CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen stadsbegroting 2025-2028

Besluitronde (raadsvergadering) 18 december 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D6 d.d. 15 oktober 2024 over Beantwoording technische vragen Stadsbegroting 2025-202834.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 233

Vraag: Er is een investering opgenomen voor de ophoging van het krediet van de renovatie van de Schouwburg. Kunt u hier een gedetailleerdere berekening van laten zien? Met name hoe de indexering is berekend, hoe de gestegen bouwkosten worden onderbouwd en de overwegingen rondom het programma van eisen. Antwoord: Het aanvullend krediet is gebaseerd op de doorrekening van het programma van eisen, welke is vertaald in het structuurontwerp. Wij lichten deze raming graag toe tijdens een technische toelichting. De raming bevat marktgevoelige informatie en kunnen wij niet zomaar delen. In de raming van 2021 is een indexering van 2% per jaar opgenomen. Volgens de CBS statline index ligt deze op 31,48% tussen 2021 en 2023. Een andere oorzaak van de stijging van de bouwkundige kosten is dat door de totale vervangingsopgave van de E en W-installaties meer constructieve maatregelen nodig zijn, omdat dit aanpassing van o.a. leidingen, kanalen en plafondconstructie nodig maakt. Ook zijn de duurzaamheidseisen en toegankelijkheidseisen aangescherpt (zowel landelijk als gemeentelijk). Het programma van eisen is in november 2023 afgerond. Het programma van eisen is een verdieping en uitwerking van het Masterplan Plek in de stad, waarvoor in het coalitieakkoord “Ons Nijmegen” is gekozen door uw raad. Er zijn geen nieuwe richtingen uitgewerkt.

Het programma van eisen is een verzameling van eisen en wensen voor de renovatie van de Stadsschouwburg. De kerndoelen uit het Masterplan zijn vertaald in ruimtelijke, functionele en technische eisen, met daarbij beschreven de randvoorwaarden en relevante beleidskaders.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 233

Vraag: Kunt u een uitleg geven wat de reden is dat bepaalde zaken in eerste instantie niet waren meegenomen? Zoals de invulling van de buitenruimte en de vaste en losse inrichting? Antwoord: De raming in 2021 is gebaseerd op de toekomstvisie: het masterplan Plek in de stad, waarvoor door uw raad in de Stadsbegroting 2023 middelen beschikbaar zijn gesteld. In het Masterplan zijn de kerndoelen beschreven van de verbouwing van de Stadsschouwburg. In 2023 is de visie met de kerndoelen vertaald in een programma van eisen waaruit het structuurontwerp is ontstaan. In het programma van eisen is het vigerende beleid (zowel landelijk als gemeentelijk) opgenomen. Er zijn geen nieuwe richtingen uitgewerkt. Wel zijn de hoofddoelstellingen uit het Masterplan verder onderzocht en beschreven door o.a. adviezen van externe partijen en gesprekken met stakeholders. Het plan en de ramingen worden per fase steeds concreter en gedetailleerder.

70

De invulling van de buitenruimte was in beperkte mate meegenomen. De gebiedsvisie Stationsdisctrict, waar de buitenruimte van de Stadsschouwburg onderdeel van uitmaakt, ligt ter besluitvorming voor. Deze was er nog niet ten tijde van de raming in 2021. Bij de inrichting van de buitenruimte zoeken we naar ruimte voor vergroening zodat de verblijfskwaliteit verbetert en kan worden ingespeeld op klimaatadaptatie en verbetering van de biodiversiteit in het Stationsdistrict. De buitenruimte ligt in het Rijksbeschermd stadsgezicht van de 19e eeuwse stadsuitleg. De schouwburg vormt een belangrijke schakel tussen het Stationsdistrict en de binnenstad en vraagt om een goede ruimtelijke inpassing die perceeloverstijgend is. We sluiten hierbij aan bij de speerpunten en spelregels uit de gebiedsvisie Stationsdisctrict en onderliggend beleid. Het Masterplan Plek in de stad beschrijft de visie van een Stadsschouwburg die naast de functie als theater, ook ingezet wordt als betekenisvolle plek in de publieke ruimte van Nijmegen. Dus naast de noodzakelijke vervanging van installaties en bouwkundige renovatie ook aanpassingen die nodig zijn om meer ruimte voor verbinding te kunnen maken met de stad door de foyers en het theatercafé openbaar toegankelijk te maken als zogenaamde ‘public space’.

De invulling van de public space is verder uitgewerkt in het programma van eisen, welke is vertaald in het structuur ontwerp. De kosten voor de invulling van de public space zijn nu specifieker in beeld. Daarnaast valt onder vaste inrichting ook de theatertechnische inrichting. Het veranderen van het gebruiksconcept van het huidige Theatercafé naar een multifunctionele zaal genaamd “Flex-Zaal / Werkplaats” vanuit het Public Space concept betekent extra theatertechnische inrichting. De uitwerking van het Masterplan heeft in het SO geresulteerd in het toevoegen van een inschuiftribune, noodzakelijk voor acceptabele zichtlijnen. De inrichting van het public space concept is onvoldoende opgenomen in de raming van het masterplan. De theaterverlichting, geluidsinstallatie en stoelenplan theaterzaal zijn bij doorrekening in deze fase hoger geraamd, met name vanwege de indexering.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 233

Vraag: Als ik een rekensom maak van de genoemde bedragen dan kom ik op een bedrag van 17 miljoen euro; te weten: Hoger bouwkosten (5 miljoen)+ Sloopkosten (1 miljoen)+vervanging installaties (2,6 miljoen)+inrichting buitenruimte (1,1 miljoen)+vaste en losse inrichting (1,8 miljoen)+bijkomende kosten en onvoorzien kosten stijging (5,5 miljoen). Waar zit dit verschil in de 15,5 miljoen die in de begroting wordt genoemd en de 17 miljoen die de genoemde posten zouden kosten? Antwoord: De raming als onderlegger voor het aanvullend krediet is gebaseerd op een planconcept, het structuurontwerp, en telt op tot 17 miljoen. In deze fase achten wij een aanvullend krediet van 15,5 miljoen noodzakelijk om de volgende redenen: -

-

We weten dat er mogelijkheden zijn om de investering in de renovatie deels door subsidies gedekt te krijgen. Voor de meeste subsidies geldt dat we daarvoor verder in het proces moeten zijn met zicht op realisatie (fase omgevingsvergunning). Het goede nieuws is dat de DUMAVA-subsidie inmiddels is toegekend. De Stadsschouwburg maakt onderdeel uit van het Stationsdistrict en is strategisch gelegen aan het Keizer Karelplein, de Nassausingel en Van Scheack Mathonsingel. De gebiedsvisie voor het stationsdisctrict ligt ter besluitvorming voor. De ruimte om de Stadsschouwburg heen, is openbaar toegankelijk. Het is van belang voor het Stationsdistrict dat het ontwerp van de buitenruimte goed wordt ingepast en integraal wordt uitgewerkt. Dit betekent o.a. een scopewijziging. Om deze redenen verkennen we het onderbrengen van

