B31 d.d. 14 oktober 2021 van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid inzake Handreiking Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid
Tekst van het document
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid
Inhoud Voorwoord
6
1.
8
Armoede en jeugdgezondheid
-
Geboren worden en opgroeien in armoede
9
-
Doel van de handreiking
10
1.1
Opgroeien in armoede
11
-
Welke kinderen en jongeren leven in armoede?
11
-
Gevolgen van opgroeien in armoede
11
1.2
De rol van professionals in de jeugdgezondheid
13
-
De opdracht van professionals
13
-
Attitude van professionals s
14
-
Integraal werken
15
1.3
Professionals versterken en faciliteren
15
-
Investeren in professionals
15
-
Faciliteren van professionals
16
Verder lezen
17
Werkwijzen
18
2.1
Signaleren
20
-
Vertrouwen opbouwen
21
-
Herkennen
24
-
Bespreken
27
-
Signalen verbinden
30
2.
2.2
Ondersteunen
34
-
Steun bij opgroeien
35
-
Steun bij ouderschap
39
-
Sociale steun
43
-
Financiële en materiele steun
47
2.3
Stimuleren
52
-
Lichamelijke gezondheid
53
-
Mentale gezondheid
57
-
Participatie
60
Bijlagen
63
-
Screenings- en gespreksinstrumenten
63
-
Signaleringslijst kinderarmoede
67
-
Overzicht fondsen
69
Bronnen
72
5
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid
Eén op de dertien kinderen in Nederland groeit op in armoede. In 2019 betrof dit ruim 251 duizend thuiswonende minderjarigen.1 Hoewel het met veel van deze kinderen goed gaat, kan armoede ook veel stress met zich meebrengen. Geboren worden en opgroeien in armoede kan een negatieve invloed hebben op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen en kan samenhangen met overgewicht, hechtings- en opvoedproblematiek. 2 Bij deze kinderen en jongeren staat het recht op een toereikende levenss tandaard, goede ontwikkeling, huisvesting en gezondheid onder druk. 3
Wanneer spreken we van armoede?
Volgens de Europese commissie zijn mensen arm wanneer ‘de materiële, culturele en sociale middelen onvoldoende zijn om op een manier te leven die als minimaal aanvaardbaar wordt gezien in de samenleving waarin men leeft’. Als grens van wat in Nederland financieel minimaal aanvaardbaar is, hanteert het SCP het ‘niet veel, maar toereikend’ besteedbaar inkomen.4
Geboren worden en opgroeien in armoede
Professionals in de geboorte- en jeugdgezondheidszorg hebben elke dag de kans om iets voor kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders in armoede te betekenen. Zij hebben een preventieve taak in het bijdragen aan een veilige zwangerschap en geboorte en het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren. 5 Omdat deze professionals een belangrijke schakel zijn in het signaleren van armoede, is het relevant dat zij in staat zijn deze complexe problematiek te herkennen en daar handelingsbekwaam mee om te gaan. Deze professionals richten zich op (aanstaande) ouders en hun kinderen in de leeftijdsgroepen: - Ongeboren en pasgeboren kinderen (10 maanden voor tot 6 weken na de geboorte) - Jonge kinderen (6 weken tot 4 jaar) - Kinderen op de basisschool (4 tot 12 jaar) - Jongeren in het voortgezet onderwijs (12 tot 18 jaar)
Wie zijn de professionals in de jeugdgezondheid?
In deze handreiking verstaan we onder professionals in de jeugdgezondheid de professionals die te maken hebben met de gezondheid van (ongeboren) kinderen, jongeren en hun (aanstaande) ouders.a Deze handreiking is in de eerste plaats geschreven voor uitvoerend professionals in de eerstelijns geboortezorg (verloskundigen, kraamverzorgenden) en in de jeugdgezondheidszorg (jeugdverpleegkundigen en -artsen, doktersassistenten, verpleegkundig specialisten en artsen Maatschappij & Gezondheid), en ook voor beleids- en stafmedewerkers in geboortezorg en jeugdgezondheidszorg. De handreiking is bovendien bruikbaar voor huisartsen en hun praktijkondersteuners, voor kinderartsen en -verpleegkundigen werkzaam in ziekenhuizen en voor beleidsambtenaren bij gemeenten.
a Met ouders worden de volwassenen bedoeld die de dagelijkse zorg voor kinderen en jongeren op
zich nemen, ook als dat één ouder, familieleden, pleegouders of andere verzorgers betreft. Met aanstaande ouders worden zwangere vrouwen en hun (eventuele) partner bedoeld, of stellen die zwanger willen worden. 9
de ontwikkeling van hun executieve functies (impulsbeheersing, emotieregulatie, planning, besluitvorming en werkgeheugen) onder druk.19 Dit vergroot het risico op een minder goede taal- en cognitieve ontwikkeling, lagere schoolprestaties en voortijdig schoolverlaten. Armoede kan ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen belemmeren. 20 Dit kan leiden tot een laag zelfbeeld, meer gepest worden en sociaal isolement. Kinderen in armoede eten gemiddeld ongezonder en bewegen minder dan andere kinderen en leven daarmee minder gezond. 21 Dit kan leiden tot overgewicht, obesitas of diabetes type-2, 22 gezondheidsproblemen op latere leeftijd23 zoals hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en kanker, en tot een kortere levensverwachting en minder gezonde levensjaren. 24 Bovendien leven zij vaker in minder veilige buurten, waar minder goede rolmodellen en faciliteiten beschikbaar zijn. 25
“Armoede is best wel een rot gevoel. Want van buiten liet ik eigenlijk wel gewoon zien dat ik blij was maar van binnen was het niet fijn. Ik zette eigenlijk gewoon een masker op.”
Meisje, 10 jaar
Bij (aanstaande) ouders kan de stress als gevolg van geld- en andere zorgen eveneens leiden tot het niet goed functioneren van hun executieve functies (en/of tot een postpartum depressie), 26 waardoor hun doen- en denkvermogen onder druk staat. Ouders leven dan soms meer met de dag, en zijn minder goed in staat beslissingen te nemen die gericht zijn op de lange termijn. 27 Hoewel deze ouders veel van hun kinderen houden en goede intenties hebben, bestaat het risico dat zij minder geduldig, inlevend en aanmoedigend zijn dan ouders zonder financiële zorgen en dat zij minder aandacht hebben voor hun kinderen en soms strenger straffen. 28 In deze gezinnen staat de band tussen ouders en kinderen en de hechting van kinderen onder druk. In bijna de helft van de gezinnen waar kindermishandeling plaatsvindt, blijkt sprake van armoede. 29 De Kinderombudsman adviseert in haar rapport de aanpak van armoede meer te richten op de thuissituatie, zodat kinderen zich vanuit een goede relatie met hun ouders kunnen ontwikkelen. 30 Maatwerk per gezin is daarbij noodzakelijk.
12
Het aantal contactmomenten van de professionals jeugdgezondheid met de kinderen, jongeren en hun ouders is vooral vanaf het 4 e levensjaar beperkt. Goede afstemming en samenwerking met lokale partners is dan extra belangrijk. Er is maatwerk nodig bij kinderen, jongeren en hun (aanstaande) ouders met complexe omstandigheden. Zoals armoede bij tienerzwangerschappen en/of lage gezondheidsvaardigheden37 (het vermogen om informatie over gezondheid te verkrijgen, begrijpen, beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheid gerelateerde beslissingen). 38 De afweging voor contact op maat wordt gemaakt op basis van de eigen behoefte van kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders, op basis van de inschatting van de professional en/of op basis van triagevragenlijsten. 39 Bovendien kunnen gemeenten extra inzet voor bepaalde groepen financieel mogelijk maken. Bijvoorbeeld door inkoop van extra interventies en/of door inzet op samenwerking zoals bij Kansrijke Start.
