CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualiserend bodemonderzoek inclusief asbest Energieweg 28 in Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 20 december 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Geheimhouding raadsbrief Asfaltcentrale APN van Dura Vermeer (113/2023)16.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualiserend bodemonderzoek inclusief asbest Energieweg 28 in Nijmegen 19 oktober 2023

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Verantwoording Titel

Actualiserend bodemonderzoek inclusief asbest Energieweg 28 in Nijmegen

Opdrachtgever

Gemeente Nijmegen

Projectleider

Robin Kelder

Auteur(s)

Jeroen Theelen en Manon van Rossum

Tweede lezer

Rolf Smit

Uitvoering meet- en inspectiewerk

Pascal (P.) Rijmers, Henk (H.W.) Onstenk en Ramon (R.S.A.) Henning (TAUW; certificaatnummer K54913)

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Aantal pagina’s

35 (exclusief bijlagen)

Datum

19 oktober 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5

2

Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5

3

4

5

6

2.1

Algemeen ........................................................................................................................... 5

2.2

Terreinverkenning .............................................................................................................. 7

2.3

Samenvatting en interpretatie voorgaande onderzoeken .................................................. 7

Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ............................................................. 9 3.1

Onderzoeksstrategie .......................................................................................................... 9

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 11

3.3

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid .............................................................................. 14

Resultaten ............................................................................................................................... 15 4.1

Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 15

4.2

veldmetingen .................................................................................................................... 15

4.3

Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 16

4.4

Resultaten asbest in puin ................................................................................................. 24

4.5

Eindsituatie ....................................................................................................................... 24

4.6

Interpretatie verontreinigingssituatie ................................................................................ 25

Risicobeoordeling .................................................................................................................... 27 5.1

Methode ........................................................................................................................... 28

5.2

Uitgangspunten ................................................................................................................ 29

5.3

Resultaten ........................................................................................................................ 31

5.4

Conclusie ......................................................................................................................... 33

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 33 6.1

Conclusies ........................................................................................................................ 33

6.2

Aanbevelingen ................................................................................................................. 34

Bijlage 1

Regionale ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Kaart situering monsternamepunten

Bijlage 3

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid

Bijlage 4

Boorprofielen

Bijlage 5

Toetsingskader

Bijlage 6

Getoetste omgerekende analyseresultaten

3/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Bijlage 7

Analysecertificaten

Bijlage 8

Formulieren veldwerk asbest

Bijlage 9

Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk

Bijlage 10

Situering deellocaties

Bijlage 11

Sanscrit rapportages grond en grondwater

4/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

1 Inleiding In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft TAUW een actualiserend bodemonderzoek volgens NEN 57401 en indicatief asbestonderzoek in de afgedekte funderingslaag gebaseerd op de NEN 58972 aan de Energieweg 28 in Nijmegen. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is: • Het vaststellen van de eindsituatie ter plaatse van de bodembedreigende activiteiten op de locatie in het kader van de Wm-vergunning (voor zo ver mogelijk) Het doel van het bodemonderzoek is: • Het actualiseren van de verontreinigingssituatie met minerale olie op de locatie • •

•

Het bepalen van de ernst en spoed van de aanwezige minerale olie verontreiniging Het vaststellen van de eindsituatie van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Hiervoor moet de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater worden bepaald op de plaatsen waar in het verleden is gewerkt met bodembedreigende stoffen Het vaststellen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op het overig terrein

Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is: • Bepalen of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is

2 Vooronderzoek 2.1

Algemeen

Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van de monsternemingspunten zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. De locatie is kadastraal bekend als kadastrale gemeente Neerbosch, sectie G nummers 532 en 621 en heeft een oppervlakte van 20.418 m². Op de locatie is een asfaltcentrale aanwezig. Op de locatie is een groot bedrijfspand en een kleiner pand aanwezig. Het overgrote gedeelte van de locatie is in gebruik voor opslag van grondstoffen en asfalt in bunkers. De grondstoffen worden veelal met schepen aangevoerd. Op figuur 2.1 is de ligging van de locatie op de luchtfoto van 2022 weergegeven.

1

NEN 5740:2009+A1:2016: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 2 NEN 5897+C2:2017: Monsterneming van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017

5/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Figuur 2.1 Ligging locatie op luchtfoto

De locatie is op enkele plekken op de kade verdacht voor het voorkomen van NGE (dumpmunitie; zie figuur 2.2). Het overige terrein is niet verdacht voor het voorkomen van Niet Gesprongen Explosieven. De grondwaterstand bevindt zich op een diepte van circa 2,2 m -mv.

Figuur 2.2: Onderzoekslocatie en verdachte gebieden op niet gesprongen explosieven

6/35

Kenmerk

2.2

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Terreinverkenning

Op 25 juli 2023 is door Jeroen Theelen een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn waarnemingen gedaan die van invloed zijn op de keuze van onderzoeksstrategie, opzet van het onderzoek of uitvoering van het veldwerk. Tijdens de terreinverkenning is de huidige opslag voor asfaltlak aangetroffen. Deze onderzoekslocatie is toegevoegd als separate deellocatie in het onderzoek.

2.3

Samenvatting en interpretatie voorgaande onderzoeken

Op deze percelen zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Een aantal onderzoeken zijn uitgevoerd in de jaren ’90 en begin jaren 2000. Daarnaast is er in 2021 door Dura Vermeer Milieu een actualiserend onderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat het onderzoek geen onafhankelijkheidspositie kent zoals vereist conform Kwalibo. De onderzoekslocatie dient derhalve alsnog als verdacht te worden beschouwd. In de onderstaande tekst wordt de bekende verontreinigingssituatie toegelicht. Een kaart met situering van de deellocaties is opgenomen in bijlage 10. Algemene bodemkwaliteit Door Dura Vermeer Milieu (2021) is het overig terrein onderzocht conform VED-HO-NL. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten in de grond en grondwater zijn aangetoond. Asfaltcentrale Centraal op de locatie worden sinds 1998 de meeste verdachte activiteiten uitgevoerd. Deze locatie is recentelijk niet onderzocht wegens de aanwezigheid van een vloeistofdichte vloer. De actuele bodemkwaliteit is hier onbekend. Na beëindiging van de activiteiten dient hier de eindsituatie te worden vastgesteld. Vanwege het intact willen houden van de vloeistofdichte vloer en de activiteiten nog niet zijn beëindigd kan een eindsituatie momenteel niet worden vastgelegd.

Minerale olie verontreiniging Aan de zuidzijde is een minerale olie verontreiniging aanwezig in grond en grondwater, welke kan zijn veroorzaakt door meerdere activiteiten: • • •

Lekkage bij de Thermia B pompen waar asfaltolie werd gebruikt Lekkage bij de ondergrondse asfaltolietank Lekkage bij de ondergrondse dieselolietank

De meest waarschijnlijke bron voor het ontstaan van de verontreiniging is lekkage bij de Thermia B pompen, zo blijkt uit mondelinge informatie uit 1993 van een medewerker die aangaf dat jaren lekkage plaats heeft gevonden bij de pompen. Als gevolg van deze lekkages is een drijflaag ontstaan van circa 10-15 cm die voor het laatst waargenomen is in 1993. Bij de onderzoeken nadien is geen drijflaag meer waargenomen. De opdrachtgever heeft aanwijzingen dat er mogelijk een (deel)sanering is uitgevoerd. Echter ontbreekt documentatie hierover.

7/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

In het onderzoek door Dura Vermeer Milieu (2021) is een deel van de grond- en grondwaterverontreiniging geactualiseerd. Hieruit blijkt dat er in de grond sterk verhoogde gehalten aan minerale olie aanwezig zijn. De grondwaterverontreiniging en drijflagen zijn niet meer aangetoond. Hierbij wordt opgemerkt dat de peilbuizen niet gesitueerd zijn ter plaatse van de aangetoonde grondverontreiniging. Uit de chromatogrammen blijkt dat er mogelijk ook minerale olie vluchtig (fractie C6-C10) aanwezig is. De locatie is derhalve verdacht op het voorkomen van parameters minerale olie (C6-C40) en vluchtige aromaten. Vastgelegde Nulsituaties In 2003 (Nulsituatieonderzoek en grondwatermonitoring APN, Vermeer Milieutechniek B.V., 642237/SV/17R d.d. 12 februari 2003) is de nulsituatie vastgelegd ter plaatse van de “Wasplaats met olie/water afscheider” en “Werkplaats, opslag olievaten en compressor”. Met de analyseresultaten ter plaatse van de wasplaats zijn in zowel de boven- als ondergrond licht verhoogde gehalten aan zink, cadmium, PAK en/of minerale olie aangetoond. In één monster van de bovengrond is een matig verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn matig tot sterk verhoogde concentraties aan minerale olie en PAK aangetoond. Verder zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan arseen, chroom, PAK en 1,2-dichlooretheen aangetoond.

