B1 d.d. 12 januari 2023 van de GGD Gelderland Zuid inzake Concept verslag AB GGD
Tekst van het document
Verslag – concept Bespreking Datum / Tijd bespreking
Afwezig m.k.
Algemeen Bestuur GGD Gelderland-Zuid Donderdag 15 december 2022 10.00 – 12.30 uur Gemeentehuis Maasdriel, Kerkstraat 45 5331 CB Kerkdriel Mevrouw C. Daemen Mevrouw I. v.d. Scheur (Berg en Dal), De heer F. Houben (Beuningen), Mevrouw M. Bettink-Pierik (Buren), Mevrouw M. Peters (Culemborg), De heer G. de Wildt (Druten), De heer R. Engels (Heumen), Mevrouw A. Sörensen (Maasdriel), Mevrouw H. van Dijkhuizen (Neder-Betuwe, digitaal aanwezig), Mevrouw C. Daemen (Nijmegen), Mevrouw C. Kreuk (Tiel), De heer J. de Geus (West Betuwe), Mevrouw B. Schouten (Wijchen), Mevrouw K. Bouchtaoui (Zaltbommel), De heer F. Dillerop (Mook en Middelaar), De heer R. Reuvers (West Maas en Waal), Mevrouw M. Pieters, De heer R. de Haan en De heer J. van Wijngaarden (GGD) Mevrouw M. van de Luijtgaarden, (GGD, agendapunt 6), De heer D. Muller en mevrouw M. Sprenkels (GGD, agendapunt 11). De heer P. Seesing
Verslag Kopie aan Van Afdeling Doorkiesnummer E-mail Ons kenmerk Datum
Verslagbureau More Support OR Directiesecretariaat Directiebureau (088) 144 71 02 ggddirectie@ggdgelderlandzuid.nl GGD/DIR/22/2514 15 december 2022
Locatie Voorzitter AB Aanwezig
Onderwerp / Besluit 1.
Opening en vaststellen agenda Mw. Daemen opent de vergadering om 10.05 uur en heet de aanwezigen van harte welkom. De agenda wordt conform vastgesteld.
2.
Verslag vergadering 6 oktober 2022 Er zijn geen opmerkingen op het verslag. Het verslag van 6 oktober jl. wordt conform vastgesteld.
3.
Herbenoeming extern DB-lid Voorliggend voorstel is gericht op de herbenoeming van de heer Seesing. De herbenoeming is gericht op een bestuurstermijn van twee jaar als lid van het DB. Mw. Sörensen is benieuwd of in de overweging is meegenomen in hoeverre de kennis die de heer Seesing meebrengt, inmiddels binnen het AB aanwezig is. Mw. Daemen antwoordt dat de specifieke kennis van de heer Seesing nog steeds als een welkome aanvulling wordt beschouwd. De benoeming geldt voor twee en niet voor vier jaar, zodat over twee jaar eventueel een wisseling kan plaatsvinden. Het AB besluit: 1. In te stemmen met de herbenoeming van de heer Seesing als extern lid van het Dagelijks Bestuur voor een periode van twee jaar, zijnde tot en met 28 februari 2025.
Datum Onderwerp Pagina
4.
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 2 van 9
Mededelingen Punt 2 - GALA en SPUK Mw. Pieters licht toe dat de GGD in het GALA in diverse rollen wordt benoemd. Ze ervaart dat iedereen nog zoekende is in het proces. Op dit moment is nog onduidelijk hoe het precies zal gaan lopen. Op 9 januari a.s. wordt het GALA aan Zorgverzekeraars Nederland voorgelegd. De ondertekening wordt eind januari verwacht. GALA gaat gepaard met het combineren van gelden vanuit verschillende richtingen. De bedoeling is dat het domein-overschrijdend werken ruimte biedt om vanuit gemeenteperspectief een meer integraal beleid te ontwikkelen. Ook is de bedoeling om meer aandacht te hebben voor preventie ter voorkoming van vermijdbare zorg. Om gemeenten beter te kunnen ondersteunen, wordt geïnvesteerd in het versterken van de kennisfunctie van de GGD. Wat betreft de GGD, is zowel een rol in de regionale ondersteuning gewenst, als in de ondersteuning per gemeente. Aan de gemeenten wordt geadviseerd om aandacht te hebben voor de SPUK-regeling. Dit betreft een financieringsregeling die begin januari kenbaar wordt gemaakt. Gemeenten hebben een aantal maanden de tijd om daarop te reageren en hun aanvragen in te dienen. Over de toekenning van de SPUK-gelden zal pas tegen de zomer door VWS worden besloten.
5.
Aandachtspunten t.b.v. een goede samenwerking tussen DB en AB (N.a.v. heidag AB – 26 september 2022) Mw. Daemen licht toe, dat tijdens de heidag van het AB meerdere aandachtspunten zijn genoteerd ten behoeve van een goede samenwerking tussen DB en AB. Het DB stelt voor om één AB-lid per vergadering te vragen vanuit het perspectief van samenwerking de specifiek benoemde aandachtspunten terug te koppelen. Mw. Peters constateert dat er soms spanning zit op de relatie tussen het DB en AB, maar ook in relatie van de AB-leden met de eigen raden; dit heeft haars inziens te maken heeft met de enorme hoeveelheid informatie. Zij betwijfelt of het voorstel van het DB daar de oplossing voor gaat zijn. Het is prima om elkaar scherp te houden, maar ze vindt het te ver gaan om daar procedureel één persoon per vergadering verantwoordelijk voor te maken. Mw. Schouten en mw. Bouchtaoui onderschrijven deze gedachte. Dhr. Engels is van mening dat er een probleem wordt geschetst dat er zijns inziens niet is. Hij is geen voorstander van het door het DB voorgelegde voorstel. Er zou wellicht sneller gehandeld kunnen worden en wellicht kunnen er minder stukken worden geproduceerd. Daar kan ieder kritisch naar kijken. Mw.
