CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

B23 d.d. 5 juli 2021 van het 4 en 5 mei comité inzake Alexander Salomons verdient een monument en een straatnaam

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven ter kennisgeving aan te nemen1.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Email: info@4en5mei-nijmegen.nl;

PERSBERICHT 5 juli 2021

Alexander Salomons verdient een monument en een straatnaam Voor de oorlog ving hij Joodse vluchtelingen op, in de oorlog werd ook hij vermoord. In november 2019 heeft het Nijmeegse 4en5 mei comité aan het stadsbestuur gevraagd om mee te werken aan het herdenken van rabbijn Alexander Salomons. Onafhankelijk daarvan is een groep Nijmegenaren gevormd die het stadsbestuur opnieuw oproept om samen met NS en ProRail rabbijn Alexander Salomons te eren met een monument in en een straatnaam bij het station. Het 4en5 mei comité heeft inmiddels de eerste stappen voor de realisatie van een monument reeds gezet. Onlangs publiceerde Frank Eliëns zijn boek Voor Joden verboden, Hoe de Joodse gemeenschap uit Nijmegen verdween 1940-1945. In dit boek beschrijft hij alle Joden die in de oorlog in Nijmegen woonden. Waar en met wie ze woonden, wat ze deden en wat er met hen is gebeurd. Ze zijn bijna allemaal vermoord in Duitse concentratiekampen. Het boek is een eerbetoon aan deze slachtoffers. Een speciale plek heeft rabbijn Alexander Salomons. In 2018 publiceerde historicus Jan Brauer het verhaal van Salomons. Een samenvatting hiervan is bij dit persbericht gevoegd. Rabbijn Salomons ging naar het station om met het stedelijk hulpcomité Duitse vluchtelingen te helpen die vanaf 1933 binnendruppelden in een gastvrije stad.

Het station is ook de laatste Nijmeegse plek waar hij kwam toen hij de stad moest verlaten. Net als bijna alle Joden. Als er íemand is die het verdient permanent herdacht te worden, dan is het Salomons. Het station en zijn omgeving is daarvoor een uitermate geschikte plek. Het 4en5 mei comité en de initiatiefgroep hebben besloten om hiervoor samen op te trekken. Daarvoor willen ze aansluiten bij de aanpassing en vernieuwing die nu in voorbereiding zijn voor het station en omgeving. Het Nijmeegse 4en5 mei comité zal zich daarvoor richten op een ereteken voor rabbijn Salomons en het comité vluchtelingenhulp dat met hem samenwerkte bij de opvang en doorgeleiding van de Joodse vluchtelingen. Het comité denkt hierbij aan een plaquette met zijn portret en een toelichtende tekst in het centraal station. De plaquette moet op een plek komen die goed in het oog springt bij de reizigers, en goed zicht biedt op de historische plek waar de douane zijn grenscontroles op de inkomende reizigers uitvoerde. Het comité heeft al een startbudget voor de plaquette beschikbaar en rekent erop dat ProRail en NS zullen meewerken door deze goede inpassing van het ereteken in het vernieuwde NS-station. De initiatiefgroep van 25 betrokken Nijmegenaren wil daarnaast dat Salomons wordt geëerd met een straatnaam. Niet zomaar een: het Stationsplein zou naar hem genoemd kunnen worden.

Dat is immers de plek van de opvang én de afvoer van Joodse burgers. Alexander Salomons is de verpersoonlijking van deze tragedie. Het station wordt in de komende jaren uitgebreid en gemoderniseerd. Ook de directe omgeving wordt aangepast. De realisatie hiervan is een mooi moment om het Stationsplein of een belangrijk deel hiervan te vernoemen naar Alexander Salomons. Dit alles in goed overleg met omwonenden en aan het plein gelegen bedrijven. We hopen dat NS, ProRail en ons stadsbestuur – zowel B en W als raadsleden – hiertoe besluiten. Opdat wij niet vergeten. Piet Timmermans, voorzitter 4en5 Mei Nijmegen, René van Berlo namens Marjolein Baltussen, René van Berlo, Clem Bongers, Dick Bos, Marjan Bos, Jan Brauer, Hendrik-Jan Derksen, Frank Eliëns, Fifi Groenendijk, Kees Groenendijk, Mariska van Heijster, Wim

2 Hompe, Frans Houtbeckers, Bregje Jaspers, Rob Jaspers, Mariët Mensink, Hette Morriën, Qader Shafiq, Hans Slavenburg, Janneke Slavenburg-Bon, Frans B. Tromp, Dolly Verhoeven, Martijn Vermeulen, Els Vissers, Jeroen van Zuylen.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij:

