B2. d.d. 8-12-2025 - Publicatie rapport Waar groen het hardst nodig is
Tekst van het document
Waar groen het hardst nodig is Een analyse van de meest versteende buurten van Nederland
Samenvatting
V
oldoende groen in onze steden is geen vrijblijvende luxe. Het is een voorwaarde voor een goede kwaliteit van de leefomgeving van een buurt. Groen verkoelt. Het buffert water. Het biedt een oase voor de biodiversiteit. En bovendien heeft groen een positief effect op onze mentale en fysieke gezondheid. Zo zorgt groen onder andere voor minder stress, en nodigt het uit om te bewegen en ontmoeten. Uit eerder onderzoek van Natuur & Milieu en Sweco (2024) blijkt dat de verstening in de 32 grootste gemeenten van Nederland tussen 2019 en 2024 is toegenomen.i 260 buurten zijn zeer versteend, met minder dan 15 vierkante meter groen per woning. Ruim 800.000 mensen hebben een groot gebrek aan groen in hun buurt. In dit vervolgonderzoek zoomen we in op deze 260 meest versteende buurten. In bestaande onderzoeken en rapporten zijn er aanwijzingen dat in de meest versteende buurten verschillende maatschappelijke opgaven samenkomen. Groen is natuurlijk niet dé oplossing voor alles. Maar in deze buurten kan het wél helpen om uitdagingen te verlichten op het gebied van klimaatadaptatie, gezondheid en kwaliteit van leefomgeving. Uit ons nieuwe onderzoek blijkt dat in de meest versteende buurten ook nog veel andere dingen
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
spelen. Bewoners hebben gemiddeld meer last van wateroverlast door hevige regenbuien. Er is meer stress en ernstige eenzaamheid onder de bewoners. In een deel van de meest versteende buurten is bovendien meer hittestress en hebben relatief veel bewoners ernstig overgewicht. En juist in deze buurten leven gemiddeld meer bewoners in omstandigheden die wijzen op een kwetsbare positie, zoals: een lage veerkracht, moeite met rondkomen, en een broze gezondheid. Bewoners in een kwetsbare positie profiteren meer van de gezondheidsvoordelen van groen. Kortom, in deze meest versteende buurten spelen relatief veel maatschappelijke opgaven. Groen ontbreekt juist in de buurten waar bewoners groen het hardst nodig hebben.
Opzet onderzoek
Dit rapport analyseert hoe deze meest versteende buurten scoren op een aantal maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, gezondheid en leefomgeving. Concreet kijken we naar hittestress, wateroverlast en het aandeel bewoners dat (heel) veel stress heeft, (zeer) ernstig eenzaam is, en ernstig overgewicht heeft. Ook onderzoeken we hoeveel bewoners van deze buurten in een kwetsbare positie leven. Hiervoor analyseren we drie factoren die hierop van invloed
zijn: het aandeel buurtbewoners dat moeite heeft met rondkomen, een lage veerkracht heeft, en 65 jaar of ouder is en ook een broze gezondheid heeft. Groen is niet van invloed op het aantal bewoners in een kwetsbare positie. Maar uit bestaand onderzoek blijkt wel dat bewoners in een kwetsbare positie meer profiteren van de gezondheidsvoordelen van groen. Voor alle 2.011 buurten in de 32 grootste gemeenten van Nederland is een databestand aangelegd met statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Klimaateffectatlas en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De gemiddeldes van de klimaat- en gezondheidsuitdagingen van de 260 meest versteende buurten zijn getoetst aan de gemiddeldes van de overige 1.751 buurten in de 32 gemeenten. Deze vergelijking geeft een totaalbeeld van de uitdagingen en kwetsbaarheden in meest versteende buurten tegenover die in buurten met meer groen. Vervolgens zijn op twee manieren een aantal meest versteende buurten geselecteerd dat veel baat heeft bij vergroening. Ten eerste is gekeken naar buurten met meerdere klimaat- en gezondheidsuitdagingen tegelijk. Daarnaast is onderzocht welke buurten extreem veel last hebben van één klimaat- of gezondheidsuitdaging.
2
Dit onderzoek biedt inzicht in de buurten waar groen het hardst nodig is op basis van bestaande, openbare data. Dit onderzoek bevat geen kwantificering van de baten van groen. Ook heeft het geen zicht op de lokale context in de buurten, waaronder bestaande vergroeningsinitiatieven of lokaal beleid. Daarover kan dit onderzoek geen uitspraken doen. Uit alle buurten in de 32 grootste gemeenten zijn 260 buurten geselecteerd op basis van een groot gebrek aan openbaar groen (minder dan 15 vierkante meter per woning). Gemiddeld hebben deze meest versteende buurten 93 procent minder openbaar groen, 77 procent minder privaat groen en 50 procent minder schaduw door bomen dan de overig buurten. Meest versteende buurten hebben gemiddeld 24 procent meer last van wateroverlast door hevige buien dan de overige buurten. En bewoners ervaren gemiddeld 19 procent meer stress en 16 procent meer gevoelens van (zeer) ernstige eenzaamheid. Ook warmen de meest versteende buurten tijdens een hete zomerse dag op tot een gemiddelde gevoelstemperatuur van 45 graden Celsius. Uit onze data blijkt geen duidelijk verschil in gemiddelde gevoelstemperatuur met de overige buurten. Wel zijn er aanwijzingen dat bewoners in meest versteende buurten meer last kunnen hebben van hittestress.
Zo wonen in versteende buurten 12 procent meer 65-plussers met een broze gezondheid die extra kwetsbaar zijn voor de gezondheidsrisico’s van hitte.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
Resultaten Tabel I: Totaalbeeld: samenvatting vergelijking gemiddeldes tussen meest versteende buurten en overige buurten in de 32 gemeenten. Totaalbeeld, vergelijking van gemiddelden
Meest versteende buurten (n = 260)
Overige buurten (n = 1.751)
Verschil (%)
Openbaar groen (m2/woning)
8
113
-93
Privaat groen (m2/woning)
7
30
-77
Boomkroonbedekking (% van buurtoppervlak)
5
10
-50
Wateroverlast (%)
19
15
24
Hittestress (gevoelstemperatuur in °C)
45
45
0
Aandeel personen met (heel) veel stress (%)
29
24
19
Aandeel personen (zeer) ernstig eenzaam (%)
19
16
16
Aandeel personen met ernstig overgewicht (%)
13
16
-18
Aandeel personen met moeite met rondkomen (%)
29
24
20
Aandeel personen met zeer lage veerkracht (%)
20
19
5
Aandeel 65-plussers met een broze gezondheid (%)
34
30
12
Mate van verstening
Uitdagingen
Kwetsbaarheden
De tweede kolom bevat het gemiddelde van de 260 meest versteende buurten. De derde kolom bevat het gemiddelde van de overige buurten. Kolom vier berekent de procentuele toe- of afname tussen de tweede en de derde kolom. Dit geeft weer of de meest versteende buurten gemiddeld hoger of lager scoren dan de overige buurten.
3
Ook hebben meer bewoners minder hulpbronnen om zichzelf tegen de gevolgen van hitte te beschermen; zij hebben moeite met rondkomen, of hebben een lage veerkracht. Terwijl bewoners in een kwetsbare positie meer gezondheidsvoordelen hebben van groen, wonen ze juist in buurten met een groot gebrek aan groen. Hoewel alle 260 meest versteende buurten meer groen nodig hebben, is voor een aantal de urgentie uitzonderlijk groot. Achttien van de onderzochte buurten scoren bovengemiddeld hoog op alle vijf klimaat- en gezondheidsuitdagingen. 244 van de 260 meest versteende buurten scoren voor twee of meer klimaat- of gezondheidsuitdagingen hoger dan het gemiddelde van de overige 1.751 buurten. Voor 184 van de 260 buurten is dit zelfs drie of meer. Daarnaast zijn er buurten met minder verschillende uitdagingen tegelijk, maar die wel extreem veel last hebben van één uitdaging.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
Uit dit onderzoek blijkt dus dat vergroening van de meest versteende buurten niet alleen een plus oplevert voor de natuur. Het kan ook bijdragen aan een aantal belangrijke maatschappelijk opgaven, zoals klimaatadaptatie, gezondheid, en kwaliteit van de leefomgeving. De grootste maatschappelijke baten van vergroening zijn te verwachten in de meest versteende buurten, waar deze klimaat- en gezondheidsuitdagingen samenkomen.
