9. Besluit ontheffing Provincie
Tekst van het document
Besluit Verlenen ontheffing
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Onderwerp
Wet natuurbescherming soortbescherming Inlichtingen bij
Woonfront Vossenlaan Nijmegen BV t.a.v. Dhr. B. van de Ven De Ring 12 5261 LM Vught
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 23
Locatie
Gemeente
Vossenlaan 44 Nijmegen
Nijmegen
Activiteit
Sloop en nieuwbouw
Beste meneer van de Ven, Hierbij ontvangt u een definitief besluit over bovengenoemde aanvraag. Wij verlenen u deze ontheffing. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze ontheffing beschreven in bijlage 1. In bijlage 2 is een kaart van het projectgebied opgenomen en in bijlage 3 zijn de locaties van de mitigerende maatregelen weergegeven. Neem alle bijlagen goed door. Besluit U ontvangt nu het definitieve besluit. Wij publiceren dit definitieve besluit op www.overheid.nl. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend, kunnen in beroep gaan tegen het besluit.
Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl
BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
2 van 23
Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Martin Kaal Teammanager Vergunningverlening
Documentnummers inzage stukken: 03235056, 03235064, 03235065, 03235066, 03235067, 03319211, 03325517, 03331154, 03349587, 03349645, 03349654, 03349781, 03350729, 03350788, 03350842, 03351192, 03355769, 03359616, 03370891.
Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland via telefoonnummer (088) 361 2000 of op www.rechtspraak.nl. Bijlagen • Bijlage 1 – Toelichting besluit • Bijlage 2 – Kaart projectgebied • Bijlage 3 – Locatie mitigerende maatregelen
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
3 van 23
BIJLAGE 1 Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van Woonfront Vossenlaan Nijmegen BV, De Ring 12, 5261 LM te Vught, hierna te noemen de aanvrager, van 6 april 2020 om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. De opbouw van deze beslissing is als volgt: Allereerst worden de ingediende aanvraag en het procesverloop toegelicht; Daarna volgt het besluit met inbegrip van de voorschriften; Onder het kopje ‘beoordeling’ wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; De beslissing wordt afgesloten met enkele algemene bepalingen en een toelichting op het verdere procesverloop (‘overige verplichtingen’ en ‘zienswijzen’). AANVRAAG EN PROCESVERLOOP Op 6 april 2020 ontvingen wij een aanvraag van Woonfront Vossenlaan Nijmegen BV voor een ontheffing in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.5 lid 2 en lid 4 voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger en het opzettelijk verstoren van vleermuizen. De ontheffing wordt aangevraagd in het kader van het in de wet genoemde belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid en voor andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
De aanvraag maakt deel uit van deze ontheffing. Er is voor het aangevraagde project niet eerder een ontheffing verleend. Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Op 11 september 2020 hebben wij van de aanvrager aanvullende stukken ontvangen waarom wij in een telefonisch overleg van 26 augustus 2020 hebben verzocht. Het ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn zienswijzen ingekomen als reactie op de terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Er heeft een toets plaatsgevonden naar de effecten van het project op de Natura 2000-gebieden Sint-Jansberg en De Bruuk. Er is aangegeven dat er geen negatieve effecten zijn. De initiatiefnemer vraagt geen vergunning aan. Wij maken u attent op de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 dat voor een toename van stikstofdepositie, hoe klein ook, een vergunningplicht geldt. Wij adviseren u met inachtneming van de uitspraak opnieuw naar de stikstofdepositie van uw project te kijken. Op deze aanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
4 van 23
BESLUIT Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN gelet op de artikelen 3.8 lid 1 en lid 5 van de Wet natuurbescherming ONTHEFFING TE VERLENEN aan Woonfront Vossenlaan Nijmegen BV, De Ring 12, 5261 LM te Vught voor de soorten, verbodsbepalingen en wettelijke belangen zoals weergegeven in tabel 1 Tabel 1 Soorten, verboden en belangen Soort Verbod Gewone Artikel 3.5 lid 2 Het opzettelijk verstoren dwergvleermuis (Pipistrellus Artikel 3.5 lid 4 Het beschadigen of vernielen van pipistrellus) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen Laatvlieger Artikel 3.5 lid 2 Het opzettelijk verstoren (Eptesicus serotinus) Artikel 3.5 lid 4 Het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
Belang A
A
Belang: A. Artikel 3.8 lid 5b onder 3 van de Wnb: in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
Aan deze ontheffing zijn op grond van artikel 5.3 van de Wet natuurbescherming de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1.
De ontheffing geldt voor Vossenlaan 44 te Nijmegen voor het plangebied zoals weergegeven op de kaart in figuur 1 van bijlage 2.
2.
De geldigheidsduur van de ontheffing eindigt op 31 december 2023.
3.
De ontheffing geldt uitsluitend voor de soorten, verboden en het belang zoals weergegeven in tabel 1.
4.
De ontheffinghouder dient contact op te nemen met de Provincie Gelderland indien er verbodsbepalingen worden overtreden, waarvoor geen ontheffing is verleend. Dit kan het geval zijn als er negatieve effecten optreden op soorten waarvoor geen ontheffing is verleend of als er onverwachte negatieve effecten van de activiteiten optreden. Dit kan via emailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2020-004802.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
5 van 23
5.
Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.
6.
De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de activiteiten van de ontheffing worden uitgevoerd over een (digitale) kopie van deze ontheffing, en tonen deze op verzoek aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.
7.
De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen zijn op de hoogte van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.
8.
Indien de ontheffinghouder de ontheffing in zijn geheel wil overdragen dan dient voor deze naamswijziging toestemming te worden gevraagd bij de Provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2020-004802.
9.
Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waarvoor de ontheffing is verleend moet melding worden gedaan van de datum van start van de werkzaamheden bij de Provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2020004802.