Attitude van professionals
De basishouding van professionals in het omgaan met kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders in armoede is essentieel (zie ook de werkwijze Vertrouwen opbouwen): - Luister naar kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders - ook naar hun lichaamstaal - en naar hun verschillende perspectieven. Zorg voor gezamenlijke besluitvorming (shared decision making) 40. Zie bijvoorbeeld de Toolkit Het beste besluit van de Kinderombudsman.41 - Bied laagdrempelig contact, vanuit een gelijkwaardige relatie 42 in een ontspannen sfeer. - Oordeel niet. Ouders oordelen vaak al hard genoeg over zichzelf. Erken dat problemen vaak een gevolg zijn van omstandigheden en dat stress het denk- en doenvermogen belemmert.43 - Versterk wat goed gaat, het sociale netwerk en de eigen kracht44 en heb oog voor veerkracht en de liefde van (aanstaande) ouders voor hun kinderen.45 - Wees empathisch, toegankelijk en toon belangstelling. Wees preventief, vraaggericht. Neem voldoende tijd om zorgen te bespreken46 en communiceer reëel over wat je kunt betekenen. - Geef waardevrije informatie en advies - als dit gevraagd wordt - zodat kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders geïnformeerde keuzes kunnen maken (informed consent).47 - Wees proactief en handel (als de situatie dat vraagt en het gezin het wil). Zorg bijvoorbeeld voor toeleiding naar steun bij acute zorgen om eten, energie-afsluiting en huisvesting.
‘De medewerker van Jeugd & Gezin is er vol voor gegaan. Die heeft constant meegedacht met ons, die heeft constant naast ons gestaan.’ Een moeder
14
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid
Integraal werken
Vanwege de complexiteit van de armoedeproblematiek is het belangrijk multidisciplinair en lijnoverstijgend48 samen te werken met professionals binnen de jeugdgezondheid (geboorte- en jeugdgezondheidszorg) en uit de andere jeugddomeinen (kinderopvang, onderwijs en sociaal domein) 49 en om oog te hebben voor alle leefgebieden (bijvoorbeeld ook de huisvesting). Een goed voorbeeld van lokale samenwerking is de lokale coalities binnen het actieprogramma Kansrijke Start.50 Algemene uitgangspunten bij integrale samenwerking zijn:51 - Zet het (ongeboren) kind, de jongere en de (aanstaande) ouder en wat zij nodig hebben voor hun gezondheid en ontwikkelingskansen centraal. - Investeer in preventie en vroegtijdige inzet van hulp.52 - Wees alert rond transitiemomenten. Bijvoorbeeld de overdracht van kraamzorg naar de JGZ (zie het prenataal huisbezoek) of de overstap van het kind van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. - Zorg voor een doorlopend zorgplan, waarin de te bieden zorg op elkaar is afgestemd. - Zorg dat één professional een regisserende rol heeft en aanspreekpunt is voor zowel het gezin als voor de betrokken professionals (één gezin, één plan en één regisseur). 53 - Zoek de balans tussen het niet beschadigen van de vertrouwensband met gezinnen en het delen van informatie met andere instanties om de juiste ondersteuning te bieden.
Vraag ouders of je contact mag opnemen of gegevens mag delen en leg uit waarom je dat wilt doen (zie ook de zorgvuldigheidseisen van de geldende beroepscode).
1.3 Professionals versterken en faciliteren Professionals in de jeugdgezondheid spelen een belangrijke rol in het signaleren van armoede en in het helpen voorkomen dat dit leidt tot problemen in de gezondheid, ontwikkeling en opvoeding. Het helpt hen als zij meer kennis krijgen over wat opgroeien of leven in armoede betekent en als zij weten wat ze kunnen doen. Deze handreiking geeft hen daarin handvatten. De handreiking laat ook zien waar de gemeenten en de organisaties waarvoor zij werken een taak hebben.
Investeren in professionals
Organisaties en gemeenten: - Maak professionals bewust van het leven in armoede door het hen te laten ervaren. Bijvoorbeeld met de armoede-experience, de €50,- week of het Overleefhuis. - Versterk de bewustwording van armoede door opleiding en scholing. Bijvoorbeeld in een training van het NCJ of de Vonk of via lokale of regionale mogelijkheden (bijvoorbeeld bij Hogeschool Saxion). Neem het thema ook mee in trainingen gericht op aan armoede gelieerde thema’s zoals Early Life Stress, hechtingsproblematiek, kindermishandeling, overgewicht of alleenstaand ouderschap. - Vorm of benut leerkringen of -netwerken waarin professionals de eigen praktijk evalueren en op basis daarvan leren wat minder goed en beter werkt. Werk hierin bij voorkeur samen met ervaringswerkers: ouders met ervaring met leven in armoede die een opleiding hebben gevolgd -bijvoorbeeld bij Sterk uit armoede of Howie the Harp- om deze ervaring in te kunnen zetten in de begeleiding van anderen. - Laat professionele en ervaringskennis in een tandem met elkaar samenwerken, zodat ze elkaar versterken.
15
-
Verder lezen
De Koning, D. (2021). Baby’s onder stress. Stressbegeleiding van (aanstaande) ouders in de geboortezorg. Amsterdam: SWP.
-
Hosper, K. & Van Loenen, T. (2021). Leven met ongezonde stress. Aandacht voor chronische stress in de aanpak van gezondheidsverschillen. Utrecht: Pharos.
-
Jungmann, N., Veer, A. van der, Hartogh, V. den & Dolsma, M. (2020). Geldzorgen in de huisartsenpraktijk. Over het belang van vroegsignalering en verwijzing. Utrecht: Hogeschool Utrecht.
-
Kalthoff, H. (2020). Opgroeien en opvoeden in armoede. Derde herziene versie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
-
Kinderombudsman (2017). Alle kinderen kansrijk. Het verbeteren van de ontwikkelingskansen van kinderen in armoede. Den Haag: Kinderombudsman.
-
Madern, T. & van der Meulen, B. (2019). Zorgen over geld? Praten helpt. Handreiking: signaleren van geldzorgen. Utrecht: gemeente Utrecht, Hogeschool Utrecht.
-
Omlo, J., Talman, J., Grubben, L., & de Ruig, L. (2021). Kansrijk armoedebeleid voor kinderen. Portretten van kinderen en knelpunten en kansen voor een integraal beleid. Leiden: De beleidsonderzoekers & Bureau Omlo.
-
Roseboom, T. (2018). De eerste 1000 dagen. Het fundamentele belang van een goed begin vanuit biologisch, medisch en maatschappelijk perspectief. Utrecht: De Tijdstroom.
-
Sociaal Economische Raad (2017). Opgroeien zonder armoede. Den Haag: SER.
