Bestemmingsplan met Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg Kauwstraat) Toelichting Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg Kauwstraat) IDN: NL.IMRO.0268.BP5507-VG01 Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
13 13 15 16
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Sectorale aspecten M.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Ontplofbare Oorlogsresten Bodem Water Flora en Fauna Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Duurzaamheid / Klimaat
19 19 19 20 21 23 23 24 25 29 33 35 38 41
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming
43 43 43 43
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
47 47 47
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
5
Bijlage 3
Berekeningen luchtkwaliteit
Bijlage 4
Onderzoek ontplofbare oorlogsresten
Bijlage 5
Bodemonderzoek
Bijlage 6
Stikstofrapport bestemmingsplan 5Knoop
Bijlage 7
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 8
Bomen Effect Analyse
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
Bijlage 10
Aanpak bomen in project Vijfknoop Krayenhofflaan
Bijlage 11
Aanvullend verkeerskundig onderzoek
Bijlage 12
Zienswijzennota
6
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De komende tien jaar ondergaat het stationsgebied van Nijmegen een enorme transformatie. Aan de westzijde van het station ligt in het midden als spin in het web de kruising van de Tunnelweg, Marialaan, Tweede Oude Heselaan, Koninginnelaan en de Krayenhofflaan. Deze kruising wordt de Vijfknoop genoemd. Om nu en in het toekomst de doorstroming van het verkeer te kunnen garanderen wordt deze Vijfknoop opnieuw ingericht. Motorvoertuigen hebben na de herinrichting geen toegang meer om vanaf de Tunnelweg de Krayenhofflaan in te rijden. Hiervoor wordt een nieuwe ontsluiting gemaakt naast het terrein van de huidige meubelzaak Vissers en de Kauwstraat. Deze nieuwe aan te leggen weg gaat door de bestaande honden uitloopplaats (HUP) ten westen van Vissers Meubelen. Deze HUP zal op een andere locatie moeten terugkomen en deze is voorzien ten noorden van de Kauwstraat. Hiervoor wordt de Kauwstraat heringericht. Onderhavig bestemmingplan heeft enkel betrekking op de nieuwe weg naast het terrein van Vissers en de herinrichting van de Kauwstraat.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Tunnelweg, direct ten westen van het station Nijmegen, in de wijk Biezen in stadsdeel Oud-west. Het plangebied is gelegen tussen Vissers Meubelen aan de oostzijde en de Krayenhofflaan aan de westzijde. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door de Kauwstraat en de Tunnelweg. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als kadastrale gemeente Neerbosch, sectie B, nummers 5269, 5270 en gemeente Neerbosch, sectie I 1746. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
7
Afbeelding 1: ligging plangebied (roodomlijnd weergegeven) in de directe omgeivng.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor nieuwe weg ten westen van Vissers Meubelen geldt het bestemmingsplan 'Nijmegen Centrum - Stationsomgeving'. Dit bestemmingsplan is door de raad op 12 december 2012 vastgesteld. De gronden waarop de weg is beoogd hebben in dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen', zie afbeelding 2. Het aanleggen van een nieuwe weg om de achterliggende wijk te ontsluiten is niet toegestaan in de bestemming Groen.
Afbeelding 2: uitsnede bestemmingsplan 'Nijmegen Centrum - Stationsomgeving' ter plaatse van Vissers Meubelen
De herinrichting van de Kauwstraat is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Nijmegen Oud West 2015'. Dit bestemmingsplan is door de raad op 30 maart 2016 vastgesteld. De gronden waarop de herinrichting is voorzien hebben in dit bestemmingsplan de bestemming 'Verkeer' met aan de zuid- en noordzijde hiervan de bestemming 'Groen', zie afbeelding 3. Met de herinrichting komt de weg deels in de bestemming 'Groen' te liggen. Het aanleggen van een
8
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
weg is niet toegestaan in de bestemming Groen. Daarnaast geldt voor deze gronden de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3.
