81 - Stads en Wijkmonitor 2022 samenvatting en hoofdopgaven
Tekst van het document
Stads- en Wijkmonitor 2022 Samenvatting en informatie over de hoofdopgaven
Status: in voorbereiding (definitieve & openbare versie eind mei in college)
Versie 28 maart 2022 Opgesteld door: bureau Onderzoek en Statistiek, gemeente Nijmegen
1
Voorwoord Met de jaarlijkse Stads- en Wijkmonitor geeft het gemeentelijke bureau Onderzoek en Statistiek (O&S) een beeld van de staat van de stad en deelgebieden daarbinnen. De monitor bestaat uit drie onderdelen: 1. Hoofdopgaven: informatie over de hoofdopgaven in de bestuursperiode 20182022. Bij de hoofdopgaven is ook een samenvatting van de Stads- en Wijkmonitor opgenomen. 2. Programma’s: informatie over de onderwerpen binnen de gemeentelijke programma’s, bijvoorbeeld economie en toerisme, werk en inkomen, bereikbaarheid, openbare ruimte en veiligheid. Hier vindt u verdiepende informatie over alle deelonderwerpen die bij de hoofdopgaven aan bod komen. 3. Wijken: informatie over de ontwikkelingen en stand van zaken in 36 Nijmeegse woonwijken. De volledige Stads- en Wijkmonitor is vanaf eind mei te vinden op de website https://www.nijmegen.nl/swm2022 (in voorbereiding). Hieronder vindt u onderdeel 1: de samenvatting plus de informatie over de hoofdopgaven. In de tekst gaat het regelmatig over Nijmegen versus de benchmarksteden. Het gaat om de vaste set van steden, die bureau Onderzoek en Statistiek sinds 2013 bij stedenvergelijking hanteert. Bij de keuze voor die set is gekeken naar drie criteria: wel of geen kennisstad, bevolkingsomvang en nabijheid.
De set ziet er als volgt uit: zeven kennissteden (studentensteden) met tussen de 120.000 en 240.000 inwoners (Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg) en Arnhem (stad van vergelijkbare omvang nabij Nijmegen).
2
Inhoudsopgave Voorwoord Inhoudsopgave 1. Samenvatting 1.1. Aantrekkelijke stad 1.2. Economisch veerkrachtige stad 1.3. Sociale stad 1.4. Duurzame stad 1.5. Brede welvaart 2. Aantrekkelijke stad 2.1. Waardering bewoners voor stad en buurt 2.2. Belangstelling studenten voor Nijmegen 2.3. Belangstelling voor wonen in Nijmegen 2.4. Waardering ondernemers voor stad 2.5. Waardering bezoekers voor binnenstad 2.6. Waardering voor evenementen 2.7. Aantrekkingskracht op regio 2.8. Beeld van Nijmegen bij Nederlanders 2.9. Ranglijsten grote steden 3. Economische veerkracht 3.1. Banen 3.2. Ondernemersklimaat 4. Sociale stad 4.1. Inleiding 4.2. Gezondheid en welzijn 4.3. Zorg en ondersteuning 4.4. Inzet voor anderen 4.5. Inkomenssituatie 4.6. Onderwijs 1. Duurzame stad 1.1. Energieverbruik en duurzame energie 1.2. Omgaan met grondstoffen 1.3. Duurzame mobiliteit 1.4. Leefmilieu 2. Brede welvaart 2.1. Inleiding 2.2. Beeld van brede welvaart in Nijmegen
2 3 4 4 5 6 8 9 11 11 15 17 18 18 21 21 23 23 25 25 27 29 29 29 34 37 38 40 43 43 44 44 45 47 47 47
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
3
1. Samenvatting In de Stads- en Wijkmonitor schetsen we een beeld van Nijmegen op basis van statistieken en onderzoeken. In deze samenvatting schetsen we in grote lijnen het beeld van Nijmegen in relatie tot de hoofdopgaven van de bestuursperiode 2018-2022: het werken aan een aantrekkelijke, economisch veerkrachtige, sociale en duurzame stad. Ook besteden we aandacht aan hoe Nijmegen ervoor staat als we kijken naar het begrip brede welvaart.
1.1.
Aantrekkelijke stad
Bij het laatste bewonersonderzoek in 2021 geven de Nijmegenaren hoge rapportcijfers voor de stad (7,7) en de woonbuurt (7,5). Dat is in de buurt van de cijfers die men in 2017 en 2019 gaf (lichte daling ten opzichte van 2019). Het aandeel Nijmegenaren, dat vooruitgang in de stad en buurt ziet, is gedaald. In 2021 geeft een kwart van de Nijmegenaren aan dat Nijmegen in het voorgaande jaar vooruit is gegaan (versus 36% in 2017); 19% ziet achteruitgang (versus 11% in 2017). En 13% geeft aan dat de buurt in het voorgaande jaar vooruit is gegaan (versus 17% in 2017); 21% ziet achteruitgang (versus 17% in 2017). Geen enkele woonwijk scoort onvoldoende; de rapportcijfers voor de afzonderlijke wijken liggen tussen de 6,8 en 8,4. Wel meten we negatieve ontwikkelingen in enkele wijken in Dukenburg en Lindenholt en zijn er binnen diverse wijken in de stad buurten en kleinere gebieden met een lagere leefbaarheidsscore (liggen vooral in NeerboschOost, Hatert, Tolhuis, Zwanenveld, Meijhorst, Lankforst, ’t Acker en De Kamp). De gemiddelde waarderingsscore van bewoners voor de openbare ruimte is gedaald van 7,0 in 2021 naar 6,8 in 2021. De binnenstad wordt hoog gewaardeerd. Het rapportcijfer van bezoekers steeg in 2018 naar een recordhoogte (7,7) en daalde licht in coronajaar 2020 (7,6).
De coronacrisis heeft een forse impact op de binnenstad, onder meer: minder bezoekers (een daling van naar schatting tussen de 40 en 53%), veel minder bezoeken aan podiumvoorstellingen (in 2021 78% lager dan in 2019), filmvoorstellingen bij LUX (66%) en musea (-44%) en een flinke afname van het aantal banen in de horeca en detailhandel in de binnenstad (-600). Het beeld van bezoekers over de vooruitgang van de binnenstad - in de afgelopen periode én de verwachting voor de komende periode jaren - is in 2020 duidelijk minder positief dan in 2018. Nijmegen is een werkstad voor de omliggende gemeenten. Tegelijkertijd werken veel Nijmegenaren buiten de stad (circa 45.200, 52% van de Nijmeegse werknemers). Nijmegen is een hooggewaardeerde woonstad, die als uitvalsbasis naar werk elders in Nederland dient. In de lijst van belangrijkste stadsprobleem volgens bewoners steeg het tekort aan (betaalbare) woningen in 2021 naar de eerste plaats. De verkeersdrukte is minder genoemd dan in 2019 en staat op de tweede plaats. Als belangrijkste buurtprobleem kwam bij het laatste bewonersonderzoek in 2021 rommel en zwerfvuil naar voren, gevolgd door onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast, net als in 2019. Daarbij aansluitend gaan de meeste Meld & Herstel meldingen van bewoners over afval en vervuiling.
Na een daling van het inwonertal in 2020 (-300), die te maken had met een lagere vestiging van buitenlandse studenten, oversterfte door de coronapandemie en een
4
lager aantal nieuwbouwwoningen, nam het aantal inwoners in 2021 weer sterk toe (+1.700) tot 179.100. De laatste jaren is het aantal studenten dat in Nijmegen woont redelijk stabiel (19.800 in 2020/2021). Het aantal studenten dat aan de Radboud Universiteit en het Nijmeegse deel van de HAN studeert nam verder toe tot circa 50.000 in 2020/2021. Voor de komende jaren wordt een groei van het aantal in Nijmegen woonachtige studenten voorzien, onder meer door een groei van het aantal buitenlandse studenten. De markt voor koopwoningen blijft krap en wordt steeds duurder. In 2021 is er opnieuw een forse prijsstijging (+19%), terwijl het aantal transacties verder daalt (10%). De gemiddelde prijs voor een koopwoning lag in het vierde kwartaal van 2021 op €409.000 (versus 414.000 landelijk). Ook blijft het moeilijk om een huurwoning te vinden. Dat geldt nog steeds sterker voor starters dan voor doorstromers. De kans op succes wanneer men reageert op een huurwoning van een woningcorporatie daalde van 12% in 2014 naar 5% in 2020. In 2021 is er een lichte stijging naar 5,6%. Het aantal toegewezen corporatiewoningen in Nijmegen daalde van ruim 2.000 in 2019 naar bijna 1.500 in 2020. In 2021 steeg dit aantal naar 1.890. Ook de woningmarkt voor studenten is zeer krap. Het inwonertal van Nijmegen zal de komende jaren blijven groeien.
