B4 d.d. 10 mei 2023 van de Commissie voor de Milieueffectrapportage inzake Voorlopig toetsingsadvies Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Tekst van het document
Van: Rosielle Kulik Verzonden: woensdag 10 mei 2023 13:11 Aan: Griffie Nijmegen <griffie@nijmegen.nl> Onderwerp: Voorlopig toetsingsadvies Uitbreiding bedrijventerrein De Grift, gemeente Nijmegen (3701)
Geachte meneer, mevrouw, Hierbij ontvangt u ons voorlopig toetsingsadvies – en bijbehorende persbericht - over het milieueffectrapport Uitbreiding bedrijventerrein De Grift, gemeente Nijmegen. Dit advies heeft de Commissie m.e.r. uitgebracht op verzoek van de gemeente Nijmegen. Voor meer informatie hierover kunt u binnen uw organisatie terecht bij mevr. Sjoukje Biesta. Wij sturen u het advies zodat u de raad hiervan op de hoogte kunt stellen. Het advies en persbericht zijn ook te vinden op onze website https://www.commissiemer.nl. Met vriendelijke groet, Rosielle Kulik Projectsecretaresse +31 (0)30 234 76 61
www.commissiemer.nl Interesse in onze nieuwsbrief?
Uitbreiding bedrijventerrein De Grift, gemeente Nijmegen
Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 10 mei 2023 / projectnummer: 3701
1
Advies over het MER in het kort De Gemeente Nijmegen wil het bedrijventerrein De Grift met circa 30 hectare uitbreiden als onderdeel van gebiedsontwikkeling de Waalsprong. Deze uitbreiding zal voornamelijk ruimte bieden aan XXL-logistiek, aangevuld met regionale en kleinschalige lokale bedrijvigheid. De aanpassing van infrastructuur rondom de Griftdijk is ook onderdeel van het uitbreidingsplan. Voor het besluit over het bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld.1 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Wat staat in het MER? Het plan voor De Grift draagt bij aan de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen en voorziet in een belangrijk deel van de jaarlijkse werkgelegenheidsambitie. Het plangebied van 30 ha bestaat uit drie deelgebieden: De Grift Noord, -Zuid en –West. In het MER staat dat de uitbreiding van het bedrijventerrein een negatief effect heeft op natuur, geluid, externe veiligheid en cultureel erfgoed en landschap. Er zijn positieve effecten voor verkeer, bodem en klimaat en energie. In het MER zijn twee alternatieven onderzocht: een basisalternatief met en zonder doortrekking van de A15. Daaruit komen geen verschillende beoordelingen van milieueffecten naar voren. Er zijn geen inrichtingsalternatieven onderzocht.
Wat valt de Commissie op? De Commissie constateert dat het MER alleen beschrijft en toetst en niet al bij het ontwerpproces is ingezet. Daardoor zijn er geen alternatieven onderzocht waarmee de hoeken van het speelveld zijn verkend. Daarnaast wordt de beschikbare informatie in het bestemmingsplan en de daarbij horende bijlagen niet altijd goed vertaald naar het MER. Hierdoor zijn in het MER bepaalde keuzes onduidelijk of onvolledig weergegeven. Tot slot zijn er nog veel onzekerheden over de concrete invulling van het voornemen. Dit komt doordat veel is doorgeschoven naar de aanbesteding van de percelen. Hierdoor zijn de exacte milieugevolgen niet altijd duidelijk.
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie is van mening dat het MER een navolgbare opbouw heeft en tot logische conclusies komt. De bijlagen geven bruikbare informatie en vooral het beeldkwaliteitsplan wordt door de Commissie gewaardeerd. De Commissie merkt daarbij wel op dat de beschikbare informatie lastig te vinden is. Ook bevat het MER geen alternatieven of varianten voor het voornemen waardoor het MER feitelijk niet aan de formele inhoudseisen voldoet. Het opgenomen alternatief (wel/geen doortrekking A15) is geen alternatief, maar een scenario, omdat de keuze daarover niet aan het bevoegd gezag (gemeente Nijmegen) is. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER dat daarin belangrijke informatie ontbreekt. Het gaat om het onvoldoende concretiseren van de ambities en het ontbreken van duidelijke randvoorwaarden voor de aanbesteding. Hierdoor zijn er onzekerheden over het voornemen en zijn de milieugevolgen onvoldoende in beeld.