ZOMER 2021

Joodse oorlogsslachtoffers

Alexander Salomons In zijn boek Voor Joden verboden beschrijft Frank Eliëns alle Nijmeegse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. In Mariken komen enkelen van hen aan bod. In dit nummer rabbijn Alexander Salomons. De tekst van deze aflevering is geschreven door historicus Jan Brauer. Het is een ingekorte versie van zijn artikel Willkommen in Holland!, gepubliceerd in Jaarboek Numaga 65 (2018) op pagina’s 102-121. Vanaf 1933 trekken duizenden Duitse Joden en linkse nazi-tegenstanders – legaal of illegaal – over de Nederlandse grens, ook rond Nijmegen. Vele honderden gespannen mensen op drift arriveren met koffers per trein uit Kleef op het Nijmeegse station. Anderen komen via de officiële grensovergang in Beek of stiekem door bossen en over landwegen. Hoe reageren de Nijmegenaren op de binnendruppelende vluchtelingen en wie vangt hen op? De meeste Joodse vluchtelingen zijn op doorreis, ruim honderd blijven in Nijmegen. Dramatische taferelen op het perron, want de vluchtroute via station Nijmegen blijkt erg populair en kansrijk, vooral dankzij de grote inzet van de Nijmeegse rabbijn Alexander Salomons en zijn vluchtelingenhelpers. Vaak was rabbijn Alexander Salomons zelf aanwezig bij de eerste opvang van vluchtelingen op het station. Hij was secretaris van het in april 1933 opgerichte Plaatselijk Hulpcomité tot steun aan de Duitsch-Joodsche Vluchtelingen.

Salomons had zich in december 1925 uit Amsterdam in Nijmegen gevestigd als rabbijn en leraar van de Nederlands-Israëlitische Gemeente, die zo’n vijfhonderd leden telde. Ook gaf hij Hebreeuws op het Stedelijk Gymnasium. Salomons woonde met zijn vrouw Roosje Hes en hun vier kinderen op Gerard Noodtstraat 39, later op 27, pal naast de synagoge. 6

Rabbijn Alexander Salomons voor de synagoge in de Gerard Noodtstraat in 1935

Onrust in grensregio

Al direct na Hitlers machtsgreep eind januari 1933 werd het onrustig in de grensregio. De Nijmeegse kranten berichtten vanaf maart 1933 geregeld over de repressie van de Joden in Kleef en omgeving en signaleerden een enorme drukte aan de grenzen: ‘Vele Israëlieten uit het grensgebied opgejaagd naar Nederland’, zo schreef De Gelderlander begin april. Nog diezelfde maand presenteerde het Nijmeegse vluchtelingencomité zich met oproepen in de pers voor steun. (…) In het Nijmeegse openbare leven vroeg de rabbijn geregeld aandacht voor de vervolgingen in Duitsland. Steeds benadrukte hij de verbondenheid van de Joodse gemeenschap met Nederland. (Vijf jaar werkten Salomons en anderen aan de opvang van Joodse vluchtelingen. Toen kwam de Kristallnacht. ‘Furie over Duitschland. Alles wat joodsch is vernietigd’ opende De Gelderlander op vrijdag 11 november 1938. De regering verzachtte het strenge vluchtelingenbeleid voor korte tijd.)

Kristallnacht

Het kwalijke karakter van het naziregime was inmiddels wel tot de hele wereld doorgedrongen. Daarom werd kort na de Kristallnacht aan de Nederlandse grens niet iedereen zonder meer teruggestuurd. Toen echter na enkele weken het ingestelde maximum van zevenduizend vluchtelingen was overschreden, ging de grens weer nagenoeg op slot. Slechts bij dreigend levensgevaar of als het ging om kinderen en vrouwen werd nog toegang verleend,

zo meldde minister-president Hendrik Colijn al eind januari 1939 aan het parlement. Door de vele illegale grensgangers steeg het aantal vluchtelingen dat na november 1938 het land binnenkwam niettemin tot boven de tienduizend. Als de politie deze illegale grensgangers aantrof, werden de mannen naar een besloten opvang gebracht, terwijl hun vrouwen en kinderen elders werden opgevangen.

Kinderen uit Keulen

De correspondent van Het Vaderland en het Algemeen Handelsblad sprak op donderdag 17 november 1938 in de Nijmeegse synagoge uitgebreid met een zeer drukbezette Salomons: ‘Onophoudelijk rinkelde de telefoon.’ Salomons had zorgen over zeven kinderen die op goed geluk uit Keulen waren aangekomen, de oudste veertien jaar, de jongste drie en een half. Hun huis in Keulen was ’s nachts overvallen door een bende nazi’s, die de hele inboedel kort en klein had geslagen. De kinderen wisten zich een week lang schuil te houden, zwervend door de stad. Vervuild en schamel gekleed waren ze door hun moeder op de trein gezet en op het Nijmeegse station door Salomons opgepikt. Het Nijmeegse comité probeerde in contact te komen met de ouders en ondertussen te regelen dat de kinderen konden blijven. Uiteindelijk gaf Den Haag toestemming, maar, zo drukte Salomons de journalist op het hart: ‘Het is dringend noodzakelijk […] dat op korten termijn een soepele regeling getroffen wordt. In afwachting desnoods van de Internationale regeling van het vluchtelingenvraagstuk.’

gedreven en met de trein van 20.14 uur precies op tijd naar Duitsland teruggegaan. Zij waren anderhalf uur in ons gastvrije Nederland geweest... Er waren er bij, die wanhopig huilden. De jongens keken teleurgesteld en de meisjes drukten de zakdoek in de ogen.’

