CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Besluitronde (raadsvergadering) 5 april 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24) (22/2023)26.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24) Plan

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24) IDN: NL.IMRO.0268.BP140W43-VG01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

3 Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie en stedenbouwkundige karakteristieken

11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid

13 13 15 16

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Sectorale aspecten Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Klimaat

21 21 21 22 23 23 24 25 29 37 40 42 43

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels

49 49 49

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal

51 51

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg Participatie

53 53 53 53

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

11

55 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

57 57 76

5

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Wonen Leiding - Riool Waterstaat - Waterlopen

81 81 84 86

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

89 89 90 91 92 94 95

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

97 97 99

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

Bijlage 2

Definitief besluit hogere waarde

Bijlage 3

verkennend bodem en asbestonderzoek april 2021

Bijlage 4

verkennend bodem en asbestonderzoek dec 2021

Bijlage 5

Nader asbestonderzoek

Bijlage 6

rapportage stikstof

Bijlage 7

Stikstofberekening

Bijlage 8

Quickscan Flora en Fauna

6

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het plan wordt beoogd om op het perceel Griftdijk Noord 24 een vijftal vrijstaande woningen te realiseren alsmede een gezamenlijke moestuin. Dit zal gebeuren na de sloop van de huidige woning en schuren op het perceel. Deze woningen en moestuin passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Griftdijk Noord. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door het toekomstige woongebied Koudenhoek noord en aan de westzijde door de Griftdijk Noord. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie F, nummer 18. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2820 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

7

Figuur 1: Afbeelding plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op dit moment is het bestemmingsplan "Buitengebied Dorp Lent" van de gemeente Nijmegen het vigerende bestemmingsplan voor het onderhavige plangebied. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad (van de voormalige gemeente Elst) op 28 november 1989 en (gedeeltelijk) goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland op 9 juli 1990. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'woondoeleinden'. Vanwege deze bestemming is het niet toegestaan om 5 woningen te realiseren, maar slechts één woning. Met onderhavig bestemmingsplan wijzigt de bestemming van het plangebied naar 'Woongebied' waardoor de realisatie van de 5 woningen mogelijk wordt.

8

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen). De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving.Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.

Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Het perceel Griftdijk Noord 24 is gesitueerd aan de Griftdijk noord. De huidige grote kavel is het overgebleven gedeelte van een oorspronkelijk veel grotere kavel van een tuinbouwbedrijf. Hierop zijn een vrijstaande woning en bijbehorende schuren gesitueerd die oorspronkelijk bij dit bedrijf hoorde. Deze verwijzen nog enigszins naar het oorspronkelijke gebruik en het karakter van de Griftdijk als oud lint met een losse verkavelingsopzet met voornamelijk tuinderswoningen en schuren en op enige afstand van de Griftdijk noord. Kenmerkend voor dit gedeelte zijn de groene tussenruimtes tussen de panden. In de afgelopen decennia zijn de hele diepe kavels verdwenen door het verdwijnen van het overgrote deel van de (glas)tuinbouw. Daarnaast zijn veel kavels ook gesplitst en zijn er meer vrijstaande woningen toegevoegd met voldoende groene tussenruimte om de losse bebouwingsstructuur zoveel mogelijk recht te doen. De ontsluiting van de huidige kavel vindt plaats vanaf de Griftdijk noord. Aan de oostzijde sluit het perceel aan op het toekomstige woongebied Koudenhoek noord. Hiervoor is een woningbouwplan in de maak.