Daemen legt uit dat het idee was om te reflecteren op het samenwerkingsthema in de rondvraag en dat per vergadering één persoon gevraagd zou worden dat te observeren en terug te koppelen. Het is nadrukkelijk niet de insteek dat één persoon het hele samenwerkingsvraagstuk borgt. Mw. Schouten interpreteert het voorstel anders dan aan het einde van de vergadering de vraag te stellen hoe de vergadering is ervaren. Mw. Van de Scheur begrijpt dat het AB het eigenlijk niet nodig acht om één persoon een terugkoppeling te laten geven op de vergadering, maar dat na afloop van de vergadering aan het AB kan worden gevraagd hoe de vergadering is beleefd. Mw. Daemen stelt vast dat het AB er de voorkeur aan geeft dat er na afloop van de vergadering, tijdens de rondvraag, wordt gereflecteerd op de vergadering en iedereen daar kennis van kan nemen. Desgevraagd gaat het AB akkoord met de aandachtspunten ten behoeve van de samenwerking. Het AB besluit: 1. Kennis te nemen en in acht te nemen van de – tijdens de AB-heidag – genoemde aandachtspunten ten behoeve van een goede samenwerking tussen Dagelijks en Algemeen Bestuur. 2. Aan het einde van elke vergadering te reflecteren op de vergadering, hoe deze is ervaren.
2
Datum Onderwerp Pagina
6.
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 3 van 9
Informatiegestuurd werken: Wat hebben gemeenten eraan? Moniek van de Luijtgaarden, programmamanager Onderzoek, Informatie & Advies (OIA), verzorgt een presentatie. Deze presentatie wordt toegevoegd aan de notulen. Reacties naar aanleiding van de getoonde presentatie: ▪ Mw. Bouchtaoui merkt op dat het verhogen van de datakwaliteit een doelstelling is. Ze gaat ervan uit dat er een nulmeting is en is benieuwd waar het momenteel precies aan schort, wat betreft de kwaliteit. Verder vraagt zij zich af hoe ervoor gezorgd wordt dat het aspect datakwaliteit gaat landen bij inwoners, zodat zij er ook iets mee kunnen. Mw. Van de Luijtgaarden geeft aan dat het beeld qua datakwaliteit gedifferentieerd is. Veel data dienen de registratie (welke cliënten zijn gezien?) en de uitvoering van de taak en dienen niet zozeer de doelstelling waarvoor het platform is gebouwd. De nulmeting heeft plaatsgevonden toen er vanuit OIA met de betreffende GGD-afdeling werd meegedacht over het inrichten van de veranderingscijfers; toen is per afdeling de stap gezet om de datakwaliteit te verhogen teneinde geaggregeerde informatie mogelijk te maken. Ten aanzien van de vraag over inwoners, wordt aangegeven dat de GGD informatie op een digitaal toegankelijke wijze op de website publiceert, zodat deze voor een zo groot mogelijke groep beschikbaar is.
Hoe men de website gebruikt, is echter per doel en per doelgroep anders. ▪ Mw. Pieters benadrukt dat de primaire taak van de GGD het ondersteunen van de gemeenten is zodat een integraal gezondheidsbeleid kan ontstaan. Veel informatie voor bewoners wordt via de website bekend gemaakt. ▪ Mw. Bettink is benieuwd op welke plek er wordt bekeken wat de databehoefte vanuit de gemeenten is en hoe dat dan vervolgens wordt ingeregeld. Een gemeente wil wellicht een andere analyse op dezelfde data in een zoektocht naar antwoorden op een andere vraag. Dit kan per gemeente uiteen lopen. De vraag is of daar ruimte voor bestaat binnen het project. Mw. Van de Luijtgaarden legt uit, dat het inregelen van de databehoefte enerzijds gebeurt via de werkgroep ‘Informatiegestuurd werken’ waarin gemeenten primair vertegenwoordigd zijn. In deze werkgroep wordt samengewerkt in de prioritering van thema’s en het maken van een verdiepingsslag; de terugkoppeling wordt aan het gehele kader gegeven. De databehoefte wordt wel stevig vanuit het kader meegegeven, het is niet voor één specifieke gemeente, maar een regionaal inzetbaar concept. Er kan geen volledig maatwerk worden geleverd. ▪ Dhr. De Wildt stelt voor de presentatie te verspreiden onder de bestuurders zodat zij zelf de mogelijkheid hebben om door te klikken op de links die daarin zijn opgenomen.
Als gemeenten duidelijk aangeven wat zij willen, kan bekeken worden of en hoe dat te realiseren is. ▪ Mw. Schouten vraagt aandacht voor de ervaring dat mensen die energietoeslagen kunnen krijgen, zich niet altijd melden. Zij is benieuwd of op dat specifieke thema ingezoomd kan worden. Mw. Van de Luijtgaarden wijst erop dat de data met betrekking tot het energiethema bij de gemeenten bekend zijn. Met statistiek is te voorspellen dat inwoners met bepaalde karakteristieken het meest waarschijnlijk in de knel zullen komen en dan kan door de gemeente worden bekeken in welke mate en waar de groep met die specifieke karakteristieken voorkomen. ▪ Mw. Peters merkt op dat de gemeente gebruik maakt van het dashboard ‘Veilig thuis’ en dat in de beoordeling van de eigen data meestal naar vergelijkbare gemeenten wordt gekeken; dat hoeft dan niet per se een gemeente in de eigen regio te zijn. De vraag is in hoeverre GGD Zuid-Gelderland er op landelijk niveau voor zorgt dat alle data bij de alle GGD’en op dezelfde manier ontsloten worden. Mw. Van de Luijtgaarden antwoordt dat vanuit GGD GHOR Nederland wordt gewerkt aan een landelijke informatievoorziening waar alle 25 GGD’en op zijn aangesloten. GGD Gelderland-Zuid denkt mee over de verschillende pijlers die zijn opgezet. De beweging is erop gericht om gezamenlijke noemers bijeen te brengen om uiteindelijk tot één product te komen.