Afbeelding 3: uitsnede bestemmingsplan 'Nijmegen Oud West 2015' ter plaatse van de Kauwstraat
De beoogde nieuwe weg en de herinrichting van de Kauwstraat passen niet in de geldende bestemmingsplannen, omdat de toegestane gebruiksfuncties en bouwmogelijkheden niet toereikend zijn. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheden met de vigerende bestemmingsplannen het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
9
juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het verkeersplein waar de Tunnelweg, Koninginelaan, Tweede Oude Heselaan, Marialaan en Krayenhofflaan samenkomen wordt ook wel de Vijfknoop genoemd, zie afbeeldingen 4 en 5. De Vijfknoop is momenteel een erg druk en onoverzichtelijk verkeersplein waar, door de radiaalstructuur (richting centrum en station) in dit deel van Nijmegen, naast gemotoriseerd verkeer dagelijks ook veel fietsers passeren. Het verkeersplein wordt als erg druk en onoverzichtelijk ervaren. Doordat er 5 wegen samenkomen is de routing voor fietsers die het plein oversteken erg onduidelijk. Daarnaast zijn de wachttijden bij de verkeerslichten voor alle verkeersgebruikers (auto, fiets en voetganger) ook erg lang.
Afbeelding 4: kaart van de Vijfknoop
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
11
Afbeelding 5: luchtfoto uit 2023 van de Vijfknoop
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Ten westen van het spoor gaan meerdere ontwikkelingen plaatsvinden (onder andere de herontwikkeling van het voormalige UWV-gebouw, de realisatie van de west entree station, de bouw van Duet, enzovoort). De Vijfknoop moet daarom worden heringericht. De vijfknoop zal geschikt gemaakt worden voor de te verwachten verkeersintensiteiten. Daarbij is het wenselijk om een betere en een verkeersveiligere afwikkeling van het verkeer voor alle modaliteiten te bewerkstelligen. Met de herinrichting van de vijfknoop zal de Krayenhofflaan geen aantakking voor gemotoriseerd verkeer meer hebben op de Tunnelweg. Om de wijk te kunnen ontsluiten op de Tunnelweg komt er een nieuwe weg ter hoogte van Vissers Meubelen. De nieuw aan te leggen weg zal door middel van een verkeersregelinstallatie (stoplicht) aangesloten worden op de Tunnelweg. Deze nieuwe aan te leggen weg gaat door de bestaande honden uitloopplaats (HUP). Deze HUP zal op een andere locatie moeten terugkomen en deze is voorzien in de noordelijke groenstrook van de Kauwstraat. Dit is de reden dat de weg iets richting het zuiden wordt gelegd. Ook krijgen de bestaande bomen hierdoor een betere groeiplaats. De gereconstrueerde Kauwstraat en de nieuw aan te leggen weg worden ingericht als erftoegangswegen waar een maximale snelheid gaat gelden van 30 km/uur.
12
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Relevant rijksbeleid
3.1.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.
De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1.
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering;
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
13
11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is,en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuurvoor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.
Conclusie Het plan maakt onderdeel uit van de herinrichting van de Vijfknoop en ziet op de realisatie van een nieuwe ontsluiting van de wijk. Het draagt bij aan de nieuwe stationsomgeving, duurzaam ruimtegebruik en een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Het schept de randvoorwaarden voor een excellente ruimtelijk-economische structuur in Nijmegen. Het plan is vanwege deze redenen in lijn met de NOVI.
3.1.2
Ladder duurzame verstedelijking
Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is.
14
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
3.1.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het Rijksbeleid. Dit blijkt uit bovenstaande beschouwing en uit hoofdstuk 4 waarin nader ingegaan is op de milieuaspecten. Daaruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd.
3.2
Relevant provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgesteld door PS op 19 december 2018. Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben in hun vergadering van 26 februari 2019 namens Provinciale Staten van Gelderland besloten dat de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland Gelderland' (met inachtneming van amendement 18A44) op 1 maart 2019 in werking treedt. De omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema’s, te weten energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Sinds 2014 is een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer opgenomen in de Omgevingsvisie. Daarbij zijn gebieden en functies aangewezen. Deze blijven voortbestaan onder deze omgevingsvisie. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de oude Omgevingsvisie Gelderland hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten.
In hun vergadering van 26 februari 2019 hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland daartoe het Regionaal Waterprogramma, de Handreiking Plussenbeleid en de Beleidslijn Windenergie vastgesteld. Doorwerking plangebied Bereikbaarheid is een kritische succesfactor voor een verbonden samenleving en een krachtige, duurzame Gelderse economie. De samenleving heeft behoefte aan flexibele en efficiënte netwerken die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Mensen willen snel en veilig op hun werk kunnen komen, elkaar kunnen ontmoeten, ervaringen kunnen delen, de vele Gelderse evenementen kunnen bezoeken, grenzen kunnen verleggen. Een sterk netwerk zorgt daarvoor. Het plan sluit naadloos aan bij deze ambitie door de bereikbaarheid van het station vanaf de westzijde te verbeteren.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
15
Doorwerking plangebied In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsverordening relevant. Er zijn geen passages die van invloed zijn op het plangebied en de voorgenomen planontwikkeling. De regels voor de locatie hebben alleen betrekking op glastuinbouw. Glastuinbouw is binnen dit bestemmingsplan niet toegestaan. Het plan is niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening.
