CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraag LUX Digitale projectie

Besluitronde (raadsvergadering) 10 mei 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D10 d.d. 14 maart 2023 inzake Actieplan Cultuur Nijmegen 2023 en 20247.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het college van bestuur en wethouders Betreft: matching bijdrage OCW

Nijmegen, 27/02/2023

Geacht college, Naar aanleiding van de noodzaak om bij te kunnen blijven bij de wereldwijde technologische ontwikkelingen binnen de filmsector zijn alle Nederlandse bioscopen, filmtheaters en filmhuizen in 2011-2012 volledig overgestapt op digitale projectie. Nederland was een van de eerste landen ter wereld waar dit gezamenlijk op landelijk niveau plaatsvond. Nu, ruim 10 jaar later, is de garantieperiode en de technische levensduur van de apparatuur afgelopen. Door de snelle voortschrijdende technische ontwikkelingen worden de huidige projectoren niet meer softwarematig vernieuwd en op termijn niet meer ondersteund, en zijn er geen vervangende onderdelen meer te verkrijgen. Bovendien is de internationale norm inmiddels verschoven naar nieuwe vormen van projectie, waarbij hogere kwaliteit en energiezuinigheid als belangrijke factoren een rol spelen. LUX vervult een belangrijke lokale, regionale en landelijke rol, en is uniek in haar combinatie van verschillende kunstdisciplines: film, debat, podium en film- en beeldeducatie, en de kruisbestuivingen daarbinnen.

Het is de ontmoetingsplek voor nieuw, lokaal en regionaal talent, is actief op het vlak van innovatie en experiment, heeft een grote diversiteit aan culturele en maatschappelijke partners met kwalitatieve en diepgaande samenwerkingen, en vormt een spil in een fijnmazig netwerk van belangenorganisaties die nieuwe en cultureel diverse doelgroepen bereikt. Met ons programma aanbod wordt een groot publieksbereik gerealiseerd, in 2019 hadden wij ruim 290.000 programma bezoekers. LUX is door het internationaal gerenommeerde platform Screen International recent genoemd in het rijtje meest toonaangevende arthouses ter wereld. Om uitval te voorkomen, een goede concurrentiepositie te blijven behouden binnen de stedelijke context van filmaanbieders, alsmede een kwalitatief hoogstaand alternatief voor het groeiende aanbod van online streamingdiensten te kunnen bieden is het van groot belang om de huidige projectoren zo snel mogelijk te vervangen. Belangrijk is te weten dat in de meeste gevallen niet alleen een projector vervangen moet worden, maar ook de server, het geluidssysteem en in sommige gevallen ook het projectiedoek. Groot voordeel van de nieuwe generatie projectoren is dat zij met laserlampen zijn uitgerust, die veel minder energie verbruiken, dus daardoor duurzamer uitpakken.

Vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een bedrag van 6 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de vernieuwing van de digitale projectie van alle filmtheaters in Nederland, met een regeling via het Filmfonds. Deze toezegging van staatssecretaris Gunay Uslu is bekend gemaakt in de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022, waarbij de voorwaarde is gesteld dat het

bedrag wordt gematcht door de medeoverheden en filmtheaters zelf (zie pagina 7 van de Hoofdlijnenbrief van staatssecretaris Uslu in de bijlage). Voor de 8 zalen van LUX komt de investering neer op een totaalbedrag van € 1.085.000,-, hieronder uitgesplitst op de hoofdonderdelen.

KOSTEN laserprojectoren 8x servers 8x filmdoeken 7x aanpassing geluidssysteem 7x transport en installatie totaal

€ 679.874 € 88.000 € 51.850 € 231.776 € 33.500

BATEN bijdrage OCW (via Filmfonds) bijdrage gemeente Nijmegen eigen bijdrage LUX totaal

€ 208.000 € 208.000 € 669.000 € 1.085.000

€ 1.085.000

De bijdrage via het Filmfonds is vastgesteld op een bedrag van € 208.000,- (€ 26.000,- per zaal), zie de beschikking in de bijlage. De bijdrage van LUX bestaat een substantieel aandeel van de aanschaf, € 669.000,- (ruim 60% van het bedrag), goeddeels gebaseerd op de bestemmingsreserve die hier in de afgelopen jaren voor is opgebouwd. Door de gigantische stijging in kosten voor de aanschaf van de techniek in het afgelopen jaar, alsmede de noodzaak om vanwege de covidperiode een weerstandsreserve op te bouwen, lukt het LUX niet om hier voor een hoger bedrag aan bij te dragen. Vandaar dat wij een subsidieverzoek indienen bij de gemeente Nijmegen om het bedrag van het Filmfonds te matchen met een bedrag van € 208.000,- voor de investering van de nieuwe projectoren in LUX. Mocht u na het lezen van deze brief en het bijgevoegde projectplan nog vragen hebben, dan zijn wij vanzelfsprekend bereid deze te beantwoorden.

Met vriendelijke groet,

Pien Houthoff Directeur-bestuurder LUX

Stichting LUX P. Houthoff Postbus 1155 6501 BD Nijmegen

Amsterdam, 04-10-2022 Referentie: 202202135/14578332/PvW Betreft: Beschikking Digitalisering Filmtheaters 2022 (projectnummer 202202135/14578332) Geachte P. Houthoff, Op grond van de steunmaatregel Digitalisering Filmtheaters 2022 heeft u op 14 september 2022 een bijdrage aangevraagd. In het kader van het herstelprogramma COVID-19 stelt het ministerie van OCW een eenmalige tegemoetkoming beschikbaar om verouderde digitale projectoren van de filmtheaters te vervangen. Het bestuur heeft uw aanvraag getoetst aan het Algemeen Reglement, de vereisten en criteria van de steunmaatregel Digitalisering Filmtheaters 2022 zoals gepubliceerd op de website van het Filmfonds en de relevante bepalingen van het Financieel & Productioneel Protocol. BESLUIT Aanvrager Stichting LUX voldoet aan de vereisten van deze regeling en heeft een bedrag van € 208.000,- aangevraagd ter bijdrage aan de directe vervanging van verouderde digitale projectoren en randapparatuur (geluidsapparatuur en/of vertoningsdoek in de filmzaal en/of de server en/of de garantie daarop) in 8 zalen. Deze zalen zijn reeds 5 jaar of langer in bedrijf als filmzaal voor betalend bioscoopbezoek en worden door de aanvrager geëxploiteerd. Op grond van uw aanvraag besluit ik een bijdrage te verlenen van € 208.000,-, onder voorwaarde dat deze bijdrage wordt gematcht door u en/of derden ter dekking van de gehele investering.

Vaststelling van de verleende subsidie vindt plaats op basis van het daartoe door u gedane verzoek samen met de daartoe noodzakelijke bescheiden, zoals hieronder beschreven. Het totale subsidiebedrag wordt uitgekeerd op basis van uw betaalverzoek, ná schriftelijke aantoning van en goedkeuring op de aanschaf en volledige financiering van de te vervangen projectoren en randapparatuur door middel van sluitende overeenkomsten en/of bewijs van betaling, zoals hieronder toegelicht onder Verplichtingen. Verplichtingen De bijdrage is uitsluitend bedoeld voor de directe vervanging van verouderde digitale projectoren en randapparatuur (geluidsapparatuur en/of vertoningsdoek in de filmzaal en/of de server of de garantie daarop).