Ter plaatse van de werkplaats, opslag olievaten en compressor zijn destijds in de bovengrond onder andere een sterk verhoogd gehalte aan cadmium en matig verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Verder zijn binnen deze deellocatie maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. In het grondwater is maximaal een licht verhoogde concentratie aan 1,2-dichlooretheen en tetrachlooretheen. Overige verdachte locaties Op de locatie zijn de volgende verdachte activiteiten aanwezig waarvan de bodemkwaliteit in het verleden niet separaat is onderzocht en waar geen nulsituatie is vastgelegd. • Voormalige opslag asfaltlak • Ondergrondse dieseltank (6.000 l) • • •

Emulsiespoelplaats Bedrijfsriolering Huidige opslag asfaltlak

Ter plaatse van deze activiteiten dient eveneens de bodemkwaliteit te worden onderzocht.

8/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1

Onderzoeksstrategie

Om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden is het onderzoek in diverse deelonderzoeken uitgevoerd. In onderstaande kopjes is het onderzoek toegelicht. In tabel 1 is een samenvatting opgenomen van de uitgevoerde werkzaamheden. Algemene bodemkwaliteit De bodemkwaliteit op het terrein is onderzocht volgens de onderzoekstrategie: •

Strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) De locatie wordt onderzocht op parameters uit het standaardpakket bodem. Vanwege het mogelijke gebruik op locatie met chlooretheen en methyleenchloride (bekend als dichloormethaan) is de locatie aanvullend onderzocht op dichloormethaan in het grondwater. Asfaltcentrale Ter plaatse van de asfaltcentrale is de mogelijkheid om bodemonderzoek uit te voeren beperkt omdat het bedrijf nog actief is. Om, in het kader van de transactie, zo veel mogelijk uit te sluiten dat verontreiniging heeft plaatsgevonden is ter plaatse van het hoofdgebouw: • In elke windrichting een peilbuis geplaatst. Hierbij is de grond geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. Het grondwater is geanalyseerd op het standaardpakket (vanwege •

diverse kritische parameters als minerale olie, aromaten en VOCl) In het hoofdgebouw zijn 2 inpandige boringen geplaatst tot een diepte van 2 m -verharding om een indicatie te verkrijgen van de (bodem)opbouw en de milieuhygiënische bodemkwaliteit. De locatie van de boorpunten is bepaald in samenspraak met APN. Door de omgeving en omstandigheden konden deze niet centraler in het pand worden geplaatst

Minerale olie verontreiniging Het onderzoek naar de minerale olie verontreiniging betreft maatwerk. De opzet wordt hieronder nader toegelicht. In het onderzoek door Dura Vermeer Milieu (2021) is een deel van de grond- en grondwaterverontreiniging geactualiseerd. Omdat peilbuizen 401 en 402 snijdend zijn geplaatst kunnen deze niet gebruikt worden voor vaststellen grondwaterkwaliteit. Deze peilbuizen zijn wel te gebruiken bij het drijflaag onderzoek, hierbij wordt opgemerkt dat het resultaat als indicatief moet worden beschouwd omdat deze zijn geplaatst mét een filterkous. Verder zijn in de kern van de verontreiniging 2 nieuwe snijdende peilbuizen geplaatst waarin is onderzocht of de drijflaag aanwezig is. De derde aangeboden peilbuis 1210 is gestaakt op een massieve betonlaag op 0,5 m -mv waardoor hier geen peilbuis geplaatst kon worden.

9/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

De overige bestaande peilbuizen zijn bemonsterd en geanalyseerd in de directe omgeving van de minerale olie verontreiniging. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd om de verontreinigingssituatie te actualiseren: • 1 boring met peilbuis in de kern van de verontreiniging om nogmaals vast te stellen wat exact

• • •

de verticale afperking is van de grond en wat de grondwaterkwaliteit is in de kern van de grondverontreiniging (peilbuis 1206) Aan de noord- en westzijde wordt een peilbuis tot 6 m -mv geplaatst voor horizontale afperking grond en grondwater (peilbuis 1204 en 1205) Nabij peilbuis 401 wordt een freatische peilbuis geplaatst voor afperking freatisch grondwater (peilbuis 1207) Stroomafwaarts (ten oosten) op het kadastrale perceel NBH00G1517 worden 2 freatische peilbuizen geplaatst. Doel hiervan is om te bepalen of de grondwaterverontreiniging perceel overschrijdend is (peilbuis 1202 en 1203)

De grond- en grondwatermonsters worden onderzocht op minerale olie (C6-C40) en vluchtige aromaten. Voormalige opslag asfaltlak Deze verdachte deellocatie is onderzocht conform VEP: “Strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern”. De meest kritische parameter is PAK. De locatie is derhalve onderzocht op parameters uit het standaardpakket bodem en aanvullend PAK in grondwater. Ondergrondse olietank Deze verdachte deellocatie is onderzocht conform VEP-OO: “Strategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)”. De onderzoekslocatie wordt onderzocht op minerale olie (C6-C40) en vluchtige aromaten. Wasplaats met olie/water afscheider Deze verdachte deellocatie is onderzocht conform VEP: “Strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern”. De verdachte parameters betreft parameters uit het standaardpakket bodem. Werkplaats, opslag olievaten en compressor Deze verdachte deellocatie is onderzocht conform VEP: “Strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern”. De verdachte parameters betreft parameters uit het standaardpakket bodem.

Emulsiespoelplaats Deze verdachte locatie is onderzocht conform VED-HO-NL: “Strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HO-NL)”. De verdachte parameters betreft parameters uit het standaardpakket bodem.

10/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Bedrijfsriolering Deze verdachte locatie is onderzocht conform VED-HE-L: “Strategie voor een diffuus belaste lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-L)”. Uitgangspunt hierbij is een maximale diepte van 1,75 m -mv. De verdachte parameters betreft parameters uit het standaardpakket bodem. Huidige opslag asfaltlak Deze verdachte deellocatie is onderzocht conform VEP: “Strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern”. De meest kritische parameter is PAK. De locatie is derhalve onderzocht op parameters uit het standaardpakket bodem en aanvullend PAK in grondwater. Overig terrein Plaatselijk is een puinfundering aangetroffen. Hierbij is voor het bodemonderzoek naar asbest de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5897 gehanteerd: • Kleinschalig afgedekte fundering Hierbij wordt opgemerkt dat minder graafgaten/boringen zijn geplaatst dan voorgeschreven in de NEN 5897 omdat de aangetroffen puinlaag soms erg plaatselijk aanwezig is.

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

De grond is bemonsterd op maandag 28 tot en met donderdag 31 oktober, maandag 4 en woensdag 6 september 2023 door Pascal (P.) Rijmers. Het grondwater is bemonsterd op dinsdag 12 en woensdag 13 september 2023 door Henk (H.W.) Onstenk. Het grondwater is herbemonsterd op woensdag 4 oktober 2023 door Ramon (R.S.A.) Henning. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913.

11/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Tabel 3.1 Samenvatting uitgevoerde werkzaamheden Overig

Asfaltcentrale

terrein Onderzoeksstrategie

VED-HE-

Maatwerk

Minerale olie

Vml. Opslag

OG-dieseltank

verontreiniging

asfaltlak

(6.000L)

Maatwerk

VEP

VEP-OO

NL Veldwerk

Aantal

Monsterpuntnr.

Boring tot 0,5 – onderzijde

27

1010-1036

6

1004-1009

Aantal

Monsterpuntnr.

Aantal

Monsterpuntnr.

Aantal

Monsterpuntnr.