71

-

-

het ontwerpen en (gefaseerd) uitvoeren van de buitenruimte in de grondexploitatie van het Stationsdistrict. Een continu proces is het zoeken naar optimalisaties in het plan. We verkennen momenteel of het noodzakelijk is alle stoelen te vervangen en zo niet wat dit kan betekenen voor de kosten. Ook denken we na over fasering, bijvoorbeeld het voegwerk van de toneeltoren. Na het structuurontwerp volgen de fasen van het voorlopig ontwerp, het definitief ontwerp en het technisch ontwerp alvorens de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het plan wordt gedurende de fases gedetailleerder uitgewerkt en de nadruk op ontwerpen verschuift naar het technisch uitwerken van het plan. Bij elke fase hoort een raming welke steeds concreter wordt. Ook worden gedurende de fases de risico’s bijgesteld. Dit heeft invloed op de ramingen in de verschillende fases.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 233

Vraag: Voor de genoemde post ‘meer vierkante meters nodig [...]’ wordt geen bedrag genoemd. Betekent dit dat het kostenneutraal is? Of is er een andere reden voor dat hier geen bedrag wordt genoemd? Antwoord: Deze kosten zitten verdisconteerd in de bouwkosten omdat ze integraal onderdeel uitmaken van het ontwerp.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde:

Link webpagina: https://nijmegen.begroting2025.nl/p58964/wat-willen-we-komend-jaarbereiken?q=kunst+in+openbare+ruimte

Vraag: Kunst in Openbare ruimte 1. Bij begroting 2024 was dit nog een bezuinigingsoptie, waarom nu niet? 2. Er wordt gesproken over een nieuw uitvoeringsprogramma voor kunst in openbare ruimte 2025-2026. Kan dit programma een paar jaar worden uitgesteld en hoeveel budget speel je hier dan mee vrij? 3. Hoeveel geld zit er op dit moment in de reserve beeldende kunst? Antwoord: 1. De komende jaren staat de uitvoering van 3 kunstobjecten gepland. De voorbereidingen dan deze objecten lopen. Het gaat om het kunstwerk op de Handelskade, het regenboogkunstwerk en een aantal murals (muurschilderingen). 2. Dat is mogelijk. We financieren het uitvoeringsprogramma uit 2 budgetten. Het eerste is een jaarlijks uitvoeringsbudget van ca. €107.000. Dit budget gebruiken we onder meer voor voorbereidingskosten van nieuwe opdrachten (selectie kunstenaar en ontwerpproces), de vergoedingen voor de leden van onze Adviescommissie beeldende kunst en het ondersteunen van particuliere initiatieven. Het andere budget betreft de reserve beeldende kunst. Vanuit de reserve betalen we de realisatiekosten. 3. In de reserve beeldende kunst staat momenteel €676.000. Hiervan is ca. €300.000 bestemd voor lopende projecten (Kunstwerk op de Handelskade, regenboogkunstwerk en murals project).

72

Programma Sport Programma

Website

Sport

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 205

Vraag: We stimuleren het behalen van zwemdiploma A bij kinderen tot 10 jaar. 1. Hoeveel kinderen verlaten de basisschool met zwemdiploma A? 2. Welke basisscholen bieden schoolzwemmen aan? 3. Hoe is het in Nijmegen georganiseerd en welke knelpunten komt men tegen m.b.t. schoolzwemmen? Antwoord: We beginnen de beantwoording bij de derde vraag, omdat deze mede bepalend is voor de beantwoording van vraag 1: Hoe is het in Nijmegen georganiseerd en welke knelpunten komt men tegen m.b.t. schoolzwemmen? In Nijmegen is er, op drie scholen na die bij ons bekend zijn (zie hieronder), geen sprake van schoolzwemmen. Daarmee ligt de primaire verantwoordelijkheid van het behalen van het zwemdiploma bij de ouders. Dat maakt dat we ook niet direct iets kunnen zeggen over welke knelpunten we tegenkomen m.b.t. schoolzwemmen. In Nijmegen kennen we wel de zwemfondsregeling, specifiek voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. De gemeente verstrekt Stichting Leergeld een subsidie om diverse kindregelingen uit te voeren. Voor het behalen van je zwemdiploma A bestaat er een afkoopregeling met de diverse zwemaanbieders, waarbij kinderen voor een vast bedrag het zwemdiploma A kunnen behalen. Voor meer informatie over dit laatste, kunt u hier terecht. Hoeveel kinderen verlaten de basisschool met zwemdiploma A? In totaliteit hebben 533 leerlingen (2023) het onderwijs verlaten met een zwemdiploma A.

22 leerlingen hebben geen zwemdiploma bij het verlaten van de school. Aanvulling: gelet op het huidig beleid en de verantwoordelijkheden (zie beantwoording vorige vraag), stimuleren wij vanuit de gemeente wel actief het behalen van het zwemdiploma A (gelet op het belang van zwemvaardigheid). We hebben daarom in 2023 de zwemcijfers van 38 scholen opgehaald. Op deze wijze zijn wij tot de aantallen gekomen. Voor kinderen die geen zwemles hebben plannen we bv. wel een persoonlijk gesprek met ouder/verzorger, vakleerkracht en/of buurtsportcoach, om maatwerk te leveren op het gebied van leren zwemmen. Tevens ontvangen deze kinderen een blauwe envelop met daarin informatie over zwemaanbod in Nijmegen. Welke basisscholen bieden schoolzwemmen aan? Bij ons zijn drie scholen bekend die zwemles tijdens schooluren faciliteren: 1. Basisschool de Bloemberg 2. Het Pontem college (middelbare school) 3. Tarcisiusschool Nijmegen NB: de eerste twee zijn scholen voor nieuwkomers. De laatste is speciaal en voorgezet speciaal onderwijs. Let op, er zit onder het tweede kopje een hyperlink.