Pijnackerstraat 5 1072 JS Amsterdam The Netherlands T +31(0)20 570 76 76 E info@filmfonds.nl W filmfonds.nl W filmcommission.nl

Daarbij gelden de volgende verplichtingen: 1. De bijdrage van het Fonds moet minimaal 100% worden gematcht door de aanvrager en/of derden. 2. Met de verlening van cultuursubsidie wordt een beroep gedaan op het filmtheater om een substantiële inspanning te leveren ter vergroting van de zichtbaarheid van Nederlandse culturele filmproducties binnen de programmering. Uiterlijk 1 oktober 2023 bent u verplicht tot oplevering van: 1. Een schriftelijk bewijs van de volledige financiering van de te vervangen projectoren en randapparatuur. De volledige financiering kunt u aantonen door middel van:   

een kredietovereenkomst met een financieringsorganisatie als Cultuur + Ondernemen of een bank zoals Triodos Bank en/of; een bewijs van bijdrage van gemeente of provincie en/of; een bewijs van investeringen vanuit eigen vermogen van het filmtheater en/of derden.

2. Een schriftelijk bewijs van de aanschaf van de te vervangen projectoren en randapparatuur. De aanschaf kunt u aantonen door middel van:  

Een schriftelijk bewijs van de bestelling bij de leverancier voor de te vervangen apparatuur en/of garantieverlenging, én De (aanbetalings)factuur van de leverancier.

Indien volledige financiering niet of niet tijdig kan worden aangetoond en naar het oordeel van het Fonds onvoldoende onderbouwd is, kan het Fonds besluiten om de bijdrage naar rato bij te stellen of in te trekken. Wanneer u nog vragen heeft naar aanleiding van dit besluit, dan kunt u contact opnemen met projectbegeleider Patricia van Wetten (p.van.wetten@filmfonds.nl). Met vriendelijke groet,

Bero Beyer Directeur/bestuurder Binnen zes weken na de dag van verzending van dit besluit kan degene aan wie dit besluit is gericht schriftelijk een bezwaarschrift indienen bij het bestuur van het Nederlands Filmfonds. Het bezwaarschrift moet door de indiener zijn ondertekend en bevat tenminste zijn naam, adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden waarop het bezwaarschrift rust.

HET DIGITALE FILMTHEATER VAN DE TOEKOMST

November 2020

SAMENVATTING DIGITALISERING FILMTHEATERS •

Alle bioscopen, filmtheaters en filmhuizen zijn in 2011 en 2012 volledig overgestapt op digitale projectie. Nederland was een van de eerste landen ter wereld waar een gezamenlijke landelijke overgang plaatsvond.

•

Internationaal wordt er met bewondering gekeken naar de unieke, fijnmazige infrastructuur op het gebied van filmvertoning in Nederland. Het is van groot belang om deze unieke situatie in stand te houden. Met een investering in de basis technische standaard voor filmtheaters, op het gebied van beeld en geluid, wordt hieraan een belangrijke impuls gegeven. Filmtheaters zijn zoveel meer dan alleen vertoningsplekken. Het zijn sociale knooppunten op het gebied van onderwijs en educatie, ontmoetingsplekken voor nieuw, lokaal en regionaal talent, kruispunten van samenwerking met culturele en maatschappelijke organisaties, en ze vormen een spil in een fijnmazig netwerk van belangenorganisaties die nieuwe en cultureel diverse doelgroepen bereiken.

•

In 2021 en 2022 lopen de garantieperiodes af. Mede door de veranderde economische en financiële situatie is er behoefte aan nieuwe collectieve investeringen en steun bij de aanschaf van nieuwe apparatuur.

•

Vanuit de crisis wordt nu in een transitiefase een construct mogelijk gemaakt waarbij de hele branche de mogelijkheid heeft om een technische vernieuwingsslag te maken, en daarmee de sector te verstevigen en de zichtbaarheid van de Nederlandse film te waarborgen.

•

Voor de gesubsidieerde filmtheaters en filmhuizen wordt een bijdrage gevraagd zowel bij de rijksoverheid als de regionale en/of lokale overheden. Voor alle bioscopen en theaters geldt dat de mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van een gezamenlijke bancaire lening- of leaseconstructie.

•

Per zaal zal gemiddeld een bedrag van € 63.000,- nodig zijn voor de basis technische voorzieningen. Voor de gesubsidieerde theaters wordt hiervan 1/3e deel vanuit eigen financiering bekostigd, 1/3e deel gevraagd aan de rijksoverheid en 1/3e deel aan regionale/ lokale overheden.

•

In totaal gaat het om 100 filmtheaters en filmhuizen, met circa 183 zalen. 1/3e deel is circa 4 mln.

Het digitale filmtheater van de toekomst Begin 2012 was Nederland een van de eerste landen ter wereld waarin een volledige overgang naar digitale projectie en vertoning werd gerealiseerd. Deze transitie werd destijds mogelijk gemaakt onder de vlag van Cinema Digitaal en door verschillende financiële steunmaatregelen, waaronder een bijdrage van het Filmfonds, een investering van de exploitanten en een tegemoetkoming van de distributeurs in de vorm van de zogeheten virtual print fee (VPF). Ruim acht jaar later heeft Nederland hierdoor een unieke infrastructuur waarin filmtheaters een cruciale rol spelen in de hele keten van productie, distributie en vertoning van hoogwaardig en divers filmaanbod en de ontsluiting hiervan voor steeds nieuw publiek. Filmtheaters zijn zoveel meer dan alleen vertoningsplekken. Het zijn sociale knooppunten op het gebied van onderwijs en educatie, ontmoetingsplekken voor nieuw, lokaal en regionaal talent, kruispunten van samenwerking met culturele en maatschappelijke organisaties, en ze vormen een spil in een fijnmazig netwerk van belangenorganisaties die nieuwe en cultureel diverse doelgroepen bereiken. Tegelijkertijd heeft 2020 ook een nieuwe uitdaging zichtbaar gemaakt. Door Covid-19 zijn de bezoekersstromen ingedamd en niet meer vanzelfsprekend op groei gericht.

De concurrentie met streamers en daardoor het belang van up to date technische voorzieningen en een flexibele programmering is in een stroomversnelling geraakt. De digitale toekomst van de filmtheaters is daardoor groter en urgenter geworden dan een cultureel belang alleen. De druk die op de filmtheaters ligt is voelbaar in de hele sociaal-maatschappelijke context waar ze deel van uitmaken.