1

1210

2

1302, 1303

1

1211

2

12081, 12091

2

401, 402

4

1201, 1202, 1203, 1207,

3

12041, 120511, 12061

3

201, 202, 203

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

Monsterpuntnr.

2

1402, 1403

asfalt/fundatie Boring tot 2 m – onderzijde asfalt/fundatie Inpandige boring tot 1 m -onderzijde

1

2001

1

2002

verharding (gestaakt) Inpandige boring tot 2 m -onderzijde verharding Boring tot 2,0 m -mv Boring tot 3,5 m -mv Snijdende peilbuizen tbv drijflaagonderzoeken Drijflaagonderzoek in bestaande snijdende peilbuis Peilbuis freatisch

3

10013, 1002, 1003

4

10013, 1101, 1102, 1103

Boring met peilbuis tot 6 m -mv Bemonsteren bestaande peilbuis

1

1301

1

1401

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

(meng)monstercodering

1

1401-STB

1

1401

Analyses

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

(meng)monstercodering

STAP grond

9

MM1-MM7, 1004-1, 1018 -1

2

1103-1, MM1101, MM2001

1

MM1301

STAP grondwater

3

10013, 1002, 1003

4

10013, 1101, 1102, 1103

1

1301

1

1301

PAK in grondwater Dichloormethaan in grondwater

3

3

1001 , 1002, 1003

Minerale olie (C6-C40) en BTEXN in

3

1

1001 ,

4

1001-STB, 1101-STB, 1102-STB,

grond

8

1103-STB

1201-STB, 12041-STB, 12051-, TB, 12061-STB, 1207-STB, 12081-STB, 12091-STB, 1211-STB

Minerale olie (C6-C40) en BTEXN in

11

grondwater

201, 202, 203, 1201, 1202, 1203, 12041, 12051, 12061, 1207, 120814

Kwik in grondwater Asbest in puin

5

1

1002

3

A, B, C

1

Boring en peilbuis nummer 1205 worden gecombineerd uitgevoerd

2

Peilbuis 1201 wordt gebruikt voor eindsituatie onderzoek wasplaats en vaststellen actuele grondwaterkwaliteit ten behoeve van minerale olie verontreiniging

3

Peilbuis 1001 wordt gebruikt voor zowel het onderzoek op overig terrein als asfaltcentrale

4

Peilbuis 12081 betreft een snijdende peilbuis en is per abuis bemonsterd en geanalyseerd; dit analyseresultaat dient derhalve als indicatief te worden beschouwd

5

De te analyseren mengmonsters worden samengesteld uit boringen geplaatst ter plaatse van de diverse deellocaties

12/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Vervolg tabel 3.1 Samenvatting uitgevoerde werkzaamheden Wasplaats

Werkplaats +

Emulsiespoelplaats

Bedrijfsriolering

Huidige

opslag

opslag

olievaten /

asfaltlak

compressor Onderzoeksstrategie

VEP

Veldwerk

Aantal

Monsterpuntnr.

VEP Aantal

Monsterpuntnr.

VED-HO-NL

Boring tot 0,5 – onderzijde

2

1501, 1502

1

1601

1

1602

5

1703-1707

Aantal

VED-HE-L Monsterpuntnr.

VEP

Aantal

Monsterpuntnr.

Aantal

Monsterpuntnr.

2

1901, 1903

1

1902

asfalt/fundatie Boring tot 2 m – onderzijde

4

1801-1804

asfalt/fundatie Peilbuis freatisch

1

12012

1

12051

2

1701, 1702

Analyses

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

(meng)monstercodering

Aantal

(meng)monstercodering

STAP grond

1

MM1501

1

MM1601

2

MM1701, MM1702

2

MM1801, MM1802

1

MM1901

1

12012

2

1205

2

1701, 1702

1

1902

1

1902

STAP grondwater PAK in grondwater 1

Boring en peilbuis nummer 1205 worden gecombineerd uitgevoerd

2

Peilbuis 1201 wordt gebruikt voor eindsituatie onderzoek wasplaats en vaststellen actuele grondwaterkwaliteit ten behoeve van minerale olie verontreiniging

13/35

Kenmerk

3.3

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid

Voor een overzicht van de veiligheids-, kwaliteits-, en duurzaamheidsaspecten wordt verwezen naar bijlage 4. Er is wel afgeweken van de vigerende protocollen. Als onderdeel van het bodemonderzoek naar asbest dient voorafgaand aan de monstername een visuele inspectie uitgevoerd te worden. Hierbij wordt de toplaag van het onverharde deel van het terrein afgezocht naar puinrestanten en asbestverdacht (plaat)materiaal. Aan de hand van de resultaten van de maaiveldinspectie wordt beoordeeld of er binnen het onderzoeksgebied deellocaties aanwezig zijn die als meer of minder verdacht kunnen worden beschouwd. De locatie is volledig verhard waardoor een volledige visuele inspectie niet mogelijk was. Omdat tijdens het onderzoek zowel visueel als analytisch geen asbest is aangetroffen, wordt niet verwacht dat deze afwijking een significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van het onderzoek. In afwijking van de NEN 5985 zijn boringen gezet in plaats van het graven van gaten. Dit vanwege de aanwezig asfaltverharding. Omdat er voldoende materiaal is opgeboord voor analyse, en zowel visueel als analytisch geen asbest is aangetroffen, wordt niet verwacht dat deze afwijking een significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

Bij het samenstellen van mengmonsters A en C is in afwijking van de NEN 5985 monstermateriaal verzameld ter plaatse van één boorgat in plaats van minimaal 2 gaten. Dit omdat het puinmateriaal slechts plaatselijk aanwezig bleek. Het graven van 1 graafgat wordt derhalve voldoende geacht. Omdat er voldoende materiaal is opgeboord voor analyse, en zowel visueel als analytisch geen asbest is aangetroffen, wordt niet verwacht dat deze afwijking een significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van het onderzoek. In afwijking op protocol 2001 zijn peilbuizen 12041 en 1207 geplaatst met een filter van 0,5 m -mv. Wegens een handmatig ondoordringbare grindlaag was het niet mogelijk om dieper te boren. Het plaatsen van een verkort filter heeft als risico dat het grondwater bij bemonstering belucht wordt bemonsterd. Door slechte toestroming van het grondwater is het grondwatermonster genomen bij peilbuis 12041, 1102 en 12081 belucht. Een belucht monster kan leiden tot een onderschatting van de concentratie aan vluchtige organische parameters. Omdat ter plaatse van peilbuis 12041 en 1102 maximaal licht verhoogde concentraties zijn aangetoond en er sprake is van een verontreiniging met een beperkt gehalte aan vluchtige stoffen, wordt niet verwacht dat deze afwijking van invloed is op de uiteindelijke conclusie van het rapport.

Peilbuis 12081 betreft een snijdende peilbuis en is per abuis bemonsterd en geanalyseerd. Het analyseresultaten van het grondwater uit peilbuis 12081 dient als indicatief te worden beschouwd.

14/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

4 Resultaten 4.1

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem bestaat hoofdzakelijk uit grof zand. Op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie is een grindlaag aanwezig vanaf circa 2,0 m -mv. Dit is onder andere ter plaatse van de minerale olie verontreiniging. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ter plaatse van de minerale olie verontreiniging is een zeer lichte tot sterke oliefilm waargenomen. Tevens zijn diverse gradaties aan olieplaatjes aangetroffen in de uitkomende grond opgeboord rond grondwaterstand. Middels een PID-meter is maximaal 5 PPM gemeten. Er is bij geen van de snijdende peilbuizen een drijflaag waargenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat het resultaat van bestaande snijdende peilbuizen 401 en 402 als indicatief beschouwd moet worden omdat deze peilbuizen tijdens voorgaand onderzoek zijn geplaatst met filterkous waardoor het resultaat kan worden onderschat. Verder is er op de locatie plaatselijk een (zeer) lichte bijmenging met baksteen en/of kooldeeltjes aangetroffen. Ter plaatse van boring 1103 is betonpuin aangetroffen in de bovengrond. Ter plaatse van boring 1018 zijn onder de fundering teerbrokken aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden is asbestverdacht puin waargenomen ter plaatse van boringen 1708, tot en met 1711 en aan de zuidkant rond het aanwezige gebouw. Er is geen asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen.