Onze eigen berekening laat twee cijfers zien: een lage raming (192.000 inwoners in 2035), waarbij is uitgegaan van relatief zekere woningbouwplannen, een hoge raming (199.000 in 2035). De prognoses voor het aantal huishoudens in 2035 van ABF Research en het CBS laten een toename zien van tussen de 9.000 en 12.000. Het aandeel eenpersoonshuishoudens, dat al hoog is (53% van alle zelfstandig en onzelfstandig wonende huishoudens) zal naar verwachting het sterkst groeien, naar meer dan 60% in 2040. In 2021 stond de woningmarktregio Nijmegen in de top drie van de regio’s met het grootste woningtekort, samen met Amsterdam en Utrecht. Tot 2025 neemt het tekort naar verwachting nog wat toe, om daarna geleidelijk te gaan dalen. Niettemin verwacht ABF Research dat de woningmarktregio Nijmegen nog vele jaren tot de gebieden met naar verhouding de grootste woningtekorten van Nederland zal behoren. Mede door corona is het aantal geregistreerde inbraken en diefstallen in 2020 en 2021 verder afgenomen (in 2021 30% lager dan in 2019). Het aantal geregistreerde gevallen van overlast daarentegen nam flink toe (+45%). Najaar 2021 werd gemeten dat 11% van de Nijmegenaren in het voorgaande jaar slachtoffer werd van 1 of meer soorten inbraak en diefstal. Het aandeel, dat in die periode slachtoffer werd van 1 of meer vormen van online criminaliteit, lag hoger (16%).
1.2.
Economisch veerkrachtige stad
Het aantal banen in Nijmegen is de laatste jaren flink toegenomen, van 96.800 in 2016 naar 105.340 in 2021. In 2021 was de groei sterker (+1.630) dan in 2020 (+650). Sectoraal groeit de handel het sterkst, gevolgd door de zorg en het onderwijs. De detailhandel doet het binnen de handel opmerkelijk goed, vooral door groei bij supermarkten en handel die niet in winkels plaatsvindt (waaronder online). Krimp zien we het meest in de horeca. De werkloosheid daalde in Nijmegen naar 4% in 2019. Dat was lager dan de 4,7% voorafgaand aan de economische crisis, die in 2008 begon. In 2020 zien we een lichte
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
toename naar 4,6%. Het werkloosheidspercentage voor Nijmegen voor 2021 is nog niet beschikbaar, maar gezien de daling van het aantal WW-uitkeringen en toegenomen uitstroom uit de bijstand naar werk in 2021 kunnen we uitgaan van een daling. Het aantal vestigingen van bedrijven en instellingen is de laatste jaren gegroeid tot 17.564 in 2021, ondanks de coronacrisis. Wel was die groei minder sterk dan in de jaren daarvoor. De trend in het aantal starters in licht positief; het aantal stoppers neemt af. Het aantal faillissementen is stabiel laag. Het is een heel kleine groep binnen de stoppers (enkele procenten). Door de coronapandemie daalde het ondernemersvertrouwen in de regio in het tweede kwartaal van 2020 naar een historisch laag niveau. Daarna herstelt het zich veel scherper dan bij de kredietcrisis van 2008 (zeer sterk herstel in tweede en derde kwartaal van 2021; weinig verandering in vierde kwartaal). De waardering van ondernemers voor het ondernemersklimaat in Nijmegen is licht gestegen van 6,6 in 2018 naar 6,8 in 2021. Voor diverse aspecten van het ondernemersklimaat zijn de rapportcijfers hoger dan in 2018 (bereikbaarheid, ondernemersnetwerken, gemeentelijke regelgeving en digitale dienstverlening). Voor het aanbod van vestigingsplaatsen daalde het rapportcijfer van 6,5 naar 6,1.
Op de bedrijfsruimtemarkt is er door de gegroeide vraag sprake van krapte en het direct beschikbaar aanbod op de bedrijventerreinen is bijna op. Op de kantorenmarkt is de krapte de laatste paar jaar wat afgenomen, maar CBS-cijfers laten nog steeds een laag percentage leegstaand kantooroppervlak zien (2,4%). In het begin van de coronacrisis steeg het aantal WW-uitkeringen tot circa 3.100, gevolgd door een daling vanaf juli 2020. Zowel de stijging als de daling van het aantal WW-uitkeringen in Nijmegen in de loop van de coronacrisis komt hoofdzakelijk voor rekening van de groep tot 27 jaar oud. Vanaf het tweede kwartaal van 2021 daalt het aantal WW-uitkeringen sterk in alle leeftijdsgroepen tot circa 2.000 in totaal. Nijmegen is een belangrijke werkstad binnen de regio. Circa zes op de tien banen van werknemers in Nijmegen wordt vervuld door mensen die niet in Nijmegen wonen. Het gaat om circa 60.800 personen. Onder hen vooral veel mensen die in de gemeenten direct rond Nijmegen wonen (een derde van de inkomende pendel), maar ook veel die in de rest van Gelderland of Noord-Brabant wonen.
1.3.
Sociale stad
De gemeente biedt bewoners met ondersteuningsvragen en problemen op allerlei manieren hulp, onder meer via: o Stips (voor Nijmegenaren met informatie- en adviesvragen); o Buurtteams Volwassenen (voor iedereen tussen de 18 en 65 jaar, zonder thuiswonende kinderen, die ondersteuning nodig heeft of problemen ervaart in het dagelijks leven; de teams bieden in de buurt basishulp én toegang tot aanvullende zorg); o Buurtteams Jeugd en Gezin (bieden basiszorg en toegang tot aanvullende zorg voor personen in gezinnen met inwonend kinderen tot 18 jaar); o algemene voorzieningen en preventieve hulpverlening; o allerlei maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo en jeugdhulp (afgestemd op de persoonlijke situatie); o Regieteams (voor de aanpak van huishoudens met meervoudige problemen, die deels overlast veroorzaken; in 2021 waren er 361 casussen in behandeling);
6
het Veiligheidshuis (voor hulpverlening op basis van een combinatie van zorg en strafrecht/dwang in gevallen van complexe problematiek; in 2020 waren er 268 Nijmeegse casussen in behandeling); o diverse regelingen voor inkomensondersteuning. Het aantal cliënten voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo (hulpmiddelen, huishoudelijke hulp, ambulante begeleiding, dagbesteding, 24uursopvang, crisisopvang) nam toe van 11.170 over heel 2017 tot 12.800 over heel 2021 (+14,6%). Het gemiddelde rapportcijfer van cliënten voor de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen is gestegen naar 7,7. Bij de groei van het aantal Wmo-cliënten zijn de vergrijzing en het beleid gericht op zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen belangrijke factoren. Ongeveer de helft van de Wmo-voorzieningen wordt afgenomen door 65-plussers en de afgelopen jaren nam het aantal ouderen in Nijmegen sterk toe. Die sterke groei zal doorzetten en zal leiden tot een grotere zorgvraag en ook tot een grotere behoefte aan woonruimte geschikt voor ouderen. Het aantal cliënten voor maatwerkvoorzieningen binnen de jeugdhulp is de laatste jaren tamelijk stabiel: circa 4.600 gemeten over een heel jaar (ruim 15% van alle Nijmegenaren onder de 18 jaar). Het aantal cliënten jeugdhulp met verblijf is licht afgenomen, van 539 in 2018 naar 503 in 2021.
Het gemiddelde rapportcijfer van cliënten voor de kwaliteit van de jeugdhulp is gestegen naar 7,7. Bewoners spelen een belangrijke rol bij het bieden van hulp en ondersteuning an personen en organisaties. In 2021 gaf 14% van de Nijmegenaren mantelzorg en bood 18% hulp aan personen buiten het eigen huishouden. Verder zette 24% zich in als vrijwilliger voor een organisatie en 25% voor de woonbuurt. Ruim de helft van de Nijmegenaren zette zich op minstens één van deze manieren in. Dit aandeel is sinds 2013 weinig veranderd. In de periode 2015-2019 had circa 12% van de huishoudens een inkomen dat volgens het CBS risico op armoede geeft. In 2020 is dit gedaald naar 10,3% (= circa 8.400 huishoudens). Ook het percentage huishoudens, dat minstens 4 jaar onder de lage inkomensgrens zit, is iets gedaald (5,2% in 2020 = circa 3.700 huishoudens). Kijken we naar een wat hogere inkomensgrens dan zien we dat 21,9% van de huishoudens (exclusief studenten) in 2020 een inkomen tot 130% van het sociaal minimum heeft (17.700 huishoudens). Circa 16% van de huishoudens maakt gebruik van 1 of meer gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning. Onderzoek in 2019 door het Nibud laat zien dat wanneer minimahuishoudens gebruikmaken van bestaande inkomensregelingen, ze in hun basisbehoeften kunnen voorzien.