10. De voorgenomen werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige1 op het gebied van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. 11. Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waarvoor de ontheffing is verleend, dient door de ontheffinghouder een ondertekende opdrachtbevestiging van de ecologische begeleiding te worden verstrekt aan de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2020-004802. In de opdrachtbevestiging dient een omschrijving van de ecologische begeleiding, de naam en het telefoonnummer van de ecologisch deskundige te worden vermeld. 12. De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat de ecologisch deskundige tijdens het aanbrengen van de mitigerende maatregelen en de ecologische begeleiding alle bevindingen bijhoudt in een logboek. In het logboek wordt vermeld op welke data de deskundige aanwezig was, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en begeleid, en hoeveel exemplaren en verblijfplaatsen van welke beschermde soorten op welke locatie zijn waargenomen. Tevens dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Het logboek moet altijd aanwezig zijn op de projectlocatie en dient door de ontheffinghouder op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 1
De provincie Gelderland verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie, habitats en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en ((soort)specifieke) ecologische kennis heeft. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. Met betrekking tot soorten of specifieke soorten kan als deskundige ook iemand worden aangemerkt die: op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
6 van 23
13. Het logboek dient door de ontheffinghouder uiterlijk twee weken na afronding van de ecologische begeleiding/werkzaamheden aan de provincie Gelderland te worden verstrekt via post@gelderland.nl, onder vermelding van zaaknummer 2020-004802.
Soortspecifieke voorschriften 14. Alle mitigerende maatregelen zoals genoemd onder het kopje ‘In de aanvraag beschreven mitigerende maatregelen en bijlage 3, dienen te worden uitgevoerd. 15. De deskundige zoals genoemd in voorschrift 10 begeleidt in elke geval het plaatsen of aanbrengen van mitigerende maatregelen en het ongeschikt maken van verblijfplaatsen. Voor de werkzaamheden dient een ecologisch werkprotocol opgesteld te worden waarin de voorschriften van deze ontheffing zijn opgenomen en verwerkt. 16. Alle te slopen gebouwen dienen minimaal een 1 week vóór de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden. Dit dient te gebeuren in het actieve seizoen van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 15 oktober, maar buiten de kwetsbare kraamperiode (1 mei tot half juli). Indien er in de winterperiode gewerkt moet worden, dient vóór de winterperiode ongeschikt te worden gemaakt. Op het moment van ongeschikt maken en de 3 daaropvolgende dagen moet de minimale temperatuur bij zonsondergang 10°C zijn. Een deskundige op het gebied van vleermuizen dient het juiste moment en locaties van ongeschikt maken te bepalen. 17. Voor het ongeschikt maken dienen bij de hoeken van de te slopen bebouwing en om de 4 m gaten van minimaal 1m2 in de spouw gemaakt te worden, om voldoende tocht te creëren.
Verder dient zoveel mogelijk dakbedekking, dakbeschot, gevelbetimmering, boeiboorden, muurplaten en kozijnen handmatig verwijderd te worden, zodat spouwen en andere verblijfplaatsen aan de bovenzijde open komen te liggen. Waar nodig kan de bebouwing met bouwlampen nog sterk verlicht worden. 18. Als het praktischer én ecologisch meer verantwoord is, kan ook met exclusion-flaps worden gewerkt. Voor het ongeschikt maken mag geen purschuim gebruikt worden, omdat achter de gaten nog vleermuizen of andere dieren kunnen zitten. Wanneer bestaande gaten worden afgedicht, dient binnen elke twee meter een voor vleermuizen goed bereikbare ontsnappingsmogelijkheid met exclusion-flap te worden gecreëerd. Het ongeschikt maken mag niet met netten gebeuren, omdat hierin vogels of vleermuizen verstrikt kunnen raken. 19. Na het ongeschikt maken dient een controle uitgevoerd te worden of de vleermuizen echt vertrokken zijn, dat is met een vleermuisonderzoek in de avond. De controle dient minimaal 3 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden en in de actieve periode van vleermuizen uitgevoerd te worden en als de minimale temperatuur bij zonsondergang 10°C is. Daar waar de werkzaamheden in de winterperiode plaatsvinden, dient deze controle tussen 15 september en 15 oktober te worden uitgevoerd. 20.
Indien tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen, dient het werk ter plaatse stopgezet te worden totdat de vleermuizen uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige op het gebied van vleermuizen dient hierbij geraadpleegd te worden. Indien de vleermuizen niet uit zichzelf vertrekken, dient contact opgenomen te worden met de provincie Gelderland om toestemming te vragen voor aanvullende maatregelen.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
7 van 23
21. Voordat met de nieuwbouw aangevangen wordt dient bekend te zijn hoe de permanente maatregelen vorm gaan krijgen en waar die gesitueerd zullen worden in de nieuwbouw. Er dienen voorzieningen getroffen te worden die voor de gewone dwergvleermuis geschikt zijn en voorzieningen die voor de laatvlieger geschikt zijn op basis van de op dat moment bekende kennis hierover. Dit dient ter goedkeuring in een memo aan de provincie Gelderland te worden voorgelegd. Binnen het plangebied dient hierbij voldoende spreiding van de maatregelen aanwezig te zijn. 22. De tijdelijk aangebrachte voorzieningen dienen functioneel en ongestoord te blijven, tot de permanente verblijfplaatsen zijn gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij er rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiode. De tijdelijke voorzieningen mogen pas verwijderd worden op het moment dat deze niet in gebruik zijn door vleermuizen en buiten de kwetsbare periodes. De tijdelijke voorzieningen mogen enkel verwijderd worden door een ecologisch deskundige.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
8 van 23
BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Project In de aanvraag beschreven project Op de planlocatie, Vossenlaan 44 in Nijmegen, is een voormalig schoolgebouw van drie tot vier verdiepingen aanwezig. Daarnaast bevinden zich een parkeerterrein en hagen in het plangebied. Het plangebied zal opnieuw worden ingericht, waarbij de aanwezige elementen geamoveerd zullen worden. Een deel van de grond moet gesaneerd worden en er wordt asbest verwijdert. Daarna is nieuwbouw gepland van een appartementencomplexen zorgwoningen. Het huidige parkeerterrein zal zijn functie blijven behouden. De werkzaamheden staan gepland van najaar 2020 tot begin 2022. Onderzoek In de aanvraag beschreven wijze van uitvoering van het onderzoek Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in paragraaf 2.3 op pagina 6 t/m 9 van de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Natuurtoets Vossenlaan 44, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2020). Als vooronderzoek heeft literatuuronderzoek plaatsgevonden (NDFF/verspreidingsatlassen). Er heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar gierzwaluw, steenmarter en vleermuizen. Het onderzoeksgebied en de directe omgeving zijn conform Kennisdocument gierzwaluw en het Vleermuisprotocol 2017 geïnventariseerd.