Er heeft geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 plaatsgevonden omdat het gehele maaiveld verhard is. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4.

4.2

veldmetingen

De veldmetingen van het grondwater uit de bemonsterde peilbuizen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Veldmetingen Peilbuis

Filterdiepte

Datum

GWS

pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(-)

(μS/cm)

(ntu)

201

3,60-4,60

12.09.2023

2,01

6,71

545

5

202

3,70-4,70

12.09.2023

1,93

7,07

417

132

203

3,00-4,00

12.09.2023

1,61

6,67

468

59

1001

2,50-3,50

13.09.2023

1,89

6,74

528

45

1002

2,20-3,20

12.09.2023

1,89

6,64

1278

19

1002

2,20-3,20

04.10.2023

1,91

5,98

1329

14

1003

2,00-3,00

13.09.2023

1,35

7,72

390

9

1101

2,40-3,40

13.09.2023

1,90

6,88

739

21

1102

2,50-3,50

13.09.2023

1,95

7,08

1076

74

1103

2,50-3,50

12.09.2023

1,88

6,32

512

189

1201

2,40-3,40

12.09.2023

1,98

6,94

615

91

(m -mv)

15/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Peilbuis

Filterdiepte

Datum

GWS

pH

EC

Troebelheid

1202

2,40-3,40

12.09.2023

2,00

6,62

708

10

1203

2,50-3,50

12.09.2023

1,97

6,87

636

12041

3,90-4,40

12.09.2023

2,02

7,16

551

16

12051

4,50-5,50

12.09.2023

2,03

7,10

570

87

12061

5,00-6,00

13.09.2023

2,03

6,94

547

1

1207

2,70-3,20

13.09.2023

2,12

6,77

631

10

12081

1,51-2,51

12.09.2023

1,77

7,43

701

149

1301

2,20-3,20

12.09.2023

1,61

6,67

439

12

1401

2,40-3,40

12.09.2023

1,99

6,33

543

45

1701

2,00-3,00

12.09.2023

1,92

6,49

971

20

1702

2,40-3,40

12.09.2023

2,13

6,73

1133

12

1902

2,50-3,50

12.09.2023

1,79

7,29

380

43

De waarden voor troebelheid zijn verhoogd gemeten. De verhoogde waarde voor de troebelheid in het grondwater is waarschijnlijk veroorzaakt door het natuurlijk voorkomen van zwevende delen in het grondwater en kan mogelijk leiden tot een overschatting van de concentraties aan gemeten organische stoffen. Omdat in dit geval maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond met organische paramaters kan ervan uit worden gegaan dat dit geen invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten.

4.3

Resultaten grond en grondwater

In de tabellen 4.2 en 4.3 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7.

16/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)

Deel

Diepte

Textuur en

monster

monster

(m -mv)

bijzonderheden ##

0,4-1,3

Matig grof zand

> Aw

>T

>I

BBK#

Veiligheids

(indicatief)

klasse

Ind

Geen Klasse

Algemene bodemkwaliteit MM1

1011-1,

Co, minerale olie

-

-

1014-1,

> LMW

1016-1, 1032-1 MM2

1022-1,

0,13-0,88

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

0,4-2

Fijn zand, matig grof

Ni

-

-

AT

Geen Klasse

1024-1, 1025-1, 1027-1 MM3

1002-1, 1006-4,

zand, baksteen 1

< LMW

1007-3, 1009-1 MM4

1029-1,

0,13-0,73

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

0,15-0,9

Matig grof zand, zeer

Co

-

-

AT

Geen Klasse

1030-1, 1033-1, 1036-1 MM5

1017-1, 1020-1,

grof zand

< LMW

1034-1, 1035-1

17/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

(Meng)

Deel

Diepte

Textuur en

monster

monster

(m -mv)

bijzonderheden ##

MM6

1003-3,

0,7-1,5

Matig grof zand, zeer

1005-3,

> Aw

>T

>I

BBK#

Veiligheids

-

-

-

(indicatief)

klasse

AT

Geen Klasse

-

-

-

AT

Geen Klasse

Hg, pb, zn, pak

-

-

Ind

Geen Klasse

grof zand

1008-2 MM7

1028-1,

0,47-1

1801-2

Matig grof zand, kooldeeltjes 1, baksteen 1

1004-1

1004-1

0,55-1

Matig grof zand, kooldeeltjes 2

1018 -1

1018-1

0,4-0,6

< LMW

Matig grof zand,

Co, PAK, minerale

kooldeeltjes 2, teer 2

olie

Matig grof zand,

Zn, PCB, minerale

betonpuin 3

olie

Matig grof zand, klei,

Pb, PAK, minerale

kooldeeltjes 2

olie

-

-

NT

Geen Klasse

-

-

Ind

Geen Klasse

-

-

NT

Geen Klasse

Asfaltcentrale 1103-1

1103-1

0,05-0,5

MM1101

1101-2,

0,7-1,8

1102-3,

> LMW

1102-4 1001-STB

1001-5

1,8-2

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

1101-STB

1101-5

1,8-2

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

1102-STB

1102-5

1,8-2

Matig grof zand,

Minerale olie

-

-

Ind

Geen Klasse

1103-STB

1103-5

1,8-2

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

MM2001

2001 1, 2001 2

0,5-1,5

Matig grof zand,

Cd, Co, Ni, PAK,

-

-

NT

Geen Klasse

asfaltpuin 3

PCB, minerale olie

kooldeeltjes 2

> LMW

18/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

(Meng)

Deel

Diepte

Textuur en

monster

monster

(m -mv)

bijzonderheden ##

1,7-1,9

Matig grof zand, 4

> Aw

>T

>I

BBK#

Veiligheids

(indicatief)

klasse

Minerale olie verontreiniging 1201-STB

1201-5

-

-

Minerale olie

NT

Zwart V

-

-

Minerale olie

NT

Zwart V

PPM, oliefilm 1 12041-STB

12041-4

1,8-2

Matig grof zand, 5 PPM, oliefilm 1

12051-STB

12051-3

1,8-2

Matig grof zand

Minerale olie

-

-

NT

Geen Klasse

12061-STB

12061-4

1,8-2

Matig grof zand,

Xylenen

-

Minerale olie

NT

Zwart V

-

-

Minerale olie

NT

Zwart V

oliefilm 3 1207-STB

1207-4

1,8-2

Zeer grof zand, oliefilm 4

12081-STB

12081-4

1,8-2

Grind, olieplaatjes 3

Minerale olie

-

-

NT

Geen Klasse

12091-STB

12091-4

1,8-2

Matig grof zand,

Ethylbenzeen, 16

tolueen

Benzeen,

NT

Zwart V

oliefilm 3

aromatische

xylenen,

oplosmiddelen, PAK

minerale olie

1211-STB

1211-1

1,8-2

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

0,2-0,7

Matig grof zand

Minerale olie

-

-

Ind

Geen Klasse

Voormalige opslag asfaltlak MM1301

1301-1, 1302-1,

> LMW

1303-1 Ondergrondse dieseltank 6.000l 1401-STB

1401-5

1,8-2

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

1501-1,

0,48-1,3

Matig grof zand

Zn, PCB, minerale

-

-

NT

Geen Klasse

Wasplaats MM1501

1502-1

olie

19/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

(Meng)

Deel

Diepte

Textuur en

monster

monster

(m -mv)

bijzonderheden ##

> Aw

>T

>I

BBK#

Veiligheids

(indicatief)

klasse

Werkplaats+opslag olievaten/compressor MM1601

1601-1,

0,17-1,1

Matig grof zand

-

-

-

AT

Geen Klasse

1-1,5

Klei, 0 PPM, baksteen

Hg, pb

-

-

Wo

Geen Klasse

Matig grof zand, 0

Co, PAK, minerale

-

-

PPM

olie

Matig grof zand, zeer

PAK, minerale olie

1602-1 Emulsiespoelplaats MM1701

1702-2, 1705-3

MM1702

1702-1,

1 0,5-1,7

1703-3,

< LMW Ind

Geen Klasse

> LMW

1704-1, 1707-2 Bedrijfsriolering MM1801

1801-1,

0,1-0,7

1802-1,

-

-

grof zand

Ind

Geen Klasse

> LMW

1803-1, 1804-1 MM1802

1801-4,

0,5-2

1802-2,

Matig grof zand, zeer

-

-

-

AT

Geen Klasse

PAK, minerale olie

-

-

NT

Geen Klasse

grof zand

1803-4, 1804-4 Opslag asfaltlak MM1901

1902-1, 1902-2,

0,65-2

Zeer grof zand, slakken 1, baksteen 1

1902-3 #

Toepassing op landbodem

20/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

##

De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3), sterk (4)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

AT/Wo/Ind/NT

Altijd toepasbaar/Wonen/Industrie/Niet toepasbaar

minerale olie

minerale olie (C10-C40)

PAK

PAK (10 van VROM)

PCB

PCB (som 7)

xylenen

xylenen (som)

16 aromatische oplosmiddelen

16 aromatische oplosmiddelen (som, Bbk 1-1-2008)

Benzeen

De bepalingsgrenzen van vluchtige aromaten zijn door de aanwezigheid van minerale olie verhoogd.

