Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
Tekst van het document
Op 17 april 2025 is onder begeleiding van EnergieSamen een traject gestart om de belangstelling en concrete opties voor het oprichten van een bewonerscoöperatie uit te werken. Nadat de coöperatie is opgericht, kan door middel van bijeenkomsten, publicaties etc. verdere bekendheid worden gegeven aan het (mede)eigenaarschap door bewoners en kunnen meer bewoners uit Dukenburg aansluiten bij de coöperatie. Dit geldt voor zowel huurders als particuliere woningeigenaren. We verwachten dat dit circa 1-2 jaar doorlooptijd meebrengt. De statuten van het warmtebedrijf voorzien in de mogelijkheid tot toetreding van een bewonerscoöperatie als aandeelhouder en tevens is voorzien in de mogelijkheid van het instellen van een Raad van Advies.
4.3
Organisatie, management en personeel
4.3.1 Besluitvorming en zeggenschap Het warmtebedrijf kent de volgende organen: Aandeelhouders: gemeente Nijmegen (25,5% van de aandelen), Firan (37,25% van de aandelen) en IEG (37,25% van de aandelen. Statutair bestuurder: bij oprichting wordt Firan B.V. als statutair bestuurder benoemd. Het benoemen van een rechtspersoon als bestuurder heeft als voordeel dat alle aansprakelijkheden en de bijbehorende verzekeringen goed kunnen worden geregeld. Directeur: deze moet nog worden benoemd en zal belast zijn met de dagelijkse leiding van het warmtebedrijf. De gemeenteraad heeft op 16 april 2025 besloten over de contouren van het publiek integraal warmtebedrijf. Wat betreft de zeggenschapsverdeling was daarbij het uitgangspunt dat alle besluiten met impact op publieke waarden als duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid in unanimiteit door alle aandeelhouders worden genomen. De lijst met besluiten die het betreft, vormde de basis voor de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst. Die lijst is nogmaals opgenomen in bijlage 3 bij dit bedrijfsplan.
4.3.2 Organisatie Het warmtebedrijf wordt in eerste instantie bemenst door een compact team. In het team worden de volgende rollen ingevuld: Directeur: strategische aansturing en het dagelijkse bestuur van het warmtebedrijf. Business controller: financiële beheer en de bewaking van de financiële gezondheid van het bedrijf. Compliance officer: waarborging dat het warmtebedrijf voldoet aan relevante wet- en regelgeving, evenals interne beleidsrichtlijnen. Dit team schakelt vanuit een opdrachtgevende rol verschillende expertises en diensten in om het warmtenet te ontwikkelen, realiseren en exploiteren. Hiervoor wordt het warmteservicebedrijf van Alliander ingehuurd via Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
18
quasi-inbesteding. Totdat het warmteservicebedrijf is opgericht, worden professionals van Firan ingezet. Tegelijkertijd wordt specialistische expertise ingeschakeld vanuit derden, zoals adviesbureaus of andere marktpartijen. Tot slot zullen medewerkers van de gemeente Nijmegen bij aanvang nog taken voor het warmtebedrijf vervullen. De taken op te pakken door de gemeente en taken op te pakken door Firan worden nog uitgewerkt en vastgelegd. De ureninzet zal worden vergoed door het warmtebedrijf.
4.3
Aansturing en toezicht
De aansturing van het warmtebedrijf vindt vanuit de gemeente Nijmegen plaats zoals vastgelegd in de Kadernota verbonden partijen. De invulling van de rollen rond deze deelneming in de privaatrechtelijke vennootschap bij oprichting is als volgt: Aandeelhoudersrol: wethouder Financiën Opdrachtgeversrol: wethouder Duurzaamheid De gemeenteraad beslist over de financiële consequenties van de oprichting voor de gemeente en geeft wensen en bedenkingen mee over het aangaan van de deelneming. Na oprichting vindt monitoring plaats volgens de principes zoals verwoord in de Kadernota Verbonden Partijen: De gemeenteraad monitort de ontwikkelingen aan de hand van de informatie in het kader van de reguliere P&C-cyclus: Stadsbegroting, Voorjaarsnota- en Najaarsnota, eerste voortgangsmonitor, tweede voortgangsmonitor en Stadsrekening. In artikel 9 Bbv is bepaald dat in de begroting een paragraaf ‘verbonden partijen’ moet zijn opgenomen.
Artikel 15 van het Bbv bepaalt dat in deze paragraaf tenminste de volgende onderwerpen aan de orde moeten komen: de visie en beleidsvoornemens ten aanzien van de verbonden partijen; een lijst van verbonden partijen onderverdeeld naar bepaalde soorten; de lijst van verbonden partijen met daarin per partij ten minste informatie over; o De wijze waarop de gemeente een belang heeft en welk openbaar belang daarmee gediend wordt o Het belang aan het begin en verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar o De verwachte omvang van het eigen en vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en einde van het begrotingsjaar o Eventuele risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie Eventuele door het college geconstateerde (politieke) risico’s en actuele ontwikkelingen worden expliciet benoemd. Pas wanneer voor het warmtebedrijf aanvullende financiële inbreng vereist is vanuit de aandeelhouders, bijvoorbeeld bij uitbreiding naar andere wijken dan in hoofdstuk 2 beschreven indien daar aanvullende middelen nodig zijn, of bij tegenvallende resultaten die bijstorting van de aandeelhouders vragen boven het bedrag van de reserve aardgasvrij, wordt de gemeenteraad opnieuw een besluit voorgelegd in relatie tot deze deelneming.
