Advies JMG verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Betreft: verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021 Bijlage: aanbevelingen meerderjarigenbewind 2018
Nijmegen 26 november 2020
Geacht college, Op 18 november jongstleden is de commissie in de gelegenheid gesteld vragen te stellen en opmerkingen te maken met betrekking tot de concept-verordening zoals die in uw collegevergadering van 1 december aanstaande aan de orde zal worden gesteld. Alvorens in te gaan op de concept-verordening hecht de commissie eraan om een opmerking te maken over de aanbieding van de stukken aan de commissie en de gelegenheid die commissie heeft gekregen om een gevraagd advies uit te brengen. In het reglement van de commissie JMG staat de route aangegeven die bewandeld moet worden bij het uitbrengen van ongevraagde en gevraagde adviezen. Daarbij is van belang dat de termijnen die daarvoor worden gesteld zoveel mogelijk in acht worden gehouden. Het belang daarvan is dat de betrokken partijen weten wat er van elkaar verwacht kan en mag worden. Voorts is het van belang dat de commissie op die wijze in de gelegenheid wordt gesteld om op een gedegen wijze een advies op te stellen, hetgeen mede bevorderlijk is voor de uiteindelijke besluitvorming. De commissie heeft dan ook grote moeite met de gang van zaken zoals die zich heeft voorgedaan met betrekking tot de concept-verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021.
Deze gang van zaken doet niet alleen geen recht aan de werkwijze zoals die in het reglement is vastgelegd maar bemoeilijkt tevens in ernstige mate het werk van de commissie in zijn algemeenheid en van betrokken opstellers van de adviezen. Wellicht ten overvloede verzoekt de commissie u om verzoeken om advies aan de commissie voor te leggen op de wijze zoals in het reglement is voorzien. In vergelijking met de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Nijmegen 2020 worden in de voorliggende concept-verordening de volgende wijzigingen voorgesteld: 1. Het pleegzorgcompliment is toegevoegd in artikelen 1 van de verordening en artikel 19.2 van Bijlage 2. 2. Onduidelijkheid in artikel 14 aangepast over pgb-beheer. Artikel 14, eerste lid is leidend, ook wanneer sprake is van bewindvoering. 3. Gecertificeerde instelling kan als wettelijk verwijzer ook casemanagement inzetten. Dit hoeft niet
4. 5. 6.
uitsluitend via de gemeentelijke toegangspoort te gaan. Toegevoegd in Bijlage 1. Pgb- en natura-tarieven in de Tabel tarieven pgb/ZiN Wmo/jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021 zijn geïndexeerd. Grondslag voor aanwijzing van toezichthouders rechtmatigheid Jeugdwet opgenomen in artikel 15, eerste lid. Op verschillende teksten zijn de Brede Basisteams opgenomen of toegevoegd als vorm van basisondersteuning en wijkteam.
De commissie heeft in de eerste 2 onderwerpen aanleiding gezien om te reageren. Met betrekking tot de onderwerpen 4 tot en met 6 kan de commissie instemmen met opname daarvan in de verordening. 1. Het pleegzorgcompliment. Dit onderwerp is toegevoegd in artikel 1 van de verordening en artikel 19.2 van Bijlage 2. Het is goed om te zien dat, evenals voor mantelzorgers, ook voor pleegouders een compliment wordt opgenomen in de vordering omdat de gemeente terecht het opgroeien in een natuurlijke opvoedingssituatie zoveel mogelijk wil stimuleren. Vraag 1. De commissie vraagt zich af of het mogelijk is de term “pleegouders” onder te brengen in artikel 20 van de verordening. De mantelzorgers, zoals die reeds zijn opgenomen in de huidige verordening, kunnen dan worden genoemd in artikel 20 lid 1 en de pleegouders in artikel 20 lid 2. Advies 1. Nu in de verordening, althans artikel 19 van Bijlage 2, mantelzorgers en pleegouders worden genoemd, en daarmee als “zorgers” worden benoemd nemen zij ten opzichte van elkaar een gelijkwaardige positie in. Daarmee is niets gezegd over de zwaarte van de zorg die zij verlenen en de impact die dat heeft op henzelf en hun omgeving. Tegen die achtergrond adviseert de commissie om de vergoeding voor deze “zorgers” gelijk te trekken en voor de pleegouders dus een vergoeding van € 200 per jaar beschikbaar te stellen. 2.
