CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels Deelmobiliteit Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D41 d.d. 13 juli 2021 inzake Uitvoeringsagenda en beleidsregels programma Deelmobiliteit5.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregels deelmobiliteit Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Scooter: een motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h of 25 km/h (ook wel bromfiets en snorfiets genoemd), uitgerust met een elektromotor, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig; Deelmobiliteit: systeem van deelvoertuigen die door meerdere mensen of huishoudens gebruikt worden; E-bike: een fiets, uitgerust met een elektromotor, met een maximumsnelheid van 25 km/h; College: het college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen; Interoperabiliteit: set aan standaarden en afspraken, gericht op wederzijdse openstelling van dienstverlening; Laadpaalkleven: Het onnodig bezet houden van een elektrisch oplaadpunt door een elektrische auto; MaaS: het aanbod van verschillende soorten mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform met real-time informatie aan klanten worden aangeboden, door klanten worden geboekt, betaald en transacties worden afgehandeld; Standplaatsgebonden deelauto: deelauto die wordt aangeboden op de daarvoor bestemde parkeerplaats. De auto moet na iedere rit naar deze parkeerplaats worden teruggebracht. Zonebased deelauto: deelauto die wordt aangeboden in een daarvoor bestemd gebied (zone), overeenkomstig met een vergunningszone voor betaald parkeren.

De deelauto heeft geen vaste parkeerplaats waarnaar de auto na een rit moet worden teruggebracht. Wel moet de deelauto altijd naar de daarvoor bestemde zone worden teruggebracht. Freefloating deelauto: deelauto die wordt aangeboden in het hele gebied voor betaald parkeren. De deelauto heeft geen vaste parkeerplaats en kan in ieder regulier parkeervak worden achtergelaten. De deelauto kan gebruikt worden voor enkele ritten, zowel binnen de stad, als mede ook naar andere plaatsen waar aanbieder een zone heeft om desbetreffende auto achter te kunnen laten. TOMP-API: een software-interface die het mogelijk maakt dat applicaties van MaaS providers met elkaar kunnen communiceren. Vergunning: vergunning om voertuigen op of aan de weg ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. Vergunningenplafond: het maximum aantal vergunningen dat wordt verleend; Verordening: Algemene Plaatselijke Verordening 2010, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 juni 2010 (Gemeenteblad 2010, nr. 2010/095), laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 23 september 2020 (Gemeenteblad 2020, nr 248079); Voertuigenplafond: het maximum aantal voertuigen waarvoor de vergunningen worden verleend;

Hoofstuk 2 Nadere regels voor vergunningen Paragraaf 1 Algemene bepalingen over vergunningen

Artikel 2.1 Categorieën en typen voertuigen Het college verleent uitsluitend vergunningen voor deelauto’s, deelscooters, deelfietsen, deelbakfietsen en deel-e-bikes

Artikel 2.2 Vergunningenplafond

Het college verleent maximaal zestig vergunningen voor standplaatsgebonden deelauto’s Het college verleent maximaal honderdtwintig vergunningen voor zonebased deelauto’s, gefaseerd in de periode 2021-2025 (verdeling is vermeld in het Plaatsingsplan) Het college verleent maximaal twee vergunningen aan aanbieders van free floating deelauto’s Het college verleent maximaal twee vergunningen aan aanbieders van deelfietsen of deel-e-bikes. Het college verleent maximaal twee vergunningen aan aanbieders van deel-e-scooters.

Artikel 2.3 Voertuigenplafond Het college verleent maximaal 50% van de vergunningen voor standplaatsgebonden deelauto’s aan een individuele aanbieder. Het college verleent maximaal 50% van de vergunningen per deelgebied voor zonebased-deelauto- aan een individuele aanbieder. Het college verleent de vergunning free floating deelauto’s voor maximaal 15 voertuigen (elektrische deelauto’s). Het college verleent de vergunning voor deelfietsen maximaal 200 voertuigen (deelfietsen of deel-ebikes) per vergunning. Het college verleent de vergunning voor deel-e-scooters voor maximaal 100 voertuigen (deel-escooters) per vergunning. Het college heeft de mogelijkheid om het plafond met maximaal 25% te verhogen indien een aanbieder het servicegebied verruimd naar omliggende gemeenten. De aanbieder borgt een evenredige verdeling van de voertuigen tussen gemeente Nijmegen en aangrenzende gemeenten. Iedere 2 jaar worden vergunningenplafonds opnieuw vastgesteld.