Voor adequaat toezicht op deelnemingen is de instelling van een Raad van Commissarissen (RvC) gebruikelijk. In relatie tot de Wcw is echter geconstateerd dat een Raad van Commissarissen mogelijk op gespannen voet staat met het uitgangspunt in de Wcw dat publieke partijen doorslaggevende zeggenschap moeten hebben in een warmtebedrijf. Met name als een RvC goedkeuringsrechten heeft, verschuift zeggenschap van de publieke aandeelhouders naar het toezichthoudend orgaan dat onafhankelijk moet opereren van die aandeelhouders en uit natuurlijke personen staan. Dat is onwenselijk. In plaats van instelling van een RvC organiseren we in plaats van daarvan nauwe en frequente betrokkenheid van de aandeelhouders: er vindt tenminste eens per kwartaal een AVA plaats óf een bestuurlijk overleg dat een formele AVA vervangt (maar wel minimaal één AVA per jaar). Ondersteunend vindt er ook op strategisch/tactisch niveau overleg plaats tussen de aandeelhouders en het warmtebedrijf.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
19
4.4
Het warmtebedrijf in relatie tot aanbestedings- en staatssteunrecht
Aanbestedingsrecht Het zoeken en selecteren van partners die mede-aandeelhouder worden van het warmtebedrijf is op zichzelf geen aanbestedingsplichtige opdracht. De Europese beginselen van gelijke behandeling en transparantie zijn evenwel van toepassing. Dat betekent dat de samenwerkingspartner op een non-discriminatoire, transparante en op mededinging gebaseerde wijze gekozen moet worden (‘gelijk speelveld’). Om daaraan te voldoen heeft de gemeente Nijmegen een marktconsultatie georganiseerd om geschikte partijen te vinden. Verder is het van belang dat het warmtebedrijf zelf aanbestedingsvrij opdrachten kan gunnen aan een nog op te richten warmteservicebedrijf alsook in de omgekeerde richting aan Alliander/Firan. Dit is mogelijk door gebruik te maken van de uitzondering zoals opgenomen in artikel 3.25 Aanbestedingswet. Staatssteun De aandeelhouder gemeente Nijmegen is gebonden aan de kaders van het staatssteunrecht. Er is sprake van onrechtmatige staatssteun als voldaan is aan alle vijf criteria uit artikel 107 lid 1 VWEU. Dat wil zeggen dat aan alle voorwaarden moet worden voldaan alvorens er sprake is van staatssteun. De criteria gesteld in artikel 107 lid 1 VWEU zijn: 1. De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht.
2. 3. 4. 5.
De steun wordt door de overheid bekostigd. Deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit). De maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio. De maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de Europese Unie.
Indien de gemeente als aandeelhouder onder marktconforme voorwaarden deelneemt in een onderneming, is er geen sprake van onrechtmatige staatssteun ten opzichte van de overige aandeelhouders. In het geval van het warmtebedrijf gelden voor alle aandeelhouders dezelfde voorwaarden, risico's en inkomsten. Daarmee is sprake van een economische transactie op voet van gelijkheid en daarmee is voldaan aan het 'Market Economy Principle'. Meer in het bijzonder is in ieder geval voldaan aan de uitgangspunten zoals genoemd in de punt 86 en 87. van de Mededeling van de Commissie over dit onderwerp. Zoals toegelicht in paragraaf 6.2 is er na oprichting mogelijk sprake van garantieverstrekking door de gemeente Nijmegen. Dat gebeurt in het geval er niet of niet tijdig van het nationale Waarborgfonds in wording gebruik kan worden gemaakt. De BNG kan het warmtebedrijf dan toch al financieren. Naar rato van de aandelenverhouding zal de gemeente deze garantie alsdan doorleggen naar de andere aandeelhouders: Firan en IEG. Ter voorkoming van staatssteun moet de gemeente bij het verstrekken van leningen en/of garanties marktconform handelen, dit betekent dat zowel de rente op de leningen als de premies voor garantie marktconform moeten zijn. In relatie tot staatsteun zijn nog twee andere punten relevant: 1. Warmtelevering zal bij inwerkingtreding van de Wcw worden aangemerkt als publieke taak.
Ongeoorloofde staatssteun van een gemeente aan een warmtebedrijf is dan niet meer aan de orde. Mocht de Wcw onverhoopt niet doorgaan, dan kan de gemeenteraad de warmtelevering nog oormerken een Dienst van Algemeen Economisch Belang, waarmee ongeoorloofde staatssteun ook niet aan de orde is. 2. Een vraag die het warmtebedrijf te zijner tijd zelf moet onderzoeken is of het warmtebedrijf zelf kan worden gezien als steunverlenende entiteit, omdat zij is opgericht door publieke partijen en grotendeels publiek wordt gefinancierd. Kortingen op het warmtetarief voor bedrijven die klant zijn van het warmtebedrijf kunnen bijvoorbeeld staatssteun zijn. Bij kortingen aan particulieren speelt dit vraagstuk niet.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
20
5
Businesscase
De businesscase van het warmtebedrijf vormt de basis voor het beoordelen van de financiële haalbaarheid van de aanleg en exploitatie en de risico’s daarbij. De kostenstructuur omvat zowel de initiële investeringen in infrastructuur, zoals leidingen, warmtebronnen en aansluitingen, als de operationele kosten, waaronder onderhoud en energieverbruik. De opbrengstenkant wordt gevormd door de inkomsten uit de warmtelevering, de initiële ‘bijdrage aansluitkosten’, of wel de BAK, en de subsidies. In dit hoofdstuk worden daarom achtereenvolgens eerst de opbouw en uitkomsten van de businesscase van het warmtebedrijf, de benodigde investeringen, het meerjarenexploitatieoverzicht en de fiscale aandachtspunten gepresenteerd.