Aanbevelingen
Op basis van dit onderzoek bevelen we het Rijk, de gemeenten en lokale organisaties aan om de handen ineen te slaan en de meest versteende buurten met prioriteit te vergroenen. Vergroening heeft veel verschillende maatschappelijke baten. Juist daarom is samenwerking tussen lokale partijen noodzakelijk om deze voordelen te realiseren. Vergroening van de meest versteende buurten is daarom een opgave voor gemeenten,
woningcorporaties en bewoners, maar ook voor GGD’s, waterschappen en lokale partijen voor welzijn en zorg. Tegelijkertijd kunnen gemeenten en lokale partners dit niet alleen. Natuur & Milieu pleit voor een landelijke programmatische aanpak voor de vergroening van versteende buurten. Voor de 260 meest versteende buurten uit dit onderzoek dient de rijksoverheid circa 1,3 miljard euro aan middelen beschikbaar te stellen in de komende kabinetsperiode. Deze middelen zouden lokaal moeten worden geïnvesteerd in vergroening, met het oog op het verbeteren van de leefomgeving, klimaatadaptie en herstel van biodiversiteit. Daarnaast adviseert Natuur & Milieu de rijksoverheid om landelijke ambities, beleid en normen in te voeren, zodat extra vergroening en de bescherming van het bestaande groen geborgd zijn.
4
Inhoud Samenvatting
2
Voorwoord
6
1. Inleiding
7
1.1 Het belang van groen in de stad 1.2 Vergroening onder druk 1.3 Vervolg op onderzoek naar verstening uit 2024
7 8 10
2. Opzet onderzoek
11
3. Resultaten
18
4. Conclusies
27
5. Aanbevelingen
28
Bijlage I: Overzicht per gemeente
32
Bronnenlijst
61
2.1 2.2 2.3 2.4
Scope van het onderzoek Databronnen en variabelen Beperkingen van de data Methode
3.1 Totaalbeeld 3.2 Verdieping
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
11 13 16 17 18 21
5
Voorwoord Voor u ligt een rapport over de meest versteende buurten van Nederland. Dit rapport is geschreven door Natuur & Milieu, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van de kennis en ervaring van twee experts in stedelijke vergroening. Zij waren klankbord voor dit onderzoek. Joeri Meliefste (architecten- en adviesingenieurs bureau Sweco): ‘Dit onderzoek bevestigt dat in versteende buurten diverse uitdagingen samenkomen. Dit aantonen is waardevol, omdat het inzichtelijk maakt waar de grootste opgave ligt in Nederland, namelijk bij de meest versteende buurten. Gemeenten en andere stakeholders (woningcorporaties, bewoners en bedrijven) moeten hier de komende jaren dus fors gaan vergroenen. En niet wachten tot de versteende buurten toevallig aan de beurt zijn voor werkzaamheden zoals groot onderhoud of rioolvervanging. Daar kunnen de bewoners in deze buurten echt niet op wachten.’
Joop Spijker (Wageningen Universiteit): ‘De laatste vijftien jaar is er steeds meer aandacht voor de bijdrage van groen aan de gezondheid en leefbaarheid. Dit is met name van belang voor kwetsbare groepen die vaak in de minder groene en dus meer versteende wijken wonen. Dit rapport vormt een belangrijke mijlpaal, omdat het duidelijke laat zien in welke buurten een acuut groentekort is met het oog op de gezondheid en het welbevinden van kwetsbare groepen bewoners. Ik hoop dat het niet bij dit rapport blijft, maar dat op basis van deze resultaten gemeenten en andere partijen actief met vergroening aan de slag gaan.’ Tijdens de dataverzameling, de analyse en het schrijven van dit rapport was er meerdere keren overleg met beide experts. Hun adviezen en feedback zijn ter harte genomen en verwerkt in het rapport.
Achtergrond
Joeri Meliefste: expert stedelijk groen bij architecten- adviesingenieursbureau Sweco. Joeri Meliefste werkt al acht jaar aan groenere steden. Hij adviseert gemeenten over vergroening en schrijft groenbeleid. Ook heeft hij enkele onderzoeken geleid,1 en was mede-initiatiefnemer van de Groene Stad Challenge. Joop Spijker: onderzoeker beheer stedelijk groen bij Wageningen Environmental Research (onderdeel van Wageningen University & Research). Joop Spijker doet al ruim dertig jaar onderzoek naar beheer van groen in steden en dorpen. Hij heeft vele publicaties over vergroening op zijn naam staan, zoals de Benchmark Gemeentelijk Groen. Natuur & Milieu, Joeri Meliefste en Joop Spijker hopen dat u het rapport met interesse leest, en dat het u overtuigt van de noodzaak om versteende buurten te vergroenen.
1 Natuur & Milieu en Sweco (2024). Tekort aan groen in Nederlandse steden. https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/NM2024-Onderzoek-Tekort-aan-groen-in-Nederlandse-steden.pdf Sweco (2024). Een praktische verkenning naar een Nederlandse groennorm. In opdracht van Natuur & Milieu, Vogelbescherming Nederland, ANWB en Staatsbosbeheer. https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Praktische-verkenning-naar-een-Nederlandse-Groennorm-Sweco-2024.pdf
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
6
1. Inleiding 1.1 Het belang van groen in de stad
S
teden zijn een thuis voor mensen, planten en dieren. De stad is een plek om te wonen, werken en recreëren. We sporten in het park en zoeken ’s zomers verkoeling in een bootje in slootjes en op de gracht. Ook dieren zijn volop in de stad aanwezig. Denk aan de vleermuis, de gierzwaluw, de egel, de huismus en de terrasjeskommazweefvlieg, die zijn naam dankt aan de terrassen waar hij vaak te vinden is.
Het belang van groene steden voor de natuur
Groene steden met voldoende natuurrijke en waterrijke plekken (‘blauw’) creëren een gezond ecosysteem. Ten eerste draagt groen bij aan een gezonde bodem, die de basis vormt voor het bodemleven en voedsel levert aan planten en dieren.ii Ook is groen in de stad een belangrijke voorwaarde voor planten- en dierensoorten die vooral in de stad voorkomen. Zo zijn groene, rommelige en kruidenrijke hoekjes waar insecten leven essentieel voor het voeren van jonge vogels.iii Ruim een derde van de insectensoorten komt voor in de stad, en 10 procent is zelfs afhankelijk van de stad.iv En kanalen, grachten en vijvers zijn een thuis voor (water)vogels, vissen, libellen, kikkers, salamanders en andere waterdieren.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
Groene steden bieden ook een kans op herstel van biodiversiteit en natuur. Steden vormen een gevarieerd landschap met verschillende microhabitats met een hoge biodiversiteit. Denk aan parken, tuinen, bermen en bomen. Deze microhabitats zorgen voor verbindingen tussen groen in de stad met natuurgebieden buiten de stad. Daardoor kunnen soorten zich verplaatsen en zich in de stad vestigen.v Ook worden er in de stad minder pesticiden gebruikt dan op landbouwgrond. Groene steden kunnen daardoor bijdragen aan herstel van insectenpopulaties. Een groene stad is bijvoorbeeld een veilige schuilplaats voor meerdere bedreigde insectensoorten.vi
Groene steden zijn noodzakelijk voor klimaatadaptatie
Daarnaast speelt groen een belangrijke rol in klimaatadaptatie: het weerbaarder maken van de stad tegen de gevolgen van klimaatverandering. Door klimaatverandering wordt het warmer en komen hittegolven vaker voor en duren ze langer.vii viii In steden wordt het dan gevaarlijk warm, doordat de bebouwing en de bestrating veel warmte vasthouden. Op warme dagen kan in binnenstedelijke gebieden de temperatuur tot wel 8 graden hoger zijn dan in gebieden buiten de stad: het zogenoemde hitte-eiland effect.ix De hitte in de stad leidt tot hittestress bij bewoners, wat voor serieuze gezondheidsproblemen kan
zorgen. Het RIVM berekende dat hitte door klimaatverandering nu al zorgt voor 250 extra sterfgevallen per jaar.x Als het niet lukt om klimaatverandering stevig terug te dringen, zullen rond 2050 gemiddeld 3.800 mensen per jaar eerder overlijden door hitte in vergelijking met een scenario waarbij de temperatuur minder toeneemt.xi Groen in de stad zorgt voor schaduw en verkoeling. Het vermindert zo de hittestress en de daarbij horende gezondheidsrisico’s.xii Groen kan ook zorgen voor minder wateroverlast in de stad bij hevige piekbuien. Wateroverlast ontstaat wanneer regen niet meer kan worden opgeslagen of afgevoerd, bijvoorbeeld in de bodem of via het riool. Het KNMI heeft onderzocht dat het in en rondom de stad meer regent dan in landelijke gebieden. Dat geldt zeker voor de steden aan de kuststrook, zoals in de Randstad (het ‘stadseffect’).xiii Bovendien is er door de vele verharde oppervlakten in de stad een grotere kans op wateroverlast, zoals overstromingen, waterschade en riooloverstorten. Bij dat laatste komt regenwater samen met afval stoffen – zoals ontlasting, urine en resten van medicijnen en drugs – in het milieu terecht. Klimaat verandering vergroot deze kans op wateroverlast in de stad.