Situatieschets Cinema Digitaal in 2020 In de periode 2021/2022 loopt de garantieperiode van de digitale projectoren af, eerder is de tijdelijke VPF-constructie met de distributeurs reeds beëindigd. De verwachting dat de aanschafprijzen voor digitale projectoren die voldoen aan de internationale norm van 2K zouden dalen is in de praktijk niet uitgekomen. De filmtheaters staan nu in een financieel onzekere periode voor de uitdaging financiën te vinden om nieuwe apparatuur te bekostigen. Dat dit uit eigen middelen kan gebeuren is niet evident. In tegenstelling tot de commerciële bioscopen hebben de filmtheaters geen financieel model waarin ze grote reserves kunnen opbouwen. De filmtheaters zijn relatief zwaar getroffen door de niet te voorziene nawerking van de financiële crisis van 2008, de lokale en regionale bezuinigingen van 2012, en nu door de Covid-19crisis, waardoor het beperkte eigen vermogen dat ze binnen de subsidievoorwaarden konden opbouwen zo goed als verdampt is. Bovendien zijn er in de afgelopen periode nieuwe beleidsinstrumenten ontstaan, zoals de Fair Practice Code die de filmtheaters met grote overtuiging onderschrijven, maar die een zware tol heeft getrokken op de grotendeels door vrijwilligers in standgehouden bedrijfsstructuren van met name de kleinere filmhuizen.

Er is dus een nieuwe situatie ontstaan waarin een nieuwe ondersteuningsregeling en steun vanuit het rijk wenselijk en onontbeerlijk is om de bijzondere positie van de filmtheaters in Nederland, het rijke aanbod dat zij kunnen bieden, en daarmee de bijdrage die zij leveren aan belangrijke maatschappelijke thema’s als diversiteit en inclusie te kunnen laten voortbestaan. Filmtheaters dragen voorts bij aan stads- en gebiedsontwikkeling en daarmee

aan stedelijke en regionale leefbaarheid en veiligheid. Er is op dit moment onvoldoende perspectief om deze nieuwe investeringen op een economisch verantwoorde manier te kunnen doen. Knooppunten van sociale en culturele functies Internationaal wordt er met bewondering gekeken naar de unieke, fijnmazige infrastructuur op het gebied van filmvertoning in Nederland. Er is een grote diversiteit aan plekken waar films voor het publiek beschikbaar worden gemaakt, van grote commerciële multiplexen en onafhankelijke bioscopen tot arthouses met meerdere culturele disciplines, filmtheaters en de kleinere filmhuizen. Deze vervullen meerdere rollen. Het zijn ontmoetingsplaatsen die bijdragen aan een gezond leefklimaat in steden en wijken, het belangrijkste doorgeefluik voor artistieke kwaliteitsfilms en de vele door de overheid ondersteunde Nederlandse films en internationale coproducties. Ze werken samen met lokale instellingen als broedplaatsen, musea en theaters, hebben een fijnmazig netwerk onder instellingen die diversiteit en inclusie bevorderen en kunnen snel en actueel inspelen op lokale en regionale vraagstukken en ontwikkelingen door speciale programma’s, debatten en ontmoetingen op te zetten. Via de broedplaatsen maken ze lokaal talent zichtbaar en bevorderen ze de doorstroming van zijinstromers en autodidacten naar landelijke netwerken en verdere professionalisering.

De eerste fundamenten voor het voortdurende proces van professionalisering en innovatie van de landelijke mediasector worden vaak lokaal gelegd, en hebben hun doorwerking tot ver buiten de landsgrenzen. Daarom zijn de filmtheaters ook niet meer weg te denken op educatief gebied. Naast het reguliere, en eigen educatieve aanbod zijn de filmtheaters voor scholen, zowel het primair als het voortgezet onderwijs, dé aanspreekpunten en bemiddelaars op het gebied van film- en beeldeducatie. Het opzetten van een netwerk van educatiehubs is hier een goede illustratie van. De hubs hebben als doelstelling dat alle leerlingen in Nederland film- en beeldgeletterd worden. De overtuiging hierbij is dat film- en beeldeducatie onmisbaar zijn in de ontwikkeling van kinderen en jongeren, in de huidige (gemedialiseerde) samenleving. Vragen rondom de betrouwbaarheid van het nieuws, de rol van sociale media, het optreden van filterbubbles, de komst van deep fake-technologieën en artificiële intelligentie zijn slechts enkele van de voorbeelden van de onderwerpen die de filmtheaters van de toekomst in hun mediaeducatie agenderen. Begrip ervan is onontbeerlijk voor verantwoord burgerschap en het functioneren van de democratie. Daarnaast zijn ze een belangrijk doorgeefluik voor de vele films die op de Nederlandse filmfestivals in première gaan en zo voor een breder publiek toegankelijk worden.

Dit mag bijvoorbeeld blijken op de snelle manier waarop festivals als het Film by the Sea, het Nederlands Film Festival, Cinekid en het International Documentary Filmfestival Amsterdam hun hybride festivals ten gevolge van de Covid19-maatregelen door het hele land met simultane premières en vertoningen kunnen uitrollen en beschikbaar maken. Zoals geschetst in de Handreiking Filmtheaters in beweging uit 2015 vormen de filmtheaters een belangrijke schakel in het zichtbaar en toegankelijk maken van de resultaten van het cultureel-economische beleid en aanbod op filmgebied in Nederland. Een ander goed voorbeeld is het onlangs tot ‘Kijk ons’ omgedoopte initiatief van voorheen de (Nederlandse) Filmnacht, een samenwerkingsverband van NFO (Nederlands Filmtheater Overleg), Nederlands Film Festival, Filmfonds en Eye om Nederlands aanbod via speciale vertoningen en randprogrammering dichter bij het publiek te brengen. Naar analogie van bijvoorbeeld de Museumnacht, werd de Filmnacht aanvankelijk in het leven geroepen om jongeren meer in contact te brengen met de Nederlandse film. De doelgroep is nu uitgebreid naar het grote potentieel van filmliefhebbers dat nog niet op regelmatige basis de weg naar het filmtheater aflegt.

Behalve deze functie in een landelijk netwerk, ontplooien de filmtheaters ook tal van eigen initiatieven in de vorm van talentprogramma’s, filmfestivals en bijzondere programma’s die bijdragen aan de diversiteit van het Nederlandse filmaanbod. Door de vele regionale links en samenwerkingsverbanden zijn ze ook vaak het eerste podium voor talenten die nog niet of niet goed genoeg op het landelijke netwerk zijn aangesloten. In samenwerking met de regionale broedplaatsen en educatiehubs vormen ze een opstap naar het landelijke en het internationale veld. Voor het vervolg op Cinema Digitaal willen de filmtheaters en bioscopen daarom graag weer gezamenlijk optrekken. Door de veranderde economische en financiële situaties is er behoefte aan nieuwe collectieve investeringen en steun bij de aanschaf van nieuwe apparatuur. In deze tweede fase wordt gekeken hoe de krachten opnieuw gebundeld kunnen worden. Het gaat hierbij naar schatting om 121 theaters met in totaal 265 filmdoeken. Dat zijn de grote filmtheaters (NFO leden, aangesloten bij het Nederlands Filmtheater Overleg), de kleinere filmhuizen en de onafhankelijke artistieke filmtheaters. Hiervoor wordt een financiële bijdrage gevraagd bij het ministerie van OCW voor een bedrag van € 6 miljoen.

Met deze bijdrage kunnen de filmtheaters vanaf eind 2021, begin 2022 investeren in de vernieuwing van de digitale projectoren inclusief geluid, goed voor een periode van wederom 10 jaar. Het resterende bedrag zal gerealiseerd moeten worden vanuit regionale/lokale overheden en eigen middelen, eventueel vormgegeven door middel van een gezamenlijke leen/leaseconstructie.