In de quickscan die heeft plaatsgevonden in maart 2018 is op basis van veldkenmerken (ontbreken mestsporen) aangegeven dat massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis worden uitgesloten. Het onderzoek in de paartijd heeft daarbij ook niet na middernacht plaatsgevonden. Op verzoek van de provincie Gelderland heeft in het najaar van 2020 een extra bezoek in de paartijd na middernacht plaatsgevonden. De resultaten van dit extra onderzoek staan beschreven in de memo “Nijmegen-Vossenlaan 44-Verslag veldbezoek 11 september 2020”. In de aanvraag beschreven ecologische waarden 2 (zomer)verblijfplaatsen laatvlieger 4 zomer-/ paarverblijven gewone dwergvleermuis Niet aangetroffen zijn: Jaarrond beschermde nesten van vogels, overige (beschermde) zoogdieren, reptielen, beschermde amfibieën vissen, vlinders, ongewervelden of planten. In de aanvraag beschreven effecten van het project op de ecologische waarden Door de renovatiewerkzaamheden worden: 2 verblijfplaatsen laatvlieger beschadigd of vernield; 4 zomer-/ paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis beschadigd of vernield; vleermuizen verstoord.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
9 van 23
In de aanvraag beschreven preventieve maatregelen om effecten te voorkomen In een ecologisch werkprotocol wordt aangegeven hoe om te gaan met de aanwezige beschermde dieren of de niet beschermde dieren vanuit de zorgplicht. De sloop vindt plaats buiten de broedperiode van vogels of er vindt vooraf inspectie plaats door een ecologisch deskundige op voorkomende broedgevallen, daardoor wordt doden, verwonden of verstoren van broedende vogels voorkomen. Er foerageren steenmarters op het terrein, verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. Als de te slopen gebouwen lang leegstaan en daarbij voor vleermuizen ongeschikt zijn gemaakt, kan een steenmarter zich hier alsnog vestigen. Indien nodig wordt dan een nieuwe check op verblijfplaatsen uitgevoerd. Er foerageren ook egels op het terrein. Bij werkzaamheden aan het groen of opslag van materialen wordt gecontroleerd of er geen dieren binnen het werkveld aanwezig zijn. In de aanvraag beschreven gedragscode Uit de aanvraag blijkt dat geen gebruik gemaakt wordt van een gedragscode. Nu preventieve maatregelen, ter voorkoming van overtreding van de in hoofdstuk 3 van de Wnb vermelde verboden, niet voldoende in deze aanvraag zijn opgenomen en er geen gedragscode van toepassing is, is voor het uitvoeren van de aangevraagde activiteit een ontheffing nodig.
In de aanvraag beschreven mitigerende maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gewone dwergvleermuis en laatvlieger te beperken worden maatregelen voorgesteld. De mitigerende maatregelen zijn beschreven in paragraaf 2.5 op pagina’s 7 t/m 11 en paragraaf 2.7 op pagina 12 en 13 van de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Natuurtoets Vossenlaan 44, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2020). De maatregelen die de aanvrager dient uit te voeren staan in de soortspecifieke voorschriften en zijn samengevat in tabel 2 onder het kopje Beoordeling in deze ontheffing. In bijlage 3 van deze ontheffing, zijn de locaties van de tijdelijke voorzieningen opgenomen. Beoordeling Beoordeling ecologisch onderzoek en de mitigerende maatregelen Wij hebben het ecologisch onderzoek beoordeeld en wij oordelen dat, met de extra onderzoekronde voor middernachtzwermen op 11 september 2020, het onderzoek voor vleermuizen op de juiste wijze is uitgevoerd en compleet is. Voor de verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn tijdelijke voorzieningen aangebracht. Door de adviseur van de aanvrager is aangegeven dat een redelijke inspanning is geleverd om de tijdelijke kasten binnen een straal van 200 meter aan gevels van derden te mogen plaatsen. Er is aangeven dat hier geen medewerking of toestemming voor is verkregen (mondelinge mededeling Dhr. R.
Noordhuis van De groene ruimte op 21 september 2020). Daarmee was het plaatsen van kasten op stellages en bomen de beste optie voor de tijdelijke mitigatie. De exacte uitvoering en locatie voor de permanente mitigatie in de nieuwbouw is op dit moment nog niet bekend.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
10 van 23
Zodra dit bekend is, maar op zijn laatst, voordat de nieuwbouw van start zal gaan, zal dit in een memo aan de provincie ter goedkeuring worden overlegd (voorschrift 21). Voor de aangevraagde soorten zoals genoemd in tabel 1, zijn hiermee de voorgestelde mitigerende maatregelen voldoende. Naar aanleiding van bovenstaande zijn alle uit te voeren mitigerende maatregelen in tabel 2 opgenomen. Tabel 2 Overzicht van de mitigerende maatregelen. Soorten waarop negatief effect wordt verwacht Gewone dwergvleermuis
Vermijden gevoelige periodes Sloopwerkzaamheden uitvoeren buiten de winterperiode of vooraf ongeschikt maken in paarperiode (tussen 15 sept. en 15 okt.) Sloop buiten de kraamperiode (niet tussen 1 mei en 15 juli).
Laatvlieger
Sloopwerkzaamheden uitvoeren buiten de winterperiode of vooraf ongeschikt maken in paarperiode (tussen 15 sept. en 15 okt.) Sloop buiten de kraamperiode (niet tussen
Tijdelijke mitigatie Plaatsen van 12 tijdelijke vleermuiskasten (type VKWS03 of vergelijkbaar) en 12 (type VKMP03 of vergelijkbaar) minimaal 6 maanden voor het ongeschikt maken . In bijlage 3 zijn de locaties van de voorzieningen opgenomen.
Tijdelijke mitigatie hierboven genoemd is ook bestemd voor laatvlieger. In bijlage 3 zijn de locaties van de voorzieningen opgenomen.
Ongeschikt maken of verjagen ruim vóór de ingreep Voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden worden de verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt. Temperatuur na ongeschikt maken min. 3 avonden > 10 graden bij zonsondergang. Na ongeschikt maken vindt door de ecologisch deskundige met een avondonderzoek een controle plaats of de vleermuizen echt vertrokken zijn.
Voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden worden de verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt. Temperatuur na ongeschikt maken min. 3 avonden > 10 graden bij zonsondergang. Na ongeschikt maken vindt door de ecologisch deskundige met een avondonderzoek een controle plaats of de vleermuizen echt vertrokken zijn.
