CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 28 mei 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D22 d.d. 8 april 2025 over Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek1.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Nijmegen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op de bepaling van artikel 78gg van de Participatiewet, overwegende, dat het college: •

het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een

•

daartoe beleidsregels wenst vast te stellen.

huishouden een tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd; en

Vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels Tijdelijke Regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Nijmegen.

Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt onder de volgende begrippen verstaan: •

Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar

•

Toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget.

•

Tegemoetkoming: het vaste bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar in

waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

het kader van artikel 78gg Participatiewet bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.

Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb), tenzij anders vermeld.

Artikel 2 Ambtshalve toekenning In de volgende situaties verstrekt het college de tegemoetkoming ambtshalve: 1.

Aan het huishouden van de inwoner(s) waarvan voor het betreffende kalenderjaar het

burgerservicenummer van de meestverdienende partner door de Belastingdienst aan het college op

grond van artikel 78gg vijfde lid Participatiewet is verstrekt. Dit huishouden wordt verondersteld aan de voorwaarden onder artikel 4 van deze beleidsregels te voldoen. De peildatum betreft de datum waarop de lijst van de Belastingdienst definitief is vastgesteld. Dit betreft voor het jaar 2025

bijvoorbeeld 15 januari 2025. Aan de huishoudens op deze lijst wordt een tegemoetkoming voor het kalenderjaar 2025 verstrekt.

1/4

2.

Aan het huishouden waarvan op grond van artikel 3 en 4 van deze beleidsregels een aanvraag

voor het kalenderjaar 2025 of 2026 is toegekend en waarvan in het daaropvolgende kalenderjaar 2026 en/of 2027 de individuele omstandigheden van het huishouden ten opzichte van de situatie ten tijde

van de eerdere toekenning van de tegemoetkoming, zoals onder meer de woon- en leefsituatie en het inkomen en vermogen, niet zijn gewijzigd.

Artikel 3 Aanvraag Voor de overige huishoudens die niet op grond van artikel 78gg lid 5 Participatiewet reeds aan het

college via de voornoemde lijst van de Belastingdienst zijn doorgegeven, geldt dat zij bij het college

een schriftelijke aanvraag voor een tegemoetkoming kunnen indienen. Aanvragen voor het betreffende kalenderjaar kunnen niet eerder dan 1 januari van het betreffende kalenderjaar worden ingediend. De

aanvraag kan vervolgens uiterlijk tot en met 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar worden ingediend. Dit betekent dat een aanvraag voor 2025 van 1 januari 2025 tot uiterlijk 31 december 2026 kan worden ingediend. Een aanvraag voor 2026 kan van 1 januari 2026 tot uiterlijk 31 december 2027 worden ingediend en een aanvraag voor 2027 kan van 1 januari 2027 tot uiterlijk 31 december 2028 worden ingediend.

Artikel 4 Voorwaarden Het college kent ambtshalve of op aanvraag de tegemoetkoming voor het betreffende kalenderjaar aan een huishouden toe, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. het huishouden waarvan de meestverdienende partner op de peildatum is ingeschreven in de

gemeente Nijmegen heeft een inkomen uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van de Participatiewet, eventueel wel aangevuld met een uitkering op grond van artikel 19 van de

Participatiewet. Dit betekent dat een huishouden met uitsluitend een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet niet aan de voorwaarden voldoet; en

b. vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een

bijstandsuitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan

tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en c. de som van het netto-inkomen en de ontvangen tegemoetkomingen met toepassing van de

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in totaal opgeteld over het gehele jaar gezien lager is, vanwege de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting zoals genoemd

onder b, dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen enkel uit een bijstandsuitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat; en

d. het vermogen van het huishouden zich op 1 januari 00:00 uur van het kalenderjaar waarover de

tegemoetkoming wordt toegekend dan wel aangevraagd onder de vermogensgrens van de zorgtoeslag bevindt; en

e. het huishouden voor het betreffende kalenderjaar nog geen tegemoetkoming door het college van de gemeente Nijmegen dan wel een andere gemeente toegekend heeft gekregen.

2/4

Artikel 5 Vaststellen inkomen en vermogen In het kader van de voorwaarden van artikel 4 van deze beleidsregels worden het inkomen en vermogen op de volgende wijze vastgesteld. 1.

Als peildatum geldt de datum waarop de lijst van de Belastingdienst definitief is vastgesteld

2.

Bij de vaststelling van het inkomen telt alleen het inkomen van beide fiscale - en

3.

Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over

dan wel de datum waarop de tegemoetkoming is aangevraagd. toeslagpartners mee.

het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd. 4.

Indien er geen definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor

toeslagen over het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd bekend is en er

sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand

voorafgaand aan de datum van aanvraag, tenzij er aanwijzingen zijn dat het inkomen over die maand niet representatief is. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 5.

Indien er geen definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor

toeslagen over het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd bekend is en er

sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. In afwijking hiervan kan een langere periode worden gehanteerd indien het verloop van inkomsten hiertoe aanleiding geeft. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen. 6.

Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de

zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt

aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is in afwijking van het eerste lid 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd.

Om het voorgaande nader te kunnen beoordelen, kan het college nadere stukken opvragen die

hiervoor redelijkerwijs nodig zijn. Hierbij kan worden gedacht aan beschikkingen/aanslagen van de Belastingdienst, maar ook bankafschriften (tot drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag dan wel een langere periode indien deze periode niet representatief is).

Artikel 6 Verstrekking De tegemoetkoming is geen bijstand in de zin van de Participatiewet. Het betreft een vast bedrag dat eenmaal per kalenderjaar aan het huishouden dat aan de voorwaarden uit artikel 4 van deze beleidsregels voldoet ambtshalve dan wel op aanvraag bij beschikking wordt toegekend. Het college verstrekt in één keer het gehele bedrag aan het huishouden.

Artikel 7 Beslag

3/4

De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.

Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2025. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Nijmegen.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van: 8 april 2025.

de gemeentesecretaris A.P.W. van de Klift

de burgemeester H.M.F. Bruls

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c5c3ba24-3272-44c3-aaa2-8cfbae524425