Bestemmingsplan Landschapszone – 14 (Griftdijk Noord 50)
Tekst van het document
bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50) Plan
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50) IDN: NL.IMRO.0268.BP24014-VG01
Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
11 11 13 15
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Sectorale aspecten M.e.r.-beoordeling Wonen Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Natuur en landschap Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en Klimaatadaptatie NGE
19 19 19 20 20 21 22 22 23 24 27 37 39 42 43 46
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
49 49 49
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
51
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Procedure
53 53 53
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
55 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
57 57 76
5
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 4
81 81 83 86
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
91 91 92 93 94 95
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
97 97 99
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, 2023
Bijlage 2
Aeriusberekening, beoogde situatie
Bijlage 3
Aeriusberekening, bouwfase
Bijlage 4
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 5
Nader onderzoek Flora en Fauna
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
Bijlage 7
Definitief Hogere Waardebesluit
Bijlage 8
Participatieverslag
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Beleidsregels Parkeren
Bijlage 2
AMZ-cyclus
6
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het plan wordt beoogd om een bestaande woning slopen waarna het bestaande bouwvlak op de kavel verplaatst wordt om hier een nieuwbouw woning te realiseren. Tevens wordt beoogd om een extra woning te realiseren. De realisatie van de woningen op het perceel passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan Landschapszone. Deze ontwikkeling wordt juridisch en planologisch mogelijk gemaakt door middel van onderhavige bestemmingsplanherziening.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in Nijmegen Noord. Het plangebied is gelegen aan de Oosterhoutse plas en aan de westzijde wordt de grens gevormd door de Griftdijk Noord. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie F, nummers 27 en 165. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 3295 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
Figuur 1: Ligging plangebied
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Landschapszone. Dit bestemmingsplan is door de raad op 16 december 2009 vastgesteld; het plan is op 22 december 2010 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat beoogd wordt om twee nieuwe woningen te realiseren op twee naast elkaar gelegen percelen. Een van deze percelen heeft de bestemming 'tuin', wat maakt dat hier geen woning mag worden gerealiseerd. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving.Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
8
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het onderhavige perceel op de Griftdijk Noord 50 heeft een ruime opzet. Het kavel bestaat in feite uit 2 kadastrale percelen (27 en 165), samen ca. 3.234m2 in oppervlakte. Op perceel 27 bevindt zich momenteel een vrijstaande woning (bestaande uit twee bouwlagen met een kap). Aan de westzijde van het perceel ligt de ontsluiting naar de Griftdijk Noord, waar het hoofdgebouw, achter veel groen, naar georiënteerd is. Aan de oostzijde van de woning, op perceel 165, is aan de Oosterhoutse plas een kas gelegen. Verder is de woning omringd door veel groen en een grote strook asfalt. Typisch aan de ruimtelijke situatie ter plaatse is de richting van de blokvormige verkaveling, die kenmerkend is voor de oudere percelen aan dit deel van de Griftdijk, in combinatie met de ruime voorerven en bebouwing evenwijdig of haaks aan de kavelrichting. Met de ontwikkeling van de Waalsprong en aanleg van de Landschapszone is de planlocatie direct aan de Oosterhoutse Plas komen te liggen. Samen met de woningen op de aangrenzende percelen Griftdijk Noord 36 en 34 is een markant ensemble woningen ontstaan in de landschappelijke zone tussen de woonwijken Groot Oosterhout/Grote Boel en Woenderskamp/Koudenhoek Noord (te realiseren).