Actuele en relevante websites
www.dekinderombudsman.nl/themas/armoede www.divosa.nl/onderwerpen/armoede-en-sociale-uitsluiting www.divosa.nl/onderwerpen/armoede-en-sociale-uitsluiting www.kansrijkestartnl.nl/ www.kennisnetgeboortezorg.nl/kansrijke-start-2/ www.movisie.nl/armoede-schulden www.ncj.nl/themadossiers/aanpak-armoede/ www.ncj.nl/themadossiers/earlylifestress/ www.nji.nl/nl/Kennis/Dossier/Armoede www.pharos.nl/infosheets/kansrijke-start-armoede www.verwey-jonker.nl/themas/armoede
17
Multidisciplinaire samenwerkingsverbanden Het ongeboren, pasgeboren en jonge kind - Het geboortelandschap een overzicht van samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld van de regionale Verloskundige SamenwerkingsVerbanden. - Het Kwetsbare Zwangeren Overleg (zie voorbeeld Zuyderland ziekenhuis) zorgt voor gezamenlijke signalering, advisering en afstemming om al voor de geboorte maatregelen te plannen in het belang van pasgeborene, moeder en gezin. - In lokale coalities Kansrijke Start werken gemeenten samen met medewerkers van geboorte- en jeugdgezondheidszorg, sociale wijkteams, welzijnswerk en volwassen GGZ aan een kansrijke start voor kwetsbare kinderen in de eerste 1000 dagen. - Het Integrale Vroeghulp team van specialisten rond het jonge kind biedt diagnostiek bij kinderen van 0-7 jaar met (mogelijk) meervoudige gedragsof ontwikkelingsproblemen en helpt de ouders bij het vinden van passende ondersteuning.93 Kraamverzorgenden en verloskundigen zijn partners in dezelfde behandel overeenkomst. Daarom is het uitwisselen van informatie tussen hen geen schending van het beroepsgeheim.
Overleg tussen de geboortezorg en de jeugdgezondheidszorg (ketenpartner) kan alleen met toestemming van de ouders, tenzij schade aan het kind kan worden voorkomen.94 Scholieren - Ondersteuningsteams zijn structurele samenwerkingsverbanden op schoolof bovenschools niveau waar signalen worden besproken van leerlingen die belemmeringen in de ontwikkeling ondervinden en waar een ondersteuningstraject wordt opgesteld en gemonitord. Kernpartners zijn: school, JGZ, jeugd zorg en op afroep leerplicht, politie en schuldhulpverlening. - M@ZL (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) is bedoeld om zorgwekkend ziekteverzuim in vo en mbo vroegtijdig te signaleren. Schoolmedewerkers, jeugdartsen en leerplichtambtenaren hebben samen met ouders aandacht en zorg voor leerlingen met ziekteverzuim, waardoor problematiek vroegtijdig in beeld komt.95 Voor scholen die gegevens uitwisselen met externe partners (waaronder de Jeugdgezondheidszorg) is een handreiking beschikbaar met uitleg over welke informatie er met elkaar gedeeld mag worden.
32
Bijlagen Screenings- en gespreksinstrumenten Om risico’s voor de groei, psychosociale en cognitieve ontwikkeling vroegtijdig te signaleren worden binnen het domein jeugdgezondheid verschillende (screenings) instrumenten en methodieken ingezet. Een overzicht van de meest gebruikte screeningsinstrumenten staat hieronder (zie ook de JGZ-richtlijn Psychosociale problemen). De bijbehorende linkjes verwijzen vaak naar de instrumenten, maar niet alle zijn rechtenvrij te gebruiken. De vragen in die screeninginstrumenten gaan over verschillende risicofactoren en gaan in de meeste gevallen niet specifiek in op armoede. Het is goed mogelijk om enkele vragen aan bestaande instrumenten toe te voegen die expliciet ingaan op financiële zorgen bij gezinnen.
Alle kinderen, jongeren en ouders GIZ-Methodiek De GIZ-methodiek helpt professionals samen met (aanstaande) ouders en jeugdigen (0 – 23 jaar) te bepalen hoe het gaat en wat nodig is. Dit door middel van een gestructureerd en motiverend gesprek en uitnodigende (leeftijdsspecifieke) schema’s. Binnen de methodiek is ruimte voor focus op zowel preventieve of aanvullende zorg. De methodiek is ook geschikt voor specifieke doelgroepen zoals laaggeletterden, migranten en kinderen met een beperking. Gesprekstools Positieve Gezondheid Met de gesprekstools Positieve Gezondheid kunnen professionals gesprekken voeren met kinderen, jongeren en ouders over hoe zij hun gezondheid ervaren (op 6 dimensies). Daaruit kan blijken dat achter een gezondheidsklacht een heel ander probleem schuilgaat. Ook kunnen mensen zelf vaak goed aangeven wat er nodig is om hun gezondheidssituatie te verbeteren. Er is een gesprekstool voor kinderen, jongeren, volwassenen en mensen die moeite hebben met begrijpend lezen.
Ongeboren en pasgeboren kinderen ALPHA-NL ALPHA-NL is een korte zelfinvullijst met 48 vragen die 15 risicofactoren voor kindermishandeling, problematisch opvoeden, partnergeweld, relatieproblemen en depressie betreffen (inclusief vragen over de partner). De lijst wordt zo vroeg mogelijk in de zwangerschap, in de wachtruimte voorafgaand aan een verloskundig consult ingevuld. ALPHA-NL maakt cliënten ook bewust van hun rol als ouders en het verband met hun eigen ervaringen, omstandigheden en opvattingen, en de mogelijkheid om dit bespreekbaar te maken met de verloskundig zorgverlener en JGZ. De verloskundig zorgverlener bespreekt met de aanstaande ouder(s) de thuissituatie, eventuele zorgen en hulpbehoefte en gaat met hen na wat er nodig is voor een goede start met de baby.
63
Kinderen op de basisschool Landelijke Signaleringslijst Psychosociale Problemen bij Kleuters (LSPPK) De LSPPK wordt ingevuld door ouders van kleuters, en haalt met name aandachtsproblemen en sociale problemen naar boven. Strengths and Difficulties questionnaire (SDQ) De SDQ is een snelle screening van psychische/psychosociale problemen bij kinderen en adolescenten en de invloed van deze problemen op het dagelijks leven. De SDQ wordt door ouders en leraren ingevuld. De uitkomsten van deze vragenlijst vormen de input voor een gesprek tussen professional en ouder en kind/jongere. Vanaf 11 jaar vullen ook jongeren de lijst zelf in, meestal onder begeleiding van iemand die toelichting kan geven. Psycat De Psycat is een internetapplicatie die ouders invullen voor de signalering van psychosociale problemen bij kinderen in de leeftijd van 7-12 jaar. De Psycat meet de zwaarte van psychosociale problemen op internaliserende problemen, externaliserende problemen, hyperactiviteit en een totaalscore. De Psycat maakt gebruik van CAT, computerized adaptive testing. Met die techniek wordt na elk gegeven antwoord een schatting gemaakt van de zwaarte van eventueel aanwezige problematiek. Vervolgens wordt gekeken welk item die schatting kan verbeteren, tot een vooraf bepaalde nauwkeurigheidsgrens is bereikt.
Daardoor kunnen allerlei vragen overgeslagen worden, omdat ze niet bijdragen aan een betere schatting.
