Beleidsregels parkeren
Tekst van het document
Beleidsregels parkeren Parkeernormen Auto en Fiets Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op artikel 3.1.2 van het besluit ruimtelijke ordening en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluit vast te stellen de: Beleidsregels Parkeren
Hoofdstuk 1– Inleiding Met deze nota beoogt de gemeente Nijmegen te sturen op de leefbaarheid en bereikbaarheid van
Nijmegen. Nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw, functieverandering of uitbouw) kunnen gepaard gaan
met een parkeerbehoefte, een parkeervraag en een toenemend parkeerdruk in de openbare ruimte. Een te hoge parkeerdruk leidt tot ongewenst zoekverkeer en bereikbaarheids- en leefbaarheidsprobleem. De gemeente Nijmegen tracht dit probleem - zo veel mogelijk - te voorkomen door bij de
initiatiefnemer de verantwoordelijkheid neer te leggen om te voorzien in de parkeerbehoefte bij een
ontwikkeling. Bij deze verantwoordelijkheidsstelling is het hoofdmotief dat een parkeervraag bij een
ontwikkeling niet mag worden afgewenteld naar de openbare weg. In een tegenovergestelde situatie
zou de parkeerdruk op de openbare weg onder alle omstandigheden ongunstig worden belast. Deze belasting is onwenselijk, bezien vanuit de hoofddoelstellingen van deze nota.
In 2016 heeft de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen de Herziene Nota Parkeernormen 2016
vastgesteld. De Herziene Nota Parkeernormen 2016 is hierna uitgewerkt in de ‘Beleidsregels parkeren’ d.d. 17 mei 2016 (nr. 61593). Omdat deze beleidsregels op onderdelen niet volledig waren, werd bij toetsing op deze beleidsregels tegen een aantal onduidelijkheden aangelopen.
In de nota Parkeren 2020-2030 staat dat Nijmegen is een stad in ontwikkeling is waar op verschillende locaties ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Dit betreft inbreidingslocaties of hoog-stedelijke uitbreidingen die om een andere mobiliteitsaanpak vragen: minder ruimte voor de auto. De oude
parkeernormen dragen enerzijds niet bij aan de gewenste mobiliteitstransitie en zorgen anderzijds tot de realisatie van parkeerplaatsen die in de praktijk niet worden gebruikt en hoge kosten voor een initiatiefnemer. Er is behoefte aan nieuwe normen die ons de komende jaren bij ruimtelijke
ontwikkelingen de mogelijkheid biedt om flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Dit vormt de basis voor de voorgestelde beleidsregels in deze nota.
De wijze waarop bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning de parkeereis voor auto en fiets berekend en onderbouwd moeten worden, staat in de beleidsregels parkeren.
Hoofdstuk 2 – Uitgangspunten parkeernormen 1/46
Waarom parkeernormen? De gebruikelijke wijze om de parkeerbehoefte bij (sloop)nieuwbouw, functieverandering (transformatie) of uitbouw (verder samengevat met: ontwikkelingen) te bepalen is om gebruik te maken van
parkeernormen. Voor een duurzame bereikbaarheid en leefbaarheid van een gebied of locatie is het
essentieel dat wordt gewaarborgd dat geen sprake is van te hoge autoparkeerdruk en/of ongewenst zoekverkeer. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot overlast in de nabije omgeving.
Parkeerkencijfers, parkeernormen en parkeerbehoefte Met een parkeernorm wordt een berekening gemaakt van het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij een ontwikkeling. Het CROW heeft in publicatie 381 kencijfers opgenomen die als handvat kunnen dienen voor een gemeente om parkeernormen vast te stellen.
De in deze nota opgenomen Nijmeegse parkeernormen zijn afgeleid van deze CROW-parkeerkencijfers. De basis voor de Nijmeegse parkeernormen is het minimum van de kencijfers van het CROW per
functie. Alleen in de ‘2de schil / overloop” is, ten behoeve van een stapsgewijze overgang, uitgegaan van het kengetal tussen minimum en gemiddeld. Deze keuze sluit aan bij de gemeentelijke
mobiliteitsdoelen. In het Ambitiedocument Mobiliteit (2019) wordt immers ingezet op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s binnen de stad.
Toepassing van parkeernormen Bij het beoordelen van een ontwikkeling toetst de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Om interpretatieverschil en willekeur bij toepassing van parkeernormen te
voorkomen, is het noodzakelijk dat de gemeente een eenduidige beleidslijn hanteert. Dit doet tevens recht aan rechtszekerheid en het rechtsgelijkheidsbeginsel waardoor de juridische houdbaarheid
verbetert. Er kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen die aanleiding zijn om van de normen
in deze nota af te wijken. Een goede motivering is daarvoor essentieel. Dit wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.
Parkeren oplossen op eigen terrein Iedere initiatiefnemer van een plan is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende
parkeerruimte. Een nieuwe ontwikkeling mag geen parkeerproblemen veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer ervoor zorgdraagt dat er voldoende parkeerruimte ten behoeve van de
ontwikkeling wordt gerealiseerd. Dit dient op eigen terrein te worden opgelost. Bij ontwikkelingen waar ook de openbare ruimte wordt mee ontwikkeld, is het mogelijk om het plangebied geheel te zien als tijdelijk eigen terrein.
Eigen terrein betekent niet per definitie fysiek op eigen terrein. Een parkeervoorziening die ten
behoeve van een ontwikkeling is gerealiseerd, maar niet op het terrein van die ontwikkeling ligt, kan
ook worden beschouwd als ‘eigen terrein’. Dit is bijvoorbeeld het geval als een aantal parkeerplaatsen wordt geclusterd op een pleintje dat alleen toegankelijk is voor bewoners, of als een parkeergarage
wordt gerealiseerd die bedoeld is als gemeenschappelijke parkeervoorziening voor meerdere functies. Zie artikel 5 tabel 9 voor de maximale loopafstanden die worden gebruikt tussen bouwobject en parkeerplaats.
Hoofdstuk 3 - Algemene bepalingen 2/46
A.
Definities
•
Acceptabele loopafstand: de kortste looproute over de openbare weg van ingang van het pand
•
Autoparkeereis: het aantal na saldering te realiseren autoparkeerplaatsen ten behoeve van een
•
Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde
•
Autoparkeerplaats: de minimaal benodigde ruimte om een auto te parkeren conform NEN 2443
•
Bestaande functie: de laatst (legaal) vergunde situatie
•
Binnenstad: het deel van het historische centrum, inclusief stationsgebied, zoals weergegeven
.
Bijzonder gemeentelijk belang: een project van grote betekenis voor de stad waarbij de
•
BVO / bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van één of meerdere ruimten van een
•
CROW: onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en
tot aan de parkeerplaats of ingang van de parkeervoorzieningen. ontwikkeling.
functie nodig zijn.