Artikel 2.4 Vergunningstermijn Het college verleent de vergunning voor deelfietsen/deel-e-bikes en deelscooters met een looptijd van twee jaar na de datum van vergunningverlening. Het college verleent de vergunning voor standplaatsgebonden deelauto’s met een looptijd van vier jaar na de datum van vergunningverlening. Het college verleent de vergunning voor zonebased deelauto’s met een looptijd van vier jaar na de datum van vergunningverlening. Het college verleent de vergunning voor free floating deelauto’s met een looptijd van twee jaar na datum van vergunningverlening.

Artikel 2.5 Tijdvak voor indienen aanvragen Aanvragen voor een vergunning voor deelfietsen/deel-e-bikes en deelscooters kunnen alleen worden ingediend in het tijdvak van 14 september 2021 tot 1 oktober 2021. Aanvragen voor een vergunning voor standplaatsgebonden deelauto’s kunnen worden ingediend vanaf 1 oktober 2021. De reeds aanwezige standplaatsgebonden deelauto’s (autodate-plekken) krijgen automatisch een vergunning toegekend met de geldigheid voor vier jaar. Aanvragen voor een vergunning voor zonebased deelauto’s in de eerste fase kunnen worden ingediend vanaf 1 oktober 2021. Aanvragen voor een vergunning voor zonebased deelauto’s in de tweede fase kunnen worden ingediend vanaf 1 oktober 2022. Aanvragen voor een vergunning voor zonebased deelauto’s in de derde fase kunnen worden ingediend vanaf 1 oktober 2023.

Aanvragen voor een vergunning voor free floating deelauto’s kunnen op ieder moment worden ingediend in het tijdvak van 14 september 2021 tot 1 oktober 2021. Indien niet alle vergunningen zijn verleend binnen dit tijdvak blijft het aanvragen van vergunningen mogelijk tot het plafond, zoals genoemd in artikel 2.3 is bereikt.

Artikel 2.6 Beslistermijn Wanneer een vergelijkende toets plaatsvindt als bedoeld in artikel 2.10 beslist het college op de aanvraag binnen 12 weken na de dag van ontvangst daarvan. Het college kan de beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen.

Artikel 2.7 Wachtlijst Wanneer een vergelijkende toets als bedoeld in artikel 2.10 heeft plaatsgevonden, houdt het college een wachtlijst bij van aanvragers die voor een vergunning in aanmerking wilden komen waarvoor in artikel 2.2 een maximum is vastgesteld en die onderdeel zijn geweest van de vergelijkende toets. De volgorde op de wachtlijst wordt bepaald door de uitkomst van de vergelijkende toets als bedoeld in artikel 2.10.

Paragraaf 2 Behandeling van aanvragen voor vergunningen

Artikel 2.8 Indieningsvereisten voor aanvragen voor vergunningen 1.

2. 3. 4.

Een aanvraag voor een vergunning wordt in behandeling genomen indien aan de volgende indieningsvereisten is voldaan: o de aanvraag is schriftelijk of langs elektronische weg ingediend middels het in bijlage I bij deze nadere regels opgenomen formulier dat volledig is ingevuld en bevat ten minste de in het formulier genoemde bijlagen; en o de aanvraag is ingediend binnen het door het college vastgestelde tijdvak voor het indienen van een aanvraag. Indien een aanvraag voor een vergunning onvolledig is, stelt het college de aanvrager een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen. Indien een aanvraag voor een vergunning of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld, stelt het college de aanvrager een termijn van één week om de aanvraag met een vertaling aan te vullen. Aanvragen voor vergunningen die niet voldoen aan de voorwaarden die in het eerste lid zijn genoemd en die, voor zover het gebrek alleen ziet op de in het eerste lid onder a bedoelde volledigheid niet binnen de in het tweede en derde lid gestelde termijn zijn aangevuld, worden niet in behandeling genomen.

Artikel 2.9 Weigeringsgronden voor vergunningen 1.