>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Erfgoed en Kunsten Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Onze referentie 32795037 Bijlagen Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1)

Datum

23 mei 2022

Betreft

Hoofdlijnenbrief cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

Cultuur is van wezenlijk belang voor onze samenleving en een investering in onze maatschappij. Het brengt mensen bij elkaar, daagt uit en biedt nieuwe perspectieven. Zonder cultuur wordt het leven schraal, dof en bleek. Zonder cultuur ontbreken inspiratie, plezier en verbinding. En zonder cultuur staan we stil. Een nieuwe blik op de wereld of op je leven, krijg je tijdens een voorstelling, een bezoek aan een iconisch gebouw of gebied, een tentoonstelling, bij het zien van een film of in al die andere momenten waarop cultuur ons bestaan verrijkt. Cultuur maakt bovendien herkenning mogelijk én toont verschillen tussen mensen. De cultuursector heeft het zwaar gehad tijdens de coronacrisis. De toekomst van de sector heeft onder grote druk gestaan en het is op z’n zachtst gezegd nog altijd een uitdagende tijd. De komende periode staat in het teken van herstel, vernieuwing en groei. De extra middelen die dit kabinet beschikbaar stelt uit het coalitieakkoord voor cultuur zijn hierbij een belangrijke steun in de rug. Dit jaar gaat het om €135 miljoen en in de jaren hierna loopt het bedrag op naar €170 miljoen structureel per jaar.1 Deze investering maakt het mogelijk de grote uitdagingen waar het culturele en creatieve veld voor staat aan te pakken en het culturele leven weer te laten bloeien.

In mijn eerste maanden als staatssecretaris heb ik inspirerende ontmoetingen gehad met bevlogen mensen uit de culturele wereld. De gesprekken met makers, culturele organisaties, en bestuurlijke partners over wat zij nodig hebben, waren een belangrijke bron bij het uitwerken van de maatregelen in deze brief. Daarnaast is de Kamerbrief van 16 november jl. met de contouren van een herstelplan voor mij een belangrijk vertrekpunt geweest.2

1

Voor 2022 heeft het kabinet voor cultuur en media in totaal € 150 miljoen gereserveerd. Hiervan is €

135 miljoen voor cultuur en € 15 miljoen voor media. Voor de jaren 2023 e.v. is met het coalitieakkoord € 170 miljoen voor cultuur gereserveerd. 2

Kamerbrief over stand van zaken moties en toezeggingen over cultuur |16-11-2021 Pagina 1 van 11

Het eerste deel van mijn brief richt zich op herstel. Dit geef ik vorm langs vijf lijnen, waarmee de sector weer gezond, sterk en weerbaar moet worden:  De eerste lijn stimuleert een verdere herstart. Het is noodzakelijk dat de culturele en creatieve sector weer gaat draaien, dat het publiek terugkomt en dat er cultuur gemaakt en beoefend wordt.  De tweede lijn gaat over de arbeidsmarkt. De culturele arbeidsmarkt heeft tijdens de coronacrisis klappen gehad en zwakke plekken zijn blootgelegd. Een sector die aantrekkelijk is om in te werken draagt bij aan herstel.  De derde lijn betreft makers. Met de herstelmaatregelen zorg ik ervoor dat makers kansen krijgen zich te ontwikkelen en weer aan de slag kunnen.  De vierde lijn richt zich op jongeren. De coronacrisis heeft veel impact op jongeren gehad: sociaal, economisch en mentaal. Ik wil daarom deze groep extra aandacht geven.  De vijfde lijn is innovatie. Corona toonde het innovatieve vermogen van de cultuursector. Het publiek waardeert de combinatie van fysieke en digitale cultuurbeleving.3 Deze innovatie wil ik blijvend ondersteunen, want zij maakt de sector sterker en flexibeler.

Onze referentie 32795037

Het tweede deel van deze brief gaat in op andere opgaves uit het coalitieakkoord waar ik nog dit jaar een begin mee maak. Het gaat hierbij om een Nationaal Slavernijmuseum en een Nationaal Historisch Museum, de gevolgen van ruimtelijke transities voor het cultureel erfgoed, het potentieel van de creatieve industrie, een bibliotheekvoorziening in elke gemeente, leesbevordering en cultureel audiovisueel aanbod. Na het slot van deze brief is een overzicht toegevoegd met de maatregelen voor dit jaar, inclusief de gereserveerde bedragen. Tevens reageer ik in deze brief op een aantal moties die de Kamer het afgelopen jaar indiende voor het herstel van de sector. Op het andere onderdeel van de portefeuille waar ik verantwoordelijk voor ben – Media – ga ik in deze brief niet in. Op dit onderdeel ontvangt u separaat een hoofdlijnenbrief. Herstel Bijna twee jaar verkeerden musea, theaters, bioscopen, monumenten en cultuurinstellingen in moeilijke omstandigheden. Honderden culturele organisaties moesten lange tijd hun deuren sluiten. Makers kregen minder opdrachten, waardoor hun inkomsten drastisch achteruitgingen. Zzp’ers zochten hun heil elders. Bij amateurverenigingen liep het aantal leden terug en datzelfde gold voor vrijwilligers bij cultuurinstellingen.

Beginnend talent en een nieuwe generatie makers konden zich niet of nauwelijks aan publiek laten zien of vlieguren maken in hun startende beroepspraktijk. De coronacrisis bood tegelijkertijd ook kansen voor experiment, vernieuwing en reflectie. Ontwerpers, van modemakers tot gamedesigners, kregen meer ruimte en tijd elkaar digitaal te ontmoeten, kennis uit te wisselen en te werken aan nieuwe toepassingen. Zo konden thuiswerkende makers en kunstenaars toch werk ontwikkelen via digitale technieken en collecties. Liveoptredens waren vaker via streaming te zien en dat leidde tot nieuw publiek.

3

https://www.ser.nl/nl/Publicaties/nederland-verder-na-coronacrisis |20-07-2021 Pagina 2 van 11

Om herstel en vernieuwing te bevorderen wil ik los van de in deze brief aangekondigde maatregelen kijken hoe ik de komende periode de sector meer rust en ruimte kan geven. Zo staat in de verkenning van de Raad voor Cultuur Beweging in het bestel een voorstel voor een verlenging van de subsidieperiode van de basisinfrastructuur.4 Ik kom hier op terug in een separate brief.

Onze referentie 32795037

Daarnaast blijft het kabinet in gesprek met de sector over de wijze waarop deze zo lang mogelijk open kan blijven bij een mogelijke heropleving van het coronavirus. Niet voor niets heeft het kabinet in de Kamer toegezegd ‘met name die publieke (en private) sectoren in het oog te zullen houden’ die bij een opleving mogelijk geraakt kunnen worden.5 a. Herstart Op dit moment zijn culturele instellingen weer volledig open en kan weer volop kunst worden beoefend en beleefd. Maar het gedrag van het publiek is niet terug bij het oude. Niet iedereen voelt zich veilig genoeg weer naar een concert of museum te gaan. Kaarten worden niet meer maanden van tevoren gekocht, maar pas als zeker is dat de voorstelling doorgaat. En waar in het verleden gold: the show must go on, is het afgelasten van voorstellingen of concerten wegens quarantaine van medewerkers ineens een nieuwe realiteit geworden. Ik neem daarom een aantal maatregelen die zich richten op zowel de vele vrijwilligers in het veld als op het publiek. Mooie voorstellingen, films en exposities zijn de beste manier het publiek te verleiden terug te keren. Daarom investeer ik in het weer opstarten van producties en ondersteun ik publiekscampagnes. De Museumvereniging krijgt bijvoorbeeld middelen voor een campagne om museumbezoek te stimuleren. Ook wil ik culturele programmering bij de publieke omroep vergroten.