Permanente mitigatie Aanbrengen van minimaal 16 inbouwkasten verdeeld over nieuwbouw (type IBVL01 of vergelijkbaar) tot maximaal 4 st. geschakeld op een locatie. Of het creëren van geschikte spouwruimte (4 locaties) zonder gebruik van schadelijke materialen. Geen belemmerende elementen in de inen uitvliegroute.
Voor de laatvlieger wordt door bevoegd gezag nog onderzocht wat geschikte mitigatie is. Er zal op minimaal twee locaties binnen de nieuwbouw, speciaal voor laatvlieger ingerichte permanente mitigatie worden aangebracht van ongeveer 1m2 oppervlakte (vergelijkbaar met 4 inbouwkasten) per locatie. Dit conform de “best practices” van dat moment. Geen belemmerende elementen in de inen uitvliegroute.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
11 van 23
Andere bevredigende oplossing Andere bevredigende oplossingen van de werkzaamheden zijn beschreven in paragraaf 2.8 op pagina 14 van de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Natuurtoets Vossenlaan 44, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2020). Beoordeling van de andere bevredigende oplossingen Het project is locatie-specifiek en kan niet elders worden uitgevoerd. De schoolgebouwen hebben hun functie verloren een omzetting tot woonfunctie kan niet zonder meer plaatsvinden. Er is vervuilde grond aanwezig en asbest dat gesaneerd dient te worden. Leegstand levert op termijn verval op met kans op vandalisme en brandstichting In geval van brand kan dit gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Ingrijpende renovatie en sanering, hebben vergelijkbare effecten op de aanwezige beschermde soorten. De werkwijze en planning zijn zoveel mogelijk aangepast op de ecologie van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Wij concluderen dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Belang In paragraaf 2.8 op pagina 14 van de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Natuurtoets Vossenlaan 44, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2020) is beschreven welke wettelijke belang op de werkzaamheden van toepassing zijn. Beoordeling van belangen Sloop, asbestsanering en sanering van de grond is nodig om nieuwe woningen te bouwen.
Het saneren van vervuilde grond en asbest is nodig omdat anders op termijn een gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan. Het bouwen van nieuwe (zorg)woningen voorziet in een maatschappelijke behoefte en een doelstelling van inbreiding van de ruimte in de stad. Wij kunnen instemmen met de in de aanvraag beschreven belang. Het betreft het belang dat is weergegeven in tabel 1. Gunstige staat van instandhouding In paragraaf 2.6 op pagina 11 en 12 van de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Natuurtoets Vossenlaan 44, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2020) is beschreven in hoeverre de gunstige staat van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger in het geding is door de geplande werkzaamheden. Beoordeling van de effecten op de staat van instandhouding van de huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis en laatvlieger Voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger worden geen negatieve effecten verwacht. De werkzaamheden worden in de minst kwetsbare periode voor de soorten uitgevoerd. De verblijfplaatsen worden vóór de kwetsbare periode ongeschikt gemaakt. Er worden voldoende alternatieve verblijfplaatsen tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden geboden.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
12 van 23
Het uitvoeren van de maatregelen als bedoeld in de aanvraag leidt naar verwachting niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Wij kunnen hiermee instemmen.
ZIENSWIJZEN Er zijn 9 zienswijzen binnen gekomen. Door 6 reclamanten is per email een zienswijze ingediend op 26 en 27 oktober 2020. Zij onderschrijven de zienswijze die per email op 27 oktober en per brief op 28 oktober 2020, is ingediend door de Stichting Hart voor Hazenkamp, hierna te noemen reclamant 1. Reclamant 2 heeft per brief op 28 oktober 2020 een zienswijze ingediend. Reclamant 3 heeft per email een zienswijze ingediend op 11 november 2020. Zienswijze 1 van Stichting Hart voor Hazenkamp, binnengekomen op 27 oktober 2020. De zienswijze van reclamant is onderschreven door in totaal 6 buurtbewoners die direct aan of binnen zichtafstand wonen van het projectgebied aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen en ondertekend door de secretaris van de Stichting Hart voor Hazekamp, tevens ook aanwonende van het projectgebied. Reclamant heeft eerst een aantal algemene bezwaren geuit en somt vervolgens een aantal bezwaren op aan de hand van paginanummers van de onderzoeksrapporten behorende bij de aanvraag en het ontwerpbesluit. De volgorde van de paginanummers in deze zienswijze wordt hier voor de duidelijkheid ook aangehouden. Waar een bezwaar nogmaals wordt herhaald wordt verwezen naar een eerder punt waar hetzelfde bezwaar al werd genoemd. Algemene bezwaren: 1.
De reclamant uit zijn twijfels over de onafhankelijkheid van de adviseur De Groene Ruimte ten aanzien van de initiatiefnemer van het project Woonfront Vossenlaan Nijmegen BV. 2. De reclamant stelt dat het ecologisch onderzoek gedateerd is en geactualiseerd zou moeten worden omdat het gebouw de afgelopen 2 jaar grotendeels leeg heeft gestaan. 3. De reclamant stelt dat de gehanteerde bouwplannen niet meer actueel zijn en dat de wijzigingen mee hadden moeten worden genomen in de beoordeling van de aanvraag. 4. De reclamant stelt dat de recente kap (sept./okt. 2020) van het “sparrenbosje” niet meegenomen is in de ecologische effectbeoordeling en beoordeling van de aanvraag. Rapportage “Quickscan Wnb ROC Vossenlaan Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2018). 5. (bladzijde 2) Reclamant geeft aan dat de parkeerplaats voor een groot deel wordt bebouwd en gesaneerd en dat dit meegenomen moet worden in de belangenafweging. 6. (bladzijde 3) Reclamant stelt dat er jaarrond onderzoek had moeten plaatsvinden en dat dit niet gebeurd is. Zie ook punt 2. 7. (bladzijde 5) zie punt 4.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
13 van 23
8. 9.