Een aanvraag voor een vergunning wordt geweigerd indien: o de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen voertuigen bedoeld in artikel 2.1, eerste lid. o de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden: 1. de aanvrager is een rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel; 2. de aanvrager is geen moeder-, dochter-, of zusteronderneming van of op een andere wijze verweven met een andere onderneming die voor dezelfde periode voor dezelfde deelvoertuigcategorie een vergunning heeft aangevraagd; 3. uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft; 4. de aanvrager heeft een privacyverklaring in de Nederlandse taal, hij overlegt een uittreksel van voorgenomen verwerkingen in het register van de Algemene Verordening Gegevensverwerking en, indien hij daarover beschikt, een kopie van de bewerkersovereenkomst en hij staat toe dat de gegevens die aan de gemeente worden geleverd gedurende de looptijd van de vergunning conform het vastgestelde beleid, gebruikt mogen worden door de gemeente voor monitorings- en evaluatiedoeleinden en dat deze gegevens geanonimiseerd bekend gemaakt mogen worden; 5.

de aanvrager heeft één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met

6. 7.

8.

9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

23.

vrijdag van 9:00 uur tot 17:00 uur (feestdagen uitgezonderd) en dat in staat is om ter stond te reageren; de aanvraag gaat vergezeld van een handhavingsplan, dataplan en gebruikersplan, als omschreven in Artikel 2.11 de vergunninghouder verwijdert kapotte voertuigen en voertuigen die niet kunnen worden gebruikt van de openbare weg binnen 48 uur nadat bij redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid of zoveel sneller als hij in het bij de aanvraag overgelegde handhavingsplan heeft beschreven; de aanvrager is in staat binnen drie maanden na de ingangsdatum van de vergunning ten minste de helft en binnen zes maanden na de ingangsdatum van de vergunning het volledige aantal van de aan hem vergunde voertuigen te exploiteren; de voertuigen bevatten uitsluitend reclame voor de eigen onderneming van de aanvrager; De voertuigen zijn herkenbaar en hebben een uniforme uitstraling; de deel-e-scooters hebben een maximale lengte van 1,75 meter, een maximale breedte van 0,74 meter en een maximale hoogte van 1,14 meter; de deel-e-scooters ogen een maximumsnelheid van 25 km/h hebben of 45 km/h, afhankelijk van de wens van aanbieder; de deelfietsen en deel-e-bikes hebben een standaard wiel- en framemaat (28 inch) en de zadels zijn op hoogte verstelbaar; de deelfietsen en deelscooters beschikken over goedwerkende remmen, verlichting en een bel.

de deel-e-bikes hebben een elektrische aandrijving met de wettelijke snelheidsbegrenzing voor e-bikes van 25km/u; de standplaatsgebonden deelauto’s waar vanaf 2024 een vergunning voor wordt verleend zijn uitsluitend elektrisch; de zonebased deelauto’s waar vanaf 2024 een vergunning voor wordt verleend zijn uitsluitend elektrisch; de freefloating deelauto’s waar een vergunning voor wordt verleend zijn uitsluitend elektrisch; de voertuigen waarvoor vergunning wordt gevraagd voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet; de voertuigen waarvoor een vergunning wordt gevraagd voldoen aan een goedkeuring door de RDW. de deelvoertuigen dienen voor wat betreft al hun onderdelen voldoende beveiligd te zijn tegen diefstal en vandalisme. De deelscooters en deelauto’s dienen WA verzekerd te zijn.

de aanvrager is in staat en op vraag van gemeente verplicht om per kwartaal, een rapportage met de volgende gegevens aan de gemeente te leveren met betrekking tot de zes daaraan voorafgaande kalendermaanden: - gemiddeld aantal keer dat een deelvoertuig per dag is gebruikt; - gebruik per buurt in Nijmegen; - gebruik (inclusief tijdstip in– en uitcheck) per station van de Nederlandse Spoorwegen en Park&Ride-terrein, binnen een straal van 150 meter; - gemiddeld aantal kilometers per rit; - pieken en dalen in het gebruik (weekenddagen versus werkdagen, spitstijden versus niet spitstijden, 7-19 uur versus 19 -7 uur); - het aantal unieke gebruikers; - type gebruikers (percentage klanten inwoner van Nijmegen en percentage bezoeker); - gemiddelde parkeertijd – gedurende welke het voertuig ter gebruik wordt aangeboden - per voertuig per buurt - het aantal boekingen via het eigen platform en het aantal boekingen via MaaS-platforms.

de aanvrager is bereid om mee te werken aan een dashboard dat de gemeente ontwikkelt, en daarvoor een real-time GPS-trace aan de voertuigen te koppelen waarbij de aanvrager gebruik maakt van de door het college voorgeschreven standaarden die zoveel mogelijk overeenkomen met landelijke standaarden (zoals bijvoorbeeld gehanteerd in het kader van de MaaS-pilots) en waarbij de GPS-trace – die in voertuig of app kan zitten - informatie geeft over de locatie met een interval tijd van 15-30 seconden met een nauwkeurigheid van maximaal 60 meter en idealiter maximaal 20 meter. Per trace is de volgende informatie te lezen: - de start- en eindlocatie van de rit (waarbij minimaal een locatie binnen Nijmegen ligt);

24.