2.2 Beschrijving toekomstige situatie en stedenbouwkundige karakteristieken Op het perceel Griftdijk noord 24 is door de eigenaar een kleine ontwikkeling voorzien. Hiervoor is een verkavelingsplannetje gemaakt waarbij, na sloop van de huidige woning en schuren, het perceel wordt opgedeeld en een 5 tal vrijstaande woningen zullen worden gerealiseerd, alsmede een gezamenlijke moestuin. De bouwvolumes zijn in een losse setting op gemeenschappelijk een erf als een hofje gepositioneerd. De centrale ontsluiting (het erf/hof) vanaf de Griftdijk noord zorgt voor de toegang en auto ontsluiting van de woningen. Hieraan is tevens in het hof een parkeervoorziening voor bezoekers gesitueerd. De bewoners van de woningen parkeren op eigen terrein. In aansluiting op het bestemmingsplan van het ten zuiden gelegen plangebied Koudenhoek zuid, waar het plan Lentelijn wordt gerealiseerd, is langs de Griftdijk noord minimale afstand voor de bouwvolumes van 22 meter bepaalt ten opzichte van het hart van de Griftdijk. Het geheel krijgt een groene uitstraling die past bij het landschappelijk karakter van het oude lint. De erfafscheidingen zullen groen zijn geïnspireerd op de oorspronkelijke erfbeplanting van de tuinderspercelen. De woningen zelf zullen in hun uitstraling eveneens geïnspireerd zijn op kenmerken van schuren, kassen en tuindersbebouwing. Woningen met kap en verschillende kaprichtingen.

De bouwvolumes zullen zo gepositioneerd worden dat de ruimte tussen de woningen niet dichtgezet wordt met bebouwing en een open groene ruimte gegarandeerd blijft. Ze zijn geïnspireerd op de schuren op de tuinderserven. De gebruikelijke bijgebouwen (bergingen etc.) zullen in de hoofdvolumes worden opgenomen. Het perceel en daarmee het woonhof zal aan de oostzijde een aansluiting voor de bewoners

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

11

krijgen middels een voetpad.

12

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Relevant rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. In de SVIR is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. b. c.

het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Daarnaast geldt voor de verschillende militaire vliegvelden in Nederland dat er rondom de vliegbasis geen hoge bebouwing gerealiseerd mag worden om geen belemmering te vormen voor de radar- en communicatieapparatuur. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevat in artikel 2.4 regels ten aanzien van de bouwbeperkingen in relatie tot radarverstoringsgebieden. Daaruit volgt dat er voor een zone van 15 kilometer rondom de antenne maximale bouwhoogtes voor bouwwerken en windturbines gelden. Het bepalen van deze maximale bouwhoogte moet worden bepaald aan de hand van de hoogteligging (NAP) van de antenne, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. Buiten deze 15 kilometerzone geldt tot 75 kilometer een maximale bouwhoogtegrens voor de tippen van de wieken van windturbines. Een en ander is in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven en ook als zodanig opgenomen in het Rarro.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

13

Figuur 2: Schematische weergave bouwbeperkingen in relatie tot radarverstoringsgebieden

Aangezien binnen dit plan enkel woningen worden ontwikkeld met een maximale bouwhoogte van 10 meter en er zich binnen een straal van 15 kilometer geen radarantennes aanwezig zijn, vormt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het plan is daarom niet in strijd met de SVIR en het Barro.

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte') . Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan wel worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wel van toepassing is. In maart 2018 is de subregionale woonagenda in de colleges van de subregio vastgesteld.

Met een regionale kop en die subregionale bijdragen is de woonagenda ook door de provincie vastgesteld.

14

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

In de subregionale woonagenda wordt uitgegaan van zowel kwantitatieve als kwalitatieve uitgangspunten. In de kwantitatieve uitgangspunten is het uitgangspunt dat we gaan voor een versnelling in de woningbouw, waarbij 70% van de richtlijn van ongeveer 16000 woningen tot 2027 nog voor 2022 wordt opgeleverd. Een enorme opgave, waarin ook dit plan een bijdrage levert.

3.1.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat de ontwikkeling voorziet in een behoefte.

3.2

Relevant provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de omgevingsvisie wij hier richting aan. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand verstedelijkt gebied en past daarmee binnen de omgevingsvisie. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen.