1
Royal HaskoningDHV, 2023. MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen.
-1-
Het aanvullen van deze informatie is essentieel om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift in Nijmegen. De Commissie adviseert daarom deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over dit project. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aanbevelingen voor het vervolgtraject.
Figuur 1: Bestemmingsplan uitbreiding bedrijventerrein De Grift (bron: MER).
Aanleiding MER Voordat de gemeenteraad van Nijmegen besluit over het bestemmingsplan voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift zijn de milieugevolgen onderzocht in een MER. Dit project- en plan-MER is opgesteld omdat een passende beoordeling noodzakelijk was (artikel 2.8 Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op Natura-2000 gebieden als gevolg van de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift konden immers niet worden uitgesloten. Daarnaast is de uitbreiding van De Grift een stedelijk ontwikkelingsproject met een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 vierkante meter of meer (categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage).
-2-
Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Nijmegen - besluit over het bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein de Grift. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3701 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
2
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft zij advies voor de op te stellen aanvulling. Dit advies is opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming. In de tekst staan ook een aantal aanbevelingen. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
2.1
Benutten MER in planproces Gebruik beschikbare informatie in MER De Commissie constateert dat bij het opstellen van het MER niet alle informatie is gebruikt die beschikbaar is.2 Zo is in het MER vermeld dat de uitbreiding van De Grift zich grotendeels afspeelt binnen de bandbreedte van inrichtingsmogelijkheden die zijn onderzocht in een voorgaande m.e.r.-procedure: het MER Waalsprong 2003/2007.3 De doorwerking hiervan op het voorliggende MER is weliswaar kort beschreven, maar de ‘actualiteitstoets MER 2003/2007’ is niet navolgbaar in het MER verwerkt. Hierdoor is in het MER niet duidelijk welke aspecten wel en niet om een actualisering of aanpassing vragen. De Commissie constateert dat het opnemen in het MER van een gedetailleerde terugblik op de conclusies van het MER Waalsprong 2003/2007 had bijgedragen aan de transparantie. Het niet gebruiken van alle beschikbare informatie komt bijvoorbeeld naar voren bij de omschrijving van de keuze voor XXL-logistiek op bedrijventerrein De Grift. Het MER geeft geen inzicht in de economische en planologische achtergrond daarvan. Uit aanvullende documentatie4 blijkt dat in het regionaal en provinciaal beleid het knooppunt Nijmegen
2
Het niet gebruiken, of niet duidelijk communiceren, van de beschikbare informatie uit het bestemmingsplan kwam naar
voren in de zienswijzen. Daarin kwamen meerdere vragen naar voren over verkeer (zienswijze 125415, 125716, 130422) en natuur (zienswijze 130712), terwijl de informatie wel beschikbaar was.
3
In 2002 is een MER opgesteld voor het project Woningbouwlocatie Waalsprong Nijmegen. Na het toetsingsadvies van de
Commissie besloot de gemeente Nijmegen een nieuw MER op te stellen. Dit MER, genaamd ‘MER Waalsprong 2003’, is in
2003 opgesteld en beoordeeld door de Commissie. In 2006 is dit MER aangevuld vanwege ontwikkelingen en gewijzigde
inzichten over de verkeersstructuur in en rondom de Waalsprong. Meer informatie hierover is te vinden door nummer 1189 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
4
Op 28 maart vond een locatiebezoek plaats van de Commissie aan het plangebied De Grift. Naar aanleiding van dit locatiebezoek heeft de gemeente Nijmegen enkele achtergronddocumenten nagestuurd.