73

Programma Financiën Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 242

Vraag: Waarom ramen we de inkomsten toeristenbelasting voor 2025 lager dan de realisatie 2023, terwijl het hotelaanbod eerder groeit dan stagneert? Antwoord: In 2023 waren de inkomsten toersitsenbelasting hoger door een voordeel uit 2022 (vanwege corona was het aantal overnachtingen veel lager geschat in 2022). Het daadwerkelijke aantal overnachtingen in 2023 was zelfs lager dan geschat. Vandaar dat de geraamde inkomsten voor 2025 lager zijn dan die geboekt zijn op 2023.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina Ombuigingsopties | Stadsbegroting

2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 219

Vraag: Met hoeveel procentpunten bovenop de prijsstijging moet de OZB-niet woningen voor 2025 worden verhoogd om 1.710.000 euro extra opbrengsten op te leveren? Antwoord: Om de extra opbrengst van 1.710.000 te realiseren moet de huidige indexering van 4,57 % verhoogd worden met 3,39% en zal dan uitkomen op en percentage van 7,96%.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina Ombuigingsopties | Stadsbegroting

2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 219

Vraag: Met hoeveel procentpunten bovenop de prijsstijging moet de OZB-niet woningen voor 2026-2028 worden verhoogd om per jaar 2.490.000 euro extra opbrengsten op te leveren (ten opzichte van de huidige begroting)? Antwoord: Om de extra opbrengst van 2.490.000 te realiseren moet de huidige indexering van 4,57 % verhoogd worden met 4,86% en zal dan uitkomen op en percentage van 9,43%.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina Ombuigingsopties | Stadsbegroting

2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 219

74

Vraag: Hoeveel meer betaalt de eigenaar van een commercieel pand (niet woning) met een gemiddelde WOZ-waarde, als de OZB-niet woningen met één procentpunt wordt verhoogd bovenop de prijsstijging? Antwoord: De gemiddelde waarde van een niet woning in Nijmegen (peildatum 1 januari 2023) is 1 miljoen WOZ-waarde. Op basis van de indexering van 4.57 % zou dit een bedrag van € 10.473 geven aan OZB . Met de indexering van 5,57 % zou dit een bedrag van € 10.573 geven aan OZB, dat is € 100 per jaar meer.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 219

Vraag: Iedere procentpunt verhoging van de OZB bovenop de prijsstijging (op zowel woningen als niet-woningen) levert 1,1 miljoen op. Kan dit worden uitgesplitst naar woningen en niet-woningen? Antwoord: De verhoging van 1 % levert een extra bijdrage OZB niet woningen op van € 504 duizend en een extra opbrengst van € 588 duizend voor de OZB woningen.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina : https://lias-webpub-nijmegen-bg-

2025.azurewebsites.net/p59120/risicos

Vraag: In het koersdocument 2025, bijlage 4 en 5, worden een aantal ontwikkelingen genoemd vanuit het rijk in financiering (SPUK's en 10% bezuiniging, BUIG, gemeentefonds en koppeling BBP en in 2025 gemeentefonds 675 miljoen lager en WMO volume) Zijn we in de gemeente niet te vroeg in het kiezen en ook daadwerkelijk uitvoeren van een aantal ombuigingsopties en schadelijke risico's in dit programma gezien de toekomstige ontwikkelingen? Antwoord: In de financiële spelregels (pagina 292 van de webversie van de begroting) is te lezen dat we in de Stadsbegroting uitgaan van de stand van het gemeentefonds zoals die wordt gepubliceerd in de zogenaamde meicirculaire. In deze stadsbegroting wordt voor het gemeentefonds dan ook uitgegaan van de meicirculaire over het gemeentefonds uit 2024. Op dat moment zullen er altijd ontwikkelingen en discussies zijn die (nog) geen plek hebben gekregen in de circulaire. De reden is meestal dat hierover nog geen definitief besluit is genomen en/of verdere uitwerking nodig is. Mocht bij de septembercirculaire hierover meer duidelijkheid zijn dan wordt uw raad hierover per brief geïnformeerd.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 218

Vraag: Ontwikkeling kosten sociaal domein: Wat zijn de bespaarde kosten sinds het inwerkingtreden van de coalitieplannen als het gaat om preventie? 75

Antwoord: De maatschappelijke baten van preventieve maatregelen komen voornamelijk terecht bij de inwoners van Nijmegen. Bijvoorbeeld in de vorm van lagere zorgkosten en meer kwaliteit van leven. Momenteel hebben we geen zicht op wat de financiële opbrengst van deze preventieve maatregelen in de gemeente Nijmegen is. Op dit moment kunnen we geen met cijfers onderbouwde inschatting geven over wat het schrappen van deze preventieve maatregelen voor gevolgen zal hebben voor de ‘niet preventieve’ zorg in de gemeente Nijmegen. We gaan de komende periode onder leiding van het Instituut voor Publieke Waarden onderzoeken of we de maatschappelijke impact van de sociale basis kunnen kwantificeren en uitdrukken in financiële opbrengst. Dit vraagt om een meerjarige aanpak voordat resultaten zichtbaar worden. In algemene zin wordt wel aangenomen dat inzetten op preventieve maatregelen bijdraagt aan een het afschalen van ‘niet preventieve’ zorg. Daarnaast wordt aangenomen dat inzet op preventie en gezondheid ook bijdraagt aan de brede welvaart nu en voor toekomstige generaties.

Programma

Website

Financiën

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 218

Vraag: Op pagina 218 is te zien dat er een ombuigingsoptie wordt gegeven om te stoppen met het toekennen van bepaalde rente aan saldireserve. Dit bedrag schommelt komende jaren rond de 5 miljoen. In de toelichting lees ik dat er rente berekend wordt over eigen vermogen. Betekent dit dat deze rente ook wordt berekend over activa waar we geen leningen voor hebben afgesloten, of is dit louter rente over de liquide middelen van de gemeente? En betekent dit dus dat je in principe jaarlijks rond de vijf miljoen kan vrijspelen voor bekostiging van andere zaken (rekening houdende met het feit dat je het jaar erop dus geen rente ontvangt uit de rente die je eerder stort in de saldireserves?) Antwoord: Als gemeente hebben we activa, zoals bijvoorbeeld gebouwen, bruggen en wegen etc, op de balans staan. Hiertegenover staat de financiering van deze posten. Deze bestaat uit eigen vermogen (saldireserve) en vreemd vermogen (leningen). Het eigen vermogen kost ons niks, maar voor de leningen betalen we rente aan de geldverstrekker. De kosten van deze leningen rekenen wij via de kapitaallasten toe aan de verschillende taakvelden waar de activa betrekking op hebben. Omdat we soms financiering aan moeten trekken om een activum te realiseren en dit soms uit eigen middelen kunnen doen , zou er een verschil ontstaan in financieringskosten per activum.

Dit voorkomen wij door de gemiddelde rente van de financiering ook over het eigen vermogen te rekenen. Een bijkomend voordeel hiervan is dat deze toevoeging aan het eigen vermogen zorgt voor een soort van indexering, waardoor de waarde en dus de koopkracht van ons eigen vermogen in de toekomst in tact blijft. De gevolgen van het niet meer toerekenen van rente aan het eigen vermogen zijn dus een voordeel in de programmabegroting door lagere lasten, maar een nadeel voor de toekomstige waarde/ robuustheid van ons eigen vermogen om risico's mee op te vangen.