Vanaf halverwege 2017 nam het aantal mensen met een bijstandsuitkering af tot circa 7.000 begin 2020. Na de start van de coronapandemie steeg het aantal uitkeringen tot ongeveer 7.400. Die stijging hield niet lang aan, want sinds de zomer 2021 daalt het aantal bijstandsuitkeringen tot ongeveer 6.900 begin 2022. Wanneer huishoudens niet in staat zijn hun eigen financiële zaken te regelen, kan de rechter beschermingsbewind instellen. De laatste jaren was een redelijk stabiel aantal van tussen de 2000 en 2.100 huishoudens vanwege problematische schulden onder bewind geplaatst. Een deel van de huishoudens heeft hulp en ondersteuning op meerdere vlakken nodig. Als we kijken naar alle gemeentelijke regelingen op het vlak van zorg, jeugd, inkomen en werk, blijkt dat circa 3.400 huishoudens gebruikmaken van minstens vijf regelingen. Het veel gebruikmaken van regelingen komt naar verhouding meer voor bij o
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
eenoudergezinnen en huishoudens met een migrantenachtergrond. Ook komt het meer voor in Dukenburg, Hatert en Nije Veld. Via de Gezondheidsmonitor volwassenen 2020 (GGD, RIVM, CBS) zijn er diverse effecten van de coronacrisis gemeten. Een deel van de volwassenen geeft aan door de coronapandemie meer depressieve gevoelens te hebben. Het aandeel met een matig risico op een angststoornis of depressie is gestegen van 46% in 2016 naar 50% in 2020. Het aandeel volwassenen met een hoog risico hierop is gelijk gebleven. Verder geeft een deel van de volwassenen aan door de coronapandemie meer gevoelens van eenzaamheid te hebben. Het aandeel dat matig eenzaam is, is gestegen van 31% in 2016 naar 37% in 2020. Het aandeel, dat ernstig eenzaam is, is licht gedaald (van 12% in 2016 naar 9% in 2020). Ook geeft een deel van de volwassenen aan dat met door de coronapandemie minder is gaan sporten. Het aandeel dat voldoet aan de beweegrichtlijnen is afgenomen van 59% in 2016 naar 55% in 2020. Tegelijk laat de Burgerpeiling 2021 een toename zien van het aandeel dat ongeorganiseerd sport (wandelen, fietsen, wielrennen/mountainbiken). En in tegenstelling tot de landelijke trend is het percentage Nijmegenaren dat lid is van bij sportbonden aangesloten verenigingen de laatste jaren licht toegenomen. Positief is dat het aandeel rokers en overmatige drinkers is afgenomen.
De Burgerpeiling 2021 laat zien dat ruim drie kwart van de Nijmegenaren de eigen gezondheid als (zeer) goed bestempelt. Het gemiddelde rapportcijfer voor hoe gelukkig men zich voelt, ligt op 7,6. Ten opzichte van 2019 zijn deze cijfers nauwelijks veranderd. We meten dus geen effect van de coronacrisis op hoe inwoners in het algemeen hun eigen gezondheid en geluk beoordelen. Daarbij moet bedacht worden dat de enquêtes voor de Burgerpeiling 2021 zijn ingevuld in een periode van relatief lichte coronamaatregelen. Gegevens uit de Burgerpeiling laten zien dat personen met een lagere sociaaleconomische status zich minder vaak goed gezond en zelfredzaam voelen, een lager rapportcijfer geven voor hoe gelukkig ze zich voelen en vaker afhankelijk zijn van mantelzorg. Ook de sport- en cultuurdeelname en de vrijwillige inzet voor organisaties is lager bij deze groep. Het aandeel 2-3 jarigen, dat van de GGD vanwege een taal- en/of ontwikkelingsrisico een indicatie voor- of vroegschoolse-educatie (VVE) heeft gekregen, is tussen 2017 en 2021 gestegen van 18 naar 22%. In diverse gebieden in de stad is er sprake van sterke concentraties van kinderen met een hoog risico op onderwijsachterstanden, vooral in gebieden binnen Nije Veld, Hatert, Neerbosch-Oost en Dukenburg. Nijmegen telt relatief veel basisscholen met veel achterstandsleerlingen (11 van de ruim 40).
Ongeveer 850 kinderen tot 12 gaan naar speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. Dat is relatief veel in vergelijking met de benchmarksteden. Naar schatting is in Nijmegen ongeveer 10% van de 16 tot 65-jarigen, rond de 12.000 personen, laaggeletterd. Dat is lager dan in Nederland, omdat de Nijmeegse bevolking relatief gezien veel jonge en hoogopgeleide mensen bevat. In de benchmarksteden loopt het percentage laaggeletterden sterk uiteen, van 7 tot 24%.
1.4.
Duurzame stad
Een toenemend aantal Nijmegenaren is zich bewust van het stroom- en gasverbruik in het huishouden (in 2021 66% van de Stadspanelleden, versus 50% in 2017). Het
8
gemiddelde elektriciteitsverbruik per woning is in 2020 licht gestegen (2.440 kWh), na een jarenlange daling (was 2.900 kWh in 2009). Het gemiddeld gasverbruik per woning, gecorrigeerd voor de buitentemperatuur, is al jaren aan het dalen, het ene jaar sneller dan het andere. In 2020 is het 1.150 m3, net als in 2019 (was 1.540 m3 in 2009). Het aandeel woningen met minimaal energielabel B steeg van 20% in 2013 naar 46% in 2020. Het aantal woningen aangesloten op stadsverwarming steeg van 2.700 in 2011 naar 6.700 woningen in 2020 (ruim 8% van alle Nijmeegse woningen). Tegelijk met de daling van het gemiddelde stroom- en gasverbruik van huishoudens in de afgelopen jaren, is het aantal huishoudens in de stad toegenomen. Daardoor komt de afname van het totale energieverbruik in de stad voornamelijk op het conto van het zakelijke verbruik. Het totale energieverbruik binnen Nijmegen is de periode 2008-2020 met 19,9% gedaald. De meeste Nijmegenaren (negen van de tien Stadspanelleden) vinden de toepassing van duurzame energie belangrijk. Het aantal woningen met een zonnestroominstallatie is gestegen van ruim 400 in 2011 naar 11.950 in 2020 (14,5% van de woningen). Ook het aantal bedrijven met een zonnestroominstallatie is fors gestegen, van 131 in 2015 naar 541 in 2020. Naast de zonnestroom, zijn de vier windturbines langs de A15 goed voor 10 megawatt.
In 2022 komen daar twee windturbines bij de sluis van Weurt bij. Vier van de tien Stadspanelleden is in principe voorstander van plaatsing van windmolens binnen onze gemeente. Over het algemeen heeft men liever dat windmolens buiten de directe woonomgeving worden geplaatst, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen of aan de rand van de stad. Het percentage hernieuwbare energie - ook wel duurzame of groene energie genoemd - is in Nijmegen toegenomen van circa 2% in 2016 naar 4,2% in 2019. Een actueler cijfer is nog niet beschikbaar. Het percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval is in Nijmegen hoog. In 2020 ligt het op 70,4% van het ingezamelde en gebrachte afval. Van de benchmarksteden scoort alleen Maastricht nog iets hoger (71,3%). Als we de nascheiding van niet gescheiden aangeleverd afval meerekenen, komt het percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval op 73%. Een deel van de Nijmegenaren (Stadspanelleden) denkt het huishoudelijk afval beter te kunnen scheiden dan men nu doet: 20% beter en 26% iets beter. Het percentage huishoudens, dat vaak geluidsoverlast ervaart, is toegenomen van 13,5% in 2015 naar 17% in 2021. Ook het percentage huishoudens, dat vaak stankoverlast ervaart, is iets toegenomen tot 5% in 2021. In Nijmegen-Nieuw-West geven relatief veel huishoudens aan vaak stankoverlast te ervaren (15%).
Sterker toegenomen is het percentage bewoners dat regelmatig of vaak warmteoverlast in de eigen woning ervaart, namelijk van 19% in 2017 naar 28% in 2021. Het percentage bewoners dat ontevreden is over de hoeveelheid groen in de buurt is toegenomen van 6% in 2017 naar 10% in 2021.