Voor de Provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Alle woningen in onderhavig project zijn levensloopgeschikt en de appartementen in het sociale huursegment zijn bedoeld voor ouderen die beschut willen wonen (wonen met zorg voor ouderen). Het plan draagt hiermee bij aan een duurzaam woon- en leefklimaat.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

15

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de Provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De Provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Er is geen beleid uit de Omgevingsvisie relevant in relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

3.2.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.

3.3

Relevant gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging

In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3.

16

Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

4.

van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen

Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.

Figuur 3: Opgaven en integrale oplossingen

4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid, zowel voor hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

17

3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top drie van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen. 4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. Conclusie De woningbouwplannen voldoen aan en versterken opgaven 3 en 4. De ontwikkeling vergroot het woningaanbod en verkleind het woningtekort. 8 richtinggevende keuzes De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen.

Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal

Conclusie Richtinggevende keuzes 2, 3 en 4 zijn van toepassing op het plangebied . Het plangebied en in groter geheel onderdeel van de Waalsprong, biedt een mix van woningen en woonmilieus, met voorzieningen in de buurt.

3.3.2

Coalitieakkoord 2022 - 2026, Ons Nijmegen, stad van iedereen

De afgelopen jaren is al gewerkt aan een mooier, schoner, veiliger, duurzamer, groener en prettiger Nijmegen. Die lijn houden we vast. Met extra stappen en daadkracht waar dat kan. Dat doen we niet alleen, maar met de stad. We gaan de stad nog meer vergroenen, onder meer door veel nieuwe bomen te planten. Daardoor is er meer schaduw en minder hitte in de stad en voelen meer diersoorten zich er thuis. Ook doen we extra ons best om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. We willen in 2045 energieneutraal en aardgasvrij zijn. We bouwen in Nijmegen tot 2040 15.000 nieuwe woningen. Die komen voor een groot deel in het Stationsgebied, Winkelsteeg/Kanaalzone, Waalsprong en Waalfront en op vrijkomende locaties in de stad. Van die woningen wordt tweederde betaalbare koop en huur. Nijmegen is een snelgroeiende stad die we voor iedereen bereikbaar willen

18

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

houden. Daarom geven we meer ruimte aan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. We zorgen voor goede doorstroming van het verkeer, dat geeft ook schonere lucht. We investeren in het erfgoed dat Nijmegen uniek maakt als oudste stad van Nederland. We hebben een hardwerkende MKB-sector: starters, groeiende en gevestigde ondernemers geven we allemaal ruimte. We willen dat zij kunnen uitblinken en de omslag naar een circulaire productie en dienstverlening kunnen maken. We gaan de komende jaren fors extra investeren, in wonen, klimaat, energietransitie, bereikbaarheid, luchtkwaliteit en zorg en welzijn voor de mensen die dat nodig hebben. We zullen er alles aan doen om Nijmegen nog mooier, groener en socialer te maken, samen met iedereen in deze prachtige stad.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

19

20

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Bedrijven en milieuzonering

Bedrijvigheid in de zin van de Wet milieubeheer is die bedrijvigheid die onder het activiteitenbesluit valt en/of een omgevingsvergunning nodig heeft. In het nieuwe bestemmingsplan zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten gekoppeld worden aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten in Nijmegen al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Hierbij zijn alleen de ruimtelijk relevante milieu¬aspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar, verkeer en visuele aspecten van belang. De Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen is een verbijzonderde afgeleide van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Naast de afstandseisen uit de VNG-brochure moet uiteraard ook rekening worden gehouden met overige milieuhinder die aan de orde kan zijn bij bepaalde bedrijfscategorieën, waaraan speciaal overheidsbeleid en hierop gerichte jurisprudentie nadere invulling geven. Hierdoor wordt ook rekening gehouden met hinder die buiten de kaders van de VNG-brochure valt. Met dit bestemmingsplan wordt het perceel herbestemd. In plaats van 1 woning komen hier 5 woningen. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn woningen bestemd in het gebied Broodkorf Zuid.