(bladzijde 7) zie punt 3. (bladzijde 9)Reclamant geeft aan dat de verlichting al lange tijd niet of nauwelijks aanwezig is en dat dit niet uit de rapportages blijkt. 10. (bladzijde 10) Reclamant stelt dat in de winterperiodes onderzoek had moeten plaatsvinden en dat de criteria voor de aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats onduidelijk zijn. 11. (bladzijde 12) Reclamant geeft aan dat er grote aantallen huismussen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. 12. (bladzijde 13) zie punt 10. 13. (bladzijde 14) Reclamant stelt dat de (optionele) suggesties voor natuur-inclusieve bouw en inrichting voor het terrein, moeten worden afgedwongen in handhaafbare voorschriften in de omgevingsvergunning. Rapportage “Nader onderzoek beschermde soorten ROC Vossenlaan, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2018). 14. Algemeen. Zie punt 2 en 6. 15. (bladzijde 5) Reclamant stelt dat er geen gericht onderzoek naar de gierzwaluw heeft plaatsgevonden. \ 16. (bladzijde 6) Reclamant stelt dat er gedurende het hele jaar onderzoek naar vleermuizen had moeten plaatsvinden en dat er ook maar 1 maal in de paarperiode is onderzocht. 17. (bladzijde 10) Reclamant stelt dat er een actualisatie van het onderzoek naar de steenmarter moet plaatsvinden. 18. (bladzijde 11) Reclamant stelt dat er te weinig vleermuiskasten hangen, ze niet op een ongestoorde plek hangen en niet hoog genoeg hangen.
En dat deze kasten gemonitord zouden moeten worden op hun effectiviteit. Reclamant vraagt waarom er geen ecologisch werkprotocol wordt voorgeschreven in de ontheffing. 19. (bladzijde 15) Reclamant stelt dat de onderzoekers op 19 juni te vroeg zijn vertrokken, terwijl er op dat moment vleermuizen werden waargenomen. 20. ( bladzijde 16) Reclamant stelt dat het onderzoek naar de ruige dwergvleermuis onvoldoende was. 21. (bladzijde 19) Reclamant stelt dat het onderzoek naar de gewone grootoorvleermuis onvoldoende was. Rapportage “Natuurtoets Vossenlaan 44, Nijmegen” (De Groene Ruimte, 2020). 22. Algemeen. Zie punt 2, 6 en 14. 23. (bladzijde 7) zie punt 18. 24. (bladzijde 10) zie punt 3 en 5. 25. (bladzijde 11) De reclamant stelt dat de gewone dwergvleermuis een beschermde diersoort is en dat het niet relevant is of de soort op dit moment wel of niet bedreigd is. 26. (bladzijde 12) zie punt 18.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
14 van 23
27. (bladzijde 13) Reclamant stelt dat de voorschriften van de ontheffing Wnb ook in de omgevingsvergunning zouden moeten worden opgenomen en dat de gemeente Nijmegen zou moeten toezien op de naleving van deze voorschriften. 28. (bladzijde 14) Reclamant stelt dat renovatie of hergebruik van het gebouw wel mogelijk is en dat de adviseur (DGR) ten onrechte stelt dat dit geen optie is. 29. (asbestinventarisatie) zie punt 5. Ten aanzien van het ontwerpbesluit zoals dit ter inzage heeft gelegen: 30. (bladzijde 10 e.v.) Reclamant stelt dat in 2021 een nieuw jaarrond ecologisch onderzoek moet plaatsvinden. Zie ook punt 2, 6, 14 en 22. 31. (bladzijde 13 e.v.) Reclamant stelt dat het extra uitgevoerde onderzoek in de paartijd onvolledig is geweest. 32. ( bladzijde 16 e.v.) Reclamant twijfelt aan de juiste datum van het extra onderzoek. Verder bij genoemde onder (1) zie punt 2, 6, 14, 22 en 30. Bij (2) zie punt 4. En bij (3 en 4) zie punt 18 en 26. Reactie op zienswijze 1 op volgorde van nummer zoals hierboven weergegeven. 1. De initiatiefnemer is vrij in het kiezen van haar ecologisch adviseur. Voorwaarde is dat de adviseur aantoonbare ervaring en ecologische kennis heeft. Strikt genomen kan een initiatiefnemer zelf de ecologische beoordeling doen mits hij of zij aantoonbaar deskundig genoeg is om dit te doen.
Elke adviseur is indirect afhankelijk van zijn opdrachtgever, door een contractuele verplichting. Een adviseur wil echter ook zijn reputatie als betrouwbare en onafhankelijk deskundige bij bevoegd gezag en collega adviseurs behouden. De adviseur van de initiatiefnemer is lid van het Netwerk Groene Bureaus. Door dit lidmaatschap conformeert hij zich aan de gedragscode en de richtlijnen van het NGB. Het NGB kent een interne kwaliteitscontrole waarbij projecten door andere leden (adviesbureaus) worden getoetst. Indien wij het vermoeden hebben dat de beoordeling van de adviseur niet geheel objectief is geweest, zullen wij hier altijd op doorvragen. Wij hebben bij dit project geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het uitgevoerde onderzoek of beoordeling van de adviseur. 2.
Voor een aanvraag ontheffing voor soorten in het kader van de Wnb mag het soortspecifieke onderzoek niet ouder zijn dan 3 jaar. Het laatste volledige onderzoek voor dit project heeft plaatsgevonden in 2018. De aanvraag is ingediend in het voorjaar van 2020. Daarmee voldoet het aan de voorwaarden. Het feit dat het gebouw voor een deel 2 jaar leeg heeft gestaan, doet hier niks aan af. Wel zal voor de sloop nog een check moeten plaatsvinden op nieuwe broedgevallen van vogels of vestiging van de steenmarter, zoals beschreven in de rapportage van het nader onderzoek. Indien nieuwe soorten worden aangetroffen moet hiervan melding worden gemaakt en zullen aanvullende maatregelen getroffen moeten worden.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
15 van 23
3.
De ontheffing ziet toe op handelingen die effect hebben beschermde waarden en soorten binnen de Wet natuurbescherming. In dit geval betreft dat de sloop van een gebouw met verblijfplaatsen van vleermuizen. De nieuwbouw en hoe die wordt vormgegeven, heeft een effect heeft op de beleving vanuit de omgeving, dit wil echter niet zeggen dat aanpassingen hierin, ook een ecologisch effect zullen hebben. Of na de sloop het bouwterrein nu wel of niet bebouwd wordt, maakt daarin geen verschil, behalve dat een deel van de permanente verblijfplaatsen nog in de nieuwbouw moeten worden gerealiseerd. De situering van deze permanente verblijfplaatsen dient voor de start van de nieuwbouw nog ter beoordeling aan ons te worden voorgelegd (zie voorschrift 21).