1.5.
Brede welvaart
Welvaart is breder dan economische ontwikkeling. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven en van de omgeving waarin mensen leven. Dimensies van brede welvaart zijn welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving,
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
9
veiligheid en milieu. De regionale Monitor Brede Welvaart van het CBS geeft zicht op hoe Nijmegen zich op die dimensies ontwikkelt. Positieve trendmatige ontwikkelingen (gemeten vanaf 2013) zijn een toename van het besteedbaar inkomen van huishoudens, de arbeidsparticipatie, het aandeel hoog opgeleiden, particulier opgewekte zonne-energie en groen-blauwe ruimte (o.a. stedelijk groen, wateren, bermen en bomenrijen) en een afname van criminaliteit en emissies van fijnstof naar lucht. Een negatieve ontwikkeling is de toename van schulden bij huishoudens (inclusief hypotheekschulden en studieschulden). Positieve recente ontwikkelingen - als we kijken naar het verschil tussen de laatste twee metingen - zijn een toename van particulier opgewekte zonne-energie, het besteedbaar inkomen van huishoudens, het vermogen van huishoudens en het vertrouwen in instituties (Tweede Kamer, politie en rechters) en een afname van de geregistreerde criminaliteit. De recente vergelijking laat geen negatieve ontwikkelingen zien.
10
2. Aantrekkelijke stad 2.1.
Waardering bewoners voor stad en buurt
Totaaloordeel over de stad ongeveer gelijk gebleven Nijmegenaren waarderen de stad als woon- en leefgemeente in 2021 gemiddeld met een 7,7. Dat is een lichte daling na een periode van stijging (van 7,5 in 2011 naar 7,8 in 2019). Een ruime meerderheid vindt Nijmegen een prettige stad om in te wonen (90%), vindt Nijmegen een mooie stad (89%) en is gehecht aan de stad (87%). Twee derde vindt de Nijmeegse binnenstad aantrekkelijk en 76% is trots op de stad. Deze percentages zijn ten opzichte van 2019 nauwelijks veranderd. Het aandeel Nijmegenaren, dat vooruitgang in de stad ziet, is gedaald. Een kwart van de Nijmegenaren geeft in 2021 aan dat Nijmegen in het voorgaande jaar vooruit is gegaan (versus een derde in 2019) en 19% ziet achteruitgang (versus 13% in 2019). 40% 35% 30% 25%
20%
36%
35% 15%
34%
30%
25% 10% 5%
19% 14%
11%
10%
13%
0% 2013
2015
stad vooruit gegaan
2017
2019
2021
stad achteruit gegaan
Figuur 1: Vinden Nijmegenaren dat de stad in het voorgaande jaar vooruit of achteruit is gegaan? Bron: Burgerpeiling, O&S.
De meest genoemde zaken bij vooruitgang zijn de inrichting van de Waalkade, het aantrekkelijker maken/opknappen van deelgebieden in de stad, Veur Lent, meer groen, meer/betere fietspaden en meer/betere horecavoorzieningen. De meest genoemde zaken bij achteruitgang zijn het drukke verkeer/de trage verkeersdoorstroming en de toename van tekort aan (betaalbare) woningen, gevolgd door meer zwerfvuil/afval, meer winkelleegstand en achteruitgang van het winkelaanbod. Woningtekort en verkeersdrukte staan bovenaan in ranglijst stadsproblemen Aan de Nijmegenaren is in 2021 weer gevraagd wat de belangrijkste problemen in de stad zijn, waaraan de gemeente wat zou moeten doen. Het tekort een (betaalbare) woningen is gestegen naar de eerste plaats (genoemd door 19% van de Nijmegenaren versus 9% in 2019). De verkeersdrukte staat nu tweede en is wat minder genoemd dan in 2019 (door 10% versus 13% in 2019). Het rapportcijfer van bewoners voor de bereikbaarheid van de stad met de auto is gelijk gebleven (6,5). Meer mensen dan in 2019 noemen jongerenoverlast als een belangrijk stadsprobleem (4% versus 2% in 2019). Daarbij aansluitend zien we een toename van de geregistreerde en door inwoners ervaren jeugdoverlast. Minder mensen noemen criminaliteit/geweld/onveiligheid als belangrijk stadsprobleem (3% versus 5% in 2019).
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
11
Daarbij aansluitend zien we een afname van het aantal geregistreerde inbraken en diefstallen en geweldsdelicten. 19%
tekort (betaalbare) woningen
9% 10%
trage verkeersdoorstroming, druk verkeer
13% 5%
rommel, zwerfvuil
6%
2019
5% 4%
te weinig groen
4% 4%
jongerenoverlast
2% 3%
overlast daklozen
3% 3%
slechte luchtkwaliteit, luchtvervuiling
2%
3%
criminaliteit, geweld, onveiligheid
hardrijdend verkeer
2021
4%
drugsoverlast
5% 3% 2%
0%
5%
10%
15%
20%
Figuur 2: Meest genoemde aan te pakken stadsproblemen volgens bewoners. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Afname inbraak en diefstal en toename overlast Er is al langere tijd sprake van een dalende trend voor inbraak en diefstal, waarbij de laatste jaren de coronacrisis een rol lijkt te spelen (flink afname in 2020 en 2021 van woninginbraak, auto-inbraak, diefstal van motorvoertuigen en zakkenrollerij). Ook zien we een licht dalende trend voor geweldsdelicten, maar wel een stijgende trend voor wapenbezit. Het aantal geregistreerde gevallen van overlast daarentegen is sinds de coronacrisis flink gestegen (jeugdoverlast, geluidshinder, burengerucht, overlast van zwervers en overlast door verwarde personen). Daarbij valt wel op dat er in 2021 minder overlast van zwervers is geregistreerd dan in 2020. Ook zien we de laatste twee jaar een toename van geregistreerde online criminaliteit. Najaar 2021 werd gemeten dat 11% van de Nijmegenaren in het voorgaande jaar slachtoffer werd van 1 of meer soorten inbraak en diefstal, en 6,5% van 1 of meer soorten geweldsdelicten. Het aandeel, dat in die periode slachtoffer werd van 1 of meer vormen van online criminaliteit, lag hoger (16%). Het percentage Nijmegenaren dat zich in de buurt vaak of soms onveilig voelt nam in de periode 2011-2019 geleidelijk af van 19 naar 15%.
In 2021 zien we weer een lichte stijging: het percentage dat zich ‘vaak’ onveilig voelt is gelijk gebleven (iets meer dan 2%), het percentage dat zich ‘soms’ onveilig voelt steeg van 12,5% naar ruim 14%. Het rapportcijfer, dat bewoners in 2021 voor de veiligheid in de buurt gaven (7,3), was gelijk aan het gemiddelde voor de benchmarksteden (7,3). Ook het oordeel van burgers over het
12
functioneren van de gemeente voor wat betreft de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid lag in 2021 in de buurt van het gemiddelde voor de benchmarksteden. Rapportcijfer voor buurt ongeveer gelijk gebleven Nijmegenaren waarderen hun woonbuurt als plek om te wonen en leven in 2021 gemiddeld met een 7,5. Dat is in de buurt van de rapportcijfers bij eerdere metingen: vanaf 2013 ligt het rapportcijfer steeds tussen de 7,4 en 7,6. De score voor de sociale kwaliteit (verbondenheid van bewoners met buurt en buurtgenoten) is gelijk gebleven. Op de volgende punten zijn de uitkomsten in 2021 iets gunstiger dan in 2019: 70% van de bewoners is gehecht aan de buurt (versus 68% in 2019); 78% voelt zich medeverantwoordelijk voor de buurt (versus 77% in 2019); 32% zet zich in de vrije tijd in voor de buurt (versus 29% in 2019); 69% is tevreden over het aanbod voor sporten en bewegen in de buurt (versus 67% in 2019).
