CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

Besluitronde (raadsvergadering) 18 juni 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Realisatie warmtenet Dukenburg (38/2025)14.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bedrijfsplan

Nijmegen Warmte B.V.

Innovatie- en Energiefonds Gelderland

Inhoudsopgave Samenvatting ...................................................................................................................................... 1 1

Inleiding ........................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding.......................................................................................................................................................... 3 1.2 Waarom een publiek integraal warmtebedrijf? ............................................................................................... 4 1.3 Doel van dit bedrijfsplan ................................................................................................................................... 4

2

Missie, visie en strategie warmtebedrijf ........................................................................................... 6 2.1 Missie en visie .................................................................................................................................................... 6 2.2 Strategie ............................................................................................................................................................ 6

3

Taken, scope en aanbod van het warmtebedrijf ................................................................................ 8 3.1 Taken van het warmtebedrijf ........................................................................................................................... 8 3.2 Scope ................................................................................................................................................................. 8 3.3 Fasering ............................................................................................................................................................. 9 3.4 Betaalbaarheid: de kosten voor inwoners ....................................................................................................... 9 3.5 Het aanbod van het warmtebedrijf ................................................................................................................ 11

4

Organisatie .................................................................................................................................. 14 4.1 Bestuurlijke inrichting en governance ........................................................................................................... 14 4.2 Deelname van inwoners in het warmtebedrijf ............................................................................................... 17 4.3 Organisatie, management en personeel ........................................................................................................ 18 4.3 Aansturing en toezicht .................................................................................................................................... 19 4.4 Het warmtebedrijf in relatie tot aanbestedings- en staatssteunrecht .......................................................... 20

5

Businesscase ............................................................................................................................... 21 5.1 Globale opbouw van de businesscase............................................................................................................ 21 5.2 Kerngegevens uit de businesscase ................................................................................................................. 22 5.3 Beoordeling robuustheid businesscase ......................................................................................................... 23 5.4 Fiscaliteit ......................................................................................................................................................... 24

6

Financiering en risico’s ................................................................................................................. 25 6.1 Financieringsopgave warmtebedrijf .............................................................................................................. 25 6.3 Inbreng eigen vermogen ................................................................................................................................. 26 6.4 Beoogde opbrengsten uit investeringen - dividend ...................................................................................... 28 6.5 Risicoanalyse ................................................................................................................................................... 28

7

Vervolg........................................................................................................................................ 29

Bijlagen ............................................................................................................................................. 30 Bijlage 1

Toetsing besliskader kadernota verbonden partijen ........................................................................ 30

Bijlage 2

Openingsbalans warmtebedrijf bij oprichting .................................................................................. 31

Bijlage 3

Onderwerpen waarover bij unanimiteit besluitvorming plaatsvindt ............................................... 32

Bijlage 4

Businesscase ...................................................................................................................................... 32

Bijlage 5

Second opinion businesscase ............................................................................................................ 32

Samenvatting Nijmegen Warmte: een publiek integraal warmtebedrijf voor Dukenburg en andere delen van de stad Nijmegen zet alles op alles om samen met inwoners, bedrijven en andere partners de klimaatdoelen voor Nijmegen te halen: 55% CO2-uitstoot in 2030 dan in 1990 en klimaatneutraal in 1990. Het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het aardgasvrij maken van woningen levert daar een belangrijke bijdrage aan. In de Warmtevisie 2024 zijn verschillende stadsdelen aangewezen als onderzoeksgebied voor een warmtenet. De gemeenteraad heeft voor Dukenburg al uitgesproken dat de warmtetransitie daar het beste met collectieve warmte kan worden vormgegeven. Nijmegen kiest voor een publiek warmtebedrijf dat warmtenet gaat aanleggen en warmte levert aan inwoners en bedrijven. De gemeente, Firan en Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG) richten samen dat warmtebedrijf op: Nijmegen Warmte. Samen houden we zo zicht en grip op de kosten en houden we warmte betaalbaar. Voor u ligt het bedrijfsplan, bedoeld om besluitvorming door het college en de gemeenteraad van Nijmegen te ondersteunen en het bestuur van warmtebedrijf kaders mee te geven voor de startfase van het bedrijf.

Missie, visie en strategie De missie en visie van het warmtebedrijf luidt: bijdragen aan het realiseren een klimaatneutrale stad met betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor onze inwoners en deze dichterbij brengen door warmtenetten en andere collectieve warmteoplossingen te realiseren en exploiteren. Het warmtebedrijf kent een strategie op basis van vijf pijlers: (1) warmte voor iedereen, (2) rust en zorgvuldigheid, (3) kwaliteit en service, (4) een gezonde financiële basis en (5) van en door inwoners. Een warmtenet voor Aldenhof, Lankforst, Malvert, Meijhorst, Tolhuis en Zwanenveld Een warmtenet voor Dukenburg is het eerste project van het warmtebedrijf. De scope voor het voorlopig ontwerp omvat de wijken Aldenhof, Lankforst, Malvert, Meijhorst, Tolhuis en Zwanenveld. De wijken De Kamp, Kerkenbos, Neerbosch-Oost, Hatert en Weezenhof zijn in de warmtevisie aangewezen als onderzoeksgebieden voor een publiek warmtenet. De Kamp en Kerkenbos zouden technisch het makkelijkst kunnen worden aangesloten op het warmtenet, omdat de transportleiding van ARN naar Dukenburg die wijken passeert. Het college start voor die wijken een haalbaarheidsonderzoek. De Kamp en Kerkenbos zijn wel al meegenomen in de businesscase. Die omvat potentieel 12.511 aansluitingen: 6.831 grondgebonden woningen, 4.982 appartementen en 698 utiliteitsgebouwen.

Voor de volloop wordt in eerste instantie uitgegaan van een periode van 12 jaar. Betaalbaarheid: woonlastenneutraliteit voor huurders met een sociale huurwoning en woningeigenaren Betaalbaarheid is dé reden dat we samen een publiek warmtebedrijf oprichten. Er ligt een voorlopig ontwerp voor het warmtenet en een robuuste businesscase, maar het warmtebedrijf kan nu nog geen definitieve duidelijkheid bieden over tarieven: de businesscase moet in aanloop naar het definitieve investeringsbesluit nog verder worden gedetailleerd. Met dit bedrijfsplan worden wél kaders voor betaalbaarheid vastgesteld waar de aandeelhouders zich aan moeten houden. De gemeente Nijmegen kiest voor een definitie die uitgaat van woonlastenneutraliteit. Die betekent:  Voor huurders met een sociale huurwoning: zij betalen na aansluiting op het warmtenet niet meer dan voor hun gasrekening. De woningcorporaties nemen het verschil met vastrecht voor gas voor hun rekening.  Voor particuliere woningeigenaren: woonlastenneutraliteit bekijken we over een periode van 15 jaar, waarbij we de kosten bij aansluiting op een warmtenet en gas met elkaar vergelijken. Alle eenmalige kosten voor aansluiting op het warmtenet en vermeden kosten voor onderhoud en vervanging CV-ketel lopen mee in de vergelijking.