Met dit plan zal jaren gemoeid zijn, want elke GGD hanteert andere definities, heeft een andere focus of verzamelt andere data. Mw. Pieters wijst erop dat de gezondheidsgegevens van de GGD op identieke wijze worden verzameld. De monitors zijn afgestemd met CBS en RIVM. De enige kleur die regionaal kan worden toegevoegd, is het bevragen op enkele specifieke facetten, maar verder zijn de monitors op de kerntaken van de GGD uniform ingericht en goed te vergelijken. Wat betreft het informatiegestuurd werken, trekken de GGD’en samen op. Echter, welke uitwerking dit krijgt in de koppeling van gegevens - bijvoorbeeld met de gemeente 3
Datum Onderwerp Pagina
▪
▪
▪ ▪
▪
▪
▪
▪
▪
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 4 van 9
of de regio - is sterk lokaal bepaald. Mw. Van de Scheur vraagt wat het toevoegt omdat er al heel veel gegevens beschikbaar zijn. Mw. Van de Luijtgaarden denkt dat de toevoeging bestaat uit de kernindicatoren die uit de GGD-lijnafdelingen komen en de ontwikkelde kruisverbanden en de domeinoverstijgende verbanden die hierin worden weergegeven. Er wordt gezocht naar de best practice binnen het platform om daar zo fijnmazig mogelijk die data te kunnen gebruiken. Dhr. Engels is voorstander van een structurele financiering voor informatie-gestuurd werken, maar wil wel meer duidelijkheid over wat het oplevert en wat gemeenten hiermee kunnen doen. Als aanvulling daarop vraagt mw. Schouten wanneer resultaten verwacht kunnen worden. Mw. Sörensen stelt dat de toegevoegde waarde voor de gemeente niet het integraal advies betreft. Het gaat niet zozeer om de groep, maar om het bereiken van het individu. Het analyseren van data moet op een dusdanige schaal zijn dat de gemeente er voor de individuele inwoner iets aan heeft. De vraag is echter of het informatiegestuurd werken dat gaat brengen. Mw. Pieters heeft begrip voor de behoefte om op het niveau van individuele burgers te kunnen inzoomen, maar een dergelijke fijnmazigheid hebben de gegevens niet en bovendien kan dit ook AVG-technisch niet.
Waar het hier over gaat, is het streven dat er op een bepaalde manier van data betere informatie wordt gemaakt en dit vervolgens wordt gekoppeld aan andersoortige gegevens. Vandaar dat de vraag voor een structurele financiering wordt voorgelegd. Mw. Pieters vindt de geschetste ontwikkeling essentieel, zeker vanuit de kennisfunctie die de GGD heeft, om van dit soort gegevens informatie te kunnen maken. De behoefte die bij gemeenten leeft, wordt wel begrepen. Het ontwikkelperspectief zouden de gemeenten, gezamenlijk met de GGD, moeten oppakken. Mw. Kreuk verwijst naar de jaarlijkse monitoring van een doelgroep. Deze monitoring leidt tot allerlei gegevens. Zij zou het interessant vinden om eens te evalueren wat het heeft gebracht en wat erin wordt gemist. Zij informeert of de tool die wordt ontwikkeld ook landelijk door de GGD’s wordt opgepakt. Mw. Van de Luijtgaarden licht toe dat het doel is gericht op een applicatie om het dashboard te maken. Dat wordt inmiddels door 19 GGD’en gebruikt. Wat betreft het monitoren vult mw. Pieters aan dat het beleid in Nederland is gebaseerd op deze monitoring. Alle VWS-beleidsstukken zijn op dit soort gegevens gestoeld en deze gegevens zijn dus belangrijk voor het gezondheidsbeleid. Ook voorspellingen en verkenningen zijn daarop gebaseerd. Dhr.
Houben concludeert dat de kern eigenlijk is, dat betere informatie nodig is om goede besluiten te kunnen nemen. Hij hoopt dat door informatiegestuurd werken meer inzicht wordt verkregen in de achterliggende oorzaken. Het is van belang om naar de effectiviteit te kijken om op basis van die kennis veel gerichter de middelen te kunnen inzetten. Dhr. De Geus pleit voor het informatiegestuurd werken. Door met de bekende data te ‘spelen’ kunnen soms totaal andere inzichten worden verkregen. Dit heeft veel waarde, want daardoor is men beter in staat beleid te ontwikkelen om heel gericht iets te kunnen doen. Mw. Daemen legt uit, dat de gemeente Nijmegen sterk is gericht op het op orde krijgen van de basis. De afdelingslijnen kennen een verschillende mate van datavolwassenheid. Ze hoort hier in de discussie duidelijk het verschil tussen een enkelvoudige uitkomst of een vragenlijst en het snappen wat het allemaal betekent en daar meer analytisch naar kijken en in samenhang aanbieden. Vanuit dat laatste belang kan zij het programma onderschrijven. Het nemen van beslissingen over de budgetten volgt op een later moment. Dhr. De Wildt stelt vast dat menig bestuurder zich afvraagt wat de gemeente heeft aan het informatiegestuurd werken. Hij vraagt of mw.
Van de Luijtgaarden bereid zou zijn om de gemeenten te bezoeken om in gesprek te gaan over vragen wat de gemeente met informatiegestuurd werken kan bereiken. Mw. Van de Luijtgaarden spreekt deze bereidheid uit.
