Advies VRGZ (incl. bijlagen)
Tekst van het document
Gemeente Nijmegen t.a.v. A. Besselink
Sector Brandweer Team Veilig Bouwen Postbus 1120 6501 BC Nijmegen
Datum: Kenmerk SWF
7 december 2023
Contactpersoon M. Bakker 06-12616150 martijn.bakker@vrgz.nl
Betreft:
Stukken ter beoordeling inzake bouw 500 woningen, Nieuwe Dukenburgseweg 21 Nijmegen Z2023-00000183 W.Z22.107849.02
Zaaknummer: Externe referentie Bijlage(n)
5
Geachte heer Besselink, Op 6 december 2023 ontvingen wij uw vraag om te reageren op de “memo risicoanalyse brandveiligheid NDW21 3-13” en u te adviseren of een tijdelijke vergunning mogelijk is en wat mogelijk te treffen (beveiligings)maatregelen zijn op de korte termijn om tijdelijk de gebouwen E en F aan de Nieuwe Dukenburgseweg in gebruik te laten nemen. De door u gevraagde inhoudelijke reactie op de “memo risicoanalyse brandveiligheid NDW21 3-13” hebben wij opgenomen in bijlage 1 Om risicoverlagende maatregelen voor een tijdelijke gedoogsituatie te omschrijven, is het van belang dat duidelijk is wat uw bestuurder als “onacceptabel brandveiligheidsrisico” ziet en aan welke randvoorwaarden de (beveiligings)maatregelen moeten voldoen. Hoe concreter deze zijn, hoe beter wij u hierop kunnen adviseren. Aangezien deze niet verduidelijkt zijn in uw mail, zijn deze naderhand met u afgestemd door de heer Meeuse. Deze uitgangspunten zijn verduidelijkt in bijlage 2. Op basis van de gestelde uitgangspunten in bijlage 2 zijn in bijlage 3 de mogelijke (beveiligings)maatregelen omschreven en ingeschat op de betrouwbaarheid en het effect op het voorkomen van slachtoffers en snelheid van realiseren. Hierop hebben wij ons advies gebaseerd. Tijdens de inspectie van 4 december 2023 zijn nog openstaande tekortkomingen geconstateerd, anders dan de discussie over het ventilatiesysteem.
Deze hebben we niet meegenomen met de mogelijke risicoreducerende maatregelen, omdat deze opgelost moeten zijn voor ingebruikname. Bij ons advies zijn dan ook de volgende bijlagen opgenomen: Bijlage 1 Inhoudelijke reactie “Memo risicoanalyse brandveiligheid NDW21 3-13” Bijlage 2 Aangehouden randvoorwaarden en uitgangspunt “onacceptabel brandveiligheidsrisico” Bijlage 3 Risicoreducerende opties voor voorkomen slachtoffers aangrenzende woningen Bijlage 4 Openstaande tekortkomingen anders dan het ventilatiesysteem Bijlage 5 Advies Brandweer Gelderland-Zuid, d.d. 22 november 2023, zaaknummer W.Z22.107849.02
Advies: Op basis van uw vragen adviseren wij u om: 1. Juridisch te onderzoeken of een “tijdelijke” vergunning bestaat voor een permanent gebouw. Naar onze mening is hiervoor een gedoogbesluit het correcte middel. Wij zijn hierin niet de geschikte partij om u hierover te adviseren. Dit zou in onze optiek de Omgevingsdienst Regio Nijmegen zijn. 2. De memo is nog steeds niet inhoudelijk onderbouwd met bronvermelding. Hierdoor is deze subjectief. Ons beeld is nog niet veranderd. Zie bijlage 1 voor onze inhoudelijke reactie. 3. Wanneer besloten wordt om te gaan gedogen, neem dan in dit besluit op onder welke voorwaarde dit kan. Zie bijlage 3 voor mogelijke (beveiligings)maatregelen. 4. Borg dat voor ingebruikname de bluswatervoorzieningen aanwezig zijn, als vergund en de aandachtspunten die nog open staan zijn opgelost, zie bijlage 4. Vragen en informatie? Heeft u vragen over deze brief? Neemt u dan gerust contact op met bovenvermelde contactpersoon. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, Deze brief is digitaal aangemaakt en daarom niet persoonlijk ondertekend.