Verder mag de uiteindelijke netto-investering bij aansluiting op het warmtenet niet meer dan 1.000 euro bedragen: zo maken we de drempel om mee te doen niet te hoog en zorgen we ervoor dat het warmtenet goed kan concurreren met individuele oplossingen. In paragraaf 3.4 zijn indicatieve rekenvoorbeelden opgenomen. Verder zal het warmtebedrijf voor alle doelgroepen een aantrekkelijk aanbod ontwikkelen om aan te sluiten, óók voor utiliteitsgebouwen en nieuwbouw.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

1

Bestuurlijke inrichting Het bedrijfsplan is getoetst aan het besliskader uit de Kadernota verbonden partijen (zie bijlage 1). Hieruit volgt dat een besloten vennootschap de enige geschikte rechtsvorm is voor het publiek integraal warmtebedrijf. In hoofdstuk 4 worden verschillende governancestructuren tegen elkaar afgewogen. Figuur 6 (zie ook hiernaast) laat de uitkomst van die afweging zien. De gemeente Nijmegen neemt een minderheidsaandeel van 25,5%. Zodra de Wet collectieve warmte in werking treedt, dragen Firan en IEG hun aandelen over aan het Gelders Warmte(infra) Bedrijf. Ook bewoners kunnen deelnemen: de statuten van het warmtebedrijf voorzien in Figuur 1: Bestuurlijke inrichting Nijmegen Warmte B.V. de mogelijkheid tot toetreding van een bewonerscoöperatie als aandeelhouder. Ook kan er een Raad van Advies worden ingesteld. De aandeelhouders zullen nauw betrokken zijn bij het warmtebedrijf: er vindt tenminste eens per kwartaal een Algemene Vergadering van Aandeelhouders plaats óf een bestuurlijk overleg dat een formele AVA vervangt. Ondersteunend vindt er ook op strategisch/tactisch niveau overleg plaats tussen de aandeelhouders en het warmtebedrijf. Een robuuste businesscase voor het warmtenet in Dukenburg en het warmtebedrijf Firan heeft een businesscase ontwikkeld.

Belangrijke bouwstenen van de businesscase zijn de initiële investeringen in infrastructuur, operationele kosten zoals onderhoud en energieverbruik van installaties, de inkoop van warmte, inkomsten uit warmtelevering en de Bijdrage Aansluitkosten en subsidies. Hoofdstuk 5 geeft hierop een toelichting. De totale investering bedraagt circa 235 miljoen euro. Er is gerekend met een projectrendement van circa 4%, veel lager dan bij commerciële partijen gebruikelijk is. Adviesbureau Fakton heeft op verzoek van de oprichtende partijen een second opinion gedaan op de businesscase en constateert dat de businesscase robuust is. De businesscase en de second opinion van Fakton zijn bijlagen 4 en 5 bij dit bedrijfsplan. Op deze bijlagen is geheimhouding van toepassing. Financieringsstructuur en risicoanalyse Onder garantstelling kan het warmtebedrijf tegen een lage rente vreemd vermogen aantrekken bij BNG. Circa 30% van de liquiditeitsstroom zal met eigen vermogen van de aandeelhouders gefinancierd, 70% met vreemd vermogen. Voor de garantstelling wordt een beroep gedaan op het Nationaal Waarborgfonds (WBF) dat tegelijk met inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte wordt gelanceerd. In het geval dit WBF niet tijdig van de grond is, zal gemeente deze garantstelling voor haar rekening nemen totdat WBF deze kan overnemen. Deze garantstelling heeft een omvang van maximaal EUR 73,5 mln.

Voor het dividendbeleid van Nijmegen Warmte geldt het principe van cumulatief preferent dividend: bij minder inkomsten dan gepland wordt de verplichting tot uitkeren van dividend wordt ‘opgespaard’ totdat het bedrijf in staat is dit dividend uit te keren en zodra sprake is van meer inkomsten dan gepland, dat er niet meer wordt uitgekeerd dan 6%. Hoofdstuk 6 geeft ook een risicoanalyse. Hieruit volgt een risicoprofiel van circa 24,7 miljoen euro, waarin de gemeente Nijmegen een aandeel heeft van 6,3 miljoen euro. Dit bedrag zal als risicoreservering worden onttrokken aan de reserve aardgasvrij. Nijmegen, april 2025

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

We kunnen niet meer om de gevolgen van klimaatverandering heen. Dichtbij en ver weg worden we steeds vaker geconfronteerd met extreme wateroverlast, hitte en droogte. De gemeente Nijmegen zet alles op alles om samen met inwoners, bedrijven en andere partners de klimaatdoelen voor Nijmegen te halen: 55% minder CO2-uitstoot in 2030 dan in 1990 en klimaatneutraal in 2050. De Lokale Energiestrategie, die op 29 januari 2005 door de gemeenteraad werd vastgesteld, constateert dat Nijmegen op koers ligt om de opgave voor 2030 te halen als het lukt het vastgesteld beleid uit te voeren. Het aardgasvrij maken van woningen levert daar een belangrijke bijdrage aan. De gemeente Nijmegen is in 2018 gestart met het zoeken naar alternatieven voor aardgas en het ontwikkelen van nieuwe bronnen voor het verwarmen van woningen en gebouwen, met de eerste warmtevisie. Met de vaststelling van de Warmtevisie Nijmegen 2024 op 18 december 2024 is deze geactualiseerd. Nijmegen kiest in de warmtevisie voor zeven aanpakken richting een aardgasvrije gebouwde omgeving. Voor Dukenburg wordt ingezet op een publiek warmtenet. Betaalbaarheid staat voorop: daarom een publiek warmtebedrijf dat dat warmtenet aanlegt en warmte gaat leveren aan inwoners en bedrijven: zo houden we zicht en grip op de kosten.

Er zijn de afgelopen jaren al verschillende stappen gezet richting de oprichting van een publiek warmtebedrijf en het realiseren van een publiek warmtenet:  Op 8 maart 2023 heeft de gemeenteraad besloten dat de warmtetransitie voor Dukenburg het beste met collectieve warmte kan worden vormgegeven, dat het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf daarvoor de beste optie is en dat de gemeente een actieve rol gaat vervullen in de uitwerking ervan.  Op 2 juni 2023 hebben de gemeente, woningcorporaties Portaal, Talis en Woonwaarts, Firan en ARN een intentieovereenkomst ondertekend, met de afspraak te onderzoeken of minimaal 4.000 woningequivalenten (WEQ) kunnen worden aangesloten op een warmtenet van het publiek integraal warmtebedrijf. Figuur 2: de zeven aanpakken uit de warmtevisie.  Op 20 december 2023 heeft de gemeenteraad uitgangspunten vastgesteld voor een publiek integraal warmtebedrijf en voor rolneming door de gemeente.  Tevens nam de raad in de vergadering de motie Verken warmte in publieke handen aan, met daarin de oproep aan het college om eerst te verkennen of een (semi)publieke partij de taak van warmteleverancier zou kunnen vervullen. In die marktconsultatie toonde één publieke partij belangstelling, namelijk Firan.

 Op 19 januari 2024 hebben Portaal, Talis, Woonwaarts, Firan en ARN afgesproken 642 woningen van de woningcorporaties versneld aan te sluiten op een warmtenet met een tijdelijke warmtecentrale, als noodzakelijk onderdeel van de renovatie van deze woningen. De aanleg van deze ‘inloopoplossing’ is inmiddels in volle gang.  Op 16 april 2025 heeft de gemeenteraad eerdere uitgangspunten over gemeentelijke rolneming bijgesteld en bepaald dat het publiek integraal zal worden opgericht door de gemeente, Firan en Innovatie- en

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

3

Ontwikkelfonds Gelderland (IEG) en de laatste twee hun aandelen op termijn zullen overdragen aan het Gelders Warmtebedrijf.

1.2

Waarom een publiek integraal warmtebedrijf?

Nijmegen ziet het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf als de aangewezen route om de publieke waarden die we in de warmtetransitie voorop stellen te borgen: betaalbaarheid, keuzevrijheid, duurzaamheid en leveringszekerheid. Nijmegen sluit hiermee aan bij de richting die landelijk is gekozen in het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (hierna: Wcw). Het wetsvoorstel heeft als doel om de warmtetransitie in met name de bestaande gebouwde omgeving te bevorderen, publieke waarden als duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid beter te borgen en het vertrouwen van inwoners in collectieve warmteoplossingen te vergroten. Het wetsvoorstel Wcw is ingediend bij de Tweede Kamer. De hoop en verwachting is dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel in het voorjaar behandelt en de wet op 1 januari 2026 in werking kan treden. Publieke sturing en een sterke regierol voor de gemeente zijn sterk verankerd in de Wcw. Belangrijke bouwstenen van de Wcw zijn:  Het invoeren van transparante en kostengebaseerde tarieven om gebruikers de zekerheid te bieden dat ze niet méér betalen voor hun warmte dan de kosten die redelijkerwijs gemaakt worden de warmtelevering. Met de invoering van kostengebaseerde tariefregulering wordt stap voor stap de koppeling met de gasprijzen losgelaten.