(parkeergarages en parkeerterreinen).
in kaart 1.
leefbaarheid van de stad, het klimaat en werkgelegenheid een doelstelling is
vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek overeenkomstig NEN 2580.
verkeer en vervoer. CROW ontwikkelt onder andere kencijfers op het gebied van verkeersgeneratie en fietsparkeren. •
Dubbelgebruik: bij dubbelgebruik wordt dezelfde autoparkeerplaats gebruikt voor
verschillende functies. De autoparkeerplaats moet dan altijd vrij toegankelijk zijn voor de gebruikers
van deze functies. Volledig dubbelgebruik is alleen mogelijk als het maatgevende moment waarop de parkeerbehoefte het grootst is, niet samenvalt voor de verschillende functies. •
Eigen terrein: het bouwoppervlak waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, daaronder
•
Fietsparkeereis: het aantal na saldering te realiseren fietsparkeerplaatsen ten behoeve van een
•
Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen voor een bepaalde
•
Fietsparkeerplaats: de ruimte die nodig is om een gangbare fiets te kunnen stallen, conform
•
Gereguleerd parkeergebied: een gebied waar een vorm van parkeerregulering is ingevoerd,
•
Maatgevende moment: het moment waarop de parkeerbehoefte van verschillende functies
•
Mobility-as-a-Service: een mobiliteitsconcept, waarbij de consument gebruik maakt van
•
Parkeerkencijfer: een pp de praktijk gebaseerd cijfer van de verwachte parkeerbehoefte.
•
Parkeernorm: het aantal auto-/ fietsparkeerplaatsen dat voor een functie gerealiseerd moet
begrepen het daarbij behorende terrein dat als parkeerterrein is bestemd. ontwikkeling.
functie nodig zijn. Fietsparkeur.
zoals betaald parkeren, vergunninghoudersparkeren of een blauwe zone. binnen een ontwikkeling het hoogst is.
verschillende transportmiddelen via één abonnement.
worden, uitgedrukt in een aantal auto-/ fietsparkeerplaatsen per eenheid, bijvoorbeeld een oppervlakte-eenheid.
3/46
•
Salderen: het berekenen van de parkeereis op basis van het verschil tussen de parkeervraag in
de nieuwe situatie en de parkeervraag in de oude situatie (voor en na het realiseren van een
ontwikkeling, rekening houdend met aanwezigheidspercentages van de oude en nieuwe functie. •
Sociale huur: woningen waar bij het aangaan van de huurovereenkomst de huur niet hoger is
•
WVO: winkelvloeroppervlak
B.
Grondslag
dan de sociale huurgrens. In 2020 ligt deze grens op €737,14 per maand.
Voorheen was toetsing van de parkeernormen geregeld in de Bouwverordening. Met ingang van 1 juli 2018 dienen parkeernormen echter opgenomen te worden in het bestemmingsplan.
In 2017 is een paraplubestemmingsplan vastgesteld, waarmee de beleidsregels Parkeren van
toepassing is verklaard op alle bestemmingsplannen waarin de parkeernormen nog niet waren
opgenomen. Voor alle nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting om een parkeernorm voor te schrijven, dan wel te verwijzen naar de Nota Parkeernormen.
In het facetbestemmingsplan is een dynamische verwijzing naar de beleidsregels Parkeren opgenomen. Dit houdt in dat wanneer gedurende de planperiode de beleidsregels Parkeren wijzigen, de gewijzigde regels gelden. De bestemmingsplannen en beheersverordeningen hoeven daardoor niet opnieuw te worden herzien wanneer de beleidsregels Parkeren wijzigen.
In alle nieuwe bestemmingsplannen is / wordt een parkeerregeling opgenomen met een dynamische verwijzing naar de beleidsregels parkeren. In deze regels is sprake van het parkeren en stallen van voertuigen - hieronder vallen ook fietsen.
C.
Vaststelling en inwerkingtreding
De beleidsregel worden vastgesteld in de collegevergadering van 15 december 2020 en treden één dag na publicatie in het Gemeenteblad inwerking.
D.
Overgangsbepaling
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt afgedaan op grond van de tot de inwerkingtreding van dit besluit geldende regels. Dit tenzij
toepassing van de nieuwe beleidsregels gunstiger voor de aanvrager van de omgevingsvergunning is. In dat geval zijn onderhavige beleidsregels van toepassing.
Bijlagen De bijlage 1 maakt onverkort en integraal onderdeel uit van de beleidsregels.
Hoofdstuk 4– Artikelen Artikel 1 Onderbouwing parkeernormen Nijmegen
4/46
BELEIDSREGEL 1: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals weergegeven in kaart 1
Parkeernormen zijn maatwerk Bij het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen is het de kunst om deze zo vast te stellen dat ze zo veel mogelijk recht doen aan de situatie ter plaatse. Dit betekent ook dat binnen een gemeente
verschillende parkeernormen voor eenzelfde functie kunnen gelden afhankelijk van de locatie van de functie (verschillende gebieden). Zaken als bereikbaarheid met het openbaar vervoer, fiets en het autobezit spelen daarbij een rol. De hoogte van de parkeernormen verandert in de tijd.
Nijmegen is in ontwikkeling: het aantal inwoners en de werkgelegenheid blijft de komende jaren
toenemen. Om deze groei te kunnen faciliteren vinden diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaats. De huidige parkeernormen dragen enerzijds niet bij aan de gewenste mobiliteitstransitie (minder
automobiliteit) en zorgen anderzijds tot de realisatie van onnodig veel parkeerplaatsen en hoge kosten voor een initiatiefnemer.
In het nieuwe parkeerbeleid is daarom opgenomen dat de parkeernormen worden geactualiseerd. Deze nieuwe parkeernormen bieden ons handvatten om de komende jaren bij ruimtelijke ontwikkelingen
flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Hiermee sluit de parkeernormsystematiek aan op onze ambitie om de auto een minder dominante positie in het straatbeeld te geven en duurzaam vervoer te stimuleren
Gebiedstypen De basis voor de zone-indeling wordt gevormd door centrumzones met daar omheen verschillende ringen: binnenstad (stadscentrum + stationsgebied), centrum, schil 1e ring, schil 2de ring, rest bebouwde kom en buitengebied.
Bij het bepalen van deze zones is uitgegaan van logisch afgebakende gebieden met duidelijke grenzen. Daarbij is rekening gehouden met de ruimtelijke ontwikkelingen zoals op dit moment bekend.
Voor de gebieden rondom de treinstations is niet de stedelijkheidsgraad, maar de aanwezigheid van
een OV-knooppunt en daarmee goede alternatieven voor het gebruik en parkeren van de auto leidend
geweest (stations Lent, Dukenburg, Heijendaal Campus, station Goffert/NTC). Deze worden gezien als zijnde onderdeel van het gebied ‘centrum’.