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Het plan voorziet in het slopen van de bestaande bebouwing op de kavel en het realiseren van twee nieuwe woonpercelen van circa 1.600 m2 elk. De bouwvlakken liggen vrij van de perceelsgrenzen evenwijdig aan de kavelrichting. De voorgevellijn van de bouwvlakken volgt de bestaande rooilijn aan de Griftdijk. De bestemming 'Tuin' waarborgt de karakteristiek van ruime, onbebouwde voorerven en tevens de zelfstandigheid van de twee losse woonpercelen d.m.v. een 5 meter brede scheidende strook 'Tuin' tot aan de Oosterhoutse Plas. De nieuwe woningen worden naar de Griftdijk Noord georiënteerd. De bouwmogelijkheden sturen op woningen in 1 tot 1,5 bouwlaag met een flinke kap, die passend is in de omgeving en waarmee opnieuw een sterke referentie wordt gelegd naar de oorspronkelijke bebouwing langs de Griftdijk. De planologische situatie is zorgvuldig afgestemd op de karakteristieken van de omgeving en speelt in op de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. Het realiseren van twee nieuwe woningen op deze plek is vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
9
10
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Relevant rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geintegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio?s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk.
Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
11
datdit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Toetsing In het rijksbeleid worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.
3.1.1
Ladder duurzame verstedelijking
Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Doorwerking plangebied Gelet op de kleinschalige woningbouw die het plan mogelijk maakt (twee woningen), voorziet het plan niet in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (ABRvS 14 januari 2014, nr 201308263/2/R4).
De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6 van het Bro niet van toepassing is. Voor wat betreft de behoefte wordt verwezen naar het provinciale en gemeentelijke beleid
3.1.2
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid.
12
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
3.2
Relevant provinciaal beleid
De provincie Gelderland heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie en bijbehorende Omgevingsverordening zijn in 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en worden twee maal per jaar geactualiseerd.
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2021) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch'of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2.
Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan'dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is het sturen op doelen en kwaliteiten, niet op exacte middelen.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
13
Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik houdt in dat de behoefte van de ontwikkelingen op het gebied van wonen, kantoren, bedrijven en detailhandel regionaal moet worden afgestemd en dat deze in principe binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moet worden.
het creeeren van een goede sociale infrastructuur in de Waalsprong is een belangrijke voorwaarde voor de totstandkoming van een hoogwaardig woon- en leefklimaat. De voorliggende ontwikkeling maakt realisatie van twee vrijstaande woningen mogelijk. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Derhalve kan gesteld worden dat voldaan wordt aan de ladder van duurzame verstedelijking.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2021). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat er sprake is van woningtekort en derhalve is deze ontwikkeling nodig.
14
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.
Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
15
Figuur 2: 4 opgavene en 8 richtinggevende keuzes
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.
Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.
2.
Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.
3.
Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.
4.
Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.
8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de
16
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 5.
Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid.
6.
Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren.
7.
Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau.
8.
Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad.
9.
Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
17
voor de opwekking van hernieuwbare energie. 10. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat. 11. Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen. 12. We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a.
aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.
In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Nijmegen staat, zoals hiervoor aangegeven, landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om de toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. Ruimte voor nieuwe woningen gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus onder andere ligt op de Waalsprong, waar het betreffende perceel zich bevindt.
3.3.2
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat het een uitbreiding in bestaand bebouwd gebied betreft in de Waalsprong.
18
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
M.e.r.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van twee woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.
4.2
Wonen
Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027 Met de “Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027” hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 12.050 woningen tot 2027 (op basis van de meest recente Primos-prognose). Om de versnelling vorm te geven mag 70% van het totale aantal woningen in de eerste jaren worden toegevoegd. Centraal staat goed wonen en leven voor alle huidige en toekomstige inwoners van de regio gemeenten. De woningvoorraad en woonomgeving moet kunnen voldoen aan de (veranderende) woonbehoeften van de inwoners met voldoende aanwezige of bereikbare voorzieningen in de buurt. Afgesproken is aandacht te schenken aan de relatie tussen wonen en mobiliteit, versterking van openbaar groen, energieneutraliteit, alternatieve energieopwekking en voldoende levensloopbestendige woningen. Doorwerking plangebied Met de voorgestane ontwikkeling worden twee woningen in Nijmegen Noord gerealiseerd, welke past binnen het aangewezen ontwikkelingsgebied de Waalsprong. Realisatie van deze woningen draagt bij aan de ontwikkeling van het gebied en voorziet in de behoefte aan grondgebonden woningvraag in een groenstedelijk woonmilieu.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
19
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Het plangebied grenst aan de bestemmingen groen, water en wonen. Er is geen bedrijvigheid in de nabijheid van het plangebied waardoor ook geen hinder te verwachten is van bedrijven op de woningen.