 De gemeente kan gebieden aanwijzen waar een collectieve warmtevoorziening wenselijk of zelfs verplicht is door zogenaamde warmtekavels aan te wijzen.  De gemeente is vervolgens bevoegd om voor ieder kavel een warmtebedrijf aan te wijzen dat integraal verantwoordelijk is voor inkoop, transport en levering van warmte aan alle eindgebruikers in het kavel.  De Wcw regelt in detail welke taken en verplichtingen een warmtebedrijf heeft. Deze hebben onder andere betrekking op betaalbaarheid, betrouwbaarheid, leveringszekerheid, consumentenbescherming en verduurzaming van bronnen.  De gemeente kan alleen publieke warmtebedrijven aanwijzen, dat wil zeggen een warmtebedrijf waarin één of meerdere publieke partijen samen een meerderheidsbelang hebben. Ook kan een zogenaamde warmtegemeenschap worden aangewezen. De gedachte is ook dat publiek aandeelhouderschap ervoor dat warmtenetten goedkoper kunnen worden gefinancierd, omdat publieke partijen minder rendement hoeven te maken dan commerciële partijen.  Er zijn aparte spelregels voor kleine collectieve warmtesystemen, verhuurders en Verenigingen van Eigenaars. Met de raadsbesluiten die sinds december 2023 zijn genomen, heeft de gemeente Nijmegen al ingezet op publieke sturing en de eerste stappen gezet naar oprichting van een publiek integraal warmtebedrijf.

1.3

Doel van dit bedrijfsplan

Voor u ligt het bedrijfsplan voor de oprichting van een publiek integraal warmtebedrijf voor inwoners en bedrijven in Nijmegen, met als naam: Nijmegen Warmte (hierna: het warmtebedrijf). Dit bedrijfsplan is opgesteld door de oprichters en beoogde aandeelhouders van Nijmegen Warmte, te weten de gemeente Nijmegen, Firan en IEG. Waar in dit bedrijfsplan ‘wij’ staat, worden deze gezamenlijke partijen bedoeld. Het doel van dit bedrijfsplan is tweeledig: 1. Ondersteunen van de besluitvorming door het college van B&W en de gemeenteraad van Nijmegen over de oprichting van het warmtebedrijf in het tweede en derde kwartaal van 2025. 2. Het bestuur van het warmtebedrijf inhoudelijke en financiële kaders meegeven voor de startfase van het bedrijf en het op te stellen meerjarig bedrijfsplan 2026-2030. Met oog op het eerste doel bevat dit bedrijfsplan alle voorgeschreven onderdelen uit de Kadernota verbonden partijen van de gemeente Nijmegen. Toetsing aan het besliskader uit de kadernota is opgenomen in bijlage 1. Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

4

Dit bedrijfsplan bestaat uit de volgende onderdelen:  Hoofdstuk 2: missie, visie en strategie van het warmtebedrijf  Hoofdstuk 3: de taken van het warmtebedrijf, de scope van het warmtenet in Dukenburg, toelichting op klanten en het aanbod dat het warmtebedrijf hen zal doen en kaders voor betaalbaarheid voor inwoners  Hoofdstuk 4: bestuurlijke inrichting, organisatie en aansturing  Hoofdstuk 5: businesscase, risicoanalyse en fiscale aspecten  Hoofdstuk 6: financieringsstructuur en dividendbeleid  Hoofdstuk 7: een overzicht van de belangrijkste vervolgstappen na oprichting

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

5

2

Missie, visie en strategie warmtebedrijf

2.1

Missie en visie

Missie en visie: bijdragen aan het realiseren van een klimaatneutrale stad met betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor onze inwoners en dat dichterbij te brengen door warmtenetten en andere collectieve warmteoplossingen te realiseren en exploiteren. Het publiek integraal warmtebedrijf stelt de missie centraal uit de Lokale Energie Strategie 2025-2030 die de Nijmeegse raad op 29 januari 2025 heeft vastgesteld: een klimaatneutrale stad in 2050 met betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor onze inwoners. Het warmtebedrijf draagt bij aan die missie door het realiseren en exploiteren van warmtenetten en andere collectieve warmteoplossingen. Met het oprichten van het warmtebedrijf geeft de gemeente Nijmegen uitvoering aan de in de Warmtevisie 2024 genoemde aanpak 2 (inzetten op publiek warmtenet) en aanpak 5 (onderzoek naar publiek warmtenet). Ook worden gunstige voorwaarden gecreëerd voor aanpak 3 (werken aan een warmtenet voor bedrijven), aanpak 4 (uitbreiden van bestaand warmtenet) en aanpak 6 (ontwikkelen van lage temperatuur warmtesystemen). Het warmtebedrijf stelt een betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening voor inwoners en bedrijven voorop. De vijf gedeelde waarden uit de Warmtevisie zijn leidend voor de bedrijfsvoering en de dienstverlening aan alle eindgebruikers: 1. Duurzaam.

Het warmtebedrijf benut de betaalbare restwarmte als warmtebron om relatief snel een groot aantal Nijmeegse huishoudens en bedrijven van warmte te kunnen voorzien. Het warmtebedrijf ontwikkelt tegelijkertijd een bronnenstrategie voor het ontwikkelen van nieuwe duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, aquathermie of thermische energie uit afvalwater. Het warmtebedrijf ontwikkelt die strategie in lijn met de bronnenstrategie van de gemeente Nijmegen. 2. Betaalbaar. Als publiek warmtebedrijf realiseert Nijmegen Warmte betaalbare warmte door (lage) maatschappelijke rendementseisen te hanteren en warmteprojecten laagrentend te financieren. Aansluiten is makkelijk en (super)aantrekkelijk: zo doen veel inwoners mee, blijft het warmtebedrijf financieel gezond en houden we de tarieven laag. 3. Uitvoerbaar. Het warmtebedrijf leeft deze waarde door aansluiten op het warmtenet voor inwoners zo makkelijk mogelijk te maken: we ontzorgen inwoners volledig bij aansluiting op het warmtenet, onder ander door alle installatietechnische en bouwkundige werkzaamheden te verzorgen, de binneninstallatie aan te passen en subsidies voor inwoners te regelen (zie hoofdstuk 3). 4. Duidelijk en inclusief. Het warmtebedrijf zorgt ervoor dat inwoners precies weten waar ze aan toe zijn.

We bieden duidelijkheid over wanneer welke buurt aan de beurt is, wanneer inwoners een aanbod krijgen, hoeveel tijd je hebt om na te denken over het aanbod en hoe de aansluiting verloopt. De dienstverlening is inclusief: het warmtebedrijf stelt iedereen in staat om aan te sluiten op een warmtenet, ongeacht buurt, gebouwtype of huishoudinkomen. 5. In samenhang. In samenwerking met de gemeente en andere partners combineert het warmtebedrijf de warmtetransitie met de isolatieopgave. Het warmtebedrijf stimuleert inwoners die aansluiten op het warmtenet hun woning te isoleren naar tenminste de standaard. Het warmtebedrijf verwijst hiervoor actief door naar ondersteuningsaanbod uit het Isolatieprogramma van de gemeente Nijmegen.

2.2

Strategie

Strategie: Het warmtebedrijf realiseert die missie en visie met een strategie op basis van vijf pijlers: (1) voor inwoners, (2) rust en zorgvuldigheid, (3) kwaliteit en service, (4) een gezonde financiële basis en (5) van en door inwoners. 1.