Bijlage 1
Inhoudelijke reactie “Memo risicoanalyse brandveiligheid NDW21 3-13”
Op basis van de aangevulde risicoanalyse valt op dat ons advies van 22 november verkeerd wordt uitgelegd. Aanvullend op ons eerdere advies dan ook het volgende: 1. Wij stellen niet dat er een “certificering” nodig is, maar dat er aangetoond moet worden dat er sprake is van een gelijkwaardig veiligheidsniveau. 2. De Meeuw heeft een test uitgevoerd, in afwijking op wat wij ze hebben geadviseerd op 31 oktober 2023. Hierbij hebben we destijds al duidelijk gemaakt dat ze niet dezelfde test moesten doen als bij de SC60-Cosmo, aangezien deze geen inzicht geeft in het effect op de brand- en rookuitbreiding. Deze geeft alleen zicht op weerstand rook, waar ook brandweerstand inzichtelijk moet zijn. Zie ook ons eerdere advies van 22 november 2023 in bijlage 5. Juist bij de gelijkwaardigheidsmotivatie moet ook het effect op de brandweerstand van het hele systeem inzichtelijk komen. Zie ook E.2 van de NEN 6075 en Advies ATGB met nummer 2307. Er wordt nu onterecht de focus gelegd op alleen de rookweerstand. Uit de test blijk juist dat de kleppen die brandweerstand zouden moeten bieden niet zijn ingekomen/ niet functioneren door de terugslagkleppen. De terugslagkleppen hebben een negatief effect op de benodigde brandweerstand. 3. Efectis heeft een test uitgevoerd die zelf bedacht is. Hiervoor zijn ze niet geaccrediteerd. 4.
Het is ons niet duidelijk wat gesuggereerd wordt met (wettelijke) redelijkheid, waar de bouwregelgeving zwart wit is. 5. In de memo is aangegeven dat de opdracht is om duiding te geven aan de zorgen van de brandweer. Wij hebben dit in ons advies van 22 november 2023 verwoord, echter is hier in de memo niet op ingegaan en staan onze zorgpunten nog open. 6. De samenvatting onder punt 2 is incompleet en niet duidelijk t.o.v. de gestelde zorgen als verwoord in ons advies van 22 november 2023. 7. Onze conclusie is niet dat wij ons zorgen maken over de verspreiding van “koude rook”. Wederom, zie ons eerdere advies van 22 november 2023. 8. Men concludeert dat er geen zorgen gemaakt hoeven te worden over het functioneren van de brandklep. Deze blijkt echter bij de test niet te functioneren. 9. In de analyse wordt de brandklep als los component beschouwd. En niet meer als onderdeel van het systeem. Hier gaat men voorbij aan artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 dat duidelijk maakt dat je rekening moet houden met alle pijlers waar de gelijkwaardigheid invloed op heeft. Zie daarnaast wederom E.2 van de NEN 6075 en advies ATGB met nummer 2307. 10. Er wordt een vergelijking gemaakt met bestaande bouw, waar we praten over een nieuw te bouwen permanent gebouw. Wanneer we blijven terugkijken in het verleden, zal het niveau niet verbeteren.
Daarmee hebben de nieuwbouwregels in de bouwregelgeving geen zin meer. 11. Wanneer een vergelijk gemaakt wordt met de tijdelijkheid van de overtreding, is het niet zuiver om dit met bestaande bouw te doen. Hiervoor zou beter een vergelijk opgaan met de eisen voor een tijdelijk gebouw. Daarnaast is wordt nog steeds niet duidelijk wat “beperkte tijd” is. 12. Er wordt een vergelijk (worstcasescenario) gemaakt op koude rook, waar we aandacht juist vragen voor het negatieve effect op brandweerstand (hete rook). 13. Er wordt wederom “in principe” gesteld dat het Bouwbesluit uitgaat van een individueel risico van 10-5. Deze mening is niet onderbouwd met bronvermelding, zoals eerder gevraagd. Wij vermoeden dat men doelt op de notitie “Nationaal Milieubeleidsplan (NMP)”, documentnummer 21 137, nr. 5, vergaderjaar 1988-1989 en dit als uitgangspunt is voor milieu en niet voor bouwregelgeving. 14. Waarop de kwantitatieve berekening is gebaseerd, weten we niet en verwijzing naar bronnen/ wettenschappelijke publicaties ontbreken. 15. Er wordt gesuggereerd dat wij ook bij elke woning (die wel voldoet aan de wet) het volledige systeem getest willen zien. Er wordt in deze afgeweken van de regels. En het samenspel van de terugslagklep met de brandklep is nooit voorzien in de wet. Dat dat dus in zijn geheel beschouwd
moet worden is niet bijzonder. Dit is namelijk de verplichting om gelijkwaardigheid te motiveren, omdat de wetgever niet in de oplossing heeft voorzien. Zie ook advies ATGB met nummer 2307. Gezien bovenstaande punten zien wij geen noodzaak om ons eerdere advies van 22 november 2023 te herzien als ook onze inhoudelijke reactie op de eerdere memo “Risicoanalyse tijdelijke afwezigheid van certificaat rookwerende klep project NDW21” in ons advies van 1 november 2023 met zaaknummer 2023-007967.
