CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

B5 d.d. 27 november 2020 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid inzake Raadsbrief nummer 25 Coronavirus

Besluitronde (raadsvergadering) 27 januari 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven ter kennisgeving aan te nemen2.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van Aan Datum Onderwerp

Voorzitter Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Raden van de gemeente in Gelderland-Zuid 27-11-2020 Raadsbrief Tijdelijke wet maatregelen COVID-19

Raadsbrief, nr. 25

Geachte leden van de raad, Hiermee wil ik u informeren over de stand van zaken in de crisisbeheersing van het coronavirus. Deze brief aan de gemeenteraden binnen de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid volgt op de brief uit week 45, waarin u bent geïnformeerd over tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown, actualisatie van de noodverordening en de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. Zoals vorige week is aangegeven, heeft de Eerste Kamer op 27 oktober 2020 ingestemd met de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (coronawet). In deze 25ste raadsbrief wil ik u, mede namens de burgemeesters in Gelderland-Zuid, informeren over de gevolgen van de coronawet en het regionaal beleidskader op basis waarvan de burgemeesters in Gelderland-Zuid met elkaar willen samenwerken. Tijdelijke wet maatregelen covid-19 De Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (verder coronawet) zal de huidige noodverordeningen gaan vervangen en geldt in eerste instantie voor drie maanden. Deze wet zal naar verwachting op 1 december 2020 in werking treden. Met deze wet komen de ministers van VWS, J&V en BZK tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer en de Raad van State om de coronamaatregelen een structurele juridische grondslag te geven. De noodverordeningen zijn immers bedoeld voor een acute crisis van beperkte duur en inmiddels is al langere tijd sprake van een coronacrisis.

Indien nodig kan de coronawet steeds met drie maanden worden verlengd. Ook is het mogelijk dat de wet tussentijds wordt ingetrokken, zodra deze niet meer nodig is. Uitgangspunt van de coronawet is dat maatregelen ter bestrijding van de epidemie centraal, bij ministeriële regeling, worden vastgesteld. Dat betekent dat in beginsel bij ministeriële regeling wordt bepaald welke maatregelen de minister van VWS landelijk, regionaal of lokaal kan laten gelden. De Tweede en Eerste Kamer bespreken op korte termijn de ministeriële regelingen over de mondkapjesplicht en de maatregelen die momenteel in de noodverordening staan. Ook de routekaart, het overzicht waarin is aangegeven welke maatregelen bij de vier risiconiveaus (waakzaam, zorgelijk, ernstig en zeer ernstig) horen, wordt vertaald naar een regeling. De beide Kamers hebben daarbij de mogelijkheid om over de regelingen te debatteren en de Tweede Kamer kan er ook over stemmen. Daar waar de bestrijding lokaal kan, wordt met uitvoeringsregelingen ruimte gemaakt voor lokale afwegingen. De coronawet bevat hiertoe een aantal ontheffings-, aanwijzings- en bevelsbevoegdheden voor burgemeesters in concrete gevallen. Het is dus niet in alle gevallen

mogelijk dat burgemeesters afwijken van de maatregelen. Ook kan in een ministeriële regeling worden bepaald dat de burgemeester bevoegd is om in de gemeente (gebieden met) plaatsen aan te wijzen waar de desbetreffende maatregelen gelden. Bevoegdhedenverdeling De minister bepaalt in overleg met het parlement de noodzakelijke maatregelen en legt deze vast in ministeriële regelingen. De gemeenten voeren deze maatregelen uit en hebben lokaal in individuele concrete gevallen, mogelijkheden om een ontheffing te verlenen. De rol van de burgemeester wordt met de coronawet weer groter omdat de regionale noodverordening kan worden ingetrokken. De openbare orde en veiligheidsbevoegdheden uit de Gemeentewet, Wet openbare manifestaties en het gezag over de politie op grond van de Politiewet 2012 gaan weer terug van de voorzitter van de veiligheidsregio naar de burgemeesters. De burgemeester heeft de volgende mogelijkheden op basis van de coronawet: a. Ontheffen De burgemeester is bevoegd, binnen de wettelijke kaders en na advies van de GGD, ontheffingen te verlenen. De ontheffing kan betrekking hebben op de groepsvorming, publieke plaatsen en evenementen. Het ontheffingsverzoek wordt afgewogen tegen het belang van de bestrijding van het virus. Als de burgemeester van mening is dat het belang van die bestrijding zich tegen de ontheffing verzet, wordt de ontheffing niet verleend.