-3-
(Knoop 38, inclusief De Grift) en het knooppunt EMZ (Emmerich-Montferland-Zevenaar, de A12-zone richting Duitsland) zijn aangewezen voor XXL-logistiek. De voorgenomen omvang van XXL-logistiek in De Grift past wel binnen de vastgestelde ontwikkelruimte uit deze beleidstukken.
MER alleen toetsend ingezet Het MER is uitsluitend ingezet als toetsend instrument en niet als ‘ontwerpend’
instrument. De Commissie wijst erop dat de meerwaarde van milieueffectrapportage (m.e.r)
niet alleen ligt in het toetsen aan het voldoen aan milieunormen of -doelstellingen. Doordat alle milieu-informatie op één plek bij elkaar komt, wordt ook duidelijk waar knelpunten
kunnen ontstaan. Wanneer het opstellen van het MER gelijk oploopt met het planproces kan
het plan waar nodig aangepast en geoptimaliseerd worden door alternatieven en/of varianten te vergelijken. De neerslag van dit proces in het MER zelf waarborgt de transparantie en
toegankelijkheid van de milieu-informatie op basis waarvan het besluit genomen wordt. In het bestemmingsplan voor uitbreiding van bedrijventerrein De Grift lijkt geen sprake te zijn geweest van een iteratief proces waarin is ingespeeld op de beschikbare milieu-
informatie. Hierdoor is niet zeker of in het proces van het opstellen van het MER de 'hoeken van het speelveld' voldoende zijn verkend. Daardoor is het niet duidelijk of er opties met minder milieugevolgen zijn die nu buiten beeld zijn gebleven. Dit komt terug in het
alternatievenonderzoek in dit MER. De kern van m.e.r is het onderzoeken van milieueffecten van het voornemen en alternatieven daarvoor. In het MER worden twee alternatieven
benoemd: wel of geen doortrekking van de A15. Dit zijn echter geen alternatieven voor het voornemen. De Commissie wijst erop dat het doortrekken van de A15 als scenario in de referentiesituatie moet worden beschouwd. Een scenario wordt in m.e.r. gebruikt voor
ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op (de milieueffecten van) het voornemen, maar
buiten de invloedssfeer van de initiatiefnemer en/of bevoegd gezag liggen. Het wegvallen van het al dan niet doortrekken van de A15 als alternatieven betekent dat in dit MER alleen sprake is van een basisalternatief.
Doorschuiven concretisering ambities naar aanbesteding In het MER staan veel ambities die vervolgens niet concreet zijn gemaakt. De concretisering is veelal doorgeschoven naar de aanbesteding. De invulling van deze aanbesteding is nog onzeker. Zo is het nog niet bekend of dit per perceel of voor het gehele gebied zal gebeuren. Hierdoor ligt de lat hoog voor de randvoorwaarden waaronder de aanbesteding van het gebied of de kavels zal plaatsvinden. Het belang van randvoorwaarden wordt versterkt doordat het MER geen alternatieven en varianten bevat en veel milieueffecten nog onzeker zijn. De onzekerheid die ontstaat door het doorschuiven van het concretiseren van ambities speelt vooral bij de uitwerking van de duurzaamheidsambities en de monitoring van geluidseffecten op woningen. Het MER geeft op pagina 2 aan dat bij gebiedsontwikkelingen in Nijmegen duurzaamheid centraal staat. De ambitie voor de uitbreiding van De Grift is daarmee duidelijk, maar de doorwerking naar de opgaven voor De Grift veel minder. Dit leidt ertoe dat er een grote verantwoordelijkheid ligt om in de verdere uitwerking – het MER verwijst naar de toekomstige aanbestedingen – aspecten als duurzaamheid, energie, circulariteit een plaats te geven en daarmee het plan te versterken. Dit maakt de borging van randvoorwaarden in de aanbesteding en het maken van een proactief monitoringsprogramma essentieel.