21/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Ter plaatse van de minerale olie verontreiniging is de aanwezigheid van de verontreiniging bevestigd. Het verhoogde gehalte aan de individuele vluchtige aromaten in peilbuis 12091 wordt toegeschreven aan een verhoogd detectielimiet door storing van de aanwezigheid de zeer sterk verhoogde gehalten aan minerale olie. Dit wordt ondersteund door de zeer beperkte aanwezigheid of de afwezigheid van vluchtige aromaten in de grond in de overige boringen en de totale afwezigheid van vluchtige aromaten in het grondwater. Overige analyseresultaten tonen maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. Op basis van de beperkte resultaten van het onderzoek is ter plaatse van de asfaltcentrale geen verontreiniging boven de tussenwaarde aangetoond. Tabel 4.3 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterstelling

>S

>T

>I

(m -mv)

Veiligheidsklas se

Overig terrein Pb 1001

2,5-3,5

Ba, naftaleen,

-

-

Geen Klasse

1,2-dichl.etheen (c+t), 1,1,2-TCE Pb 1002

2,2-3,2

Ba, cu

Hg

-

Geen Klasse

Pb 1003

2,0-3,0

Ba

-

-

Geen Klasse

Pb 1101

2,4-3,4

Ba

-

-

Geen Klasse

Pb 1102

2,5-3,5

Ba, 1,2-

-

-

Geen Klasse

-

-

Geen Klasse

-

-

Geen Klasse

Asfaltcentrale

dichl.etheen (c+t) Pb 1103

2,5-3,5

Ba, Cu, 1,2dichl.etheen (c+t), 1,1,1-TCE

Minerale olie verontreiniging Pb 201

3,6-4,6

Naftaleen,

Pb 202

3,7-4,7

-

-

-

Geen Klasse

Pb 203

3,0-4,0

-

-

-

Geen Klasse

Pb 12011

2,4-3,4

Ba, benzeen,

-

minerale olie

Zwart V

minerale olie

xylenen, naftaleen, 1,2dichl.etheen (c+t) Pb 1202

2,4-3,4

Minerale olie

-

-

Geen Klasse

Pb 1203

2,5-3,5

-

-

-

Geen Klasse

Pb 12041

3,9-4,4

Naftaleen,

-

-

Geen Klasse

minerale olie

22/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Peilbuis

Filterstelling

>S

>T

>I

Ba, 1,2-

-

-

Geen Klasse

(m -mv) Pb 120512

4,5-5,5

Veiligheidsklas se

dichl.etheen (c+t) Pb 12061

5,0-6,0

Minerale olie

-

-

Geen Klasse

Pb 1207

2,7-3,2

Naftaleen

-

minerale olie

Zwart V

Pb 12081*

1,51-2,51

Hg, Mo, Ni,

minerale olie

-

Oranje V

Ba

-

-

Geen Klasse

2,4-3,4

-

-

-

Geen Klasse

2,0-3,0

Ba, 1,2-

-

-

Geen Klasse

benzeen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen, 1,2dichl.etheen (c+t) Voormalige opslag asfaltlak Pb 1301

2,2-3,2

Ondergrondse dieseltank (6.000 L) Pb 1401 Emulsiespoelplaats Pb 1701

dichl.etheen (c+t) Pb 1702

2,4-3,4

Ba, mo

-

-

Geen Klasse

2,5-3,5

-

-

-

Geen Klasse

Opslag asfaltlak Pb 1902 -

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

1,1,2-TCE

1,1,2-trichloorethaan

minerale olie

minerale olie (C10-C40)

1,1,1-TCE

1,1,1-trichloorethaan

xylenen

xylenen (som)

*

Peilbuis 12081 betreft een snijdende peilbuis welke per abuis is geanalyseerd. Dit analyseresultaat dient als indicatief te worden beschouwd

1)

Peilbuis 1201 is gebruikt voor eindsituatie onderzoek wasplaats en vaststellen actuele grondwaterkwaliteit ten behoeve van minerale olie verontreiniging

2)

Peilbuis 1201 is gebruikt voor eindsituatie onderzoek werkplaats, opslag olievaten en compressor en vaststellen actuele grondwaterkwaliteit ten behoeve van minerale olie verontreiniging

Ter plaatse van het overig terrein is in peilbuis 1002 een matig verhoogde concentratie aan kwik aangetoond. Ter plaatse van de minerale olie verontreiniging is de aanwezigheid van de grondwaterverontreiniging met minerale olie bevestigd. Overige analyseresultaten tonen maximaal licht verhoogde concentraties.

23/35

Kenmerk

4.4

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Resultaten asbest in puin

In de tabel 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten naar asbest in grond. Tabel 4.4 Overzicht resultaten asbest Monstercode

Deelmonsters

Traject (m -mv)

Totale gewogen

Toetsing norm

3

indicatief gehalte asbest (mg/kg d.s.)

A

1708, 1709, 1710,

0,16 – 0,66

<2

-

0,16 – 0,76

<2

-

0,05 – 0,50

<2

-

1711 B

1004, 1205, 1206, 1501, 1502, 1602, 1901, 1902, 1903

C

1103

- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bodem analytisch geen asbest is aangetoond.

4.5

Eindsituatie

Voor het vaststellen van de eindsituatie worden de huidige onderzoeksresultaten vergeleken met de vastgelegde nulsituatie, of indien niet aanwezig, de achtergrondwaarde/streefwaarde. De situering van de activiteiten zijn weergegeven in bijlage 10. Wasplaats met olie/water afscheider (onderzocht in 2002) Uit de huidige onderzoeksresultaten blijkt dat er maximaal licht verhoogde gehalten met zink, PCB en minerale olie zijn aangetoond. In het grondwater is een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie en licht verhoogde concentraties aan barium, benzeen, xylenen, naftaleen en 1,2-dichlooretheen aangetoond. Het gebruik van de wasplaats met olie/water afscheider heeft niet geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. Werkplaats, opslag olievaten en compressor Uit de huidige onderzoeksresultaten blijkt dat er in de grond geen verhoogde gehalten zijn aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium en 1,2-dichlooretheen aangetoond. Het gebruik van de werkplaats, opslag olievaten en compressor heeft niet geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit.

3

Bij een verkennend onderzoek conform NEN 5707 heeft de waarde van het analyseresultaat een indicatieve status

24/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Voor de volgende activiteiten is geen nulsituatie vastgelegd: • • •

Voormalige opslag asfaltlak Ondergrondse dieseltank (6.000 l) Emulsiespoelplaats

• Bedrijfsriolering • Huidige opslag asfaltlak Voor deze activiteiten geldt formeel de achtergrondwaarde en streefwaarde als referentie. Op basis van de analyseresultaten zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan barium, molybdeen en/of 1,2-dichlooretheen aangetoond. Asfaltcentrale Ter plaatse van de asfaltcentrale is beperkt onderzoek uitgevoerd. De eindsituatie is op basis van dit onderzoek niet bepaald. Op basis van het beperkte onderzoek is nu geen verontreiniging aangetroffen.