Dat komt doordat hevige buien steeds vaker voorkomen en langer duren: de kans op een bui die nu eens in de honderd jaar voorkomt, is aan het einde van deze eeuw twee keer zo groot.xiv
7
Vergroening kan wateroverlast helpen verminderen. Groene plekken, zoals parken, houden namelijk neerslag in de bodem vast en laten deze langzaam wegzakken. Dat geldt in het bijzonder voor groene plekken die speciaal zijn ontworpen om water vast te houden (‘waterretentie’), zoals wadi’s en groene waterpleinen. En waterpartijen zoals grachten en wadi’s slaan water op. Zo helpt groen voorkomen dat het riool de hevige neerslag niet kan verwerken. Bovendien draagt het bij aan het verminderen van droogteproblematiek, doordat groen water beter vasthoudt.
Groene steden zijn gezonde steden
Steeds meer wetenschappelijke studies tonen aan dat groen een belangrijke bijdrage levert aan een gezonde leefomgeving. Adviesbureau Sweco raamt de gezondheidswinst van groen en blauw op zo’n 400 miljoen euro per jaar. Groen is goed voor de mentale en de fysieke gezondheid van mensen. En groen draagt bij aan het voorkomen van gezondheidsrisico’s door klimaatverandering.xv xvi Groen in de woonomgeving verbetert de fysieke gezondheid.xvii Dat geldt zowel voor de openbare ruimte als voor privaat terrein, zoals tuinen. Nederlands onderzoek vond zelfs dat tuinbezit, en met name meer tuingroen, bijdraagt aan een afname van besmettelijke darmziekten, beroertes of hersenbloedingen, en hartziekten.xviii
Daarnaast vinden stadsbewoners met meer groen in hun omgeving zichzelf mentaal gezonder.xix Ook komen mentale gezondheidsklachten, zoals depressies en angststoornissen, minder vaak voor naarmate een leefomgeving groener is. Dit komt doordat groen zorgt voor minder stress, en doordat het de (mentale) weerbaarheid en veerkracht van mensen versterkt.xx Ook blijkt uit Nederlands onderzoek dat kinderen uit armere buurten die een groene woonomgeving hebben, minder vaak ADHD-medicatie gebruiken.xxi Ook heeft groen een verbindende werking. Ontmoetingen vinden sneller plaats in een groenere leefomgeving. Daardoor voelen mensen zich eerder verbonden met hun stad en hun buurtbewoners. Zo kan een groene woonomgeving het gevoel van eenzaamheid verminderen en het welzijn van stadsbewoners vergroten.xxii Bovendien nodigt groen uit tot beweging en draagt zo bij aan een gezonde levensstijl. Onderzoek toonde aan dat stedelijke gebieden met meer groen bijdragen aan minder obesitas bij kinderen, omdat ze ongehinderd buiten kunnen spelen in een aantrekkelijke omgeving.xxiii Beweging versterkt bovendien het positieve effect van groen op de mentale gezondheid. Zo toont wetenschappelijk onderzoek aan dat zelfs mensen met een negatieve houding tegenover bewegen in een groene omgeving, minder angstgevoelens ervaren na dertig minuten bewegen in het groen.xxiv
1.2 Vergroening onder druk Groen in de stad neemt af
Groen heeft dus vele voordelen voor mens, dier en milieu. Een groene stad is een bron van leven voor planten en dieren, is cruciaal voor klimaatadaptatie en is een belangrijke factor voor een gezonde leefomgeving. Maar die leefbaarheid van de stad staat onder druk. In veel steden is momenteel onvoldoende groen om optimaal van de voordelen van groen te profiteren. Natuur & Milieu toonde al in 2021 aan dat meer dan de helft (53 procent) van de buurten in de 32 grootste Nederlandse gemeenten te versteend is.xxv Een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2023 bevestigt dit beeld: slechts 36 procent van alle buurten in Nederland voldoet aan de richtlijn2 van 75 vierkante meter openbaar groen per woning3 uit de Nota Ruimte (2004).xxvi Bovendien bouwen we meer woningen binnen de bebouwde kom en groeit de bevolking in de stad snel.xxvii Onderzoek van Natuur & Milieu en Sweco uit 2024 toont aan dat de verstening in veel gemeenten dan ook toeneemt: in de grootste dertig gemeenten4 nam tussen 2019 en 2024 het gemiddeld aantal vierkante meters groen per woning af met 24,2 procent.
2 Er bestaan meerdere richtlijnen voor vergroening. Voor een overzicht, zie Een praktische verkenning naar een Nederlandse groennorm in opdracht Natuur & Milieu, Vogelbescherming Nederland, ANWB en Staatsbosbeheer (2024). 3 Het rapport Stad van Steen? Van Natuur & Milieu uit 2021 spreekt van groen per ‘huishouden’. Voor consistentie houdt dit onderzoek de formulering ‘woning’ aan. 4 Dat onderzoek richtte zich op dezelfde 32 gemeenten als dit onderzoek. Voor twee gemeenten kon echter geen trendanalyse worden uitgevoerd.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
8
Door deze verstening kunnen stadsbewoners steeds minder profiteren van de gezondheidsvoordelen van groen. Bovendien nemen de risico’s op hittestress en wateroverlast toe. Ook planten en dieren hebben last van het tekort aan groen. Zo blijkt uit onderzoek van Sovon dat van de 83 vogelsoorten die veel in steden voorkomen, er meer soorten in aantallen achteruit zijn gegaan.xxviii De verstening van steden vormt een bedreiging voor biodiversiteitsherstel, klimaatadaptatie en de leefbaarheid van buurten.