4.
Het “sparrenbosje” valt buiten het plangebied en is niet in eigendom van de initiatiefnemer. Hoewel al het groen in de stad een functie kan hebben als foerageergebied of schuilgelegenheid voor voorkomende fauna, is van het sparrenbosje niet vastgesteld dat het essentieel is als foerageergebied of vliegroute voor de binnen het plangebied voorkomende vleermuizen. Daarmee valt het ook buiten deze ontheffing.
5.
De parkeerplaats op zichzelf heeft geeft ecologische waarde, of deze ruimte bebouwd gaat worden of niet zal geen noemenswaardig effect hebben op de voorkomende soorten.
6.
Het is belangrijk vast te stellen voor welke soorten gebruik maken van het plangebied en voor welke functies. Het is daarvoor niet noodzakelijk jaarrond onderzoek uit te voeren. Het gedrag van soorten is seizoens-afhankelijk. Voor elke soort bestaat er een optimale periode om de soort vast te stellen en daarbij de functies van het plangebied vast te stellen. Wanneer deze periode is, en hoe het onderzoek het beste kan worden uitgevoerd, is veelal vastgelegd in onderzoeksprotocollen.
9.
Dat er minder verlichting aanwezig is, maakt het aannemelijk dat het plangebied geschikt is voor vleermuizen. Naar vleermuizen heeft ook nader onderzoek plaatsgevonden, waarbij de aanwezige functies zijn vastgesteld. Het zou anders zijn als de verlichting was opgevoerd om het plangebied voor vleermuizen als ongeschikt te beoordelen en om die reden geen nader onderzoek uit te voeren.
10. Of massawinterverblijven voor gewone dwergvleermuizen voor kunnen komen in een gebouw is afhankelijk van een aantal fysieke kenmerken van een gebouw. Zo moet een gebouw ruimten hebben waar veel vleermuizen bij elkaar kunnen kruipen en moet er een sterke buffering zijn op de omgevingstemperatuur. Vaak zijn dit hoge gebouwen met veel betonmassa of gebouwen waar relatief veel gestookt wordt, bijvoorbeeld verzorgingstehuizen. In potentie zijn de gebouwen binnen het plangebied geschikt als massawinterverblijf. Een dergelijk verblijf is bijvoorbeeld te herkennen aan de grote hoeveelheid mest (keutels) van vleermuizen onder de vliegopeningen.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
16 van 23
Deze zijn door het adviesbureau niet aangetroffen. Een andere manier om vast te stellen of er sprake is van een massawinterverblijf is het waarnemen van middernachtzwermen in de paarperiode (tussen 15 aug en 10 september) gedurende 2 uur na middernacht. In deze periode verkennen gewone dwergvleermuizen uit de omgeving of een verblijfplaats nog geschikt is voor de overwintering, dit massale zwermgedrag is daarbij een goede indicatie. Op ons verzoek heeft de adviseur, aanvullend en zekerheidshalve, daarom nog een veldbezoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats. In tegenstelling wat de naam doet vermoeden is een dergelijke verblijfplaats moeilijk in de winter zelf vast te stellen, omdat de vleermuizen dan vaak diep weggekropen zitten en in lethargische toestand verkeren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in de nacht van 7 op 8 september, het verslag daarvan was gedateerd op 11 september, dit stond fout in het ontwerpbesluit. 11. Het is zeker mogelijk dat er kolonies huismussen in de omgeving verblijven. Huismussen hebben de voorkeur voor broedplaatsen in huizen met pannendaken en een groene omgeving. Er zijn geen verblijfplaatsen binnen het plangebied aangetroffen, het plangebied is ook geen essentieel foerageergebied.
Daarmee is er geen beschermde waarde in het kader van de Wnb voor huismussen aanwezig binnen het plangebied. 13. Het is niet aan de provincie om voorwaarden te stellen aan de omgevingsvergunning. Wel kan de provincie voorschriften koppelen aan de ontheffing voor soorten in het kader van de Wnb. Deze voorschriften dienen opgevolgd te worden. Indien deze voorschriften niet uitgevoerd worden kan de provincie hier op handhaven. Ieder die van mening is dat niet conform deze voorschriften wordt gehandeld kan bij de provincie een verzoek tot handhaving indienen. Hierop zal de provincie actie ondernemen. Ecologische maatregelen die niet direct volgen uit de ontheffing, zoals natuur-inclusieve bouw zijn, hoewel prijzenswaardig, in principe bovenwettelijk en dus niet verplicht. 15. Het is niet duidelijk waarop de reclamant dit baseert. Er hebben in de zomer van 2018, drie veldbezoeken speciaal voor de gierzwaluw plaatsgevonden. Dit is conform de onderzoeksinspanning zoals die wordt aangegeven in het kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12. 16. Voor het vaststellen van verblijfplaatsen van vleermuizen is het voldoende om drie onderzoeken in de kraamperiode (waarvan een ochtendbezoek) en twee onderzoeken in de paarperiode uit te voeren. Dit is in 2018 gebeurd. 17. Er is gedurende 2,5 maand in 2018 met 3 “cameravallen” onderzocht naar activiteit van de steenmarter binnen het plangebied.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
17 van 23
Cameravallen zijn infraroodcamera’s met een bewegingsmelder die opnamen maken als er overdag of in het donker iets voor de camera beweegt. Dit is een goede methode om activiteit van steenmarter vast te leggen. Daarnaast is een verblijfplaats van een steenmarter goed vast te stellen met sporenonderzoek. De steenmarter laat een sterke geur achter, is lawaaiig en laat mestsporen achter. Er is geen activiteit van de steenmarter binnen de gebouwen vastgesteld. Van de steenmarter is een verblijfplaats beschermd. De waargenomen steenmarters hebben hun verblijfplaats buiten het plangebied. Zoals de adviseur al aangaf in het nader onderzoekrapport, kan een gebouw wat lang leegstaat wel alsnog betrokken worden door een steenmarter. Daarom zal samen met een broedvogelcheck, vooraf aan de werkzaamheden nog een controle plaatsvinden op aanwezigheid van steenmarters. Dit zal ook vastgelegd worden in een ecologisch werkprotocol (zie onder: “In de aanvraag beschreven preventieve maatregelen om effecten te voorkomen”, op bladzijde 9 van deze ontheffing). 18. Het monitoren van vleermuiskasten is geen verplichting. Vleermuiskasten mits goed opgehangen zijn een bewezen effectieve maatregel. Als uit monitoring zou blijken dat er geen vleermuizen aanwezig zijn, wil dit niet zeggen dat er niet goed gemitigeerd is.
