebben ruime ervaring met het managen van bezoekersstromen en het nemen van beheermaatregelen hieromtrent en geven aan dat ook op de nieuwe locatie goed te willen organiseren. De ervaring op de huidige locatie van Merleyn en bij Doornroosjes is dat er de afgelopen jaren geen specifieke meldingen zijn gedaan vanuit de omgeving over schreeuwend publiek. De kern is namelijk hoe Doornroosje in de toekomst omgaat met het gebruik van het poppodium en het gedrag van bezoekers. Hier zullen beheermaatregelen op moeten worden toegepast door zowel Doornroosje, als de gemeente. Cruciaal is dat er goede afspraken worden gemaakt tussen Doornroosje en de omwonenden. Het is voorts zaak dat Doornroosje snel en adequaat handelt bij eventuele meldingen en klachten.

Merleyn is van plan om aanvankelijk met grote frequentie de ervaringen te evalueren. Ook wil zij een direct telefoonnummer voor de omgeving beschikbaar hebben om

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

23

in het geval van excessen deze direct te kunnen melden.

4.7

Luchtkwaliteit

Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.

Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit.

In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.

Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 ìg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 ìg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3

1 juni 2011

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het onderhavige plan bestaat uit het voornemen om een nieuw poppodium te realiseren nabij het station. De netto verkeersaantrekkende werking van deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden.

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets, dit vormt derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Het nieuwe podium is geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties stikstofdioxide en fijnstof (max. 25 ìg/m3 stikstofdioxide) echter niet hoger dan de grenswaarden (tot 25 ìg/m3 stikstofdioxide). Doorwerking plangebied Er zijn geen bezwaren voor realisatie van het plan.

4.8

Geur

Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om stank veroorzaakt door het houden van dieren. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening. De Wgv kent een aantal standaardnormen. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om binnen een wettelijk bepaalde bandbreedte van deze standaardnormen af te wijken. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen, dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Doorwerking plangebied In en nabij het plangebied bevindt zich geen belemmerende agrarische bedrijvigheid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

25

4.9

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens wordt het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het bestemmingsplan gebied. Het Spoor Nijmegen-Arnhem De Waal

Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. Over het plangebied liggen geen PR 10-6 contouren. De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. De afstand van het plangebied tot de Waal is ongeveer 550 meter. Op deze afstand is alleen een toxisch scenario mogelijk. Voor deze mogelijkheid is in de beleidsvisie externe veiligheid van 2014 een standaardverantwoording opgenomen op pagina 33. Het plangebied grenst vrijwel direct aan het spoor. De afstand van de gevel tot aan de eerste spoorrail is ongeveer 40 meter. De scenario's die kunnen optreden in het gebied zijn de plasbrand, de BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) en een toxisch scenario.

De personendichtheid door mensen die wonen of werken in de omgeving van het plangebied is al hoog. Hieraan worden nog ongeveer 300 personen toegevoegd. Dit is een conservatieve en dus hoge toevoeging gebaseerd op het poppodium. De mogelijke andere functies die met dit plan mogelijk worden gemaakt zullen nooit tot een grotere toename van mensen op deze locatie leiden. Om een beeld te krijgen van de hoogte van het groepsrisico is een berekening uitgevoerd met het voorgeschreven rekenprogramma RBM II. Het resultaat (ODRN 2020, Merleyn Spoor) laat zien (figuur 3) dat het groepsrisico nog ver onder de oriëntatiewaarde blijft, ook na toevoeging van het plan.

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

Figuur 3: Groepsrisico ter hoogte van het plangebied inclusief Merleyn (rode lijn) en zonder (blauw)

.

Uit de berekeningen blijkt dat het groepsrisico van ongeveer 18,3% van de oriëntatiewaarde naar 20,9% gaat. Het groepsrisico blijft dus nog ruimschoots onder die waarde maar neemt wel met 3% toe. Volgens de beleidsvisie van Nijmegen (Beleidsvisie externe veiligheid 2014) dient het toevoegen van een kwetsbaar object binnen de 200 meterzone vanaf het spoor zwaar te worden verantwoord. Echter, de beleidsvisie is opgesteld in een tijd voor de komst van het 'Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' en de maatregelen die daarbij landelijk genomen zijn. Deze maatregelen hebben het risico ter plaatse aanzienlijk verlaagd. Echter, het plangebied bevindt zich op een bijzondere locatie waarbij de mogelijkheid bestaat dat er bij een plasbrand brandende vloeistof van het talud richting Merleyn loopt. Echter, om twee redenen is dit minder waarschijnlijk. De eerste reden is dat slechts een klein deel van het goederenvervoer op de meest oostelijke spoorrails wordt afgewikkeld. Daarmee wordt ook een plasbrand ter hoogte van het plangebied onwaarschijnlijk. Mocht er dan alsnog een trein de meest oostelijke route nemen dan zal perron 1 voor een groot deel het plangebied beschermen tegen een van de helling lopende, brandbare vloeistof. Voor de zeer onwaarschijnlijke BLEVE kunnen de effecten wel bijna 500 meter ver slachtoffers opleveren.