Mw. Daemen dankt mw. Van de Luijtgaarden voor haar presentatie, het beantwoorden van gestelde vragen en de bereidheid om de gemeenten te bezoeken.
4
Datum Onderwerp Pagina
7.
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 5 van 9
Financieel 7.1 Adviezen werkgroep vereenvoudiging P&C producten Mw. Van de Scheur vindt voorliggend voorstel op zich prima, zij het dat de berekeningsmethodiek met betrekking tot de algemene reserve nogal ingewikkeld is. Zij pleit voor een vereenvoudigde berekening. Dhr. De Haan geeft aan dat hiervoor bijvoorbeeld een percentage afgesproken moet worden, bijvoorbeeld 5%, zoals bij de VRGZ. Daarmee gaat de norm omhoog, wat op zich passend zou zijn gezien het risicoprofiel van de GGD. Ook mw. Sörensen is het ermee eens, dat vereenvoudiging te prefereren is, als dat kan. Wat echter voorligt, is het bekrachtigen van de huidige berekeningsmethode. Zij is benieuwd waarom voor de huidige methodiek is gekozen. Dhr. De Haan legt uit, dat dit te maken heeft met het feit dat sommige regio’s of gemeenten kampen met lagere reserves. Daarom is voor de huidige methodiek gekozen. Mw. Schouten vindt een methodiek die makkelijker is, op zich altijd wenselijk, maar zij vraagt zich af wat het betekent als het AB besluit dat er nog eens naar de huidige methodiek gekeken moet worden. Mw. Sörensen is van mening dat er in dat geval een nieuw voorstel voorgelegd zou moeten worden met duiding van het vaste percentage zoals onderling wordt afgesproken. Persoonlijk wil zij wel met het huidige voorstel akkoord gaan. Mw.
Van Dijkhuizen vraagt of erover is nagedacht hoe de eigen raden geïnformeerd gaan worden over de aanpassingen die doorgevoerd worden in de P&C-documenten. Mw. Daemen zegt dat de raden geïnformeerd kunnen worden door de AB-leden. Mw. Bettink begrijpt dat het aantal rapportages wordt verminderd van drie naar twee. Zij vraagt aandacht voor het belang dat de rapportages aansluiten op de eigen P&C-cyclus, zodat de raad er ook inderdaad iets van kan vinden. Met betrekking tot de overhead – beslispunt 6 – vraagt mevrouw Bettink of het klopt dat het slechts een technische aanpassing betreft zonder financiële consequenties. Dit wordt bevestigd. Mw. Peters is blij dat de situatie van Veilig Thuis nu zodanig is dat het verantwoord wordt gevonden om Veilig Thuis integraal in de begroting mee te nemen. Voor de raden is Veilig Thuis in de afgelopen jaren een belangrijk aandachtspunt is geweest; mede daarom is het heel belangrijk om in de toelichting aandacht te vragen voor Veilig Thuis en de ontwikkelingen die op dat gebied plaatsvinden. Dhr. De Haan memoreert dat het AB momenteel slechts één tussentijdse rapportage per jaar ontvangt. Dat worden er twee en in die zin worden de rapportages naar het AB verdubbeld. Wat betreft Veilig Thuis wordt er wel gerapporteerd op basis van geheel Veilig Thuis; op basis daarvan kunnen signalen worden opgepakt voor Veilig Thuis per gemeente. Dhr.
De Wildt stelt voor met het huidige advies m.b.t. het weerstandsvermogen voor de komende begroting in te stemmen en vervolgens een nieuw voorstel af te wachten om te kijken of in de toekomst naar een vast percentage kan worden overgegaan. Mw. Sörensen betwijfelt of het iets nieuws zal opleveren als de opdracht wordt teruggegeven aan de werkgroep, omdat deze zich al over dit vraagstuk heeft gebogen en uiteindelijk toch voor het huidige voorstel heeft gekozen. Hiermee rekening houdend, steunt zij wat heden voorligt. Mw. Kreuk stemt eveneens in met het voorstel, maar als er nieuwe inzichten ontstaan, ziet zij dat graag op een ander moment in een apart voorstel terugkomen. De overige AB-leden sluiten zich bij dit standpunt aan. Het AB besluit: 1. Kennis te nemen van advies 1 t/m 6 van de werkgroep vereenvoudiging P&Cproducten. 2. In te stemmen met het wijzigingen in de P&C producten conform adviezen 1 t/m 4 en 6. 3. Kennis te nemen van het besluit van het DB om het aantal tussentijdse rapportages (Marap) terug te brengen naar twee per jaar en deze beide door te geleiden naar het AB. 4. Kennis te nemen van de werkwijze omtrent het weerstandsvermogen. 5
Datum Onderwerp Pagina
5. 6.
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 6 van 9
De (huidige) berekeningsmethodiek ten aanzien van de norm van de algemene reserve te bekrachtigen. In te stemmen met de voorgestelde werkwijze voor de overhead.