25.

26. 27.

- de duur van de rit; - het tijdens de rit afgelegde aantal kilometers; - het aantal onderbrekingen van de rit en de locaties van de onderbrekingen; - de duur en de locaties van het opladen van de accu’s. de aanvrager verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de wet- en regelgeving en geeft een beschrijving van de manier waarop hij de wet- en regelgeving op het gebied van dataverwerking en privacy uitvoert; de aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving waarin de aanvrager antwoord geeft op de vraag of vergunde ‘Nijmeegse’ voertuigen ook buiten Nijmegen kunnen worden aangeboden en of voertuigen die normaliter buiten Nijmegen worden aangeboden ook binnen Nijmegen kunnen worden aangeboden. Indien deze vraag met ja wordt beantwoord beschrijft de aanvrager welke maatregelen hij neemt om te voorkomen dat het aantal door de aanvrager in Nijmegen aanwezige voertuigen op enig moment boven het vergunde aantal voertuigen uitkomt. de voertuigen dienen te worden geopend en afgesloten via een digitaal smartlock en een app. De app mag op geen enkele manier uitnodigen tot gebruik tijdens het rijden; De aanbieder levert minimaal ieder kwartaal een rapportage aan met geanonimiseerde data-inzichten, zoals benoemd bij punt 22. Hierin wordt gerapporteerd over het gebruik van de voertuigen en de ontwikkeling in het aantal gebruikers.

Ook is hierin het aantal ontvangen klachten opgenomen en hoe deze klachten zijn afgehandeld en verholpen;

Artikel 2.9 Verdelingsprocedure vergunningen standplaatsgebonden deelauto’s De voorkeurlocatie van de standplaatsen voor de standplaatsgebonden deelauto’s zijn vastgelegd in het plaatsingsplan voor deelauto’s, zie bijlage 2. Voor iedere standplaats kan een aanvraag voor een vergunning worden ingediend. De vergunning wordt verleend aan de eerste aanvrager wiens aanvraag voldoet aan de in artikel 2.8 gestelde voorwaarden.

Artikel 2.10 Verdelingsprocedure schaarse vergunningen deelfietsen, deelscooter, zonebased deelauto’s en freefloating deelauto’s. 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Het college voert een vergelijkende toets uit voor aanvragen voor deelfietsen, deelscooters, zonebased deelauto’s en freefloating deelauto’s indien er, nadat de aanvragen voor zover nodig tijdig zijn aangevuld of de termijn om de aanvraag aan te vullen ongebruikt is verstreken, meer complete aanvragen zijn ingediend die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.8 dan het aantal vergunningen dat het vergunningenplafond toelaat. Bij de vergelijkende toets worden aan de aanvragen punten toegekend op basis van de criteria en overeenkomstig de puntentelling die is beschreven in artikel 2.11. Voor aanvragen voor zonebased deelauto’s geldt dat de in artikel 2.11 beschreven plannen eenmalig per aanvragen dienen te worden ingediend. Aan de aanvragen wordt een rangnummer toegekend op volgorde van de hoogte van het aantal punten dat bij de vergelijkende toets aan de aanvragen is toegekend. Per type deelvoertuig worden de vergunningen verleend aan de aanvragen met het hoogste aantal punten die tevens voldoen aan de voorwaarden die zijn beschreven in artikel 2.8. Indien aanvragen een gelijk aantal punten hebben en daardoor niet op basis van de puntentelling kan worden uitgemaakt op welke aanvraag een vergunning kan worden verleend, wordt met behulp van een loting bepaald op welke aanvraag een vergunning wordt verleend. Loting vindt in het openbaar plaats door een notaris.