Echter, door geen treinen met verdichte gassen en brandbare vloeistoffen achter elkaar te rangeren (landelijke maatregel uit het Basisnet) is het scenario van een warme BLEVE uitgesloten. Echter, een koude BLEVE is nog wel mogelijk, hoewel zeer onwaarschijnlijk. Maatregelen aan de bron, de overdracht of het plan zijn dan ook, vanwege de aard van het scenario en de lage kans, niet zinvol. Het toxische scenario is het scenario dat het meest ver kan reiken en wat ook ook zeer onwaarschijnlijk is. Voor Merleyn geldt dat een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem afdoende is om de grote groep gasten binnen in het gebouw veilig te houden voor dit scenario.

Cumulatie en domino-effecten Het berekende risico over het plangebied van de afzonderlijke risicobronnen is laag tot zeer laag. Als deze kleine risico's worden opgesteld resulteert dit in een tevens aanvaardbaar en nog steeds klein risico. Domino-effecten zijn zeer onwaarschijnlijk en hebben geen invloed op de risicoanalyse.

Advies VRGZ

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

27

De VRGZ geeft in haar advies van 15-4-2020 (Bijlage VRGZ, 15 april 2020) aan dat de bestrijdbaarheid ter plaatse redelijk tot goed is. De aanbevelingen van de VRGZ inzake de zelfredzaamheid van de bezoekers zullen worden meegenomen bij de inrichting van het terrein en haar omgeving.

Conclusie Op grond van bovenstaande analyse zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10 Bodem De bodemkwaliteit op de planlocatie is beoordeeld op basis van het volgende rapport: Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Nieuwe Marktstraat 50-52 te Nijmegen door Antea groep met kenmerk 245683.10 september 2014.

Belangrijkste conclusies: Tijdens de veldwerkzaamheden zijn m.u.v. baksteenresten, geen zintuigelijke verontreinigingen waargenomen; Ter plaatse van de stelconplaten bij de in en uitrit is tussen 0,4 en 0,95 m-mv. een kolengruis- en slakhoudende laag met sterk verhoogde gehalten aan PAK en nikkel aanwezig. Tevens zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, koper en molybdeen gemeten. De gemiddelde dikte van de kolengruis- en slakhoudende laag is 0,28 meter. Onder deze laag is een zintuiglijk schoon zand aanwezig. In deze zandlaag zijn geen verhoogde gehalten aan nikkel en PAK gemeten; De sterke grondverontreiniging is zowel horizontaal als verticaal afgeperkt. De omvang van de sterke PAK- en nikkel verontreiniging wordt ingeschat op circa 7 m3. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging; Het overige terrein is licht verontreinigd met zware metalen, PCB en PAK; Er is geen asbest visueel waargenomen; Het grondwater is niet onderzocht omdat dit dieper ligt dan 5 m-mv.

Advies en opmerkingen Er zijn geen bezwaren wat bodem betreft om de grond over te dragen. De omvang van de nikkel en PAK verontreiniging ligt onder het criterium voor een geval van ernstige bodemverontreiniging Wet bodembescherming van 25 m3 verontreiniging boven de interventiewaarde. De verwachting is dat de verontreiniging van voor 1987 is. Over het algemeen zijn in het verkennend bodemonderzoek maximaal lichte verontreinigingen met metalen en PAK in de grond aangetoond. Het grondwater is, conform NEN5740, niet onderzocht omdat de grondwaterspiegel dieper dan 5 meter onder maaiveld is. Vanuit in de omgeving van de planlocatie uitgevoerde bodemonderzoeken weten we dat het grondwater nabij en onder het huidige Poppodium Doornroosje, aan de noordwestzijde van het Stationsplein, sterk verontreinigd is met minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX). Daarnaast is het grondwater verontreinigd met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCI), waarvan

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

de herkomst onduidelijk is. Dit betekent dat eventuele bronnering alleen mag plaatsvinden als er een door de gemeente Nijmegen goedgekeurd saneringsplan is. De grondwaterverontreinigingen mogen niet worden verplaatst. nmiddels is geen sprake meer van een grondwaterbeschermingsgebied aangezien de grondwaterwinning hier is beëindigd.

Doorwerking plangebied Op basis van het in het plangebied uitgevoerde bodemonderzoek en de reeds bekende gegevens uit de nabije omgeving blijkt dat de omvang waarin de interventiewaarden worden overschreden in de grond voor nikkel en PAK, minder is dan 25 m3. Bij het realiseren van de gewijzigde bestemming verwachten we zodoende geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging. Er moet in de planvorming wel rekening worden gehouden met extra kosten voor een eventuele bodemsanering als graafwerkzaamheden plaats gaan vinden ter plaatse van de uitrit.

4.11 Water Het dak dient als buffer voor het hemelwater en zal worden belegd met Olivijn, een rijk aanwezig materiaal wat CO2 opneemt en oxideert in 30 jaar.

4.11.1 De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

4.11.2 Algemeen Het plan behelst de realisatie van een poppodium. Het plangebied maakt deel uit van de bestaande waterhuishoudkundige inrichting van het centrum. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wel wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

4.11.3 Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied ligt ook buiten de beschermingszone van de waterkering.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)

29

4.11.4 Grondwater Het plangebied bevindt zich niet meer in een waterwingebied. In het gebied wordt geen water meer gewonnen. De juridische beperkingen van het waterwingebied gelden niet meer. In de bodemparagraaf zijn randvoorwaarden voor infiltreren aangegeven. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.

Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is, naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater, ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7ab71d4a-6338-44a3-a339-678730e8ddf6