Mw. Daemen dankt de werkgroep voor de voorbereiding. 7.2 Normenkader GGD 2022 Het AB besluit: 1. Het normenkader GGD Gelderland-Zuid 2022 vast te stellen. 7.3 Prijsstijgingen 2023 en verder Dhr. De Haan wijst op het tijdspad ten behoeve van de begrotingswijziging. Op het moment van het opstellen hiervan lagen de cao-afspraken tussen de bonden en de werkgevers nog erg ver uit elkaar. Inmiddels liggen dit dichter bij elkaar en dat betekent dat er waarschijnlijk voldoende informatie is om een begrotingswijziging 2023 te maken, gelijktijdig met de begroting 2024. Mw. Schouten mist de optie om andere productkeuzes te maken om zodoende de prijsstijgingen gedeeltelijk te ondervangen. Kunnen meerdere scenario’s worden ontwikkeld? Mw. Bettink merkt op dat de gemeente voor de eigen begroting een stelpost (dan wel een aparte ‘risicopot’) opneemt voor het geval iets duurder wordt dan verwacht. Zij is benieuwd of dat voor de GGD-begroting voor 2024 ook het geval is. Dhr. De Haan geeft aan dat de indexen van de begrotingsrichtlijnen Nijmegen worden gehanteerd. Omdat duidelijk is dat hieraan tekort wordt gekomen, wordt een reële begroting opgeleverd en moet in beeld worden gebracht waar de tekorten worden verwacht. Dhr. Engels heeft behoefte aan meer inzicht voordat hij de voorgestelde prijsstijgingen wil bekrachtigen. Mw.
Peters doet de oproep aan de GGD om de verantwoordelijkheid voor prijsstijgingen samen te dragen en niet alles één op één door te rekenen naar de gemeenten. Mw. Sörensen heeft begrepen dat gevraagd wordt te bekrachtigen dat het DB met een begrotingswijziging gaat komen. Daar kan zij mee instemmen. Er wordt niets gezegd over wat dat bedrag is en zij ondersteunt de oproep om de prijsstijgingen niet één op één door te berekenen aan de gemeenten. Zij vraagt de GGD met suggesties te komen hoe de stijging gedempt kan worden. Mw. Kreuk vindt het een goede suggestie om naar meerdere scenario’s te kijken en die op een later moment te bespreken. Vanuit het Rijk wordt compensatie gegeven voor de prijsstijgingen. Voor een goede discussie is het belangrijk dat alle informatie bij elkaar komt om op een later moment met de begrotingswijziging een goede en verantwoorde keuze te kunnen maken. Bij het bespreken van de Kaderbrief in haar raad wil zij de begrotingswijziging als een waarschijnlijk risico benoemen. Mw. Bouchtaoui en dhr. De Wildt sluiten aan bij voorgaande reacties. Mw. Daemen vat samen, dat aan het AB wordt gevraagd akkoord te gaan met het voorstel dat het DB in het tweede kwartaal van 2023 een begrotingswijziging zal voorleggen. Ze heeft de oproep begrepen om met een scherpe blik naar de wijziging te kijken en mogelijke opties zal bezien.
Inhoudelijk wordt dit meegenomen in de voorbereiding van de begrotingswijziging. Het AB besluit: 1. Kennis te nemen van het geschetste financiële beeld als gevolg van de prijsstijgingen voor personele en materiele lasten. 2. Het besluit van het DB te bekrachtigen voor het indienen van een begrotingswijziging in het 2e kwartaal van 2023 voor het verhogen van de gemeentelijke bijdrage voor 2023 en verder, ter dekking van het te verwachten tekort voor 2023 als gevolg van prijsstijgingen. 3. Het besluit van het DB te bekrachtigen voor het indienen van een begrotingswijziging voor begroting(wijziging) 2024.
6
Datum Onderwerp Pagina
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 7 van 9
7.4 Werkgroep begrotingssystematiek Veilig Thuis Bijgevoegd is de opdracht om gezamenlijk – opnieuw - te onderzoeken wat de best passende begrotingssystematiek is voor Veilig Thuis. Om het plan van aanpak uit te werken, moeten nog twee plekken worden ingevuld. Daartoe is intern onder de medewerkers een oproep verspreid. Mw. Schouten biedt aan dat Chantal van Regteren (beleidsambtenaar Wijchen) aansluit. Het AB besluit: 1. In te stemmen met een extra AB-vergadering op 15 maart 2023 waarin het advies van de werkgroep begrotingssystematiek VT besproken wordt en hierover besloten wordt. 8.
Nu niet Zwanger in begroting 2023 en verder Mw. Pieters licht toe, dat Nu Niet Zwanger een zeer effectieve interventie betreft. Het gaat erom kwetsbare potentiële ouders/gezinnen te ondersteunen in het voeren van het gesprek over een kinderwens. Deze interventie maakt onderdeel uit van het programma Kansrijke Start en - zoals in de notitie is aangegeven - heeft VWS een kostenbatenanalyse uitgevoerd en het resultaat hiervan is dat de interventie zeer kosteneffectief is. Het gaat aan de voorkant om een beperkt bedrag voor de training om dit soort gespreksvoering te kunnen doen en het levert aan de achterkant veel op; niet alleen financieel maar er wordt ook veel maatschappelijk leed mee voorkomen. Mw. Pieters roept alle gemeenten op om dit op te pakken. Het voorstel is eerst facultatief ingericht, maar later uniform. Ze wijst op de maatschappelijke doorwerking hiervan. De gemeente kan op verschillende manieren kiezen voor een bepaalde financiering, maar het kan ook via de landelijke SPUK-regeling. Mw. Bouchtaoui omarmt de gedachte van Nu Niet Zwanger. Wel heeft zij een probleem met de woorden ‘collectief’ en ‘facultatief’ in dezelfde zin, dat zijn twee losse zaken. Mw. Pieters legt uit dat dat professionals worden getraind volgens het ‘train de trainer principe’.