Het kan altijd zijn dat vleermuizen andere bekende locaties buiten het plangebied betrekken. Het monitoren van niet standaard permanente maatregelen kan wel een onderdeel zijn van een ontheffing, omdat aangetoond moet worden dat een dergelijk zelfgebouwde verblijfplaats gevonden wordt en geschikt is. Een aantal vleermuiskasten hingen inderdaad te laag. Dit is bij de beoordeling van de aanvraag ook aan de ecologisch adviseur doorgegeven. De vleermuiskasten die zijn opgehangen, hangen (inmiddels) minimaal 3 meter hoog en de invliegroutes zijn vrij van obstakels. Tijdens de sloop en bouw moeten de kasten ongestoord blijven. Het was inderdaad beter geweest als de kasten hier en daar aan gevels van gebouwen in de omgeving waren opgehangen. Volgens de initiatiefnemer is aangegeven dat hiervoor pogingen zijn ondernomen maar dat geen medewerking werd verleend. Het gebeurt vaker dat omwonenden die het niet eens zijn met een projectontwikkeling, niet mee willen werken aan dergelijke verzoeken. Het is voor ons ook moeilijk te controleren of dit is gebeurd. Uit de zienswijze 3 blijkt dat dit in een geval in ieder geval niet is gebeurd. Als omwonenden (< 200 meter) er geen bezwaar tegen hebben, en bij willen dragen aan de bescherming van vleermuizen door tijdelijk kasten aan hun gevel te laten hangen, kunnen zij dit aan de ecologisch adviseur kenbaar maken.
In dat geval kan een deel van de kasten die niet in gebruik alsnog verhangen worden. Zoals in de natuurtoets aangegeven en zoals ook in de ontheffing staat beschreven zal er een ecologisch werkprotocol worden opgesteld. Dit wordt meestal pas in een later stadium gedaan, omdat eerst duidelijk moet zijn wie de ecologische begeleiding gaat verzorgen en welke fasering in de bouw gehanteerd wordt.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
18 van 23
19. Het onderzoek van 19 juni was bestemd voor het vaststellen van gierzwaluwen niet voor vleermuizen. Gierzwaluwen vliegen rond de schemer in, en op 19 juni was het om 22.30 al bijna donker en kon het onderzoek voor gierzwaluwen dus worden afgerond. Sommige adviesbureaus laten twee van de drie gierzwaluwonderzoeken overlopen in een vleermuisonderzoek. Bij een vleermuisonderzoek start het onderzoek juist rond de schemer als de zon ondergaat. Door deze twee onderzoeken op een avond te plannen wordt het aantal onderzoekmomenten beperkter. Het op verschillende dagen uitvoeren van een vleermuisonderzoek en gierzwaluwonderzoek levert om die reden juist meer informatie op en is daarom te prefereren. 20. Bij het onderzoek in 2018 is het vleermuisprotocol van 2017 gehanteerd. De uitgevoerde onderzoeken voor de mogelijk voorkomende soorten waren conform dit protocol. Dit geldt ook voor de ruige dwergvleermuis. 21. De gewone grootoorvleermuis is een lastig waar te nemen soort omdat deze een zeer zachte sonar heeft. Vaak wordt deze soort gemist. De soort is waargenomen en invliegend gezien bij het ketelhuis. Vervolgens heeft overdag nog een inspectie plaatsgevonden van het ketelhuis. Als de gewone grootoorvleermuis hier een verblijfplaats zou hebben zouden er waarschijnlijk keutels zijn aangetroffen. Deze zijn niet waargenomen.
Ook al zou de waargenomen gewone grootoorvleermuis elders in het gebouw een verblijfplaats hebben dan hoeft dit nog geen bezwaar te zijn. De getroffen mitigerende maatregelen voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger voldoen ook voor een gewone grootoorvleermuis. Het is net zo goed mogelijk dat de gewone grootoorvleermuis alleen binnen het plangebied foerageert en zijn verblijfplaats heeft bij een van de omliggende woningen. Meer onderzoek had dit niet kunnen uitsluiten. Er is conform het vleermuisprotocol voldoende onderzoekinspanning verleend. 25. Vanuit de Wet natuurbescherming moet een initiatiefnemer aangeven wat de effecten van de ingreep zullen zijn op de staat van instandhouding van de betrokken soort(en). Het is dus niet om de effecten van de ingreep te bagatelliseren, maar om aan te geven dat de staat van instandhouding er niet door in gevaar komt, ondanks dat het wel een overtreding van de Wnb betreft. 27. Zie ook antwoord op punt 13. 28. Vanuit de Wet natuurbescherming is een initiatiefnemer verplicht om alternatieven af te wegen die mogelijk minder effect hebben op de beschermde soorten. De alternatieven waaraan gerefereerd wordt betreft een ingrijpende renovatie. Door deze renovatie (inclusief asbestsanering) zouden de verblijfplaatsen van de vleermuizen ook ongeschikt worden. Het resultaat onder de streep voor de beschermde soorten blijft daardoor gelijk.
Niets doen en het gebouw ongebruikt laten en laten vervallen is geen optie.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
19 van 23
31. Het uitgevoerde onderzoek in 2018 in de paarperiode was volledig (2 veldbezoeken). Het gebruik van het gebouw als massawinterverblijfplaats is op basis van fysieke kenmerken ( het ontbreken van grote hoeveelheden vleermuiskeutels) al uitgesloten. Omdat er inmiddels twee jaar voorbij waren gegaan en het gebouw in potentie geschikt is als massawinterverblijf heeft nog een aanvullend veldbezoek in 2020 plaatsgevonden. Hierbij zijn opnieuw geen keutels aangetroffen en is ook geen zwermactiviteit rond middernacht waargenomen. Daarmee is naar onze mening voldoende onderzoeksinspanning geleverd om genoemde functies uit te kunnen sluiten. 32. De datum stond verkeerd in de ontheffing. De rapportage is van 11 september, het onderzoek heeft plaatsgevonden in de nacht van 7 op 8 september 2020 (zie ook punt 10). Zienswijze 2 per brief binnengekomen op 28 oktober 2020. Deze zienswijze komt grotendeels overeen met zienswijze 1, de bewoording is iets anders en de volgorde van de behandelde rapportages wijkt af. Wij volstaan hier door per nummer te verwijzen naar de nummering van zienswijze 1 en onze reactie daarop. Inleidende opmerkingen: zie punt 1 t/m 4 zienswijze 1.