Warmte voor iedereen. Het warmtebedrijf is er voor iedereen met een huis of bedrijfspand in delen van de stad waar een warmtenet komt. Het warmtebedrijf ontwikkelt voor alle doelgroepen een aanbod om aan te

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

6

sluiten: particulieren met een grondgebonden woning, VvE's, woningcorporaties en huurders, ontwikkelaars van nieuwbouwlocaties en bedrijven. Dat aanbod is financieel aantrekkelijk: voor de inwoners is aansluiten op het warmtenet woonlastenneutraal: op de langere termijn is het warmtenet niet duurder of zelfs goedkoper dan je huis met gas blijven verwarmen. Met aansluiten op het warmtenet zijn eenmalige kosten gemoeid: de businesscase is zodanig dat die eenmalige kosten – na aftrek van landelijke subsidies - laag zijn. Inwoners die die kosten niet zelf kunnen of willen betalen, bieden we een aantrekkelijke financieringsoplossing, bijvoorbeeld met het Nationaal Warmtefonds. 2.

Rust en zorgvuldigheid. Onbekend maakt onbemind... veel inwoners weten nog niet dat er een warmtenet komt. En inwoners die al iets weten, hebben waarschijnlijk vragen of twijfels. Twijfels vanwege negatief nieuws over warmtenetten, geruchten over wat er in Dukenburg gaat gebeuren of signalen over hoge prijzen elders in het land. Of vragen over hoe een aansluiting op een warmtenet in z’n werk gaat, hoe een afleverset er uit ziet en of ze hun huis nog wel warm krijgen. Inwoners zijn immers gewend aan hun CV-ketel. Het warmtebedrijf gaat daarom zorgvuldig te werk bij de uitrol van het warmtenet. We geven mensen de tijd om aan het idee te wennen, zorgen voor een variëteit aan communicatiekanalen en nemen de tijd: de verschillende wijken in Dukenburg worden in een periode van 12 jaar aangesloten, waarbij we buurt-voorbuurt te werk gaan.

3.

Kwaliteit en service. Firan bouwt aan een regionaal warmteservicebedrijf met de benodigde realisatiekracht om warmtenetten in Nijmegen en andere gemeenten aan te leggen en met benodigde werkprocessen en bemensing om betrouwbaar warmte te leveren en hoogwaardige service te bieden. Het warmtebedrijf is opdrachtgever van het warmteservicebedrijf en legt in een Service Level Agreement (SLA) nauwkeurig vast welke prestaties/kwaliteit het warmteservicebedrijf moet leveren. Volledige ontzorging van inwoners staat voorop.

4.

Een gezonde financiële basis. Aan het aanbod dat het warmtebedrijf voor alle doelgroepen ontwikkelt, ligt een degelijke businesscase ten grondslag op basis van degelijke ramingen met voldoende risicoreservering en posten onvoorzien, zonder dat deze te omvangrijk worden waarmee de tarieven te hoog zouden worden. Het warmtebedrijf maakt maximaal gebruik van landelijke regelingen om de businesscase te versterken, zoals de Warmtenetten InvesteringsSubsidie en het op te richten Nationaal Waarborgfonds. Als publieke partij heeft het warmtebedrijf een maatschappelijk dividendbeleid: het passende maatschappelijke rendement dat het warmtebedrijf maakt, wordt in beginsel niet uitgekeerd maar ingezet voor uitbreiding van het warmtenet of het verlagen van tarieven voor eindgebruikers.

5.

Van en door inwoners. Het warmtebedrijf onderzoekt na oprichting of en hoe inwoners financieel kunnen deelnemen in het warmtebedrijf. Of – als daar onvoldoende belangstelling voor is – hoe inwoners kunnen meedenken en -praten over de koers van het warmtebedrijf.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

7

3

Taken, scope en aanbod van het warmtebedrijf

3.1

Taken van het warmtebedrijf

Het warmtebedrijf wordt integraal verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van de collectieve warmtevoorziening binnen de warmtekavel dat het college vaststelt en waarvoor het college Nijmegen Warmte B.V. zal aanwijzen als warmtebedrijf. Na inwerkingtreding van de Wcw zijn de wettelijke taken van het warmtebedrijf: a. Doelmatige aanleg, beheer en onderhoud van de collectieve warmtevoorziening en doelmatige levering en transport van warmte b. Betrouwbare levering, redelijke en transparante voorwaarden, goede kwaliteit en transparante tarieven c. Borging leveringszekerheid, veiligheid en duurzaamheid d. Realisatie van aansluiting op de collectieve warmtevoorziening e. Afsluiting f. Gegevensverstrekking aan de verbruiker g. Ter beschikking stellen, beheren en onderhouden van warmtemeter of warmtekostenverdeler en het meten van het verbruik h. Beschikbaar stellen en onderhouden van een afleverset voor warmte

3.2

Scope

Het warmtebedrijf wil duurzame, betrouwbare en betaalbare warmte bieden aan alle Nijmegenaren in delen van de stad waar een collectieve warmteoplossing komt. Conform de Warmtevisie Nijmegen 2024 en eerdere besluiten van de gemeenteraad is een warmtenet in Dukenburg het eerste project van het warmtebedrijf. De scope omvat de wijken Aldenhof, Lankforst, Malvert, Meijhorst, Tolhuis en Zwanenveld. Voor de transportleiding richting Dukenburg wordt een aftakking van de Indigoleiding zuidwaarts gemaakt. Figuur 2 laat het voorlopige tracé van de primaire en secundaire netten zien. De wijken De Kamp, Kerkenbos, Neerbosch-Oost, Hatert en Weezenhof zijn in de warmtevisie aangewezen als onderzoeksgebieden voor een publiek warmtenet. Of voor deze wijken een warmtenet het beste alternatief is voor aardgas is, moet nog worden onderzocht. De transportleiding van ARN naar Dukenburg passeert de wijken De Kamp en Kerkenbos Van de 5 aangrenzende wijken zouden De Kamp en Kerkenbos technisch Figuur 3: voorlopig tracé warmtenet Dukenburg. het makkelijkst spoedig kunnen worden aangesloten op het warmtenet. Daarom stelt het college voor de haalbaarheid van een warmtenet voor deze wijken als eerste te onderzoeken. Vooruitlopend op de resultaten van dit haalbaarheidsonderzoek en besluitvorming door de gemeente Nijmegen zijn De Kamp en Kerkenbos alvast meegenomen in de businesscase.

Op deze manier kan de eventuele aanleg al worden meegenomen in de financieringsaanvraag bij de BNG Bank en is het warmtebedrijf financieel voorbereid op een mogelijke investering. De scope is voor de businesscase hiermee als volgt:

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

8

Grondgebonden

Appartementen

Totaal

2.078 4.753 6.831

3.387 1.595 4.982

5.465 6.348 11.813

-

-

62 71 698

Woningen Huurwoningen Talis, Portaal en Woonwaarts Particuliere woningen Subtotaal woningen Utiliteitsgebouwen Kleinverbruik (< 100 kW) Grootverbruik (>100 kW) Subtotaal utiliteitsgebouwen Totaal aansluitpotentieel

12.511 aansluitingen

Tabel 1: Schatting van het aansluitpotentieel voor het warmtenet Dukenburg.

3.3

Fasering

Voor de gehele scope wordt uitgegaan van volloop over een periode van in eerste instantie 12 jaar. De fasering wordt in aanloop naar het definitief investeringsbesluit uitgewerkt in een zogenoemd aansluitplan. Daarin wordt Dukenburg ingedeeld in clusters die achtereenvolgens kunnen worden aangesloten. De clustering wordt onder andere afgestemd op de renovatie- en onderhoudsprogramma’s van Talis, Woonwaarts en Portaal. Figuur 3 laat een eerste prognose zien van het verloop van het aantal aansluitingen, met als uitgangspunt dat de daadwerkelijke levering van warmte start in 2028.

Volloop aansluitingen gecombineerd 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Figuur 4: verloop aantal aansluitingen.