Jongeren in het voortgezet onderwijs Strengths and Difficulties questionnaire (SDQ) Zie bij Kinderen op de basisschool. Jongeren vullen de lijst meestal in onder begeleiding van iemand die toelichting kan geven. De uitkomsten van deze vragenlijst vormen de input voor een gesprek tussen de professional, jongere en/of ouder. Korte indicatieve vragenlijst voor psychosociale problemen bij adolescenten (KIVPA). De KIVPA is een korte gevalideerde vragenlijst voor het signaleren van psychosociale problemen bij schoolgaande jongeren tussen 13 en 18 jaar. De vragenlijst is bedoeld als handvat voor de JGZ om doelmatiger en doelgerichter te kunnen werken bij het signaleren van jongeren met problemen en zo te bevorderen dat tijdig begeleiding en professionele hulpverlening kunnen worden ingezet. Jij en Je Gezondheid Jij en Je Gezondheid is een digitale vragenlijst voor jongeren zelf die de JGZ gebruikt bij de gezondheidsonderzoeken. De vragenlijst bestaat uit korte, betrouwbare en valide vragen.
66
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid
Signaleringslijst kinderarmoede Verschillende signalen kunnen wijzen op armoede, maar er kunnen ook heel andere dingen spelen. Dat maakt armoede lastig om te signaleren. Armoede is bovendien niet altijd zichtbaar omdat gezinnen veel offers brengen om hun kind geen uitzondering te laten zijn en kinderen en jongeren er alles aan doen om niet uit de toon te vallen. Ga bij een vermoeden van armoede het gesprek respectvol en empathisch aan (zie werkwijze Bespreken).
Risicogroepen en -situaties -
alleenstaande ouders, jonge ouders, ouders in echtscheiding ouders met een ongezonde leefstijl of (langdurige) ziekte, of overlijden in het gezin ouders zonder (of met onzekerheid over) werk of opdrachten ouders met beperkte beheersing van de Nederlandse taal (anderstalig, laaggeletterd) en/of digitale vaardigheden en/of een licht verstandelijke beperking ouders in detentie onrust en instabiliteit in gezin, stapeling van problemen, onveiligheid in de buurt jongeren die voortijdig schoolverlaten en/of niet hun vervolgstudie afronden jongeren die financieel verantwoordelijk worden (achttiende verjaardag), zelfstandig gaan wonen.
Signalen
KINDEREN EN JONGEREN Kinderen en jongeren die in armoede leven kunnen Uiterlijke kenmerken van armoede hebben: een slechte (persoonlijke) verzorging - overgewicht - vaak dezelfde, kapotte, slecht passende of niet seizoen adequate kleding - geen sportkleding of winterjas of doorschieten in dure aanschaf - zonder ontbijt, fruit en/of lunch of met ongezonde snacks naar school - een onverzorgd uiterlijk en gebit, onfrisse lichaamsgeur - onvoldoende babykleren, luiers en babyspullen. Gedrags- en ontwikkelingsproblemen hebben: - concentratieproblemen, chaotisch, paniekerig en/of gespannen - een leer- of ontwikkelingsachterstand of huiswerk niet maken - geregeld hoofdpijn hebben en/of een vermoeide indruk maken - een stille of teruggetrokken houding of juist een kort lontje - een laag zelfbeeld, minderwaardigheids- of schaamtegevoelens of faalangst - alcohol en/of drugs gebruik - verkeerde vrienden, kleine criminaliteit waaronder drugs dealen - hechtingsproblematiek (minder exploratie, laag zelfbeeld, het gevoel er alleen voor te staan, moeite om anderen te vertrouwen, situaties te overzien en de wereld te begrijpen).
67
Beperkt participeren: - vaak afwezig of te laat, spijbelen, niet deelnemen aan excursies of activiteiten - afwezig zijn op eigen verjaardag of feestjes, niet uitgaan en/of weinig vrienden mee naar huis nemen - geen lid van verenigingen, nooit op vakantie, geen zwemdiploma - onvoldoende leermiddelen om huiswerk te maken (computer of internet) - niet naar school van keuze vanwege reis- en/of schoolkosten - niet naar de tandarts - gepest worden en/of in sociaal isolement verkeren - geen andere volwassenen dan de ouders hebben.
OUDERS
Ouders die in armoede leven kunnen Financiële problemen hebben: - nota’s niet betalen - geld vragen of lenen van familie en vrienden - zorgkosten vermijden - incassobureaus en deurwaarders aan de deur - geen extra kraamhulpuren kunnen veroorloven - kinderkamer niet af. Fysieke of psychische problemen hebben - slaap- en concentratieproblemen - vaker ziek zijn en doktersbezoek uitstellen - een slecht gebit, niet naar de tandarts gaan (ook niet met hun kinderen) - een laag zelfbeeld en/of minderwaardigheidsgevoelens - stress, spanning, niet verder vooruit kijken dan de dag van morgen - niet nakomen van afspraken - vaak naar de huisarts zonder concrete klachten. Weinig participeren: - klein sociaal netwerk (geen of weinig kraambezoek) - geen bezoek willen ontvangen - niet naar verjaardagen en op vakantie gaan - weinig contact met school en andere activiteiten van hun kinderen onderhouden - zorg, hulp, contact en activiteiten die geld kosten vermijden. Een weinig steunende opvoedsituatie bieden: - weinig structuur en stabiliteit in het gezin, veel veranderingen in de leefsituatie - weinig (positieve) aandacht voor het kind, verwaarlozing of hardhandig opvoeden - taken doorschuiven naar hun kind (contact met school, administratieve en opvoedingstaken).
Deze signaallijst is gebaseerd op: Sociaal Wijkteam Zwolle: waaier financiële krapte / NJI: Beschermende en risicofactoren / de Kern: signalenkaart armoede / de Vonk: signalenkaart armoede / Kinderombudsman (2017): bijlage 14 omgevingsvoorwaarden / NIBUD Factsheet (2018) / Madern & van der Meulen (2019).191
68
-
Kinderen van de voedselbank geeft kledingpakketten uit, voorzien van nieuwe kleding, schoenen en cadeautjes om zo bij te dragen aan de eigenwaarde van het kind. Ook geeft deze stichting voor kinderen in de basisschoolleeftijd verjaardagsboxen uit met een cadeautje voor de jarige en een traktatie voor de klas en voor een feestje. Gezinnen kunnen zelf een aanvraag doen.
-
Kledingbanken geven herbruikbare kleding/schoeisel en linnengoed aan mensen die dit nodig hebben. Er is geen landelijke organisatie, wel een overzicht van kledingbanken per provincie.
-
Stichting Clothing4u maakt op aanvraag een box met nieuwe kleding voor mensen die het financieel moeilijk hebben. De kleding komt uit overtollige collectie, kleding met (kleine) productiefouten en niet-verwerkte retourneren. Een kerk, stichting, bewindvoerder, gemeente of soortgelijke instantie kan pakketten aanvragen.
-
Stichting Kansarme Kinderen in Nederland ondersteunt gezinnen met pakketten op maat gevuld met nieuwe kleding, schoenen, speelgoed en een cadeaubon. Ook biedt de stichting zaken als fietsen, entreekaarten voor uitjes, sinterklaascadeaus en verjaardag- en schoolpakketten. Ouders kunnen zelf een aanvraag doen.
