CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

BesluitPreview Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2025-01

Besluitronde (raadsvergadering) 8 oktober 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Definitief wijzigingsbesluit 'Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2025-01 (81/2025)43.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Nijmegen

Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2025-01 De gemeenteraad van Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 8 oktober 2025. Besluit vast te stellen;

Concept

Artikel I Het "Omgevingsplan gemeente Nijmegen" conform de wijzigingen in Bijlage A Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2025-01.

Artikel II Dit besluit treedt in werking per 12 november 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 oktober 2025. De raadsgriffier, Drs. S.J. Ruta De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Bijlage A Bijlage bij artikel I A

Concept

Na artikel 1.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat meet- en rekenbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan. B Het opschrift van artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 1.3 Geometrische begrenzing C Het opschrift van artikel 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.3 1.4 Normadressaat D Het opschrift van artikel 1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.4 1.5 Algemene zorgplicht E Na artikel 1.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.6 Voorrangsbepaling: regels in het nieuwe deel gaan voor regels in het tijdelijke deel Voor zover de regels in hoofdstuk 4 tot en met 8 van dit omgevingsplan in strijd zijn met één of meerdere regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, gelden de regels in hoofdstuk 4 tot en met 8. F Paragraaf 3.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.2.3 [gereserveerd] Waardengebieden [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.3.1 [gereserveerd] [Gereserveerd]

2

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Subparagraaf 3.2.3.2 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.3.3 [gereserveerd]

Concept

[Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.3.4 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.3.5 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.3.6 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.3.7 Waardengebied cultureel erfgoed - molenbiotoop Artikel 3.1 Aanwijzing Er is een Waardengebied cultureel erfgoed - molenbiotoop.

Artikel 3.2 Regels voor activiteiten in een molenbiotoop Bij activiteiten in een Waardengebied cultureel erfgoed - molenbiotoop wordt voldaan aan: a. Paragraaf 5.3.1: Activiteiten in een molenbiotoop. G Het opschrift van artikel 3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.1 3.3 Aanwijzing H Het opschrift van artikel 3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.2 3.4 Doelen I Artikel 3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.3 3.5 Regels voor interferentiegebieden Met het oog op efficiënt benutten van de bodem voor bodemenergiesystemen wordt voldaan aan de regels in: a. Paragraaf 7.3.18.3.1: Gesloten bodemenergiesysteem installeren. J Na paragraaf 3.2.5 worden twee paragrafen ingevoegd, luidende:

Paragraaf 3.2.6 [gereserveerd]

3

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

[Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.7 Overige gebieden

Concept

Subparagraaf 3.2.7.1 Bebouwingscontour houtkap Artikel 3.6 Aanwijzing Er is een Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn. K Het opschrift van artikel 3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.4 3.7 Aanwijzing L Het opschrift van artikel 3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.5 3.8 Doelen M Artikel 3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.6 3.9 Bodemfunctieklasse Het hele Bodembeheergebied, als bedoeld in artikel 3.43.7, is ingedeeld in de bodemfunctieklasse ‘wonen’. N Het opschrift van artikel 3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.7 3.10 Regels voor het beschermen van de fysieke leefomgeving O Artikel 3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.8 3.11 Regels voor het beschermen van het milieu Met het oog op het beschermen van het milieu en het beheer van de bodem en watersystemen, wordt bij activiteiten in de bodem voldaan aan de regels in: a. Paragraaf 7.2.28.2.2: Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; b. Paragraaf 7.2.38.2.3: Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit; c. Paragraaf 7.2.48.2.4: Saneren van de bodem; d. Paragraaf 7.2.58.2.5: Nazorg na saneren van de bodem; e. Paragraaf 7.2.68.2.6: Toepassen van bouwstoffen; f. Paragraaf 7.2.78.2.7: Toepassen van grond of baggerspecie; g. Paragraaf 7.2.88.2.8: Opslaan van grond of baggerspecie; en

4

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

h.

Paragraaf 7.2.98.2.9: Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico.

P

Concept

Het opschrift van artikel 3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.9 3.12 Register van verdachte bodemlocaties Q Artikel 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.10 3.13 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945.

R Artikel 3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.11 3.14 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965.

S Artikel 3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.12 3.15 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1965 tot heden.

T Artikel 3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.13 3.16 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong.