3.4

Betaalbaarheid: de kosten voor inwoners

Betaalbare warmte voor inwoners in Nijmegen: dé hoofdreden dat we samen een publiek warmtebedrijf oprichten. Huurders en particuliere woningeigenaren moeten kunnen rekenen op aantrekkelijke en voorspelbare tarieven voor de warmte die het warmtebedrijf hen levert. Betaalbaarheid is niet alleen voor inwoners cruciaal, maar ook voor het warmtebedrijf zelf: als ons aanbod niet betaalbaar of aantrekkelijk genoeg is, doen minder gebouweigenaren mee en verdient het warmtebedrijf de investeringen minder snel terug. Om te beslissen of inwoners willen aansluiten, hebben eindgebruikers / potentiële klanten van het warmtebedrijf – woningcorporaties en huurders, eigenaren van een eengezinswoning of een appartement in een VvE of bedrijven – glasheldere informatie nodig over de tarieven die zij gaan betalen. De tarieven kunnen nu nog niet definitief worden vastgesteld: de businesscase wordt de komende maanden nog verder gedetailleerd en gevalideerd. Hiervoor vinden bijvoorbeeld technische schouwen van veelvoorkomende woningtypen plaats om bouwkundige Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

9

en installatietechnische werkzaamheden goed te kunnen ramen. Daarom stellen we een definitie van betaalbaarheid vast. Deze definitie is kaderstellend voor de aandeelhouders van het warmtebedrijf: die nemen geen definitief investeringsbesluit zolang er geen betaalbaar aanbod ligt. De gemeente kiest voor een definitie die uitgaat van woonlastenneutraliteit: de kosten bij aansluiting op het warmtenet zijn gelijk aan of lager dan de kosten voor verwarming en warm tapwater bij een aansluiting op gas. We werken die definitie hieronder uit voor huurders met een sociale huurwoning en voor particuliere woningeigenaren. Beide zijn voorzien van een indicatief rekenvoorbeeld, op basis van de uitgangspunten zoals die in de huidige versie businesscase zijn opgenomen. We benadrukken nogmaals dat de rekenvoorbeelden bedoeld zijn om de definitie te illustreren. Aan de getallen in het voorbeeld kunnen geen rechten worden ontleend. De gehanteerde uitgangspunten zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Uitgangspunt Toelichting Algemene uitgangspunten Variabel warmtetarief ACM-maximum 2025 met een korting van 15% Vastrecht ACM-maximum 2025 met een korting van 5% BAK grondgebonden woningen Voor werkzaamheden tot en met de afleverset BAK gestapelde bouw Voor werkzaamheden tot en met de afleverset Specifieke uitgangspunten woningcorporaties en hun huurders Vastrecht woningcorporaties Eenmalige afkoop voor een extra korting van 5% Vaste kosten voor gasaansluiting Bij gasaansluiting Liander tussen 500 en 4.000 m3 Specifieke uitgangspunten particuliere woningeigenaren Vermeden onderhoud CV-ketel All-in onderhoudscontract incl. arbeid en materiaal Vermeden vervanging CV-ketel Vervanging eens per 15 jaar Vermeden onderhoud rookgaskanalen Inductiekoken Aanschaf kookplaat en maken perilexaansluiting Aanpassen binneninstallatie Aansluiting op en inregelen warmteafgiftesysteem en evt. bouwkundige aanpassingen

Voorlopige bedragen € 37,22 per GJ € 722 per jaar € 2.900 per woning € 2.550 per woning € 685 per jaar € 341 per jaar € 210 per jaar € 2.000 € 1.000 € 1.000 € 2.000

Tabel 2: enkele financiële uitgangspunten in de businesscase.

3.4.1 Huurders: niet meer dan voorheen Woonlastenneutraliteit betekent voor huurders met een sociale huurwoning eenvoudigweg dat zij na aansluiting op het warmtenet niet meer gaan betalen dan voor hun gasrekening. Dat realiseren we met de volgende voorwaarden voor woningcorporaties en hun huurders: 1. De vaste kosten die een huurder voor warmte betaalt, blijven gelijk aan gas. De vaste kosten voor warmte zijn gelijk aan wat een gemiddelde huurder aan vaste kosten voor gas heeft, ofwel circa € 341 per jaar (2025). 2. Voor het vastrecht dat het warmtebedrijf voor corporatiewoningen rekent, is in de businesscase voorlopig met € 685 per jaar gerekend (ACM -10%). Conform het Startmotorkader1 nemen de woningcorporaties nemen het verschil met het vastrecht voor gas voor hun rekening (ofwel € 344 per jaar). 3. Voor alle inwoners geldt een voorlopig warmtetarief van € 37,22 per GJ, net als in de inloopoplossing. Rekenvoorbeeld Kees en Lianne huren in Tolhuis een appartement van één van de woningcorporaties. Zij gebruiken ongeveer 750 m3 gas per jaar. Ze betalen bij hun gasleverancier € 1,28 per m3 inclusief energiebelasting en BTW en € 341 vaste kosten. Hun gasrekening komt daarmee op zo’n € 1.300 per jaar. Voor het voorbeeld laten we eventuele renovatie en isolatie van de woning buiten beschouwing.

Na aansluiting op het warmtenet verbruiken Kees en Lianne ongeveer 22 GJ per jaar aan warmte, tegen een prijs van € 37,22 per GJ. Hun warmterekening wordt dan € 1.160 per jaar. Doordat ze gaan koken op inductie wordt hun elektrarekening wel wat hoger, zo’n 45 euro per jaar. Al met al zijn ze na aansluiting op het warmtenet zo’n 95 euro per jaar goedkoper uit.

1

Zie https://aedes.nl/verduurzaming/startmotorkader.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

10

3.4.2 Particulieren: woonlastenneutraal over 15 jaar en maximaal 1.000 euro netto-investering Voor particulieren werken we woonlastenneutraliteit anders uit: zij hebben nu immers een eigen CV-ketel en zijn zelf verantwoordelijkheid voor onderhoud en vervanging. Dat zijn kosten die bij aansluiting op een warmtenet vervallen. Voor een eerlijke vergelijking tussen gas en warmte moeten we de kosten over een langere periode met elkaar vergelijken. De uitwerking is als volgt: 1. 2.

3.

4. 5.

We gaan uit van de gemiddelde kosten die passen bij bepaalde woningtypen in combinatie met huishoudsamenstelling. Er is geen individuele garantie op woonlastenneutraliteit, maar gemiddeld genomen. We vergelijken de totale kosten over een periode van 15 jaar. Er is een reële verwachting dat de gasprijzen door Europese regelgeving sterker zullen stijgen dan de prijs van warmte. Hier is in de vergelijking rekening mee gehouden. Particulieren die met gas verwarmen hebben te maken met jaarlijkse kosten voor onderhoud van de CV-ketel. In de vergelijking gaan we uit van een gemiddeld onderhoudscontract voor de ketel inclusief arbeid en materiaal. Bij een warmtenet zitten alle kosten voor onderhoud immers in het vastrecht. CV-ketel en rookgaskanalen moeten periodiek worden vernieuwd. De vermeden kosten hiervoor lopen mee in de vergelijking. Alle eenmalige aansluitkosten die de eigenaar moet maken bij aansluiting op het warmtenet lopen mee: de Bijdrage Aansluitkosten (alle werkzaamheden tot en met de afleverset) én kosten voor aanpassingen aan de verwarmingsinstallatie, elektrisch koken, een nieuwe pannenset en andere bijkomende kosten.