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren).
16
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.
Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.
2.
Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.
3.
Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.
4.
Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.
8 richtinggevende keuzes
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
17
De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal
In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant toekomstbestendige woonwijken en duurzame mobiliteit.
3.3.2
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat onderhavig plan voorziet in het bewerkstelligen van een betere en een verkeersveiligere afwikkeling van het verkeer voor alle modaliteiten op en rond de Vijfknoop.
18
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
M.e.r.-beoordeling
Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1. 2.
projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.
het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).
De aanleg van de weg als onderdeel van de transformatie van het Stationsgebied valt in het Besluit m.e.r. mogelijk onder: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2). Het plan voorziet in de onderdelen/functie: verkeer. De drempelwaarden van kolom 2 van onderdeel D 11.2 (100 ha oppervlakte of meer, 2000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldingsnotitie (zie Bijlage 1 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling). Op basis van de aanmeldingsnotitie zal het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeenster en wethouders, een belissing nemen inzake de mer-plicht. Dit besluit wordt genomen, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Met het plan worden geen nieuwe bedrijven of hindergevoelige objecten gerealiseerd. Conclusie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
19
Er is geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Geluid
In het stationsgebied van Nijmegen bij de kruising tussen de Tunnelweg, Marialaan, Koninginnelaan, Tweede Oude Heselaan en de Krayenhofflaan (de Vijfknoop) worden wegen aangepast om nu en in de toekomst de doorstroming van het verkeer te kunnen garanderen. Aan de Krayenhofflaan wordt een fietsstraat gerealiseerd waardoor in de toekomstige situatie kan het autoverkeer vanaf de Tunnelweg niet meer de Krayenhofflaan inrijden. De ontsluiting naar de wijk wordt mogelijk gemaakt via een nieuwe weg vanaf de Tunnelweg. Om effecten van deze aanpassingen op de geluidbelasting in de omgeving in beeld te brengen is door ER Milieu & Planologie B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 2. Het doel van het onderzoek was het vaststellen of er sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Op grond van afdeling 4 van hoofdstuk VI van de Wgh moet onderzoek worden verricht naar de te wijzigen wegen. Voor betreffende wegen moet de geluidbelasting vóór de wijziging van de bestaande wegen en de toekomstige geluidbelasting na wijziging van deze wegen in beeld worden gebracht. Voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is het zogenoemde maatgevende jaar een uitgangspunt. In beginsel is dit minimaal het 10de jaar na realisatie van de wijziging aan de weg. De heersende geluidbelasting wordt bepaald voor situatie één jaar vóór de wijziging van de weg.
Een reconstructie van een we is in art. 1 Wgh gedefinieerd als een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidbelasting in de huidige situatie de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat bij twee panden op de hoeken van de kruising modelmatig een te hoge geluidsbelasting is geconstateerd na herinrichting. Deze toename wordt veroorzaakt de herontwikkelingen van de UWV en de Westentree. Maar ook door ontwikkelingen als het Waalfront en de Vissers/P&R en niet door de herinrichting an sich. Zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidbelasting in de huidige situatie wordt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting bij de twee betreffende panden met 2 dB of meer verhoogd. Wanneer sprake is van reconstructie moeten maatregelen onderzocht worden of het mogelijk is de toename weg te nemen. Hierbij gaat hem om maatregelen aan de bron of in de overdracht. In stedelijke omgeving zijn overdrachtsmaatregelen door ruimtegebrek niet mogelijk en uit stedenbouwkundige overwegingen ook niet wenselijk. Het verlagen van de snelheid van 50 km/u naar 30 km/u levert ook een geluidreductie op.