Natuurtoets: Algemeen: zie punt 22 zienswijze 1 Blz 7: zie punt 23 zienswijze 1 Blz 10: zie punt 24 zienswijze 1 Blz 11: zie punt 25 zienswijze 1 Blz 12: zie punt 26 zienswijze 1 Blz 13: zie punt 27 zienswijze 1 Blz 14: zie punt 28 zienswijze 1 Quickscan: blz 2 : zie punt 5 zienswijze 1 Blz 3: zie punt 6 zienswijze 1 Blz 5: zie punt 7 zienswijze 1 Blz 7: zie punt 8 zienswijze 1 Blz 9: zie punt 9 zienswijze 1 Blz 10: zie punt 10 zienswijze 1 Blz 12: zie punt 11 zienswijze 1 Blz 13: zie punt 12 zienswijze 1 Blz 14: zie punt 13 zienswijze 1 -
Nader onderzoek: Algemeen: punt 14 zienswijze 1 Blz 5: punt 15 zienswijze 1 Blz 6: punt 16 zienswijze 1 Blz 10: punt 17 zienswijze 1 Blz 11: punt 18 zienswijze 1 Blz 15: punt 19 zienswijze 1
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
20 van 23
-
Blz 16: punt 20 zienswijze 1 Blz 19: punt 21 zienswijze 1 Asbestinventarisatie: zie punt 29 zienswijze 1 Ontwerpbesluit: Blz 10 e.v.: zie punt 30 zienswijze 1 Blz 13 e.v.: zie punt 31 zienswijze 1 Blz 16 e.v.: zie punt 32 zienswijze 1
Zienswijze 3 per email binnengekomen op 11 november 2020. 1. De reclamant geeft aan dat de steenmarter en de egel in het plangebied voorkomen en niet in de ontheffing voorkomen, waardoor deze onvolledig is. 2. De reclamant geeft aan dat zij niet zijn benaderd voor het ophangen van vleermuiskasten en dat er dus onvoldoende inspanning is geleverd om dit voor elkaar te krijgen. 3. De reclamant geeft aan dat het uitgevoerde ecologisch onderzoek gedateerd is en niet meer voldoende actueel en dat de bouwplannen zijn gewijzigd. 4. De reclamant geeft aan dat het project niet in het belang is van de flora en fauna. Reactie op zienswijze 3 op volgorde van nummer zoals hierboven weergegeven. 1. De steenmarter en egel zijn waargenomen in het plangebied, dit val ook te lezen in de rapportage van het nader onderzoek. De steenmarter heeft geen verblijfplaats binnen het plangebied, een ontheffing is daarom niet nodig. De egel is vrijgesteld van artikel 3.10 lid 1 a en b van de Wnb; wel geldt de zorgplicht. Door zorgvuldig werken conform een ecologisch werkprotocol worden negatieve effecten op de steenmarter en egel voorkomen. 2. Zie punt 18 van zienswijze 1 en de reactie hierop onder 18. 3. Zie punt 3 en 6 van zienswijze 1 en de reactie hierop onder 3 en 6. 4.
Om voor het project ontheffing te verkrijgen moet het een algemeen belang dienen; in dit geval betreft dat het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Negatieve effecten op flora en fauna moeten zoveel als mogelijk voorkomen worden, het is niet per definitie nodig dat een project ook in het belang is van de flora en fauna. Conclusie Gelet op het voorgaande kan de gevraagde ontheffing worden verleend. De voorschriften zijn niet gewijzigd.
OVERIGE VERPLICHTINGEN Wij wijzen u er op dat u zelf verantwoordelijk bent voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
21 van 23
Bijlage 2: Kaart projectlocatie
Figuur 1. Plangebied aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen met het te slopen schoolcomplex.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
22 van 23
BIJLAGE 3: Locaties tijdelijke en permanente mitigatie
Figuur 1. Locatie van tijdelijke voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger ter hoogte van Vossenlaan 44 te Nijmegen. Kasten aan bomen (rood) en stellage met kasten (blauw).
Figuur 2. Vleermuiskasten zoals die aan de bomen op de Hazekampseweg zijn opgehangen.
Datum
2 december 2020 Zaaknummer
2020-004802 Blad
23 van 23
Figuur 3. De stellage zoals die is geplaatst op de locatie blauw in figuur 1.
Figuur 4 De kasten zoals die nadien (november 2020) op de stellage zijn bevestigd.
Van: Aan: Onderwerp: Datum: Bijlagen:
Secretariaat ST ArchiefPRO FW: Wet natuurbescherming - DB - Vossenlaan 44 Nijmegen - 2020-004802 donderdag 3 december 2020 16:30:41 03372489.pdf
Svp registreren; P15.006334 Van: DocInfo Verzonden: woensdag 2 december 2020 10:26 Aan: Secretariaat ST Onderwerp: FW: Wet natuurbescherming - DB - Vossenlaan 44 Nijmegen - 2020-004802 Van: ProvincieGelderland <POST@gelderland.nl> Verzonden: woensdag 2 december 2020 08:43 Onderwerp: Wet natuurbescherming - DB - Vossenlaan 44 Nijmegen - 2020-004802 Beste meneer/mevrouw, Hierbij ontvangt u het (ontwerp)besluit. Over vijf werkdagen staat er een kennisgeving over dit (ontwerp)besluit op overheid.nl. Op dit moment start ook de inzagetermijn. Vanaf deze datum is het (ontwerp)besluit gedurende zes weken in te zien via deze website. Ontheffingen, vergunningen of toestemmingen Heeft u een ontheffing, vergunning of toestemming op grond van andere wet- en regelgeving nodig? Vraag deze op tijd aan bij de juiste instantie. Vragen? Heeft u vragen over deze mail? Neem dan contact op met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Met vriendelijk groet, Provincie Gelderland Bijlagen: - (ontwerp)besluit