Bijlage 2
Aangehouden randvoorwaarden en uitgangspunt “onacceptabel brandveiligheidsrisico”
In overleg tussen de heer M. Meeuse van Brandweer Gelderland-Zuid en A. Besselink van de gemeente Nijmegen1 is geformuleerd wat wij moeten zien als “onacceptabel brandveiligheidsrisico” en aan welke voorwaarden de tijdelijk (beveiligings)maatregelen moeten voldoen. Onacceptabel brandveiligheidsrisico (doelstelling): Voor het voorkomen van slachtoffers in de woning waar brand ontstaat moet dit op het niveau van de bouwregelgeving zitten. Voor het veiligheidsniveau van de omliggende woningen moet het risico op slachtoffers vergelijkbaar zijn met de bouwregelgeving waar rekening gehouden wordt met de tijdelijkheid van de situatie (Risico = kans * potentieel * effect). De bestuurder is zich ervan bewust dat voor dit specifieke vraagstuk het niveau van veiligheid en onveiligheid niet inzichtelijk te maken is. Randvoorwaarden: Het is voor een tijdelijke situatie om de initiatiefnemer tot een oplossing te laten komen die voldoet aan de wetgeving. De tijdelijke (beveiligings)maatregelen moeten snel te realiseren zijn.
1 Zie mail d.d. 7 december 2023, 12:06:18 p.m.
Bijlage 3
Risicoreducerende opties voorkomen slachtoffers aangrenzende woningen
In onderstaande tabel hebben wij een aantal mogelijke maatregelen omschreven. Deze zijn gebaseerd op de gestelde uitgangspunten/ randvoorwaarden als opgenomen in bijlage 2. Voor elke maatregel hebben we ingeschat welke het meest doeltreffend is voor het te bereiken (sub)doel, hoe betrouwbaar de maatregel is en ingeschat hoe eenvoudig de maatregel op de korte termijn te realiseren is. Hierbij moet direct opgemerkt worden dat voor het voorkomen van slachtoffers in de woning, waar brand ontstaat, er geen aanvullende (beveiligings)maatregelen noodzakelijk worden geacht. De woning voldoet namelijk aan de voorzieningen om tijdig gealarmeerd te worden bij brand en om te kunnen vluchten, volgens het publiek maatschappelijk geaccepteerde niveau (bouwregelgeving). Voor de tijdelijke (beveiligings)maatregelen is dan ook gekeken naar de omliggende woningen die bedreigd kunnen worden door een brand. De mogelijke (beveiligings)maatregelen hebben wij onderstaande tabel gewaardeerd 1 hieronder. In Error! Reference source not found. is de effectiviteit van de maatregelen inzichtelijk gemaakt Doelstelling
Zie bijlage 2
Maatregelen 1 Niet in gebruik nemen
Kans ++
Effect ++
Realisatietermijn ++
2
Ventilatiesysteem dichtzetten door de brandklep handmatig te activeren
++
++
++
3
In gebruik laten nemen voor 62 maanden als gedoogbesluit.
+
--
++
4
Rookmelder van de woningen die aangesloten zijn op dezelfde schacht koppelen en bewoners instrueren dat zij bij een alarm het pand verlaten.