-
Stichting Armoedefonds geeft financiële steun aan lokale organisaties die mensen in armoede helpen met o.a. voedsel, kleding, binnen- of buitenschoolse activiteiten. Het fonds biedt bijvoorbeeld schoolspullenpassen aan waarmee kinderen lokaal schoolmateriaal kunnen aanschaffen en draagt bij aan gratis menstruatieproducten en voedselhulp. Het fonds werkt met acties per thema. Instellingen die laagdrempelig de producten kunnen aanbieden kunnen aanvragen.
-
Project STOP kinderarmoede is een stichting met lokale afdelingen die kinderen die oproeien onder de armoedegrens tweemaal per jaar kan voorzien van een pakket met nieuwe kleding, nieuwe schoenen en leuk nieuw speelgoed. Voor kinderen op de basisschool geeft de stichting verjaardagboxen uit. Instellingen en gemeenten kunnen een aanvraag doen.
-
Het ANWB Kinderfietsenplan verzamelt fietsen, knapt ze op en delen ze uit onder kinderen die geen fiets hebben.
-
Stichting Urgente Noden Nederland biedt steun bij urgente financiële problemen (bijvoorbeeld het ontbreken van een koelkast of bed), ook aanvullend op een bestaande voorzieningen of regelingen. De aanvraag kan alleen gedaan door een professionele dienst- en hulpverlener.
-
Stichting Sportspullen bank zamelt tweedehandssportkleding en – materialen in en stelt deze beschikbaar aan mensen die te weinig geld hebben om zelf sportspullen te kopen.
-
Witgoedregelingen geven gezinnen die daar recht op hebben zo nodig een wasmachines, fornuis of koelkast. De regelingen verschillen per gemeente.
70
Bronnen 1 w ww.nji.nl/nl/Databank/Cijfers-over-Jeugd-en-Opvoeding/Cijfers-per-onderwerp/ Armoede-in-gezinnen https://campagne.sire.nl/ 2 K inderombudsman (2017). Alle kinderen kansrijk. Het verbeteren van de ontwikkelingskansen van kinderen in armoede. Den Haag: Kinderombudsman. 3 VN (1989). Verdrag inzake de rechten van het kind. 4 SCP (2018). Armoede in kaart 2018. Den Haag: SCP. 5 College Perinatale Zorg (2020). Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. Utrecht: CPZ. NCJ (2018). Landelijk professioneel kader. Uitvoering basispakket jeugdgezondheidszorg ( JGZ). Utrecht: NCJ. 6 https://www.ncj.nl/themadossiers/jgz-preventieagenda/ 7 Huygen, A. & Akkermans, C. (2020). Altijd op een richeltje lopen. Den Bosch: Leergeld Nederland. SCP (2019). Als werk weinig opbrengt. Den Haag: SCP. 8 CBS (2019). Armoede en sociale uitsluiting. Den Haag: CBS. 9 CBS (2019). Minder kinderen in langdurige armoede. Den Haag: CBS. 10 Haarsma, L. (2019). Armoede en schulden. Vakbl Soc Werk 20, 38–39. Sociaal Economische Raad (2017). Opgroeien zonder armoede. Den Haag: SER. 11 Van Geuns, R. & Madern, T. (2019). Armoede, schulden en financieel gedrag. In: Van Geuns, R., Desain, L. & Van der Weijden, R. (2019). Hulp bij armoede (p. 3-22). Houten: BSL 12 Van Dam, R, Desain. L., Georg. K., Kruithof, M. & Van Geuns, R. (2020). LVB en schulden: Signalen en passende begeleiding.
Amsterdam: Kenniscentrum voor maatschappelijke innovatie. www.schouderseronder.nl/toolkit-blijf-verbinding-met-laaggeletterden 13 Madern, T. & Van der Meulen, B. (2019). Zorgen over geld? Praten helpt. Utrecht: Hogeschool Utrecht. 14 w ww.nji.nl/nl/Databank/Cijfers-over-Jeugd-en-Opvoeding/Cijfers-per-onderwerp/ Armoede-in-gezinnen 15 De Koning, D. (2021). Baby’s onder stress. Amsterdam: SWP. 16 Pijpers, F., Vanneste, Y. & Ferron, F. (2019). Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond. Utrecht: NCJ. 17 Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). 18 Hoff, S. (2017). Armoede onder kinderen - een probleemschets. Den Haag: SCP. 19 Jungmann, N. & Madern, T. (2017). Basisboek aanpak schulden. Groningen/Utrecht: Noordhoff. 20 Yoshikawa, H., Aber, J., & Beardslee, W. (2012). The effects of poverty on the mental, emotional, and behavioral health of children and youth: implications for prevention. American Psychologist, 67(4), 272. 21 Adler, N., (1994). Socioeconomic status and health: The challenge of the gradient. American Psychologist, 49(1): 15-24. Guiaux, M., Roest A., Iedema, J. (2011). Voorbestemd tot achterstand? Den Haag: SCP. Jehoel-Gijsbers, G. (2009). Kunnen alle kinderen meedoen? Den Haag: SCP. 22 Bosch, J., Daansen, P., & Braet, C. (2004). Cognitieve gedragstherapie bij obesitas. Houten: Bohn Stafeu van Loghum. Frijters, S. & Van der Pol, G. (2021).
Hoe ongelijkheid zich in de eerste levensjaren aftekent. Volkskrant, 23-7-2021. 23 RIVM (2008). Spelen met gezondheid. Leefstijl en psychische gezondheid van de Nederlandse jeugd. Bilthoven: RIVM. 24 Guiaux, Roest & Iedema, 2011 (zie bron 21). Roest, A. Lokhorst, A. & Cok Vrooman, J. (2010). Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden. Den Haag: SCP. 25 Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). 26 https://www.trimbos.nl/kennis/zwangerschap-en-depressie#sub9891 27 Madern, T. & van der Werf, M. (2015). Omgaan met schaarste. Utrecht: Nibud. Mullainathan, S., & Shafir, E. (2014). Schaarste: Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. Amsterdam: Maven Publishing. 28 K althoff, H. (2020). Opgroeien en opvoeden in armoede. Derde herziene versie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. 29 Verwey-Jonker Instituut (2018). Werkt de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld? Utrecht: VJI. 72
30 31
Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). NCJ, 2018 (zie bron 5). Perined (2020). Perinatale zorg in Nederland anno 2019: Landelijke perinatale cijfers en duiding. Utrecht: Perined. 32 CPZ, 2020 (zie bron 5). NCJ (2016). Richtlijn Psychosociale problemen. Utrecht: NCJ. 33 NCJ, 2018 (zie bron 5). 34 Dumbrill, G. C. (2006). Parental experience of child protection intervention. Child Abuse & Neglect, 30(1), 27-37. 35 Pardoen, J. & Boeke, H. (2010). Code oranje (wees alert). Amsterdam: ouders online. 36 Bontje, M., de Ronde, R., Dubbeldeman, E., Kamphuis, M., Reis, R., & Crone, M. (2021). Parental engagement in preventive youth health care. Children and Youth Services Review, 120. 37 CPZ, 2020 (zie bron 5). 38 https://www.loketgezondleven.nl/gezondheidsthema/gezondheidsvaardigheden 39 Bezem, J. (2017). Exploring the potential of triage and task-shifting in preventive child care. Leiden: Universiteit Leiden. 40 https://www.cooperatievgz.nl/cooperatie-vgz/zinnige-zorg/Shared-Decision-Making 41 Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). 42 h ttps://www.sociaalweb.nl/nieuws/wat-ouders-verwachten-van-dejeugdgezondheidszorg 43 Jungmann, N., Wesdorp, P, & Madern, T. (red) (2020). Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en handvatten voor hulp- en dienstverleners. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 44 CPZ, 2020; NCJ, 2018 (zie bron 5). 45 Movisie (2018).