5/46
Kaart 1. Stedelijkheidszones t.b.v. parkeernormering
Artikel 2. De parkeernormen BELEIDSREGEL 2: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.
6/46
De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkelingen). Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.
Per functie zijn de parkeernormen in bijgaande tabellen verwoord. Er is een indeling gemaakt in de volgende categorieën: 1.
Woningen
2.
Werken
3.
Winkelen en boodschappen
4.
Sport, cultuur en ontspanning
5.
Horeca en (verblijfs-)recreatie
6.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
7.
Onderwijsvoorzieningen
De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven gebiedstypen.
In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de
betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie
een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke
parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is.
Ten aanzien van de binnenstad (zoals begrensd in geel op kaart 1), geldt voor alle functies dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.
1.
Woningen
Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. Er is hierbij gekozen om aan te sluiten op de type woningen en de kengetallen zoals gehanteerd door het CROW en niet meer te kiezen voor onze eigen differentiatiecriteria gebaseerd op grootte van de woning. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.
Voor de categorieën ‘Koop, 2-onder-een-kap’, ‘Koop, rij’, ‘Koop, appartement duur’ en ‘Koop,
appartement gemiddeld’ wordt voor wat betreft het centrum en Schil 1e ring afgeweken van de CROWkencijfers. Hier is, vanwege de ontwikkelingen in deze zones zoals onder andere Hof van Holland, gekozen voor een parkeernorm van 1,3 per woning, zodat iedere woning over een parkeerplaats
beschikt. De CROW-kencijfers gaan hieruit van 0,9 tot 1,3 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 bezoek).
Binnen -stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest BBK
Buitengebied
Bezoek
7/46
Koop, vrijstaand
1,2
1,3
1,4
1,6
1,7
2
0,3
Koop, 2-onder-een-kap
1,1
1,3
1,3
1,5
1,6
1,8
0,3
Koop, rij
1
1,3
1,3
1,4
1,4
1,6
0,3
Koop, appartement duur
1
1,3
1,3
1,4
1,5
1,7
0,3
0,9
1,3
1,3
1,3
1,3
1,5
0,3
0,8
0,8
0,9
1,1
1,1
1,2
0,3
Huur, huis, (middel)duur
1
1
1,2
1,4
1,4
1,6
0,3
Huur, huis, sociale huur
0,8
0,8
0,9
1,1
1,1
1,2
0,3
0,6
0,6
0,7
0,9
0,9
1
0,3
0,9
0,9
1,1
1,3
1,3
1,5
0,3
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
0,05
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
0,05
0,5
0,5
0,5
0,5
0,6
0,6
0,2
0,5
0,5
0,5
0,5
0,6
0,6
0,2
Koop, appartement gemiddeld
Koop, appartement goedkoop
Huur, appartement, sociale huur
Huur appartement, (middel)duur
Kamerverhuur nietzelfstandig
Kamerverhuur zelfstandig (student)
Kamerverhuur zelfstandig (niet-student)
Kleine eenpersoonswoning
Zorgwonen / beschut wonen
0,3 0,85
0,85
0,85
0,85
0,85
0,85
(incl
personeel)
Tabel 1: Autoparkeernormen woningen
Toelichting: •
De parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers.
Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt (voor studentenkamers is dit minder). De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de
parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel bezoekers” in bovenstaande tabel) moeten onbelemmerd toegankelijk zijn.
8/46
Voor de binnenstad (zie kaart 1) geldt een uitzondering. De parkeerbehoefte voor bezoekers hoeft niet te worden ingevuld door de ontwikkelaar. Bezoekers kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden. •
Als parkeerplaatsen niet op eigen terrein worden gerealiseerd, dan dienen deze
parkeervoorzieningen juridisch te zijn gekoppeld aan de woning. De parkeervoorziening maakt zodoende integraal deel uit van de woning. Dit kan middels een kettingbeding in de koopovereenkomst worden vastgelegd of een erfdienstbaarheid. •
Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw, zoals een flat.
•
Zorgwonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is
aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte
aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd. Hieronder de definities zoals ze zijn opgenomen in de uitgangspuntennotitie van bestemmingsplannen. o
Zorgwonen: de huisvesting van één of meerdere personen in een gebouw, niet zijnde
een woonwagen of woonboot, waarbij met behulp van zorg/ondersteuning door derden, zelfstandig gewoond wordt. o
Zorgwoning: een woning in een wooncomplex die bedoeld is voor mensen die
uitsluitend met behulp van zorg/ondersteuning door derden zelfstandig kunnen wonen. Het
betreft daarbij een woning die geschikt is voor rollatorgebruik dan wel voor rolstoelgebruik. In het wooncomplex zijn extra voorzieningen aanwezig, zoals een ontmoetingsruimte. •
Kamerverhuur niet-zelfstandig: een woonruimte zonder eigen toegang (voordeur) en zonder
•
Kleine eenpersoonswoning: een zelfstandige (koop- of huur-) woning (studio of tiny house)
wezenlijke voorzieningen (zoals keuken, toilet en wasruimte) binnen de woning.
met een eigen adres kleiner dan 50m2 GO. Voor woningen gelijk aan of kleiner dan 50 m2 is in artikel 7 een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor wat betreft de plicht tot het realiseren van parkeervoorzieningen. •
In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers
worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend). •
Prijscategorieën Nijmegen conform Uitvoeringsagenda Wonen (prijspeil 2020): o
o
•
Huur
Koop
Goedkoop / sociaal
≤ € 737,14
Middelduur
€ 737,14 - € 951,19
Duur
> € 951,19
Goedkoop
< € 220.000
Middelduur
€ 220.000 - € 280.000
Duur
> € 280.000
Voorheen werd onderscheid gemaakt tussen studentenhuisvesting met een campuscontract en
overig studentenhuisvesting. De parkeernorm voor studentenwoningen met campuscontract was lager dan reguliere kamerverhuur. Dit terwijl het autobezit niet substantieel anders is tussen beide type
woningen. Het onderscheid is bovendien verwarrend voor ontwikkelaars. Dit onderscheid is daarom komen te vervallen. •
De parkeernorm voor ‘Kamerverhuur zelfstandig (student)’ geldt alleen voor grootschalige
complexen bestaande uit kleinere appartementen die alleen aan studenten worden verhuurd. De
9/46
verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig bekend en hierop georganiseerd zijn. •
Het realiseren van een parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste
gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend.
Voor meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans.
Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.
2.
Werken Binnen
Centru
Schil
Schil
Rest
Buiten-
0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
2,3
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
1,1
1,1
1,5
1,6
1,9
2,1
0,4
0,4
0,5
0,6
0,7
0,8
0,8
0,8
1,1
1,2
1,3
1,7
n.v.t.