Aan de westzijde van het plangebied, aan de overzijde van de Griftdijk, zijn ook alleen woningen aanwezig. Dat geldt ook voor de aan de noordzijde gelegen woningen op Griftdijk nr, 22. In de richting van het spoor sluit het bestemmingsplan aan het Citadelcollege (Dijkstraat 6). Volgens de VNG brochure valt een school in een categorie 2 met een richtafstand van 30 meter voor geluid naar een rustige woonwijk. Tot deze nieuwe school is derhalve ruim voldoende afstand. De oude locatie van de school op Dijkstraat 7a wordt gesloopt. Ook hier is in de toekomst woningbouw voorzien en is geen hinder te verwachten. Conclusie: Op grond van milieuzonering is er geen belemmering voor het plan.

4.2

Geluid

In het bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent-43 (Griftdijk Noord), zijn meerdere bouwvlakken met de bestemming woningen binnen de geluidszone van de Griftdijk Noord, Italiëstraat, Graaf Allard singel en de spoorlijn Nijmegen-Arnhem geprojecteerd. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat binnen de bouwvlakken de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai van 48 dB (na aftrek artikel 110 WGH) wordt overschreden. Voor de 2 zuidwestelijk gelegen woningen in het bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent-43 (Griftdijk Noord) moet de maximale geluidsbelastingen worden vastgelegd in een hogere waardenbesluit. Voor deze woningen kunnen aanvullende eisen gelden. Deze worden vastgelegd in het hogere waarden besluit. Er komen geen nieuwe inrichtingen conform de wet Milieubeheer in dit gebied. Toevoeging van deze woningen zal op niet leiden tot een waarneembare toename in de verkeersintensiteit. Te plaatsen installaties bij de woningen voor koude en warmteopwekking moeten reeds voldoen t.o.v. de woningen in het plangebied. Op basis van de grotere afstand tot de reeds bestaande woningen leidt dit niet tot onwenselijke cumulatieve waardes.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

21

Dit besluit is gemaakt op basis van de woningbouwprognose en verkeersintensiteiten voor 2032(H) geleverd door Goudappel Coffeng.

4.3

Luchtkwaliteit

Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.

Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.

Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 ìg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 ìg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3

1 juni 2011

Figuur 4: Tabel luchtkwaliteit

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.

Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de

22

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Gevraagd is de mogelijkheid te creëren voor 5 woningen. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat dat aantal woningen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Het plan is daarom NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijnstof (max. 20 ìg/m3 fijn stof) echter niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijnstof). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

4.4

Geur

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is een beoordelingskader opgenomen voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Doorwerking plangebied Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen agrarische bedrijven aanwezig zijn, vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes, Bevt). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

23

In de omgeving liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken en een invloedsgebied over het plangebied hebben liggen. Alleen het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor van Nijmegen naar Arnhem zou een effect kunnen hebben op de planlocatie. Het Bevt, artikel 8, bepaalt echter dat alleen voor ontwikkelingen binnen de 200 meter vanaf het spoor het groepsrisico verantwoord moet worden. Het plangebied ligt buiten deze zone. Het plangebied ligt wel in het invloedsgebied van het spoor waar nog een scenario kan optreden met een giftige wolk. Het risico hierop is echter zeer klein. Voor dit risico is een standaard verantwoording opgenomen in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen uit 2014 op pagina 33. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.6

Bodem

De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapporten: Verkennend bodem- en asbestonderzoek aan de Griftdijk Noord 24 te Lent, 21-04-2021, R001-1274844LFK-V01-mwl-NL, TAUW https://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr= Het betreft hier het noordoostelijk deel van het plangebied. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Griftdijk Noord 24 R001-1281086LFK-V01, TAUW

te

Lent, 10-12-2021,

https://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr= Het betreft hier het zuidwestelijke deel van het plangebied. Uit deze onderzoeken blijkt in de grond in het algemeen enkel achtergrondwaarde overschrijdingen aan zware metalen en PAK worden gemeten. In één boring (boring 107, bodemlaag 0,2-0,3) is een tussenwaarde overschrijding gemeten aan nikkel. In dit monster worden de LMW van de gemeente Nijmegen, deelgebied 'Waalsprong' overschreden. De matige verontreiniging aan nikkel betreft een plaatselijke uitschieter. De interventiewaarde wordt niet overschreden. Om deze reden is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Het grondwater is niet verontreinigd. In het grondwater wordt enkel een licht verhoogde waarde voor aan barium gemeten. Barium komt in de Nederlandse bodem vaker voor en is waarschijnlijk van nature aanwezig.