76

Thema Duurzaamheid Hoofdstuk: Indicatoren Duurzaamheid

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 220

Vraag: Is er bekend wat de oorzaak is dat Nijmegen zo veel lager scoort tav benchmark als het gaat om opgesteld vermogen van zonnepalen bedrijven 2,1 tegen de benchmark van 3,5 Antwoord: De cijfers van deze benchmark zijn niet volledig vergelijkbaar, maar het klopt dat Nijmegen in verhouding lager scoort op het aantal zonnepanelen op bedrijfsdaken. Mogelijk spelen netcongestie in onze regio (FGU-gebied: Flevoland, Gelderland, Utrecht) en lokale omstandigheden hierbij een rol. Zo zien we dat in Tilburg grootschalige opwek van zonne-energie plaats vindt op een aantal zeer grote distributiecentra, die Nijmegen niet heeft. Dit neemt niet weg dat wij bezig zijn met een nieuwe aanpak voor zon op bedrijfsdaken in het kader van de Lokale Energie Strategie. Kanttekening hierbij is dat tot 2030 grootschalige opwek van zon alleen mogelijk is in combinatie met aftoppen van pieken, direct gebruik, slimme energiesystemen en batterijen. Voor de nieuwe aanpak van zon op bedrijfsdaken gaan we te rade bij steden met een hoge score.

Hoofdstuk: Indicatoren Duurzaamheid

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 237

Vraag: Onder het kopje bulkinvesteringen wordt het bedrag voor duurzaamheid 5x kleiner in 2025 t.o.v. 2024 van 10.5 miljoen naar 2 miljoen; hoe is deze daling te verklaren? Antwoord: Dit is het krediet voor revolverende investeringen. Met andere woorden: deze investeringen verdienen zich terug binnen 8-10 jaar middels de energierekening. Vanaf de start van het krediet zijn wij ieder jaar weer opnieuw gestart met een bedrag van 2 miljoen. In de afgelopen jaren is door onderuitputting het restant telkens meegenomen. Dit is echter niet reëel vandaar dat we terug zijn naar de basis van 2 miljoen.

Thema Burgerparticipatie Hoofdstuk: Indicatoren participatie

Website

Papier/PDF

ROBERT TANNEMAAT Webpagina / bladzijde: 222

Vraag: In de afgelopen begrotingscyclus zijn de startnotitie besproken en binnenkort wordt het actieprogramma door de raad vastgesteld. Waarom wordt daar hier geen melding van gemaakt? Zijn de acties financieel vertaald naar deze begroting en waar kan ik dat dan vinden? Antwoord: De acties A3 en A4 uit het actieprogramma brengen mogelijk kosten met zich mee. Deze zijn echter op dit moment nog niet exact te vast te stellen.

77

Dit omdat we (voor zover het de ambtelijke cultuur betreft; A3) zoveel mogelijk proberen mee te liften op trajecten in het bredere kader van de organisatieontwikkeling. Onze ambitie is dat de kosten hiervoor binnen de daarvoor in totaal beschikbare middelen blijft. Voor de actie Stadsmaken (A4) willen we eerst het project opstarten (waarbij we verwachten dat de initiële kosten opgevangen kunnen worden vanuit bestaande middelen uit het programma bestuur en organisatie). Op basis van de opstart bepalen we hoe het vervolg eruit zal zien. Mochten er op een later moment aanvullende middelen nodig zijn, zal het voorstel hiervoor aan u ter afweging worden voorgelegd.

78

Paragraaf Lokale heffingen Paragraaf Lokale heffingen

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 243

Vraag: Zijn er elasticiteitscijfers bekend van de toerismebelasting? Dus hoeveel dempt de belasting verhogen met een euro de vraag? Antwoord: Internationaal zijn er diverse onderzoeken gedaan naar prijselasticiteit van toeristenbelasting en andere belastingen. De uitkomsten verschillen omdat dit samenhangt met andere factoren en kosten van een vakantie, zoals soort verblijf, de vervoerskosten, parkeerkosten en kosten ter plaatsten voor vermaak en boodschappen. De gemeente Amsterdam heeft dit verder onderzocht met als doel om te kijken of dit een middel kan zijn om het aantal toeristen terug te brengen. Ze zien inderdaad een remmend effect, maar dat effect is niet heel groot. Om echte teruggang te zien, naar het gewenste aantal toeristen in Amsterdam, moet de toeristenbelasting volgens dat onderzoek minimaal verdrievoudigd worden. Momenteel is de Toeristenbelasting in Amsterdam 12,5% van de kosten van de overnachting. Gezien het beperkt onderzoek dat voor handen is, blijft het moeilijk hier een antwoord op te geven. De Amsterdamse hotelmarkt is niet te vergelijken met die van Nijmegen.

Paragraaf Lokale heffingen

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 243

Vraag: Maximering OZB: Kunt u aangeven welk specifiek deel van de OZB-opbrengst voor 2025 afkomstig is van het vaste deel van de afvalstoffenheffing? Wat is het exacte bedrag dat via de OZB wordt verrekend voor de afvalstoffenheffing, en hoe verhoudt dit zich tot de totale OZB-opbrengst? b. Het dekkingspercentage van de afvalstoffenheffing is ook maar 23% betekent dat Nijmegen hier een tekort heeft van 77%? Of is dat ergens anders verwerkt in de OZB en ja is deze daarmee dan wél dekkend? Antwoord: Ad a. Nee, dat is helaas niet meer mogelijk. In 2015 is besloten om de afvalstoffenheffing ( met een afbouw tot 2017) af te schaffen. Het te kort is toen opgevangen via de ozb belasting. Ad b. Nijmegen heeft een ‘variabel’ tarief afvalstoffenheffing (i.e. de inkomsten uit de verkoop van groene en rode restafvalzakken), maar geen ‘vast’ tarief afvalstoffenheffing zoals in de meeste andere gemeenten. Met de variabele afvalstoffenheffing kan ca. 23% van de afvalbeheerkosten worden gedekt. De overige 77% wordt in Nijmegen gedekt vanuit de algemene middelen, waar dit in andere gemeenten wordt gedekt uit het ‘vast’ tarief afvalstoffenheffing.

79

Paragraaf Lokale heffingen

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 246 en 250

Vraag: Na indexatie blijft er een verschil in de dekking van de parkeeropbrengsten van € 450k. Kunt u aangeven wat de oorzaak is van dit verschil, en ontvangen wij graag een globale specificatie van deze afwijking? Antwoord: De oorzaak van dit verschil is de toegenomen kosten voor het onderhoud en beheer van alle voorzieningen binnen de parkeerbegroting . Ook de kosten van inhuur voor de bezetting in de parkeergarages, fietsenstallingen, VMC en parkeerhandhaving maken onderdeel van de toegenomen structurele kosten. Het aandeel voor de toegenomen kosten voor onderhoud en beheer is 150.000 en de bezettingskosten ad 300.000.