5.1
Globale opbouw van de businesscase
Deze paragraaf biedt een overzicht van de belangrijkste uitgangspunten en de bouwstenen van de businesscase, inclusief de onderliggende Capital Expenditures (CAPEX), Operational Expenditures (OPEX) en de opbrengsten. De opbouw van de businesscase is schematisch als volgt: Restwaarde BAK
Omzet
NCW = 0 t0
t30 Inkoopkosten, onderhoud en overige kosten Herinvesteringen
Herinvesteringen
Investeringen
Figuur 9: Kasstromen in de businesscase van een warmtenet.
De donkerrode lange pijlen aan de voorkant staan voor de investeringen in de aanleg van het warmtesysteem: buizen, warmtestations, hulpwarmtecentrale, inpandig leidingwerk, afgiftesets etc. Het aantal aansluitingen neemt langzaam toe, te zien aan de ingroei van de lichtrode en lichtgroene pijlen. Gaandeweg de exploitatie krijgt het warmtebedrijf inkomsten (lichtgroene pijlen) en maakt zij kosten (lichtrode pijlen) en heeft zij herinvesteringen te doen. Aan het einde heeft het warmtenet een restwaarde. Om op een Netto Contante Waarde (NCW) van ‘0’ te komen, brengt het warmtebedrijf een Bijdrage Aansluitkosten (BAK) in rekening bij de vastgoedeigenaren. Bij NCW=0 zijn de opbrengsten voor het warmtebedrijf voldoende om de kosten en investeringen te kunnen dekken. In de uitwerking van de businesscase is zaak geldstromen zo op elkaar af te stemmen dat de aansluitbijdrage voor eindgebruikers acceptabel en te dragen is.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
21
5.2
Kerngegevens uit de businesscase
De businesscase bevat bedrijfsgevoelige informatie. Om de financiële en economische belangen van het warmtebedrijf en haar aandeelhouders te beschermen, zal het college geheimhouding opleggen op de businesscase. Onderstaande tabellen en figuren geven kerngegevens uit de businesscase weer. Belangrijkste bedragen businesscase Dukenburg Totaalbedrag Totaalbedrag geïndexeerd (€) ongeïndexeerd (€) CAPEX (incl herinvesteringen) 278,7 mln 235 mln OPEX 324,9 mln Omzet 590,8 mln Subsidies 51,5 mln Restwaarde warmtenet 62,0 mln Overige resultaten Rendement 3,92% Netto contante waarde na 30 jaar 33.433 Tabel 3: Kerncijfers uit de businesscase.
Figuur 10: Operationele inkomsten gedurende projectduur.
Figuur 11: Netto contante waarde van de kasstromen per jaar. De oranje lijn laat de liquiditeitspositie in de tijd zien van het warmtebedrijf.
Kasstromen Het warmtenet vraagt investeringen aan de voorkant, terwijl de inkomsten pas later volgen, hetgeen leidt tot negatieve kasstromen in de beginjaren van het traject. Het warmtenet ‘loopt in 12 jaar vol’, ofwel in 12 jaar worden alle aansluitingen in de wijk gerealiseerd, te zien aan de groeiende groene en rode pijlen van zowel de inkomsten als de kosten. Na 15 jaar zijn de investeringen naar verwachting terugverdiend en wordt de cumulatieve kasstroom, ofwel de liquiditeitspositie van het warmtebedrijf positief. Kijkend naar de cumulatieve kasstromen, ook wel de liquiditeitsstroom genoemd, de oranje lijn, dan blijkt dat in 2033 sprake is van het diepste punt van de ‘badkuip’ met een omvang van 103 mln. Het feit dat de oranje lijn eerst negatief is en na 15 jaar positief wordt, laat Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
22
zien dat er sprake is van een financieel haalbaar project met een financieringsopgave voor de periode dat de oranje lijn negatief is. Die spreekwoordelijke badkuip moet van begin tot eind gefinancierd worden. In het volgende hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze die financiering invulling krijgt. Bijdrage Aansluitkosten (BAK) Elk warmteproject heeft een onrendabele top, ondanks alle subsidies. Om de businesscase sluitend te krijgen, wordt aan vastgoedeigenaren een Bijdrage Aansluitkosten (BAK) gevraagd aan de vastgoedeigenaren. De hoogte van die BAK wordt zo gekozen dat de Netto Contante Waarde (NCW) van alle kasstromen ‘0’ is, wat betekent dat de opbrengsten opwegen tegen de kosten en investeringen van het project en dat de kapitaalverschaffers hun rente op het vreemd vermogen c.q. rendement op het eigen vermogen ontvangen. Hierbij hanteren partijen het rendement zoals geschetst in paragraaf 6.4. Na oprichting van het warmtebedrijf wordt voor het warmtenet Dukenburg het definitief ontwerp uitgewerkt. Het warmtebedrijf werkt vervolgens toe naar een definitief investeringsbesluit eind 2025. De businesscase wordt na oprichting nog verder gedetailleerd door veelvoorkomende woningtypen in Dukenburg te schouwen. Zo kunnen de begrotingsposten voor aansluitleidingen en inpandig leidingwerk worden aangescherpt.