Ontheffingen dienen als individuele uitzondering op de algemene regel en zijn niet bedoeld om nieuwe algemene uitzonderingen te maken of een ander regime te laten gelden. Het gaat bij het verlenen van ontheffingen dus niet om het voortzetten of hervatten van een “reguliere exploitatie”. Ontheffingsbesluiten zijn altijd gericht op een bijzonder, concreet geval – waarbij geldt dat tegen de beslissing van de burgemeester bestuursrechtelijke rechtsbescherming open staat. b. Handhaven Met de komst van de coronawet wordt de burgemeester weer verantwoordelijk voor handhaving om de naleving van regels te verzekeren als mensen zich op openbare plaatsen en publieke plaatsen niet aan de gedragsregels (kunnen) houden, of om activiteiten of gedragingen vanuit besloten plaatsen (geen woning) te beëindigen, als er ernstige vrees is dat hierdoor verspreiding van het virus wordt veroorzaakt. c. Bepalen van plaatsen waar maatregelen gelden Deze bevoegdheid kan alleen als het in de desbetreffende ministeriële regeling als mogelijkheid wordt benoemd. Te denken valt aan het aanwijzen van plaatsen waar een groepsvormingsverbod geldt (ministeriële regeling bepaalt het maximum aantal personen) of het aanwijzen van plaatsen waar strengere regels gelden voor evenementen (de ministeriële regeling bepaalt welke regels dat zijn).

Het uitwerken van de omstandigheden waaronder dergelijke maatregelen kunnen worden ingezet blijft een bevoegdheid van de minister. De burgemeester moet bij het uitoefenen van deze bevoegdheid noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht nemen. Deze wijziging bevordert de mogelijkheden om maatregelen gericht en proportioneel in te zetten op basis van de actuele lokale omstandigheden, bijvoorbeeld bij lokale besmettingshaarden. Burgemeester, gemeenteraad en college kunnen in onderling overleg vaststellen hoe de burgemeester de betrokkenheid (onder andere informeren, consulteren, besluitvorming en verantwoording) van partijen waarborgt bij het nemen van besluiten. De frequentie en de wijze waarop dit gebeurt moet in onderling overleg worden vastgesteld. Er moet naar een zorgvuldige balans worden gezocht tussen de voor de crisisbestrijding noodzakelijke snelheid en regionale afstemming en de inzet van bevoegdheden binnen de reguliere lokale politiek-bestuurlijke verhoudingen.

Bevoegdheden voorzitter veiligheidsregio De positie van de voorzitter van de veiligheidsregio verandert dus onder de coronawet. De voorzitter van de veiligheidsregio blijft in algemene zin belast met de bestrijding van de epidemie, onder leiding van de Minister van VWS. De voorzitter behoudt zijn coördinerende en signalerende rol. Hij verzamelt de nodige informatie over de lokale uitvoeringspraktijk en draagt zorg voor verstrekking van deze gegevens aan de minister van VWS. De voorzitter blijft ook, namens de veiligheidsregio, deelnemen aan het landelijk Veiligheidsberaad waar de voorzitters veiligheidsregio’s de ontwikkelingen in de regio’s met de ministers van VWS en J&V afstemmen. Ten slotte behoudt de voorzitter enkele specifieke bevoegdheden in het kader van de Wet publieke gezondheid zoals het in isolatie of quarantaine plaatsen van personen en maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoersmiddelen (controleren op besmettingen en sluiten van gebouwen). In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de veranderende bevoegdheden na inwerkingtreding van de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19. Regionaal bestuurlijk beleid Vanaf de start van deze crisis hebben de burgemeesters in Gelderland-Zuid de aanpak van de epidemie afgestemd in het beleidsteam, waarin de GGD, Politie en OM zitting hebben.