Zo worden makers ondersteund en wordt tegelijkertijd een breder publiek gestimuleerd terug te keren naar theaters, musea en bioscopen. Evenals uw Kamer, die in de motie Werner c.s. verzocht drempels weg te nemen voor mensen met een handicap om deel te nemen aan cultuur, hecht ik grote waarde aan de toegankelijkheid van voorstellingen voor mensen met een beperking.6 Om te toetsen of voorstellingen door de impact van de crisis minder toegankelijk waren ben ik in gesprek gegaan met de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten. Veel voorstellingen zijn door de crisis afgelast, hetgeen zowel mensen met als zonder beperking heeft geraakt. Ik constateer ongelijkheid binnen de sector als het gaat om inspanningen voor mensen met een beperking. Daarom stimuleer ik in het kader van de Code Diversiteit & Inclusie dat stappen worden gezet op het gebied van toegankelijkheid. Er zijn al goede voorbeelden, zoals het programma van het Nationale Theater (HNT Onbeperkt). Dit soort initiatieven is waardevol omdat het bijdraagt aan een bredere toegankelijkheid van het cultuuraanbod. De vrijwillige inzet voor cultuur en de actieve cultuurbeoefening vormt een belangrijke basis van het culturele leven in ons land. Ook hier hebben de coronamaatregelen grote impact gehad. Het coalitieakkoord benoemt het belang van herstel om zowel professionals, instellingen als amateurverenigingen er weer

4

Beweging in het bestel | Advies | Raad voor Cultuur|31-3-2022

5

Kamerbrief over langetermijnstrategie en Kamerbrief over langetermijnvisie coronasteun|1-4-2022

6

Kamerstuk 35925-VIII-87 |25-11-2021 Pagina 3 van 11

bovenop te helpen. Via de amateurkoepels versterk ik het rijke Nederlandse verenigingsleven. Ook zal ik campagnes ondersteunen om jongeren en ouderen aan te moedigen weer aan culturele (les) activiteiten deel te nemen. Via een bijdrage aan het platform Erfgoedvrijwilliger.nl stimuleer ik tevens dat vrijwilligers zich blijven inzetten voor kunst en cultuur.

Onze referentie 32795037

Een gezonde, sterke culturele en creatieve sector kan niet zonder partijen die investeren in producties en projecten. Die investering, die het culturele leven weer laat bloeien, is de beste manier om werkgelegenheid te creëren en de crisis achter ons te laten. In de herstelperiode heeft de sector behoefte aan flexibele en innovatieve vormen voor financiering en investering zodat culturele organisaties en zelfstandigen zich kunnen concentreren op het maken van cultuur in plaats van financiële zorgen. Via Cultuur+Ondernemen investeer ik in verschillende leeninstrumenten. Zonder dekking van risico’s zijn audiovisuele producties niet verantwoord mogelijk. Daarom tref ik een voorziening om de continuïteit in de audiovisuele sector te waarborgen met betrekking tot verzekeringsrisico’s. Al deze maatregelen dragen er aan bij dat ook mensen achter de schermen, zoals productieleiders, geluidsmensen en podiumbouwers, kunnen terugkeren naar de culturele sector. Hiermee geef ik mede invulling aan de motie van de leden Kwint en Van Strien.7 b. Arbeidsmarkt Een belangrijk aandachtspunt van het kabinet is de positie van werkenden in de culturele en creatieve sector. De arbeidsmarkt in deze sector is voor een groot deel projectmatig georganiseerd.

Werkenden combineren in een jaar vaak meerdere projecten, hebben verschillende opdrachten tegelijk of combineren een kleine dienstbetrekking met een werkpraktijk als zelfstandige. Zowel bij werkenden als bij opdrachtgevers en werkgevers zien we een sterke inhoudelijke gedrevenheid; kwaliteit van het resultaat staat voorop. In het rapport Passie gewaardeerd van de SER en de Raad voor Cultuur wordt geconstateerd dat werkenden in de culturele en creatieve sector een zwakke arbeidsmarktpositie hebben.8 De coronacrisis heeft werkenden in deze sector extra hard geraakt. Het versterken van de positie van werkenden op de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector is een gedeelde verantwoordelijkheid van de hele sector: werkgevers, opdrachtgevers, werknemers, makers, zelfstandigen, ondersteuners, fondsen, bonden, organisaties en overheden. Mijn rol is het ondersteunen en faciliteren van maatregelen die bijdragen aan een duurzame beroepspraktijk voor werkenden in deze sector waarin een eerlijke beloning vanzelfsprekend is. Het kabinet gaat, zoals in het coalitieakkoord is aangegeven, aan de slag met de hervorming van de arbeidsmarkt. Bij het uitwerken daarvan vormen het advies van de commissie Borstlap9 en het Middellange termijn advies van de SER10 de leidraad.

De aanpassingen van de arbeidsmarkt zijn gericht op het werken aan de arbeidsmarkt van de toekomst, een arbeidsmarkt die werkt voor iedereen. De wijze waarop deze ambities worden uitgewerkt, is ook voor de culturele en creatieve sector van belang. Ik verken binnen het kabinet hoe deze uitwerking

7

Kamerstukken 2021-2022, 35 420, nr. 481

8

https://www.ser.nl/nl/publicaties/passie-gewaardeerd

9

Rapport 'In wat voor land willen wij werken?' | Rapport | Rijksoverheid.nl |23-1-2020

10

SER advies: zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving |2021 Pagina 4 van 11

kan bijdragen aan een gezonde en toekomstbestendige arbeidsmarkt voor de culturele en creatieve sector. Ik werk daarom op dit onderwerp nauw samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Onze referentie 32795037

Met de volgende specifieke maatregelen om de culturele arbeidsmarkt te versterken start ik dit jaar. Ten eerste wil ik de sector ondersteunen bij het vinden van manieren om zzp’ers in dienst te nemen. Ik zie namelijk dat op veel plekken vaste aanstellingen zijn vervangen door opdrachtrelaties. De crisis heeft laten zien dat veel zzp’ers onvoldoende verdienen in hun beroepspraktijk om zelf inkomensschommelingen op te vangen of te investeren in scholing en ontwikkeling. Ik geef daarom ruimte aan een aantal pilots die werkgevers faciliteren gezamenlijk freelancers in dienst te kunnen nemen. Ten tweede zie ik dat zzp’ers financieel verzwakt uit de crisis zijn gekomen. Velen hebben hun financiële buffers moeten aanspreken. Spaargeld dat was bedoeld voor een periode van ziekte of voor de oude dag is voortijdig aangesproken. Daarmee is een acuut probleem ontstaan, dat zowel voor de korte als voor de lange termijn aandacht verdient. Voor de korte termijn zal ik daarom pilots inrichten waarbinnen voor deze groep een financiële tegemoetkoming beschikbaar komt zoals een bijdrage in de kosten van een arbeidsongeschiktheids- of pensioenverzekering. Hoewel inmiddels de eerste stappen tot verbetering zijn gezet met de gezamenlijk gedragen arbeidsmarktagenda en de verplichte reflectie op toepassing van de fair practice code door gesubsidieerde instellingen, is nog veel werk te verrichten.