4.6

Interpretatie verontreinigingssituatie

Minerale olie Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat aan de zuidkant van de locatie een sterke verontreiniging met minerale olie aanwezig is. Uit gegevens van voorgaand onderzoek wordt ervan uitgegaan dat deze verontreiniging is grotendeels voor 1978 ontstaan. Het betreft dus een historische verontreiniging. Op basis van de onderzoekresultaten kan het volgende worden gesteld: • Ter plaatse van peilbuis 1207 is een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie in grond en grondwater aangetoond de verontreiniging is in zuidelijke richting niet afgeperkt. Ten zuiden van peilbuis 1207 betreft een ander kadastraal perceel en valt buiten de huidige onderzoekslocatie •

Stroomafwaarts (ten oosten) is ter plaatse van peilbuis 1202 en 1203 maximaal een licht verhoogde concentratie aan minerale olie aangetoond. De verontreiniging is in oostelijke richting voldoende ingekaderd

•

In de kern van de verontreiniging (peilbuis 1206) is een licht verhoogde concentratie aan minerale olie in het grondwater aangetoond op een diepte van 5-6 m-mv. De grondwaterverontreiniging is hiermee in verticale richting voldoende afgeperkt. Op basis van

• •

voorgaand onderzoek is de verontreiniging in grond aanwezig tot circa 4,0 m-mv Aan de westzijde (12051) is maximaal een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De verontreiniging is in westelijke richting hiermee voldoende ingekaderd Aan de noordzijde (12041) is een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De verontreiniging is in noordelijke richting niet voldoende ingekaderd. Echter zijn in de noordelijke peilbuizen 202 en 203 geen verhoogde concentraties aan minerale olie aangetoond in het grondwater. Op basis daarvan wordt de verspreiding van de verontreiniging in noordelijke richting beperkt ingeschat

25/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Eerder werd een verontreinigd oppervlak vastgesteld van 150 m². Op basis van huidige inzichten is dit waarschijnlijk 250 tot 300 m² (zie figuur 4.1). Uitgaande van de verontreinigingsdiepte uit voorgaand onderzoek is sprake van maximaal 750 m³ aan verontreiniging met minerale olie boven de interventiewaarde in de grond aanwezig. In het grondwater is de omvang mogelijk wat beperkter. Op een deel van de locatie waar wel grondverontreiniging is aangetoond boven de interventiewaarde is de concentratie in het grondwater onder de tussenwaarde gemeten. Een groot deel van de grondwaterverontreiniging bevindt zich binnen de grondverontreiniging. De grondwaterverontreiniging lijkt op basis hiervan niet mobiel te zijn.

Figuur 4.1 Globale interventiewaardecontour in de grond (links; oude contour is stippellijn; nieuwe contour is streepstippellijn) en grondwater (rechts)

Conform de Wet bodembescherming is hier sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Kwik Midden op het terrein is een matig verhoogde concentratie met kwik gemeten in peilbuis 1002. De herkomst van deze verontreiniging is niet bekend. Ter plaatse hebben geen activiteiten plaatsgevonden die een verontreiniging met kwik kunnen veroorzaken. In de grond komen concentraties aan kwik boven en onder de achtergrondwaarde voor in de range van 0,05 tot 022 µg/l. Mogelijk hangt de gemeten concentratie in het grondwater samen deze lage concentraties in de grond. Mogelijk is er sprake van een plaatsingseffect waardoor concentraties uit de grond tijdelijk in het grondwater terecht komen (gebonden aan zwevende deeltjes of in oplossing). Na verloop van tijd kunnen deze concentraties opnieuw worden vastgelegd aan het bodemcomplex. Daarom is het grondwater uit peilbuis 1002 nogmaals bemonsterd voor analyse op kwik.

26/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Tabel 4.5 Herbemonstering grondwater peilbuis 1002 met analyse op kwik Peilbuis

Filterstelling

>S

>T

>I

Veiligheidsklasse

Hg

-

-

Geen Klasse

(m-mv) Pb 1002 -

2,2-3,2

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1002 is maximaal een licht verhoogde concentratie aan kwik aangetoond. Daarmee wordt de hypothese dat het hier om een tijdelijke verschuiving van het bodemevenwicht bevestigd.

5 Risicobeoordeling Onderhavige risicobeoordeling heeft als doel te bepalen of de bodemverontreiniging bij het huidige gebruik van de locatie als industrieterrein (met bebouwing) onaanvaardbare risico’s oplevert voor: • • •

De gezondheid van mensen Het ecosysteem als geheel Verspreiding via het grondwater

Hierbij wordt aangesloten bij de systematiek uit bijlage 2 van de Circulaire bodemsanering uit 2013. In deze circulaire staat de uitwerking van het saneringscriterium uit de Wbb centraal. Het saneringscriterium is bedoeld om vast te stellen of een spoedige sanering van de bodem noodzakelijk is (Wet Bodembescherming art. 37 lid 1). Deze beoordeling van de saneringsnoodzaak en de noodzaak tot een spoedige sanering vindt plaats op basis van modelberekeningen van risico’s voor de mens, het ecosysteem en van verspreiding van de verontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging dient met spoed te worden gesaneerd als de aanwezige bodemverontreiniging op de locatie leidt tot onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s en/of hinder. Het bevoegd gezag Wbb neemt de definitieve beslissing over: • Ernst en spoed in het kader van de Wbb • •

Het definitieve saneringstijdstip Noodzaak tot het nemen van tijdelijke beveiligings-/beheersmaatregelen

Voor de risicobeoordeling is gebruik gemaakt van de actuele onderzoeksresultaten uit onderhavige rapportage. Voor meer details over de onderzoeksgegevens wordt verwezen naar voorgaande hoofdstukken.

27/35

Kenmerk

5.1

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Methode

De risicobeoordeling voor de locatie is uitgevoerd met behulp van de meest recente versie van het risicomodel Sanscrit (beschikbaar via www.risicotoolbox.nl) die door het RIVM is ontwikkeld en wordt beheerd. Sanscrit is gebaseerd op het CSOIL-formularium en wordt in het algemeen gebruikt ten behoeve van de bepaling van de actuele risico’s voor de volksgezondheid (humane risico’s), het ecosysteem en verspreiding in het kader van de Circulaire bodemsanering 2013 (zie specifiek bijlage 2 van deze Circulaire) en als instrument voor de bepaling van de spoedeisendheid voor saneren. Humane risico’s De aangetoonde bodemverontreiniging omvat vluchtige en niet-vluchtige stoffen. Voor beide categorieën stoffen kan op basis van het Sanscrit-model een algemene risicobeoordeling worden uitgevoerd. Voor de vluchtige stoffen wordt naast inhalatie van de stoffen in binnen- en buitenlucht ook aandacht besteed aan permeatie van de stoffen door kunststof waterleidingen en vervolgens opname van stoffen via het kraanwater. Voor de beoordeling is getoetst met de blootstellingsparameters behorend bij het scenario ‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’. Dit is het bodemgebruik scenario in Sanscrit dat het beste past bij het huidige gebruik van de locatie als industrieterrein wat volledig verhard en bebouwd is. Het CSOIL- en Sanscrit-model toetst de: 1.

Modelmatig berekende levenslang gemiddelde blootstelling gedurende 70 jaar aan het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) en 2. Bij de aanwezigheid van vluchtige verbindingen wordt de berekende binnen/buitenluchtconcentraties ook getoetst aan de Toelaatbare Concentratie in de Lucht (TCL) Ecologische risico’s Ecologische risico’s dienen conform de Circulaire bodemsanering 2013 te worden beoordeeld indien over een grotere oppervlakte sprake is van een sterke verontreiniging in de bovenste meter (ecologische contactzone) onbedekte bodem waaraan ecologische receptoren (bodemfauna en hogere soorten) kunnen worden blootgesteld. Risico’s verspreiding in grondwater In het grondwater zijn concentraties boven de interventiewaarde aangetoond. Derhalve wordt een beoordeling van verspreidingsrisico’s op basis van de methodiek uit bijlage 2 van de Circulaire bodemsanering 2013 uitgevoerd.