Paragraaf Lokale heffingen

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 246 en 250

Vraag: Voor zover wij weten komen parkeerboetes voor parkeren in een vergunningzone via de Wet Mulder in de staatskas terecht. Wat zou Nijmegen in haar structuur kunnen veranderen om ervoor te zorgen dat deze boetes, net als de parkeertarieven en boetes bij betaalde parkeergebieden, in de gemeentekas terechtkomen? Antwoord: Een vergunningzone de zogenaamde E9 gebieden omzetten naar betaaldparkeergebieden door toepassing van artikel 225 gemeentewet. De boetes die dan worden opgelegd vallen dan niet meer onder de wet Mulder en worden naheffingsaanslagen. De opbrengsten van deze naheffingsaanslagen komen dan terecht in de gemeentelijke begroting.

80

Paragraaf Investeringen Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Bereikbaarheid Webpagina / bladzijde: 225

Vraag: Bereikbaarheid-> 3x investeringen op VRI; 1x SB22 €1,137 / SB2024 €1,5 / SB2025 €6,8 totaal investeringen VRI € 9,437 miljoen euro. Is dit totaalbedrag €9,5 miljoen. volledig toe te wijzen aan de noodzakelijke vervanging van verouderde VRI’s, of zitten hier ook kosten in voor aanpassingen en voorbereidingen op de 30 km/u-transitie? Zo ja, graag een specificatie welk deel van deze €9,5 miljoen toe te wijzen is aan vervangingsnoodzaak en welk deel voor herinrichting na verwijderen VRI agv 30km maximalisatie Antwoord: Het totaalbedrag is volledig toe te wijzen aan de noodzakelijke vervanging van verouderde VRI’s. Hierin is geen rekening gehouden met de mogelijke ombuigingsoptie dat er VRI’s zouden gaan verdwijnen in de toekomst agv 50 naar 30 wegen.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Bereikbaarheid Webpagina / bladzijde: 225 &237ev

Vraag: Wanneer valt een investering in het investeringsplan op pag 225 van de pdf en wanneer valt een investering in de bijlage investeringen per programma vanaf pagina 237? Er ''verdwijnen'' nu posten die voorheen bij de planning investeringen in SB2024 stonden waarvan sommige in SB2025 ineens terug te vinden zijn in investering per programma als in SB2025 te vinden zijn pag 237-241 van de pdf. Dit bijv is het geval bij - P-garage Hezelpoort 10.947 mio -Parkeergarage Waalkwartier 7,75 mio -Aanschaf apparatuur Parkeergarage de Hezelpoort 791k Antwoord: Zoals in de inleiding van de paragraaf investeringen is uitgelegd, maken we onderscheid tussen specifieke investeringen, investeringen met eigen dekking en bulkinvesteringen. In de paragraaf ‘investeringsplan’ (blz. 225 en volgende) laten we de planning van de specifieke investeringen zien. De planning van bulkinvesteringen en investeringen met eigen dekking staan in de paragraaf ‘bulkinvesteringen en investeringen met eigen dekking’. In de ‘Bijlage investeringen per programma’ wordt een totaalbeeld per programma gegeven van specifieke investeringen, investeringen met eigen dekking en bulkinvesteringen.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Bereikbaarheid Webpagina / bladzijde: 225-228

Vraag: In SB2023 konden we lezen: ‘’Ambitie gestuurde aanpak bij vervangingen in de openbare ruimte. We maken werk van de grote vervangingsgolf die eraan komt, voor de openbare ruimte, wegen, bruggen e.d. die 40-50 jaar geleden gebouwd zijn en die nu allemaal tegelijkertijd aan het einde van hun levensduur zijn. Daarvoor maken we investeringsbudget vrij; in 2023 een bedrag van 3 miljoen euro en vanaf 2024 een bedrag van 5 miljoeneuro per jaar. Ook hier nemen we de vergroening mee.’’ 81

In 2025 lezen we over een vrijval van 1,27 mio Wat is de reden van deze vrijval? Antwoord: De voorbereiding voor de vernieuwing van een buurt blijkt iets meer dan twee jaar in beslag te nemen. In de voorbereidingsjaren zijn de kosten beduidend minder. De spreekwoordelijke schop gaat voor zowel de Kanunniken- en Rechtersbuurt als de Spoorbuurt pas in het najaar van 2025 in de grond. Op dat moment gaan de kosten aanzienlijk stijgen. Het budget voor 2025 wordt dus niet volledig benut, waardoor budget vrij kon vallen.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Bereikbaarheid Webpagina / bladzijde: 225-228

Vraag: Hoe verhoudt zich de 7,75 mio uit SB2024 Parkeergarage Waalkwartier tot de nieuwe investering SB2025 Parkeergarage Waalfront van 11,5 mio. a Gaat het hier om dezelfde garage onder 2 verschillende namen? b zo, ja betekent dat dan dat de totaalinvestering 11,5 plus 7,75 = 19,25 mio is? Graag uitleg hierover c Waarom zijn beide niet terug te vinden in de investeringen op pagina 225 ev. Antwoord: a. Het gaat hier om twee verschillende garages, namelijk één onder blok 4-5-6 Waalkwartier en één onder blok 1-2-3 Waalkwartier. b. Ja dat klopt, 19.25 mln in totaal c. Deze investeringen kennen een eigen dekking binnen de parkeerexploitatie (rendabele investering).

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Onderwijs Webpagina / bladzijde: 225-228

Vraag: In ZN2019 lezen we: ''Voorzieningenhart De Klif is door zijn ontwerp en aard al jaren een bron van discussie tussen de gemeente en het schoolbestuur van De Oversteek. We gaan kleine lokalen ombouwen tot grotere lokalen en ruimtes voorzelfstandig werken. De verbouwing stelt het schoolbestuur in staat een gezonde bedrijfsvoering voor haar school te blijven voeren. En zien we een voorgenomen investering voor 2020 van 600k'' In de 1e Voortgangsrapportage 2023 eerste lezen we: ‘’Bij het programma Onderwijs het krediet Aanpassing VZH de Klif € 600.000 over te hevelen naar 2024.” Nu lezen we: ''De investering aanpassingen Voorzieningenhart de Klif kunnen vervallen, omdat we in overleg met het schoolbestuur hebben afgesproken dat we geen gebouwaanpassingen gaan realiseren.'' Uit de investeringslijst wordt duidelijk dat het gaat om twee bedragen 1x 600k en 1x 250k opgeteld 850k 5a. Kunt u verduidelijken wat er veranderd is in het overleg met het schoolbestuur dat heeft geleid tot het besluit om geen gebouwaanpassingen meer te realiseren? 5b. Gezien het vervallen van de investering, hoe ziet het schoolbestuur de toekomstige huisvestingsbehoefte van De Oversteek? Zijn er alternatieve plannen voor het verbeteren van de leeromgeving en bedrijfsvoering van de school zonder deze aanpassingen? 5c.