Ik kom daarom in mijn brief na Prinsjesdag terug op dit onderwerp. Ik zal u dan ook informeren over het onderzoek naar de huidige situatie van zzp’ers dat momenteel door de Boekmanstichting wordt uitgevoerd. Daarbij betrek ik eveneens de data van de CBS-statistieken over omzetgegevens van zzp’ers in de sector. c. Makers De coronacrisis heeft grote gevolgen gehad voor makers en uitvoerenden. Producties en projecten kwamen stil te liggen en het aantal opdrachten van makers liep terug. Via verschillende maatregelen wil ik bijdragen aan het op gang brengen van de opdrachtenstroom. Ik maak geld vrij dat ten goede komt aan onafhankelijke producenten voor de zichtbaarheid van Nederlandse films bij de publieke omroep. Via een regeling van het Filmfonds stimuleer ik dat geïnvesteerd wordt in grote Nederlandse drama-, documentaire- en animatieseries. Met startsubsidies stel ik tevens vrije producenten in de podiumkunsten in staat extra te investeren in nieuwe producties. Dit stimuleert de werkgelegenheid voor makers, technici en decorbouwers. Daarnaast vragen startende makers specifiek mijn aandacht. Door de sluiting van de cultuursector konden zij de eerste stappen – de eerste tentoonstelling, een eerste concert – niet zetten. Het gaat om een aanzienlijk aantal mensen.

Zo studeren per jaar circa 4400 creatieve professionals af binnen het hbokunstonderwijs (beeldende kunst en vormgeving, muziek, theater, dans, film en televisie, bouwkunst, docent kunstvakken). Deze groep van startende cultuurmakers en jonge cultuurprofessionals wil ik via regelingen bij de zes Rijkscultuurfondsen alsnog een kans bieden een podium of werkplek te vinden en een CV en een professioneel netwerk op te bouwen. De opleidingen worden hierbij betrokken waar dat passend is.

Pagina 5 van 11

Voor starters in de erfgoedsector zullen het Mondriaan Fonds en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed specifieke erfgoedregelingen openstellen voor onder andere jonge professionals in collectiezorg, werkervaringsplekken in archeologie, monumentenzorg, restauratie, en inzet van jonge starters bij erfgoedorganisaties.

Onze referentie 32795037

d. Jongeren Jongeren hebben in de coronaperiode veel moeten missen, ook op cultureel vlak. Zo bleef juist het voor hen aantrekkelijke cultuuraanbod van festivals, poppodia en nachtleven het langst gesloten. Cultuurdeelname heeft positieve effecten op ons welzijn.11 Ik heb daarom in het kader van herstel in het bijzonder oog voor cultuurparticipatie van en cultuuraanbod voor jongeren. Met een impuls jongerencultuur geef ik extra ondersteuning aan lokale plekken en initiatieven voor jongeren om zich creatief te ontwikkelen, zowel in de stad als in de regio. Het is belangrijk aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren. De huidige generatie heeft een do it yourself -mentaliteit. Jongeren organiseren zich vaker informeel, in tijdelijke projecten en op tijdelijke plekken zoals festivals. Zij verkennen crossovers in urban arts, digitale cultuur, in muziek, spoken word en mode. Hiphop – met muziek, rap, graffiti, dj-ing, dans – is het meest populair.12 De uitvoering van de impuls jongerencultuur krijgt als volgt vorm:  Ik investeer extra in de regeling Samen Cultuurmaken om de cultuurdeelname door jongeren te ondersteunen. Initiatieven in kleinere gemeenten kunnen een beroep doen op deze regeling die onderdeel uitmaakt van het programma Cultuurparticipatie.

 Voor de grotere steden (G4 en G40) komt een regeling die activiteiten en vormen stimuleert van eigentijdse cultuurbeoefening. Samen met andere overheden wil ik goed doordenken hoe wij het lokale cultuurklimaat voor jongeren kunnen ondersteunen. Dat zal verschillen per stad en regio. Ik denk bijvoorbeeld aan repetitieruimtes, broedplaatsen, creatieve hubs en andere plekken waar jongeren zich organiseren om nieuwe vormen van cultuur te maken.  In samenwerking met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap investeer ik in 2022 en 2023 in de MBO Card. Hiermee wordt het voor alle mbo-scholen en studenten in Nederland makkelijker tijd te besteden aan kunst en cultuur. Tegelijk wordt onderzocht wat hiervan de effecten zijn voor het burgerschapsonderwijs. Naar model van de Cultuurkaart in het voorgezet onderwijs, komt op de MBO Card een budget per student. Aan deze stimulans is een monitorings- en evaluatieonderzoek gekoppeld. Uw Kamer wordt over de uitkomsten geïnformeerd.  Bovendien werk ik samen met de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan het betrekken van de cultuursector bij het bespreekbaar maken van mentale gezondheid en deze te versterken via actieve cultuurdeelname. Voor de uitwerking hiervan verwijs ik naar de brief die de staatssecretaris van VWS voornemens is voor de zomer naar de Kamer te sturen. e.

Innovatie Het gebruik van digitale middelen vergroot het publieksbereik en maakt nieuwe vormen van presentatie of creatie mogelijk. Culturele organisaties hebben tijdens de coronacrisis de mogelijkheden en meerwaarde van digitale en hybride

11

WHO/Europe |What is the evidence on the role of the arts in improving health and well-being? (2019)

12

LKCA, 2019 (jeugdcultuurmonitor) Pagina 6 van 11

werkwijzen ontdekt. Denk aan livestreams met een groot internationaal publieksbereik, online kunstlessen die op school gevolgd kunnen worden op ieder gewenst tijdstip, nieuwe opdrachten aan jonge makers voor digitale producties of podia die zich met online aanbod specifiek richten op bezoekers voor wie een fysiek bezoek door leeftijd of een beperking lastig is. Burgerdialogen van de SER laten zien dat het publiek de combinatie van digitale en fysieke cultuurbeleving waardeert.13

Onze referentie 32795037

Culturele instellingen werken nu vaak projectmatig en zelfstandig of in kleine samenwerkingsverbanden aan de digitale transformatie van hun organisatie. Hierdoor wordt het “digitale wiel” regelmatig opnieuw uitgevonden. Denk hierbij aan het ontwikkelen van een eigen platform, het zelf ontwikkelen van online publieksonderzoek of oplossingen voor onderwerpen als auteursrecht en AVG. Digitale transformatie maakt de sector sterker en flexibeler, maar vraagt wel een andere werkwijze en nieuwe vaardigheden. Om de sector hierbij te ondersteunen kies ik voor een aanpak waarbij gezamenlijke kennisontwikkeling gestimuleerd wordt en geïnvesteerd wordt in infrastructuur en innovatie. Dit doe ik onder andere door het voortzetten van de Innovatielabs en deskundigheidsbevordering via DEN, kennisinstituut voor cultuur en digitale transformatie. Ook wil ik in dit kader de filmtheaters de helpende hand toesteken. Om de verouderde digitale projectoren van de filmtheaters te vernieuwen verleen ik hiervoor een incidentele financiële bijdrage, in de verwachting dat die wordt gematcht door medeoverheden en filmtheaters zelf. De motie Gündoĝan c.s.