Artikel 2.11 Handhavingsplan, dataplan en gebruikersplan Bij de aanvraag dient de aanvrager een handhavingsplan, dataplan en gebruikersplan in te dienen, waarbij geldt dat ieder plan maximaal 1500 woorden mag beslaan en op enigerlei wijze van schrijfbeveiliging dient te zijn voorzien: 1. In het handhavingsplan is in ieder geval het volgende opgenomen:  Een klachtenparagraaf waarin de aanbieder weergeeft hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd en hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling. De registratie van klachten is onderdeel van de kwartaalrapportage;

 

 

Een communicatieparagraaf, waarin de aanbieder omschrijft hoe de eindgebruikers geïnstrueerd worden over de juiste manier van het stallen of parkeren van de voertuigen; Een onderhoudsparagraaf, waarin ten minste is beschreven hoe vaak deelvoertuigen minimaal onderhouden worden, hoe de voertuigen geïnspecteerd worden op gebreken, hoe snel kapotte deelvoertuigen van straat gehaald worden en hoe snel deelvoertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden; Een herverdelingsparagraaf, waarin ten minste is beschreven welke maatregelen de aanbieder neemt om te voorkomen dat deelvoertuigen te veel clusteren; Voor elektrische deelauto’s wordt aangegeven hoe voldoende laadpalen in het servicegebied worden gewaarborgd om zowel de deelauto’s als particuliere elektrische voertuigen van inwoners te laden. Er wordt tevens beschreven hoe laadpaalkleven door deelauto’s wordt voorkomen.

2. In het dataplan is in ieder geval het volgende opgenomen:  Op welke wijze de gemeente wordt geholpen aan inzichten in het gebruik van de   

deelvoertuigen, ter optimalisatie van het beleid. Een beschrijving van de nauwkeurigheid waarmee voertuigen zijn te traceren; Beschrijving van de mate waarin (data)standaarden worden toegepast die interoperabiliteit bevorderen; een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager waarborgt dat het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens en data voldoet aan geldende wet- en regelgeving.

3. In het gebruikersplan is in ieder geval het volgende opgenomen:  Hoe de aanbieder zorgt voor een gecontroleerde introductie bij de start van zijn   

 

vergunde activiteiten, waarin in ieder geval staat beschreven waar, hoe en hoeveel, voertuigen bij de start geplaatst worden; Hoe de dienst een positieve bijdrage zal leveren aan een duurzame mobiliteit en bestrijding van vervoersarmoede (bereikbaarheid van randen van de stad). In welke gebieden binnen de stad de deelvoertuigen in elk geval zullen worden aangeboden In de marketingparagraaf kan de aanbieder uiteenzetten hoe deze vanaf de start van de exploitatie haar dienst onder de aandacht gaat brengen en welke aanpak wordt ingezet om inwoners kennis te laten maken met de deelvoertuigen en te motiveren dit te gaan gebruiken. Daarnaast wenst de gemeente dat de aanbieder aangeeft hoe zij (te lange) stilstand van voertuigen probeert te voorkomen. Een beschrijving van de samenwerking met andere, reeds in Nijmegen en in de regio actieve, mobiliteitsaanbieders; Een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager de veiligheid van de gebruiker bevordert, waaronder het gebruiken van een helm bij deelscooters;

Artikel 2.11 Beoordelingscriteria en puntentelling voor de vergelijkende toets voor schaarse vergunningen voor deelfietsen, deelscooters en zonebased deelauto’s De beoordeling van de aanvragen geschiedt op basis van het aantal voertuigen (binnen het gestelde maximum van 200 deelfietsen, 100 deelscooters en X zonebased deelauto’s) dat een aanvrager wil exploiteren en de door de aanvrager bij de aanvraag aangeleverde dataplan, gebruikersplan en handhavingsplan. De puntentoekenning aan deze plannen in het kader van de vergelijkende toets, is hierna omschreven. Indien een plan voldoet aan hetgeen in de middelste kolom is weergegeven, wordt het in de rechterkolom genoemde aantal punten toegekend. 2.1 Handhavingsplan 2.1.1 Klachtenparagraaf a Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Nederlandse taal. b Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Engelse taal.

20

5

c De aanvrager beschrijft de wijze waarop binnenkomende klachten en de afhandeling daarvan worden geregistreerd, waarin per type klacht het aantal klachten (anoniem) wordt weergegeven.

10

d De aanvrager rapporteert periodiek in de periodieke kwartaalrapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 aan de gemeente per type klacht het aantal klachten (anoniem), inclusief afhandelingstijd en wijze van afhandeling.