Belangrijke gespreksonderwerpen waren interpretatie van maatregelen, handhavingsstrategie en communicatie. Regionaal zijn op hoofdlijnen afspraken gemaakt en lokaal is hier uitvoering aan gegeven, voor zover het landelijke kader daar ruimte toe biedt. Deze regionale samenwerking heeft zijn vruchten afgeworpen en dit willen we graag met de inwerkingtreding van de tijdelijke wet behouden. Alle burgemeesters in Gelderland-Zuid vinden het van belang en van grote meerwaarde om als één overheid herkenbaar en eenduidig te blijven handelen. We willen een grote differentiatie en onduidelijkheid over regels en handhaving in de regio voorkomen. Daarom zal het huidige Regionaal Beleidsteam in een vergelijkbare vorm en samenstelling, worden voortgezet voor afstemming van maatregelen, communicatie en handhaving waarbij de burgemeesters hun eigen bevoegdheden hebben. Ook het regionaal operationeel team blijft als crisisorganisatie bestaan, onder leiding van een operationeel leider; mogelijk wordt de crisisorganisatie aangepast, zodat het beter aansluit op de tijdelijke wet en gemeenten ondersteund kunnen worden waar nodig. We hebben te maken met een langdurige crisis waarin reeds langere tijd en nog geruime tijd veel wordt gevraagd van de eigen gemeentelijke organisatie, de regionale organisatie en inzet van andere organisaties zoals de GGD en politie.

Vanuit de gedachte dat we in Gelderland-Zuid zoveel mogelijk als één overheid willen optreden, willen we zorgvuldig blijven afstemmen binnen de gezamenlijke uitgangspunten. Hieronder de voorgenomen beleidsuitgangspunten voor de aanpak van de coronacrisis in Gelderland-Zuid: • Onze aanpak is gericht op het voorkomen en beperken van besmettingen coronavirus, mede op basis van landelijke wetgeving en richtlijnen en in samenwerking met lokale, regionale en landelijke partijen. • Inzet van maatregelen is landelijk en in de regio gelijk met beperkte lokale ruimte. Burgemeesters kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen. • Bij de inzet van maatregelen en handhaving wordt zo veel mogelijk aangesloten op de actuele situatie: streng wanneer het moet en mild als het kan. • Maatregelen en handhavingsstrategie worden binnen de regio afgestemd om een dreigend nadelig bovenlokaal effect te voorkomen. • Bij de inzet van lokale maatregelen worden de maatschappelijke-, economische- en sociale gevolgen voor de eigen gemeenten en omliggende gemeenten betrokken in de afweging. • Pers- en publiekscommunicatie over maatregelen wordt regionaal afgestemd. De wijze waarop gecommuniceerd wordt is lokaal maatwerk.

Met inachtneming van de verschuiving van bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden is het wenselijk voor een aantal thema’s te bepalen op welke wijze we regionale samenhang behouden. 1. Interpretatie van maatregelen Bij nieuwe maatregelen komt het regelmatig voor dat er concrete gevallen zijn in één of meerdere gemeenten waarbij het de vraag is of de maatregelen daar wel of niet van toepassing zijn. Regionaal wordt met elkaar afgestemd, en indien nodig op landelijk niveau, hoe met deze gevallen wordt omgegaan. In de gezamenlijke aanpak blijven we het noodzakelijk vinden om regionaal de vraagstukken zo veel mogelijk af te stemmen en een gezamenlijke lijn te voeren. 2. Ontheffingen Met de tijdelijke wet wordt de burgemeester in bepaalde gevallen bevoegd tot het verlenen van ontheffingen. Wanneer het verlenen van ontheffingen tussen gemeenten tot grote verschillen leidt, is dit lastig uit te leggen aan inwoners en ondernemers die allen te maken hebben met dezelfde crisis. Het kan zijn dat lokale verschillen in bijvoorbeeld het risiconiveau aanleiding zijn om verschillend om te gaan met ontheffingen, maar uitgaande van een vergelijkbare situatie is het moeilijk uitlegbaar aan inwoners wanneer (grote) differentiatie optreedt.