En op de volgende punten zijn ze iets minder gunstig: De gemiddelde waarderingsscore van bewoners voor de openbare ruimte ligt op 6,8 (versus 7,0 in 2019); 71% vindt de buurt schoon (versus 73% in 2019); 81% vindt dat er weinig vernield wordt in de buurt (versus 83% in 2019); 83% voelt zich in de buurt zelden of nooit onveilig (versus 85% in 2019); 66% is tevreden over de groenvoorzieningen in de buurt (versus 68% in 2019); 21% heeft de indruk dat parkeeroverlast in de buurt vaak voorkomt (versus 19% in 2019); 17% van de huishoudens ervaart in de buurt vaak geluidsoverlast (versus 16% in 2019); 5% van de huishoudens ervaart in de buurt vaak stankoverlast (4% in 2019); 37% heeft de indruk dat te hard rijdend verkeer vaak voorkomt (33% in 2019). In 2021 is het aandeel dat vindt dat de buurt in het voorgaande jaar vooruit is gegaan wat kleiner (13%) dan de groep die achteruitgang ziet (21%). Ook in 2019 was dat het geval. In 2017 was het beeld gunstiger (17% vooruitgang en ook 17% achteruitgang). 25%
20%
15%
10%
21%
20%
15%
17%
16%
16%
17%
17%
15%
13%
5%
0% 2013
2015
buurt vooruit gegaan
2017
2019
2021
buurt achteruit gegaan
Figuur 3: Vinden Nijmegenaren dat de buurt in het voorgaande jaar vooruit of achteruit is gegaan? Bron: Burgerpeiling, O&S.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
13
De meest genoemde zaken bij vooruitgang zijn meer groen, het winkelaanbod, de saamhorigheid/onderlinge betrokkenheid, het horeca aanbod, de staat van de wegen en het onderhoud van de groenvoorzieningen. De meeste genoemde zaken bij achteruitgang zijn zwerfvuil/afval, te weinig parkeerplaatsen/parkeeroverlast, verkeersdrukte, hardrijdend verkeer, het onderhoud van groenvoorzieningen, geluidsoverlast, jeugdoverlast, drugsoverlast en de staat van de wegen. De landelijke veiligheidsmonitor 2021 laat zien dat het oordeel van Nijmegenaren over diverse zaken in de woonbuurt (overlast, veiligheid, sociale cohesie en de openbare ruimte) in de buurt van het gemiddelde voor de benchmarksteden ligt. Het rapportcijfer van bewoners voor de leefbaarheid van de buurt (7,5) is even hoog als gemiddeld in de benchmarksteden. Rommel/zwerfvuil nummer 1 in ranglijst belangrijkste buurtproblemen Aan de Nijmegenaren is in 2021 weer gevraagd welke buurtproblemen de gemeente met voorrang zou moeten aanpakken. Het meest genoemd is rommel/zwerfvuil (11%), gevolgd door onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast (9%). Meer mensen dan in 2019 noemen hardrijdend verkeer (7% in 2021 versus 4% in 2019). Minder mensen noemen criminaliteit/geweld/onveiligheid (2% versus 6% in 2019). Daarmee staat dit onderwerp niet meer in de top 10 van de meeste genoemde buurtproblemen volgens burgers. 11% 12%
rommel, zwerfvuil onvoldoende parkeerplaatsen, parkeeroverlast
9% 8% 7%
hardrijdend verkeer
2021
4%
geluidsoverlast
6% 6%
groenonderhoud onvoldoende
6% 5%
onderhoud wegen onvoldoende
5% 5%
2019
5%
jongerenoverlast
4% 4%
druk verkeer
3% 4% 4%
drugsoverlast
4%
meer/betere winkelvoorzieningen
5%
0%
2%
4%
6%
8%
10%
12%
Figuur 4: Meest genoemde aan te pakken buurtproblemen volgens bewoners. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Aansluitend bij de nummer 1 positie van ‘rommel, zwerfvuil’ gaan de meeste Meld & Herstel meldingen van bewoners over afval en vervuiling. Ook gaan veel meldingen over: overlast (van personen, geluid, fietsen, overige voertuigen en vuurwerk); straatverlichting (vooral over defecte lampen);
14
groen (het meest over bomen, gevolgd door grasvelden/bermen en plantsoenen); wegen, paden en pleinen (het meest over trottoirs/wandelpaden, gevolgd door wegen/pleinen; over fietspaden komen minder meldingen binnen).
Positieve en negatieve ontwikkelingen in wijken Met de Wijkmonitor volgende we de ontwikkelingen in het woon- en leefklimaat in de 36 woonwijken. Hieronder zijn enkele bevindingen uit de Wijkmonitor opgenomen. Meer details kunt u vinden op andere plekken in de Stads- en Wijkmonitor: in het deel “Programma’s” onder “Wijkontwikkeling” en in het deel “Wijken”. In 6 wijken zien we negatieve ontwikkelingen: Zwanenveld, Malvert, Tolhuis, Weezenhof, ’t Acker en ’t Broek. Relatief veel bewoners zien hun buurt achteruitgaan, onder meer door vervuiling van de openbare ruimte, overlastsituaties gerelateerd aan omwonenden en verkeer, parkeerproblemen in de woonomgeving, onderhoud van groenvoorzieningen en de veiligheid (gevoelens van onveiligheid). In 7 wijken zien we uiteenlopende positieve ontwikkelingen: Wolfskuil, Biezen, Heseveld, Nije Veld, Galgenveld, Hengstdal en Ressen. In 6 wijken is het bewonersoordeel over de buurt bovengemiddeld (5 wijken in Nijmegen-Oost plus Hazenkamp), in 24 wijken gemiddeld en in 6 wijken beneden het gemiddelde (Zwanenveld, Malvert, Meijhorst, ’t Acker, De Kamp en Hatert). Ook in de relatief zwakkere Nijmeegse wijken is het woon- en leefklimaat op een behoorlijk niveau is. Het laagste gemiddelde rapportcijfer van bewoners voor de wijk is een 6,8. Binnen een aantal wijken blijven er behoorlijke verschillen tussen goede en mindere buurten bestaan.
In totaal zijn er binnen 15 van de 36 Nijmeegse woonwijken kleinere of grotere deelgebieden met leefbaarheidsrisico’s. Deze deelgebieden van verschillende omvang scoren in de ‘Leefbaarometer’ zwak of onvoldoende op basis van basis van statistieken over woningen, voorzieningen, de fysieke omgeving, sociale samenhang en overlast en onveiligheid (de Leefbaarometer is een instrument van het ministerie van BZK, waarmee de leefbaarheid in alle bewoonde wijken en buurten in Nederland in beeld gebracht wordt). De betreffende 36 deelgebieden liggen vooral in Neerbosch-Oost, Hatert, Tolhuis, Zwanenveld, Meijhorst, Lankforst, ’t Acker en De Kamp.
2.2.
Belangstelling studenten voor Nijmegen
Aantal studenten verder gegroeid, aantal in Nijmegen wonende studenten vrij stabiel In totaal studeerden in studiejaar 2020/2021 circa 50.000 studenten aan de Radboud Universiteit en het Nijmeegse deel van de HAN, tegenover circa 47.000 in 2019/2020. Naar verwachting zal het aantal universitaire studenten in de periode 2020/2021 2028/2029 in Nederland verder groeien en zal het aantal hbo-studenten licht afnemen. Ook voor Nijmegen wordt een groei van het aantal studenten voorzien. Bijna de helft van de studenten studeert aan de Radboud Universiteit (circa 24.000) en ruim de helft aan de HAN (circa 26.000). Het studentenaantal van de Radboud Universiteit is sinds 2000 met zo’n 75% gestegen, in een tempo dat min of meer vergelijkbaar is met dat van het universitair onderwijs in Nederland als geheel. De HAN heeft vooral in de periode 2000-2017 een zeer sterke groei doorgemaakt; het aantal studenten aan de Nijmeegse HAN-vestigingen is toen verdrievoudigd. Deze groei was veel sterker dan de toename van het hoger beroepsonderwijs in Nederland. De laatste
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
15
5 jaar is de toename van de Nijmeegse studentenaantallen min of meer vergelijkbaar met de Nederlandse trend. De laatste jaren zijn er op de Nederlandse en Nijmeegse hogere opleidingen steeds meer buitenlandse studenten die hier onderwijs volgen, vooral op de universiteiten. Voor Nederland als geheel geldt dat bijna een kwart van de universitaire studenten uit het buitenland afkomstig is. Voor Nijmegen is dat aandeel veel lager: 11% in studiejaar 21/22. Verwacht wordt dat het aantal buitenlandse studenten verder zal groeien. In totaal woonden er in het studiejaar 2020/2021 ongeveer 19.800 HBO- en WOstudenten in Nijmegen (uitwonende studenten, inclusief deeltijd- en duaal studenten). Na een periode van gestage toename tot 2015/2016 schommelt het aantal in Nijmegen wonende studenten rond de 20.000. Op basis van een vraag en aanbod analyse wordt in de Landelijke monitor studentenhuisvesting 2021 geconstateerd dat er in Nijmegen een zeer krappe woningmarkt voor studenten is. In de monitor wordt de groei van het aantal uitwonende studenten in Nijmegen tot 2028/29 op +8 tot +14% geraamd.