Zij zullen bij verschillende instellingen aanwezig zijn, waardoor ook gemeenten die niet meedoen er profijt van hebben. Vandaar de vraag: doe collectief mee vanwege solidariteitsoverwegingen en het is facultatief, omdat het (nog) niet formeel in het uniforme pakket van de GGD zit. Mw. Schouten kent het programma uit de praktijk en spreekt haar enthousiasme hierover uit. Mw. Bettink heeft uit de toelichting van mw. Pieters nog steeds niet duidelijk wat ‘collectief versus facultatief’ inhoudt. Ze vraagt of dit betekent dat als er “Nee” wordt gezegd tegen het programma er dan toch moet worden meebetaald. Mw. Pieters antwoordt dat dit niet het geval is. De oproep is echter om “Ja” tegen het programma te zeggen. Als een gemeente het programma afwijst, wordt de rekening voor de andere gemeenten iets hoger. Mw. Daemen benadrukt dat een gemeente er inhoudelijk gezien dan toch ervan profiteert. Mw. Bettink legt uit dat de gemeente Buren heeft aangegeven dat uit bezuinigingsoverwegingen niet wordt meegedaan aan facultatieve zaken. Dat doet niks af aan het programma en die discussie wil zij intern nog wel aangaan. Als echter collectief besloten wordt mee te doen en de gemeente Buren wil alsnog niet meedoen, dan moet dat geen financiële consequenties hebben voor de gemeente Buren. Mw.
Pieters wijst erop dat VWS de oproep doet om wél aan het programma mee te doen en aangeeft dat hiertoe gebruik kan worden gemaakt van de SPUK-regeling. De heer Van Wijngaarden vult aan dat een gemeente kan besluiten niet mee te doen, maar als het DB besluit – conform voornemen – om dit in de begroting 2024 in het uniforme pakket neer te zetten, er dan geen keuzemogelijkheid meer zal zijn. Mw. Bettink acht het raadzaam, als het de bedoeling is om het programma uniform op te nemen, op voorhand gesprekken te hebben met de gemeenten die aangeven niet mee te willen doen om te kijken naar de mogelijkheden. Mw. Kreuk wil de discussie graag weghalen bij het financiële gedeelte en kijken naar de kinderen die geboren worden in een omgeving waar ze door omstandigheden niet goed kunnen opgroeien. Met het wegvallen van één uithuisplaatsing kan het programma Nu Niet Zwanger in feite jaren gefinancierd worden. Mw. Kreuk heeft inmiddels al veel ervaring met het programma opgedaan en gezien dat het loont. Ze roept dan ook op om mee te doen. Mw. Sörensen sluit aan bij de reactie van mw. Kreuk. Ze zou het jammer vinden als gemeenten die nog niet de mogelijkheid hebben gekregen om ervaring op te doen met het programma 7
Datum Onderwerp Pagina
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 8 van 9
toch besluiten niet mee te doen. Zij wil een oproep doen om dat dan nog eens te heroverwegen vanuit de inhoud van wat het oplevert voor een klein bedrag. Mw. Bettink benadrukt dat ze inhoudelijk zeker met de gemeente Buren naar het programma wil kijken, maar het lastige punt zit in het facultatieve aspect en het ontbreken van een mandaat om in te stemmen met facultatieve kosten. Ze heeft geen gesprekken gehad over de betekenis van het programma in preventieve zin en ook geen ervaring met het programma. Ze kan derhalve ook nog niet instemmen. Mw. Kreuk biedt aan om met mw. Bettink contact te hebben als er inhoudelijke vragen over het programma zijn. De heer Van Wijngaarden begrijpt dat de gemeente Buren wat betreft de inhoud wel achter het programma staat, maar dat de afwijzing de financiering betreft. Er wordt echter landelijk geld beschikbaar gesteld, waarmee ook dit project kan worden gefinancierd. Mw. Bettink geeft aan, dat als er budget moet worden vrijgemaakt voor Nu Niet Zwanger dat betekent dat andere dingen niet meer kunnen. Mw. Van de Scheur geeft aan dat het afgeboekt kan worden op jeugdhulp. Dit programma kan dus door elke gemeente budgettair neutraal worden geregeld. Mw. Daemen concludeert dat de gemeente Buren niet instemt met het voorstel om Nu Niet Zwanger als collectief op te nemen als facultatieve dienstverlening in (de begroting) 2023.
De overige deelnemende gemeenten en Mook en Middelaar zullen Nu Niet Zwanger in 2023 opnemen als facultatieve dienstverlening in 2023. Het AB besluit: 1. Met 1 tegenstem (mw. Bettink - Buren) niet in te stemmen met het voorstel om Nu Niet Zwanger collectief op te nemen als facultatieve dienstverlening in de begroting 2023. Dat betekent dat 13 van de 14 deelnemende gemeenten aan de GR GGD Nu Niet Zwanger opnemen als facultatieve dienstverlening in 2023. Ook Mook en Middelaar neemt Nu Niet Zwanger op. 9.
Inventarisatie inzet GGD bij Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet wordt uitgesteld tot 1 januari 2024. Mw. Daemen merkt op, dat de notitie laat zien dat de wens er is om gebruik te gaan maken van de ondersteuning van de GGD bij de invoering van de Omgevingswet. Mw. Kreuk vindt de uitvraag wel erg algemeen geformuleerd. Zij geeft aan dat het mogelijk zou kunnen zijn dat de gemeente Tiel op termijn gebruik wil maken van de ondersteuning van de GGD, maar nu ligt die behoefte er nog niet. Temeer omdat de invoering is uitgesteld, zijn er op dit moment nog geen grote inhoudelijke vragen. De vraag is wel: wat doet de GGD in de tussentijd met de mankracht? Ze heeft begrepen dat de inzet op dit moment minimaal en zij is benieuwd hoe de GGD hier tegenaan kijkt. Mw. Pieters licht toe, dat dit onderwerp ter kennisname was geagendeerd naar aanleiding van de managementrapportage op de agenda van de vorige vergadering. De GGD kan een goede rol vervullen als adviserend orgaan. Er zal met beleid met de formatie worden omgegaan. Mw. Bouchtaoui informeert wat er met het team medische milieukunde wordt gedaan. Mw. Pieters geeft aan dat medische milieukunde een wettelijke taak is van de GGD. Alles wat in relatie tot de Omgevingswet zou gebeuren, ligt in het verlengde hiervan, maar zou financieel additioneel zijn. Het AB besluit: 1. Kennis te nemen van de actuele stand van zaken m.b.t.
de ondersteuningswensen van de gemeenten bij de implementatie van de Omgevingswet.