Om ook op dit specifieke terrein te borgen dat samenhang en daarmee geloofwaardigheid van de overheid en draagvlak wordt behouden, worden ontheffingen verleend in afstemming in de regio. 3. Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving is een gezamenlijke opgave van alle toezichthoudende en handhavende diensten. Het betreft een lokale aangelegenheid. Van belang is binnen de regio af te stemmen over uitgangspunten en strategie, zodat tegen overtredingen op eenzelfde wijze wordt opgetreden. Hiervoor zijn ook landelijk uitgangspunten vastgesteld, ten behoeve van gelijkheid en voorspelbaarheid voor de inwoners van verschillende gemeenten. Een gezamenlijke regionale handhavingsstrategie wordt behouden. Wanneer deze wordt aangepast wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd. 4. Communicatie Voor de aanpak van COVID-19 is het van belang om als overheid een eenduidige boodschap uit te stralen. Het uitganspunt is: één overheid, één boodschap. Regionaal blijft daarom een Corona communicatieteam behouden, als onderdeel van het ROT, dat een spilfunctie blijft vervullen tussen Rijk en gemeenten en de gemeenten onderling. 5. Informatie Naast de directe informatievoorziening binnen en tussen gemeenten wordt ook uitvoering en ondersteuning geboden aan de voorzitter van de veiligheidsregio die een informatieplicht behoudt richting de minister van VWS.

Naast deze thema’s is het voornemen van de burgemeesters om ook op andere thema’s afstemming met elkaar te zoeken. Denk hierbij aan de volgende thema’s: - Afspraken over hoe om te gaan met evenementen en feestdagen zoals oud en nieuw; - Afspraken over openbare manifestaties - De voorbereiding en uitvoering van een landelijk vaccinatie programma COVID-19 - Algemene vraagstukken zoals verkiezingen. Deze brief bevat slechts een samenvatting van de nieuwe tijdelijke wet. Als u nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan uw bestuurlijke portefeuillehouder. Nadere informatie over de wet kunt u ook vinden op Rijksoverheid.nl (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/nederlandse-maatregelen-tegen-het-

coronavirus/coronawet-vervangt-noodverordeningen) en de website van de VNG (https://vng.nl/rubrieken/coronavirus-covid-19), waaronder de handreiking Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 voor gemeenten. Gedeeltelijke lockdown gaat verder, actualisatie noodverordening Dinsdag 17 november jongstleden hebben de minister-president en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens de persconferentie aangegeven dat de tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown na twee weken ten einde is. Voor een nadere toelichting, zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/11/17/gedeeltelijke-lockdown-gaat-verder In opdracht van de minister van VWS en de minister van J&V heb ik als voorzitter Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op woensdag 18 november opnieuw een geactualiseerde noodverordening vastgesteld. De noodverordening is gebaseerd op de ministeriele opdrachten van 18 november en is vastgesteld na schriftelijke consultatie van de burgemeesters in het Regionaal Beleidsteam. Conform de Wet veiligheidsregio’s wordt de noodverordening ter kennis gebracht aan de gemeenteraden. De noodverordening is te bekijken via https://www.crisisglz.nl/noodverordening/. Ten slotte wil ik u melden dat ik, conform de Wet veiligheidsregio’s, een schriftelijke verantwoording zal afleggen aan de gemeenteraden over de aanpak van de crisis in de periode 1 juli – 1 december 2020.

In juli heeft u een tussentijdse verantwoording ontvangen over de aanpak van de crisis tot juni 2020. De vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen zal ik schriftelijk beantwoorden. Daarnaast zal ik mondelinge inlichtingen verstrekken aan gemeenteraden die daarom verzoeken. Na inwerkingtreding van de coronawet per 1 december zal uw burgemeester periodiek verantwoording afleggen, conform een regionaal format met daarin aandacht voor het gevoerde regionale en lokale beleid, genomen maatregelen en verleende ontheffingen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Voorzitter Veiligheidsregio Gelderland Zuid