Wat zijn de mogelijke gevolgen van het vervallen van deze investering voor de kwaliteit van de onderwijsvoorzieningen in Voorzieningenhart De Klif en voor de bedrijfsvoering van de school? Zijn er risico’s of nadelen verbonden aan het besluit om geen gebouwaanpassingen te doen? Antwoord: Ad 5a) Met de komst van nieuwe bestuurders en een nieuwe schooldirectie is er opnieuw door hen naar dit 82

vraagstuk gekeken. In de afweging tussen enerzijds minder maar grotere lokalen of meer en kleinere lokalen is door hen gekozen voor het laatste. Daarbij is door hen ook een kosten-baten afweging gemaakt omdat de geclaimde € 850.000,- door de gemeente 50% van de benodigde investering betrof. De andere 50% moest door de stichting gefinancierd worden. Ad 5b) Basisschool De Oversteek is de afgelopen jaren flink gekrompen van 1.013 leerlingen op teldatum 1-102014 tot een omvang van 512 leerlingen op laatst bekende teldatum 1-10-2023. Met de huidige omvang van de school, en met ruimte voor enige groei, biedt voorzieningenhart De Klif voldoende ruimte voor de school. Ook omdat er in Noord nog scholen bij komen (Hof van Holland en Zuiderveld). Vanuit VSA is er aandacht voor het binnenklimaat van de school en wordt hierover nauw contact gehouden met de school. Ad5c) School en Stichting hebben na afwegen van alle argumenten voor en tegen besloten om geen aanpassingen te laten uitvoeren. Bij die afweging is de kwaliteit van de onderwijsvoorzieningen en de bedrijfsvoering van de school meegenomen. Het niet uitvoeren van aanpassingen is dus een weloverwogen besluit. Nadeel is wel dat een verbetering aan de klimaatinstallatie niet in de verbouwing kan worden meegenomen. Hiervoor loopt gebouwbreed een separaat traject.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Onderwijs Webpagina / bladzijde: 230

Vraag: In SB2025 wordt gesproken over een totaal investeringsbedrag van 22,4 miljoen euro voor de renovatie van de Aventurijn, inclusief onvoorzien. Echter, er wordt verderop aangegeven dat er nog eens 1,5 miljoen euro extra nodig is voor de sportvoorziening naast de 4 miljoen euro die hiervoor al gereserveerd is en in die 22,4 miljoen zit. Betekent dit dat de totale kosten van het project Aloysius nu uitkomen op 23,9 miljoen euro? Antwoord: De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs. Het gaat hier om twee verschillende projecten. Het renoveren van de Aventurijn inclusief een tweetal gymzalen aan de Hatertseweg 400. Dit gebouw inclusief de school van Aloysius op Park Neerbosch (genaamd: Park Neerbosch) zal worden doorgedecentraliseerd. Het investeringsbedrag voor deze renovatie bedraagt in totaal € 18,3 miljoen (€ 11,5 + € 6,8 = € 18,3 miljoen). Daarnaast is vervanging van de oude sporthal voor Aloysius op Park Neerbosch dringend noodzakelijk. De sporthal wordt vervangen door een gymzaal+. Voor deze laatste gymzaal+ is een investeringsbedrag nodig van € 4,0 + € 1,5 = € 5,5 miljoen. Deze gymzaal+ zal in eigendom van de gemeente blijven.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Wonen en stedelijke ontwikkeling Webpagina / bladzijde: 239

Vraag: Investering Stationsgebied was in SB2024 16.689 daar is in 2024 3,5 mio aan toegevoegd. Als ik dat optel kom ik op 20,189 mio Nu in SB2025 staat daar echter en investering van 22,678 mio. (k000331) Waar zit dat verschil van +2,489 mio? Antwoord: Het verschil bestaat uit de volgende toevoegingen aan het krediet, waarover een apart raadsbesluit is genomen:

83

•

1,1 miljoen euro (Raadsbesluit van 27 september 2023: ‘Herziening deelontwikkeling UWV-locatie binnen de gebiedsexploitatie’ (82/2023); • 1,389 miljoen euro (raadsbesluit van 24 april 2024 ‘Voortgangsrapportage Grote Projecten 2024’ (18/2024). Totaal: 2,489 miljoen euro.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Wonen en stedelijke ontwikkeling Webpagina / bladzijde: 226

Vraag: 8a. Kunt u toelichten waarom de herinrichting van deze voormalige provinciale weg Griftdijk in een ontwikkelgebied is ondergebracht bij de portefeuille stadsontwikkeling en wonen, terwijl het gaat om een bestaande weg? Zou dit project niet eerder onder bereikbaarheid moeten vallen gezien de aard van het werk als herinrichting van infrastructuur mede omdat het om herinrichting van bestaande weg gaat? 8b Hoe wordt de coördinatie tussen de portefeuille stadsontwikkeling en wonen en de portefeuille bereikbaarheid geregeld voor projecten zoals deze herinrichting van een provinciale weg, om ervoor te zorgen dat zowel de ontwikkelbelangen als de mobiliteitsbelangen goed worden meegenomen? Antwoord: 8a: De opgave op de Griftdijk en Griftdijk Noord komt direct voort uit de ontwikkeling van een zeer groot aantal woningen in dit gebied de afgelopen jaren, onder andere in Koudenhoek, Grote Boel en Woenderskamp. Daarnaast is het niet alleen een mobiliteitsopgave, maar heeft betrekking op andere thema’s zoals groen, water en cultuurhistorie. Daarom is nu voor gekozen deze herontwikkeling binnen de investeringsbegroting van stedelijke ontwikkeling op te nemen. Uiteraard ligt het zwaartepunt van deze opgave bij mobiliteit. Het technisch uiteraard mogelijk om dit project en deze reservering op een andere plek in de begroting te laten landen.