roept op goed aangesloten te zijn bij Europese ontwikkelingen op het terrein van de digitale transformatie zodat onze sector geen kansen mist.14 Nederland volgt de ontwikkelingen in Europa op dit terrein en zet in op kennisdelen en samenwerken, bijvoorbeeld door het ondersteunen van Raadsconclusies.15 Ik constateer dat grotere (kennis)instellingen de weg naar Europese middelen en samenwerking goed weten te vinden. Voor de kleinere organisaties is dat lastiger. Zij kunnen terecht bij Dutch Culture. Deze organisatie is van oudsher de vraagbaak voor het EU cultuur- en mediaprogramma Creative Europe, maar informeert inmiddels ook over andere Europese fondsen en aanvullende financiering, zoals digitalisering. Verdere uitwerking coalitieakkoord In deze brief staan herstel, vernieuwing en groei centraal. Hieronder beschrijf ik mijn voornemens en de maatregelen die ik wil treffen met betrekking tot musea, creatieve industrie, cultureel erfgoed, bibliotheken, leesbevordering en cultureel audiovisueel aanbod. Musea Ik hecht belang aan de komst van een Nationaal Slavernijmuseum en volg de ontwikkelingen die de gemeente Amsterdam hiertoe al in gang heeft gezet. Zoals de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad adviseerden, is het van belang dat er een museum komt gewijd aan ons slavernijverleden. De komende

13

https://www.ser.nl/nl/Publicaties/nederland-verder-na-coronacrisis

14

Kamerstuk 35925-VIII-93 |22-11-2021

15

Council conclusions on the recovery, resilience and sustainability of the cultural and creative

sectors|2021 Pagina 7 van 11

tijd werk ik uit hoe ik verder ga bijdragen aan de totstandkoming van een dergelijk museum. Ook de opdracht om een bijdrage te leveren aan een Nationaal Historisch Museum heeft mijn aandacht. Ik ga de komende tijd na welke initiatieven en ideeën reeds bestaan. Dit doe ik samen met betrokkenen uit cultuur, onderwijs en wetenschap. Ik zal daarbij verkennen op welke wijze de Nederlandse geschiedenis (nog) toegankelijker gemaakt kan worden. Bij de uitvoering van deze opgave betrek ik de motie Heerma en Marijnissen.16 In mijn brief na Prinsjesdag met mijn plannen voor 2023 en verder informeer ik u over het vervolgproces en voortgang.

Onze referentie 32795037

Ik start nog dit jaar met de implementatie van de Beleidsvisie collecties uit een koloniale context.17 Dit vloeit voort uit mijn verantwoordelijkheid voor de Rijkscollectie en de maatschappelijke roep om reflectie op het koloniaal verleden en de teruggave van cultuurgoederen. Ik zal de Kamer voor de zomer informeren over de voortgang. De motie van het lid Werner c.s.18 verzocht de regering in het kader van herstel van de culturele en creatieve sector om de mogelijkheden te verkennen van langjarige verhoging van het indemniteitsplafond. Ik ga hierover in gesprek met het Ministerie van Financiën. Als laatste kan ik u melden dat vooruitlopend op mijn beleidsreactie op het advies van de Commissie Collectie Nederland nog dit jaar het Nationaal Aankoopfonds aanvul en dat ik middelen vrijmaak voor de continuering van de bescherming van belangwekkende cultuurgoederen, waaronder voor de Bijdrage Aankopen bij het Mondriaan Fonds.19 Cultureel erfgoed Onze wereld verandert snel. Daarom is het goed regelmatig achterom te kijken. Want wat achter je ligt, bepaalt immers hoe je vooruitkijkt. Cultureel erfgoed is dan ook integraal onderdeel van het cultuurbeleid. De omgang met erfgoed vraagt in deze periode aandacht in het licht van de opgaven waar Nederland voor staat.

Zo willen we snel woningen bouwen en de gevolgen van klimaatverandering het hoofd bieden, maar we willen ook ons erfgoed behouden. Voor een goede planning van woningbouw is het belangrijk erfgoed boven en onder de grond aan de start van de planvorming in beeld te hebben. Daarom zorg ik ervoor dat de positie van cultureel erfgoed bij de grote transities verder wordt versterkt. Dit is een kabinetsbrede opgave in lijn met de ambities van Mooi Nederland, het programma Woningbouw en de aanscherping van de Nationale Omgevingsvisie. De verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is ook een majeure opgave. Rijksmonumenten die geen woonfunctie hebben, kunnen gebruik gaan maken van de Investeringssubsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed.20 Verder ga ik samen met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bezien hoe monumenten kunnen worden opgenomen in het Nationaal Isolatieprogramma.21

16

Kamerstuk 35 925, nr. 17 |25-3-2022

17

Kamerstuk 32 820, nr. 405 |29-1-2021

18

Kamerstuk 32 820, nr. 422 |14-6-2021

19

Het Nationaal Aankoopfonds wordt met € 19 mln. aangevuld vanuit de eindejaarsmarge van 2021.

20

Investeringssubsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)

21

Kamerstuk 30196, nr. 787 |4-4-2022 Pagina 8 van 11

Er is een structurele overvraag als het gaat om de subsidie voor rijksmonumenten in het aardbevingsgebied in Groningen. Daarom wil ik ook dit jaar bijdragen aan de voortzetting hiervan. Hiermee geef ik invulling aan de motie De Vries c.s.22 Daarnaast zal ik het Molenfonds in 2022 extra ondersteunen. Dit fonds van de Vereniging de Hollandsche Molen speelt een belangrijke rol in de specifieke zorg voor de 1.200 molens in Nederland. Met deze middelen kan het fonds het werk van de afgelopen jaren continueren. Ook zal ik de Woonhuisregeling in de huidige vorm tot 2024 verlengen. Zo geef ik eigenaren de zekerheid die nodig is voor de organisatie van onderhoud aan hun woonhuismonument. De komende maanden verken ik hoe kwaliteit, samenhang en stabiliteit binnen het stelsel van monumentenzorg kunnen worden versterkt en vernieuwing vorm kan krijgen. Ten aanzien van het archeologiestelsel kom ik met een beleidsreactie op het advies ‘Archeologie bij de tijd’. Beide brieven ontvangt uw Kamer, zoals aangekondigd, voor het einde van het jaar.