15

e De aanvrager overlegt een onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat 95% van de klachten binnen 12 uur wordt afgehandeld, 3% binnen 24 uur, 1% binnen 36 uur en de overige 1% binnen 48 uur(ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener. Type en aantallen klachten worden (anoniem) meegenomen in de periodieke halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 aan de gemeente inclusief afhandelingstijd en wijze van afhandeling.

15

f

35

De aanvrager overlegt een onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat 95% van de klachten binnen 24 uur wordt afgehandeld, 3% binnen 36 uur, 1% binnen 48 uur en de overige 1% binnen 72 uur (ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener. Type en aantallen klachten worden (anoniem) meegenomen in de periodieke halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 aan de gemeente inclusief afhandelingstijd en wijze van afhandeling.

2.1.2 Communicatieparagraaf a De aanvrager beschrijft de wijze waarop eindgebruikers geïnstrueerd worden om te voorkomen dat de voertuigen negatieve externe effecten hebben op de openbare ruimte. Het gaat hierbij onder meer over het communiceren over de juiste manier van het stallen/parkeren van de deelfietsen en deelscooters.

Max. 30

b

De aanvrager beschrijft de wijze waarop de aanvrager de eindgebruikers via (indirecte) beloningsfuncties vanuit de app het parkeer -en stalgedrag op een positieve manier weet te beïnvloeden om te voorkomen dat de voertuigen externe effecten hebben op de openbare ruimte. Bij freefloating en zonebased deelauto’s is hierbij speciale aandacht voor het voorkomen van laadpaalkleven.

Max. 50

c

De aanvrager beschrijft de wijze waarop specifieke (kwetsbare) doelgroepen minder zo min mogelijk hinder ondervinden van hinderlijk geparkeerde voertuigen (bijv. blinden en slechtzienden; ouderen; ouders met kinderwagens)

15

2.1.3 Onderhoudsparagraaf a De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooters zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 12 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde of ter plaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd.

15

b

De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooters zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 24 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde of ter plaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd.

20

c

De aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde en gerepareerde deelvoertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald/gerepareerd.

10

d

De aanvrager controleert de deelvoertuigen preventief op gebreken en geeft aan op welke gebreken en hoe vaak deelvoertuigen preventief worden gecontroleerd en hoe – indien van toepassing - deze voertuigen van straat worden gehaald voor de controles.

15

e

De aanvrager gebruikt alleen emissievrije voertuigen om deelvoertuigen, die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooters zijn gesteld of anderszins defect of onbruikbaar zijn, van straat te halen en controles/reparaties ter plaatse uit te voeren.

10

f

De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de bestuurder van het deelvoertuig te allen tijde kan zien wat de status van de accu is.

5

g

De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de hij op afstand kan zien of er een defect is en geeft aan om welke defecten het gaat

5

h

De aanvrager voorkomt dat voertuigen met (bijna) lege accu’s op straat staan en heeft bij de aanvraag beschreven hoe hij dat doet. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met minder dan 10% accu capaciteit.

10

i

De aanvrager of diens opdrachtnemer gebruikt bij de vervanging van (bijna) lege accu’s alleen emissievrije voertuigen of vervangt de accu’s op een ander wijze waarbij geen emissie in Nijmegen plaatsvindt. De aanvrager heeft in de aanvraag beschreven hoe dit gebeurt. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met minder dan 10% accu capaciteit.

10

2.1.5 Aantal voertuigen De aanvrager kan meer punten verdienen naarmate het aantal voertuigen waarvoor hij vergunning aanvraagt dit maximum meer benadert. Deelfietsen/deel-e-bikes a De aanvrager wil tussen de 0 en 100 voertuigen exploiteren

10

b

De aanvrager wil tussen de 100 en 150 voertuigen exploiteren

20

c

De aanvrager wil tussen de 150 en 200 voertuigen exploiteren

70

Deel-e-scooters d De aanvrager wil tussen de 0 en 50 voertuigen exploiteren

10

e

De aanvrager wil tussen de 50 en 75 voertuigen exploiteren

20

f

De aanvrager wil tussen de 75 en 100 voertuigen exploiteren

70

2.1.6 Herverdeling a De aanvrager neemt maatregelen om de deelvoertuigen te herverdelen wanneer deelvoertuigen te veel clusteren op een locatie of deze langer dan twee dagen stil hebben gestaan, en heeft deze maatregelen beschreven in de aanvraag. Bij het bepalen of deelvoertuigen te veel clusteren worden in ieder geval de klachten die hierover zijn binnengekomen bij de gemeente en/of de aanvrager meegenomen.