10.
Productenboek Bijzondere Zorg Mevrouw Scheur complimenteert met het mooie product. Het AB besluit: 1. Het Productenboek Bijzondere Zorg vast te stellen.
8
Datum Onderwerp Pagina
11.
15 december 2022 GGD/DIR/22/2514 9 van 9
‘De invulling van het landelijk professioneel kader JGZ binnen GGD Gelderland-Zuid’ Daniël Muller (Manager afdeling JGZ/Gezond Leven) en Marian Sprenkels (Beleidsadviseur JGZ) verzorgen een presentatie naar aanleiding van het verzoek van het AB om een verduidelijking van het onderwerp. De presentatie wordt toegevoegd aan het verslag. Naar aanleiding van de presentatie worden enkele opmerkingen gemaakt. ▪ Dhr. Engels is van mening dat als door de interventie voortijdig problemen gesignaleerd kunnen worden, er in het netwerk een beter gesprek wordt gevoerd. Vanuit de insteek om medicaliseren te voorkomen, mag daar een kostenplaatje van zeven ton tegenover staan. Het levert anderhalf miljoen euro op aan jeugdzorg. ▪ Mw. Schouten merkt op, dat niet is gekeken naar het 9-jarige consult, hetgeen wellicht wel cruciaal is. Ze is benieuwd naar de afwegingen. ▪ Mw. Sprenkels legt uit dat het 9-jarige contactmoment voorheen een weegcontactmoment was. Dat leverde in de praktijk weinig op. Het had ingericht kunnen worden als het 11-jarige contactmoment, maar dan worden de kosten nog hoger dan die zeven ton. Daarbij kan er meer gehaald worden uit het samenwerken in het netwerk. ▪ Mw. Sörensen informeert naar de volgende stap. Dhr. Van Wijngaarden verwijst naar de Kaderbrief en voegt toe dat de gemeenten nu aan zet zijn om hun zienswijzen te geven.
Vervolgens zal het DB deze zienswijzen gebruiken bij het opstellen van de begroting 2024. ▪ Mw. Van de Scheur suggereert dat de voorzitter van het bestuur bij de beleidsadviescommissie PG bij VWS kan voorstellen om het landelijk protocol aan te passen. Er is immers sprake van personele krapte en bovendien liggen er grote opgaven op het gebied van de jeugdzorg waar volop aan wordt gewerkt. In de praktijk van de afgelopen jaren is niet gebleken dat het slechter gaat met onze jeugd doordat we het kader wat anders hebben uitgevoerd.
12.
Rondvraag Mw. Sörensen complimenteert met de keurige organisatie van de coronavaccinatie in Kerkdriel. Mw. Bettink heeft er soms moeite mee dat onderwerpen vanwege de tijd worden afgekapt. Het is jammer als de tijdsdruk prevaleert boven de inhoud. Mw. Daemen acht dit een terechte opmerking. Hier moet in de toekomst aandacht voor zijn.
13.
Sluiting Mw. Daemen dankt alle aanwezigen voor hun inbreng en aanwezigheid en sluit de vergadering om 12.35 uur.
9
Informatiegestuurd werken tbv de publieke gezondheid in GZ
AB bijeenkomst – 15 december 2022 Moniek van de Luijtgaarden, programmamanager OIA
Agendapunten 1) Actuele stand van zaken Focus en resultaten van OIA 2) Wat kunnen we bereiken? Kansen die wij zien: • Meerwaarde van informatiegestuurd (samen)werken • Uitbreiden naar regio-breed perspectief 3) Wat is de take home message? – Samen kunnen we elkaar verstevigen
Focus van programma OIA – Verkenning/verbreding van (on)mogelijkheden • Toepasbaarheid andere databronnen dan gezondheidsmonitoren
• Efficienter/effectiever datamanagement en technische infrastructuur – Informatieproducten ten behoeve van
• Ondersteuning en monitoring beleid (Covid, BZ, VT) • Kennisdeling met gemeenten (beleid BZ, beleid VT)
– Platform publieke gezondheid ahv kapstok: Utrechts gezondheidsmodel
Hoe ziet zo’n platform eruit? IJssellandscan Twentse gezondheidsverkenning (TGV) GGD Groningen in cijfers West Betuwe Wijchen Druten
Resultaat: Gezond in Gelderland Zuid • Met huidige inzet OIA – realiseren we platform gericht op thema’s uit gezondheidsmonitoren
Wat kunnen we bereiken? Met structurele gelden: – Breiden we de basis van het platform verder uit met kennis over gezondheid
en veiligheid – Worden relevante inzichten geactualiseerd bij nieuwe data – Gaan we op zoek naar de juiste verdieping en verbreding Waaronder integrale advisering en regio perspectief
Resultaat: Groei in informatiegestuurd werken Met huidige inzet - OIA: • Beter benutten van eigen en open data • Realisatie van verschillende inhoudelijke en sturings-dashboards – Opvolgen van signalen en ondersteunend aan (gemeentelijk) beleid • Groei in datakwaliteit en in datavolwassenheid
Wat kunnen we bereiken? Met structurele gelden: – Maken we inhoudelijke dashboards (VT/BZ/JGZ/IZB), waar relevant en mogelijk, breder beschikbaar • Kunnen we de regionale visie helpen omzetten naar lokale visie (VT) – Kunnen we kernindicatoren definiëren tbv integrale inzichten en advisering
Welke kansen zien we nog meer? – Verleggen we de focus naar regionaal • Zetten we in op kennisontwikkeling en uitwisseling gericht op (regionale) preventie-infrastructuur (in lijn met IZA) • Signaleren van trends en geografische verschuivingen
– Kansen voor regionale analyses (geavanceerde statistiek; gericht op preventie in de wijk, sociaal kwetsbare groepen, etc
Samenvattend (1) • (Digi)toegankelijke vindplaats voor data en informatie • Duiding en verdieping vanuit gezondheids- en veiligheidsperspectief (bovenop de gezondheidsmonitoren)
• Sterkere informatiepartner: Objectief en structureel cijfers ter ondersteuning/monitoring beleid • met data gegronde integrale adviezen naar gemeenten, afdelingen, ketenpartners
Samenvattend (2) • We zien meerwaarde in periodiek te actualiseren inzichten bv relatie met ander domein, focus op clusters bv type ouderen/huishoudens
(doelgroep gericht werken) of thema’s als in- & doorstroom kwetsbare groepen (BZ/VT), pesten, pedagogische onmacht (JGZ), kindermishandeling/huiselijk geweld (VT).