Studenten belangrijke factor in groei inwonertal De studenten zijn al vele jaren een belangrijke factor bij de groei van het inwonertal van Nijmegen. Van de vele jongeren, die naar Nijmegen komen om een opleiding te volgen, verlaat een deel na een aantal jaar de stad. Maar er blijft ook een behoorlijk deel in Nijmegen wonen. In de periode 2013-2019 groeide het inwonertal van Nijmegen sterk (+11.300). In 2020 was het beeld anders: het Nijmeegse inwonertal daalde met circa 300 naar rond de 177.350 op 1 januari 2021. Die daling had te maken met een lagere vestiging van buitenlandse studenten, oversterfte door de coronapandemie en een lager aantal nieuwbouwwoningen. In 2021 zien we weer een forse stijging, naar circa 179.100 op 1-1-2022. Het inwonertal in Nijmegen groeide in de periode 1 januari 2013 tot eind 2021 sterker (+7,6%) dan gemiddeld in de benchmarksteden (+5,6%) en dan in Nederland (+4,8%). In Arnhem en Eindhoven was de groei het sterkst. Arnhem
9,4%
Eindhoven
9,1%
NIJMEGEN
7,6%
Tilburg
7,6%
Groningen
6,1%
Leiden
4,4%
Enschede Maastricht
1,2% -0,6%
Nederland
4,8%
-2,0%
0,0%
2,0%
4,0%
6,0%
8,0%
10,0%
Figuur 5: Groei aantal inwoners in periode 1 januari 2013 – eind 2021. Bron: CBS-Statline.
Prognose: flinke groei inwonertal Het inwonertal van Nijmegen zal de komende jaren blijven groeien. Onze eigen prognose laat uiteenlopende scenario’s zien, van 192.000 tot 199.000 inwoners in 2035. Bij de lage raming is uitgegaan van relatief zekere woningbouwplannen. De laatste prognose van ABF
16
Research (2021) ligt in de buurt van onze lage raming (189.300) en de laatste prognose van het CBS (2020) sluit aan bij onze hoge raming (199.000). De prognoses voor het aantal huishoudens in 2035 van ABF Research en het CBS laten een toename zien van tussen de 9.000 en 12.000. Ook in diverse benchmarksteden - Arnhem, Eindhoven, Groningen, leiden en Tilburg - zal het inwonertal naar verwachting flink blijven groeien. En ook landelijk zal de bevolking de komende decennia blijven groeien, met een afvlakking van die groei in de periode 20402060.
2.3.
Belangstelling voor wonen in Nijmegen
Diverse factoren van belang voor aantrekkingskracht Nijmegen Het grote aantal studenten in Nijmegen, van wie een deel na de studie in Nijmegen blijft wonen, is van belang voor de groei van het inwonertal. De verwachting is dat het aantal studenten in Nijmegen de komende jaren zal groeien. Ook diverse andere ontwikkelingen zijn van belang bij de voorziene groei van Nijmegen: De leeftijd waarop traditionele gezinshuishoudens gevormd worden is hoger geworden. Meer mensen blijven langer of voor altijd alleenstaand en/of kinderloos. Deze mensen, en ook steeds meer huishoudens met kinderen en hoger opgeleiden, kiezen vaak voor de diversiteit van een stedelijke woonomgeving. Concentratie van kennis, hoogopgeleiden en bedrijven binnen de kenniseconomie in (universiteits)steden zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsmilieu. We zien dat Nijmegen een hooggewaardeerde woonstad is die als uitvalsbasis dient voor werk elders in Nederland (circa 45.200 Nijmegenaren werken buiten de stad, vooral buiten de regio). Voor de komende jaren staat er veel nieuwbouw gepland (Nijmegen-Noord, Waalfront, Winkelsteeg). Krapte op woningmarkt onverminderd groot In de jaren 2012 tot en met 2021 werden er in Nijmegen gemiddeld 914 nieuwbouwwoningen per jaar opgeleverd (versus bijna 735 gemiddeld voor de benchmarksteden).
De piek lag in 2016 en 2017 (1.411 respectievelijk 1.367); in 2020 werden er minder woningen opgeleverd (472). In 2021 zijn er 777 nieuwbouwwoningen opgeleverd (versus 900 gemiddeld voor de benchmarksteden). Naast de nieuwbouw in de afgelopen jaren, spelen ook toevoegingen in bestaande panden een flinke rol. Zo kwamen er gemiddeld tussen 2012 en 2020 190 woningen bij door transformatie (+140) en splitsing, samenvoeging en verbouwing (+50). Nijmegen telt inmiddels circa 83.600 woningen (begin 2022). De verdeling is als volgt: 43% koopwoningen, 39% huurwoningen van corporaties en 17% huurwoningen van overige verhuurders. Ten opzichte van de benchmarksteden is er in Nijmegen naar verhouding wat meer corporatiehuur en wat minder particuliere huur. Het aandeel koopwoningen ligt dicht in de buurt van het gemiddelde. Ondanks de toename van de woningvoorraad, is er sprake van krapte op de woningmarkt, voor zowel huur- als koopwoningen. De slaagkans op een huurwoning van een corporatie (aantal toewijzingen gedeeld door het aantal reacties) daalde van 12% in 2014 naar 5,0% in 2020. In 2021 volgde een lichte stijging naar 5,6%. Voor starters liggen de slaagkansen lager (3,8%) dan voor doorstromers (6,6%). Gemiddeld zijn huishoudens, die een woning toegewezen krijgen
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
17
en aanvaarden, 1,66 jaar intensief aan het zoeken geweest. Het aantal toegewezen corporatiewoningen in Nijmegen daalde van ruim 2.000 in 2019 naar bijna 1.500 in 2020. In 2021 steeg dit aantal naar 1.890. In 2021 werden 1.345 huurwoningen toegewezen aan huishoudens in de primaire doelgroep voor sociale huurwoningen (huishoudens met een inkomen tot aan de huurtoeslaggrens), versus 1.122 in 2020 en 1.541 in 2019. De markt voor koopwoningen blijft krap en wordt steeds duurder. In 2021 is er opnieuw een forse prijsstijging (+19%), terwijl het aantal transacties verder daalt met (10%). De gemiddelde prijs voor een koopwoning lag in het vierde kwartaal van 2021 op €409.000 (versus 414.000 landelijk). Eerder is al genoemd dat ook de woningmarkt voor studenten zeer krap is en dat er een groei van het aantal uitwonende studenten in Nijmegen wordt verwacht. Binnen Nederland behoort de woningmarktregio Nijmegen tot de gebieden met de hoogste percentages woningtekort. In 2021 staat de regio in de top drie, samen met Amsterdam en Utrecht. ABF Research verwacht dat het woningtekort in de woningmarktregio Nijmegen tot 2025 nog een fractie zal toenemen en daarna wat minder groot zal worden. Tegelijk verwacht ABF Research dat deze regio nog vele jaren tot de gebieden met naar verhouding de grootste woningtekorten zal behoren.
De vraag naar woningen zal in Nijmegen groot blijven. De prognoses voor het aantal huishoudens in 2035 van het CBS en ABF Research laten een toename van tussen de 9.000 en 12.000 zien. Daarbij wordt het eenpersoonshuishouden het dominante huishoudenstype; van 53% van alle huishoudens (de zelfstandig én onzelfstandig wonende huishoudens) in 2020 naar ruim zestig procent van de huishoudens in 2040.
2.4.
Waardering ondernemers voor stad
Hoge waardering van ondernemers voor de stad De waardering van ondernemers voor het ondernemersklimaat ligt in 2021 op 6,8. Dat is iets hoger dan bij de voorgaande metingen (6,6 bij de vorige meting 2018; vanaf 2010 tussen de 6,5 en 6,7). De hoogst beoordeelde aspecten van het ondernemersklimaat zijn de nabijheid van kennisinstellingen (7,8), het culturele en evenementenaanbod (7,6), het woon- en leefklimaat (7,4) en het imago van Nijmegen (7,3). De laagst beoordeelde aspecten van het ondernemersklimaat zijn de lokale lasten (5,7) en het aanbod van vestigingsplaatsen (6,1). In vergelijking met 2018 is het rapportcijfer voor het aanbod van vestigingsplaatsen gedaald (van 6,5 naar 6,1) en is het rapportcijfer voor de bereikbaarheid van de stad gestegen (van 6,1 naar 6,4).
2.5.