Daarnaast past een verlaging van de rijsnelheid niet bij de functie van de Marialaan (gebiedsontsluitingsweg) en bij de verwachte verkeersintensiteit. Ook doet de weg dienst als hulproute voor ambulance en brandweer en wordt gebruikt door openbaar vervoer, waarvoor een snelheid van 30 km/uur niet gewenst is. Deze maatregel is dan ook geen reële optie. De toename van de geluidbelasting kan wel weggenomen worden door het toepassen van stille wegdekken. Op de Mariaweg en Tunnelweg is referentiewegdek voorzien. Door het toepassen van stille wegdekken type B kan een reductie van 2 tot 3 dB bereikt worden waardoor het effect van
20
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
reconstructie wordt weggenomen. De woningen waar de toename plaats vindt liggen in de directe omgeving van de kruising. Het toepassen van stille wegdekken op kruispunten is echter niet wenselijk omdat er sprake is van remmend en wringend verkeer. Indien er geen bron- en overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn moet onderzocht worden of er aanvullende gevelmaatregelen nodig zijn om in de geluidgevoelige ruimtes van betreffende woningen aan de binnenwaarde te kunnen voldoen.
4.4
Luchtkwaliteit
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit; het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
21
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. De gemeente Nijmegen heeft voor het plan een luchtkwaliteitsberekeningen uitgevoerd (zie Bijlage 3). Uit de berekeningen is gebleken dat de wijziging ruim inpasbaar is binnen de wettelijke normen van het Besluit Luchtkwaliteit 2005.
In 2024 is inclusief het plan sprake van een lichte overschrijding van de richtwaarden van het WHO in 2024, echter wordt dit niet door de effecten van het plan veroorzaakt, omdat de concentraties zonder planvorming ook al boven de richtwaarden liggen. Als gevolg van het plan zal de stagnatie op kruising met de helft afnemen waardoor de luchtkwaliteit ten opzichte van de situatie zonder planvorming per saldo verbeterd. Daarnaast zal de luchtkwaliteit in de gemeente Nijmegen verder worden verbeterd door de maatregelen die zijn afgesproken in het SLA. Dit heeft ook een positieve invloed op de gemeente Lingewaard. Hiermee kan beargumenteerd worden dat de gevolgen voor de leefomgeving acceptabel zijn.
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Binnen het plangebied zijn woningen gelegen. Woningen zijn volgens de bovenstaande redenering geen gevoelige objecten maar verdienen uiteraard wel bescherming. Uit de luchtkwaliteitsberekeingen is zoals bovenstaand is beschreven gebleken dat de realisatie van het plan een positiefeffect heeft op de leefkwaliteit nabij de kruising. Ter plaatse van de woningen zullen de concentraties PM10 en NOx afnemen met respectievelijk maximaal 0,05 ìg/m3 en 0,29 ìg/m3. Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA).
Dit is een soort vervolg op het eerdere NSL waarin het Rijk, de provincies en gemeenten
22
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: 1.
2.
3.
4.
4.5
Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord en voor het bereiken van het doel.
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Het Spoor door Nijmegen centrum is de belangrijkste risicobron in de nabijheid van het plangebied. De beoogde aanpassing betreft echter geen toevoeging van objecten waarbinnen personen kort of lang kunnen verblijven. Dit bestemmingsplan heeft dan ook geen invloed op de veiligheidssituatie ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Conclusie Op grond van bovenstaande analyse zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Ontplofbare Oorlogsresten
Voor, onder andere, het plangebied is een onderzoek na-conflicterende ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd (zie Bijlage 4). Hieruit blijkt dat er in het onderzoeksgebied geen sprake meer is van een aantoonbaar verhoogde kans op aanwezigheid van ontplofabere oorlogsresten.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
23
4.7
Bodem
Voor de bestemmingsplanwijziging van de groenstroken langs de Kauwstraat en de groenstrook tussen de Tunnelweg en de Eerste Oude Heselaan naar een verkeersbestemming is geen bodemonderzoek nodig, omdat er geen bouwactiviteiten plaatsvinden, én in het bodeminformatiesysteem van de gemeente Nijmegen geen aanwijzing is gevonden dat er ter plekke van de te wijzigen bestemming bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Op de beide locaties waar de bestemming wordt gewijzigd is onlangs bodemonderzoek uitgevoerd: Gecombineerd bodemonderzoek in het kader van voorgenomen wegaanpassingen en herinrichting van de openbare ruimte. Verkeersplein De Vijfknoop Te Nijmegen. Hoste Milieutechniek BV, 7-6-2023, kenmerk U23-0458, zie Bijlage 5.
Bodemkwaliteit omgeving Groenstrook tussen Eerste Oude Heselaan en Tunnelweg De groenstrook grenst aan een verontreiniging die veroorzaakt is door een houtverduurzamingsbedrijf. De grenzen van deze verontreiniging zijn vastgelegd in het besluit ernst en urgentie door gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland (dd 18-6-1997 beschikking nr. MW94.57264-6022005). De groenstrook ligt niet binnen de grenzen van deze verontreiniging.