Wat werkt bij integraal werken in de wijk. Utrecht: Movisie. 46 CPZ, 2020 (zie bron 5). Engbersen, R. & Omlo, J. (2020). Uit de duivelskring van armoede. Utrecht: Movisie. Pardoen & Boeke, 2010 (zie bron 35). 47 CPZ, 2020 (zie bron 5). Zie ook de Wet op de Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst 48 CPZ, 2020 (zie bron 5). 49 Inspectie SZW (2016). Literatuurstudie Integrale dienstverlening. Den Haag: Ministerie van SZW. Movisie (2016). Werk en inkomen: kennis en interventies geordend. Utrecht: Movisie. 50 https://www.kansrijkestartnl.nl/actieprogramma-kansrijke-start 51 CPZ, 2020 (zie bron 5). 52 Transitie jeugdzorg: een overzicht | Movisie 53 sociaaldomeinonline.nl/wat-werkt-bij-het-integraal-werken-in-de-wijk/ 54 Mullainathan, S., & Shafir, E. (2014). Scarcity: The new science of having less and how it defines our lives. Picador. 55 Plantinga, A. (2019). Poor psychology: Poverty, shame and decision making. Tilburg: Tilburg University. 56 Delhey, J. & Newton, K. (2003). Who trusts: the origin of social trust in seven societies. European Societies, 5, 93-137. Dumbrill, 2006 (zie bron 34). Pardoen & Boeke, 2010 (zie bron 35). 57 Tarrant C, Stokes T, Baker R. (2003). Factors associated with patients’ trust in their general practitioner: a cross-sectional survey. Br J Gen Pract, 53:798-800. 58 Dumbrill, 2006 (zie bron 34).
59 https://www.sociaalweb.nl/nieuws/wat-ouders-verwachten-van-dejeugdgezondheidszorg 60 CPZ, 2020; NCJ, 2018 (zie bron 5). 61 h ttps://www.sociaalweb.nl/nieuws/wat-ouders-verwachten-van-dejeugdgezondheidszorg 62 Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). 63 https://ajnjeugdartsen.nl/wp-content/uploads/2020/03/TNO-2020-gespreksvoering.pdf 64 Jungmann, Wesdorp, & Madern, 2020 ( zie bron 43). 65 Baart, A. (2001). Theorie van de presentie. Utrecht: Lemma. 66 Driessens, K., & van Regenmortel, T. (2014). Bind-kracht in armoede. Leuven: Lannoo Campus. 67 Jungmann, Wesdorp, & Madern, 2020 ( zie bron 43).
73
68
vans, G.W. &Pilyoung, K. (2013). Childhood Poverty, Chronic Stress, Self-Regulation, and E Coping. Child Development Perspectives 7(1), 43-48. Luby, J.L. (2015). Poverty’s Most Insidious Damage: The Developing Brain. JAMA Pediatrics. 69 Jungmann, N., van der Veer, A., den Hartogh, V. & Dolsma, M. (2020). Geldzorgen in de huisartsenpraktijk. Utrecht: HU. 70 L ammers, E. & Geessink, E. (2019). Handelen bij armoede in gezinnen binnen de jeugdgezondheidszorg. Academische werkplaats Jeugd Twente. 71 Jungmann, van der Veer, den Hartogh & Dolsma, 2020 (zie bron 69). 72 Evans & Pilyoung, 2013; Luby, 2015 (zie bron 68). 73 https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=12&rlpag=819 74 Van Hoek, T., Spijkerman, L. & Van der Ven, O. (2020). Drijfveren, obstakels en kansrijke aanknopingspunten bij het signaleren van kwetsbare gezinnen. Nijmegen: Dijksterhuis, & Van Baaren. 75 De Jonge, A., Korfker, D., Vogels, T., van der Pal, S., Vink, R., Buitendijk, S. & van der Pal, K. (2007). Preventie en vroegsignalering van risicogezinnen in de kraamperiode. Leiden: TNO. 76 Toet, J. & Becker, M. (2014). Monitoring scenario’s flexibilisering van contactmomenten. Utrecht: NCJ. 77 Rots-De Vries, C., Kroesbergen, I. & Goor, I. van de (2009). Armoede en gezondheid van kinderen. Breda: GGD West Brabant. 78 Hoek, Spijkerman & van der Ven, 2020 (zie bron 74).
79 Hoek, Spijkerman & van der Ven, 2020 (zie bron 74). 80 Lammers, E. & Geessink, E. (2019). Handelen bij armoede in gezinnen binnen de jeugdgezondheidszorg. Academische werkplaats Jeugd Twente. 81 Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). Odekerken, M., Sarti, A., Blokland, L. & Sondeijker, F. (2020). Armoede en schulden: op weg naar een integrale aanpak. Utrecht: Verweij-Jonker Instituut. 82 Jungmann, van der Veer, den Hartogh & Dolsma, 2020 (zie bron 69). 83 https://www.allesisgezondheid.nl/nieuws/hoe-komen-we-de-schaamte-voorbij/ 84 Hoek, Spijkerman & van der Ven, 2020 (zie bron 74). 85 Madern & van der Meulen, 2019 (zie bron 13). 86 https://de-vonk.nu/professionals/voor-scholen-en-zorgteams/ 87 Lammers, & Geessink, 2019 (zie bron 80). 88 Lammers, & Geessink, 2019 (zie bron 80). 89 Torij, H. (2017). Een goed begin is het halve werk. Rotterdam: Hogeschool Rotterdam. 90 Feitsma, M., Gietema, I & Thissen, M. (2019). 50 stemmen van mensen in armoede. Groningen: Sociaal Planbureau Groningen/Trendbureau Drenthe. 91 Hupscher, W. (2019). Integrale Vroeghulp zonder arts: laat het niet gebeuren. Utrecht: Integrale Vroeghulp. 92 Bosdriesz, M., Moerkes, M., Godefrooy, C, & Van Kessel, B. (2010). Kwaliteit ZAT! Handreiking zorgteam en zorg- en adviesteam (ZAT) in het primair onderwijs. Utrecht: NJI. Deen, C. & Laan, M. (2010).
Kwaliteit ZAT! Handreiking zorgteam en zorg- en adviesteam (ZAT) in het voortgezet onderwijs. Utrecht: NJI. 93 Hupscher, 2019 (zie bron 91). 94 https://werkgroepen.kennisnetgeboortezorg.nl/?file=17645&m=1530023295&action=file. download 95 Vanneste, Y. (2016). Reported sick from school. A study into addressing medical absenteeism among students. Maastricht: Maastricht University. 96 Morley L, Cashell A. (2017). Collaboration in Health Care. J Med Imaging Radiat Sci, 48(2):207-216. Romijn A, de Bruijne M, Teunissen P, Wagner C, de Groot C. (2018). Interprofessional collaboration among care professionals in obstetrical care: are perceptions aligned? International Journal of Integrated Care. 18 (2): 228. 97 https://www.nji.nl/armoede/gezondheid 98 Pijpers, F. Vanneste, Y & Feron, F. (2019). Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond? Utrecht: NCJ. https://www.ncj.nl/themadossiers/earlylifestress/over-early-life-stress/ 99 https://gedragsproblemen-kinderen.info/tips-hechtingsstoornis/ 100 https://www.kenniscentrum-kjp.nl/ouders-jongeren/depressie/ 101 NCJ (2016). JGZ-richtlijn Psychosociale problemen. Utrecht: NCJ.