• GGD moet in stelling gebracht worden om aan te blijven sluiten bij
datagestuurde gemeenten en om de regionale perspectieve & inzichten te verwerven
Take home message Data expertise is binnen de lijnafdelingen onvoldoende aanwezig maar kunnen we met structurele financiering (centraal) efficiënt inrichten -> GM data uitbreiden en verdiepen mbt gezondheidsverschillen en/of kwetsbare groepen
Aansluiten bij (datagedreven) gemeenten en GGD in stelling brengen om meer regionale inzichten uit data te halen
-> publieke gezondheid objectief, regionaal en integraal in beeld (IZA, GALA)
Kortom; Samen kunnen we elkaar verstevigen
Wat is het LPK?
Wet publieke gezondheid -> LPK -> Basispakket (productenboek)
Landelijk professioneel kader Raamwerk voor uniforme taak Bestaat grofweg uit: 1) Preventieve voorlichting 2) Vroegsignalering 3) Lichte ondersteuning en soms verwijzing 4) Samenwerken met ouders 5) Samenwerken met partners 6) Advisering over collectieve preventie
Aanleiding • Analyse LPK door Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheidszorg • Conclusie: – Geen inhoudelijke wijzigingen – Onvoldoende accuraat ingevoerd – Te veel focus op het standaard aanbieden van gezondheidsonderzoeken
• Inspectie gaat toetsen op uitvoering
2018 GGD Gelderland Zuid • LPK werkt met name uit richting de (inhoudelijke) contactmomenten.
• GGD GZ was en is van mening dat het LPK te veel waarde hecht aan individueel contact en te weinig doet aan collectieve preventie, netwerkondersteuning en samenwerking. • Zodoende hebben we in 2018 bezuinigd door contactmomenten 6- en 11-jarigen te versoberen en het contactmoment op 9 jaar te schrappen
Huidig aanbod in het BO Bij 6 en 11-jarigen • meten en wegen • visusonderzoek (bij 11 jaar op indicatie) • gehooronderzoek (bij 11 jaar op indicatie) • vragenlijst door ouders Bij noodzaak vervolgafspraak bij jeugdverpleegkundige of jeugdarts
Consequenties Evaluatie en voortschrijdend inzicht leert ons: • Negatieve consequenties – Contact met ouders is versoberd – Contact met school & andere netwerkpartners is versoberd – En het belang van samenwerken is in de tijd belangrijker geworden
• Positieve consequenties
– Efficiënte invulling van LPK – Geen nutteloze / nodeloze handelingen
• We zijn iets te ver doorgeschoten
Hoe te voldoen aan het LPK? Gezondheidsonderzoek 6-jarigen verbeteren ▪ Bij 3,9 jaar shared decision making met ouders over licht of zwaarder zorgpad JGZ ▪ Ouders bij het GO 6 jaar aanwezig
Gezondheidsonderzoek 11-jarigen verbeteren ▪ GIZ-gesprek om samen met het kind diens fysieke en mentale gezondheid te volgen en aanwezige krachtbronnen te versterken
Contact school en netwerkpartners verbeteren ▪ Actievere deelname in de relevante ondersteuningsnetwerken
GIZ-driehoek
Wat levert het op •
Alle kinderen goed in beeld
•
Beter beeld van - de ontwikkeling van kinderen - de eigen mogelijkheden van opvoeders - het netwerk van gezinnen
•
Meer kans om te normaliseren - positief bekrachtigen - geruststellen bij opvoedonzekerheid - uitleggen normaalontwikkeling
•
Beter en tijdig signaleren
Twee scenario’s Wachten
Corrigeren
Voordeel: ▪ Er verandert niets ▪ Kost niets
Voordeel: ▪ Inspectieproof ▪ Betere aansluiting ouders ▪ Betere aansluiting netwerk
Nadeel: Nadeel: ▪ Als de inspectie komt, is er ▪ Kosten ruim € 700.000 geen tijd ▪ Persaandacht / imagoschade
Verdeling over gemeenten Berg en Dal
€ 43.406
Beuningen
€ 32.683
Buren
€ 33.720
Culemborg
€ 36.454
Druten
€ 23.563
Heumen
€ 20.491
Maasdriel
€ 31.712
Neder-Betuwe
€ 30.989
Nijmegen
€ 221.680
Tiel
€ 52.273
West Betuwe
€ 64.283
West Maas en Waal
€ 24.431
Wijchen
€ 51.126
Zaltbommel
€ 37.193
Mook en Middelaar
€ 9.919
Totaal
€ 713.925