Pas dan kan de definitieve BAK worden bepaald, eventueel uitgesplitst naar woning-/gebouwtype. Rendement en terugverdientijd Firan, IEG en gemeente hanteren alle drie het maatschappelijke en redelijke rendement van 7% op het ingebrachte eigen vermogen in de businesscase. Commerciële partijen kennen doorgaans een hogere rendementseis van 15% tot 20% op het eigen vermogen. Zoals in hoofdstuk 4 beschreven, heeft de gemeente straks 25,5% van de aandelen in handen en Firan en IEG samen 74,5%. In die verhouding wordt het eigen vermogen ingebracht, waarover in het volgende hoofdstuk ‘Financiering’ meer wordt toegelicht. De terugverdientijd bedraagt 25 jaar: na 25 jaar wordt het ingebrachte vermogen terugverdiend uit de inkomsten van het warmtenet, zoals te zien in Figuur 11, waar de oranje lijn na 25 jaar van negatief naar positief gaat (‘door de 0-lijn gaat’). Het rendement op eigen vermogen en het projectrendement hangen als volgt samen. Het projectrendement, ofwel de WACC van het project, de Weighted Avarage Cost of Capital, is het gewogen gemiddelde van het rendement op het ingebrachte eigen vermogen en de rente op het vreemde vermogen. Het vreemd vermogen is een lening bij de bank.
5.3
Beoordeling robuustheid businesscase
De businesscase is opgesteld door Firan. Firan heeft als warmteinfrabedrijf de benodigde kennis, ervaring en expertise om tot een robuuste en realistische businesscase te komen. Voor extra zekerheid en ondersteuning van de besluitvorming over de deelname in het warmtebedrijf heeft de gemeente Nijmegen namens de drie oprichtende partijen adviesbureau Fakton gevraagd een second opinion uit te voeren op de businesscase (bijlage 5). Omdat ook de second opinion bedrijfsgevoelige informatie bevat, is bijlage 5 geheim. De conclusies van de second opinion zijn samengevat als volgt: Overall conclusie is dat de businesscase robuust is, ondanks een lage projectrendementseis van 3,92%. De verschillende begrotingsposten voor de investeringen die het warmtebedrijf moet doen, zijn conservatief en marktconform begroot. De jaarlijkse kasstroom van de businesscase is vanaf de start van levering positief en robuust. De rekenkundige werking van het model voor de businesscase is beoordeeld: die is juist en volgt de juiste financiële rekenregels. De businesscase bevat zowel financiële risico’s (minnen) als mogelijke meevallers (plussen). Fakton oordeelt dat deze in balans zijn. Desalniettemin is het wenselijk een onderbouwde inschatting van financiële risico’s op te nemen, zie hiervoor paragraaf 6.5.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
23
5.4
Fiscaliteit
De fiscale gevolgen voor het warmtebedrijf hangen af van de financiële stromen en de activiteiten die het warmtenet bedrijf aan derden gaat verrichten. Het warmtebedrijf is een zelfstandige entiteit waarvoor diverse rijksbelastingen van toepassing zijn. Afhankelijk van de activiteiten die de B.V. verricht zal belastingplichtigheid vanwege onderstaande rijksbelastingen optreden. Het warmtebedrijf zal op eigen titel de fiscale status/uitgangspositie met de Belastingdienst uit de regio moeten afstemmen. Geadviseerd wordt om bij het regio kantoor van de Belastingdienst de fiscale status af te stemmen in verband met onderstaande rijksbelastingen. Vennootschapsbelastingplicht (VPB): een B.V. is altijd belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit betekent dat de B.V. jaarlijks aangifte moet doen over haar winst. VPB Verliesverrekening: verliezen kunnen worden verrekend met winsten uit voorgaande jaren of toekomstige jaren, wat kan helpen om de belastingdruk te verminderen. Innovatie box: voor winsten uit innovatieve activiteiten kan de B.V. gebruik maken van de innovatie box, waardoor een lager belastingtarief geldt. BTW: een B.V. is btw-plichtig. Dit betekent dat een B.V. btw moet berekenen en afdragen over de goederen en diensten die zij levert. Afhankelijk van de activiteit die wordt verricht wordt btw wel of niet in rekening gebracht aan de afnemers/bewoners.
In deze situatie gaat het om de levering van elektra en deze activiteit is voor de btw een belastbare prestatie. Loonheffingen: als het warmtenet wordt gefaciliteerd vanuit een B.V. dan zal de B.V. inhoudingsplichtig worden voor de loonheffingen en sociale premies. De B.V. dient zich te registreren als werkgever. Bestuurdersaansprakelijkheid: de bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor bestuurders van commerciële ondernemingen die een rechtspersoon zijn, volledig rechtsbevoegd zijn en die vallen onder de vennootschapsbelasting. De bestuurders worden fiscaal aansprakelijk gesteld als de onderneming de belastingen en premies niet kan betalen. Energiebelasting: de exploitant van een warmtenet krijgt te maken met energiebelasting. Dividendbelasting: als de B.V. dividend uitkeert op aandelen, houdt de bv dividendbelasting in. Overdrachtsbelasting: bij de oprichting van een B.V. is overdrachtsbelasting niet direct verschuldigd. Echter, als de B.V. onroerende zaken verwerft, kan overdrachtsbelasting wel van toepassing zijn. Hiervan is sprake als bijvoorbeeld als de B.V. onroerende zaken koopt of als de oprichter van de B.V. vooruitlopend op de oprichting onroerende zaken in eigendom verkrijgt.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
24
6
Financiering en risico’s
Uit hoofdstuk 5 bleek dat de financieringsopgave van het warmtebedrijf wordt gevormd door de periode waarin de cumulatieve kasstroom die de liquiditeitspositie van het warmtebedrijf weergeeft, negatief is. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de financiering van het warmtebedrijf wordt ingevuld.
6.1
Financieringsopgave warmtebedrijf
In het vorige hoofdstuk werd de te financieren liquiditeitsstroom gepresenteerd die we hier volledigheidshalve herhalen:
Figuur 12: overzicht liquiditeitsstroom.