74
102 Zoon, M. (2012). Wat werkt bij middelengebruik? Utrecht: NJI. 103 Sijben, M., Van der Velde, M., Van Mil, E., Stroo, J., & Halberstadt, J. (2018). Landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas. Amsterdam: Care for obesity. 104 h ttps://www.ggznieuws.nl/korte-behandelingen-adhd-en-druk-gedrag-verrassendeffectief/ 105 F oolen, N., Ince, D., de Baat, M. & Daamen, W. ( 2013). Wat werkt bij gedragsproblemen en gedragsstoornissen? Utrecht: NJI. 106 Browne P., Bossenbroek R, Kluft A, van Tetering E., de Weerth C. (2020). Prenatal Anxiety and Depression: Treatment Uptake, Barriers, and Facilitators in Midwifery Care. J Womens Health (Larchmt). Dec 3. 107 https://www.kenniscentrum-kjp.nl/professionals/depressie/ 108 Keij. M. (2016). Sociaal emotionele problemen tijdig signaleren in het primair onderwijs. Utrecht: Trimbos/Pharos. 109 https://gezondidee.mumc.nl/hoe-kun-je-een-obees-kind-helpen Zoon, M. (2012). Wat werkt bij middelengebruik? Utrecht: NJI. 110 Van der Pas, A. (2006). Ouderbegeleiding als methodiek. Handboek methodische ouderbegeleiding 1. Amsterdam: SWP. 111 Kalthoff, 2020 (zie bron 28). 112 Verwey-Jonker Instituut, 2018 (zie bron 29). 113 VN (1989). Verdrag inzake de rechten van het kind. 114 De Haan, M., de Winter, M. Koeman, M., Hofland, A. & van Verseveld, M. (2013). Opvoeden als netwerken in de multi-etnische wijk.
Utrecht: Universiteit Utrecht. 115 Van der Pas, 2006 (zie bron 110). Burggraaf-Huiskes, M. (2011). Opvoedingsondersteuning als bijzondere vorm van preventie. Bussum: Coutinho. Bartelink, C., van Rooijen, K., & van As, A. (2021). Jeugd met problematische gehechtheid. Wat werkt? Utrecht: NJI. 116 Koster, J. (2020). Over de veerkracht van ouders. Week van de ouder. Utrecht: NCJ. Van der Pas, 2006 (zie bron 110). 117 Gravesteijn, C. & Aartsma, M. (red.) (2015). Meer dan opvoeden. Perspectieven op het werken met ouders. Bussum: Coutinho. 118 Bartelink, C., van Rooijen, K., & van As, A. (2021). Jeugd met problematische gehechtheid. Wat werkt? Utrecht: NJI. 119 Uittenbogaard, B., Buitenhuis, M., Schurman, J., & Wineke, D. (2018). Stap voor stap (0-6 jaar). Amsterdam: SWP. Uittenbogaard, B., Jeuring, J., & Ensing, E. 2015). Stap voor stap (6-12 jaar). Amsterdam: SWP. 120 Rutte, F., Pijpers, F. & Timmermans, M. (2014). Samenwerken aan het gezond en veilig laten opgroeien van kinderen. Utrecht: NCJ. 121 Steketee, M., Jonkman, H., Mak, J., Assems, C., Huygen, A. & Roeleveld, W. (2021). Communities that Care in Nederlandse steden. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 122 Van der Pas, 2006 (zie bron 110). 123 De Haan e.a., 2013 (zie bron 114). Driessens & van Regenmortel, 2014 (zie bron 9). 124 Kalthoff, 2020 (zie bron 28). 125 Ridge, T. (2011).
The Everyday Costs of Poverty in Childhood. Children and Society, 25, 73-84. 126 De Haan e.a., 2013 (zie bron 114). Driessens & van Regenmortel, 2014 (zie bron 9). Putnam, R. (2000). Bowling alone. The collaps and revival of American community. New York: Simon & Schuster. 127 Barendregt, C., Boonstra, A., Spruijt, R. & Wits, E. (2021). Meet the parents. Almere: De Schoor. 128 Torij, 2017 (zie bron 89). 129 Barendregt, C., Martinelli, T. & Wits, E. (2019). Rapportage Meet the Parents, Almere Poort: Ontmoeten, ontspannen en ondersteunen. Den Haag: IVO. 130 Berger, M. & Booij, Y. (2003). Mentoring in de Jeugdzorg. Pedagogiek 23 (1), 40-53. 131 De Baat, M., & Kooijman, K. (2012). Opvoedingsondersteuning aan gezinnen met jonge kinderen door vrijwilligers. Utrecht: NJI. 132 Torij, 2017 (zie bron 89). 133 Ridge, (2011 (zie bron 125). 134 Hulst, van der M., Kok, R, Graaf, de J.P., & Prinzie, P.J. (2018). Zorg voor kwetsbare zwangere vrouwen en hun kinderen. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 9&10, 37–47.
75
135 Kinderombudsman, 2017 (zie bron 2). 136 Jobse, M. (2017). Unseen childhood poverty. Vroegsignalering van armoede in de JGZ. Utrecht: Hogeschool Utrecht. 137 Davidson, L., Shahar, G., Lawless, M. S., Sells, D., & Tondora, J. (2006). Play, pleasure, and other positive life events: “Non–specific” factors in recovery from mental illness. Psychiatry: Interpersonal and Biological Processes, 69(2), 151-163. 138 Schtlette,N. & Eidhof, B. (2018). Leergeld doet ertoe. Den Bosch: Leergeld Nederland. 139 Bureau Bartels (2015). Onderzoek naar kindpakketten. Den Haag: ministerie SZW. 140 Jansma, L. & Zedde, van der M. (2018). Opgroeien in armoede. Kraamsupport (5), 12-15. 141 Schreier, H. M., & Chen, E. (2010). Socioeconomic status in one’s childhood predicts offspring cardiovascular risk. Brain, Behavior, and Immunity, 24. 142 Croes, E. & Josselin de Jong, S. (2014). Roken en zwangerschap. Utrecht: Trimbos-instituut. Gezondheidsraad (2005). Risico’s van alcoholgebruik bij conceptie, zwangerschap en borstvoeding. Den Haag: Gezondheidsraad. 143 Poeran, J., Denktas, S., Birnie, E., Bonsel, G., & Steegers, E. (2011). Urban perinatal health inequalities. Journal of maternal-fetal & neonatal medicine, 24(4), 643-646. Roseboom, T. (2018). De eerste 1000 dagen. Utrecht: De Tijdstroom. 144 Guiaux, Roest & Iedema, 2011 (zie bron 21). Roest, Lokhorst & Cok Vrooman, 2010 (zie bron 24).