30

b De aanvrager zorgt ervoor dat de deelvoertuigen worden herverdeeld met een emissievrij voertuig of op een andere wijze waarbij geen emissie in Nijmegen plaatsvindt en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven hoe hij dat doet.

10

2.2 Dataplan 2.2.1 Traceerbaarheid a De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van maximaal 20 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.

15

b De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 20 en 40 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.

10

c De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig real time met de nauwkeurigheid van tussen de 40 en 60 meter traceerbaar is en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.

5

2.2.2 Interoperabiliteit en Maas a De aanvrager heeft in zijn aanvraag beschreven op welke wijze hij meedoet aan de platforms die MaaS ondersteunen en op welke wijze hij de standaarden die zijn beschreven in de publicatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie 1.0) van 16 mei 2019, met de titel ‘Blueprint for an API’, gepubliceerd op www.dutchmobilityinnovations.com, gebruikt en/of gaat gebruiken.

Max 30

De aanvrager(s) die naar het oordeel van de commissie het verst is (zijn) met de wijze waarop hij de standaarden uit de “Blueprint for an API” gebruikt, krijgt 30 punten, de aanvrager(s) die het één na verst is (zijn) krijgt 20 punten en de aanvrager die daarna het verst is krijgt 10 punten. De andere aanvragers krijgen geen punten voor dit onderdeel. 2.2.3 Data en persoonsgegevens De aanvrager heeft een privacyverklaring zowel in het Nederlands als Engels

15

b De aanvrager beschrijft hoe met data wordt omgegaan op het gebied van transparantie, privacy, verantwoording, eigendom, beheersbaarheid en ethiek

Max 25

c De aanvrager geeft de gemeente toestemming om te allen tijde een audit te doen naar de mate waarin de verwerking van data en persoonsgegevens in overeenstemming is met de op dit punt geldende wet- en regelgeving.

10

d De aanvrager is bereid de gebruikers van de voertuigen toestemming te vragen om hun gegevens in geanonimiseerde vorm aan de gemeente te verstrekken ten behoeve van monitorings- en evaluatiedoeleinden.

15

2.2.3 Data en persoonsgegevens a De aanvrager licht toe op welke wijze de gemeente wordt geholpen aan inzichten in het gebruik van de deelvoertuigen, ter optimalisatie van het beleid omtrent leefbaarheid.

Max 30

2.3 Gebruikersplan 2.3.1 Aansluiting op ambities van Nijmegen a De aanvrager licht toe hoe de dienst een positieve bijdrage zal leveren aan de ambities van Nijmegen op het gebied van duurzaamheid en bereikbaarheid

Max. 30

2.3.2 De samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders wordt als volgt beoordeeld: a De aanvrager beschrijft zijn visie en intentie op de samenwerking met toekomstige MaaS dataplatformen en andere dataplatform aanbieders. Hierbij dient zij eigenaarschap, techniek en data uitwisseling toe te lichten.

10

b Aanbieder levert concrete voorbeelden van contact en/of projecten aan waarmee samenwerking werd gezocht binnen het mobiliteitsecosysteem.

10

c Aanbieder beschrijft de intentie om samen te werken met toekomstige MaaS dataplatformen of andere dataplatform aanbieders.

10

d Aanbieder is bereid samen te werken met andere mobiliteitsaanbieders

10

2.3.2 Veiligheid van de deel-e-scootergebruiker (enkel voor deel-e-scooters): a Bij elk deelvoertuig zijn twee gratis valhelm beschikbaar die voldoet aan de wettelijke eisen en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de valhelm beschikbaar is.

55

b

De gebruiksaanwijzing van de deelscooter en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Nederlandse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn.

15

c

De gebruiksaanwijzing van de deelscooter en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Nederlandse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn.

10

2.3.2 Veiligheid van de deelautogebruiker (enkel voor deelauto’s): b De gebruiksaanwijzing van de deelauto en informatie over relevante verkeersregels is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Engelse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn. c De gebruiksaanwijzing van de deelscooter en informatie over relevante verkeersregels is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Nederlandse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn.

2.3.3 Marketing en aanbod a Aanvrager geeft aan welke maatregelen worden genomen om het gebruik van de deelvoertuigen te vergroten. Hierbij wordt in ieder geval ingegaan op: - Communicatie en marketing - Effectieve maatregelen om gebruik van de deelvoertuigen te vergroten. b Het deelvoertuig heeft een voorziening (bijvoorbeeld op een bedieningspaneel of dashboard) waarmee zichtbaar is of het deelvoertuig voor gebruik beschikbaar is, zonder dat daarvoor een app of website hoeft te worden geraadpleegd.