8b: De aansturing alsmede de planvoorbereiding van de planontwikkelingen in de Waalsprong geschiedt door het gemeentelijke projectteam Waalsprong. Binnen dat team worden alle in ontwikkeling zijnde- en in uitvoering zijnde (deel)projecten, waaronder ook de herinrichting van de Griftdijk, integraal en in samenhang met elkaar afgestemd. Dus ook in logistieke zin. Ontwikkelingen in de Waalsprong die mede een significant effect hebben op het aspect Mobiliteit worden immer met beide portefeuillehouders (Stedelijke Ontwikkeling/Wonen en Mobiliteit) besproken c.q. afgestemd.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Openbare ruimte Webpagina / bladzijde: 227

Vraag: In de Stadsbegroting 2024 stond een post van € 2,20 miljoen voor speelvoorzieningen, inclusief een toevoeging van € 2,25 miljoen voor het bulkkrediet voor vervanging van speeltoestellen en € 1,6 miljoen voor de transitie van het speellandschap. Deze posten lijken niet meer terug te vinden in de Stadsbegroting 2025. Kunt u verduidelijken waar de post speelvoorzieningen is gebleven en wat er is gebeurd met de toegevoegde gelden voor het bulkkrediet en de transitie van het speellandschap? Antwoord: Het investeringsbudget van de transitie van het Speellandschap (vanuit de begroting 2024: € 1.600) is in de begroting 2025 opgenomen onder de noemer “beweegvriendelijke omgeving” ( begroting 2025: € 2.200) Het investeringsbudget “aanvulling bulkkrediet vervanging speelvoorzieningen ad € 1.225 is opgenomen in het kopje bulkkrediet k 000243 vervanging speelvoorzieningen op pagina 240 van de begroting. 84

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Openbare ruimte Webpagina / bladzijde: 227&240

Vraag: Kunt u toelichten wat de verklaring is voor de verhoging van € 560k op de investering voor luchtkwaliteit (K000327), van € 1,4 miljoen in de Stadsbegroting 2024 naar € 1,96 miljoen in de Stadsbegroting 2025? Antwoord: Onderstaande tekst is opgenomen in de Stadsbegroting 2024 onder het kopje nieuwe investeringen: Zero-emissiezone brom- en snorfietsen 2028 Uw raad heeft op 21 december 2022 besloten om per 1 januari 2028 een zero emissiezone voor brom- en snorfietsen in de bebouwde kom van Nijmegen en Lent in te voeren. Dat vraagt om een investering van € 560.000. Dit komt bovenop het oorspronkelijke investeringsbedrag van €1,4 miljoen.

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Openbare ruimte Webpagina / bladzijde: 227

Vraag: Wat is er gebeurd met het investeringsbudget voor de zero-emissiezone brom- en snorfietsen (K000327) van € 560k, gepland voor 2028? Is dit budget gewijzigd, verschoven, of zijn er andere wijzigingen in de planning van deze investering? Antwoord: Dit budget is toegevoegd aan het krediet ‘Maatregelen luchtkwaliteit’ (K000327), programma Openbare Ruimte en verdeeld over de jaren 2026 (€225.000) en 2027 (€335.000).

Paragraaf Investeringen

Website

Papier/PDF

Cultuur Webpagina / bladzijde: 227

Vraag: In de Stadsbegroting 2025 staat op regel 4 bij cultuur een post van € 2,5 miljoen voor Museum Valkhof, welke niet in eerdere Stadsbegrotingen stond (de andere 2 posten voor Valkhof stonden daar wel). Kunt u toelichten waarom deze nieuwe post van € 2,5 miljoen is toegevoegd en wat de reden is dat dit bedrag niet in eerdere begrotingen voorkwam? Antwoord: Het krediet van € 2,5 miljoen voor Museum Valkhof was vóór 2025 opgenomen bij het programma Wonen en stedelijke ontwikkeling. Aangezien het logisch en overzichtelijk is om alle kredieten van Museum Valkhof op één plaats te herbergen, is het krediet van € 2,5 bij de 1e Voortgangsmonitor 2024 overgeheveld van programma Wonen en SO naar het programma Cultuur en CE.

85

Programma

Website

Investeringen

Papier/PDF

Pdf pag. 225/226

Vraag: Er wordt een aantal grote investeringen gedaan maar de onderbouwing is er niet of zeer summier. Kan dat explicieter worden gemaakt. Het betreft de investering Aloysius, Hidaya, centrumzijde centraal station, aanvulling vernieuwingsgolf en het aanvullend krediet Schouwburg Antwoord: Investeringen Aloysius Het renoveren van de Aventurijn inclusief een tweetal gymzalen aan de Hatertseweg 400 is geraamd op in totaal € 22,4 miljoen, bestaande uit € 6,4 miljoen boekwaarde (Hatertseweg 400 en Park Neerbosch) en€ 16,0 miljoen aan renovatiekosten voor de Hatertseweg 400. De renovatiekosten bestaat uit € 13,6 miljoen renovatiekosten gebouw, € 1,0 miljoen tijdelijke huisvesting en € 1,4 miljoen onvoorzien. Aloysius kan beroep doen op post onvoorzien in een aantal gevallen/situaties. De huisvesting van Aloysius zal worden doorgedecentralisaeerd (DDC). Dit betekent dat Aloysius naast een jaarlijkse DDC-vergoeding “maatwerk” krijgt om een sluitende businesscase te realiseren. Het maatwerk is geraamd op € 18,3 miljoen, het bedrag dat opgenomen is in de begroting (zie ook de toelichting op pag. 230). Gymzaal plus Park Neerbosch Voor de gymzaal+ op Park Neerbosch is een investeringsbedrag geraamd van € 5,5 miljoen. Deze gymzaal+ zal in eigendom van de gemeente blijven.

Het investeringsbedrag is opgebouwd uit € 0,4 miljoen grondkosten en € 5,1 miljoen bouwkosten inclusief inrichting/inventaris (zie ook de toelichting op pag. 230). Hidaya De nieuwbouw van Hidaya kost in totaal € 12,9 miljoen, bestaande uit € 11,0 miljoen bouwkosten, € 0,3 miljoen kosten parkeerplaatsen openbaar gebied, € 1,1 miljoen grondkosten, € 0,2 miljoen 1e inrichting en € 0,3 miljoen tijdelijke huisvesting Akkerlaan. Voorwaarde vanuit de gemeente voor nieuwbouw Hidaya is doordecentralisatie. Dit betekent dat Hidaya naast een jaarlijkse DDC-vergoeding “maatwerk” krijgt om een sluitende businesscase te realiseren. Het maatwerk is geraamd op € 11,05 miljoen, het bedrag dat is opgenomen in de begroting (zie ook de toelichting op pag. 230). Centrum centraal station Het knelpunt van € 7 mln. wordt ingezet om de bijdrage van de gemeente vanuit BO-MIRT te indexeren tot einde looptijd. Onderdeel van de nog op te stellen bestuursovereenkomst (afronding van de verkenningsfase) zijn afspraken over de indexatie. De gemeente en I&W hebben toegezegd hun bijdrage te indexeren. De gemeente heeft bij BO-MIRT een bijdrage toegezegd van 20 mln. prijspeil 1-1-2019. Als we deze bijdrage indexeren naar einde looptijd (2032) dan hebben we circa 7 mln. extra dekking nodig.