https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/gezonde-levensverwachting/ cijfers-context/huidige-situatie#!node-gezonde-levensverwachting-bij-geboorte-naaropleiding 145 Ten Cate, A., Huijts, T., & Kraaykamp, G. (2013). Intergenerationele overdracht van risicogedrag - rookgedrag, alcoholgebruik en ongezonde eetgewoonten van ouders en hun volwassen kinderen. Mens En Maatschappij, 88, 150-176. 146 Jehoel-Gijsbers, 2009; Guiaux, Roest & Iedema, 2011; Adler, Boyce, e.a., 1994 (zie bron 21). 147 Stegeman, H. (2007). Effecten van sport en bewegen op school. ’s-Hertogenbosch: W.J.H. Mulier instituut. RIVM (2008). Spelen met gezondheid. Leefstijl en psychische gezondheid van de Nederlandse jeugd. Bilthoven: RIVM. 148 Sijben e.a., 2018 (zie bron 103). 149 https://www.vumc.nl/research/overzicht/academische-werkplaats-jeugd-en-gezondheid/ onderzoek-en-innovatie/samen-gezond-groot-2018-2020.htm 150 Rosman, A., Velu, A. & Steegers, E. (2016). Arbeid en gezond zwanger. Quintesse, 3, 51-57. 151 CPZ, 2020 (zie bron 5). 152 https://www.ncj.nl/actueel/nieuws/artikel/project-samen-gezond-groot-op-hetinnovatieatelier-van-23-september-2020 153 Van Wierenga, J. & Becker, M. (2015). Hoe krijgt de jeugdgezondheidszorg de jeugd in beweging. Tijdschr Jeugdgezondheidsz 47, 92-95. 7 154 Ams, D., & Lynn, A. (2017).
Distinctive mechanism of adversity and socioeconomic inequality in child development: a review and recommendations for evidence-based practice. Early Intervention: Managing adversity. 155 https://www.drugsinfo.nl/bezorgd/gevolgen-cannabis-jonge-leeftijd 156 A ltena, A., Boere-Boonekamp, M., Braun, M., Need, A. (2020). ‘Het effect van het programma ‘Gezonde kinderen in krappe tijden’ op de gezondheid van kinderen en hun ouders die in armoede leven in Twente. Enschede: Academische Werkplaats Jeugd in Twente. 157 Arcadis (2020). Gezonde stadindex 2020. 158 Kenniscentrum Sport & Bewegen (2021). Whitepaper Jeugd die arm opgroeit: feiten en cijfers over hun sport- en beweegdeelname. Ede: Kenniscentrum Sport & Bewegen. 159 https://www.voedingscentrum.nl/professionals/kindervoeding-0-4-jaar/ouderworkshopeetplezier-en-beweegkriebels.aspx” Ouderworkshop ‘Eetplezier en beweegkriebels’ | Voedingscentrum 160 Pijpers, F. Vanneste, Y & Feron, F. (2019). Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond? Utrecht: NCJ. 161 NCJ (2016). JGZ-richtlijn Psychosociale problemen. Utrecht: NCJ. 162 De Haan, A. Keij, M. & Lammers, J. (2021). Handreiking bevordering mentale gezondheid jeugd. Utrecht: trimbos Intsituut/Pharos. Fekkes, M., Klein Velderman, M. & Detmar, S. (2020). Kom maar op! Versterk de weerbaarheid van de jeugd voor een veilige, gezonde en kansrijke toekomst. Leiden: TNO.
163 Ince, D., van Yperen, T., & Valkestijn, M. (2018). Top 10 beschermende factoren: Voor een positieve ontwikkeling van kinderen. Nederlands Jeugdinstituut. Vanhee, L. (2007). Armoede en veerkracht. In: Vanhee, L. Weerbaar en broos: mensen in armoede over (pp 1-49). Leuven: KU Leuven. 76
164 h ttps://www.nji.nl/nl/Download-NJi/BalansmodelBakker.pdf Mönnink, H. de (2016). De gereedschapskist van de sociaal werker. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 165 Dweck, C. (2006). Mindset: The new psychology of success. New York: Random House. 166 Gravesteijn, C. & Diekstra, R. (2004). Waardig en vaardig in het leven. Lisse: Harcourt Assesment B.V. 167 https://www.expoo.be/angst-en-stress-tijdens-de-zwangerschap 168 h ttps://www.nationalgeographic.nl/family/2020/09/gaat-het-wel-goed-met-de-kinderenzo-kun-je-hun-mentale-gezondheid-checken 169 Grotberg, E. (1995). A guide to promoting resillience in children. The Hague: The Bernard van Leer Foundation. 170 De Vries, S. & Prüst, H. (2017). Oplossingsgericht werken in het sociaal domein. Utrecht: Movisie. Kuiper, E. & Bannink, F. (2018). Veerkracht en de groei-mindset bij kinderen en hun omgeving. Directieve Therapie, 37(2), 103-116. 171 Kuiper & Bannink, 2018 (zie bron 170). 172 https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Werken-aan-mentale-gezondheid-vanjongeren.pdf 173 https://www.ncj.nl/je-brein-de-baas/ 174 Grotberg, 1995 (zie bron 169). 175 Putters, K. (2014). Rijk geschakeerd. Op weg naar de participatiesamenleving. Den Haag: SCP.
176 www.divosa.nl/onderwerpen/armoede-en-sociale-uitsluiting https://www.loketgezondleven.nl/integraal-werken/succesfactoren/participatie/ maatschappelijke-participatie 177 Huygen & Akkermans, 2020 (zie bron 7). 178 Van der Aa, P. (2021). Armoede, arbeid en inkomen. In T. Witte (Ed.), Armoede en bestaansonzekerheid. Beleid en sociaal professionele aanpak (pp. 107-118). Bussum: Coutinho. 179 h ttps://www.loketgezondleven.nl/integraal-werken/succesfactoren/participatie/ maatschappelijke-participatie 180 Van der Pluijm, M. (2020). At home in language. Rotterdam: Hogeschool Rotterdam. 181 Broens, A. & van Steensel, R. (2018). Werkt de Voorleesexpress? Utrecht: Eburon. 182 De la Rie (2018). Effects of family literacy programs. Rotterdam: Hogeschool Rotterdam. 183 Lusse, M. & Strijk, M (2019). Ouders en schoolloopbaanontwikkeling (po). Rotterdam: Hogeschool Rotterdam. 184 Lusse, M., Kuijpers, M., Diender, A. & Hermans, A. (2018). Handreiking ouders en LOB in het vmbo. Den Haag: SZW. 185 Consortium ‘Aanvullend onderwijs’ (2021). Aanvullend onderwijs in Nederland. Amsterdam: HvA. 186 Moederklas niet voor studerende moeders - studerendemoeders 187 www.nibud.nl/consumenten/zakgeld 188 Van de Schors, A. & Stierman, N. (2016). Financiële opvoeding & het financiële gedrag als volwassene. Utrecht: Nibud. Jansen, C., Ansari, B., Geelen, M., & Verharen, L. (2019).
Waar een klein project groot in is. Innovations in Social Practice and Education 28(7), pp.15–22. 189 A magir, A., Groot, W., Maarsen van den Brink, H., & Wilschut, A. (2018). A review of financial literacy education programs for children and adolescents. Citizenship, Social and Economic Education 17(1) 56-80. 190 Missing Chapter Foundation]. (2021). Geraakt door de toeslagenaffaire: het verhaal van kinderen en jongeren.[Video]. Youtube. https://youtu.be/yHPHXgsHrw0 191 Madern & van der Meulen, 2019 (zie bron 13).
77