Onze referentie 32795037

Creatieve industrie De innovatieve kracht van de creatieve industrie is groot. Makers en instellingen in ontwerpdisciplines zoals architectuur, vormgeving en digitale cultuur kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de aanpak van maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en de woonopgave. Ontwerpers hebben de kennis en kunde in huis met verbeeldingskracht de mogelijke toekomst te laten zien en alternatieven te tonen. Bovendien is het belangrijk dat het perspectief van de gebruiker en burger goed wordt meegenomen. Ontwerpers kunnen dit bij uitstek. Ik zal de inzet van ontwerp bij maatschappelijke opgaven kracht bijzetten door dit jaar een programma te starten dat de impact van ontwerpend onderzoek vergroot. Hierbij werk ik samen met het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, CLICKNL, de Sociaal Creatieve Raad, het Topteam Creatieve Industrie en de Rijksbouwmeester en zijn college. Openbare bibliotheken De bibliotheek is de meest laagdrempelige, algemene publieke cultuurvoorziening die door alle bevolkingsgroepen wordt bezocht, ongeacht leeftijd, inkomen, opleiding of sociale klasse. Door het brede aanbod van diensten en activiteiten draagt de bibliotheek bij aan persoonlijke ontwikkeling, aan verbetering van maatschappelijke kansen en aan sociale cohesie.

De evaluatie van de Bibliotheekwet uit 2020 laat over de afgelopen circa tien jaar een afname van het aantal bibliotheekvestigingen zien. De behoefte blijft echter groot. Daarom streeft het kabinet de komende periode naar een toekomstbestendige bibliotheekvoorziening in elke gemeente. Ik wil samen met de gemeenten en provincies inzetten op deze ambitie uit het coalitieakkoord, waarbij aanpassing van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen tot de mogelijkheden behoort. Dit jaar start ik met deze opgave in Caribisch Nederland. Ik ondersteun het plan van Bonaire voor een volwaardige bibliotheek op een nieuwe locatie die beter bereikbaar is voor de jeugd. De uitvoering daarvan kan dit jaar al starten. Daarnaast zullen de gesprekken starten op Saba en Sint Eustatius om de behoeften van deze twee eilanden in kaart te brengen voor de algehele versterking van de kwaliteit van toekomstgerichte bibliotheekvoorzieningen in Caribisch Nederland.23 De online bibliotheek is sinds de coronacrisis aanmerkelijk gegroeid en is een essentiële functie geworden in het bibliotheekstelsel. Dit blijkt

22

Kamerstuk 33529, nr. 935 |16-12-2021

23

Kamerstuk 31288, nr. 942 |17-2-2022 Pagina 9 van 11

ook de uit de evaluatie die onlangs is uitgevoerd naar het e-lending convenant.24

Onze referentie 32795037

Deze ontwikkeling wil ik extra ondersteunen. De financiële steun komt bovendien volledig ten goede aan de schrijvers en hun uitgevers. Leesbevordering Het maatschappelijke belang van goed kunnen lezen is groot. Goed kunnen lezen geeft toegang tot de basisvoorzieningen in onze samenleving. We zien echter dat jongeren moeite hebben met diep en kritisch lezen.25 Door de coronacrisis hebben leerlingen extra vertraging opgelopen in begrijpend lezen. 26 Het is ook slecht gesteld met de leesmotivatie; bijna de helft van de 15-jarigen vindt lezen tijdverspilling, terwijl juist leesmotivatie leesniveaus verhoogt. Onderzoek heeft aangetoond dat lezen leidt tot meer begrip en genuanceerde opvattingen. Het lezen van verhalen brengt ons dichter bij elkaar. Leesbevordering vormt dan ook een grote uitdaging, zowel voor ouders, leerkrachten als de professionals in de bibliotheken en de letterensector. Dit onderwerp raakt de portefeuilles van alle OCW-bewindslieden. Wij zullen ons gezamenlijk inzetten om de samenwerking tussen scholen (inclusief het MBO), bibliotheken en de omgeving rond jongeren te versterken. Cultureel audiovisueel aanbod Het Nederlands cultureel audiovisueel aanbod weerspiegelt de verscheidenheid aan verhalen en leefwerelden in onze samenleving.

Door het toegenomen internationale aanbod vind ik het belangrijk dat de productie, toegankelijkheid en zichtbaarheid van films, series en documentaires van Nederlandse bodem worden gestimuleerd. Ik zal uw Kamer binnenkort in een aparte brief hierover informeren. Hierin zal ik ingaan op een investeringsverplichting voor streamingsdiensten zoals in het coalitieakkoord is aangekondigd en het wetsvoorstel hiertoe. Tot slot Cultuur is wat beschaving kenmerkt. Ik realiseer me dat de afgelopen twee jaar veel is overhoopgehaald en losgemaakt. Nu is het moment de handen ineen te slaan en de sector weer te laten bloeien. De plannen en maatregelen in deze brief gaan hieraan bijdragen, maar daarmee zal niet alles meteen op orde zijn. Samen met professionals in de culturele en creatieve sector, gemeenten en provincies wil ik vol energie de uitdagingen van de komende jaren aangaan. Op dit moment ben ik de plannen voor de structurele investering van €170 miljoen per jaar vanaf 2023 verder aan het uitwerken. Hierover blijf ik in gesprek met makers, conservatoren, regisseurs, docenten, vrijwilligers, al die anderen uit de culturele en creatieve sector en mijn medebestuurders. Deze uitwerking volgt in een tweede brief, na Prinsjesdag.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gunay Uslu

24

Evaluatie Convenant e-lending | Rapport | Rijksoverheid.nl|29-9-2021

25

Uit de meest recente PISA-peiling (2018) bleek dat 24% van de Nederlandse 15-jarigen niet in staat

was het basisniveau te halen. 26

Eerste voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs (2021). Pagina 10 van 11

Onze referentie 32795037

Financieel overzicht uitwerking coalitieakkoord 2022 | Herstel, vernieuwing en groei Maatregel Herstel a. Herstart Publiekscampagnes voor kunstbezoek en -beoefening en ondersteuning amateurkunst en (erfgoed)vrijwilligers Actieplan cultuur: podium op de publieke omroep Doortrekken leen/investeringsfaciliteiten C+O Uitbreiding continuïteitsregeling culturele AV-producties b. Arbeidsmarktpositie Versterking positie werkenden (stimulans herstel flex en impuls gezond zzp-schap) c. Makers Production Incentive high-end series en zichtbaarheid speelfilms bij publieke omroep (Her)startsubsidies vrije producenten Programma impuls startende makers / professionals d. Jongerencultuur Programma impuls jongerencultuur Uitbreiding pilot MBO cultuurkaart met budget e. Innovatie Versnellen en ondersteunen van de digitale transformatie culturele en creatieve sector Innoveren filmtheaters voor de zichtbaarheid van cultureel AVaanbod Vervolg Innovatielabs culturele en creatieve sector

x mln. 122,1

Verdere uitwerking coalitieakkoord 2022 Musea Koloniale collecties Bescherming belangwekkende cultuurgoederen - Collectie Nederland Cultureel Erfgoed Leefomgeving: programma werkvoorbereiding erfgoed en woningbouw Voortzetten subsidieregelingen Groningen Vervolg fonds voor molens Creatieve industrie Inzet van ontwerp en ontwerpend onderzoek bij maatschappelijke opgaven Openbare Bibliotheken Bibliotheken Caribisch Nederland (Bonaire) E-lending online bibliotheek Totaal

13,2

4 5 15 5,0 10

12,5 20 9,9 19,6 2,5 5,1 6 7,5

0,9 1,1 1,5 2,5 2,5 0,5

1,05 3,15 135,3

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=61ffa012-82b7-4bde-8703-87f9863110d4