U Artikel 3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Artikel 3.14 3.17 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent.

V Het opschrift van hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 4 BESCHERMEN VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVINGGEVOELIGE FUNCTIES W Afdeling 4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.1 ALGEMENE BEPALINGEN Paragraaf 4.1.1 Algemene bepalingen [Red: Artikel 4.1 verplaatst van afdeling 4.1 naar paragraaf 4.1.1. ]

Artikel 4.1 Algemeen toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over het beschermen van de fysieke leefomgevinggevoelige functies. X Artikel 4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.2 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf gaat overis van toepassing op: a. het toevoegen van een bodemgevoelige locatie of het uitbreiden van een bestaande bodemgevoelige locatie; b. het bouwen van een bodemgevoelig gebouw of het uitbreiden van een bestaand bodemgevoelig gebouw; c. het toevoegen van woonruimte in een bestaand bodemgevoelig gebouw; en d. het starten van een maatschappelijke voorziening in een bestaand bodemgevoelig gebouw, inclusief: 1. het starten van een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang; en 2. starten van een primair onderwijsvoorziening.

2.

In deze paragraaf wordt onder sanerende of andere beschermende maatregelen verstaan: a. sanering als bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. de regels in paragraaf 8.2.4.

Y Artikel 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.4 Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem

6

1.

Als waarden voor de toelaatbare kwaliteit van een standaard bodem, als bedoeld in Bijlage XIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in Bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

In aanvulling op het eerste lid gelden de volgende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van een standaard bodem:

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Aanvullende waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit

7

Stofnaam

Waarde toelaatbare kwaliteit bodem (mg/kg droge stof)

Beryllium

30

Seleen

100

Tellurium

600

Thalium

15

Tin

900

Vanadium

250

Zilver

15

Dichlooranilinen

50

Trichlooranilinen

10

Tetrachlooranilinen

30

Pentachlooranilinen

10

4-chloormethylfenolen

15

Azinfosmethyl

0,1

Maneb

22

Acrylonitril

0,1

Butanol

30

1,2 Butylacetaat

200

Ethylacetaat

75

Diethyleen glycol

270

Ethyleen glycol

100

Formaldehyde

0,1

Isopropanol

220

Methanol

30

Methylethylketon

35

Methyl-tert-buthyl ether (MTBE)

100

PFOS

0,059

PFOA

0,060

GEN X

0,057

PFBA

0,059

PFPeA

0,059

PFHxA

0,059

PFHpA

0,059

PFNA

0,059

PFDeA

0,059

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

PFUnDA

0,059

PFDoDA

0,059

PFTrDA

0,059

PFTeDA

0,059

PFHxDA

0,059

PFODA

0,059

PFBS

0,059

PFPeS

0,059

PFHxS

0,059

PFHpS

0,059

PFDS

0,059

4:2 FTS

0,059

6:2 FTS

0,059

8:2 FTS

0,059

10:2 FTS

0,059

PFOSA

0,059

8:2 diPAP

0,059

EtFOSAA

0,059

MeFBSA

0,059

MeFOSAA

0,059

MeFOSA

0,059

Chloride

390

Fluoride

24

Respirabele asbestvezels

10

PCB28

0,822

PCB52

0,34

PCB101

0,729

PCB118

2,2

PCB138

0,388

PCB153

0,556

PCB180

0,206

Gemeente Nijmegen

3.

8

In aanvulling op het eerste en tweede lid gelden voor volkstuincomplexen, buurtmoestuinen en locaties die zijn aangewezen voor stadslandbouw, de volgende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van een standaard bodem in onderstaande tabel:

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Aanvullende waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit van volkstuincomplexen, buurtmoestuinen en locaties die zijn aangewezen voor stadslandbouw Stofnaam

Waarde toelaatbare kwaliteit bodem (mg/kg droge stof)

Molybdeen

94,8

Lood

351

Kobalt

1,5 15

Kwik

11,3

Cadmium

3,91

DDD

6,85

Aldrin

0,0508

Dieldrin

1,19

Endrin

1,99

PCB28

0,113

PCB52

0,0446

PCB101

0,0988

PCB118

0,342

PCB138

0,0509

PCB153

0,074

PCB180

0,0266

Gemeente Nijmegen

Voor zover de stoffen in bovenstaande tabel tevens zijn genoemd in het eerste of tweede lid wordt de strengste norm toegepast. 4.

Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de waarde toelaatbare kwaliteit bodem.

5.

De in het vierde lid genoemde zinsneden "de gemiddelde gemeten" en "in meer dan 25 m3 bodemvolume” zijn niet van toepassing als het gaat om de aanwezigheid van asbest en respirabele asbestvezels.

Z Het opschrift van artikel 4.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.5 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteitomgevingsvergunning: bodemgevoelige locatie of bodemgevoelige functie toevoegen AA Artikel 4.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

9

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Artikel 4.6 Uitzondering op vergunningplicht: bodemgevoelige locatie of bodemgevoelige functie toevoegen

10

1.

Het verbod, zoals bedoeld in artikel 4.5, geldt niet in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965

2.

Het verbod, zoals bedoeld in artikel 4.5 eerste lid, geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande bodemgevoelige locatie, met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 50 m2.

BB Artikel 4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.7 Inperking van uitzondering: verdachte bodemlocaties Artikel 4.6 eerste lid is niet van toepassing op locaties die in het Register met verdachte bodemlocaties, als bedoeld in artikel 3.93.12, zijn aangewezen als verdachte bodemlocatie. CC Artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.8 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: bodemgevoelige locatie of bodemgevoelige functie toevoegen 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van nieuw te bouwen bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en 3. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, op een verdachte bodemlocatie gelegen binnen het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965 of op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek zoalsals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725; b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als bedoeld in artikel 4.4, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

3.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740.; en b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 4.4, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

4.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong of op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740.; b. een bodemonderzoek naar het voorkomen van bestrijdingsmiddelen in de laag van 0,00 - 0,25 m-mv en de laag van 0,25 - 0,5 m-mv. ; en

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

c.

als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als bedoeld in artikel 4.4, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Concept

DD Artikel 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.9 Eisen aan bodemonderzoek 1.

De resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in het bestandsformaat .xml conform de vigerende versie van de Basisregistratie Ondergrond (IMBRO). De resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in bestandsformaat .xml conform BRO catalogus SAD in SIKB 0101 format. Hierbij wordt de meest actuele versie van het format gebruikt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een vooronderzoek als bedoeld in artikel 5.7a Besluit activiteiten leefomgeving.

EE Artikel 4.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.10 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit: bodemgevoelige locatie of bodemgevoelige functie toevoegen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5 wordt alleen verleend als: a. de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare bodemkwaliteit zoals, bedoeld in artikel 4.4; b. als uit de gegevens blijkt dat aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen; óf c. de bodem geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde doel door het stellen van voorwaarden. FF Artikel 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.11 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerkenomgevingsvergunning: bouwactiviteit (omgevingsplan) 1.

In aanvulling op artikel 22.29 wordt een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 22.26, alleen verleend als: a. de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare bodemkwaliteit zoals, bedoeld in artikel 4.4; b. als uit de gegevens blijkt dat aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen; óf c. de bodem geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde doel door het stellen van voorwaarden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965, tenzij de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft in het Register met verdachte bodemlocaties, als bedoeld in artikel 3.93.12, is aangewezen als verdachte bodemlocatie.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het uitbreiden van een bestaand bodemgevoelig gebouw, met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 50 m2.

GG Hoofdstuk 8 wordt geplaatst na hoofdstuk 4. Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 5 [GERESERVEERD] BESCHERMEN VAN NATUUR, LANDSCHAP EN ERFGOED

11

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

[Gereserveerd]

Afdeling 5.1 ALGEMENE BEPALINGEN Paragraaf 5.1.1 Algemene bepalingen

Concept

Artikel 5.1 Algemeen toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over activiteiten die betrekking hebben op natuur, landschap en erfgoed.

Afdeling 5.2 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 5.3 CULTUURHISTORIE Paragraaf 5.3.1 Activiteiten in een molenbiotoop Artikel 5.2 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten in een molenbiotoop.

2.

De regels van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing in het Waardengebied cultureel erfgoed - molenbiotoop

Artikel 5.3 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen en in stand houden van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element; en b. het behouden, beheren en beschermen van de cultuurhistorische waarden van de molen.