Waardering bezoekers voor binnenstad
Waardering bezoekers voor binnenstad blijft hoog De afgelopen decennia is er veel veranderd in de binnenstad. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van de Mariken- en Moenenstraat, het opknappen van de ringstraten, het vernieuwde Plein 44, de aanleg van de parkeergarage onder de van Schaeck Mathonsingel, de nieuwe fietsenstalling onder Plein 44, de aanleg van extra groen, de bouw van Doornroosje en De Bastei, de afname van het aantal winkels en de groei van het aantal horecagelegenheden en hotels en de nieuwe inrichting van de Waalkade. De algemene waardering van bezoekers voor de Nijmeegse binnenstad lag in 2018 op 7,7. Dat was het hoogste cijfer sinds de start van de peilingen onder bezoekers ruim twintig jaar geleden. De daaropvolgende meting in 2020 is sterk beïnvloed door de effecten van de
18
coronapandemie. De bezoekers zijn eind oktober, begin november geënquêteerd, toen de winkels beperkt toegankelijk en de horecagelegenheden gesloten waren. De bezoekers is gevraagd bij hun oordelen niet alleen te kijken naar de situatie van dat moment, maar naar heel 2020. De coronacrisis heeft niet geleid tot een sterke verandering van het oordeel over de binnenstad. De algemene waardering voor de binnenstad ligt iets lager dan in 2018, namelijk op 7,6. Behalve om een algemeen oordeel, vragen we de bezoekers om zestien aspecten van de binnenstad te beoordelen. Ondanks de beperkingen van dat moment, blijven waarderingen voor het aanbod aan winkels, horeca, cultuur en evenementen over het algemeen op peil. De waardering voor de meeste onderdelen van de ambiance van de binnenstad (sfeer/gezelligheid, inrichting, netheid, veiligheid, groen in binnenstad) is in 2020 ruim voldoende. Met een 6,3 voor het groen in de binnenstad blijft dit aspect - ondanks een stijging in de laatste metingen - wat achter op de andere scores. “Meer groen” is ook het meest genoemd als een aanpakprioriteit voor de gemeente met betrekking tot de binnenstad. Voor de netheid is de waardering licht gedaald. Dit kan verklaard worden door de omschakeling van de horeca op afhalen, die leidde tot meer zwerfafval.
De meeste aspecten van de bereikbaarheid van de binnenstad worden voldoende tot goed beoordeeld. Enkel de parkeertarieven krijgen met een 5,4 een onvoldoende. Dat is wel flink hoger dan de 3,9 in 2012. Ook het oordeel over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen steeg verder door, naar een 7 (versus 5,7 in 2012). Verder worden de bereikbaarheid per fiets, de stallingsmogelijkheden en de bereikbaarheid per openbaar vervoer hoog gewaardeerd, ondanks de lichte daling van de scores ten opzichte van 2018. Bezoekers zien terugkijkend over de laatste jaren per saldo nog steeds meer vooruitgang in de Nijmeegse binnenstad dan achteruitgang, maar wel veel minder dan in 2018. Hetzelfde geldt voor de komende jaren: nog steeds per saldo meer mensen die vooruitgang verwachten in plaats van achteruitgang, maar de stemming is duidelijk minder positief dan in 2018.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
19
7,6 7,7
algemeen oordeel
7,5 7,5
kwaliteit winkels
7,3 7,3
variëteit winkels
8,1 8,1
horeca-aanbod cultureel aanbod
7,5 7,4
evenementenaanbod
7,6 7,5
sfeer/gezelligheid
7,7 7,7
2020 2018
7,2 7,1
inrichting 6,3 6,2
groen in binnenstad
7,1 7,3
netheid
7,5 7,6
veiligheid
8,0 8,2
bereikbaarheid fiets 7,3 7,5
fietsstalling
7,7 7,9
bereikbaarheid OV bereikbaarheid auto
6,9 6,9
parkeerplaatsen
7,0 6,8 5,4 5,2
parkeertarief 4
4,5
5
5,5
6
6,5
7
7,5
8
8,5
Figuur 6: Waardering bezoekers voor aspecten van stadscentrum (gemiddelde rapportcijfers). Bron: Stadscentrummonitor, O&S.
Bij de Burgerpeiling in 2021 geeft 67% van de Nijmegenaren aan de binnenstad aantrekkelijk te vinden; 11% vindt de binnenstad niet aantrekkelijk. Ten opzichte van 2019 zijn deze percentages nauwelijks veranderd. De ene groep Nijmegenaren is positiever over de binnenstad dan de andere. Ruim driekwart van de 16-34-jarige Nijmegenaren vindt de Nijmeegse binnenstad aantrekkelijk, versus ruim de helft van de 65-plussers. En 70% van de Nijmegenaren met een hogere sociaaleconomische status vindt de binnenstad aantrekkelijk, versus 62% van degenen met een lagere sociaaleconomische status. Daarbij moet bedacht worden dat 16-34-jarigen en de personen met een hogere sociaaleconomische status aangeven vaker in de binnenstad te komen dan de 65-plussers en de personen met een lagere sociaaleconomische status. Coronacrisis heeft binnenstad hard geraakt Diverse gegevens van voor de coronacrisis lieten zien dat er een functieverschuiving voor de binnenstad gaande was: een afname van winkels en winkelvloeroppervlak en een toename van horecagelegenheden, cultuurbezoeken en hotelovernachtingen. Vanaf 2016 was de horeca een grotere werkgever dan de detailhandel. Echter de coronacrisis heeft de binnenstad hard geraakt: Het bezoekniveau aan de binnenstad was in 2020 en 2021 duidelijk lager dan normaal.
Locatus schat het verlies op basis van summiere steekproeftellingen in de hoofdwinkelstraten in 2020 op 40%. In afgezette parkeeruren zien we een kwart verlies
20
in 2020 en 2021 in transacties en parkeerduur ten opzichte van voor de coronapandemie. En in de automatische passantentellingen in enkele centrumstraten en het stationsgebied zien we 53% minder drukte in 2020 ten opzichte van 2019; 2021 scoort iets beter met 47% minder drukte vergeleken met voor de coronapandemie. In de horeca en detailhandel verliest de binnenstad circa 600 banen sinds de start van de coronapandemie. Na de stijging van het jaarlijks aantal bezoeken aan podiumvoorstellingen in de binnenstad in de periode 2015 (358.000) tot 2019 (429.000), kelderde dit aantal naar 121.000 in 2020 en 93.000 in 2021. En na een recordaantal filmbezoeken in LUX in 2019 (253.000), nam dit aantal af tot 128.000 in 2020 en 85.000 in 2021. Ook het aantal bezoeken aan Museum Het Valkhof en De Bastei (in totaal 123.000 in 2019) nam flink af (63.000 in 2020 en 69.000 in 2021). De groei van het aandeel online inkopen is in een stroomversnelling gekomen. Het aantal winkels en het winkelvloeroppervlak zijn in periode 2006 tot 2021 met 20 tot 25% afgenomen. Het leegstandspercentage vertoont in het eerste coronajaar 2020 geen stijging, maar een daling. In 2021 zien we een nagenoeg gelijkblijvend leegstaand winkeloppervlak in de binnenstad. De 6,1% begin januari 2022 is laag in vergelijking met het gemiddelde voor de benchmarksteden (11,9%).
2.6.
Waardering voor evenementen
Evenementen worden hoog gewaardeerd Voor de coronacrisis was dit het beeld met betrekking tot evenementen: In Nijmegen vinden jaarlijks circa 40 evenementen met meer dan 2.000 bezoekers plaats. Het jaarlijks aantal vergunningplichtige evenementen ligt op circa 215, met een piek in 2017 (247). Van die evenementen vindt 47% in Nijmegen-Centrum plaats (ruim 100 per jaar met een piek van 119 in 2017). Als we kijken naar de leeftijd, het opleidingsniveau en de woonplaats van de bezoekers zien we dat met de evenementen uiteenlopende doelgroepen worden bereikt. Twee evenementen springen er sterk uit: De Vierdaagsefeesten en de Vierdaagsemarsen. In de landelijke ranglijst voor 2019 van vrij toegankelijke evenementen - op basis van bezoekaantal en mediawaarde - staan de Vierdaagsefeesten en -marsen op de eerste respectievelijk derde plaats. De Vierdaagsefeesten trekken veruit de meeste bezoeken: ruim 1,6 miljoen bezoeken in 2019. Andere evenementen, die veel bezoekers/deelnemers trekken, zijn onder meer de Zevenheuvelenloop en de concerten in het Goffertpark. Bezoekers en deelnemers geven hoge rapportcijfers voor de Nijmeegse evenementen. De bezoekers van culturele evenementen geven gemiddeld een 8,2, de bezoekers van sportevenementen een 8 en de deelnemers aan sportevenementen een 8,3.
