B22 d.d. 5 juli 2021 van de heer De Ridder inzake Slavernijverleden
Tekst van het document
Van: Ridder, H.F.N. de (Harry) Verzonden: maandag 5 juli 2021 13:05 Aan: Griffie Nijmegen <griffie@nijmegen.nl> Onderwerp: Slavernijverleden
Geachte gemeenteraadsleden, Afgelopen donderdag 1 juli was het Keti Koti, waarbij de Surinaamse gemeenschap de afschaffing van de slavernij herdacht. Onze burgemeester Bruls stond daar ook bij stil, daarvoor alle lof. Maar dat is maar een eerste stap. In navolging van de gemeenten Amsterdam, Utrecht en andere steden roep ik ook de gemeente Nijmegen op om het slavernijverleden van de eigen stad te onderzoeken. In 2018 schreef de Gelderlander al: "Ook dichtbij zijn de sporen van het slavernijverleden te vinden", zegt Remco Ensel, historicus aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. "Bijvoorbeeld: bij het afschaffen van de slavernij in 1863 kreeg iedere slaveneigenaar 300 gulden compensatie van de staat. Daar zaten ook inwoners van Gelderland bij." (zie https://www.gelderlander.nl/nijmegen/ook-gelderland-heeft-eenslavernijverleden~a71b1b69/). De toenmalige Nijmeegse loco-burgemeester Triebels gaf in 1862 (één jaar voor de afschaffing van de slavernij) aan mede-eigenaar van een plantage en slavenhouder te zijn (zie https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/sporen-van-slavernijverleden/een-nijmeegsaandeel-in-de-slavernij). Reden genoeg om verder in de archieven te spitten en de rol van (toenmalige bestuurders van) Nijmegen te laten onderzoeken. Stap 2 is van latere zorg: mocht blijken dat Nijmegen een rol heeft gespeeld in de slavernij is het aan B&W om excuses aan te bieden.
In afwachting en met vriendelijke groet Harry de Ridder