De financieringsopgave per jaar staat weergegeven in de volgende tabel. Deze komt overeen met de oranje lijn uit bovenstaande grafiek. De negatieve bedragen tot 2043 betreffen de te financieren bedragen. Totaal (cumulatief)
€
2025 €
2026 -5.676.059 €
2027 -24.747.024 €
2028 -35.230.000 €
2029 -46.921.080 €
2030 -61.655.253 €
2031 -72.809.669 €
2032 -81.942.171 €
2033 -86.587.256 €
2034 -90.591.295
Totaal (cumulatief)
€
2035 -93.925.952 €
2036 -96.565.595 €
2037 -98.483.925 €
2039 -90.417.246 €
2040 -81.041.709 €
2041 -71.525.112 €
2042 -66.218.897 €
2043 -58.637.319 €
2044 -50.954.752
Totaal (cumulatief)
€
2045 -43.188.078 €
2046 -35.360.235 €
2047 -27.446.081 €
2038 -99.653.969 € 6,322% 2048 -19.425.050 €
2049 -11.295.627 €
2050 -3.056.277 €
2051 5.294.552 €
2052 12.990.185 €
2053 20.564.494 €
2054 29.057.404
Totaal (cumulatief)
€
2055 39.614.263 €
2056 50.323.733 €
2057 114.184.694
Tabel 4: financieringsopgave per jaar.
Financieringsstructuur: de rendementseis van het project verlagen door aantrekken vreemd vermogen Firan hanteert een rendementseis van 7% op het eigen vermogen, afhankelijk van de risico’s van het project. Voor de gemeente is logisch de rendementseis van Firan te spiegelen, aangezien bij verschillende rendementseisen onlogische en ongewenste prikkels ontstaan bij de sturing op het warmtebedrijf. Het aantrekken van vreemd vermogen is vervolgens een goede manier om de rendementseis op projectniveau omlaag te krijgen. Van belang hierin is het proces van de Wcw. Vóór de zomer wordt de Wcw behandeld in de Tweede Kamer met als inzet dat deze wet per 1-1-2026 inwerking treedt. Tegelijkertijd worden ook instrumenten uitgewerkt om de betaalbaarheid voor eindgebruikers te verbeteren, waaronder het Nationaal Waarborgfonds (WBF) voor warmtenetten. Met een garantie van WBF is de BNG in staat om minimaal 70% te financieren tegen een relatief lage rente. Conditional financial close uitgaande van komst Nationaal Waarborgfonds Gegeven deze condities die nationaal worden voorbereid, is het uitgangspunt van het warmtebedrijf dat de Wcw wordt ingevoerd. Dit brengt de keuze voor financiering van het warmtebedrijf onder de conditie van inwerkingtreding Wcw dichterbij, waarmee een zogenaamde conditional financial close. Pas later in Q4 zijn de Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
25
werkelijke investeringsbeslissingen te nemen bij het aanbesteden van de aannemers die de uitvoering van Dukenburg gaan doen. Op dat moment worden de definitieve investeringsbesluiten genomen en is bekend in hoeverre de conditie van een WBF daadwerkelijk invulling gaat krijgen. Uitgaande van het WBF ontstaat het beeld dat het warmtebedrijf 70% van de liquiditeitsbehoefte van maximaal EUR 105 miljoen als vreemd vermogen kan aantrekken, tegen een rente van ca. 3,5% vóór belasting, ofwel ca 2,5% na belasting. Rendement op eigen vermogen 7%, projectrendement 4% Als oprichters voerden we intensieve gesprekken om het rendement op eigen vermogen zo laag mogelijk te krijgen. Voor een opstartend warmtebedrijf zijn de risico’s hoog. Het risico van voldoende volloop is met kop en schouders het belangrijkste risico, gevolgd door het tijdig verkrijgen van vergunningen. Een belangrijke risicobeheersing voor de volloop is inzet van de aanwijsbevoegdheid in het kader van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, waarmee de gemeente gebieden kan aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden.
Onder toezegging dat de gemeente de inzet van dit instrument zal onderzoeken en onder de afspraak dat eventuele hogere opbrengsten dan geraamd in het project blijven zitten totdat de meest risicovolle fase van de volloop is gepasseerd, zijn Firan en IEG in staat en bereid hun rendement op eigen vermogen vast te stellen op 7%, waarbij we een dividendbeleid afspreken volgens de principes van ‘cumulatief preferent dividend van 6%’, zoals beschreven in paragraaf 6.4. Bij elkaar leveren deze bewegingen op de vergoeding van het eigen en vreemd vermogen een gemiddelde projectrendementseis op van ongeveer 4%, volgens de berekening van de WACC zoals in paragraaf 5.3 onder rendement en terugverdientijd geformuleerd. Dit projectrendement is gekeken naar de markt relatief een zeer laag rendement voor een warmtebedrijf in deze fase van oprichting. Hoe lager het projectrendement, hoe lager de tarieven hoeven te zijn om dit rendement te realiseren.