De voordelen van groen zijn ongelijk verdeeld
In steden hebben sommige buurten veel minder groen dan andere. Het rapport Tekort aan groen in Nederlandse steden van Natuur & Milieu en Sweco (2024) toont aan dat er in de 32 grootste gemeenten van Nederland in 2024 in totaal 260 meest versteende buurten zijn. Dat is 12,9 procent van de onderzochte buurten. In deze buurten is er per woning minder dan 15 vierkante meter groen in de openbare ruimte.xxix Bewoners van deze buurten profiteren dus veel minder van de voordelen van groen. De ongelijke verdeling van groen kan bestaande verschillen in gezondheid vergroten. Dat komt ten eerste doordat de gezondheidseffecten van groen groter zijn voor mensen in een kwetsbare positie.xxx Hieronder vallen (jonge) kinderen, ouderen, lagere inkomensgroepen die moeilijk kunnen rondkomen, en mensen met een lagere sociaaleconomische status en een lagere zelfredzaamheid.xxxi xxxii Ouderen met een broze gezondheid hebben bijvoorbeeld een groter risico om door hitte ziek te worden of te sterven. Zij profiteren dus meer van het verkoelende effect van groen. Daarnaast ervaren mensen in
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
een kwetsbare positie over het algemeen meer stress, en zijn zij meer dan gemiddeld aangewezen op hun directe leefomgeving. Zij hebben dus baat bij de stressverminderende werking van groen in de buurt.xxxiii Ten tweede hebben buurten met meer bewoners in een kwetsbare positie gemiddeld minder groen dan meer welvarende buurten. Dat geldt zowel voor groen in de openbare ruimte als voor tuinen.xxxiv Ook uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de kwaliteit van de leefomgeving op meerdere punten lager is in buurten waar huishoudens gemiddeld minder te besteden hebben, dan in meer welvarende buurten. Deze buurten hebben onder andere minder groen en meer hitte.xxxv Kortom, onderzoek laat zien dat mensen in een kwetsbare positie vaker wonen in buurten met weinig groen. Dat terwijl zij juist meer baat hebben bij de gezondheidsvoordelen ervan. Dat betekent niet dat elke versteende buurt per se veel kwetsbare bewoners heeft – ook dure wijken in de binnenstad kunnen weinig groen hebben. Het onderstreept wel de zorgen over een tekort aan groen op plekken waar het het hardst nodig is.
Aandacht voor vergroening
Een groene omgeving wordt door iedereen gewaardeerd, ongeacht inkomen.xxxvi Op alle schaalniveaus zijn ambities voor vergroening aanwezig. Lokaal zijn bewonersgroepen en individuen actief met het vergroenen van gemeenschappelijke tuinen, gevels, daken en straten. Dat doen ze soms in samenwerking met gemeenten, provincies, woningcorporaties en andere organisaties, zoals bij Operatie Steenbreekxxxvii of de Groene Stad Challenge.xxxviii
Veel gemeenten en provincies hebben daarnaast visies, ambities en beleid voor vergroening. Ze werken bijvoorbeeld met natuureisen bij nieuwbouw en hebben een beschermde groenstructuur. Ook koppelen gemeenten vergroening steeds vaker aan het creëren van een gezonde leefomgeving. Bijvoorbeeld: in het Onderzoeksprogramma Gezonde Leefomgeving van het RIVM en ZonMw realiseren gemeenten samen met GGD’s in dertig korte projecten praktische verbeteringen in de leefom geving. Vergroening is daarvan een onderdeel.xxxix Bij de rijksoverheid is de ‘vergroeningsopgave’ ondergebracht binnen de programmatische aanpak Groen in en om de Stad (GIOS). In 2024 bracht GIOS een handreiking uit. Daarin staan vrijblijvende adviezen aan gemeenten en provincies over het meenemen van vergroening in het maken van hun plannen.xl Ook in het Ontwerp Nota Ruimte, dat in najaar 2025 ter consultatie ligt, benoemt de rijksoverheid vergroening als een manier om het bestaande stedelijk gebied toekomstbestendig te maken.xli Daarnaast besteedt de rijksoverheid aandacht aan het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid van wijken. Dat doet ze met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.xlii Desondanks heeft de vergroening van meest versteende buurten nog niet expliciet de prioriteit.
Er zijn nauwelijks harde normen, specifieke criteria of verplichtingen voor groen in de stad. Ook ontbreken adequate financiële middelen.xliii Daarnaast houdt het huidige beleid voor een gezondere leefomgeving onvoldoende rekening met kwetsbare groepen, die juist de meeste potentiële
9
gezondheidsvoordelen van groen hebben. Zo verbeterde de leefbaarheid in veel wijken van Nederland in de periode 2002-2018. Men slaagde er echter niet in om de leefbaarheid te verbeteren in een deel van de wijken die begin deze eeuw als kwetsbaar werden bestempeld.xliv Bovendien zet het Programma Leefbaarheid en Veiligheid weliswaar in op twintig wijken, maar ontbreekt structurele aandacht voor overige wijken waar de leefbaarheid – waaronder het groen – onder druk staat.xlv Tot slot is de wens om meer woningen te bouwen zo groot, dat eisen aan groene, biodiverse en leefbare wijken naar de achtergrond (dreigen te) raken. Dit maakt specifiek vergroeningsbeleid voor de meest versteende buurten extra belangrijk.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
1.3 Vervolg op onderzoek naar verstening uit 2024 In het rapport Tekort aan groen in Nederlandse steden uit 2024 concludeerden Natuur & Milieu en Sweco dat er in een deel van de 32 grootste gemeenten van Nederland buurten zijn met te weinig groen, en dat deze verstening tussen 2019 en 2024 is toegenomen. In 2024 woonden 3,6 miljoen Nederlanders in een te versteende buurt.xlvi De hoeveelheid openbaar groen per woning nam af door woningbouw, door verdichting van het aantal woningen binnen de bebouwde kom, en door schaarste aan ruimte voor allerlei voorzieningen. Steeds meer mensen moeten het bestaande groen delen. De hoeveelheid groen groeit dus niet mee met het aantal woningen. 260 buurten hebben zelfs minder dan vijftien vierkante meter openbaar groen per woning. Dat is slechts 20 procent of minder van de aanbevolen minimum hoeveelheid vierkante meter openbaar groen per woning (75m2).xlvii
Deze buurten lopen de uiteenlopende voordelen van groen mis – denk aan verkoeling, waterbufferend vermogen of een plek voor ontmoeting en beweging. Bestaande wetenschappelijke onderzoeken geven aanwijzingen dat juist in deze meest versteende buurten meerdere uitdagingen kunnen samenkomen waarvoor groen een oplossing kan zijn. Vergroening is zo een middel om tot meerdere doelen te komen, zoals: biodiversiteitsherstel, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. In dit vervolgonderzoek beschrijven we met een kwantitatieve analyse de 260 meest versteende buurten. We vergelijken deze met de overige buurten in de 32 grootste gemeenten van Nederland. We beschrijven hoe versteend deze buurten zijn, welke klimaat- en gezondheidsuitdagingen bewoners ervaren, en welk deel van hen in een kwetsbare positie leeft. Hiermee bieden we gemeenten, provincies, de rijksoverheid, woningcorporaties, bewonersorganisaties en (lokale) gezondheidsorganisaties inzicht in en richting voor een vergroeningsaanpak voor de 260 meest versteende buurten van Nederland.