-4-
De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming over bestemmingsplan uitbreiding De Grift, de (duurzaamheids)ambities te vertalen naar zo concreet mogelijke doelstellingen voor het bedrijventerrein. Beschrijf vervolgens:
de randvoorwaarden die hieruit voortkomen voor de verdere uitwerking en aanbesteding van het bedrijventerrein;
de gevolgen die deze randvoorwaarden hebben voor het voornemen en mogelijke varianten daarop. Als dit leidt tot onderscheidende varianten voor de invulling van het bedrijventerrein, beschrijf en beoordeel daarvan dan alsnog de effecten;
2.2
een aanzet voor een monitoringsprogramma waarin de doelstellingen worden bewaakt.
Effectbeoordeling De aspecten uit 2.1 ‘benutten MER in planproces’ vinden hun weerslag in de effectbeoordelingen in het MER. De Commissie constateert dat bepaalde informatie weliswaar in het MER ontbreekt, maar dat deze wel is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. De communicatieve rol van m.e.r. om tot een transparant besluitvormingsproces te komen is daardoor deels onbenut. Ook het ontbreken van alternatieven en varianten en het doorschuiven van concretisering van ambities naar de aanbesteding zorgt voor onzekerheden. Dit geldt met name voor de volgende onderwerpen:
Duurzaamheid In het MER staat dat in Nijmegen duurzaamheid centraal staat bij gebiedsontwikkelingen. Dat is uitgewerkt in de ambitie om in te zetten op vijf kernwaarden: klimaatadaptief, slimme mobiliteit, de Grift als energiebron, circulaire complementaire ontwikkelingen en stedelijke herkenbaarheid. Gezien de ambities in de omgevingsvisie van Nijmegen, ligt een beschouwing van alternatieven of varianten die tegemoetkomen aan duurzaamheidsambities voor de hand. De Commissie is van mening dat door het ontbreken van inrichtingsalternatieven in het MER kansen onbenut zijn gebleven. Er ontbreekt een transparant overzicht van de milieugevolgen van het optimaal inzetten op elk van de vijf kernwaarden. De synergie tussen de kernwaarden blijft onduidelijk. Zo wordt in het MER gesproken over het aanbrengen van groene daken, witte daken en daken vol zonnepanelen. De synergie van de verschillende ambities voor de invulling van de daken is niet uitgewerkt. De concrete invulling wordt doorgeschoven naar de aanbesteding van de percelen, waarvan de invulling nog onzeker is. Ook de circulaire ambities zijn niet specifiek benoemd en behoeven verdere concretisering.5 Hetzelfde geldt voor de kans dat De Grift kan worden ontwikkeld als een energieleverend bedrijventerrein.
Met de aanwezige windturbines, het zonneveld en het nieuwe transformatorstation is het aannemelijk dat het hele gebied (De Grift én zijn omgeving) energieleverend kan zijn maar in het MER wordt dat niet concreet uitgewerkt (orde groottes)6. De Commissie acht het concretiseren van de duurzaamheidsambities van groot belang voor het vervolgproces.
5
In het MER wordt onder andere meermaals aangegeven dat ‘XXL in toenemende mate een rol speelt in de circulaire
economie’. Deze aanname wordt niet onderbouwd en ook niet uitgewerkt in aandachtpunten voor de ontwikkeling van De Grift.
6
Dit sluit aan bij de zienswijzen van de gezamenlijke energiecoöperaties (zienswijze 124618) en de Natuur en Milieu
Federatie Gelderland (zienswijze 124711). Daarin wordt gewezen op de vrij algemene en nauwelijks toekomstgerichte aannames over de mogelijkheid om van de Grift een energieleverend bedrijventerrein te maken.
-5-
De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming over bestemmingsplan uitbreiding De Grift, om de vijf duurzaamheidsambities verder te concretiseren en te vertalen naar uitgangspunten en randvoorwaarden voor de daadwerkelijke aanbesteding plaatsvindt. Neem deze ook expliciet op in het monitoringsprogramma.