Hierbij wordt al rekening gehouden met het feit dat in de Begroting 2023-2026 eenmalig een extra dekking van circa € 4,3 mln is gereserveerd ivm de extreme kostenstijging over de jaren 2021 en 2022. Vernieuwingsgolf Voorbereidingstijd In het coalitieakkoord is voor de jaren 2023-2026 in totaal 18 miljoen euro toegekend voor het vernieuwen van openbare ruimte in Nijmeegse wijken. De voorbereiding van deze vernieuwing blijken bijna twee jaar in beslag te nemen. Denk bijvoorbeeld aan de aanbesteding en het komen van een schetsontwerp tot een definitief ontwerp, waarbij bewoners vanzelfsprekend in iedere fase inspraak hebben. Pas na iets meer dan twee jaar kan overgegaan worden tot uitvoering, de spreekwoordelijke schop in de grond. Voor zowel de Kanunniken- en Rechtersbuurt als de Spoorbuurt zal naar verwachting de uitvoering in het najaar van 2025 starten. Eenmaal 86

gestart kost dit per buurt zo’n 100.000-200.000 euro per maand. Nieuwe buurten voorbereiden Met de nu beschikbaar gestelde financiën kunnen we één grote buurt (Kanunniken- en Rechtersbuurt) en twee kleinere buurten (Spoorbuurt en Kinderdorp Neerbosch) van volledig nieuw ingerichte openbare ruimte voorzien. Hierbij dient vermeld te worden dat uit andere budgetten ook bijdragen worden geleverd, zoals de GRP en middelen voor klimaatadaptatie. Het beschikbare budget van 18 miljoen wordt dus volledig ingevuld voor de voorbereiding en uitvoering van deze drie buurten. Indien wij pas bij de nieuwe coalitieonderhandelingen een claim in zouden dienen voor de volgende buurten, dan leidt dit tot vertraging bij de uitvoering. De voorbereidingen kunnen dan pas in 2026 beginnen en de uitvoering zal op zijn vroegst in de tweede helft van 2028 aanvangen. Nieuwe buurten Alleen op deze manier kunnen wij de continuïteit in vernieuwing van de openbare ruimte waarborgen en samen blijven werken bij toekomstige ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet of de vernieuwing van hele woonwijken door woningcorporaties. De volgende buurten die we met de vernieuwingsgolf graag willen aanpakken zijn dan ook NBO en Zwanenveld. Woonwaarts en Talis hebben vergevorderde plannen om de maisonnettes te slopen en meer woningen terug te bouwen.

Nieuw ingerichte openbare ruimte zou het gebied een grote upgrade geven. De plannen voor een warmtenet richting Zwanenveld zijn een andere fase in gegaan. Zodra de woningen worden aangesloten moeten alle straten open. Ook dan is de openbare ruimte opnieuw inrichten logisch. Vanzelfsprekend gaan beide ontwikkelingen door als de vernieuwingsgolf niet door zou kunnen gaan. Dan wordt de openbare ruimte op dezelfde wijze teruggelegd als nu het geval is. Dit zou een gemiste kans zijn. Schouwburg Het aanvullend krediet is gebaseerd op de doorrekening van het programma van eisen, welke is vertaald in het structuurontwerp. Wij lichten deze raming graag toe tijdens een technische toelichting. De raming bevat marktgevoelige informatie en kunnen wij niet zomaar delen. Onderbouwing op hoofdlijnen is als volgt

87

Programma

Website

Investeringen

Papier/PDF

Pdf pag. 232

Vraag: Over aanvullend krediet Schouwburg. College zegt dat er eind september 2024 meer duidelijkheid is op het precieze benodigde bedrag. Kan dit worden geëxpliceerd en onderbouwd? Antwoord: In de stadsbegroting staat de volgende tekst: “In de fasen van Voorlopig Ontwerp en Definitief Ontwerp, respectievelijk eind september 2024 en eind februari 2025, zijn de ramingen nog concreter.” Eind september 2024 is het voorlopig ontwerp afgerond. Het voorlopig ontwerp is een verdere uitwerking van het structuur ontwerp. De raming van het voorlopig ontwerp past in de kredietaanvraag, met de kanttekening dat het prijsniveau in de raming van het voorlopig ontwerp nog niet is getoetst door de markt.

88

Onderbouwing van de kredietaanvraag: Het bestaande krediet is gebaseerd op het Masterplan ‘Plek in de Stad’ (Masterplan Schouwburg - Plek in de stad ), waarvoor de middelen door uw raad in de Stadsbegroting 2023 beschikbaar zijn gesteld. In het Masterplan zijn de kerndoelen van de renovatie van de Stadsschouwburg beschreven. Het programma van eisen is in november 2023 afgerond. Het programma van eisen is een uitwerking en verdieping van de kerndoelen uit het Masterplan Plek in de stad. Er zijn geen nieuwe richtingen uitgewerkt. Het programma van eisen is vertaald in het structuurontwerp.

89

Paragraaf Weerstandvermogen Paragraaf Weerstandsvermogen

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 268

Vraag: Welke ruimte zit er nog in onze reserves: wat kan je tot en met 2038 elk jaar uit de reserve halen zodat je in 2038 precies een risicoprofiel hebt van 1 Antwoord: Dit is een bedrag van € 5.029.821

Indexatie algemeen Indexatie algemeen

Website

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde:

Vraag: Het lijkt erop dat sommige kostenposten niet standaard worden geïndexeerd, zoals bijvoorbeeld de bijdrage voor busabonnementen en de kosten van huisvuilzakken. Kunt u toelichten waarom deze indexering niet consequent wordt doorgevoerd? Daarnaast, kunt u verduidelijken voor welke kostenposten standaard geen indexering plaatsvindt en wat de reden hiervoor is? Antwoord: In de Stadsbegroting worden de verschillen budgetten geïndexeerd, waarbij het uitgangspunt is dat, over de gehele begroting, de prijsstijging van de lastenbudgetten wordt opgebracht door prijsstijging van de opbrengsten. Met de begroting worden niet de tarieven vastgesteld, dit wordt onder meer gedaan in de verschillende verordeningen die uw raad later dit jaar nog krijgt. Hoe precies de hogere opbrengst in de Stadsbegroting wordt vertaald naar een verhoging van de tarieven wordt daarin voorgelegd. Hierbij kan bijvoorbeeld worden voorgesteld om sommige tarieven meer te laten stijgen dan andere tarieven, waardoor wel dezelfde opbrengst wordt gerealiseerd.

90

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=bd5232db-7be0-49c2-8b93-47a547d8127d