28/35

Kenmerk

5.2

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Uitgangspunten

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • Onderhavige risicobeoordeling heeft betrekking op de verontreinigingssituatie met minerale olie (C10-C40) en vluchtige koolwaterstoffen (C6-C10) •

De locatie is volledig verhard en grotendeels bebouwd. De locatie is in gebruik ten behoeve van industrie, derhalve is getoetst aan het bodemgebruiksscenario ‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’

•

Alleen de stoffen die de interventiewaarde in de grond en/of het grondwater overschrijden worden beoordeeld. De interventiewaarde is gebaseerd op de strengste risicogrenswaarde voor: -

Mensen welke gebaseerd is op het standaardscenario ‘wonen met tuin (inclusief gewasconsumptie)’ en voor grondwater inclusief consumptie van ongezuiverd grondwater als drinkwater of

•

Het ecosysteem welke is gebaseerd op het Ernstig Risiconiveau (kortweg ER-niveau) dat gelijk is aan de HC50 Het worst-case percentage organische stof en lutum van 2 %

•

De grondwaterstand is tijdens het meest recent uitgevoerde onderzoek (september 2023) vastgesteld op 1,98 en 2,12 m. In de beoordeling is het worst-case uitgangspunt (de hoogste grondwaterstand) aangehouden, namelijk 1,98 m -mv

•

De bodemverontreiniging met minerale olie (C10-C40) en vluchtige koolwaterstoffen (C6-C10) is aanwezig vanaf 1,7 m -mv in de grond. De omvang van de grondverontreiniging met minerale olie (inclusief de vluchtige koolwaterstoffracties) wordt geschat op 750 m³ (250-300 m2). De verontreiniging in grond is aanwezig tot minimaal 4 m -mv, dit maakt het geschatte volume van de grondverontreiniging circa 750 m3. De grondwaterverontreiniging met minerale olie (C10-C40) en vluchtige koolwaterstoffen (C6-C10) bevind zich grotendeels binnen de interventiewaarde contour van de grondverontreiniging. Op enkele locaties binnen de interventiewaarde contour voor grond, overschrijden de gemeten concentraties in het grondwater de interventiewaarde niet. De omvang van de grondwaterverontreiniging met minerale olie (inclusief de vluchtige koolwaterstoffracties) wordt geschat op circa 220 m2. Op basis van de onderzoeksresultaten lijkt de grondwaterverontreiniging nauwelijks te verspreiden

•

•

De verontreiniging met concentraties boven de interventiewaarde is in zowel grond als grondwater nog niet volledig afgeperkt (zowel in horizontale als in verticale richting). Echter, gesteld wordt dat het huidige detailniveau voldoende is voor beoordelen van de eventuele aanwezigheid van onaanvaardbare risico’s op de locatie Ten aanzien van de verontreiniging met minerale olie (C10-C40) zijn geen analyses uitgevoerd ter vaststelling van de fractiesamenstelling (uitsplitsing in aromatische en alifatische koolwaterfracties) van de grond. Er zijn analyses uitgevoerd ter vaststelling van de fractiesamenstelling van de vluchtige koolwaterstoffracties (C6-C10), zowel alifatische als aromatische koolwaterstoffen zijn aangetoond. Voor de invoer van de concentraties vluchtige koolwaterstoffracties (C6-C10) is gekozen voor de concentraties bij de verschillende koolwaterstoffracties als gemeten in het monster met de hoogste concentratie aan koolwaterstoffen met ketenlengte C6-C10 (monster 12091-STB).

29/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

In andere grondmonsters zijn de separate vluchtige koolwaterstoffracties niet significant hoger gemeten dan in monster 12091-STB. Aromatische koolwaterstoffen zijn voor de menselijke gezondheid schadelijker dan alifatische koolwaterstoffen. De vastgestelde MTR-waarden en TCL-waarden zijn voor de aromatische koolwaterstoffen lager dan voor de alifatische koolwaterstof met een gelijk aantal koolstofatomen. Voor minerale olie (C10-C40) zijn de concentraties als gemeten in het monster met de hoogste concentratie aan minerale olie C10-C40 ingevoerd (monster 12061-STB) daarom ingevoerd als aromatische •

koolwaterstoffen. Dit betreft derhalve een worstcase beschouwing Op monsters van het grondwater zijn eveneens uitsluitend uitsplitsingsanalyses voor aromatische en alifatische fracties uitgevoerd voor de vluchtige koolwaterstoffracties (C6-C10). Voor de invoer van de concentraties vluchtige koolwaterstoffracties (C6-C10) is gekozen voor de concentraties bij de verschillende koolwaterstoffracties als gemeten in het monster met de hoogste concentratie aan C6-C10 (Pb 1207). Voor minerale olie (C10-C40)

•

zijn de concentraties als gemeten in het monster met de hoogste concentratie aan minerale olie C10-C40 ingevoerd als aromatische koolwaterstoffen Er zijn geen gevoelige situaties bekend in de omgeving van de locatie

Tabel 5.1 Hoogst gemeten concentraties aan minerale olie (C10-C40) en vluchtige olie C6-C10 (voor STI-stoffen boven interventiewaarde), invoerdata Sanscrit Parameter

Worstcase gehalte

Boring (m -mv)

Worstcase

in grond

concentratie in

(mg/kg d.s.)

grondwater (μg/l)

Peilbuis (m -mv)

Koolwaterstoffracties C6-C10 (uitsplitsing in alifaten en aromaten) Alifaten >EC6-EC8

<20 (r.g.)

12091-STB

7,6

Pb 1207 (2,7-3,2)

Alifaten >EC8-EC10

120

12091-STB

<2,0

Pb 1207 (2,7-3,2)

Aromaten >EC6-EC8

<20 (r.g.)

12091-STB

<2,0

Pb 1207 (2,7-3,2)

Aromaten >EC8-EC10

60

12091-STB

28

Pb 1207 (2,7-3,2)

Koolwaterstoffracties C10-C40 (‘worst case’ invoer als aromaten) C10-C12

840

12061-STB

170

Pb 1207 (2,7-3,2)

C12-C16

10100

12061-STB

1700

Pb 1207 (2,7-3,2)

C16-C20

10500

12061-STB

1700

Pb 1207 (2,7-3,2)

C20-C24

2230

12061-STB

250

Pb 1207 (2,7-3,2)

C24-C28

2360

12061-STB

140

Pb 1207 (2,7-3,2)

C28-C32

730

12061-STB

57

Pb 1207 (2,7-3,2)

C32-C36

100

12061-STB

16

Pb 1207 (2,7-3,2)

C36-C40

19

12061-STB

<5

Pb 1207 (2,7-3,2)

r.g.= rapportagegrens

30/35

Kenmerk

5.3

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Resultaten

Humane risico’s In onderstaande tabel 5.2 zijn de uitkomsten van de stap 3 humane risicobeoordeling samengevat. Een risico-index > 1 betekent dat de berekende blootstelling groter is dan de MTR- of TCL-waarde en dat er daarmee modelmatig sprake is van onaanvaardbare risico’s. Voor stoffen uit eenzelfde stofgroep die gecombineerd voorkomen, kan de blootstelling aan alle stoffen tezamen eveneens tot onaanvaardbare risico’s leiden. Bij combinatietoxiciteit wordt uitgegaan van additie van toxische effecten. Het risico dat de aanwezigheid van de verschillende oliefracties of aromaten vormt is derhalve gelijk aan de som van risico’s voor de individuele fracties. De uitdraaien uit Sanscrit zijn opgenomen in bijlagen 11-1 (grond) en 11-2 (grondwater). Tabel 5.2 Resultaten humane risicobeoordeling grond en grondwater bij de worst-case invoerwaarden als opgenomen in tabel 5.1 Stofgroep

Berekende

Berekende Risico-index

Risico-index grond

grondwater

TPH alifaten >EC6-EC8

0,20

0,00

TPH alifaten >EC8-EC10

5,35

0,03

TPH aromaten >EC5-EC7

0,89 (overschrijding TCL)

0,00

TPH aromaten >EC8-EC10

1,36

0,01

TPH aromaten >EC10-EC12

3,47

0,02

TPH aromaten >EC12-EC16

0,44

0,11

TPH aromaten >EC16-EC21

0,16

0,11

TPH aromaten >EC21-EC35

0,06

0,03

Combitox risico-index minerale olie

11,93

0,32

/gasolie/TPH

Ten gevolge van de grondverontreiniging wordt voor een viertal koolwaterstoffracties een overschrijding van de MTR of TCL voorspeld. Voor de combinatietoxicologie van alle minerale olie fracties komt de risico-index ruim boven 1 uit. De verhouding in bijdrages van routes voor blootstelling aan de koolwaterstoffracties waarbij de MTR en/of TCL-waarden worden overschreden zijn weergegeven in tabel 5.3. Bij de grondwaterverontreiniging wordt voor de afzonderlijke alifatische en aromatische fracties geen overschrijding van de MTR of TCL voorspeld. De risico-index bij alle afzonderlijke fracties is lager dan 1. De combinatietoxicologie van minerale olie is tevens kleiner dan 1.