10
2. Opzet onderzoek 2.1 Scope van het onderzoek
D
it onderzoek richt zich op de 260 meest versteende buurten uit de 32 grootste gemeenten van Nederland. Een ‘meest versteende buurt’ definiëren we als een buurt met gemiddeld minder dan 15 vierkante meter openbaar groen per woning. Ter verduidelijking: onder groen verstaan we in dit onderzoek ook waterpartijen. De grens van 15 vierkante meter openbaar groen per woning ligt ver beneden de richtlijn van minimaal 75 vierkante meter openbaar groen per woning uit de Nota Ruimte (2004). In meest versteende buurten kunnen bewoners dus nauwelijks profiteren van de voordelen van groen in de openbare ruimte. Deze definitie van meest versteende buurten is gebaseerd op het onderzoek Tekort aan groen in Nederlandse steden uit 2024 van Natuur & Milieu en Sweco, dat de verstening in de openbare ruimte van de 32 grootste gemeenten in 2024 op buurtniveau beschrijft.5 In dit vervolgonderzoek vergelijken we de 260 meest versteende buurten met de overige (nietmeest versteende) buurten van Nederland. We beschrijven voor iedere buurt de klimaat- en gezondheidsuitdagingen waaraan groen een
positieve bijdrage kan leveren. In dit onderzoek is specifiek gekeken naar: hittestress, wateroverlast, stress, (zeer) ernstige eenzaamheid en ernstig overgewicht (zie 2.2 voor definities). Ook geven we per buurt de mate van verstening weer en brengen we een aantal factoren in kaart die van invloed zijn op een kwetsbare positie van bewoners. Voor de mate van verstening kijken we zowel naar de hoeveelheid openbaar en privaat groen per woning, als naar het aandeel boomkroonbedekking van de buurt. Dit geeft weer hoeveel schaduw van bomen er is, maar ook of de buurt een groen karakter heeft door de aanwezigheid van bomen. Daarnaast kijken we naar het aandeel bewoners dat moeite heeft met rondkomen en dat een lage veerkracht heeft. En we kijken naar het aandeel buurtbewoners ouder dan 65 jaar met een broze gezondheid (zie 2.2. voor definities). Op deze manier operationaliseren we het begrip ‘kwetsbare positie’. Een belangrijk verschil tussen de uitdagingen en de indicatoren voor een kwetsbare positie, is de relatie met groen. Vergroening heeft een bewezen positief effect op de uitdagingen. Groen zorgt
bijvoorbeeld voor verkoeling en vermindert zo de hittestress. Daarentegen heeft vergroening géén effect op het aandeel bewoners dat veel last heeft van de hittestress, zoals de 65-plussers met een broze gezondheid. Door vergroening wonen er niet ineens meer of minder 65-plussers in de buurt. Wél zorgt groen ervoor dat de 65-plussers in de buurt relatief meer profiteren van het verkoelende effect van groen. We lichten deze relatie met groen voor alle uitdagingen en indicatoren voor een kwetsbare positie toe in paragraaf 2.2. We structureren dit onderzoek aan de hand van de onderstaande onderzoeksvragen. 1. Hoe verhoudt de gemiddelde hoeveelheid openbaar en privaat groen per woning en het gemiddeld aandeel boomkroonbedekking van de meest versteende buurten zich tot de overige buurten? 2. In hoeverre komen klimaat- en gezondheids uitdagingen6 gemiddeld meer voor in de meest versteende buurten dan in de overige buurten van de 32 grootste gemeenten? 3. In hoeverre hebben de meest versteende buurten een hoger gemiddeld aandeel bewoners in een kwetsbare positie dan de overige buurten in de 32 grootste gemeenten?
5 Een stad of gemeente is ingedeeld in wijken, en binnen deze wijken bevinden zich buurten. 6 Deze uitdagingen zijn; hittestress, wateroverlast, en het aandeel bewoners dat (heel) veel stress ervaart, (zeer) ernstig eenzaam is en ernstig overgewicht heeft.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
11
4. Hoeveel meest versteende buurten ervaren meerdere klimaat- en gezondheidsuitdagingen tegelijkertijd? 5. Welke buurten vallen op door een stapeling van alle vijf onderzochte klimaat- en gezondheids uitdagingen? 6. Welke tien buurten scoren het hoogst op de respectievelijk vijf klimaat- en gezondheids uitdagingen?
De focus in dit vervolgonderzoek ligt op de open bare ruimte in de bebouwde kom en is beperkt tot buurten met ten minste vijfhonderd woningen in 2024.7 Hierdoor blijven buurten met een minder stedelijk karakter (vaak in het buitengebied of aan de stadsrand) grotendeels buiten beschouwing. Dit onderzoek hanteert buurtgrenzen uit 2024 zoals gedefinieerd in de wijk- en buurtkaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Tabel 2.1: Samenvatting onderzochte buurten
Ten eerste kijken we hoe de meest versteende buurten als groep verschillen van de overige buurten in 32 gemeenten. Dit geeft een totaalbeeld van de mate van verstening, en van de uitdagingen en kwetsbaarheden voor bewoners van meest versteende buurten. Daarnaast lichten we op twee manieren een aantal meest versteende buurten uit. Dit zijn buurten met een stapeling van meerdere uitdagingen tegelijkertijd, en buurten die vooral extreem hoog scoren op één uitdaging. Zo identificeren we een brede groep meest versteende buurten die baat hebben bij vergroening.
In totaal zijn 2.011 buurten in 32 gemeenten meegenomen in het onderzoek. Hiervan zijn 260 buurten zeer versteend, met minder dan 15 vierkante meter openbaar groen per woning. Deze 260 buurten liggen verspreid over 25 van de in totaal 32 gemeenten. Ze liggen grotendeels in een stedelijke of zeer sterk stedelijke omgeving.8 In totaal wonen ruim 800.000 mensen in deze meest versteende buurten. Dat is bijna 15 procent van de inwoners van de 32 grootste gemeenten en ongeveer 5 procent van de Nederlandse bevolking.
Zeer versteende buurten
Overige buurten in 32 grootste gemeenten
Totaal aantal gemeenten
25
32
Totaal aantal buurten
260
1.751
Aandeel buurten (zeer) sterk stedelijk (%)
99
80
Totaal aantal woningen
438.854
2.553.509
Totaal aantal inwoners
821.250
5.419.905
Samenvatting onderzochte buurten
7 Het rapport van Natuur & Milieu Tekort aan groen in Nederlandse steden baseert de grens van vijfhonderd woningen op CBS-data uit 2023, terwijl dit onderzoek zich richt op CBS-data uit 2024. Hierdoor zijn er kleine verschillen in het aantal buurten dat is meegenomen in de analyse. 8 Dit zijn stedelijke gebieden met een gemiddelde omgevingsadressendichtheid van 1.500 tot 2.500 adressen per vierkante kilometer, zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/ stedelijkheid--van-een-gebied--
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
12
2.2 Databronnen en variabelen Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van meerdere databronnen: CBS Kerncijfers wijken en buurten,xlviii RIVM Gezondheid in wijken en buurten,xlix Klimaateffectatlas Buurtdashboard,l en een dataset van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) via Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK). Deze data zijn gecategoriseerd op buurtniveau. Alle data zijn openbaar en online toegankelijk. Voor elke databron zijn de gegevens over het meest recent beschikbare jaar gebruikt. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de geselecteerde variabelen en hun definities. Deze zijn onderverdeeld in de klimaat- en gezondheidsuitdagingen, indicatoren voor de mate van verstening, en indicatoren voor een kwetsbare positie. Daarnaast zijn een aantal algemene gegevens meegenomen in het onderzoek, zoals het aantal inwoners en woningen per buurt en het aandeel woningbezit door een woningcorporatie. Data over het gemiddeld aantal vierkante meters openbaar groen per woning en de boomkroonbedekking als percentage van het buurtoppervlak, zijn afkomstig uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie en opgesteld door adviesbureau Sweco voor het onderzoek Tekort aan groen in Nederlandse steden (2024) van Natuur & Milieu en Sweco.li Boomkroonbedekking telt niet mee in het aantal vierkante meters openbaar groen per woning.
Het geeft zo een aanvullend inzicht in de hoeveelheid groen per buurt.
De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop de fysieke leefomgeving – zoals gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen – eenduidig is vastgelegd op 20 centimeter nauwkeurig. Fietspaden, overwegen, inritten, bestrating en parkeervakken (allemaal mits daadwerkelijk verhard) zijn voorbeelden van functies die zijn aangemerkt als versteend. Bermen, houtwallen, water, onverharde paden en parken zijn voorbeelden van functies die zijn aangemerkt als niet-versteend. Deze data zijn kwantitatief van aard en zeggen dus niets over de kwaliteit van het groen. Daarnaast gebruiken we data uit de database Kerncijfers wijken en buurten 2024 van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In het onderzoek wordt het totale aantal woningen, het aantal inwoners en het aandeel woningen in eigendom van een woningcorporatie9 vermeld. De data over het woningbezit van een woningcorporatie komen terug in Bijlage I, die aanvullende informatie geeft over de meest versteende buurten per gemeente. Hoe groter het woningbezit van een woningcorporatie in een buurt, hoe groter hun potentiële invloed op het vergroenen van de buurt. Bovendien blijkt uit recent onderzoek dat een corporatiewoning meer last heeft van de effecten van klimaatverandering dan de gemiddelde woning.lii Het belang van vergroening in meest versteende buurten met veel corporatiewoningen, stijgt daarmee ook.