Doorwerking plangebied Milieuzonering is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluid
De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Omdat hier sprake is van vervangende nieuwbouw, kan er een Hogere Waarde besluit worden genomen. Voor woningen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, kan er gebouwd worden onder de voorwaarden, vastgelegd in het Hogere Waardebesluit. ( Bijlage 7) Dit plan maakt geen nieuwe inrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeheer mogelijk. De geplande woningen in dit gebied liggen op ruimte afstand van bestaande inrichtingen. Een akoestisch onderzoek in het kader van de wet Milieubeheer is voor de realisatie van deze woningen niet nodig. De verkeer aantrekkende werking van de woningen is beperkt en zal in relatie tot de huidige verkeersstromen niet tot aanvullende hinder leiden. Eventuele cumulatie van installatiegeluid van de klimaatinstallaties bij deze woningen zal nimmer leiden tot overschrijding van de geluidsnormen van de VNG voor een rustige woonwijk. Daar hier sprake is van gemengd gebied, is hierdoor sprake van een acceptabele situatie. De beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en het feit dat er gebouwd kan worden binnen de richtlijnen van het Nijmeegse Hoge Waardebeleid, maakt dat er hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Doorwerking plangebied De beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en het feit dat er gebouwd kan worden binnen de richtlijnen van het Nijmeegse Hoge Waardebeleid, maakt dat er hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
20
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
21
Milieubeheer, hoofdstuk 5. In het onderhavige plan bestaat het voornemen om twee vrijstaande woningen te realiseren. De netto verkeersaantrekkende werking van deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden.
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. De woningen zijn geen gevoelige bestemming.
Doorwerking plangebied Vanuit luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.6
Geur
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is een beoordelingskader opgenomen voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Doorwerking plangebied Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen agrarische bedrijven aanwezig zijn, vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden.
22
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Het plangebied ligt in de nabijheid van de volgende risicobronnen: Het spoor (520 meter) De Prins Mauritssingel (560 meter)
Van bovenstaande bronnen ligt geen PR 10-6 contour over het plangebied. Alleen zeer onwaarschijnlijke toxische scenario's kunnen in het plangebied optreden. Voor het groepsrisico geldt dat er kan worden verwezen naar de standaard verantwoording die is opgenomen op pagina 33 en 34 van de beleidsvisie externe veiligheid van Nijmegen van februari 2014.
Doorwerking plangebied Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Bodem
De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapport:
Verkennend bodem- en asbestonderzoek aan de Griftdijk Noord 50 te Lent, 02-02-2023, kenmerk B22.8717, Verhoeven Milieutechniek Dit rapport is opgenomen als Bijlage 1.
Uit deze onderzoeken blijkt in de grond in het algemeen enkel achtergrondwaarde overschrijdingen aan zware metalen en PAK worden gemeten. In één boring (boring 107, bodemlaag 0,2-0,3) is een tussenwaarde overschrijding gemeten aan nikkel. In dit monster worden de LMW van de gemeente Nijmegen, deelgebied 'Waalsprong' overschreden. De matige verontreiniging aan nikkel betreft een plaatselijke uitschieter. De interventiewaarde wordt niet overschreden. Om deze reden is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
In de bovengrond (klei, 0,0-0,5m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, kwik, lood, nikkel, zink en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzochte NENparameters (incl. arseen en chroom) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden
In het onderzochte mengmonsters van de ondergrond (klei, 0,5-2,0 mmv) is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Het grondwater is niet verontreinigd. In het grondwater wordt enkel een licht verhoogde waarde voor aan barium gemeten. Barium komt in de Nederlandse bodem vaker voor en is waarschijnlijk van nature aanwezig.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
23
Tijdens het onderzoek naar asbest zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen (ernstige) asbestverontreiniging is aangetoond (maximaal 2,7 mg/kg d.s. asbest).