31/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Tabel 5.3 Bijdrage blootstellingsroutes van diverse koolwaterstoffracties waarvan de MTR en/of de TCL wordt overschreden, op basis van worst case concentraties grond TPH alifaten >EC8-

TPH aromaten

TPH aromaten

TPH aromaten

EC10

>EC8-EC10

>EC10-EC12

>EC5-EC7

Beoordeeld gehalte

120 mg/kg d.s.

60 mg/kg d.s.

840 mg/kg d.s.

<20 mg/kg d.s.

Risico-index (>1)

5,35

1,36

3,47

0,89

99,71 %

95,95 %

84,17 %

98,17 %

0,24 %

3,03 %

12,58 %

1,4 %

0,01

0,8 %

2,58%

0,31 %

Voornaamste blootstellingsroutes Inhalatie van binnenlucht Dermale opname tijdens baden Permeatie drinkwater

De grootste bijdrage aan het risico wordt op basis van het model veroorzaakt door de blootstellingsroute inhalatie van binnenlucht. Geconcludeerd kan worden dat er op basis van bovenstaande informatie bij het huidige gebruik wel sprake is van onaanvaardbare humane risico’s. Ecologische risico’s Bij het gebruik van de locatie past het ecologisch toetsniveau ‘relatief ongevoelig’, op basis van de omvang van de verontreiniging (concentratie >I) in grond (250-300 m2) kan worden gesteld dat de toetsingscriteria van het ecologisch toetsniveau ‘relatief ongevoelig’(TD= 65 % >5000 m2 en TD 25 % >50.000 m2) niet worden overschreden. Derhalve kan worden gesteld dat er geen sprake is van onaanvaardbare ecologische risico’s. Verspreidingsrisico’s In het grondwater zijn concentraties aan minerale olie C10-C40 boven de interventiewaarde aangetoond. Vluchtige olie (C6-C10) is ook in hoge concentraties aangetroffen, hiervoor is echter geen interventiewaarde vastgesteld. In de Circulaire bodemsanering 2013 is opgenomen dat er sprake is van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging in de volgende situaties: 1. 2.

Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd Er is sprake van een onbeheersbare situatie

Op basis van de beoordelingscriteria is er op de locatie geen sprake van onaanvaardbare verspreidingsrisico’s.

32/35

Kenmerk

5.4

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Conclusie

TAUW heeft een risicobeoordeling uitgevoerd voor de bodemverontreiniging met minerale olie aan de Energieweg 28 in Nijmegen. De risicobeoordeling is uitgevoerd op basis van bijlage 2 van de Circulaire bodemsanering waarbij een beoordeling heeft plaatsgevonden van humane, ecologische en verspreidingsrisico’s met het risicomodel Sanscrit. Op basis van de risicobeoordeling wordt geconcludeerd dat er bij het huidige gebruik van de locatie: • Wel sprake is van onaanvaardbare humane risico’s • Geen sprake is van onaanvaardbare ecologische risico’s •

Geen sprake is van onaanvaardbare verspreidingsrisico’s

Ter verificatie van de aanwezigheid van onaanvaardbare blootstelling via met name blootstellingsroute inhalatie van de binnenlucht kan het model worden aangevuld met binnenlucht concentraties. Middels een onderzoek naar de samenstelling van de binnenlucht kan deze data worden verkregen. Benadrukt wordt dat deze risicobeoordeling betrekking heeft op het huidige gebruik. Bij een wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik (bijvoorbeeld naar het gebruik ‘Wonen met tuin’) wordt geadviseerd de risicobeoordeling te actualiseren. Aanbevolen wordt deze risicobeoordeling samen met de onderzoeksgegevens ter beoordeling in te dienen bij het bevoegd gezag Wbb.

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1

Conclusies

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De aanwezigheid van de grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie is bevestigd. Er is geen drijflaag waargenomen. De omvang van de verontreiniging in grond wordt geschat

•

op circa 750 m3. De verontreiniging in grondwater ligt binnen de contouren van de grondverontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging Op basis van de risico-analyse is er sprake van spoedeisendheid van de verontreiniging

•

Bij overige analyseresultaten van de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. De gehalten zijn vergelijkbaar met de concentraties die zijn aangetoond in voorgaande onderzoeken

•

Ter plaatse van peilbuis 1002 (overig terrein) is middels een herbemonstering vastgesteld dat in het grondwater een maximaal licht verhoogde concentratie aan kwik is aangetoond Bij de overige analyseresultaten van het grondwater zijn maximaal licht verhoogde

•

concentraties gemeten

33/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

•

Plaatselijk (noordoostkant en zuidoostkant) is een puinlaag aangetroffen. Uit

•

analyseresultaten blijkt dat in de aanwezige puinlaag indicatief geen asbest is aangetoond Uit de risicobeoordeling volgt dat de verontreiniging spoedeisend is op basis van humane risico’s

Middels onderhavig onderzoek is de eindsituatie, met uitzondering van het terrein ter plaatse van het productiegebouw van de asfaltcentrale, voldoende vastgelegd.

6.2

Aanbevelingen

Wet bodembescherming Geadviseerd wordt om verontreiniging met minerale olie (en benzeen en xylenen) te saneren. De saneringstermijn dient te worden bepaald in overleg met het bevoegd gezag.

34/35

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Eindsituatie Ter plaatse van het terrein zijn in het verleden licht verhoogde concentraties aan de diverse stoffen uit het standaardpakket aangetoond. Er is echter op een aantal plaatsen geen specifieke beginsituatie vastgelegd. Formeel is ter plaatse van deze activiteiten door het overschrijden van de achtergrondwaarde danwel streefwaarde sprake van verslechtering van de bodemkwaliteit. Echter gezien de geldende functieklasse industrie voor het terrein en de resultaten van de algemene bodemkwaliteit van voorgaande onderzoek wordt het niet nuttig geacht om de bodemkwaliteit te herstellen tot de achtergrondwaarde. Geadviseerd wordt om bij eventuele overdracht van het terrein als voorwaarde op te nemen dat een eindsituatie onderzoek ter plaatse van het hoofdgebouw nog moet worden uitgevoerd.

35/35

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Regionale ligging onderzoekslocatie

Kenmerk

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1292543JJT-V04-srb-NL

Kaart situering monsternamepunten

Boorplan

1

1010

1011

1707

1704

1701

1702

1012 1009

1711 1706 1709 1710 1703

1705

1007

1002

1014

1016

1019

1013

1015 1017

1101

1020

1018 1032

2001

1803

1034

1021

1102

1008

1804 1006

1035

1036

1022

1103

1023

1026

1001

1003

1802

1025

1005

2002

(

1801

1033

1030

1004

1302 1301

1303

1602 1601

1403 (

1027

1029

1031

1024

1402 ( 1401

1028

203

1902

1901

  #  #   # 

 #  

202

202 1902 1903 1205 12091 12041 201 12081 12051 1502 1206 1501 12061 1210 1201 401 1202 1207 402 1211

12091

1903

12041

201

12061

1502

12081

#

1206

#

1203

 #

1207

1210

401

1501

1201

402

# Legenda

TYPE

 

Boring tot 0,5 meter

 (

Boring tot 2 meter

Boring tot 3,5 meter Boring tot 6 meter

Esri Nederland, Community Map Contributors Peilbuis freatisch Peilbuis bestaand Boring met peilbuis tot 6 meter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=fadf95a1-2f80-4147-9d07-76e38bda238c