De data over hittestress, wateroverlast, het aandeel 65-plussers met een broze gezondheid
en het gemiddeld oppervlak privaat groen per woning, komen uit het Buurtdashboard van de Klimaateffectatlas. De achterliggende databronnen en de technische toelichting bij de data(modellen) zijn online te vinden.liii In dit onderzoek worden de data van de Klimaateffectatlas gebruikt om de klimaatuitdagingen per buurt te beschrijven. De data over het aandeel 65-plussers met een broze gezondheid zeggen iets over de kwetsbaarheid van de bewoners voor hitte. Daarnaast zijn de data over het gemiddeld oppervlak privaat groen per woning – samen met de data over boomkroonbedekking – een controlevariabele. In buurten met weinig openbaar groen maar veel (groene) tuinen en schaduw van bomen, profiteren bewoners alsnog enigszins van de voordelen van groen, op voorwaarde dat elke bewoner toegang heeft tot dit groen. Door niet alleen te kijken naar de hoeveelheid openbaar groen per woning, maar ook naar de hoeveelheid privaat groen en het aandeel boomkroonbedekking, krijgen we inzicht in de (totale) mate van verstening per buurt. Tot slot, de database Gezondheid in wijken en buurten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is de bron voor de gezondheidsuitdagingen ‘(zeer) ernstige eenzaamheid’, ‘(heel) veel stress’, en ‘ernstig overgewicht’.
Uit deze bron stammen ook de data over het aandeel mensen dat moeite heeft met rondkomen, die we hanteren als indicator voor het aandeel bewoners in een kwetsbare positie.
9 Met ‘woningcorporatie’ bedoelen we hier gemakshalve ook het aantal woningen in het bezit van woningbouwverenigingen en woningstichtingen. Dit zijn de zogenaamde ‘toegelaten instellingen volkshuisvesting’ (CBS, 2024).
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
13
Tabel 2.1: De variabelen die zijn gebruikt voor dit onderzoek met uitleg en bron. Label variabele
Uitleg
Bron
Oppervlakte openbaar groen (m2/woning)
Gemiddeld aantal vierkante meters groen in de openbare ruimte per woning.
Natuur & Milieu en Sweco, 2024 o.b.v. de BGTliv
Oppervlakte privaat groen (m2/woning)
Gemiddeld aantal vierkante meters groen in de niet-openbare ruimte per woning. Bomen en water oppervlakten zijn uitgesloten. Het privaat groen is een indicator voor het aantal vierkante meters niet-versteende10 tuin per buurt. Onder niet-openbare ruimte vallen ook andere groene gebieden, zoals een golfterrein, dierentuin of sportpark. Aangezien dit onderzoek focust op stedelijke buurten met meer dan vijfhonderd woningen, is de kans op de aanwezigheid hiervan kleiner.
Klimaateffectatlas, 202111
Aandeel boomkroonbedekking (%)
Het percentage van het totale buurtoppervlak dat wordt bedekt door een boomkroon.
Natuur & Milieu en Sweco, 2024 o.b.v. luchtfotoanalyselv
Aandeel wateroverlast (%)
Het percentage van de oppervlakten waar meer dan 20 centimeter water kortdurend blijft staan na hevige neerslag van 70 millimeter gedurende 2 uur. Onder oppervlakten worden alle plekken verstaan waar het water zich verzamelt na een hevige bui en niet kan wegstromen of infiltreren. Vanaf 20 centimeter is vrijwel alle lokale infrastructuur niet meer begaanbaar voor autoverkeer en hulpdiensten en kan water over drempels van gebouwen heen stromen. lvi
Klimaateffectatlas, 2018
Hittestress (gevoelstemperatuur in °C)
Gevoelstemperatuur (PET; Physiological Equivalent Temperature) voor iedere plek in de buitenruimte Klimaateffectatlas, 2022 tussen 12:00 en 18:00 uur op een hete, vrijwel windstille zomerdag. De PET wordt bepaald door de luchttemperatuur, windsnelheid, luchtvochtigheid, directe of gereflecteerde zonnestraling, en warmtestraling van de omgeving. Vanaf een gevoelstemperatuur van 23 graden Celsius kunnen mensen hittestress ervaren.
Aandeel personen met (heel) veel stress (%)
Percentage personen van 18 jaar of ouder dat in een aaneengesloten periode van vier weken (heel) veel stress heeft ervaren. De percentages zijn gebaseerd op een modelmatige schatting.
Mate van verstening
Klimaat- en gezondheidsuitdagingen
RIVM, 2022
10 Op basis van luchtfoto’s is het oppervlak groen onderscheiden van het versteende oppervlak. Afhankelijk van de resolutie van de foto’s kan de nauwkeurigheid hiervan verschillen. 11 De Klimaateffectatlas heeft de data over niet-openbaar (privaat) groen geactualiseerd in 2025. Dit gebeurde ná de analyse van dit onderzoek. Kijk voor de meest actuele cijfers per buurt op de website van de Klimaateffectatlas Buurtdashboard.
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
14
Label variabele
Uitleg
Bron
Aandeel personen (zeer) ernstig eenzaam (%)
Percentage personen van 18 jaar en ouder dat zich (zeer) ernstig eenzaam voelt. Dit percentage is gebaseerd op de eenzaamheidsschaal, een vragenlijst om eenzaamheid te meten, en bestaat uit elf uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. De percentages zijn gebaseerd op een modelmatige schatting.
RIVM, 2022
Aandeel personen met ernstig overgewicht (%) Percentage personen van 18 jaar of ouder met een BMI van 30,0 kg/m2 en hoger. De percentages zijn gebaseerd op een modelmatige schatting van het RIVM.
RIVM, 2022
Kwetsbaarheden Aandeel personen met zeer lage veerkracht (%)
Percentage personen dat aangeeft een (zeer) lage veerkracht te hebben. Veerkracht is gemeten aan de hand van uitspraken uit de Nederlandse vitaliteitsmeter (VITA-schatting). Mensen met een lage veerkracht hebben minder buffer, minder hulpbronnen en herstellen minder snel na een tegenslag. Een stapeling van risico’s (financieel, sociaal, gezondheid, etc.) draagt bij aan een lage veerkracht.
RIVM, 2022
Aandeel personen met moeite om rond te komen (%)
Percentage personen van 18 jaar of ouder dat moeite heeft met rondkomen op basis van een RIVM, 2022 modelmatige schatting. Het gaat om zelfgerapporteerde financiële moeilijkheden: mensen geven aan of het huishouden moeite heeft om met het beschikbare inkomen alle noodzakelijke uitgaven te doen. ‘Moeite met rondkomen’ zegt iets over hoe mensen hun inkomen ervaren en is dus subjectief. Dit sluit goed aan bij de leefwereld van bewoners en is zo relevanter voor hun gezondheid en welzijn.
Aandeel 65-plussers met een broze gezondheid (%)
Het percentage buurtbewoners dat ouder is dan 65 jaar én een broze gezondheid heeft. Deze groep RIVM, 2022 is extra kwetsbaar voor hitte. Het begrip broosheid omvat fysieke, mentale en sociale gezondheid.12
Overig Aantal inwoners
Het totale aantal inwoners op 1 januari van het desbetreffende jaar.
CBS, 2024
Aantal woningen
Het totale aantal woningen op 1 januari van het desbetreffende jaar.
CBS, 2024
Aandeel woningbezit woningcorporatie (%)
Aandeel huurwoningen in eigendom van ‘toegelaten instellingen volkshuisvesting’ als percentage van het totale aantal woningen per buurt.
CBS, 2024
12 Het RIVM definieert het aandeel 65-plussers met een broze gezondheid ook wel als ‘sociale kwetsbaarheid hitte’ (RIVM, 2022).
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
15
De bovengenoemde databronnen zijn aan elkaar gekoppeld op CBS-buurtcode. In zes gemeenten kwamen de CBS-codes uit 2024 voor een aantal buurten niet overeen. In vier gemeenten kon dit worden opgelost door de databestanden te koppelen op buurtnaam. In deze gemeenten was er geen verschil in buurtgrenzen over de jaren heen. In de twee gemeenten waar buurtgrenzen wél van elkaar verschilden tussen de jaren, is gebruikgemaakt van data uit het meest recente jaar waarin buurtgrenzen overeenkwamen.