Artikel 5.4 Binnenplanse omgevingsvergunning: activiteit in een molenbiotoop Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in een molenbiotoop: a. het bouwen van een bouwwerk met een hoogte die, in meters ten opzichte van NAP, meer bedraagt dan de hoogte zoals aangegeven met de omgevingsnorm Hoogte in meters ten opzichte van NAP; b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, niet zijnde een bouwwerk, met een hoogte die, in meters ten opzichte van NAP, meer bedraagt dan de hoogte zoals aangegeven met de omgevingsnorm Hoogte in meters ten opzichte van NAP; en c. het planten van een boom of andere hoog opgaande begroeiing waarvan de hoogte, in volwassen staat, meer bedraagt dan de hoogte in meters ten opzichte van NAP, zoals aangegeven met de omgevingsnorm Hoogte in meters ten opzichte van NAP.

Artikel 5.5 Uitzondering op vergunningplicht: activiteit in een molenbiotoop Het verbod, bedoeld in artikel 5.4, geldt niet voor: a. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan; b. het bouwen van een dakkapel; en c. het herbouwen van een bestaand gebouw als wordt voldaan aan de volgende regels: 1. het bebouwde oppervlak en de situering wijzigt niet; 2. de goot- en bouwhoogte zijn kleiner of gelijk aan de goot- en bouwhoogte van het bestaande gebouw; en 3. de nokrichting en kapvorm wijzigt niet.

Artikel 5.6 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: activiteit in een molenbiotoop Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een inventariserend onderzoek naar de windvang van de molen in de bestaande en toekomstige situatie.

12

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Artikel 5.7 Beoordelingsregels omgevingsvergunning: activiteit in een molenbiotoop Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4 wordt alleen verleend als: a. uit een inventariserend onderzoek naar de windvang van de molen blijkt dat de te verwachten directe of indirecte gevolgen door windbelemmering het huidige en het toekomstige functioneren van de molen als werktuig beperkt; en b. de waarde van de molen als landschapselement en de cultuurhistorische waarde, niet onevenredig in gevaar worden gebracht. HH Hoofdstuk 5 wordt geplaatst na hoofdstuk 8. Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 6 [GERESERVEERD] GEBRUIKSACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 6.1 ALGEMENE BEPALINGEN Paragraaf 6.1.1 Algemene bepalingen voor gebruiksactiviteiten Artikel 6.1 Algemeen toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over gebruiksactiviteiten.

Afdeling 6.2 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.3 BEDRIJF Paragraaf 6.3.1 [Gereserveerd] [Gereserveerd]

Paragraaf 6.3.2 Bedrijf starten, uitbreiden of exploiteren Artikel 6.2 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het starten, uitbreiden of exploiteren van een bedrijf.

Artikel 6.3 Verboden activiteit: hyperscale datacentrum starten of exploiteren Het is verboden een hyperscale datacentrum te starten of te exploiteren. II Hoofdstuk 6 wordt geplaatst na hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 7 BOUW-, AANLEG- EN SLOOPACTIVITEITEN Afdeling 6.1 7.1 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.2 7.2 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.3 7.3 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

13

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Afdeling 6.4 7.4 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.5 [GERESERVEERD]

Concept

[Gereserveerd]

14

Afdeling 6.6 7.5 DUURZAAMHEID Paragraaf 6.6.1 7.5.1 Algemene bepalingen Artikel 6.1 7.1 Algemeen toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bevorderen van duurzaamheid bij bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Paragraaf 6.6.2 7.5.2 Natuurinclusief bouwen Artikel 6.2 7.2 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat overis van toepassing op: a. natuurinclusief het bouwen van een nieuw hoofdgebouw; en b. het treffen van natuurinclusieve maatregelen bij het uitbreiden of ingrijpend wijzigen van een bestaand hoofdgebouw, waarbij tenminste 25% van de oppervlakte van de bouwschil wijzigt.

Artikel 6.3 7.3 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking In afwijking van artikel 6.27.2 is deze paragraaf niet van toepassing op ontwikkelgebieden waar vóór 1 januari 2024 een overeenkomst is gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over natuurinclusief bouwen.

Artikel 6.4 7.4 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behouden en bevorderen van de biodiversiteit.

Artikel 6.5 7.5 Bijzondere aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerkenomgevingsvergunning: bouwactiviteit (omgevingsplan) 1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ingevuld format in bijlage B van de Toolbox Natuurinclusief Bouwen; en b. voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de natuurinclusieve maatregelen, tekeningen van: I 1. alle gevels van het bouwwerk; en II 2. een dakaanzicht.

2.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of ingrijpend wijzigen van een bestaand hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ingevuld format in bijlage B van de Toolbox Natuurinclusief Bouwen; en b. voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de natuurinclusieve maatregelen, tekeningen van: 1. alle gevels van het bouwwerk in de bestaande toestand; 2. alle gevels van het bouwwerk in de nieuwe toestand; 3. een dakaanzicht in de bestaande toestand; en 4. een dakaanzicht in de nieuwe toestand.

3.

Het tweede lid geldt vanaf 1 januari 2026.

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Artikel 6.6 7.6 Specifieke beoordelingsregels binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Beoordelingsregels omgevingsvergunning: bouwactiviteit (omgevingsplan) 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen van een hoofdgebouw wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het bouwplan voorziet in voldoende natuurinclusieve maatregelen, waarbij getoetst wordt aan de normen in de Toolbox Natuurinclusief Bouwen, als vastgesteld op 28 november 2023, met dien verstande dat wanneer de voornoemde toolbox wordt gewijzigd, aan de hand van de meest recente versie van de toolbox wordt bepaald of er sprake is van voldoende natuurinclusieve maatregelen.

2.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitbreiden of ingrijpend wijzigen van een bestaand hoofdgebouw als, bedoeld in artikel 6.27.2 aanhef onder b, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het bouwplan voorziet in voldoende natuurinclusieve maatregelen, waarbij getoetst wordt aan de normen in de Toolbox Natuurinclusief Bouwen, als vastgesteld op 28 november 2023, met dien verstande dat wanneer de voornoemde toolbox wordt gewijzigd, aan de hand van de meest recente versie van de toolbox wordt bepaald of er sprake is van voldoende natuurinclusieve maatregelen.

3.

Het tweede lid geldt vanaf 1 januari 2026.

Artikel 6.7 7.7 Vergunningvoorschrift: in stand houden natuurinclusieve maatregelen Voorschriften bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag verbindt, met het oog op het behoud van de biodiversiteit, een voorschrift aan de omgevingsvergunning over het in stand houden van de toegepaste natuurinclusieve maatregelen. JJ Hoofdstuk 7 wordt geplaatst na hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 8 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN Afdeling 7.1 8.1 ALGEMENE BEPALINGEN Paragraaf 8.1.1 Algemene bepalingen voor milieubelastende activiteiten [Red: Artikel 7.1 verplaatst van afdeling 7.1 naar paragraaf 8.1.1. ]

Artikel 7.1 8.1 Algemeen toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over milieubelastende activiteiten. [Red: Artikel 7.2 verplaatst van afdeling 7.1 naar paragraaf 8.1.1. ]

Artikel 7.2 8.2 Oogmerken De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; en b. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem.

Afdeling 7.2 8.2 BODEMBEHEER Paragraaf 7.2.1 8.2.1 Algemene bepalingen Artikel 7.3 8.3 Algemeen toepassingsbereik Deze afdeling gaat over bodembeheeractiviteiten.

15

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Artikel 7.4 8.4 Eisen aan bodemonderzoek 1.

Wanneer op grond van de regels in deze afdeling een bodemonderzoek wordt geëist, worden de resultaten van het bodemonderzoek verstrekt in het bestandsformaatde bestandsformaten .pdf en .xml conform de vigerendeBRO catalogus SAD in SIKB 0101 format. Hierbij wordt de meest actuele versie van het IMBRO.format gebruikt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een vooronderzoek als bedoeld in artikel 5.7a Besluit activiteiten leefomgeving.

Paragraaf 7.2.2 8.2.2 Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 7.5 8.5 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat overis van toepassing op het graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Artikel 7.6 8.6 Maatwerkregels: bijzondere indieningsvereisten informatieplicht 1.

In aanvulling op artikel 4.1220, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij een activiteit, als bedoeld in artikel 7.58.5 en artikel 4.1219 Besluit activiteiten leefomgeving, de resultaten van voorafgaand bodemonderzoek verstrekt aan het bevoegd gezag.

2.

Bij het verstrekken van de resultaten aan het bevoegd gezag, als het gaat om een locatie gelegen op een verdachte bodemlocatie in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965 of op een locatie gelegen in een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek, als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725; en b. gegevens over de op de locatie aanwezige invasieve exoten.

3.

Bij het verstrekken van de resultaten aan het bevoegd gezag, als het gaat om een locatie gelegen in een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740; en b. gegevens over de op de locatie aanwezige invasieve exoten.

4.

Bij het verstrekken van de resultaten aan het bevoegd gezag, als het gaat om een locatie gelegen in een Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740; b. een bodemonderzoek naar het voorkomen van bestrijdingsmiddelen in de laag van 0,00 - 0,25 m-mv en de laag van 0,25 - 0,5 m-mv; en c. gegevens over de op de locatie aanwezige invasieve exoten.

Paragraaf 7.2.3 8.2.3 Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 7.7 8.7 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat overis van toepassing op het graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Artikel 7.8 8.8 Maatwerkregels: bijzondere indieningsvereisten meldingsplichtinformatieplicht In aanvulling op artikel 4.12254.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij een activiteit, als bedoeld in artikel 7.78.7 en artikel 4.1224 Besluit activiteiten leefomgeving, gegevens over de op de locatie aanwezige invasieve exoten gemeld aan het bevoegd gezag.

16

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Paragraaf 7.2.4 8.2.4 Saneren van de bodem Artikel 7.9 8.9 Toepassingsbereik

Concept

Deze paragraaf gaat overis van toepassing op het saneren van de bodem.

17

Artikel 7.10 8.10 Maatwerkregels: saneren van de bodem in het Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent Bij een overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als bedoeld in artikel 4.4, op een locatie in het Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent is paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing.

Artikel 7.11 8.11 Maatwerkregels: aanbrengen laag grond of baggerspecie 1.

In afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in samenhang met artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, heeft een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte, als genoemd in onderstaand tabel voor het aangegeven bodemgebruik. Minimale dikte van de afdeklaag Bodemgebruik

Minimale dikte leeflaag (in cm)

Industrie/bedrijven

50

Gemeente Nijmegen

2.

In aanvulling op artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving moet de kwaliteit van de leeflaag ook voldoen aan artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 7.12 8.12 Maatwerkregels: verwijderen van verontreiniging als saneringsaanpak In afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, als bedoeld in artikel 4.4 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan het niveau van de waarde die gelijk is aan de waarde zoals opgenomen in artikel 7.138.13.

Artikel 7.13 8.13 Terugsaneerwaarden 1.

Op de locatie bodem - deelgebied tot 1900 gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

88

54

Kwik

0,83

0,3

Lood

465/2101

100

Nikkel

70

70

Zink

399

200

Barium

395

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

6,8

3

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept 18

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

0,0019

0,0019

PFAS (overig )

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

PFOA 2

Gemeente Nijmegen 1

De terugsaneerwaarde voor een bodemgevoelige locatie (tuin, moestuin of speelplaats) bij een standaard bodem bedraagt 210 mg/kg ds. In andere gevallen is de terugsaneerwaarde voor een standaard bodem 465 mg/kg ds. 2 PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA.

2.

Op de locatie bodem - deelgebied 1900 tot 1945 gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

114

54

Kwik

0,86

0,3

Lood

405/2101

100

Nikkel

70

70

Zink

576

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

16

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig2)

0,0014

0,0014

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

De terugsaneerwaarde voor een bodemgevoelige locatie (tuin, moestuin of speelplaats) bij een standaard bodem bedraagt 210 mg/kg ds. In andere gevallen is de terugsaneerwaarde voor een standaard bodem 405 mg/kg ds. 2 PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 3.

Op de locatie bodem - deelgebied 1945 tot 1965 gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

64

54

Kwik

0,39

0,3

Lood

208

100

Nikkel

70

70

Zink

299

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

6,8

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 4.

19

Op de locatie bodem - deelgebied 1965 tot heden gelden de onderstaande terugsaneerwaarden:

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem

20

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

54

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

100

100

Nikkel

70

70

Zink

212

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

0,0019

0,0019

PFAS (overig )

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

PFOA 1

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 5.

Op de locatie bodem - deelgebied Waalsprong en de locatie bodem - deelgebied Veur Lent gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

54

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

110

100

Nikkel

70

70

Zink

244

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept 21

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

1,7

1,7

DDE

2,3

2,3

DDD

0,84

0,84

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 6.

Op de locatie bodem - deelgebied Waalsprong kassen gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

61

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

115

100

Nikkel

70

70

Zink

244

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

1,7

1,7

DDE

2,3

2,3

DDD

0,84

0,84

Drins

2

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 7.

Op de locatie bodem - deelgebied Waalsprong ophoging gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

61

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

115

100

Nikkel

70

70

Zink

244

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

1,7

1,7

DDE

2,3

2,3

DDD

0,84

0,84

Drins

2

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA.

Paragraaf 7.2.5 8.2.5 Nazorg na saneren van de bodem

22

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Artikel 7.14 8.14 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift, of bij een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Concept

Artikel 7.15 8.15 Register van locaties met nazorg 1.

Er is een register van locaties met nazorg.

2.

Het register wordt beheerd door het college van burgemeester en wethouders.

3.

Het register is voor eenieder langs elektronische weg toegankelijk.

4.

Het register wordt voortdurend geactualiseerd.

Artikel 7.16 8.16 Nazorg na afloop van saneren van de bodem 1.

De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen in het register van locaties met nazorg treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Paragraaf 7.2.6 8.2.6 Toepassen van bouwstoffen Artikel 7.17 8.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat overis van toepassing op het toepassen van bouwstoffen.

Artikel 7.18 8.18 Maatwerkregels: aanwijzing meldingsplichtige gevallen In aanvulling op artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving, is het verboden de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1257 van het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het starten van de activiteit te melden, voor zover de activiteit betrekking heeft op het toepassen van: a. AVI bodemassen; b. immobilisaten en/of metaalslakken; of c. producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt.

Artikel 7.19 8.19 Maatwerkregels: bijzondere indieningsvereisten meldingsplicht Een melding als bedoeld in artikel 7.188.18 bevat: a. de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing; b. de dimensionering van de functionele toepassing; c. de verwachte datum van het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1257 van het Besluit activiteiten leefomgeving; d. de verwachte datum waarop het werk zal zijn voltooid; e. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen AVI bodemassen, immobilisaten en/of metaalslakken en producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt; f. als deze op grond van het Besluit bodemkwaliteit bij de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden verstrekt: een afleverbon; g. de kwaliteit van de AVI bodemassen, immobilisaten en/of metaalslakken en producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt; h. de hoeveelheid AVI bodemassen, immobilisaten en/of metaalslakken producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; en i. de coördinaten van de ontvangende landbodem, tenzij het adres daarvan is vermeld.

Paragraaf 7.2.7 8.2.7 Toepassen van grond of baggerspecie

23

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Artikel 7.20 8.20 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat overis van toepassing op het op of in de landbodem toepassen van grond of baggerspecie.

Concept

Artikel 7.21 8.21 Maatwerkregels: bijzondere kwaliteitseisen In afwijking van de kwaliteitseisen, als genoemd in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Nota Bodembeheer 2021 die is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen op 22 december 2021.

Artikel 7.22 8.22 Maatwerkregels: gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1267, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is artikel 4.1267, eerste lid, onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing op grond die is vrijgekomen in het Bodembeheergebied en vervolgens weer wordt toegepast in het Bodembeheergebied.

Paragraaf 7.2.8 8.2.8 Opslaan van grond of baggerspecie Artikel 7.23 8.23 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over hetis van toepassing op de landbodemhet opslaan van grond of baggerspecie op de landbodem.

Artikel 7.24 8.24 Maatwerkregels: eindonderzoek bodem In aanvulling op artikel 4.1250, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving is het uitvoeren van een eindonderzoek van de bodem niet van toepassing als grond op een elementenbodemvoorziening wordt opgeslagen.

Paragraaf 7.2.9 8.2.9 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 7.25 8.25 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 7.26 8.26 Bodem: mitigerende maatregelen Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 7.258.25, verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

Afdeling 7.3 8.3 ENERGIE Paragraaf 7.3.1 8.3.1 Gesloten bodemenergiesysteem installeren Artikel 7.27 8.27 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat overis van toepassing op het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem.

Artikel 7.28 8.28 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen van negatieve interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling; b. het voorkomen van negatieve effecten op andere ondergrondse functies.

24

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

Artikel 7.29 8.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Binnenplanse omgevingsvergunning: gesloten bodemenergiesysteem installeren Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a. in een Beperkingengebied energie - interferentiegebied of een interferentiegebied dat is aangewezen in de provinciale omgevingsverordening; of b. met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer.

Artikel 7.30 8.30 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: gesloten bodemenergiesysteem installeren Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.298.29 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd; b. de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld; c. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen of andere ondergrondse functies in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; d. een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; e. informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en f. de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van degene die de boringen zal verrichten.

Artikel 7.31 8.31 Beoordelingsregels omgevingsvergunning: gesloten bodemenergiesysteem installeren Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.298.29 wordt alleen verleend als: a. het bodemenergiesysteem geen interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem waardoor het doelmatig functioneren van een van de systemen kan worden geschaad; b. het bodemenergiesysteem geen belemmering vormt voor de uitvoering van door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bodemenergieplannen; c. het bodemenergiesysteem geen negatieve interferentie kan veroorzaken met andere ondergrondse functies; en d. er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie. KK Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. gelegen in achtererfgebied; 3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4. niet hoger dan 5 m; 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

25

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

1.

26

d.

e. f.

g.

h. i.

gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2. voorzien van een plat dak; 3. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 5. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een gebouwhoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3.

achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat gebouwhoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen; een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1. een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

LL Artikel 22.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; 2. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 3.

artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 4. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 5. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 6. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 7. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept

8.

artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 9. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; 10. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 11. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12. artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is. 12 13. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 13 14. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

MM Artikel 22.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik 1.

Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

3.

Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

4.

Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7.

NN Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking 1.

27

In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept 28

2.

In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

3.

In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV

OO Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek 1.

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2.

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid zijn voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein of activiteit op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaaden zijn vastgesteld, het zesde en zevende lid van toepassing.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op een activiteit waar: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 1. 70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; 2. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1; c. in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; e. geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; f. geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; g. geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; h.

geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en i. geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;

5.

Het derde lid is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, het eerste en tweede lid of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

Concept 29

6.

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

7.

Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Concept

(van 19-8-2025 8:46)

PP Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten Bebouwingscontour houtkap

/join/id/regdata/gm0268/2025/5edec514974d4c96b8da2a890e54812c/nld@202508-18;13424693

Beperkingengebied energie interferentiegebied

/join/id/regdata/gm0268/2024/b1bafb0db34d4c85bfa2bae7a388195a/nld@202504-17;09524121

bodem - deelgebied 1900 tot 1945

/join/id/regdata/gm0268/2024/1747a7d8383f48db8285bbfa3b9f240e/nld@2025-04-17;09524121

bodem - deelgebied 1945 tot 1965

/join/id/regdata/gm0268/2024/81a4b406c29d47b697398dd746e321f0/nld@202504-17;09524121

bodem - deelgebied 1965 tot heden

/join/id/regdata/gm0268/2024/49ff20e32c174eb9b796147d8126f537/nld@202504-17;09524121

bodem - deelgebied tot 1900

/join/id/regdata/gm0268/2024/b1b2610a884f4076bc44f86d4a9babf0/nld@202504-17;09524121

bodem - deelgebied Veur Lent

/join/id/regdata/gm0268/2025/734997aa87764f75bc523d1558a5a333/nld@202504-17;09524121

bodem - deelgebied Waalsprong

/join/id/regdata/gm0268/2024/a7ba285e4c424f22904611c37e7483ee/nld@202504-17;09524121

bodem - deelgebied Waalsprong kassen /join/id/regdata/gm0268/2024/057ed04dd242494590ecf1bd4c96027a/nld@202504-17;09524121 bodem - deelgebied Waalsprong ophoging

/join/id/regdata/gm0268/2024/ab21d17e2fb9402192624a2f772bc177/nld@202504-17;09524121

Bodembeheergebied

/join/id/regdata/gm0268/2024/34aad304581a426da7500084764fc022/nld@202504-17;09524121

bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regda1945 tot 1965 ta/gm0268/2025/f9cb90c121154bea8c6a72dcffbff8e3/nld@202504-17;09524121 Bodemkwaliteitgebied bodemverontreiniging onbekend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=b01d6621-a090-4949-85c2-f05254e34320