Op basis van het onderzoek blijkt geen sprake te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat geen sterke verontreiniging is aangetroffen. De aangetroffen licht verhoogde waarden vormen geen risico voor de beoogde woningbouw. Bij het realiseren van de gewijzigde bestemming verwachten we zodoende geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.
4.9
Water
De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
Algemeen Het plan behelst de verandering van bebouwing aan de Griftdijk Noord. Het plangebied maakt deel uit van de bestaande waterhuishoudkundige inrichting van het gebied Waalsprong. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming.
Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig, direct gelegen aan de Oosterhoutse plas.
Grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.
zich
niet
in
een
grondwaterwingebied
of
Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld
24
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
kruipruimteloos bouwen.
Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn maatregelen (ter voorkoming van grondwateroverlast) te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren dienen zelf te zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij dienen in dat kader zelf bouwkundige maatregelen te treffen. Dit speelt met name als ondergronds gebouwd gaat worden. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang bij de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
Riolering/hemelwater In de Griftdijk ter hoogte van het plangebied ligt terreinriolering die middels een pvc ø160 loost op een persleiding in de Griftdijk Noord. De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich ter plaatse van deze terreinriolering. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij het duurzaam omgaan met hemelwater de nota Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer. Het huishoudelijke afvalwater van de twee woningen moet worden aangesloten op de openbare riolering. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
25
Figuur 3: Terreinriolering, groen = persleiding, oranje is vrijverval dwa
Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant Duurzaam bouwen in het KAN (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Voor het hemelwater dat afstroomt van de verhardingen is een vorm van zuivering vereist. Deze zuivering moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlaktewater niet negatief beïnvloed wordt. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant Duurzaam bouwen in het KAN (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Het plangebied is gelegen aan de Griftdijk Noord. Het hemelwater dat afstroomt van de verhardingen op dit perceel wordt zo veel mogelijk bovengronds naar de openbare ruimte afgevoerd.
Er dient via een wadi het hemelwater op eigen terrein opgevangen te worden alvorens het bovengronds op de Oosterhoutse plas loost. Via de wadi's infiltreert het water in de bodem. Drainageleidingen onder de wadi's voeren het water naar oppervlaktewater af. De wadi's hebben een zodanige inhoud en opbouw dat het hemelwater door de bodem wordt gezuiverd van onderweg meegenomen verontreinigingen. Als een wadi vol is, kan het water via een zogenaamde slokop (overstortvoorziening) met afvoerleiding erachter naar oppervlaktewater stromen. De drainageleidingen onder de wadi's zijn op deze afvoerleidingen
26
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
aangesloten. Het is niet uitgesloten dat het hemelwater dat afstroomt uit het plangebied naar de openbare ruimte aan de achterzijde van de woningen afgevoerd kan worden. Deze afstroming dient in dat geval wel bovengronds te zijn. De mogelijkheden van bovengrondse afstroming naar de openbare ruimte aan de achterzijde van de woningen kunnen met de gemeente besproken worden. Hemelwater mag ook niet afstromen naar naastgelegen (lager gelegen) percelen.
4.10 Natuur en landschap 4.10.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Het plangebied valt volgens de wet natuurbescherming binnen de bebouwde kom.
4.10.2 Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.
Figuur 4 : ligging plangebied
Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
27
van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Er dient ook rekening te worden gehouden met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit is geconstateerd dat de ontwikkeling dat de stikstofdepositie marginaal is. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten.