Met betrekking tot asbest zijn in twee druppelzones gehalten van 3.500 en 59.000 mg/kg d.s. aangetoond, wat ruim boven de norm voor asbest (100 mg/kg d.s.) is. Daarnaast is in een asbestinspectiegat in het erf een asbestgehalte van 760 mg/kg d.s. aangetoond. Op basis van deze uitkomsten is een nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van gat 10 en de directe omgeving. Nader asbestonderzoek Griftdijk Noord 24 te Nijmegen Lent, 11-8-2022, P04157, Greenhouse Advies https://www.nijmegen.nl/vergunningpagina/Document/DownloadOne?documentNr=

24

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

De eerder aangetroffen hoeveelheid aan asbest (760 mg /kg ds) is in dit onderzoek geverifieerd en niet meer aangetroffen. Ook in de horizontaal afperkende sleuven zijn geen tot zeer lage gehalten asbest aangetoond. Naar aanleiding van de analyseresultaten is verder onderzoek niet noodzakelijk.

De twee druppelzones met interventiewaardeoverschrijdingen uit het onderzoek van Tauw (Tauw, projectnummer: 1274844, 21-04-2021) dienen gesaneerd te worden, daarnaast is de locatie wat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem betreft, geschikt voor het voorgenomen gebruik.

4.7

Water

4.7.1

De watertoets

Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

4.7.2

Algemeen

Het plan behelst de herontwikkeling de Griftdijk Noord 24 ten behoeve van de realisatie van vijf nieuwbouw woningen en een kas op het kadastrale perceel Nijmegen F 18. Er is in de nieuwe situatie sprake van 510 m² dakoppervlak en 360 m² overige (terrein)verharding, wat neerkomt op een totaal van 870 m² verhard oppervlak. Het plangebied ligt in de wijk Lent en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied Waalsprong. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden geen wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

4.7.3

Oppervlaktewater

In of in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Langs de Griftdijk Noord ligt een c-watergang met nummer 105511. Deze watergang staat middels een duiker in verbinding met een andere c-watergang met nummer 155101, welke weer in verbinding staat met b-watergangen 10478 en 106109. Het watersysteem in dit gebied zal ten gevolge van de nieuwbouw van de wijken Koudenhoek Noord en Broodkorf Zuid ingrijpend worden gewijzigd..

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

25

Figuur 5: Oppervlaktewater

4.7.4

Grondwater

Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.

Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.

26

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.

4.7.5

Riolering/ hemelwater

De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Griftdijk Noord. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel (groene lijnen in onderstaande figuur). Geadviseerd wordt om een rioolontwerp voor te leggen aan de afdeling rioolbeheer van de gemeente Nijmegen. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'

Figuur 6: Riooltechnische ontsluitingen

Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Een aandachtspunt voor de waterhuishouding is de hoogteligging van het gebied. De volgende figuur geeft de hoogtes van het gebied weer (bron: AHN4). Uit die figuur blijkt dat het perceel van Griftdijk Noord 24 (ca. 9.40 m +NAP) lager ligt dan de weg (ca. 10.80 m +NAP). Het peil voor

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

27

de aangrenzende toekomstige wijk Koudenhoek Noord is nog niet definitief bepaald.

Figuur 7: Hoogteligging

Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Voor plannen met extra verharding in stedelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Voor de werkzaamheden is vanwege de naast het plangebied gelegen c-watergang mogelijk een watervergunning nodig. Bestemmingsplan en omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moeten een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag.

Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: het type infiltratievoorziening/filtervoorziening dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is)

Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd.

28

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 m. Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren. Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Let op bij gescheiden stelsels dat foutieve aansluitingen voorkomen worden omdat deze de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden.

4.8

Flora en Fauna

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde houtopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.

Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' – ten zuidwesten van het plangebied - bedraagt circa 640 meter.

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

29

Figuur 8: Ligging plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied 'Rijntakken'

De werkzaamheden worden op enkele honderden meters uitgevoerd van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen in het plangebied zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de voorgenomen sloop en woningbouw op voorhand niet uit te sluiten. Om deze reden is een stikstofberekening uitgevoerd (Onderzoek stikstofdepositie Griftdijk Noord 24 te Lent, Grasadvies, d.d. 29 augustus 2022 ) . Uit deze berekening volgt dat er geen toename van stikstofdepositie (0,00 mol/ha/jaar) te verwachten is op de (stikstofgevoelige) habitattypen van Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Er zijn zodoende geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied.

Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb staat dus gelet op het aspect stikstof niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe

30

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Doorwerking plangebied In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een Quickscan Wet natuurbescherming "Griftdijk Noord 24 te Lent, Grasland, d.d. 29 augustus 2022" uitgevoerd. De voornaamste resultaten zijn navolgend weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De aanwezigheid van beschermde soorten en geschikte leefgebieden in het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur. In de figuur is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten.

In onderstaand schrijven is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Vogels Er zijn geschikte habitat en broedlocaties voor beschermde vogels waargenomen binnen het projectgebied. Dit geldt voor de huismus en gierzwaluw en diverse uilensoorten. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied van o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Een nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw en uilen en/of een ontheffingsmogelijkheid is benodigd. Wezel, bunzing, hermelijn en steenmarter Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen deze soorten worden verwacht. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Vleermuizen Er zijn meerdere afgebroken vlindervleugels (afkomstig van de dagpauwoog) aangetroffen binnen een van de schuurtjes. Dit duidt op een mogelijke foerageerlocatie van de grootoorvleermuis. De geplande ontwikkelingen hebben betrekking op deze geschikte foerageerlocatie. Er is daarmee sprake van het verdwijnen van potentieel foerageergebied van de vleermuis.

In de omgeving is voor de vleermuis voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van tuinen en groene velden waardoor er geen sprake is van een essentieel foerageergebied. Er is sprake van lijnvormige structuren binnen het plangebied. Een functie als vliegroute voor vleermuizen is daarom mogelijk binnen het plangebied aanwezig. Een mogelijke essentiële vliegroute is niet uit te sluiten

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

31

Gelet op de geschiktheid van het plangebied voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. Zorgplicht In en rondom het plangebied kunnen algemene in het wild levende planten en dieren voorkomen. Bij de ruimtelijke ontwikkeling zouden deze planten en dieren kunnen worden gedood. Voor al de in het wild levende soorten geldt de zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in elk geval in dat iedereen die weet dat hij schade aan natuur gaat veroorzaken door een bepaalde handeling, hij deze handeling daarom niet uitvoert, of maatregelen neemt om schade aan de natuur door de handeling zoveel mogelijk te voorkomen. Probeer bijvoorbeeld bij de ruimtelijke ingreep zoveel mogelijk bomen, struiken en overig groen te behouden. Werken buiten de winterperiode voorkomt dat dieren die in winterrust zijn verstoord of gedood worden. Wanneer verlichting wordt geplaatst, probeer uitstraling van licht naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken, om verstoring van diersoorten te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door verlichting te beperken tot die plekken waar licht noodzakelijk is, lage en gericht armaturen te gebruiken in plaats van rondstralende armaturen en lampen goed te richten.