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
-stad Kantoor zonder baliefunctie
Commerciële
dienstverlening Bedrijf
arbeidsintensief /
bezoekersextensief Bedrijf
arbeidsextensief /
bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebo uw
Opslagbedrijf
m
1e ring
2e ring
BBK
gebied
Eenheid
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
unit
Bezoe k
5%
20%
5%
5%
5% 95%
(min 2 pp)
Tabel 2:Autoparkeernormen Werken
Toelichting: •
Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.
•
Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie
•
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een
•
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf
werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers). (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).
10/46
•
Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te
huisvesten.
Aan-huisgebonden beroepen In de bestemmingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.
Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer: •
parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.
•
stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of
•
om een andere reden niet mogelijk is,
het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mag betreffen dat daardoor extra
verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied. De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).
3.
Winkelen en boodschappen Binnen-
Centrum Schil 1e
Schil 2e
Centrumfuncties
3,1
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
100 m2
99%
Buurtsupermarkt
0,9
0,9
1,7
2,2
2,4
n.v.t.
100 m2
89%
Full-service
2,1
2,1
3,0
3,7
3,9
n.v.t.
100 m2
93%
Grote supermarkt
4,9
4,9
5,8
6,3
6,7
n.v.t.
100 m2
84%
Groothandel
n.v.t.
n.v.t.
4,9
4,9
4,9
n.v.t.
100 m2
80%
Groothandel
n.v.t.
n.v.t.
5,4
5,4
5,4
n.v.t.
100 m2
80%
Buurtcentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,1
2,6
2,7
n.v.t.
100 m2
72%
Wijkcentrum
n.v.t.
3,1
3,3
3,8
4,1
n.v.t.
100 m2
79%
stad
supermarkt
(XL)
specialist
algemeen
(gemiddeld)
ring
ring
Rest BBK
Buitengebied
Eenheid
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
bezoek
11/46
Stadsdeelcentrum
n.v.t.
3,7
4,2
4,7
5,3
n.v.t.
100 m2
85%
Weekmarkt
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
100 m2
85%
Kringloopwinkel
n.v.t.
n.v.t.
0,9
1,0
1,4
2,0
100 m2
89%
Bruin- en
2,9
2,9
4,8
5,2
6,6
8,5
100 m2
92%
Woonwarenhuis /
0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
1,7
100 m2
91%
Woonwarenhuis
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,4
100 m2
95%
Meubelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
1,6
1,7
2,0
n.v.t.
100 m2
93%
Winkelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
3,2
3,3
3,7
n.v.t.
100 m2
94%
Outletcentrum
n.v.t.
n.v.t.
7,8
8,3
8,6
9,4
100 m2
94%
Bouwmarkt
n.v.t.
n.v.t.
1,5
1,6
2,0
2,2
100 m2
87%
Tuincentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2
89%
Groencentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2
89%
Showroom
n.v.t.
0,7
0,9
0,9
1,3
1,3
100 m2
35%
witgoedzaak
woonwinkel
(zeer groot)
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
Tabel 3. Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen
Toelichting: •
Centrumfuncties: De autoparkeereis voor de binnenstad (zie kaart 1) wordt voor horeca en
detailhandel / funshoppen) berekend middels een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO. •
Er worden drie typen supermarkten onderscheiden -
Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2
winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft.
12/46
-
Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor
-
Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte
groente, vlees, kaas en brood. De oppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 WVO. groter dan 2.500 m2 WVO (en vaak kleiner dan 4.000 m2 WVO). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. •
Groothandel specialist: een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of
kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. •
Groothandel algemeen: een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de
•
Stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum: ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor
rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied en waarbij collectieve parkeergarages worden gerealiseerd (dus niet iedere winkel zijn eigen parkeergarage). -
Een stadsdeelcentrum is altijd een aanvulling op een binnenstad of een
hoofdwinkelcentrum (50+ winkels). Bovendien is hier het merendeel van het centrum planmatig ontwikkeld. Bijvoorbeeld Nijmegen. Dukenburg. -
Een wijkcentrum heeft een specifiek ondersteunende functie. Hieronder vallen onder
andere winkelconcentraties met 5-10 winkels en 2 of meer supermarkten of winkelgebieden met 10+ winkels in de detailhandel. -
Een buurtcentrum is een winkelconcentratie met minimaal 5 winkels en maximaal 9
winkels in de detailhandel. Daarnaast is er een of geen supermarkt in dit type winkelgebied aanwezig. •
Weekmarkt: bij een weekmarkt kunnen globale parkeerkencijfers worden gehanteerd - er moet
•
Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen (elektronica,
een forse marge in acht worden genomen.
huishoudelijke apparaten) die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. •
Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment
hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij o.a. om
meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. •
Woonwarenhuis (zeer groot): dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed
assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook
gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. •
Winkelboulevard: een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak
grote detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema). •
Outletcentrum: een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen (o.a. kleding,
accessoires, speelgoed, interieur) op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig
13/46
winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 WVO). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. •
Tuincentrum (inclusief buitenruimte): het betreft de middelgrote en grootschalige
detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 WVO). Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en
decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). •
Groencentrum (inclusief buitenruimte): het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 WVO). Er
worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals
tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoenartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
4.
Sport, cultuur en ontspanning
Binnen -stad
Centru m
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei gebied
Bibliotheek
0,2
0,2
0,5
0,6
0,8
1,1
Museum
0,3
0,3
0,5
0,6
0,9
n.v.t.
Bioscoop
2,2
2,2
6,9
7,4
10
12,7
Filmtheater/filmhuis
1,6
1,6
4,2
4,7
6,7
8,9
Theater/schouwburg
5,8
5,8
6,4
7,2
8,3
10,5
Musicaltheater
2,4
2,4
2,9
3,2
3,4
4,6
Casino
5,2
5,2
5,6
5,9
6,0
7,5
d
100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO
bezoek
97%
95%
94%
97%
87%
86%
86%
14/46
Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
Bowlingcentrum
1,1
1,1
1,7
2,0
2,3
2,3
Biljart-/snookercentrum
0,6
0,6
0,8
0,9
1,1
1,5
Dansstudio
1
1
3,3
3,6
4,9
6,9
0,9
0,9
2,9
3,2
4,2
6
-stad
Fitnesstudio/sportschoo l
m
gebied
Fitnesscentrum
1,2
1,2
3,9
4,2
5,7
6,9
Welnesscentrum
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
8,8
9,8
Sauna, hammam
2
2
4,1
4,4
6,1
6,8
voor grotere aantallen
1,2
1,2
1,8
1,9
2,4
3,2
Sportzaal
0,8
0,8
1,6
1,7
2,4
3,3
Sporthal (zie toelichting bezoekers).