Als aanvullende eis geldt dat de uiteindelijke netto-investering bij aansluiting op het warmtenet voor particulieren niet meer dan 1.000 euro mag bedragen. Onze inschatting is dat de drempel om aan te sluiten voor particulieren anders te hoog wordt. Met netto-investering bedoelen we het bedrag dat een woningeigenaar zelf moet betalen voor een aansluiting op het warmtenet na aftrek van subsidies. We stellen iedereen in staat die eenmalige kosten te kunnen betalen: inwoners die die kosten niet met eigen geld kunnen of willen betalen, kunnen die financieren via het Nationaal Warmtefonds. Het Nationaal Warmtefonds biedt financieringsoplossingen voor iedereen, óók voor inwoners zonder leenruimte. Rekenvoorbeeld Mahmoud en Ellis wonen met hun twee kinderen in een eengezinswoning in Aldenhof. Zij gebruiken ongeveer 1.080 m3 gas per jaar. Ze betalen bij hun gasleverancier € 1,28 per m3 inclusief energiebelasting en BTW en € 341 vaste kosten. Hun gasrekening is nu zo’n € 1.723 per jaar. Ze gaan akkoord met het aanbod van het warmtebedrijf. In de nieuwe situatie is hun vastrecht € 722 per jaar en betalen ze € 37,22 per GJ. In hun keuken is al een perilexaansluiting aanwezig. Door het koken op inductie verbruiken ze 175 kWh meer elektriciteit.

Ze krijgen bij aansluiting te maken met de volgende eenmalige kosten:  Bijdrage Aansluitkosten: € 2.900  Aanpassingen binneninstallatie: € 1.350  Nieuwe inductiekookplaat: € 350 Na aftrek € 3.775 subsidie blijft € 825 eigen investering over. Bezien over 15 jaar is het gezin met een warmtenetaansluiting zo’n 9% goedkoper uit.

3.5

Energierekening Vaste kosten* Variabele kosten Vaste kosten elektra Variabele kosten elektra (Vermeden) investeringen Bijdrage Aansluitkosten Binneninstallatie Inductiekoken Herinvestering CV-ketel Vervangen rookgaskanalen Subsidies ISDE Kosten over 15 jaar

Gas

Warmtenet

€ 9.528 € 21.673 € 7.240 € 9.913

€ 12.499 € 15.627 € 7.240 € 10.539

€ 2.000 € 1.000

€ 2.900 € 1.350 € 350 -

± € 51.300

- € 3.375 ± € 46.700

* Bij gas zijn de kosten voor een all-in onderhoudscontract meegenomen bij de vaste kosten.

Het aanbod van het warmtebedrijf

Het warmtebedrijf ontwikkelt voor alle gebouweigenaren en eindgebruikers in Dukenburg een aantrekkelijk aanbod voor aansluiting op het warmtenet. Hieronder worden de uitgangspunten van het aanbod per doelgroep toegelicht.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

11

Woningcorporaties en hun huurders. In 2023 sloten Talis, Woonwaarts en Portaal een intentieovereenkomst met de gemeente Nijmegen, Firan en ARN voor de ontwikkeling van een warmtenet voor minimaal 4.000 WEQ. Zij zegden toe om ongeveer 1.740 corporatiewoningen in te brengen. 642 van die woningen vormen nu de inloopoplossing. In dit bedrijfsplan is de scope van het warmtenet vergroot naar een groter deel van Dukenburg en ruim 12.000 WEQ. In dit gebied bevinden zich, naast de 1.740 corporatiewoningen in het oorspronkelijke gebied, ongeveer 3.300 woningen van Portaal, Talis en Woonwaarts. Zij hebben bereidheid uitgesproken om ook deze woningen aan te willen sluiten op het warmtenet. Wij zijn blij met dit commitment: de woningcorporaties zijn daarmee dé startmotor voor de aanleg van het warmtenet én een belangrijke bouwsteen voor de financiële haalbaarheid van het warmtenet als geheel. De inbreng van deze woningen zal worden geformaliseerd in de nog te sluiten samenwerkingsovereenkomst. We zullen nauw samenwerken met de woningcorporaties om de aansluiting op het warmtenet voor huurders prettig en met zo min mogelijk overlast te laten verlopen. De samenwerking met c.q. het aanbod aan de woningcorporaties kenmerkt zich door:  Afstemming van de planning van uitrol warmtenet in de wijken op de renovatie- en verduurzamingsprogramma’s van de woningcorporaties.

 Flexibiliteit over en weer: vindt renovatie eerder plaats dan aanleg van het warmtenet, dan wordt de woning warmtenet-ready gemaakt. Vindt aanleg van het warmtenet eerder plaats, dan wordt het net tot aan het koppelpunt gelegd en vindt definitieve aansluiting van de woning later plaats.  Een heldere demarcatie: duidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor welke inpandige en bouwkundige werkzaamheden (het warmtebedrijf of de woningcorporaties zelf).  Infrastructuur die door de woningcorporaties wordt aangelegd en vervolgens in eigendom en beheer komt van het warmtebedrijf (zogenaamde horizontale natrekking van de warmteaansluiting), moet voldoen aan de door het warmtebedrijf vastgestelde richtlijnen.  Om overlast voor huurders te minimaliseren, spannen het warmtebedrijf en de woningcorporaties zich maximaal in om naar ‘1-dags switch’ toe te werken.  We onderzoeken of bij gespikkeld bezit de eigen installateur/aannemer van de woningcorporaties tot een concurrerend aanbod kan komen voor betreffende particuliere woningeigenaren, omdat deze partijen de voormalige huurwoningen het beste kennen. Particuliere eigenaren van grondgebonden woningen en VvE’s.

Het aansluiten van bestaande woningen van particulieren op een warmtenet is uitdagend: er is nog weinig ervaring mee opgedaan en in projecten buiten Nijmegen die zich richtten op bestaande bouw is het moeilijk gebleken om particulieren te overtuigen aan te sluiten op een warmtenet. Na oprichting ontwikkelt het warmtebedrijf voor zowel particulieren in grondgebonden woningen als voor VvE’s een aantrekkelijk aanbod voor aansluiting op het warmtenet. Volledige ontzorging is het uitgangspunt. Bij het ontwikkelen van het aanbod voor particulieren hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Maximale ontzorging bij warmtenet-ready maken van de woning: het warmtebedrijf regelt alles voor de inwoner en zorgt voor snelle en zorgeloze aansluiting op het warmtenet. a. Preferred suppliers verzorgen aansluiting van de binneninstallatie op de afleverset, het aanpassen en inregelen van het afgiftesysteem en (voorbereiding voor) inductiekoken. c. Een tijdelijke warmteoplossing krijgen via het warmtebedrijf als je CV-ketel aan vervanging toe is, maar het warmtenet nog niet zover is (bv. het huren van een CV-ketel). d. Verwijderen van de CV-ketel na aansluiting wordt verzorgd. d. Uitvoering van alle werkzaamheden in één dag is het streven. e. Collectieve inkoopacties voor inductiekookplaten en nieuwe pannen, eventueel aangevuld met kookworkshops. f.

Subsidie wordt aangevraagd en voorgefinancierd, zodat inwoners het verwachte subsidiebedrag niet hoeven voor te schieten. g. Hulp bij het aanvragen van financiering bij bv. het Nationaal Warmtefonds, zodra de AFM bemiddeling bij het aanvragen van duurzaamheidsleningen mogelijk maakt.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

12

2. 3. 4.

Kunnen opzeggen: de mogelijkheid om tegen redelijke kosten (ver onder het ACM-maximum voor afsluiting) je aansluiting op het warmtenet weer op te kunnen zeggen). Goede timing: inzichten benutten over hoe en wanneer inwoners beslissen over aansluiten op een warmtenet en de timing van communicatie- en participatie op aanpassen. Blik op de toekomst: bewustwording creëren over nut en noodzaak om van het gas af te gaan, de verwachte schaarste en prijsstijging van gas en inwoners meenemen in de waarde van warmtenetten vs. individuele oplossingen.