Groenstroken Kauwstraat De huidige smalle groenstrook grenst aan een locatie die sterk is verontreinigd met zware metalen (koper, lood, zink, kwik, arseen en barium )en PAK zijn gemeten boven de I-waarde, nikkel en barium boven de tussenwaarde en kobalt, chroom, molybdeen, eox en minerale olie boven de Achtergrondwaarde. De aangetroffen verontreinigingen worden gerelateerd aan aanwezige bijmenging met baksteen, beton, puin, kolen en slakken. Deze verontreiniging is niet afgeperkt buiten de perceelsgrens. Uit het onderzoek dat is uitgevoerd door Hoste Milieutechniek BV blijkt dat in de 2 monsters die zijn geanalyseerd in het wegtracé van de Kauwstraat geen verontreiniging wordt aangetroffen boven de Lokale Maximale Waarden. Bij het beoogde gebruik voor verkeerdoeleinden ontstaan geen risico's. Er is geen verontreiniging aanwezig. Daarom zullen er zover het de bodem betreft geen bijzondere financiële of milieutechnische problemen bestaan.
Conclusie Voor deze bestemmingsplanwijziging geldt dat geen bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden om te toetsen of de bodem geschikt is voor de gewenste ontwikkeling. Op de locatie Kauwstraat is geen bodemverontreiniging aanwezig. Bij het beoogde gebruik van de grond voor verkeersdoeleinden ontstaan geen risico's. Daarom verwachten we bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke
24
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.
4.8
Water
4.8.1
De watertoets
Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
4.8.2
Algemeen
In het kader van de herontwikkeling van het stationsgebied vindt een herinrichting van de openbare ruimte rondom het stationsgebied plaats. Kruising de Vijfknoop is een van deze ruimtelijke herinrichtingsprojecten. Deze knoop vormt de aansluiting tussen de Tunnelweg, Marialaan, Koninginnelaan, Tweede Oude Heselaan en de Krayenhofflaan. Het plan behelst de herinrichting van de Vijfknoop, Krayenhofflaan, Kauwstraat en Tunnelweg. Het merendeel van de werkzaamheden past binnen het vigerende bestemmingsplan, echter voor de volgende twee onderdelen dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden: 1.
2.
Bij de herinrichting wordt het motorverkeer vanaf de Tunnelweg naar en van de Krayenhofflaan afgesloten. Daarom wordt een nieuwe weg aangelegd ter plaatse van het huidige hondenuitlaatveld naast Vissers Meubelen. Hiervoor is een bestemmings-planwijziging nodig, de functie verandert van groen naar verkeer. Het hondenuitlaatveldje wordt verplaatst naar de Kauwstraat. De inrichting van de weg verandert hierdoor. De groenstrook aan de noordzijde wordt verbreed en de groenstrook aan de zuidzijde versmald. Ook worden hier nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. De bestemming verandert van groen naar verkeer.
Het plangebied ligt in de wijk Biezen en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren.
Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
25
4.8.3
Oppervlaktewater
In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
4.8.4
Grondwater
Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. De Waal ligt nabij het plangebied en heeft invloed op de grondwaterstanden binnen het plangebied. Het grondwater zit doorgaans voldoende diep om het overgrote deel van het jaar hemelwater te infiltreren. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen.
Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
4.8.5
Riolering / hemelwater
In het projectgebied ligt een gemengd rioolstelsel dat dateert uit 1965 (Tunnelweg) tot aan 1995 (Krayenhoflaan). In de Krayenhoflaan ligt een transport riool uit 1995 (diameter 800 mm) dat regenwater en vuilwater afvoert uit het gebied naar het stamriool in de Voorstadslaan. Bij hevige neerslag kan gemengd water overstorten op het oppervlaktewatersysteem aan de Energieweg. Direct ten zuiden van het plangebied, in de Koninginnenlaan en omgeving ligt infiltratieriolering. Een deel van de neerslag van verharding in deze wijk wordt gescheiden afgevoerd en infiltreert in de bodem. In figuur 1 is de ligging van het plangebied inclusief de riolering te zien.