6.3
Inbreng eigen vermogen
Voor de in te brengen financiële middelen door de gemeente, is het aandeel van de gemeente in het warmtebedrijf van belang. Zoals in hoofdstuk 4 geschetst, kiest de gemeente voor een belang van 25,5% in het warmtebedrijf. De financieringsstructuur is schematisch weergegeven in onderstaande figuur:
Figuur 13: Verdeling inbreng eigen vermogen en vreemd vermogen aandeelhouders.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
26
De gemeentelijke inbreng van eigen vermogen heeft daarmee de omvang zoals onderstaand cumulatief weergegeven, steeds 7,65% (= 25,5% x 30%) van de totaal benodigde liquiditeit van het warmtebedrijf. Totaal (cumulatief) Vreemd vermogen (70%) Eigen Vermogen gemeente (7,65%) Eigen Vermogen Firan en IEG (22,35%) Risico voor gemeente (cumulatief)
€ € € € €
2025 € € € € €
2026 -5.676.059 € -3.973.241 € -434.218 € -1.268.599 € -358.833 €
2027 -24.747.024 € -17.322.917 € -1.893.147 € -5.530.960 € -1.564.476 €
2028 -35.230.000 € -24.661.000 € -2.695.095 € -7.873.905 € -2.227.197 €
2029 -46.921.080 € -32.844.756 € -3.589.463 € -10.486.861 € -2.966.292 €
2030 -61.655.253 € -43.158.677 € -4.716.627 € -13.779.949 € -3.897.768 €
2031 -72.809.669 € -50.966.768 € -5.569.940 € -16.272.961 € -4.602.937 €
2032 -81.942.171 € -57.359.520 € -6.268.576 € -18.314.075 € -5.180.282 €
2033 -86.587.256 € -60.611.079 € -6.623.925 € -19.352.252 € -5.473.939 €
2034 -90.591.295 -63.413.906 -6.930.234 -20.247.154 -5.727.069
Totaal (cumulatief) Vreemd vermogen (70%) Eigen Vermogen gemeente (7,65%) Eigen Vermogen Firan en IEG (22,35%) Risico voor gemeente (cumulatief)
€ € € € €
2035 -93.925.952 € -65.748.166 € -7.185.335 € -20.992.450 € -5.937.882 €
2036 -96.565.595 € -67.595.916 € -7.387.268 € -21.582.410 € -6.104.757 €
2037 -98.483.925 € -68.938.748 € -7.534.020 € -22.011.157 € -6.226.031 €
2039 -90.417.246 € -63.292.072 € -6.916.919 € -20.208.254 € -5.716.066 €
2040 -81.041.709 € -56.729.196 € -6.199.691 € -18.112.822 € -5.123.356 €
2041 -71.525.112 € -50.067.578 € -5.471.671 € -15.985.862 € -4.521.729 €
2042 -66.218.897 € -46.353.228 € -5.065.746 € -14.799.924 € -4.186.276 €
2043 -58.637.319 € -41.046.123 € -4.485.755 € -13.105.441 € -3.706.978 €
2044 -50.954.752 -35.668.327 -3.898.039 -11.388.387 -3.221.296
Totaal (cumulatief) Vreemd vermogen (70%) Eigen Vermogen gemeente (7,65%) Eigen Vermogen Firan en IEG (22,35%) Risico voor gemeente (cumulatief)
€ € € € €
2045 -43.188.078 € -30.231.655 € -3.303.888 € -9.652.536 € -2.730.297 €
2046 -35.360.235 € -24.752.165 € -2.705.058 € -7.903.013 € -2.235.430 €
2047 -27.446.081 € -19.212.257 € -2.099.625 € -6.134.199 € -1.735.107 €
2038 -99.653.969 € -69.757.778 € -7.623.529 € -22.272.662 € -6.300.000 € 6,322% 2048 -19.425.050 € -13.597.535 € -1.486.016 € -4.341.499 € -1.228.028 €
2049 -11.295.627 € -7.906.939 € -864.115 € -2.524.573 € -714.095 €
2050 -3.056.277 € -2.139.394 -233.805 -683.078 -193.214
2051 5.294.552 €
2052 12.990.185 €
2053 20.564.494 €
2054 29.057.404
Totaal (cumulatief) Vreemd vermogen (70%) Eigen Vermogen gemeente (7,65%) Eigen Vermogen Firan en IEG (22,35%) Risico voor gemeente (cumulatief)
€
2055 39.614.263 €
2056 50.323.733 €
2057 114.184.694
Tabel 5: Gemeentelijke inbreng van eigen vermogen cumulatief per jaar.
Inbreng gemeente Nijmegen Met de financiële bijdrage die de gemeente Nijmegen inbrengt, verkrijgt zij een belang in de onderneming. Voor deze onderneming is dat eigen vermogen, voor de gemeente is dit een aandelenbelang. In eerste instantie is dat voor de gemeente alleen een balansmutatie, waarbij een bankbetaling wordt gedaan en de aandelen als financiële vaste activa op de balans van de gemeente Nijmegen worden geboekt. Het belangrijkste risico dat de gemeente loopt bij de financieringswijze zoals geschetst, is het feit dat het Waarborgfonds bij zich voordoende ‘defaults’ – het warmtebedrijf is niet in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen – verwacht dat 1/3 van deze defaults door de aandeelhouders van het warmtebedrijf wordt opgevangen. Daarmee loopt de gemeente het risico als aandeelhouder voor 7,65% van de defaults en daarboven 25,5% van 1/3 van het vreemde vermogen, zijnde 8,5% uitgedrukt ten opzichte van het vreemde vermogen of 6% voor defaults uitgedrukt ten opzichte van het totale vermogen. Bij elkaar draagt de gemeente het risico van 13,65% van de zich voordoende risico’s. Om deze risico’s te dekken, neemt de gemeente deze mee in haar risico-inventarisatie en vertaalt deze door naar het benodigde weerstandsvermogen voor de gehele gemeente. Verderop in dit hoofdstuk worden de risico’s van het warmtebedrijf beschreven.