Utiliteitsbouw. Het aansluiten van utiliteit (als winkels, scholen, bedrijfspanden) op een warmtenet is uitdagend: de warmtevraag is vaak gering en ieder pand is uniek. Een andere warmteoplossing inpassen in het pand kan complex zijn, met name als er verschillende gebruikers/huurders zijn. En bovendien is er vaak ook sprake van een koude vraag. Na oprichting zal het warmtebedrijf ook voor het aansluiten van utiliteitsgebouwen een aantrekkelijk aanbod ontwikkelen. Het warmtebedrijf hanteert hiervoor dezelfde uitgangspunten als voor het aanbod aan particulieren. Nieuwbouwwoningen. Het aansluiten van nieuwbouwwoningen op het warmtenet biedt kansen voor zowel projectontwikkelaars en hun afnemers als het warmtebedrijf. Omdat bij nieuwbouw een warmte- en koude vraag aan de orde is, kiezen projectontwikkelaar veelal voor een standalone WKO-installatie. Stadswarmte kan, bij voldoende netcapaciteit, mogelijk in de piek- en back-up levering van deze standalone WKO voorzien. Een hybride WKO-installatie van het warmtebedrijf, waar een gedeeltelijke basislast ruimteverwarming en tapwater afkomstig is van het collectieve warmtenet, kan voor de projectontwikkelaar echter ook interessant zijn omdat dan deze met minder ruimtebeslag (technische ruimte, geen regeneratie) en mogelijk tegen lagere kosten kan worden uitgevoerd dan een zogenoemde standalone WKO-installatie.

Voor de uiteindelijke eigenaar van het hybride WKO systeem is deze propositie, vanuit beheersmatig perspectief, interessant omdat het warmtebedrijf een exploitatieduur van 30 jaar garandeert. Voor het warmtebedrijf is nieuwbouw sowieso interessant, omdat de woningen (met standaard technische richtlijnen) relatief makkelijk kunnen worden aangesloten en daarom gunstig is voor de businesscase van het warmtebedrijf als geheel. Het warmtebedrijf zal na oprichting daarom zo spoedig mogelijk een aanbod ontwikkelen voor grootschalige nieuwbouwwoningen, waarbij hybride WKO het uitgangspunt is. Het warmtebedrijf treedt daarover in overleg met ontwikkelaars van lopende nieuwbouwprojecten.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

13

4

Organisatie

4.1

Bestuurlijke inrichting en governance

4.1.1 Rechtsvorm In bijlage 1 is het besliskader uit de kadernota verbonden partijen toegepast. Daaruit volgt dat voor het publiek integraal warmtebedrijf het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon de enige mogelijkheid is. De Wcw vereist dat een warmtebedrijf een in aandelen verdeeld kapitaal heeft. Mogelijke rechtsvormen zijn dan een naamloze of besloten vennootschap. Het is niet wenselijk dat de aandelen vrij verhandelbaar zijn: de gemeente Nijmegen, Firan en GWIB willen als oprichters en aandeelhouders zeggenschap over het warmtebedrijf houden. Een besloten vennootschap (B.V.) blijft dan als enig geschikte rechtsvorm over. 4.1.2 Mogelijke governancestructuren In eerder onderzoek van adviesbureau Fakton zijn diverse structuren voor een integraal warmtebedrijf met elkaar vergeleken. In onderstaande figuur 3 zijn de mogelijke governancestructuren te vinden die in overweging genomen zijn. Voor alle structuren geldt dat ze moesten voldoen aan onze gemeentelijke uitgangspunten, de wettelijke randvoorwaarden waarvan de belangrijkste > 50% van de aandelen in publieke handen en de vastgestelde criteria voor het publiek integraal warmtebedrijf. Uiteraard moet een publiek integraal warmtebedrijf alle taken uit kunnen voeren die nodig zijn voor de realisatie en exploitatie van een warmtenet.

Figuur 5: Mogelijke governancestructuren integraal warmtebedrijf.

-

-

-

-

Model 1A, volledig publiek integraal warmtebedrijf dat zelf de activiteiten van het warmtebedrijf uitvoert of individueel contracteert. In deze variant zijn publieke partijen volledig aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf. Het warmtebedrijf voert alle activiteiten van een integraal warmtebedrijf volledig zelf uit met eigen kennis en kunde, of verstrekt hiervoor opdrachten aan contractanten. Model 1B, Idem als 1A, waarbij 50% plus 1 aandeel in handen is van publieke partijen en de rest in handen van een commerciële Energy Service Company (ESCo) en mogelijk een energiecoöperatie. Het warmtebedrijf voert alle activiteiten van een integraal warmtebedrijf volledig zelf uit met eigen kennis en kunde, of verstrekt hiervoor opdrachten aan contractanten. De commerciële ESCo zal alleen als aandeelhouder willen investeren bij voldoende waarborgen dat zij hun investering kunnen terugverdienen. Model 2A, volledig publiek integraal warmtebedrijf dat de activiteiten van het warmtebedrijf integraal als een DBMO contracteert aan een commerciële ESCo. In deze variant zijn publieke partijen volledig aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf net zoals bij 1A. De activiteiten van het warmtebedrijf worden integraal gecontracteerd via een Design, Build, Maintain and Operate contract aan een commerciële ESCo, ofwel een commercieel warmtebedrijf.

Het warmtebedrijf geeft invulling aan de ‘F’ (Finance) van het bekende DBFMO-contract aangezien zij de eigenaar is en besteedt de rest uit. Een marktpartij verzorgt de inkoop van warmte, transport, distributie en levering. Model 2B, idem als 2A, waarbij 50% plus 1 aandeel in handen is van publieke partijen en de rest in handen van dezelfde commerciële ESCo dat het DBMO-contract heeft en mogelijk een energiecoöperatie. De commerciële ESCo, ofwel een commercieel warmtebedrijf, dat uitvoering geeft aan

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

14

het DBMO-contract, wordt in deze variant tevens aandeelhouder van het warmtebedrijf. De bereidheid om mee te investeren ondanks een minderheidsaandeel komt voort uit het feit dat ze met het DBMO contract de benodigde ‘grip’ hebben op de operatie en de optimalisatie van het energiesysteem om hun investering daadwerkelijk terug te verdienen.

4.1.3 Weging van mogelijke structuren Bij het afwegen van de genoemde structuren is leidend welke structuur het best past bij de Nijmeegse situatie. De uitgangspunten die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 20 december 2023 zijn als beoordelingscriteria gebruikt om keuzes te maken in de verhouding publiek/privaat. Deze uitgangspunten zijn: 1. Betaalbaarheid voor de eindgebruikers; 2. Transparantie en medezeggenschap over de uitbreiding van het net zowel binnen als buiten Dukenburg; 3. Transparantie in en zeggenschap over de tarifering; 4. Eventuele winsten van het warmtebedrijf moeten zoveel mogelijk ten goede komen aan de maatschappij; 5. De rendementseis moet aansluiten bij de ambitie van betaalbaarheid; 6. De mogelijkheid voor de markt om kapitaal in te brengen, zodat dit niet volledig publiek hoeft te worden ingebracht; 7. Mate van tucht door de markt, waar een stimulans van uit gaat voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering; 8. De bereidheid van de markt om deel te nemen in de voorgestelde taak- en aandelenverdeling; 9. De mate waarin stakeholders gelijkwaardig deelnemen in het warmtebedrijf, in verband met juiste prikkels bij investeringsbeslissingen.

Figuur 6: Afwegingskader omvang publiek aandeel warmtebedrijf.

Uit de scores komt naar voren dat een groter publiek deel leidt tot een betere betaalbaarheid voor eindgebruikers, meer winsten ten goede van de maatschappij, minder kapitaalinbreng van private partijen, minder tucht van de markt, minder gelijkwaardigheid tussen verantwoordelijke aandeelhouders en meer risico voor de publieke investeerders. Op basis hiervan volgde het raadsvoorstel op 20-12-2023 om 61% in publieke handen te houden en voor 39% een commerciële warmteleverancier te betrekken. Tijdens die raadsvergadering nam de raad de motie 'Verken warmte in publieke handen' aan. Uitwerking daarvan leidde tot de conclusie dat GWIB de enige publieke partij is die interesse heeft in het invullen van deze 39% die oorspronkelijk bedacht was voor een commerciële warmteleverancier en dat zij hiertoe in staat is na inwerkingtreding Wcw en nadat zij, of één van haar aandeelhouders zoals Firan, de expertise van warmtelevering binnen haar eigen organisatie heeft opgebouwd.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

15

De uitkomsten van de uitwerking van de motie en de bevestiging van Alliander/Firan als belangrijke aandeelhouder in GWIB dat zij expliciet de keuze maakt in lijn met de aanstaande Wcw om met publieke partners de rol van publiek integraal warmtebedrijf invulling te willen gaan geven, leidden tot de verkenning van een volledig publiek integraal warmtebedrijf, waarvan het voorgestelde model in volgende paragraaf wordt toegelicht. Model 1A van de modellen zoals geschetst in de vorige paragraaf is op basis van deze afweging het voorkeursmodel.

4.1.4 Voorgestelde governancestructuur en aandeelverhouding De volgende keuze is nu welk aandeelverhouding binnen het publieke warmtebedrijf passend is. De gemeenteraad heeft op 16 april 2025 besloten dat voor de gemeente Nijmegen een minderheidsaandeel van 25,5% de voorkeursvariant is. Hieraan ten grondslag ligt de afweging van het optimum tussen de reeds genoemde belangen voor publieke deelname, aangevuld met deze belangen:  Zeggenschap en grip op de bedrijfsvoering en ontwikkeling van het warmtenet.  Minimalisatie van het financieel risico voor de gemeente;  Mogelijkheid van deelname in het warmtebedrijf door energiecoöperaties;  Mate van ingerichtheid van het gemeentelijk apparaat voor de betreffende rolneming. Genoemde variant is in dit bedrijfsplan als volgt uitgewerkt:

Figuur 7: Voorgestelde governancestructuur.

Firan en IEG dragen hun aandelen over aan GWIB zodra de Wcw in werking treedt. In de statuten van het warmtebedrijf is in deze mogelijkheid voorzien. Firan, IEG en de gemeente Nijmegen zijn nu in eerste instantie de oprichters om de volgende redenen:  GWIB kan met de eis in de Wcw van een integraal warmtebedrijf pas na inwerkingtreding Wcw deelnemen in een vennootschap die ook leveranciersverantwoordelijkheid draagt. Firan is aandeelhouder van GWIB. Pas met inwerkingtreding van de Wcw vervalt het groepsverbod voor netbeheerders en kan GWIB ook leveringstaken uitvoeren.  De provincie zette na de expliciete koers van Alliander/Firan om met de komst van de Wcw ook warmteleveringstaken te gaan uitvoeren, de verkenning in gang om als aandeelhouder van GWIB mee te gaan in deze uitbreiding van taken van GWIB. Haar besluitvorming hierover is gepland rond de zomer van 2025. Zolang alle aandeelhouders van GWIB nog niet besloten hebben over deze koers, kan GWIB nog niet deelnemen.  De oprichting van het warmtebedrijf is nodig om de belangrijke Warmte Investerings Subsidie (WIS) aan te kunnen vragen. De nieuwe tranche van de WIS gaat per 1-7-2025 open. Snelle oprichting is nodig om tijdig WIS aan te vragen.

 Firan kan vooruitlopend op de opheffing van het groepsverbod voor warmtelevering met een minderheidsaandeel wel al deelnemen in vennootschappen die warmte leveren, gebaseerd op de toelichting van ACM op de warmtewet. IEG neemt met een gelijk aandeel deel in het warmtebedrijf, waardoor Firan inderdaad een minderheidsaandeel heeft van 37,25%.

Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

16

Op termijn kan een bewonerscoöperatie aandeelhouder worden van het warmtebedrijf (zie verder paragraaf 4.2). Hiertoe moeten dan nieuwe aandelen worden uitgegeven of één of meer aandeelhouders verkopen aandelen. Er is dan sprake van ‘verwatering’ van aandeelhouders gemeente en GW(I)B.

Onderstaande figuur laat zien hoe de aandelenverhoudingen van het warmtebedrijf zich op die manier ontwikkelen in de tijd:

Figuur 8: Overgang van de voorlopige naar de definitieve structuur.

Tot slot, Alliander/Firan werkte uit op welke manier zij tot maximale schaalvoordelen komt in de warmteprojecten in het verzorgingsgebied van GWIB. Haar visie is om hiervoor op het schaalniveau van haar verzorgingsgebied een warmteservicebedrijf (WSB) op te zetten dat voor alle warmteprojecten in dat gebied de services, ontwikkeling en realisatie organiseert en centraal inkoopt. Via quasi-inbesteding kunnen deze diensten in alle warmteprojecten op lokaal niveau ingezet worden. Dit is weergegeven in het rechterdeel van de figuur. De lijnen naar het warmteservicebedrijf zijn nog gestreept en oranje omdat hier nog nadere afspraken over gemaakt moeten worden en omdat het WSB nog opgericht moet worden. Dit is pas na inwerkingtreding van de Wcw mogelijk.

4.2

Deelname van inwoners in het warmtebedrijf

Er is al met bewoners gesproken over de vraag hoe zij kunnen en willen deelnemen in een toekomstig warmtebedrijf. Hierbij is ook gekeken hoe elders in het land invulling wordt gegeven aan de samenwerking tussen gemeenten en coöperaties. Dit heeft laten zien dat deelname en betrokkenheid door bewoners kan worden vormgegeven via inspraak, zeggenschap en/of eigendom. De wijze waarop de bewoners uit Dukenburg dit willen invullen is niet eensluidend en nog niet helder. De gemeente haalde in diverse bijeenkomsten en gesprekken op dat bewoners transparantie – voornamelijk op het gebied van tarieven-, (mede)zeggenschap en mogelijk eigendom op prijs stellen. Bewoners, zowel huurders als woningeigenaren, geven in algemene zin aan behoefte te hebben aan duidelijkheid, informatie en antwoorden o.a. op het gebied van betaalbaarheid. De gesprekken hebben bijgedragen aan het betrekken van een breder publiek uit Dukenburg bij het gesprek over de invulling van hun rol en invloed binnen het toekomstige warmtebedrijf. De gemeente heeft hierbij opgehaald welke ideeën/wensen en zorgen er leven. Ook hebben we vragen over het warmtenet beantwoord. De gesprekken hebben geresulteerd in een zeer gevarieerd beeld van betrokkenheid, kennis, zorgen en behoeften als het gaat om het warmtenet.

De zorgen gaan vooral over de kosten, met name de angst voor stijgende energiekosten, en het gebrek aan transparantie, vertrouwen en duidelijke informatie. Vooral huurders gaven aan het gevoel te hebben weinig invloed te hebben. Anderen gaven aan een minder commercieel warmtebedrijf te waarderen, als ook het comfort die het oplevert (in combinatie met betere isolatie). Een Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.

17

persoonlijke benadering en duidelijke informatie op een laagdrempelige manier wordt gewaardeerd. Dit geldt ook voor praktische hulp en begeleiding bij het verduurzamingsproces. We hebben gemerkt dat bewoners eerst willen weten wat een warmtenet is en wat het voor hun situatie betekent, voordat ze na kunnen denken over hun eventuele rol in een warmtebedrijf. Voor veel bewoners is het moment dat er een aanbieding voor aansluiting op warmtenet komt nog ver weg. Daardoor hebben ze ook nog niet hebben nagedacht over hun rol in het warmtebedrijf. Op basis van ervaringen in het land tekenen een aantal juridische modellen voor de deelname van inwoners in een warmtebedrijf. De variant waarbij er een energie-/warmtecoöperatie wordt opgericht, ligt voor de hand. Daaronder wordt vaak een Project BV gehangen, om hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuursleden van de coöperatie uit te sluiten. Met het oprichten van een energie-/warmte coöperatie voor Dukenburg zou er een entiteit ontstaan waar bewoners nu en in de toekomst lid van kunnen worden. Via de Algemene Ledenvergadering is inspraak altijd mogelijk. Door de Project BV van de energie-/warmte coöperatie aandeelhouder van het warmtebedrijf te maken is deelname door bewoners geborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7e3535e3-dcf1-4553-9b60-37c0dba67ddc