Tennishal
0,2
0,2
0,3
0,4
0,4
0,4
Tennisbaan
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
Squashhal
1,5
1,5
2,3
2,4
2,6
3,1
Zwembad overdekt
n.v.t.
n.v.t.
9,7
10,2
10,5
12,3
d
Per
baan Per
tafel 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100
bezoek
89%
87%
93%
87%
90%
99%
99%
96%
94%
m2
87%
baan
95%
BVO
100 m2
BVO 100 m2
bassin
84%
97%
15/46
Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
n.v.t.
n.v.t.
9,1
9,6
11,9
14,8
-stad
Zwembad openlucht
m
gebied
Zwemparadijs
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3,0
3,0
3,0
Sportveld
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
Stadion
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
Kunstijsbaan (<400m)
0,9
0,9
1,1
1,2
1,4
1,8
Kunstijsbaan (400m)
n.v.t.
n.v.t.
1,8
1,9
2,1
2,5
Ski- en snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
Jachthaven
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Golfcentrum (P&P)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
49
54
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
85
108
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (klein/gem)
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (groot)
0,4
1
0,4
1
1,2
1,8
1,6
2,3
1,9
2,8
2,6
3,6
d
100 m2
bassin 100 m2
bassin Per ha netto
terrein Zitplaat s
100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO Ligplaa ts
per
centru m
per 18 holes 100 m2
BVO 100 m2
BVO
bezoek
99%
99%
95%
99%
98%
98%
98%
-
93%
98%
97%
98%
16/46
Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
2,2
2,2
3,1
3,6
4
4,9
-stad Indoorspeeltuin/kinders peelhal (z groot)
m
gebied
Kinderboerderij
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
Manege
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,3
Dierenpark
4
4
4
4,0
4
4
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
4
Volkstuin
n.v.t.
n.v.t.
1,1
1,2
1,2
1,3
n.v.t.
n.v.t.
5
6,3
8
11
2
2
2
2,0
2
2
Plantentuin (botanische tuin)
Sociaal cultureel centrum
Wijk- of verenigingsgebouw
Kartbaan
2
2
2
2,0
2
2
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
Klimhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2.1
n.v.t.
Bordeel
1
1
1
1,0
1
1
Overige sexinstelling
0,5
0,5
1
1,0
1
1
d
100 m2
BVO 100 m2
BVO per
box per ha netto
terrein per ha netto
terrein per 10 tuinen per
tuin 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100 m2
BVO 100
bezoek
98%
97%
90%
99%
99%
100%
99%
90%
95%
90%
m2
90%
Kamer
90%
BVO
100 m2
BVO
90%
17/46
Tabel 4. Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning
Toelichting: •
Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar
films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. •
Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende)
theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. •
Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen.
•
Fitnessstudio/sportschool: met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere
Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten. •
Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele
centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. •
Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige
(combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels,
bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen
kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-
/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. •
Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter
kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt
onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats). •
Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan
kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door
bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). •
Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70
•
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal: indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende
hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.
speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal
verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn.
18/46
•
Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te
•
Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse
beoefenen, zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke.
zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats.
5.
Horeca en (verblijfs-)recreatie Binnen- Centru stad
m
Schil 1e
Schil 2e
Camping
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
n.v.t.
1,1
Bungalowpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
1,5
2
Hotel (1*, 2*, 3*)
0,16
0,16
0,28
0,30
0,42
0,63
Hotel (4*, 5*)
0,42
0,42
0,68
0,72
0,93
1,18
4
4
4
4,5
5
n.v.t.
8
8
8
8,5
12
n.v.t.
Fastfoodrestaurant 5
5
5
5,0
15
15
Pension, BB, hostel 0,15
0,15
0,25
0,3
0,4
0,4
Discotheek
4,1
4,1
10,3
11,3
16,4
18,8
3
3
4
4,8
5
n.v.t.
Café / bar / cafetaria
Restaurant
Evenementen-, beurs-,
congresgebouw
ring
ring
Rest
Buiteng ebied
Eenheid Standpl aats
Bungalo w
per
kamer per
kamer 100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO per
kamer 100 m2 BVO
100 m2 BVO
bezoek
90%
91%
77%
65%
90%
80%
90%
95%
99%
99%
Tabel 5. Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie
Toelichting: •
Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het
stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen
alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel
19/46
gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte
horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 7 “Situaties van bijzonder gemeentelijk belang”). •
Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in
dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand. •
Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een
aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen”
uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2 bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek. •
Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één
van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met
twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In
Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie. •
Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden
dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm. •
In de binnenstad (zie kaart 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers.
Zij kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De
vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn. •
Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden
dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.
6.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor
mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners.
Huisartsenpraktijk (centrum)
Apotheek Fysiotheratiepraktijk (centrum)
Binnen- Centru stad
m
Schil 1e
Schil 2e
1,8
1,8
2,2
2,3
2,7
3
2
2
2,5
2,6
2,9
n.v.t.
1
1
1,2
1,3
1,5
1,7
ring
ring
Rest
Buiteng ebied
Eenheid bezoek Behand
elkamer Apothe ek
Behand
elkamer
57%
45%
57%
20/46
Consultatiebureau
1
1
1,3
1,4
1,6
1,9
1,2
1,2
1,5
1,6
1,8
2,1
1,3
1,3
1,7
1,8
2,1
2,4
Gezondheidscentrum
1,3
1,3
1,6
1,7
1,9
2,2
Ziekenhuis
1,3
1,3
1,5
1,6
1,6
1,9
Consultatiebureau ouderen
Tandartsenpraktijk (centrum)
Verpleeghuis /
beschermd wonen
Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer 100 m2 BVO
50%
38%
47%
55%
29% 100%
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
n.v.t.
Zorgwonen
0,85
0,85
0,85
0,85
0,85
0,85
Hospice
0,6
0,6
1
1,2
1,4
1,4
Psycholoog
1,25
1,25
1,45
1,45
1,5
1,5
Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
25,1
25,1
Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
26,6
26,6
Gevangenis
1,4
1,4
1,9
2,0
3
3,4
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
woonee (incl. nheid
Woonee nheid
Woonee nheid
behand
elkamer Plechtig heid
Plechtig heid 10
cellen Gebeds -plaats
personee l)
0,3 (incl.
personee l)
90%
57%
99%
97%
37%
-
Tabel 6. Autoparkeernormen Gezondsheidszorg en (sociale) voorzieningen
Toelichting: •
Verpleeghuis / beschermd wonen: beschermd wonen valt bestemmingsplantechnisch gezien in
het algemeen onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie.
21/46
•
Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak
•
Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke
gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau. hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale
relatie met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen
woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis.
7.