Sociale effecten en geluid Bij de realisatie van het bedrijventerrein zal aan diverse bestaande woningen de woonbestemming worden onttrokken. Maar binnen de invloedssfeer van het bedrijventerrein blijven (mogelijk) op relatief korte afstand de begrenzing van enkele bestaande woningen gehandhaafd. Daarnaast is er sprake van woningbouw in de woonwijk Zuiderveld, nabij De Grift Zuid. In het MER zijn daar geen consequenties aan verbonden. Ook lijkt een deel van de woningen aan de noordzijde van Zuiderveld niet meegenomen in het geluidsonderzoek.7 Uit het bestemmingsplan blijkt wel dat hier sprake is van een inwaartse zonering (per deelgebied). De Commissie beveelt aan om de effecten van het bedrijventerrein op de leefomgeving, waaronder de geluidseffecten, bij de concrete invulling van een deelgebied te bewaken (monitoring) op basis van de vastgelegde randvoorwaarden voor deze woningen. Doe dit voor zowel de bestaande woningen waarvan de woonbestemming gehandhaafd blijft en de nieuwe woningen aan de noordzijde van Zuiderveld.
Verkeer In het MER zijn de verkeerseffecten beschreven in de bijlage ‘Verkeersonderzoek MER Grift Nijmegen’. Daarbij is uitgegaan van een referentiesituatie exclusief het doortrekken van de A15 en inclusief het doortrekken van de A15. Daarnaast wordt in het MER alleen een basisalternatief onderzocht. In het verkeersonderzoek wordt het planalternatief beoordeeld op drie criteria met de volgende beoordeling:
verkeersafwikkeling: positief effect; verkeersveiligheid: neutraal effect; bereikbaarheid fiets en openbaar vervoer: neutraal effect.
Het deelonderzoek naar de verkeersafwikkeling is goed uitgevoerd en de scores zijn navolgbaar. Ook de vergelijking van de huidige situatie, referenties en het basisalternatief is navolgbaar. De Commissie merkt daarbij wel op dat in het MER aan het omgevingsaspect ‘verkeer’ de ‘totale’ score positief wordt toegekend. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat er een positief effect is op elk van de drie gebruikte criteria, terwijl dit niet zo is. De Commissie constateert dat een kwantitatieve onderbouwing is gebaseerd op het verkeersmodel van de regio Arnhem-Nijmegen. Het MER beschrijft niet op welke beleidsuitgangspunten het model is gebaseerd, op welke wijze duurzame mobiliteit inclusief parkeerbeleid daarin is betrokken en tot welke verkeersintensiteiten dat naar verwachting zal leiden. Uit aanvullende informatie8 is gebleken, dat die informatie wel beschikbaar is en in het verkeersonderzoek als onderdeel van het MER wel is betrokken. De Commissie beveelt aan om, gezien de duurzaamheidsambities, de voorgestelde mitigerende maatregelen bij de invulling van het plan concreet uit te werken. Denk hierbij aan de scheiding van verkeerssoorten binnen de infrastructuur van het plangebied en
7 8
Hierover kwam ook een vraag naar voren in zienswijze 124800.
Naar aanleiding van het locatiebezoek heeft de gemeente Nijmegen informatie nagestuurd over het onderwerp verkeer.
-6-
mobiliteitsmanagement samen met de bedrijven, aangevuld met extra looproutes in en rond het plangebied.
Extern salderen en bronmaatregelen stikstof Tijdens de aanlegwerkzaamheden en het gebruik van het bedrijventerrein wordt stikstof uitgestoten. Het MER beschrijft dat dit mogelijk leidt tot negatieve effecten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Daarom wordt een mitigerende maatregel getroffen. De gemeente maakt gebruik van externe saldering om de toename in stikstofdepositie te mitigeren. De Commissie constateert dat de effectiviteit goed is beschreven in het MER. De Commissie wijst wel op twee aandachtspunten voor de uitvoerbaarheid van het project:
Uit jurisprudentie blijkt dat externe saldering alleen als mitigerende maatregel kan
worden meegenomen, als deze maatregel niet al nodig is voor de verbetering of het
behoud van de Natura 2000-gebieden of het voorkomen van verslechtering of verstoring van de gebieden. Het MER bevat hierover geen informatie.