2.3 Beperkingen van de data De gebruikte data zijn afkomstig van erkende instituten zoals het CBS en het RIVM. Toch moet er bij de interpretatie van de resultaten rekening worden gehouden met enkele beperkingen. Ten eerste kan dit onderzoek geen uitspraken doen over de kwaliteit van groen, ‘blauw’ (water) en de bodem. We hebben geen inzicht in waterkwaliteit en in de variatie en gezondheid van de beplanting, en in hun bijdrage aan de biodiversiteit. Dit geldt zowel voor groen in de openbare ruimte als voor privaat groen, waaronder tuinen. Dit onderzoek draait alleen om de kwantiteit van het groen. Ten tweede zegt dit onderzoek niets over de toegankelijkheid van groen en over hoe veilig mensen zich voelen in groen, zoals in een park. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor een gezonde
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
en aantrekkelijkere leefomgeving, waarin groen een plek is voor beweging en ontmoeting. Daarnaast maakt dit onderzoek gebruik van een gemiddeld oppervlak privaat groen per woning op buurtniveau. Daardoor geeft het geen informatie over de toegang tot, of uitzicht op, privaat groen. Aan de ene kant is dit relevant voor de (verdeling van de) baten van groen. Bewoners zonder tuin en zonder uitzicht op een andere tuin, profiteren namelijk minder van de gezondheidsvoordelen van privaat groen. Aan de andere kant profiteren bewoners zonder tuin alsnog van privaat groen in de buurt, omdat dit bijdraagt aan verkoeling en waterinfiltratie. Ook geven de data over een aandeel (%) bewoners met, bijvoorbeeld, ernstig overgewicht of moeite met rondkomen geen inzicht in individuele situaties. Het is mogelijk dat individuen beide ervaren en dubbel worden meegeteld in de percentages, maar dat hoeft niet. Daarnaast kijken de data over hittestress enkel naar de gevoelstemperatuur overdag. In realiteit zijn er meer factoren die bepalen of bewoners gezondheidsrisico’s van hitte ervaren. Denk aan de aanwezigheid van schaduw en de gevoelstemperatuur in de nacht. Want als versteende oppervlakten (verharding) eenmaal opwarmen, houden ze lang hitte vast. In dit onderzoek kijken we daarom ook naar andere data die een beeld kunnen geven van hittestress dan alleen gevoelstemperatuur.
Bijvoorbeeld het percentage boomkroonbedekking en hoeveel bewoners in een kwetsbare positie leven.
Bovendien geven de data over wateroverlast slechts een indicatie van de wateroverlast in de praktijk. Dat komt doordat de data uit een model komen met enkele beperkingen. Zo wordt de wateroverlast na een hevige bui mede bepaald door een model uit de periode 2007 tot 2012. Er zijn daardoor geen data over wateroverlast bij nieuwbouw na deze periode. Ook zijn sindsdien genomen maatregelen – zoals een herinrichting of een aangelegde wadi – niet in de data terug te zien. Daarnaast wordt gerekend met een rioolbergings- en afvoercapaciteit van 20 mm / uur, terwijl dit lokaal zeer kan verschillen. Ook zeggen de data niets over de tijd dat het water in een straat blijft staan. Het effect van hevige neerslag hangt dus sterk af van de actuele lokale context. Om een overschatting van het risico op wateroverlast te voorkomen, geven de resultaten alleen de plekken weer waar erg veel water blijft staan na een hevige bui (meer dan 20 centimeter). De resultaten moeten worden geïnterpreteerd als een signaal voor buurten die zeer waarschijnlijk baat hebben bij vergroening en andere maatregelen tegen wateroverlast. Tot slot, dit onderzoek is uitgevoerd op basis van bestaande databronnen en literatuur. We hebben de genoemde buurten in dit onderzoek niet zelf bezocht en we hebben geen beleidsanalyse gemaakt.
Dat betekent dat we geen zicht hebben op de lokale context en op eventuele plannen die recent zijn gemaakt om de meest versteende buurten te vergroenen.
16
2.4 Methode In dit onderzoek beschrijven we de meest versteende buurten en identificeren we de klimaaten gezondheidsuitdagingen waaraan groen een positieve bijdrage levert. Dit onderzoek haalt door wetenschappers aangetoonde causale verbanden aan tussen groen en bepaalde uitdagingen. Bijvoorbeeld het verkoelende effect van groen bij hittestresslvii en de stressverminderende werking van groen. Dit onderzoek doet echter geen uitspraken over een eventueel verband tussen de mate van verstening in de 260 onderzochte buurten en de aanwezige klimaat- en gezondheidsuitdagingen. Ook de kwantificering van de potentiële baten van vergroening in deze buurten, is geen onderdeel van de methodiek. Daarnaast beschrijven we een aantal kwetsbaar heden die de gezondheidsvoordelen van groen kunnen vergroten. Vergroening heeft geen causale relatie met deze kwetsbaarheden. Bijvoorbeeld: groen vermindert wél de hittestress voor 65-plussers met een broze gezondheid, maar verandert niets aan het aantal buurtbewoners van 65 jaar of ouder met een broze gezondheid. In dit onderzoek geven we voor elke buurt in de 32 grootste gemeenten een kwantitatief overzicht van: de mate van verstening; vijf klimaat- en gezondheidsuitdagingen; en drie indicatoren voor een kwetsbare positie van bewoners. De in totaal 2.011 buurten zijn uitgesplitst in twee groepen:
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
de 260 meest versteende buurten, en de overige buurten in de 32 grootste gemeenten (n = 1.751). De 260 meest versteende buurten staan in dit onderzoek centraal. Ten eerste vergelijken we deze twee groepen op basis van gemiddelden. Dit geeft een totaalbeeld. Zo hebben de meest versteende buurten gemiddeld meer last van hittestress dan de overige buurten, wanneer het gemiddelde voor de gevoelstemperatuur van de meest versteende buurten hoger ligt dan die voor de overige buurten. Deze methode geeft inzicht in de verschillen tussen de twee groepen, maar zegt niets over de verschillen tussen de 260 meest versteende buurten. Ook geven de gemiddelden geen inzicht in de situatie per buurt. Daarom zoomen we vervolgens in op individuele meest versteende buurten. Dit doen we op twee manieren.
Ten tweede kijken we naar de meest versteende buurten die extreem hoog scoren op één klimaat- of gezondheidsuitdaging. We lichten de tien buurten uit met de hoogste waarde voor deze uitdaging. Dit levert in totaal vijf top 10-lijsten op. In deze lijsten wordt geen rekening gehouden met een potentiële stapeling van factoren. Door zowel te kijken naar de top 10-lijsten per uitdaging als naar een stapeling van uitdagingen, identificeren we een brede groep meest versteende buurten die voordelen heeft bij vergroening. Een gedetailleerd overzicht van alle uitdagingen op buurtniveau per gemeente is te vinden in Bijlage I.
Ten eerste kijken we naar de meest versteende buurten die een stapeling ervaren van meerdere klimaat- en gezondheidsuitdagingen tegelijk. Deze stapeling bakenen we af door telkens 1 punt toe te kennen aan een meest versteende buurt wanneer deze buurt een hogere waarde heeft voor een klimaat- of gezondheidsuitdaging dan het gemiddelde van de overige (niet-meest versteende) buurten. De maximumscore is 5 punten. We laten zien in hoeveel buurten respectievelijk één t/m vijf uitdagingen voorkomen en zetten de buurten uiteen die een stapeling van alle vijf klimaat- en gezondheidsuitdagingen ervaren.
17
3. Resultaten
P
aragraaf 3.1 vergelijkt de meest versteende buurten als groep met de overige buurten. Dit geeft een totaalbeeld. Vervolgens gaat paragraaf 3.2 dieper in op een aantal buurten met een stapeling van uitdagingen, ofwel buurten die extreem hoog scoren op één klimaat- of gezondheidsuitdaging.