Onderwijsvoorzieningen
Kinderdagverblijf (crèche)
peuterspeelzaal
basisonderwijs
Middelbare school (vmbo, havo; vwo)
Binnen- Centru stad
m
Schil 1e
Schil 2e
Rest
Buiten-
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
ring
ring
BBK
gebied
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
2,3
2,3
3
3,2
3,3
3,9
ROC, MBO
3,2
3,2
3,8
4,0
4,2
4,9
Hogeschool
6,3
6,3
6,9
7,2
7,5
8,9
Universiteit
9,7
9,7
11,5
12,1
12,7
14,8
avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
3
3
4
4,5
5
9,5
Eenheid bezoek 100 m2 BVO
100 m2 BVO
-
-
per
loslokaa l
per 100 leerling en
per 100 leerling en
per 100 student en
per 100 student en
per 10
student en
11%
7%
72%
48%
95%
Tabel 7. Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen)
Toelichting: In bovenstaande parkeernormen voor onderwijsvoorzieningen is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het aantal
22/46
leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x
reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel.
% halen en
brengen met de auto Groep 1 t/m 3
Groep 4 t/m 8
Kinderdagverblijf / BSO
Gastouder opvang
30% (30-60%) 5% (5-40%) 50% (50-80%) 50%
Reductiefactor parkeerduur
Reductiefactor
aantal kinderen per auto
Aantal pp per kind
0,5
0,75
0,113
0,25
0,85
0,011
0,25
0,75
0,094
0,25
0,75
0,094
Tabel 8. Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen
Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra
parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn.
Artikel 3. Verkeersgeneratie In CROW-publicatie 381 zijn parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie opgenomen (gebaseerd op de huidige situatie in Nederland). Beide kencijfers staan volgens het CROW in relatie tot elkaar.
Verkeersgeneratie wordt bepaald door de ontwikkeling en door de capaciteit op het netwerk. Binnen een ruimtelijke ontwikkeling is de parkeernorm een belangrijke factor in de verwachte verkeersgeneratie.
De kencijfers verkeersgeneratie worden bij planvorming gebruikt om het aantal motorvoertuigenbewegingen per dag te berekenen.
De CROW-kencijfers bevatten een bandbreedte per functie. In Nijmegen hanteerden we voorheen het gemiddelde parkeerkencijfers en het gemiddelde kencijfer verkeersgeneratie. Aangezien we nu voor
een lagere parkeernorm kiezen (minimum kengetal in plaats van gemiddeld kengetal), ligt het voor de hand om bij initiatieven van een lagere verkeersgeneratie uit te gaan.
Dit sluit aan bij de gemeentelijke mobiliteitsdoelen. We zetten immers in op het niet verder laten
groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s binnen de stad. De uitwerking hiervan betekent dat we niet de capaciteit bieden voor een hogere verkeersgeneratie.
Overeenkomstig de parkeernormen wordt bij berekening van de verkeersgeneratie bij initiatieven
uitgegaan van de gebiedsindeling zoals weergegeven in kaart 1. Hierbij wordt uitgegaan van een zestal zones waarbij in onderstaande tabel is aangegeven welke kencijfer gebruikt moet worden voor bepaling van de verkeersgeneratie.
23/46
Zone
Gebaseerd op CROW-kengetal
Binnenstad
Minimum kengetal centrum / sterk stedelijk
Centrum
Minimum kengetal centrum / sterk stedelijk
1e schil / overloop
Minimum kengetal Schil centrum / sterk stedelijk
2e schil / overloop
Tussen minimum en gemiddeld kengetal schil centrum/ sterk stedelijk
Rest bebouwde kom
Minimum kengetal rest bebouwde kom / sterk stedelijk
Buitengebied
Minimum kengetal buitengebied / sterk stedelijk
De kencijfers verkeersgeneratie zijn niet overgenomen - bij toepassing moet gebruik worden gemaakt van de kengetallen zoals opgenomen in CROW-publicatie 381.
Artikel 4. Toepassing parkeernormen Auto Dit artikel gaat in op de wijze van toepassing van parkeernormen. Welke berekeningen moeten plaatsvinden en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Ook wordt ingegaan op het gebruik van
bestaande parkeerplaatsen, de toepassing van dubbelgebruik (aanwezigheidspercentage) en wat de mogelijkheden zijn als men niet aan de parkeereis kan voldoen.
BELEIDSREGEL 3: De autoparkeereis wordt bepaald door de parkeervraag van de laatst toegestane situatie af te trekken van de parkeervraag van de nieuwe functie (salderen), tenzij sprake is van langdurige leegstand (minimaal 10 jaar).
BELEIDSREGEL 4: Bij een bouwontwikkeling of gebruikswijziging hoeft alleen te worden voorzien in de extra parkeerbehoefte.
BELEIDSREGEL 5: Het realiseren van parkeerplaatsen bij ontwikkelingen moet op eigen terrein plaatsvinden, tenzij de aanvragen onderbouw voldoet aan tenminste één van de in dit artikel beschreven afwijkingscriteria / vrijstellingen.
Bepalen van de autoparkeereis
24/46
Stap a: bepalen van de parkeerbehoefte
Stap b: inspannings verplichting van de aanvrager
Stap c: alternatieven
Stap d: parkeren in de openbare ruimte
Stap e: verlenen van ontheffing
Figuur 1: Stroomschema bepalen van de parkeereis
Kwaliteitseisen: De maten van een parkeerplaats die toegankelijk zijn vanaf de openbare weg zijn voor haaks parkeren
2,5x5m voor een enkele parkeerplaats. Voor een dubbele parkeerplaats bij een woning (geen openbaar parkeerterrein) moet rekening worden gehouden met 4,5x5. Voor langsparkeren minimaal 2,0x6,0m.
Iedere parkeerplaats moet direct bereikbaar zijn vanaf de openbare weg (het mag dus niet zo zijn dat je over een andere parkeerplaats moet rijden om op de openbare weg te kunnen komen). Dit geldt
echter niet voor zover het parkeerplaatsen op eigen terrein bij een grondgebonden woning betreft. Voor bereikbaarheid en bruikbaarheid wordt verwezen naar de vigerende CROW-richtlijnen (ASVV).
Parkeren voor minder validen: Bij het bepalen van de behoefte voor parkeerplekken voor minder validen houden we rekening met de vigerende CROW-richtlijnen: op 50 ‘gewone’ parkeerplaatsen moet één AGPP beschikbaar zijn. Bij nieuw te bouwen instellingen moet rekening worden gehouden met het aanleggen van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen conform deze richtlijn.
Het uitgangspunt hierbij is dat instellingen / voorzieningen waar een gehandicapte uit medische noodzaak naar toe moet gaan, over tenminste één algemene gehandicaptenparkeerplaats in de
nabijheid van de ingang beschikt. Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden aanvullend op de parkeereis gerealiseerd.