Hubert Bruls

Bijlage 1 Overzicht veranderende bevoegdheden na inwerkingtreding van de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19. Voor invoering coronawet Bevoegdheid Voorzitter VR Verlenen Noodverordening ontheffingen van (algemeen: art. 3.1) (apart landelijke regels studenten: art. 2.14)

Na invoering Coronawet Burgemeester Verlenen van ontheffingen van algemene maatregelen (art. 58e), verbod tot groepsvorming in een aangewezen plaats, openstellen van een publieke plaats (art.58h), houden van een evenement (art. 58i) Bij uitvoering van toezicht (artt. 58k, 58l, 58m, 58n)

Geven van aanwijzingen en bevelen

Noodverordening (art.4.1)

Handhaving

Art. 39 Wet veiligheidsregio: bestuurlijk bevel, sluiting, Last onder dwangsom

Verantwoordelijk voor bestuurlijk handhaving (art 58u coronawet, artt. 125, 176 Gemeentewet)

Bevoegdheden bestrijding infectieziekten

Maatregelen gebouwen en personen treffen (o.a. quarantaine) (artt 34 lid 4, 47, 51, 54, 55, 56 Wet publieke gezondheid) Via RBT, coördinerende voorzittersrol bij afstemming over lokale besluiten en toepassing art.6 lid 4 Wet publieke gezondheid

Geen

Regionale coördinatie

Crisiscommunicatie

Informatievoorziening

Afleggen verantwoording

De voorzitter is verantwoordelijk voor informatievoorziening over oorsprong, omvang en gevolgen van de epidemie aan de bevolking en de bij de crisisbeheersing betrokkenen (art. 39 jl 7 Wet veiligheidsregio) en stemt zijn informatievoorziening af met het Rijk. Voorzitter verstrekt de Minister de nodige inlichtingen (art. 43 Wet veiligheidsregio).

De voorzitter legt verantwoording aan de betreffende gemeenteraden af na beëindiging van de crisis of ramp (art 40 Wet veiligheidsregio).

In de Memorie van Toelichting bij coronawet staat opgenomen dat op grond van art. 39, tweede lid Wet veiligheidsregio de voorzitter een RBT bijeen roept en houdt.

De burgemeesters verschaffen de Minister van VWS via de voorzitter veiligheidsregio (art. 58s lid 2 Tijdelijke wet maatregelen COVID-19). De burgemeester legt verantwoording af aan de gemeenteraad. De wijze van verantwoording kan door de gemeente en burgemeester in samenspraak worden bepaald.

Voorzitter VR Niet bevoegd, tenzij de minister VWS de bevoegdheid tijdelijk bij de voorzitter veiligheidsregio belegt (art. 58s:).

Niet bevoegd, tenzij Minister VWS de bevoegdheid tijdelijk bij de voorzitter veiligheidsregio belegt (art. 58d: gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis). Niet bevoegd, tenzij Minister VWS de bevoegdheid tijdelijk bij de voorzitter veiligheidsregio belegt (art. 58d: gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis). De voorzitter blijft bevoegd maatregelen voor gebouwen en personen treffen (o.a. quarantaine) (art 34, lid 4, 47, 51, 54, 55, 56 Wpg). RBT blijft op grond van art. 39, tweede lid Wet veiligheidsregio in stand: coördinerende rol van de voorzitter bij afstemming (Memorie van toelichting coronawet).

De voorzitter blijft verantwoordelijk voor informatievoorziening over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van de epidemie aan de bevolking en aan de bij de crisisbeheersing betrokkenen (art.39 jo 7 Wet veiligheidsregio) en stemt zijn informatievoorziening af met het Rijk. De burgemeesters verschaffen de minister van VWS via de voorzitter veiligheidsregio gegevens en inlichtingen (art. 58s lid 2 Tijdelijke wet maatregelen COVID-19). De voorzitter legt, indien art. 58d van toepassing, verantwoording af aan de gemeenteraden niet alleen ná de crisis, maar ook tijdens deze crisis. De voorzitter legt verantwoording af over de gemaakte keuzes binnen een maand na inwerkingtreding van de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=9caca535-00d7-4e9c-943b-c1eed3f282c6