Op basis daarvan bedraagt de voorgestelde risicoreservering steeds 83% van het door de gemeente ingebrachte vermogen. Rol BNG BNG Bank speelt een belangrijke rol in het financieren van publieke integrale warmtebedrijven door betaalbare leningen met lage rente en gunstige voorwaarden te verstrekken aan publieke en semipublieke instellingen. De bank ondersteunt duurzame projecten die bijdragen aan de energietransitie, zoals warmtenetten en geothermie, en beoordeelt de financiële haalbaarheid en risico’s van deze initiatieven. Met haar focus op publieke belangen en samenwerking met andere financiers helpt BNG Bank gemeenten en warmtebedrijven bij het realiseren van klimaatdoelen en een duurzame warmtevoorziening. BNG is mede-initiator van het Waarborgfonds. Bij gebruikmaking van het waarborgfonds is BNG de aangewezen financier. BNG zoek hierbij zelf samenwerking met andere banken ten behoeve van risicospreiding.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
27
6.4
Beoogde opbrengsten uit investeringen - dividend
Het dividend binnen Nijmegen Warmte wordt uitgekeerd volgens de principes van cumulatief preferent dividend met een hoogte van 6%. De kern van deze vorm van dividendbeleid is dat bij minder inkomsten dan gepland, de verplichting tot uitkeren van dividend wordt ‘opgespaard’ totdat het bedrijf in staat is dit dividend uit te keren en zodra sprake is van meer inkomsten dan gepland, dat er niet meer wordt uitgekeerd dan 6%. De aandeelhouders beslissen met elkaar op welke manier die eventuele overschotten in te zetten. Deze vorm van dividendbeleid is daarmee risicomitigerend voor de aandeelhouders, beschermt de B.V. bij eventuele tekorten aan inkomsten tegen de noodzaak van uitkeren van dividend en stelt de aandeelhouders in staat eventuele hogere winsten dan begroot in te zetten zoals hen goed dunkt. Om dit te operationaliseren zijn er twee typen aandelen: gewone aandelen met stemrecht en winstrecht en cumulatief preferente aandelen met alleen winstrecht. Alle benodigde stortingen boven de nominale waarde zijn agiostortingen op de cumulatief preferente aandelen die opgevraagd worden naar behoefte en gestort worden naar rato van het aandeelhouderschap.
6.5
Risicoanalyse
Voor de ontwikkeling en realisatie van het warmtenet vanuit het warmtebedrijf zijn er verschillende risico’s die wanneer ze zich voordoen door de aandeelhouders opgevangen moeten worden. Om te bepalen wat het risicoprofiel van het warmtenet voor het warmtebedrijf is, somden we in onderstaande tabel de risico’s op met een kans van optreden en een impact wanneer het risico zich voordoet. De risico’s zullen zich nooit allemaal tegelijk voordoen, maar als er zich een voordoet, is direct de volledige schade aan de orde. Gegeven het aantal risico’s, geeft deze probabilistische benadering waarbij de kans x gevolg van alle risico’s wordt opgeteld een goed handvat voor dit risicoprofiel. In onderstaande tabel is dit weergegeven. Risico CAPEX: algemeen CAPEX: inpandig werk appartementen OPEX % Volloop: aansluitpercentage ggb Volloop: aansluitpercentage gestapeld Volloop: aansluitpercentage utiliteit Volloop: aansluittempo Warmtevraag Inkoopprijs Energieprijzen Dekkingsgraad ARN WIS EIA
Negatief scenario 10% 100% 10% -10% -15% -15% + 2 jaar -10% 10% -10% -5% alleen 30 mln eerste 6 jaar geen EIA
Kans van optreden 15% 40% 15% 15% 15% 35% 50% 15% 25% 25% 25% 25% 15% Totaal Aandeel gemeente Aandeel Firan/IEG
Impact
Kans x gevolg
€ -20.414.131 € -11.441.738 € -5.574.347 € -3.003.075 € -7.500.000 € -8.840.313 € -4.433.434 € -8.735.737 € -3.689.703 € -1.990.642 € -3.884.000 € -22.566.953
€ € € € € € € € € € € €
-3.062.120 -4.576.695 -836.152 -450.461 -1.125.000 -2.320.582 -2.216.717 -1.310.361 -922.426 -497.661 -971.000 -5.641.738
€ -5.140.409 € -107.214.482
€ -771.061 € -24.701.974 € -6.299.003 € -18.402.970
Tabel 6: onderbouwing risicoreservering.
Uit de tabel volgt dat de gemeente Nijmegen een risicoreserve van EUR 6,3 mln dient te maken om de risico’s van het warmtenet op te kunnen vangen. Hiertoe wordt een bedrag van EUR 6,3 mln onttrokken aan de reserve aardgasvrij.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
28
7
Vervolg
Na besluitvorming door alle aandeelhouders werkt het warmtebedrijf toe naar een definitief investeringsbesluit ten aanzien van de realisatie van een warmtenet voor Dukenburg. De vervolgstappen zijn als volgt: Het voorlopig ontwerp voor het warmtenet wordt omgezet in een definitief ontwerp. De businesscase wordt daarbij verder gedetailleerd en gevalideerd, onder andere aan de hand van een technische schouw van woningen. Met warmteafnemers en de ARN als warmteproducent wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Het warmtebedrijf vraagt de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) aan. De financieringsaanvraag bij BNG wordt in gang gezet. De deelname van een bewonerscoöperatie wordt verder uitgewerkt. Aansluitbijdragen en tarieven per doelgroep worden definitief bepaald. Vervolgens wordt toegewerkt naar het omzetten van de conditional financial close naar een definitieve financial close.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
29
Bijlagen Bijlage 1
Toetsing besliskader kadernota verbonden partijen
Voor het oprichten van het publiek integraal warmtebedrijf vereist het oprichten van een nieuwe vennootschap. Op grond van de Kadernota verbonden partijen 2024 moet worden afgewogen of het passend is om bepaalde taken buiten de gemeentelijke organisatie te beleggen en zo ja, wat dan de geschikte vorm is. De kadernota geeft hiervoor een besliskader. Dit besliskader is hieronder toegepast. Stap 1: Publiek belang
Stap 2: Gemeentelijke betrokkenheid
Stap 3: Behartiging publiek belang met gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever of via PPS
Stap 4: Publiekrechtelijke deelneming
Stap 5: Oprichting van en deelneming in een privaatrechtelijk rechtspersoon.