26
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
Figuur 1: Ligging kruispunt de Vijfknoop inclusief riolering Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. In de nota is geschreven dat de gemeente maatwerk kan toepassen. Bij de plannen in de stationsomgeving wil de gemeente maatwerk toepassen. De stationsomgeving is gevoelig voor wateroverlast. Met name in de Krayenhofflaan, Marialaan en de Tweede Oude Heselaan is een verhoogde kans aanwezig op opeenhoping van water. Door de verandering van het klimaat neemt de kans op stortbuien en langdurige neerslag toe. Hemelwater stroomt vanaf de daken van gebouwen en terreinverhardingen via leidingen of bovengronds naar de openbare riolering. De openbare riolering moet het afstromende hemelwater van veel gebouwen en andere verhardingen verwerken. De capaciteit van de riolering is bij dergelijke neerslag niet toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en met schade aan gebouwen of infrastructuur tot gevolg. De gemeente wil dit soort situaties zo veel mogelijk voorkomen.
Daarom zet de gemeente in op het lokaal verwerken van hemelwater binnen de gebiedsontwikkeling stationsgebied. Waardoor minder regenwater in het riool terecht komt. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als 'Het groene akkoord'. De ontwikkeling van de Vijfknoop omhelst de herinrichting van de openbare ruimte. Door de herinrichting van de kruising De Vijfknoop neemt het totale verharde oppervlak af ten opzichte van de huidige situatie. Op deelniveau van de aanleg van een nieuwe weg en het verplaatsen van het hondenuitlaatveldje (zie figuur 2), neemt het verharde oppervlak gering toe. De toename in verhard oppervlak bedraagt circa 270 m2. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Dat is hier niet nodig.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
27
Figuur 2: Betreft het plangebied conform bestemmingsplan. In de kleinste van de twee weergegeven gebieden is sprake van een verhardingstoename als gevolg van een nieuwe weg. In het grotere gebied, gelegen in de Kauwstraat, is het de doelstelling om te vergroenen en de verharding te reduceren. Deze doelstelling geldt eveneens voor de totale herinrichting Vijfknoop e.o.
Voor het hemelwater dat vanaf de verharding afstroomt is de doelstelling om zoveel mogelijk lokaal te verwerken. Hierbij kan gedacht worden aan het verlaagd aanleggen van de omliggende groenvakken, zodat deze als wadi gaan functioneren en het aanleggen van infiltratie riolering. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het rioolstelsel en het oppervlaktewatersysteem. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: het type infiltratievoorziening/filtervoorziening dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Let op bij gescheiden stelsels dat foutieve aansluitingen voorkomen worden omdat deze de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden.
28
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
4.9
Flora en Fauna
4.9.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.
4.9.2
Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden)
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
29
Figuur 3: ligging plangebied t.o.v. natura2000 gebieden Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarbij is gebruik gemaakt van de meest recente versie van het rekenprogramma Aerius (versie 6 november 2023). Volgens de stikstofstukken, zie Bijlage 6, zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
4.9.3
Beschermde soorten
De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe
30
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 7 (Ontsluiting Tunnelweg - Kauwstraat)
moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 7 juli 2022 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd t.b.v. reconstructiewerkzaamheden aan de 5-knoop te Nijmegen-West (notitie met kenmerk 22-0525/22.05572/JanDaa), zie Bijlage 7 Quickscan Flora en Fauna. Uit de QuickScan blijkt dat er mogelijk vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en (niet jaarrond beschermde) nesten van vogels aanwezig zijn in de bomen in het plangebied. De te kappen bomen hebben mogelijk een betekenis voor vleermuizen en hierbij wordt geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren op deze locatie. De ingreep zorgt mogelijk voor het verstoren van broedvogels (vogelsoorten categorie 5 (geen jaarronde bescherming i.v.m. voldoende alternatieven in de omgeving) en de algemene vogelsoorten). Maatregelen om deze verstoring te voorkomen zijn nodig. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.
Op 21 februari 2023 zijn de holtes van de bomen aan de Tunnelweg geïnspecteerd door bureau Waardenburg. De meeste holtes zijn te klein - en/of te vochtig om geschikt te zijn voor fauna. Eén holte had grotere afmetingen, die was leeg, er zijn geen nesten of vleermuizen aangetroffen. Er werden vooralsnog ook geen territorium-indicerende vogels gezien die mogelijk op korte termijn in de holtes broeden. Op dit moment hebben de holtes van de te kappen bo(o)m(en) geen functie voor broedende vogels of vleermuizen.
4.9.4
Gemeentelijk beleid
Uitgangspunten Omgevingsvisie We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door met woningen in een hofje en gezamenlijke ontmoet- en speelplekken in de buurt. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hitte stress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren.