Besluit Preview definitief wijzigingsbesluit 'Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2025-02' INGETROKKEN
Tekst van het document
VV
44
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Artikel 22.235 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit 1.
Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
2.
Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. [vervallen]
WW Artikel 22.257 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.257 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] 1. Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 2.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
3.
Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.
XX Artikel 22.284 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.
2.
Voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld [vervallen]
YY Artikel 22.286 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet 1.
45
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.280 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
b.
2.
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. [vervallen]
ZZ Artikel 22.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument [Vervallen] 1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen. 2.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld; b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt; c. detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen: 1. de exacte locatie; 2. de omvang; en 3. de diepte ten opzichte van het maaiveld; d. voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit: 1. een bestek met bijbehorende tekeningen; of 2. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; e. als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of f. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.
AAA Artikel 22.289 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 [Vervallen] Tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening.
46
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
BBB Artikel 22.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 1.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
2.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld [vervallen]; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
CCC Artikel 22.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen 1.
47
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
1. 2.
Concept
b.
c.
2.
overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld [vervallen]; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
DDD Artikel 22.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
2.
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld. [vervallen]
EEE
48
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Artikel 22.302 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht
49
1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
2.
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld. [vervallen]
FFF Artikel 22.303 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg [Vervallen] 1. Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.284, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet. 2.
Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
GGG Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten Archeologisch Rijksmonument
/join/id/regdata/gm0268/2025/44849203ac17444184629d0565a44394/nld@202601-05;08260455
Bebouwingscontour houtkap
/join/id/regdata/gm0268/2025/5edec514974d4c96b8da2a890e54812c/nld@202510-08;18215983
Beperkingengebied energie interferentiegebied
/join/id/regdata/gm0268/2024/b1bafb0db34d4c85bfa2bae7a388195a/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied 1900 tot 1945
/join/id/regdata/gm0268/2024/1747a7d8383f48db8285bbfa3b9f240e/nld@2025-04-17;09524121
bodem - deelgebied 1945 tot 1965
/join/id/regdata/gm0268/2024/81a4b406c29d47b697398dd746e321f0/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied 1965 tot heden
/join/id/regdata/gm0268/2024/49ff20e32c174eb9b796147d8126f537/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied tot 1900
/join/id/regdata/gm0268/2024/b1b2610a884f4076bc44f86d4a9babf0/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied Veur Lent
/join/id/regdata/gm0268/2025/734997aa87764f75bc523d1558a5a333/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied Waalsprong
/join/id/regdata/gm0268/2024/a7ba285e4c424f22904611c37e7483ee/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied Waalsprong kassen /join/id/regdata/gm0268/2024/057ed04dd242494590ecf1bd4c96027a/nld@202504-17;09524121 bodem - deelgebied Waalsprong ophoging
/join/id/regdata/gm0268/2024/ab21d17e2fb9402192624a2f772bc177/nld@202504-17;09524121
Bodembeheergebied
/join/id/regdata/gm0268/2024/34aad304581a426da7500084764fc022/nld@202504-17;09524121
Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regda1945 tot 1965 ta/gm0268/2024/2a395513054a41f282b341ae97cf3e38/nld@202510-08;18215983 Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regdatot 1945 ta/gm0268/2024/c79bb8d0bbab462c84d2408d700bede4/nld@2025-10-08;18215983 Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regdavanaf 1965 ta/gm0268/2024/ebd46ce99b5f45c782cf19847884458d/nld@202510-08;18215983 Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent
50
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
/join/id/regdata/gm0268/2025/af5966d07921438fab4ff7c68b987240/nld@202504-17;09524121
Concept 51
Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong
/join/id/regdata/gm0268/2024/0a41e2797307477bae75521a31371dc5/nld@202510-08;18215983
Gebied met archeologische (verwachtings)waarden
/join/id/regdata/gm0268/2025/4539d71add434268bfb28a90b14ff072/nld@202601-05;08260455
Hoogte in meters ten opzichte van NAP
/join/id/regdata/gm0268/2025/cff32f3b4bc64355aa0bf2c93bd0b98f/nld@202510-08;18215983
Neder-Germaanse Limes: bufferzone aquaduct
/join/id/regdata/gm0268/2025/476c806b68824a84847fb1eb3e9a5d24/nld@202601-05;08260455
Reparatie Winkelsteeg - kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw toevoegen
/join/id/regdata/gm0268/2025/58603ffd5ca543e4b6bedccd952942e5/nld@2026-01-05;08260455
Vrijgestelde verticale bouwdiepte in meters ten opzichte van NAP
/join/id/regdata/gm0268/2025/0861d187cbe64da9b2009889a6b9260e/nld@202601-05;08260455
Waardengebied archeologie - (zeer) grote /join/id/regdaarcheologische waarde ta/gm0268/2025/14d3313658634de3a1a8e9e5ba1e96d1/nld@202601-05;08260455 Waardengebied archeologie - hoge verwachtingswaarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/af61869fb1854008afaa735af11fa0a0/nld@2026-01-05;08260455
Waardengebied archeologie - lage verwachtingswaarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/fac89bafd4ff4591a55fca98055ce236/nld@202601-05;08260455
Waardengebied archeologie - maatwerk /join/id/regdata/gm0268/2025/cb069f7c63444ada9a9ba4cba34187a1/nld@202601-05;08260455 Waardengebied archeologie - maatwerk /join/id/regda2 ta/gm0268/2025/48181376867442029376de7161bbaf1e/nld@202601-05;08260455 Waardengebied archeologie middeleeuwse kern
/join/id/regdata/gm0268/2025/0e44f3a1b1764c8fbe73dca7c67cd9d3/nld@202601-05;08260455
Waardengebied archeologie middelhoge verwachtingswaarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/9d83960a8ded405ab96cc4a54fa44435/nld@202601-05;08260455
Waardengebied archeologie uitzonderlijk universele of vastgestelde waarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/c050a5bae89f424db2f97fd5d7ea798b/nld@202601-05;08260455
Waardengebied cultureel erfgoed molenbiotoop
/join/id/regdata/gm0268/2025/74553638bbc6462996e9f5cd8fea6bd6/nld@202510-08;18215983
Woonruimte voor logies gebruiken toegestaan
/join/id/regdata/gm0268/2025/b2429798c4d0476fb7e49623b544b548/nld@202601-05;08260455
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
HHH Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage II Begripsbepalingen
52
Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt verstaan onder: aansluitafstand
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
AS SIKB 2000
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 02-11-2021;
BRL SIKB 2000
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 7.0, 07-03-2022;
BRL SIKB 7000
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van graven in de bodem, saneren van de bodem, grondwatersanering en ingrepen in de waterbodem, versie 7.0, 0703-2022;
akoestische onderbouwing
een onderbouwing van de aanwezigheid van voldoende geluidswering voor contactgeluid en luchtgeluid gebaseerd op: a. een meting die voldoet aan NEN5077; b. een berekening conform NEN-EN 12354 deel 1, 2, 3, 4 en 6; of c. een bepaling op basis van de kengetallen zoals toegepast in softwarepakketten zoals DGMR Geluidwering gevels, Directivity of aantoonbaar gelijkwaardig. Daar waar bepalingen/metingen worden aangevuld met berekeningen, volgen de rekenregels uit NEN-EN 12354 deel 1, 2, 3, 4 en 6, artikel 6.6 van de Omgevingsregeling en bijlage IVh van de Omgevingsregeling. In afwijking van deze rekenregels is zowel een berekening in terts dan wel octaafbanden toegestaan waarbij de rekenresultaten gelden voor de octaafbanden van 63Hz tot 2 Khz dan wel de hierbinnen vallende tertsbanden. Berekeningen dienen voorzien te zijn van een onderbouwing op basis van tekeningen, fotomateriaal, (kern)boringen of gelijkwaardig.
archeologisch deskundige
een gemeentelijke (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
archeologisch rapport
een verslag vervat in rapportvorm van een archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden.
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
archeologische waarde
Onder archeologische waarden wordt verstaan:
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
•
Concept
•
53
archeologische verwachtingswaarden vastgestelde archeologische waarden of resten
bebouwingsgebied
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
bedrijfsgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van bedrijfsactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan.
bodemgevoelige locatie
bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede een locatie waar als gevolg van het gebruik sprake is van een verhoogde kans op blootstelling aan de grond, waaronder verstaan: a. een speeltuin, speelplein of anderszins aangewezen locatie waar kinderen spelen; b. een volkstuinencomplex; c. een buurtmoestuin; en d. aangewezen locaties voor stadslandbouw.
concentratiegebied geurhinder en veehouderij
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
distributienet voor warmte
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
geurgevoelig object
a.
b.
gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
gezoneerd industrieterrein
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
ISO 11423-1
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
groenproduct
organische producten, niet zijnde afvalstoffen, die worden gebruikt ter verbetering van de fysisch-chemische kwaliteit van grond. Voorbeelden zijn compost, gecomposteerd boomschors of veen. Dierlijke mest en zuiveringsslib vallen niet onder deze definitie.
huishouden
maximaal twee personen die samen een zelfstandige woonruimte bewonen. Als er meer dan twee personen in
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
een woning wonen, dan moet er sprake zijn van een duurzame gemeenschappelijke huishouding om als één huishouden te worden beschouwd. Onder een huishouden wordt mede verstaan een woonvereniging.
54
hyperscale datacentrum
het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, als bedoeld in artikel 3.235 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om een bebouwd vloeroppervlakte van meer dan 10 ha en een elektrisch aansluitvermogen van 70 MW of meer. Een hyperscale datacentrum omvat ook andere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die het hyperscale datacentrum functioneel ondersteunen.
NEN 5725
NEN 5725:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek;
NEN 5740
NEN 5740:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2023;
NEN 6090
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
kamergewijze bewoning
een (deel van een) gebouw waarin zich drie of meer onzelfstandige woonruimten bevinden of dat wordt bewoond door drie of meer personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
de standaardnorm die door de beroepsgroep van archeologen wordt gehanteerd voor de uitvoering van archeologisch onderzoek.
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders;
NEN 6578
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
NEN 6589
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1/A1
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept 55
NEN-EN 858-2
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
logies
alle vormen van verhuur voor verblijf aan derden waarbij huurders hun hoofdverblijf elders hebben.
NEN 5725
NEN 5725:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek;
NEN 5740
NEN 5740:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2023;
onzelfstandige woonruimte
woonruimte in een (deel van een) gebouw die niet kan worden bewoond zonder gebruik te maken van gezamenlijke voorzieningen elders in dat (deel van het) gebouw.
oorspronkelijk hoofdgebouw
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.
straatpeil
a.
b.
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
NEN-EN 1825-1
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
Traject 1
de visueel verontreinigde geroerde bovengrond.
NEN-EN 1825-2
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
Traject 2
de visueel schone ongeroerde ondergrond.
NEN-EN 12566-1
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
verblijfsruimte
een ruimte waar langdurig verbleven kan worden zoals een (gezamenlijke)woonkamer, slaapkamer, kantoor, studiekamer of woonkeuken. Een keuken wordt aangemerkt als woonkeuken en dus als verblijfsruimte indien deze een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 11 vierkante meter.
verdachte bodemlocatie
een locatie die verdacht is op het aantreffen van bodemverontreinigingen, zoals opgenomen en begrensd in het register met verdachte bodemlocaties als bedoeld in artikel 3.122.26, of een locatie die verdacht is op grond van een vooronderzoek conform NEN 5725.
NEN-EN 16693
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombi-
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
neerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;
56
NEN-EN-ISO 2813
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
verkameren
het gebruiken of laten gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan ten behoeve van kamergewijze bewoning. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige woonruimten aan bestaande situaties van kamergewijze bewoning.
warmteplan
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
NEN-EN-ISO 5667-3
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
wonen
het bewonen van een woning.
woning
een complex van ruimten dat een zelfstandige woonruimte vormt, bedoeld voor de duurzame huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
woonruimte
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, met inbegrip van een standplaats voor een woonwagen en de ligplaats voor een woonschip
NEN-EN-ISO 9377-2
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
57
NEN-EN-ISO 14403-2
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
woonvereniging
een groep van drie of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. De woonvereniging is eigenaar van het pand, georganiseerd in een formele rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid, opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de kamer van koophandel. De lid-bewoners van de woonvereniging zijn economisch eigenaar van de woonruimte. De lid-bewoners hebben een verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor een goed beheer en onderhoud van de woonruimte. De woonvereniging beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de vaste lasten worden betaald, zoals de hypotheeklasten, kosten van verzekeringen, belastingen, heffingen, onderhoud, nutslasten en dergelijke.
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
zelfstandige woonruimte
58
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
woonruimte die een eigen toegang heeft en die door één huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals een badruimte, een toilet en een keuken buiten de woonruimte.
III Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
Concept
Bijlage III Meet- en rekenbepalingen
59
onderlinge afstand tussen (evenwijdige) de afstand tussen (evenwijdige) rijen funderingspalen rijen funderingspalen wordt gemeten van de buitenzijde van de ene funderingspaal tot de buitenzijde van de andere funderingspaal.
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
JJJ Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage III Meet- en rekenbepalingen [Gereserveerd] [Vervallen] KKK De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
6.1.3.2 Hoe dit omgevingsplan zich verhoudt tot het VNG-casco De gemeente Nijmegen heeft het VNG-casco als vertrekpunt gehanteerd, maar heeft gaandeweg wel eigen keuzes gemaakt. Hoofdstuk 32 'Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving' functioneert nog steeds als een richtingaanwijzer voor de professionele gebruiker. Per functie, gebied of thema is aangegeven welke regelpakketjes (paragrafen) relevant zijn. De systematiek van het VNG-casco - waarbij een regelpakketje in hoofdstuk 32 geactiveerd móét worden - is echter niet toegepast. In hoofdstuk 32 van dit omgevingsplan worden er dus geen activiteiten in- of uitgesloten, wel worden er o.a. functies en gebieden aangewezen. Dit zijn zogenaamde gebiedsaanwijzingen. Op basis van deze gebiedsaanwijzingen worden (gebruiks)activiteiten in- en uitgesloten. Dit gebeurt echter niet in hoofdstuk 32, maar in hoofdstuk 4 en verder. Als gevolg van deze keuze wordt hoofdstuk 32 minder belangrijk, maar houden we de functionaliteit als richtingaanwijzer wel overeind. Het is een handvat voor de professionele gebruiker om te achterhalen welke regels er in een gebied of voor een specifiek thema gelden. Daarbij kan gezocht worden op de functie van een locatie (afdeling 3.12.1), een gebied (afdeling 3.22.2) of op een thema (afdeling 3.32.3).
Afhankelijk van de regels waarnaar de professionele gebruiker op zoek is, kan een keuze gemaakt worden tussen de verschillende ingangen. De verwijzingen in hoofdstuk 32 naar de regelpakketjes in de daarop volgende hoofdstukken (4 tot en met 9) is zo veel mogelijk uitputtend. Of een regelpakket van toepassing is op een locatie wordt echter niet bepaald in hoofdstuk 32, maar in het betreffende regelpakketje zelf. In het VNG-casco zijn alle inhoudelijke regels voor activiteiten opgenomen in één hoofdstuk. Dit is een vergaarbak aan activiteiten, waarbij voor elke op zichzelf staande activiteit een paragraaf is opgenomen. Als professionele gebruiker raak je daardoor al snel verstrikt in een veelheid aan regelpakketjes. Nijmegen heeft getracht de systematiek om alle regels voor een specifieke activiteit te bundelen in één paragraaf door te trekken, maar heeft wel de keuze gemaakt om hoofdstuk 6 (Activiteiten) op te knippen in meerdere hoofdstukken. De achterliggende gedachte daarbij is dat de regels voor activiteiten gegroepeerd worden naar het type activiteit en daardoor ook beter te beheren zijn.
In Nijmegen onderscheiden we: • beschermen van gevoelige functies (hoofdstuk 4); • beschermen van erfgoed (hoofdstuk 5); • gebruiksactiviteiten (hoofdstuk 6); • bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten (hoofdstuk 7); • milieubelastende activiteiten (hoofdstuk 8); en • overige activiteiten (hoofdstuk 9).
De naamgeving van de hoofdstukken komt overeen met de naamgeving van de bovenliggende activiteiten in de functionele structuur in de Registratie Toepasbare Regels. Op deze wijze is getracht meer structuur aan te brengen in de hoeveelheid activiteiten die dit omgevingsplan herbergt. In dit omgevingsplan zijn de regels voor een activiteit (zoveel mogelijk) opgenomen in één paragraaf. Daarmee passen we de door de VNG bedachte structuur - waarbij de regels voor een activiteit altijd in een aparte paragraaf worden opgenomen - strikt toe. Dit heeft als voordeel dat er (indien nodig) gemakkelijk geschoven kan worden met paragrafen binnen de structuur van het omgevingsplan en er eenvoudig hoofdstukken kunnen worden toegevoegd. In de basis zijn de regels in de hoofstukken 4 tot en met 9 als volgt opgebouwd:
•
60
Regeling 'Omgevingsplan gemeente Nijmegen' = tophaakactiviteit
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
•
Hoofdstuk X = tussenliggende activiteit (zoals 'milieubelastende activiteiten') • Afdeling X.1 = tussenliggende activiteit (zoals 'bodembeheeractiviteiten') • Paragraaf X.1.1 = activiteit (zoals 'Bodem saneren')
LLL
Concept
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 1.6 Voorrangsbepaling: regels in het nieuwe deel gaan voor regels in het tijdelijke deel Dit artikel bevat een voorrangsbepaling. De gemeente Nijmegen kiest ervoor om de ruimtelijke regels uit het tijdelijke omgevingsplan 'activiteitgericht' te verhuizen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Bij het activiteitgericht verhuizen houden we de ruimtelijke regels in het tijdelijk deel voorlopig in stand. Met een voorrangsbepaling regelen we dat de regels in het nieuwe deel voor gaan op de ruimtelijke regels in het tijdelijke deel. Zodra we alle ruimtelijke regels hebben verplaatst naar het nieuwe deel, verwijderen we de onderliggende bestemmingsplannen en beheersverordeningen gelijktijdig uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Met dit artikel is geregeld dat de regels in hoofdstuk 32 tot en met hoofdstuk 7 voorrang hebben op regels in het tijdelijke deel (voormalige bestemmingsplannen en beheersverordeningen). MMM Na sectie ' Voorrangsbepaling: regels in het nieuwe deel gaan voor regels in het tijdelijke deel' worden dertien secties ingevoegd, luidende:
Artikel 2.2 Regels voor wonen Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten met betrekking tot het wonen zijn opgenomen.
Artikel 2.3 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - lage verwachtingswaarde' zijn gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde aangewezen. Deze gebieden zijn gebaseerd op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
Artikel 2.4 Regels voor activiteiten in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.5 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - middelhoge verwachtingswaarde' zijn gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde aangewezen. Deze gebieden zijn gebaseerd op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
61
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
Artikel 2.6 Regels voor activiteiten in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.7 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - hoge verwachtingswaarde' zijn gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde aangewezen. Deze gebieden zijn gebaseerd op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
Artikel 2.8 Regels voor activiteiten in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.9 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - (zeer) grote archeologische waarde' zijn gebieden met een (zeer) grote archeologische waarde aangewezen. Onderdeel van dit waardengebied is onder meer de bufferzone van het UNESCO-werelderfgoedgebied 'Neder Germaanse Limes'. De bufferzone is een zone rondom de kernzone van het aangewezen Werelderfgoedgebied. Deze zone kent een verhoogde verwachting voor archeologische resten, maar is tot op heden nog niet gewaardeerd. Het 'Waardengebied archeologie - (zeer) grote archeologische waarde' bevat ook alle AMK-terreinen en gemeentelijke archeologische terreinen. Dit zijn terreinen waarvan de archeologische waarden reeds tot op zekere hoogte bekend zijn. Dit zijn enerzijds terreinen die door Rijk en Provincie zijn aangemerkt als belangrijke archeologische terreinen waarvan is vastgesteld dat er archeologische sporen en/of vondsten aanwezig zijn. Ze staan vermeld op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Nijmegen telt een flink aantal AMK-terreinen.
In omschrijvingen variëren deze terreinen van een terrein met archeologische waarde tot en met een terrein met zeer hoge archeologische waarde. Gegeven de aanwezige archeologische sporen en/of vondsten op deze terreinen dienen ook deze terreinen goed beschermd te worden. Dit geldt ook voor de gemeentelijke terreinen waarvan de hoge archeologische verwachting reeds is aangetoond maar die nog niet volledig zijn gewaardeerd.
Artikel 2.10 Regels voor activiteiten in een gebied met een (zeer) grote archeologische waarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.11 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering
62
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde' zijn de gebieden met een vastgestelde archeologische waarde en de kernzone van het UNESCO-werelderfgoed 'Neder Germaanse Limes' opgenomen. De gebieden met een vastgestelde archeologische waarde bevatten locaties waarvan is aangetoond dat er een waardevolle en behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Waar mogelijk worden deze vindplaatsen in situ (zijnde ter plaatse van aantreffen, in de bodem) behouden. Gebieden die de status hebben van UNESCO-werelderfgoed, maar niet zijn aangewezen als archeologisch Rijksmonument, maken onderdeel uit van het 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde'.
Artikel 2.12 Regels voor activiteiten in een gebied met een uitzonderlijk universele of vastgestelde archeologische waarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.13 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde' zijn de gebieden met een vastgestelde archeologische waarde en de kernzone van het UNESCO-werelderfgoed 'Neder Germaanse Limes' opgenomen. De gebieden met een vastgestelde archeologische waarde bevatten locaties waarvan is aangetoond dat er een waardevolle en behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Waar mogelijk worden deze vindplaatsen in situ (zijnde ter plaatse van aantreffen, in de bodem) behouden. Gebieden die de status hebben van UNESCO-werelderfgoed, maar niet zijn aangewezen als archeologisch Rijksmonument, maken onderdeel uit van het 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde'.
Artikel 2.14 Regels voor activiteiten in een gebied met maatwerk Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen. NNN Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.12.15 Aanwijzing OOO Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.22.16 Regels voor activiteiten in een molenbiotoop PPP
63
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.32.17 Aanwijzing
Concept
QQQ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.42.18 Doelen RRR Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.52.19 Regels voor interferentiegebieden SSS Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.72.21 Aanwijzing TTT Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.82.22 Doelen UUU Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.92.23 Bodemfunctieklasse VVV Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.102.24 Regels voor het beschermen van de fysieke leefomgeving WWW Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.112.25 Regels voor het beschermen van het milieu XXX Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
64
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Artikel 3.122.26 Register van verdachte bodemlocaties YYY
Concept
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.132.27 Aanwijzing ZZZ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.142.28 Aanwijzing AAAA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.152.29 Aanwijzing BBBB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.162.30 Aanwijzing CCCC Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.172.31 Aanwijzing DDDD Na sectie ' Aanwijzing' worden twee secties ingevoegd, luidende:
Artikel 2.32 Aanwijzing archeologisch Rijksmonument In dit artikel worden archeologisch Rijksmonumenten aangewezen door middel van een gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'.
Artikel 2.33 Schakelbepaling voor archeologische Rijksmonumenten Dit artikel dient als richtingaanwijzer. In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar de regels voor een rijksmonumentenactiviteit. Deze regels zijn niet opgenomen in dit omgevingsplan, maar zijn op Rijksniveau geregeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet. Deze afdeling bevat onder meer een vergunningplicht voor het verrichten van een rijksmonumentenactiviteit. EEEE
65
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Artikel 4.12 Voorschriften bij omgevingsvergunning: bodemgevoelig gebouw bouwen, bodemgevoelige locatie toevoegen of bouwactiviteit (omgevingsplan) FFFF Na sectie ' Algemeen toepassingsbereik' worden twaalf secties ingevoegd, luidende:
Artikel 5.2 Toepassingsbereik Dit artikel bevat het toepassingsbereik. Het toepassingsbereik geeft aan voor welke activiteiten de regels in deze paragraaf gelden. In het eerste lid is bepaald dat paragraaf 5.2.1 van toepassing is op activiteiten in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden. Het betreft hier activiteiten die het bodemarchief kunnen verstoren en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen beschadigen. Onder bodemverstorende activiteiten wordt verstaan: • het graven in de land- of waterbodem, waaronder begrepen het afgraven en egaliseren van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; • het indrijven van voorwerpen, waaronder begrepen heiwerkzaamheden, het slaan van damwanden, het aanbrengen van peilbuizen, ploffen en op andere wijzen indrijven van voorwerpen in de bodem. Ploffen betreft een nieuwe techniek om de bodem te verrijken met zuurstof en voedselrijke grond; • het ophogen van de land- of waterbodem, waaronder begrepen het egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveld; • het toevoegen van oppervlakteverharding, waaronder mede begrepen het anderszins afdekken van de (water)bodem.
Het aanleggen van oppervlakteverharding of het afdekken van de (water)bodem leidt niet altijd tot een rechtstreekse verstoring van het bodemarchief, maar kan er wel voor zorgen dat de bodem plaatselijk droger of juist natter wordt (door afstromend hemelwater). Dit kan eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem aantasten. Verder kan het afdekken van de bodem leiden tot verkleuring van de bodem. Deze verkleuring ontstaat doordat water onder de afdekking niet kan verdampen waardoor kleibodem een egaal blauwe kleur krijgt en archeologische grondsporen niet meer te herkennen zijn. Onder toevoegen wordt verstaan de som van de nieuwe en bestaande oppervlakte aan verharding. • het verlagen van de grondwaterstand; • het rooien van een diepwortelende plant of boom; en • het bewerken van de landbodem, waaronder begrepen het woelen, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden.
In het tweede lid is bepaald dat de regels in deze paragraaf uitsluitend van toepassing zijn in gebieden met een archeologische (verwachtings)waarde. Deze gebieden zijn geometrisch begrensd met de locatie 'Gebied met archeologische (verwachtings)waarden'.
Artikel 5.3 Oogmerken Dit artikel somt op met welke oogmerken de regels in deze paragraaf zijn gesteld. De wet kent een aantal maatschappelijke doelen, waaronder het beschermen van cultureel erfgoed. De oogmerken in deze paragraaf zijn een concretisering van dit doel voor zover het gaat om bouw- en aanlegactiviteiten in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden.
Artikel 5.4 Binnenplanse omgevingsvergunning: activiteit in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden Dit artikel bevat een vergunningplicht voor activiteiten binnen een gebied met archeologische (verwachtings)waarden. Het gaat daarbij om alle activiteiten die het bodemarchief (kunnen) verstoren en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen beschadigen.
66
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Concept
Artikel 5.5 Meldplicht: activiteit in een gebied met een vrijgestelde verticale bouwdiepte
67
Dit artikel bevat een meldplicht voor activiteiten in ontwikkelgebieden waar de bodem tot een bepaalde bouwdiepte is vrijgegeven op basis van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek. Deze vrijgestelde bouwdiepte is weergegeven met de omgevingsnorm 'Vrijgestelde verticale bouwdiepte in meters ten opzichte van NAP'. Indien bij het uitvoeren van de activiteit als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid de vrijgestelde verticale bouwdiepte niet wordt overschreden, is een omgevingsvergunning niet nodig en kan volstaan worden met een melding voorafgaand aan de start van de activiteit(en). De vrijgestelde verticale bouwdiepte is gerelateerd aan het NAP. Voor activiteiten die de vrijgestelde verticale bouwdiepte overschrijden is de vergunningplicht in artikel 5.4 gewoon van toepassing. Voor Waalfront geldt een uitzondering.
In het derde lid is immers bepaald dat op de locatie 'Waardengebied archeologie - maatwerk 2' (Waalfront) de vrijgestelde verticale bouwdiepte mag worden overschreden ten behoeve van funderingswerken, mits: • de verstoring van de bodem niet meer bedraagt dan 2,5% van het te bebouwen plangebied; • de funderingspalen in evenwijdige rijen worden gesitueerd; en • de onderlinge afstand tussen de (evenwijdige) rijen funderingspalen niet minder dan 5 meter bedraagt, waarbij wordt gerekend van de buitenzijde van de ene funderingspaal tot de buitenzijde van de andere funderingspaal.
Binnen een (evenwijdige) rij dient het aantal funderingspalen, met het oog op het beschermen en (in situ) behouden van archeologische waarden, zo veel als mogelijk beperkt te worden. Bij voorkeur dient binnen een rij ook een afstand van 5 meter tussen de funderingspalen (rand tot rand) gehanteerd te worden. Waar dit niet mogelijk is, kunnen de funderingspalen op kortere afstand van elkaar worden geplaatst. Dit dient echter zo veel als mogelijk is beperkt te worden. Dit betreft een inspanningsverplichting. De verstoring van de bodem mag niet meer bedragen dan 2,5% van het te bebouwen plangebied. Het "te bebouwen plangebied" moet worden uitgelegd als het bouwvlak zoals dit op grond van dit omgevingsplan of het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is op de betreffende locatie. In het tweede lid is een aantal uitzonderingen op de meldplicht als bedoeld in het eerste lid opgenomen. Deze activiteiten kunnen toestemmingsvrij verricht worden. In het vierde en vijfde lid is aangegeven welke gegevens en bescheiden een melding moet bevatten. Regelkwalificaties op maatwerk-locaties
Concept
(van 5-1-2026 9:42)
Artikel 5.6 Uitzondering op vergunningplicht: algemene vrijstellingen
Concept
Dit artikel bevat diverse uitzonderingen op de vergunningplicht als bedoeld in artikel 5.4. In het eerste lid is bepaald dat voor activiteiten die niet dieper reiken dan 30 centimeter onder het maaiveld of de waterbodem geen omgevingsvergunning nodig is. Onderkeldering is een activiteit die plaatsvindt onder het maaiveld. In het tweede lid is een uitzondering opgenomen voor het ophogen van het maaiveld met een hoogte kleiner of gelijk aan 1,0 meter. De bepalingen in het eerste en tweede lid betreffen algemene vrijstellingen die in principe overal in de gemeente van toepassing zijn. Een uitzondering hierop vormen de gebieden met uitzonderlijk universele waarden. Deze zijn op grond van artikel 5.7 uitgezonderd. In het derde lid is bepaald dat wanneer de uitzonderingen in het eerste of tweede lid niet kunnen worden toegepast (bijvoorbeeld omdat de graafwerkzaamheden geheel of gedeeltelijk dieper reiken dan 30 centimeter), het vierde lid van toepassing is. Het vierde lid bevat een uitzondering voor activiteiten met een bepaalde omvang. Deze omvang is afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde (hoe hoger de verwachtingswaarde, hoe kleiner de vrijgestelde oppervlakte). Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld in het vierde lid worden bestaande bouwwerken meegerekend, met uitzondering van het oorspronkelijk hoofdgebouw.
Naast de voornoemde algemene uitzonderingen, gelden er nog een aantal uitzonderingen voor specifieke activiteiten. In het vijfde lid is een uitzondering opgenomen voor het bouwen van een bouwwerk op minder dan 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. Het vijfde lid is is niet van toepassing in gebieden met een uitzonderlijke universele waarde. Op grond van artikel 5.8 is het vijfde lid ook niet van toepassing in gebieden die zijn aangewezen als 'Middeleeuwse kern'. In het zesde lid is een uitzondering opgenomen voor activiteiten die plaatsvinden in het kader van normaal onderhoud en beheer, krachtens een verleende omgevingsvergunning of in het kader van archeologisch onderzoek. Wat verstaan wordt normaal onderhoud en beheer is afgebakend in het betreffende lid. Het zevende lid bevat een uitzondering voor activiteiten met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 4m2. Deze uitzondering is uitsluitend van toepassing op activiteiten die plaatsvinden op de locatie 'Waardengebied archeologie - maatwerk 2'.