Wisselend succes

Het gezin Salomons in 1936, vlnr. Sara, vader Alexander, Bram, Louis, moeder Rosa en Sprins

Kindertrein

Op zondagavond 11 december 1938 rond acht uur reed onder grote belangstelling een speciale kindertrein uit Wenen met zeshonderd Joodse vluchtelingetjes tussen 4 en 17 jaar station Nijmegen binnen. Ze waren op weg naar Hoek van Holland. De krant berichtte: ‘De stemming onder de kinderen was zeer opgewekt en allen waren zeer dankbaar voor de hartelijke ontvangst. Het vluchtelingencomité had gezorgd voor koffie, brood en fruit, in zoo ruime mate, dat men nog overhield. Om kwart voor negen reed de lange trein het station Nijmegen weer uit, waarbij de vele belangstellenden de jonge reizigers hartelijk nawuifden, die op hun beurt daarop vroolijk reageerden.’ Tegenover de vreugde over deze speciale kindertrein stond het vluchtelingendrama dat zich uitgerekend op hetzelfde tijdstip op het station afspeelde, een stukje verderop in de visitatiezaal van de douane. Daar waren met de D-trein

van 18.43 uur uit Kleef 22 kinderen tussen drie en zeventien jaar binnengedruppeld zonder papieren. Zij werden geweigerd en moesten meteen terug. Dat gaf de nodige commotie bij de leden van het kindercomité en er werd met spoed gebeld naar Den Haag. Daar besloot Croiset van Uchelen (administrateur voor de Grensbewaking en de Rijksvreemdelingendienst) tot een ‘sprekende afwijzing’ van deze ‘onregelmatig aangereisde’ kinderen. Hij wilde met dit stevige besluit de ongeorganiseerde toestroom stoppen, met name via station Nijmegen. Rabbijn Salomons kon niets meer uitrichten. Zwaar teleurgesteld gaf hij de aanwezigen te kennen dat zijn aanvankelijke vreugde over de speciale kindertrein door dit incident behoorlijk was vergald. Een journalist registreerde de trieste aftocht: ‘… in alle heerlijke Hollandse nuchterheid klonk het consigne: “Terug...!” […] En toen zijn die twee en twintig kinderen als een kudde zwarte schapen door de tunnel naar het tweede perron

Station Nijmegen in 1935, uiterst links douanegebouw aankomst vluchtelingen

De berichten over de zeer actieve steun aan Joodse vluchtelingen op het Nijmeegse station waren behoorlijk verspreid geraakt in Joodse kringen in Duitsland. Binnenkomst verliep daar ‘gemakkelijker’ dan op andere stations, zo werd verteld. In Berlijn en Keulen kregen vluchtelingen daarom het advies via Nijmegen te reizen. Toch was het Nijmeegse vluchtelingencomité niet altijd succesvol. Dat was al gebleken uit het pijnlijke incident in december, maar ook in de maanden daarna waren er teleurstellingen. Over februari 1939 rapporteerde de Doorlaatpost Station Nijmegen van de douane, dat er in totaal 1.546 vreemdelingen waren gearriveerd, onder wie 1.262 Duitsers. Over de Joodse vluchtelingen onder hen werd in kille cijfers gemeld: ‘Doorgelaten 1 volwassene en 13 kinderen, teruggezonden 9 volwassenen en 51 kinderen’. Ook Salomons schreef op 23 februari naar het landelijk comité dat in de voorbije week alle in Nijmegen gearriveerde kinderen op last van het departement waren teruggezonden.

Slechte afloop

Met het gezin van rabbijn Alexander Salomons liep het slecht af. Al in november 1940 werd de rabbijn door de gemeente op non-actief gezet als leraar Hebreeuws van het Stedelijk Gymnasium. Het ontslag per 1 maart 1941 werd aangezegd in een brief van burgemeester Steinweg. (…) Het gezin Salomons verhuisde op 13 april 1943 naar Amsterdam. (…) Dat bleek slechts een tussenstation, want op 20 juni kwamen ook zij aan in kamp Westerbork. Begin juli volgde het transport naar vernietigingskamp Sobibor in Polen. Alexander Salomons (52), zijn vrouw Roosje (49), hun kinderen Louis (20), Sara (18) en Abraham (12) werden op 6 juli op transport gesteld uit Westerbork en meteen na aankomst in Sobibor op 9 juli vermoord. Dochter Sprins (17) was in Westerbork ziek geworden. Zij moest op 20 juli alsnog op transport naar Sobibor. Ook zij werd meteen vermoord. Tekst: Jan Brauer Foto Salomons: Fotopersbureau Gelderland, collectie Regionaal Archief Nijmegen. Foto gezin Salomons: collectie Joods Monument. Foto station: Aviodrome Lelystad, collectie Regionaal Archief Nijmegen 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=08f56d48-9511-441d-b959-5e6853c11bb8