Stikstof Voor de berekening van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden wordt onderscheid gemaakt in de gebruiksfase en in de realisatiefase. In bijlage 2 en 3 bij deze toelichting is de memo bij de stikstofberekeningen opgenomen. Het betreffen hier de berekeningen voor zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. Uit berekeningen met AERIUS Calculator voor beide fases blijkt dat er geen toename is van sitkstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van , de Wet natuurbescherming.
4.10.3 Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Doorwerking plangebied
Op 10 februari 2023 heeft Bureau BNL Advies een quickscan beschermde soorten uitgevoerd op het perceel Griftdijk Noord 50 (kenmerk 23018.QFF). Deze is opgenomen als bijlage 4. Uit de Quickscan blijkt het volgende: Soortgroep Effecten
28
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
Uilen
De anwezigheid van voortplantingsplaatsen van de steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het onbreken van geschikte bebouwing of broeholen in oude bomen binnen het plangebied en in de directe omgeving. De locatie is verder niet geschikt als voortplantings- en verblijfplaats. Nader onderzoek is niet nodig. Flora Potenties voor nationaal beschermde plantsoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Ook zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde soorten / indicaties van mogelijk groeiplaatsen aangetroffen. (Kleine) marterachtigen Tijdens het locatieonderzoek is concreet gezocht naar sporen. Deze zijn zowel in de te slopen bebouwing als op de kavel niet aangetroffen. Gezien de afwezigheid van geschikte steenhopen, holen, ruigten, houtwallen, etc. nabij te slopen bebouwing en de afwezigheid van geschikt water, strobalen / hooizolder voor winterverblijven, is het plangebied niet geschikt. Nader onderzoek wordt niet nodig geacht. Overige soorten (boomvalk, buizerd, havik, Binnen en rondom het plangebied zijn geen sperwer, ransuil en wespendief) beschermde nestenof sporen van boombewonende soorten broedvogels waargenomen. Vleermuizen
De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen an de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de te slopen woning wordt dan ook nodig geacht, voorafgaand aan de geplande sloop werkzaamheden.
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
29
Vogels Huismus
Tijdens het locatiebezoek zijn huismussen waargenomen op het dak van het woonhuis en in de beplanting in de tuin. Bij enkele dakpannen en nokvorsten zijn openingen aanwezig die toegang bieden tot het dak en daarmee geschikt zijn als nestlocatie voor huismussen. Het is daarom niet op voorhand uit te sluiten dat huismussen het huis gebruiken als nestlocatie. Aangezien het huis gesloopt wordt zijn negatief effecten op deze soort of het essentieel leefgebied verwacht. een nader onderzoek naar naar huismussen, en daarbij het aantal nestlocaties wordt nodig geacht.
Overig jaarrond beschermde vogels De kavel is geschikt gevonden voor vaste rusten verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten en nestplaatsen van zowel de gierzwaluw en de huismus. Nader onderzoek naar het voorkomen en gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt dan ook nodig geacht, voorafgaand aan de geplande sloopwerkzaamheden. De kavel is niet geschikt bevonden andere jaarrond beschermde vogels zoals steen- en kerkuil. Nader onderzoek naar het voorkomen van deze soorten wordt niet nodig geacht. Niet jaarrond beschermde vogels Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals de koolmees, pimpelmees in nestkasten. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken. Werken in het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Waneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Algemene broedvogels
Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen door buiten
30
vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 14 (Griftdijk Noord 50)
het broedseizoen te werken. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle uit te voeren op de aanwezige nesten. Waneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Het plangebied is ongeschikt door de afwezigheid van geschikt habitat. Nader onderzoek is niet nodig. Het plangebied is ongeschikt door de afwezigheid van geschikt habitat. Nader onderzoek is niet nodig. Het plangebied is ongeschikt door de afwezigheid van geschikt habitat. Nader onderzoek is niet nodig. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied aanwezig zijn. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.