3.1 Totaalbeeld Voor het totaalbeeld vergelijken we de meest versteende buurten met de overige buurten op drie manieren. Ten eerste kijken we naar de mate van verstening (3.1.1). Vervolgens vergelijken we de klimaat- en gezondheidsuitdagingen (3.1.2) en tot slot beschrijven we het aandeel bewoners dat in een kwetsbare positie leeft (3.1.3).
3.1.1 Mate van verstening
Alle meest versteende buurten in dit onderzoek hebben minder dan 15 vierkante meter openbaar groen per woning. Tabel 3.1.1 toont dat de gemiddelde hoeveelheid openbaar groen per woning van de meest versteende buurten (8 m2) 93 procent lager ligt dan het gemiddelde van de overige buurten. Ook hebben de meest versteende
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
Tabel 3.1.1: Mate van verstening, vergelijking tussen gemiddelden van de meest versteende buurten en overige buurten in de 32 grootste gemeenten. Mate van verstening, vergelijking van gemiddelden
Meest versteende buurten (n = 260)
Overige buurten (n = 1.751)
Verschil (%)
Openbaar groen (m2/woning)
8
113
-93
Privaat groen (m2/woning)
7
30
-77
Boomkroonbedekking (% van buurtoppervlak)
5
10
-50
De tweede kolom bevat het gemiddelde van de 260 meest versteende buurten. De derde kolom bevat het gemiddelde van de overige buurten. Kolom vier berekent de procentuele toe- of afname tussen de tweede en de derde kolom. Dit geeft weer of de meest versteende buurten gemiddeld hoger of lager scoren dan de overige buurten.
buurten gemiddeld 77 procent minder privaat groen per woning en is het gemiddeld percentage boomkroonbedekking 50 procent lager. Het gebrek aan openbaar groen wordt dus niet gecompenseerd door de aanwezigheid van privaat groen en schaduw van bomen. Vergeleken met de overige buurten met beduidend meer groen, lopen de bewoners van de meest versteende buurten de voordelen van groen voor klimaatadaptatie en gezondheid grotendeels mis.
18
3.1.2 Klimaat- en gezondheidsuitdagingen Tabel 3.1.2: Vergelijking tussen gemiddelden van klimaat- en gezondheidsuitdagingen in de meest versteende buurten en overige buurten in de 32 grootste gemeenten. Uitdagingen, vergelijking van gemiddelden
Meest versteende buurten (n = 260)
Overige buurten (n = 1.751)
Verschil (%)
Wateroverlast (%)
19
15
24
Hittestress (gevoelstemperatuur in °C)
45
45
0
Aandeel personen met (heel) veel stress (%)
29
24
19
Aandeel personen (zeer) ernstig eenzaam (%)
19
16
16
Aandeel personen met ernstig overgewicht (%)
13
16
-18
De tweede kolom bevat het gemiddelde van de 260 meest versteende buurten. De derde kolom bevat het gemiddelde van de overige buurten. Kolom vier berekent de procentuele toe- of afname tussen de tweede en de derde kolom. Dit geeft weer of de meest versteende buurten gemiddeld hoger of lager scoren dan de overige buurten.
Klimaatadaptatie
Ten eerste bevestigt tabel 3.1.2 dat de meest versteende buurten gemiddeld meer last hebben van wateroverlast. In de meest versteende buurten staat gemiddeld op 19 procent van de straten, pleinen en andere plekken waar water zich kan verzamelen,13 een waterdiepte van meer dan 20 centimeter na een hevige bui. Dat betekent dat de kans op wateroverlast – zoals ondergelopen kelders, onbegaanbare wegen en overstromende riolen – gemiddeld 24 procent groter is in de meest versteende buurten dan in de overige buurten.
De resultaten over hittestress tonen daarentegen geen duidelijke verschillen tussen de twee groepen buurten. We zien dat de gemiddelde gevoelstemperatuur op een hete, zomerse dag in de meest versteende buurten oploopt tot 45 graden Celsius. Bewoners ervaren zo’n zomerdag als zeer heet en kunnen hierdoor fysiologische stress ervaren, zoals een snellere hartslag of duizeligheid. Opvallend is dat het gemiddelde voor de overige buurten in de 32 gemeenten (n= 1.751) ook 45 graden Celsius is. Gemiddeld lijken de meest versteende buurten dus niet heter dan buurten met
gemiddeld meer dan 15 vierkante meter openbaar groen per woning; dat komt niet overeen met bevindingen uit de literatuur.lviii De methodologische beperkingen van de data in dit onderzoek over hittestress kunnen hiervoor een verklaring zijn.14 De gevoelstemperatuur overdag is namelijk slechts één van de factoren die van invloed zijn op hittestress. Desondanks blijft een gemiddelde gevoels temperatuur van 45 graden een gegronde reden om versteende buurten te vergroenen. Bovendien hebben de meest versteende buurten gemiddeld 50 procent minder boomkroonbedekking en dus minder schaduw door bomen (zie tabel 3.1.1). Ook geven de resultaten in tabel 3.3.3 aanwijzingen dat de bewoners van de meest versteende buurten relatief meer hittestress kunnen ervaren dan bewoners van de overige buurten. Dit komt door een groter aandeel bewoners in een kwetsbare positie.
Gezondheid
Meest versteende buurten hebben van twee gezondheidsuitdagingen meer last dan de overige buurten. Zo ervaren in de meest versteende buurten gemiddeld 19 procent meer bewoners (heel) veel stress dan in de overige buurten. 29 procent van de bewoners van de meest versteende buurten heeft veel stress en (daardoor) mogelijk een slechtere mentale gezondheid. Bovendien zijn er in meest versteende buurten gemiddeld 16 procent meer bewoners die gevoelens van (zeer) ernstige eenzaamheid ervaren. Daarentegen is het gemiddeld aandeel bewoners met ernstig overgewicht lager in de meest versteende buurten dan in de overige
13 Groene plekken en waterpartijen waar water in wegzakt, vallen hier niet onder. Zie ook paragraaf 2.2. 14 Zie ook paragraaf 2.3 Beperkingen van de data
Natuur & Milieu | Waar groen het hardst nodig is - December 2025
19
buurten, maar alsnog heeft 13 procent van de bewoners ernstig overgewicht. Deze resultaten geven geen inzicht in de verdeling van de uitdagingen over de individuele bewoners. Het kan dus zijn dat sommige bewoners alleen (heel) veel stress ervaren, bijvoorbeeld. Het is ook mogelijk dat één individu bovengemiddeld veel last heeft van zowel stress als (zeer) ernstige eenzaamheid en ernstig overgewicht.
3.1.3 Bewoners in een kwetsbare positie
In dit onderzoek rapporteren we drie indicatoren van een kwetsbare positie. Tabel 3.1.3 geeft de verschillen weer voor het aandeel bewoners met een lagere veerkracht, dat moeite heeft
met rondkomen, en dat ouder is dan 65 jaar en een broze gezondheid heeft. Op basis van deze resultaten is wederom niet te zeggen of één individu wordt meegeteld in alle drie de indicatoren. In de meest versteende buurten is het aandeel bewoners dat moeite heeft met rondkomen 20 procent hoger dan in de overige buurten. Gemiddeld heeft 29 procent van de bewoners moeite om met hun inkomen alle rekeningen te betalen. Ook zien we dat gemiddeld één op de vijf bewoners van een meest versteende buurt een lage veerkracht heeft. Vaak hebben mensen met een lagere veerkracht een stapeling van risico’s zoals een slechtere gezondheid, weinig sociale contacten en een kleine financiële buffer. Voor wie een lagere veerkracht heeft, is het moeilijker om uit een kwetsbare positie te komen.
Tabel 3.1.3: Bewoners in een kwetsbare positie, vergelijking tussen gemiddelden van de meest versteende buurten en overige buurten in de 32 grootste gemeenten. Uitdagingen, vergelijking van gemiddelden
Meest versteende buurten (n = 260)
Overige buurten (n = 1.751)
Verschil (%)
Aandeel personen met moeite met rondkomen (%)