Er is sprake van een publiek belang: gemeenten hebben de regie in de warmtetransitie: we maken duidelijk welke wijken en buurten wanneer van het gas af gaan en wat de beoogde alternatieve warmteoplossing komt. Het is een publiek belang dat er ook daadwerkelijk betaalbare en betrouwbare alternatieve warmteoplossingen komen. Met het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf dienen we dat belang. Volledige gemeentelijke betrokkenheid (ofwel uitvoering binnen de gemeentelijke organisatie) is niet nodig én ook niet mogelijk: voor het realiseren van warmtenetten en andere collectieve warmteoplossingen hebben we als gemeente niet de benodigde technische, operationele en financiële kennis. Het publiek belang kan niet worden behartigd via een opdracht- of subsidierelatie of als regelgever: de productie en levering van warmte door warmtebedrijven wordt gereguleerd door de Warmtewet en in de toekomst de Wet collectieve warmte. De dienstverlening en bedrijfsvoering van een publiek integraal warmtebedrijf beïnvloeden kan alleen met rechtstreekse zeggenschap en deelname. Het publiek belang kan niet worden behartigd via een gemeenschappelijke regeling. Een gemeenschappelijke regeling bestaat in beginsel uit bestuursorganen en/of andere openbare lichamen.
Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen alleen toetreden tot een gemeenschappelijke regeling als daar een wettelijke basis voor is. De beoogde samenwerkingspartners zijn Firan en het Innovatie- en Energiefonds Gelderland en op termijn het Gelders Warmtebedrijf (zie hoofdstuk 4). Hoewel zij indirect in publieke handen zijn, zijn zij zelf privaatrechtelijke rechtspersonen. Van een wettelijke basis voor hun toetreding tot een gemeenschappelijke regeling is in dit geval geen sprake. Het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon door de gemeente Nijmegen en de genoemde samenwerkingspartners blijft dan als enige optie over. Dit volgt overigens ook uit de Wcw: die vereist dat een warmtebedrijf een in aandelen verdeeld kapitaal heeft (zie hoofdstuk 4).
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
30
Bijlage 2
Openingsbalans warmtebedrijf bij oprichting
Activa
€ (x 1.000)
Vlottende activa
Passiva
€ (x 1.000)
Eigen vermogen
Liquide middelen
400
Aandelenkapitaal
1
Totaal vlottende activa
400
Agio
399
Totaal eigen vermogen
400
Totaal passiva
400
Totaal activa
400
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
31
Bijlage 3
Onderwerpen waarover bij unanimiteit besluitvorming plaatsvindt
Voor het goed functioneren van een warmtebedrijf is van belang dat besluiten op het juiste niveau genomen worden. Aandeelhouders moeten kunnen sturen op strategie en financiën, de directie moet tegelijkertijd mandaat hebben om het bedrijf van dag tot dag effectief te besturen. Een warmtebedrijf dient in de eerste plaats het maatschappelijk doel om betaalbaar en betrouwbaar warmte te leveren, niet voor winstmaximalisatie. Veel zaken in de bedrijfsvoering van een warmtebedrijf worden daarom bij wet geregeld, denk aan de duurzaamheid van warmtebronnen, leveringszekerheid en de berekening van tarieven. Vervolgens is de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) het hoogste orgaan. In de statuten en/of aandeelhoudersovereenkomst wordt vastgelegd voor welke onderwerpen welke stemverhoudingen gelden (bv. gewone meerderheid, gekwalificeerde meerderheid of unanimiteit). Met Firan en IEG is voorlopig de volgende lijst met onderwerpen vastgesteld waarover in de AVA besluitvorming bij unanimiteit plaatsvindt. De inschatting is dat de gemeente hiermee ook als minderheidsaandeelhouder voldoende sturingsmogelijkheden heeft om publieke waarden als betaalbaarheid, keuzevrijheid, duurzaamheid en leveringszekerheid te borgen. 1. 2. 3.
Tarifering, tenzij warmtetarieven bindend uit de Wet collectieve warmte volgen Vaststellen en goedkeuren van het meerjarig bedrijfsplan en bijbehorende investeringen Vaststellen van uitgangspunten en businesscase van nieuwe projecten, waaronder betaalbaarheid, rendement en duurzaamheid etc.) 4. Wijzigen statuten 5. Besluit tot fusie, splitsing, ontbinding, liquidatie of vervreemding 6. Oprichting van dochterondernemingen 7. Dividendbeleid 8. Uitgeven van nieuwe aandelen 9. Afwijking van aandeelhouders-overeenkomst en /of statuten 10. Benoemen/schorsing/ontslag cruciale functies 11. Toetreding van een nieuwe aandeelhouder (ook warmtegemeenschappen dus) 12. Alle onderwerpen de vennootschap betreffende, waarbij op structurele wijze de reputatie van een (van de) aandeelhouder(s) in het geding komt
Bijlage 4
Businesscase
De businesscase is als aparte bijlage bijgevoegd. Het college van B&W heeft geheimhouding opgelegd op de businesscase.
Bijlage 5
Second opinion businesscase
De second opinion van bureau Fakton op de businesscase is als aparte bijlage bijgevoegd. Het college van B&W heeft geheimhouding opgelegd op deze second opinion.
Bedrijfsplan Nijmegen Warmte B.V.
32