Stap a: bepalen van de parkeerbehoefte Een parkeerbalans laat zien hoeveel parkeerplaatsen op basis van de parkeernormen en met saldering
nodig zijn. Afronding van het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen vindt altijd naar boven plaats. Bij het opstellen van de parkeerbalans kan gebruik worden gemaakt van de volgende uitgangspunten:
Bestaande situatie In bestaande situaties kan het reeds aanwezige aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering worden gebracht op de nieuwe, totaal (bestaande bebouwing en uitbreiding) vast te stellen
parkeerbehoefte. Dit geldt uitsluitend als er sprake is van overcapaciteit. In overige situaties wordt de extra parkeerbehoefte vastgesteld op basis van het aantal m² uitbreiding.
Verbouw c.q. functiewijziging en sloop Bij een wijziging van gebruik en bij een verbouwing wordt op basis van de parkeernormen een
parkeereis berekend. Hierbij geldt dat de berekende parkeereis op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeereis (berekend volgens parkeernormen in artikel 2) van de laatste (legaal)
vergunde functie die komt te vervallen. Als de plaatsen tot het openbaar domein blijven behoren, kan
25/46
dit ook in de planvorming worden geregeld. De initiatiefnemer van de nieuwe functie krijgt dan een beschikking dat hij een aantal parkeerplaatsen minder hoeft te realiseren en ook geen compensatiebedrag hoeft te betalen.
Nieuwbouw Bij een nieuwe planontwikkeling moet worden voldaan aan de parkeernorm die voor de functies gelden.
Parkeren bij (grootschalige) planontwikkeling (incl. ontwikkelen openbare ruimte) Bij nieuwe ontwikkelingen is parkeren op eigen terrein een randvoorwaarde. Als de initiatiefnemer
binnen het plangebied kan voldoen aan de parkeernorm dan wordt dat de randvoorwaarde (parkeren op eigen terrein is dan gelijk aan parkeren in het plangebied). Na oplevering worden dit openbare parkeerplaatsen, maar er is voldaan aan de parkeernorm.
Bij het vernieuwen van een woonwijk door woningcorporaties (sloop-nieuwbouw) is het vaak lastig om het parkeren volgens de nieuwe normen op te lossen. De openbare ruimte kan niet geheel worden verhard voor parkeerplaatsen. Per project wordt maatwerk geleverd. Berekend wordt wat de
hoeveelheid parkeerplaatsen zou moeten zijn in de bestaande situatie. Die wordt vergeleken met de hoeveelheid parkeerplaatsen die nodig is in de nieuwe situatie. Het verschil van het aantal
parkeerplaatsen moet worden opgelost bij een toename. De bestaande situatie is het uitgangspunt. Als er parkeerplaatsen vervallen door de planontwikkeling, dan moeten die wel elders worden gecompenseerd.
Parkeren op eigen terrein bij woningen Voornamelijk bij woningen blijkt in de praktijk dat garages niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij de parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan hierdoor parkeeroverlast in de straat ontstaan. De instandhouding van de parkeerplaatsen op
eigen terrein is dan ook wenselijk. Een oprit naar de garage die voldoet aan de afmetingen van een parkeerplaats wordt gezien als parkeerplaats op eigen terrein.
De bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein is lager dan de bezetting van openbare
parkeerplaatsen. Immers, als de eigenaar van een woning niet thuis is, kan een ander deze
parkeerplaats niet gebruiken. Het realiseren van een enkele parkeerplaats op eigen terrein ten koste van een openbare parkeerplaats betekent dus een achteruitgang in parkeercapaciteit. Het realiseren
van een enkele parkeerplaats op eigen terrein wordt dan ook niet toegestaan indien dit ten koste gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte (zie ook bijlage 1).
Bijzonderheden eigen terrein: •
Voor zover er sprake is van parkeren op eigen terrein bij woningen met een garage met oprit
ervoor, geldt dat parkeerplaatsen in die garage (niet zijnde een parkeergarage bij een
appartementencomplex) niet meetellen als parkeerplaats in de zin van de parkeerregels. Een
parkeerplaats op de oprit naar een garage wordt wel gezien als een parkeerplaats in de zin van deze beleidsregels. Een garage zonder oprit wordt gezien als een parkeerplaats. •
Als het voor de bereikbaarheid van een parkeerplaats nodig is dat er een vergunningsplichtige
in- en uitrit wordt gerealiseerd, dan wordt, voor zover er sprake is van een
omgevingsvergunningsplichtig project, altijd als voorschrift gesteld dat er pas een begin met het
project mag worden gemaakt als de benodigde in- uitritvergunning is verleend. Als echter al duidelijk 26/46
is dat een parkeerplaats niet zal kunnen ontsluiten naar de openbare weg, dan is deze parkeerplaats niet bereikbaar en telt deze dus niet mee. •
Bestaande parkeerplaatsen op maaiveld, die door een ontwikkeling verdwijnen, moeten één op
één worden gecompenseerd door nieuwe parkeerplaatsen. Daarbij geldt als bijzondere
compensatieregeling het volgende. Indien er als gevolg van de aanleg (evt. met ontsluiting) van een parkeerplaats op eigen terrein bij een woning een openbare parkeerplaats verdwijnt, geldt dat ter
compensatie van deze parkeerplaats, de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project op ten minste 2 parkeerplaatsen wordt gesteld (indien de openbare parkeerplaats niet gecompenseerd wordt door de aanleg van een nieuwe openbare parkeerplaats.
Omgekeerd geldt dat als bij het opheffen van parkeergelegenheid ten behoeve van openbare
parkeercapaciteit (bijvoorbeeld door opheffen van de uitritconstructie) altijd uit wordt gegaan van de extra openbare parkeercapaciteit.
Aanbieden alternatieven voor de auto Voor ontwikkelingen die een duurzaam karakter hebben is het mogelijk maatwerk in de parkeernormen aan te brengen. Dit kan door de toepassing van bijzondere vrijstellingen. De volgende bijzondere vrijstellingen kunnen worden toegepast: •
Extra fietsparkeerruimte: als een ontwikkeling in een gebied met betaald parkeren voorziet in
extra fietsparkeervoorzieningen, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen met maximaal 10% worden verlaagd - in de verhouding vijf extra fietsparkeerplaatsen in plaats van één
autoparkeerplaats. Deze extra fietsparkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werkers, studenten). •
Deelauto’s: als bij een woningontwikkeling in een gebied met betaald parkeren structureel, dat
wil zeggen voor minimaal 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto’s op eigen terrein ter
beschikking worden gesteld, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen met maximaal 20% worden verlaagd in de verhouding één autodeelparkeerplaats in plaats van vier gewone autoparkeerplaatsen. Een parkeerplaats voor een deelauto vervangt dus vier reguliere autoparkeerplaatsen (= saldo -3 plaatsen).