Soortenmanagementplan Nijmegen de Waalsprong (SMP-N) In het SMP-N is aangegeven hoe in de ontwikkelgebieden van de Waalsprong wordt omgegaan met de daar voorkomende soorten i.c. de steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, grote modderkruiper, rugstreeppad, poelkikker en kleine marterachtigen. Op basis van het SMP-N is een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wet natuurbescherming (Wnb) verkregen. Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. Op 8 mei 2019 heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland besloten om de gevraagde ontheffing te verlenen. Door uitvoering van het SMP-N wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt. Soortenbescherming Zowel voor de ontwikkel- als de eindfase geeft het SMP-N de ambitie en de integrale aanpak om te komen tot een duurzame instandhouding van op dit moment in het gebied de Waalsprong voorkomende beschermde diersoorten steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper, poelkikker en kleine marterachtigen.

Daartoe wordt de landschappelijk zone rondom de meer stedelijke woningbouwlocaties van de Waalsprong zodanig ingericht en beheerd dat er kansen worden geboden voor de beschermde soorten en er voor biodiversiteit in algemene zin een plus wordt behaald. Als ontwerpkader is gekozen voor elementen en sfeerbeelden van de historische inrichting van het landschap zoals dat aanwezig was voor de opkomst van de kassentuinbouw in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Door het accent te leggen op het behouden, terugbrengen en versterken van karakteristieke landschapselementen (zoals houtwallen, groepjes, solitaire bomen of bomenrijen, struweelheggen, poelen en kruidenrijke graslanden) wordt een heel natuurlijk passend kader geschapen voor de (her)inrichting van de landschappelijke zone van de Waalsprong. Deze zone zorgt ook voor een directe ecologische verbinding en aansluiting met omringende groene gebieden. De landschappelijke zone bedient hiermee zowel de woningbouw (ruimtelijke kwaliteit, beleving inwoners) als de natuur (met landschapselementen die afgestemd zijn op de specifieke soorten). In de ontwerpen per deelgebied – op een hoger schaalniveau dan het voorliggende plangebied –

32

vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 43 (Griftdijk Noord 24)

is aandacht besteed aan de samenhang tussen de inrichtingselementen en zijn er verschillende milieus gecreëerd waardoor er per soort accenten zijn gelegd. Door deze verschillende accenten ontstaan gebieden die geschikt zijn voor de soort maar die ook gebruikt kunnen worden door andere soorten. Wijzigingsbesluit kleine marterachtigen Omdat de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet in een gunstige staat van instandhouding verkeren heeft de provincie Gelderland besloten om deze soorten niet meer te laten vallen onder een vrijstelling van de Omgevingsverordening. Deze soorten zijn vanaf 1 maart 2019 geregeld via een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Vandaar dat een wijzigingsaanvraag is ingediend voor het opnemen van de kleine marterachtigen in het SMP-N en de gebiedsontheffing via een wijzigingsbesluit. Deze ontheffing is op 28 oktober 2020 verleend. Doorwerking plangebied Voorliggend plangebied maakt geen onderdeel uit van de deelgebieden die in het SMP-N zijn aangewezen voor habitatverbetering. In het plangebied is het treffen van gebiedsmaatregelen – zoals het aanleggen van landschapselementen – dan ook niet aan de orde. Natuurinclusief bouwen Via het SMP-N wordt ook deels invulling gegeven aan de aangenomen raadsmotie 'Natuurinclusief bouwen' van 14 november 2018.

Ter uitvoering van de raadsmotie wordt in de Waalsprong een wijk ontwikkeld waar rekening wordt gehouden met allerlei aspecten van de natuur of die nou zeldzaam en beschermd zijn of niet. In dit licht is een korte handleiding Natuurinclusief bouwen opgesteld die makkelijk toepasbare maatregelen biedt waaruit gekozen kan worden, afhankelijk van wat in welke situatie mogelijk is (bijlage 5 van het SMP-N). Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong opgesteld. Deze toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Voor de Waalsprong geldt vanaf 2020 het in het SMP-N vastgelegde minimumambitieniveau. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen van hoogbouw en grondgebonden woningen. Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=eb862a2d-dec3-445e-adb1-273ec17b1310