Evenementenbezoekers, die Nijmegen niet goed kennen, gaan vaak met een positiever beeld van de stad naar huis. In 2017 vinden meer Nederlanders ‘evenementenstad’ een passende omschrijving voor Nijmegen (48%) dan in 2015 (34%). Mogelijk komt dit door de media-aandacht die gepaard ging met de bijzondere evenementen in 2016 (100e Vierdaagse; Giro d’Italia).
2.7.
Aantrekkingskracht op regio
Winkelaanbod in Nijmegen belangrijk voor regiogemeenten Het in 2016 uitgevoerde Koopstromenonderzoek regio Arnhem-Nijmegen (I&O Research) liet zien dat 59% van de bestedingen in Nijmegen voor niet-dagelijkse boodschappen uit
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
21
Nijmegen zelf kwam. Daarnaast was er toevloeiing uit vooral Berg en Dal en ook uit Beuningen en Wijchen. Voor de dagelijkse boodschappen was de toevloeiing kleiner. Andersom vloeiden er bestedingen van Nijmegenaren voor niet-dagelijkse boodschappen af naar de regio: 67% van de bestedingen door Nijmegenaren voor niet-dagelijkse boodschappen werd in Nijmegen zelf gedaan, 14% via internet en 18% kwam in de regiogemeenten terecht, verdeeld over vele gemeenten. Daarbij was de afvloeiing naar Duiven nog het grootst is (3%). Van de bestedingen door Nijmegenaren voor dagelijkse boodschappen werd 88% in Nijmegen gedaan. De afvloeiing ging in meerdere richtingen (meeste afvloeiing richting Overbetuwe en Duitsland). Bij de keuze voor waar men dagelijkse boodschappen ging doen, was nabijheid de belangrijkste factor. Veel cultuurbezoekers uit de regio De in 2019 bij de Nijmeegse podia uitgevoerde publieksonderzoeken lieten zien dat ruim de helft van de bezoekers van Doornroosje, 40 tot 45% van de bezoekers van De Vereeniging, de Stadsschouwburg en Merleyn en 21 tot 26% van de bezoekers van LUX en Het Lindenberg Theater van buiten Nijmegen kwamen. Uit een in 2018 uitgevoerde peiling onder het Arnhemse stadspanel bleek dat bijna de helft van de cultuurbezoekers uit Arnhem in de voorgaande drie jaar culturele instellingen/activiteiten in Nijmegen bezocht had.
Andersom gaf 40% van de Nijmeegse cultuurbezoekers aan culturele instellingen/activiteiten in Arnhem bezocht te hebben. Veel middelbare scholieren en MBO-studenten uit de regio In totaal gaan er in het schooljaar 2021/2022 ruim 14.000 leerlingen naar de 15 scholen voor voortgezet onderwijs in Nijmegen. Bijna de helft van die leerlingen woont buiten de stad, voornamelijk in de directe regio. Sinds 2015 loopt het aantal leerlingen terug. De daling met ongeveer 1.500 leerlingen tussen de schooljaren 2015/2016 en 2020/2021 komt vooral door een teruggang van het aantal leerlingen uit de regiogemeenten. In het schooljaar 2021/2022 is het totale leerlingaantal op de Nijmeegse scholen voor het eerst sinds een aantal jaar stabiel gebleven. De komende jaren zal het aantal 12-jarigen in sommige regiogemeenten nog iets verder dalen, maar de grootste terugloop is achter de rug. Het ROC-Nijmegen is de grootste aanbieder van middelbaar beroepsonderwijs in Nijmegen. In het studiejaar 2021/2022 volgen bijna 10.000 studenten hier onderwijs. Ongeveer een kwart van de studenten woont in Nijmegen, de rest vooral in de regio rond Nijmegen. Veel pendel naar werk Circa zes op de tien banen van werknemers in Nijmegen wordt vervuld door mensen die niet in Nijmegen wonen. Het gaat in 2020 om circa 60.800 personen.
Onder hen vooral veel mensen uit gemeenten direct rond Nijmegen (een derde van de inkomende pendel), maar ook veel die in de rest van Gelderland of Noord-Brabant wonen. Ook de uitgaande pendel is omvangrijk. Circa 45.200 Nijmegenaren werken buiten de stad (is 52% van de Nijmeegse werknemers). Dat doen ze veelal buiten de regio. Nijmegen is de werkstad binnen de eigen regio evenals een hooggewaardeerde woonstad, die als uitvalsbasis naar werk elders in Nederland dient.
22
2.8.
Beeld van Nijmegen bij Nederlanders
Nederlanders die Nijmegen bezoeken positief over aanbod Onderzoek onder Nederlanders naar het imago van Nijmegen uit 2015 en 2017 laat zien dat het beeld van Nijmegen vooral bepaald wordt door de Vierdaagse, de ligging aan de rivier, de opleidingsmogelijkheden en het historisch karakter. Nederlanders vinden vooral de omschrijving ‘historische stad’ goed bij Nijmegen passen (70%), gevolgd door ‘loopstad’ (67%) en ‘studentenstad’ (60%). Niet heel veel Nederlanders zien Nijmegen als een ‘cultuurstad’, terwijl Nijmegen een relatief groot cultuuraanbod heeft. Het rapportcijfer van Nederlanders voor de stad steeg van 6,8 in 2015 naar 7,0 in 2017. Het algemene beeld van de stad wordt positiever naarmate men vaker in Nijmegen komt. Mensen die Nijmegen nooit bezochten geven een 6 en regelmatige bezoekers een 7,7. De belangrijkste bezoekredenen veranderden niet: voor bezoekers waren dat het bezoeken van bekenden, winkelen, het bekijken van de binnenstad, horecabezoek en wandelen en fietsen in de omgeving. Voor mensen met belangstelling om de stad te gaan bezoeken is dat het bekijken van de binnenstad, gevolgd door de geschiedenis van de stad ervaren, winkelen en wandelen/fietsen in de omgeving.
De Nederlanders, die Nijmegen bezocht hebben, oordelen veelal positief over het aanbod waarvoor men Nijmegen heeft bezocht (winkelen, horecabezoek, bezienswaardigheden binnenstad, ervaren geschiedenis, musea, culturele voorstellingen). De Vierdaagse speelt een bescheiden rol als het gaat om de redenen om Nijmegen te bezoeken. Uit onderzoek onder de bezoekers van de Vierdaagsefeesten weten we dat deze vooral uit Nijmegen en omgeving komen. Voor de coronapandemie nam het recreatief bezoek aan Nijmegen toe Het recreatieve bezoek aan Nijmegen nam vanaf 2012 flink toe. Het aantal hotelovernachtingen steeg van circa 143.000 in 2012 naar ruim 300.000 in 2018. In die periode steeg ook het hotelaanbod in de stad. Het aantal hotels in Nijmegen nam in de periode 2008-2017 toe van 10 naar 23. De meeste daarvan liggen in of in de buurt van het centrum. Met name zijn er middelgrote en kleine hotels bijgekomen. In totaal is het aantal kamers toegenomen van circa 400 in 2008 (ongeveer 800 bedden) naar circa 650 in 2017 (ongeveer 1.200 bedden). Ook kwamen er meer Bed & Breakfasts en aanbieders van gastenkamers bij. In 2019 was er een lichte daling van het aantal hotelovernachtingen (297.500), gevolgd door een forse daling in 2020 door de coronapandemie (167.000).
2.9.
Ranglijsten grote steden
Nijmegen scoort hoog op ranglijst woonaantrekkelijkheid Atlas voor gemeenten stelt jaarlijks een ranglijst woonaantrekkelijkheid voor de 50 grootste steden op. Dit gebeurt op basis van acht indicatoren: bereikbaarheid banen per auto en openbaar vervoer, cultureel aanbod, veiligheid, percentage koopwoningen, culinair aanbod, nabijheid natuurgebieden, aanwezigheid universiteit en percentage vooroorlogse woningen. In 2008 stond Nijmegen in de ranglijst woonaantrekkelijkheid voor het eerst in de top 10 (negende plaats). De hoogste notering werd in 2009 bereikt (vijfde plaats). In 2021 staat Nijmegen op de negende plaats. Dat is hoger dan alle andere steden in onze vaste set van benchmarksteden. De hoge positie van Nijmegen heeft vooral te maken met de universiteit (derde plaats ‘aanwezigheid universiteit’), het podiumkunstenaanbod (zevende plaats ‘cultuuraanbod’) en de mooie omgeving (zestiende plaats ‘nabijheid van natuurgebieden’).