-
++
+/-
5
Rookmelder van de woningen die aangesloten zijn op dezelfde schacht koppelen en bewoners instrueren dat zij bij een alarm het pand verlaten. Aanvullen hierop 24-uurs bewaking door iemand die aanwezig is en ook gealarmeerd wordt bij inkomen van
+
++
+/-
Kanttekening Past niet binnen uitgangspunt om gebruik te gaan gedogen. Wordt mogelijk niet meer voldaan aan de technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid Hiermee aan nemen dat het risico gelijk blijft, omdat de kans afneemt gezien de tijdelijkheid. Bij tijdelijke bouw < 15 jaar zijn namelijk geen rookweerstandseisen. Echter beïnvloedt mogelijk het systeem ook de brandweerstand negatief, waar ook bij tijdelijke bouw aan voldaan moet worden. De mensfactor geeft een hoge mate van onbetrouwbaarheid t.o.v. een bouwkundige voorziening. Ondanks een instructie zal men afhankelijk van leeftijd/ afkomst/ beoordelingsvermogen niet adequaat handelen. De 24 uurs bewaker neemt een groot deel van de onbetrouwbaarheid weg, doordat deze met een duidelijke opdracht/ doelstelling aanwezig is.
2 Dit achten wij als termijn redelijk en billijk om tot een gelijkwaardigheidsoplossing te komen, of het
aan te passen volgens de bouwregelgeving.
een rookmelder, en actief gaat starten met het ontruimen. Tabel 1 mogelijke maatregelen voorkomen slachtoffers
Bijlage 4
Openstaande tekortkomingen anders dan het ventilatiesysteem
De volgende tekortkomingen zijn naar ons weten op het moment van schrijven nog niet opgelost. 1. De bluswatervoorziening, zoals aangelegd is niet akkoord. Hier is ook in tegenstelling tot wat is gesteld geen akkoord op gegeven door VRGZ.
Toelichting: Op 25 augustus 2021 heeft een collega bij ons team Operationele Informatie Voorziening per mail het verzoek gekregen vanuit Vitens om de positie van vier brandkranen te beoordelen. Bijgevoegd was een tekening met kenmerk 2021-1900039041-01, van 23-08-2021. Op 30 augustus 2021 heeft ons team Operationele informatie Voorziening per mail aan Vitens laten weten dat de voorgestelde posities akkoord waren. Deze tekening komt echter niet overeen met de werkelijke situering en terreinrichting als later is vergund. Op 2 januari is positief geadviseerd op de tekening die ook zo opgenomen is in vergunde situatie, nadat deze aangepast is, omdat de locaties niet voldeden. Zie hiervoor referentie 2022-005305, d.d. 2 januari 2023. Er is onterecht uitgegaan van een situatie die nooit gerealiseerd is qua ligging van de gebouwen en terreinrichting. Met de huidige uitvoering wordt de brandweer onvoldoende gefaciliteerd om een redding te doen op door brand bedreigde personen. 2. Er is nog geen kwaliteitsverklaring overlegd van de toegepaste grafietcoating in relatie tot kunststof leidingen die door de brandscheidingen lopen. 3. Tijdens de inspectie van 4 december 2012 is aangeven aan de ODRN dat nog uitgezocht moest worden of de projectie van de rookmelders die de vastzetinrichting van de brandwerende deuren aanstuurt aangelegd is volgens de NEN 2535: 2017.
Uit bijlage C, onder onderdeel f, volgt dat wanneer er zich tussen 0,5 m tot 2,5 m een toegangsdeur van een aangrenzende ruimte bevindt die niet met automatische brandmelders is beveiligd, dat de rookmelder zich voor deze deur moet bevinden. De rookmelders dienen dan ook verhangen te worden, zodat deze zich voor de opening van de deur bevinden. Zie onderstaande foto’s ter verduidelijking.
Rookmelder niet voor de deuropening gesitueerd
4. Bij diverse meterkastdoorvoeringen blijkt dat het rookdicht afwerken niet volledig is, of de werking van de brandmanchet negatief beïnvloed wordt door aanwezigheid van puinachtige producten. Zie onderstaande foto’s ter verduidelijking.
Puinachtige materialen beïnvloeden werking manchet/ gat in scheiding niet afgedicht tegen rookdoorgang
Bijlage 5
Advies Brandweer Gelderland-Zuid, d.d. 22 november 2023, zaaknummer W.Z22.107849.02