Ook in niet-gereguleerd gebied is het mogelijk om deelauto’s te plaatsen. We leggen hierbij niet vooraf vast wat de korting op de parkeereis is of hoe deze moet worden toegepast. De ontwikkelaar moet het gebruik van de deelauto onderbouwen aan de hand van onder andere de locatie van de ontwikkeling (nabijheid voorzieningen en OV), de doelgroep (jongeren/gezinnen/ouderen) en welke vormen van
deelmobiliteit worden toegepast. Afhankelijk van de kwaliteit van het plan kan door de gemeente een korting worden gegeven van maximaal 20% (met verhouding 1 deelauto versus 4 reguliere auto’s). Hierbij is belangrijk dat de ruimte die wordt bespaard op het parkeren wordt gebruikt om extra kwaliteit toe te voegen aan de woonomgeving. •
Mobility as a Service (MaaS): als bij een ontwikkeling in een gebied met betaald parkeren voor
alle toekomstige gebruikers van het betreffende pand een ‘Mobility as a Service’ concept beschikbaar wordt gesteld, voor een periode van minimaal 10 jaar, dan kan het aantal te realiseren
autoparkeerplaatsen met maximaal 20% worden verlaagd. Voorwaarde is dan wel dat er ook
daadwerkelijk alternatieve vervoersmiddelen voor de eigen auto (denk aan deelfiets, deelauto of goed openbaar vervoer) beschikbaar zijn.
De bijzondere vrijstellingen mogen niet bij elkaar worden opgeteld (veelal zien we dat een MaaS-
concept ook hand-in-hand gaat met een deelauto-initiatief of extra fietsvoorzieningen). Er geldt een maximale verlaging van 20% van de parkeereis. Hierbij moet worden voldaan aan de nadere regelgeving zoals opgenomen in de Beleidsregels Deelmobiliteit.
27/46
Autovrije complex Een initiatiefnemer mag in gereguleerd parkeergebied voor autovrije complexen -met 20 of meer appartementen- afwijken van de vastgestelde parkeernorm, onder voorwaarde dat de (toekomstige) gebruikers niet worden gefaciliteerd in de openbare ruimte. Binnen het betaald parkeergebied kan dit door het betreffende gebied uit het vergunninggebied te lichten. Bewoners komen hierdoor niet in aanmerking voor een parkeervergunning. In niet gereguleerd parkeergebied is het niet mogelijk om autovrije complexen te realiseren, omdat de kans groot is dat hierdoor parkeerproblemen in de omgeving ontstaan. Er moet worden voldaan aan de parkeernorm. De initiatiefnemer van een autovrij complex dient zich bewust te zijn dat (deels) wordt gebouwd voor een doelgroep zonder auto. Bij aanvraag van de omgevingsvergunning dient derhalve de marktpotentie, aanvullende mobiliteitsvoorzieningen (waaronder in ieder geval extra fietsvoorzieningen) en wijze waarop hierover met de toekomstige doelgroep wordt gecommuniceerd door de ontwikkelaar worden aangetoond. Dit om misverstanden achteraf te voorkomen. De ontwikkelingen dient, om overloop te voorkomen, op voldoende loopafstand van de grens van het gereguleerd parkeergebied te liggen. Hiermee wordt overlast in de omgeving voorkomen.
Als grens geldt een minimale loopafstand zoals opgenomen in tabel 9 - gemeten van de voordeur tot aan de dichtstbij gelegen openbare parkeerplaats zonder vorm van parkeerregulering.
Voor autovrije complexen gelden de afkoopbedragen per niet-gerealiseerde parkeerplaats, zoals beschreven in artikel 5. Het College van B&W kan hier gemotiveerd van afwijken.
Meerdere functies De parkeernormen worden gebruikt om de parkeerbehoefte te berekenen. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de parkeernorm. Uitgangspunt hierbij is toetsing aan de
hoofdfunctie. Eventuele ondergeschikte functies, zoals een kantoor of opslagruimte worden niet afzonderlijk getoetst.
Als meerdere zelfstandige functies binnen een ontwikkeling worden gerealiseerd, dan wordt de
parkeerbehoefte van de gehele ontwikkeling bepaald door de berekende parkeerbehoefte van de verschillende zelfstandige functies bij elkaar op te tellen.
Uitzonderingen De parkeereis is niet van toepassing bij kleine (her)ontwikkelingen (geen woonfunctie) waarbij het
verschil tussen de parkeerbehoefte van de oude functie (voor de ruimtelijke ontwikkeling) en de nieuwe functie (na de ruimtelijke ontwikkeling) voor de totale ontwikkeling kleiner is dan 1 parkeerplaats. Indien een uitbreiding in de binnenstad (zie kaart 1) niet meer bedraagt dan 100 m²
brutovloeroppervlakte, dan wel 10% van de totale brutovloeroppervlakte (als deze meer dan 100 m² is), behoeven er geen extra parkeervoorzieningen te worden aangelegd.
Openbare oplaadpunten
28/46
De elektrische auto is in opkomst. Om elektrisch rijden verder te stimuleren zijn oplaadplaatsen nodig. Deze oplaadplaatsen nemen (deels) openbare parkeerruimte in beslag. Nijmegen kiest er vooralsnog niet voor om in de parkeernorm een verplicht aandeel op te nemen voor elektrisch vervoer.
Nijmegen hanteert als uitgangspunt dat wanneer bij ontwikkeling te verwachten is dat er een parkeerbehoefte van elektrische voertuigen is, de initiatiefnemer tijdens de planvorming
parkeercapaciteit kan reserveren voor elektrisch laden. CROW-publicatie 381 fungeert hierbij als richtlijn.
De voor elektrisch laden bestemde parkeerplaatsen maken hierbij 1-op-1 onderdeel uit van het conform de parkeereis te realiseren aantal parkeerplaatsen.
Afwijken naar boven Veelal is in de bovenstaande afwijkingsmogelijkheden sprake van het naar beneden afwijken van de parkeereis (minder parkeerplaatsen realiseren dan vereist volgens de parkeernormen). Het is echter ook mogelijk dat de wens bestaat om meer parkeerplaatsen te realiseren dan volgens de
parkeernormen toegestaan zijn. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om kleine nieuwbouwprojecten
waarbij de parkeergarage onder het gebouw iets meer parkeerplaatsen heeft dan volgens de norm is toegestaan (optimalisatie).
Het gaan niet om verhogen van de parkeernormen binnen een plan – dit is immers strijdig met de gemeentelijk doelen zoals verwoord in het Ambitiedocument Mobiliteit en de Nota Parkeren in Nijmegen 2020-2030.
Stap b: inspanningsverplichting van de aanvrager Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein moet worden ingevuld. Dit betekent dat het parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden of dat erin, op of onder het bouwproject een parkeervoorziening moet worden gerealiseerd. Voor nieuwbouwlocaties is dit vaak geen probleem maar voor