Onduidelijkheid in artikel 14 aangepast over pgb-beheer. Artikel 14, eerste lid is leidend, ook wanneer sprake is van bewindvoering. In artikel 14, eerste lid van de verordening is voor verschillende typen maatschappelijke ondersteuning aangegeven dat een eventuele pgb-beheerder de cliënt ondersteunt, maar niet zijn of haar plaats inneemt. Er dient altijd sprake te zijn van regievoering door de cliënt. In het voormalige lid stond dat een bewindvoerder pgb-beheer kon uitvoeren als deze over aantoonbare kennis van zorg beschikte. Dit leek afbreuk te doen aan het eerste lid. Om die reden is het zesde lid om duidelijk te maken dat het eerste lid als uitgangspunt leidend is. Vraag 2. In artikel 14 lid 1 staat aangegeven dat een pgb- beheerder de cliënt kan ondersteunen in het pgb-beheer, maar niet volledig in de plaats kan treden van de cliënt tenzij de pgb-beheerder ouder is van de cliënt is of familie in de eerste graad of tweede graad. Als de cliënt onvoldoende in staat is tot regievoering, zal het college niet overgaan tot het toekennen van een pgb, tenzij de pgb-beheerder ouder is van de cliënt of familie in de eerste graad of tweede graad.
De commissie vraagt zich af uit welke praktijkvoorbeelden is afgeleid dat het voormalige artikel lid 6 afbreuk zou doen aan artikel 14 lid 1, temeer omdat uit de rest van artikel 14 lid 1 en overige leden van het artikel blijkt dat bijvoorbeeld familie in de eerste of tweede graad wel volledig in de plaats kan treden van de cliënt. In dat verband wijst de commissie ook op de aanbevelingen meerderjarigenbewind 2018 van het landelijk overleg kantonrechters. Met name de pagina’s 6 tot en met 10 en pagina 7/8 in het bijzonder verdienen de aandacht. Er wordt namelijk gewezen op de taak van bewindvoerder/mentor onder andere in relatie tot het persoonsgebonden budget. Het betreffende stuk treft u als bijlage bij dit advies aan. De commissie zou graag uw reactie vernemen op de vraag betreffende artikel 14 lid 1 en de betreffende passage uit de aanbevelingen meerderjarigenbewind 2018 afzonderlijk en in onderlinge samenhang. Vraag 3. A . Als het college van mening is dat in het geval een cliënt onvoldoende in staat is tot regievoering, de toekenning van een persoonsgebonden budget in principe niet tot de mogelijkheden behoort, wil de commissie graag weten wat er gebeurt met de bestaande persoonsgebonden budgetten? B.
Wat wordt verstaan onder “onvoldoende regievoering”, en door wie wordt dat vastgesteld en aan de hand van welke criteria? Zijn dit bijvoorbeeld dezelfde criteria die de notaris hanteert bij de beantwoording van de vraag of iemand wel of niet wilsonbekwame is? C. In geval van intrekking van een persoonsgebonden budget wegens onvoldoende in staat zijn tot regievoering dient de betrokkene tijdig van het voornemen daartoe in kennis te worden gesteld en gewezen te worden op andere mogelijkheden tot het zoeken en vinden van de benodigde zorg/hulp. De commissie wil graag geïnformeerd worden op welke wijze dit traject dan wordt uitgevoerd. Advies 2. De commissie adviseert, tegen de achtergrond van de vragen 3A-C, vooralsnog om artikel 14 lid 6 alsnog op te nemen in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021. Per 1 juli start het basisteam voor Jeugd en Gezin. De commissie heeft hierover de volgende vraag. Vraag: 4. In artikel 20 lid 3 van de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2021 staat vermeld, dat na een melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp, uiterlijk binnen zes weken na de melding, een onderzoek overeenkomstig het bepaalde in de verordening moet plaatsvinden.
In het programma van eisen met betrekking tot het Brede Basisteam Jeugd en Gezin is in artikel 33 (pagina 18) en artikel 50 ( pagina 23) eveneens sprake van het afhandelen van een melding. Doelstelling daarvan is het bieden van een passende oplossing. Deze passende oplossing bestaat uit een of meerdere van onderstaande oplossingen: 1. het toeleiden naar een voorziening in de Sociale Basis; 2. het starten van basishulp; 3. het geven van een (positief of negatief) advies voor een indicatie voor Aanvullende Zorg aan Opdrachtgever; Met betrekking tot deze oplossingen worden termijnen genoemd voor wat betreft de afwerking van deze meldingen. De commissie wil graag weten of deze termijnen in overeenstemming zijn met de voorgestelde verordening. Indien deze overeenstemming er niet is dan verzoekt de commissie de verordening hierop aan te passen. De commissie ziet uw reactie met belangstelling tegemoet, evenals een mogelijke vervolg-adviesaanvraag, na de behandeling van het raadsvoorstel in uw collegevergadering.
De commissie ziet uw reactie met belangstelling tegemoet. Vriendelijke groeten,
Sandra de Vries voorzitter adviescommissie JMG
adviescommissie JMG secretaris a.i. Helma van den Heuvel postbus 9105 6500 HG Nijmegen h1.van.den.heuvel@nijmegen.nl
Vanwege de effecten van het coronavirus is deze brief niet ondertekend.