15

10

20

10

c De aanvrager maakt gebruik van technologische mogelijkheden om te voorkomen dat deelvoertuigen worden aangeboden of geparkeerd op die plekken die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden of worden geparkeerd en beschrijft deze, waarbij onder meer wordt ingegaan op de nauwkeurigheid van deze technologische mogelijkheden.

50

d De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen te allen tijde op de daarvoor bestemde gebieden zoals vastgelegd in het plaatsingsplan (bijlage 2) kunnen worden aangeboden, behalve op de wegen en weggedeeltes en in de gebieden die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden.

20

De in dit artikel bedoelde beoordeling geschiedt door een beoordelingscommissie die bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie door of namens het college aangewezen personen van wie er één als voorzitter wordt aangewezen.

De beoordelingscommissie komt tot haar oordeel door de aanvragen in een vergadering te beoordelen, waarbij gezocht wordt naar een gezamenlijk oordeel over het toe te kennen aantal punten. Komt de commissie niet tot een gezamenlijk oordeel dan beslist de voorzitter op basis van de beraadslaging over het toe te kennen aantal punten.

De commissie maakt een proces-verbaal van de puntentoekenning waarin het toegekende aantal punten per onderdeel per aanvraag wordt opgenomen, alsmede een motivering van de puntentoekenning.

In de beslissing op de aanvraag ontvangt iedere aanvrager informatie over het aan hem toegekende aantal punten op de verschillende onderdelen, een motivering van het toegekende aantal punten, het totaal aantal punten van de aanvragers aan wie vergunning wordt verleend en een beschrijving van de kenmerkende voordelen van de twee aanvragen die als beste zijn beoordeeld. De inschrijvers die een vergunning krijgen moeten er rekening mee houden dat hun inschrijvingen openbaar worden gemaakt, nu grote delen daarvan onderdeel gaan uitmaken van hun vergunning.

Paragraaf 3 Voorschriften en beperkingen verbonden aan de vergunningen

Artikel 2.12 Voorschriften en beperkingen 2. 3. 4.

5.

Bij ingang van de vergunning dient de vergunninghouder te voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 2.8; de vergunninghouder handelt overeenkomstig het handhavingsplan, dataplan en gebruikersplan dat hij bij de aanvraag heeft overgelegd; de vergunninghouder zorgt voor een gecontroleerde introductie van de voertuigen bij de start en voert het plan uit dat hij bij de aanvraag heeft overgelegd voor wat betreft waar, hoe en hoeveel, voertuigen bij de start in de openbare ruimte geplaatst worden en welke acties worden ondernomen als er klachten komen na de introductie; de vergunninghouder exploiteert binnen drie maanden na de ingangsdatum van de vergunning ten minste de helft en binnen zes maanden na de ingangsdatum van de vergunning het volledige aantal van de aan hem vergunde voertuigen;

Hoofdstuk 3 Het aanbieden en gebruik van voertuigen Artikel 3.1 Plaatsen en gebieden waar het verboden is om voertuigen te plaatsen Het is verboden om voertuigen te plaatsen: 1. in gebieden en op plaatsen waar het op basis van artikel X.XX van de verordening verboden is om fietsen en bromfietsen te parkeren. 2. in gebieden en op plaatsen waar het bij of krachtens de Wegenverkeerswet verboden is om fietsen en bromfietsen te parkeren.

Artikel 3.2 Plaatsen en gebieden waar het verboden is om voertuigen ter gebruik aan te bieden Het is verboden om voertuigen ter gebruik aan te bieden in de volgende gebieden, die zijn gemarkeerd op de als bijlage 2 bij deze nadere regels behorende kaarten (plaatsingsplan deelfietsen, deelscooters en deelauto’s).

Hoofstuk 4 Slotbepalingen Artikel 4.1 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Artikel 4.2 Overgangsbepaling Ontheffingen die op grond van artikel X.XX van de Algemene Plaatselijke Verordening zijn verleend voor het aanbieden van deelvoertuigen worden aangemerkt als ontheffingen in de zin van artikel X.XX van de verordening, onder de condities waaronder ze zijn verleend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0bfa11ec-daee-435c-adf1-d18476bb0be4