Zonder extern salderen kan het project een toename van stikstofdepositie veroorzaken op het Natura 2000-gebied Oeffelter Meent, dat in de provincie Noord-Brabant ligt. Daardoor moet het bevoegd gezag voor de nog aan te vragen natuurvergunning
(Gedeputeerde Staten van Gelderland) de aanvraag behandelen in overeenstemming met Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. In de provincie Noord-Brabant gelden andere beleidsregels voor extern salderen dan in Gelderland, en bovendien geldt in NoordBrabant op het moment van uitbrengen van dit advies een ‘vergunningenstop’.9
Bovendien wijst de Commissie op mogelijke bronmaatregelen om de stikstofdepositie te verminderen. De Commissie beveelt daarom aan om mogelijke bronmaatregelen te onderzoeken en, waar mogelijk, te borgen in de aanbesteding.
Water In het MER staat dat de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift een neutraal effect heeft op het milieuaspect water. In haar zienswijze op het MER en het ontwerpbestemmingsplan10 geeft het Waterschap Rivierenland aan dat de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding nog onvoldoende in beeld zijn. Ook is het watertoetsproces nog niet volledig doorlopen. Het ruimtebeslag dat nodig is voor het duurzaam beheer en onderhoud van het watersysteem moet nog worden vastgesteld. De Commissie beveelt aan om de benodigde aanpassingen en voorzieningen voor de waterhuishouding af te stemmen met het Waterschap voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan. Betrek de daaruit komende conclusies over onder andere het ruimtebeslag in het definitieve bestemmingsplan.
9 10
Voor meer informatie, zie: Analyses bevestigen slechte staat natuur Brabant - Provincie Noord-Brabant Zie zienswijze 130245.
-7-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het
gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Annemie Burger (voorzitter) drs. Sjef Jansen ing. Gerard Krone dr. Patrick Patiwael (secretaris) ing. Ben Peters drs. Gerrit de Zoeten Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D11.2, “de uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject waarin de activiteit betrekking heeft op een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m² of meer”. Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van de gemeente Nijmegen. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen.
Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3701 in te vullen in het zoekvak.
10 mei 2023 Persbericht
Maak concrete doelstellingen en vertaal deze naar randvoorwaarden voor bedrijventerrein de Grift in Nijmegen Maak de doelstellingen voor de uitbreiding van bedrijventerrein de Grift concreet en vertaal deze in duidelijke randvoorwaarden. Dat zegt de Commissie voor de milieueffectrapportage in haar advies over het milieueffectrapport. De gemeente Nijmegen had de Commissie gevraagd de inhoud van het rapport te beoordelen. De gemeente Nijmegen wil het bedrijventerrein de Grift uitbreiden met 30 hectare. Deze uitbreiding biedt ruimte aan grootschalige logistiek, aangevuld met kleinere bedrijven. De aanpassing van infrastructuur rondom de Griftdijk is ook onderdeel van het uitbreidingsplan. Voordat de gemeente Nijmegen besluit over het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de Grift zijn eerst de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. Het concreet maken van veel ambities, zoals voor duurzaamheid, geluid en verkeer, is doorgeschoven naar de aanbesteding. Hierdoor zijn er onzekerheden over het project en zijn de milieugevolgen nu onvoldoende in beeld. De Commissie adviseert daarom de ambities uit te werken en aan te geven in hoeverre dit als randvoorwaarden geldt voor de ontwikkeling van het terrein. De onderbouwing van eerder gemaakte keuzes is niet goed in het rapport terug te vinden, stelt de Commissie.
Ook zijn er geen varianten onderzocht voor de verschillende mogelijkheden van het bedrijventerrein. Daardoor is het onduidelijk of er opties zijn met minder milieugevolgen. De gemeente neemt het advies over. De initiatiefnemer vult het rapport aan en laat het daarna opnieuw beoordelen door de Commissie. ----------------------------------------------------------De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van milieueffectrapporten. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dit geval de gemeenteraad van Nijmegen - besluit over het project. Zie ook www.commissiemer.nl.
Noot voor de redactie Op de website vindt u het volledige advies. Voor meer informatie kunt u bellen met Tom Ludwig, 030 – 234 76 10