CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

80 - Financieel beeld 2023 - 2026 (update april 2022)

Besluitronde (raadsvergadering) 22 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Initiatief-raadsvoorstel Coalitieakkoord 2022-2026 (50/2022)1.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Update financieel beeld 2023 -2026 april 2022

Inleiding Op 22 maart 2022 is het financieel beeld 2023 – 2026 via het college aan de nieuwe raad aangeboden. Onlangs zijn de maartbrief van de minister van Binnenlandse Zaken(BZK)1 over het gemeentefonds en het Centraal Economische Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) gepubliceerd. Hiermee kunnen we een aantal ramingen uit het financieel beeld van de programmabegroting actualiseren. Waarschuwing vooraf: het geactualiseerd financieel beeld kent nog steeds de nodige onzekerheden. Het rijk wordt geconfronteerd met de nodige financiële uitdagingen, waardoor zij misschien de ambities uit het regeerakkoord moeten bijstellen. De VNG en het rijk zijn in onderhandelingen over onder meer de jeugdzorg en de raming van het gemeentefonds 2026. De impact van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne op de (wereld) economie is nog ongewis. Kortom: 2023 zal financieel ongetwijfeld anders zijn dan nu ingeschat. In de laatste paragraaf is een update van de beschikbare investeringsruimte en het weerstandsvermogen opgenomen. Dit naar aanleiding van de Stadsrekening 2021.

Geüpdatet financieel beeld 2023 - 2026 Hieronder is de tabel uit het financieel beeld van 22 maart opgenomen aangevuld met de bijstellingen in deze update. De onderdelen die in deze update veranderen zijn in rode letters. Na de tabel worden de verschillende onderdelen toegelicht. Bedragen * € 1 miljoen Stadsbegroting 2022 – 2025

2022 0,2

2023 0,4

2024 0,4

2025 0,8

2026 0,8

9,8

6,3

6,3

6,8

10,4

6,6

11,7 4,4 -2,8 0 -pm

19,5 5,9 -2,8 0 -pm

21,4 7,4 -2,8 0 -pm

9,8 0 -2,8

-3,8

4,4 -3,8 1,3

pm -3,8 4,0

pm -3,8 6,7

-pm pm pm -3,8 6,7

Geüpdatet financieel beeld nieuwe raadsperiode begin april

16,6

22,1

29,5

36,6

23,9

Saldo financieel beeld 22 maart

16,6

24,5

29,3

33,7

18,3

Septembercirculaire gemeentefonds 2021 en bijstellingen 2026 Regeerakkoord: - 'regulier accres' regeerakkoord - bevriezen opschalingskorting - woningbouwimpuls/volkshuisvestingsfonds - per saldo neutrale effecten gemeentefonds Regeerakkoord: onzekerheden (volgens CPB) Regeerakkoord: raming 2026 Regeerakkoord: Jeugdzorg Bijpassen prijsontwikkeling (was pm) Herijking gemeentefonds (was pm)

0 -pm

Met deze actualisatie verslechtert het financieel beeld in 2023. In de jaren 2024, 2025 en 2026 verbetert het financieel beeld. Structureel zelfs met meer dan € 5 miljoen. Woningbouwimpuls/volkshuisvestingsfonds In de maartbrief schrijft de minister van BZK dat de accres (toename) gemeentefonds in 2026 niet is berekend maar is vastgezet op € 1 miljard. De reden en onderbouwing wordt niet nader toegelicht. Wel wordt met de

1 Op 6 april heeft de minister van Binnenlandse Zaken de maartbrief 2022 over het gemeentefonds gestuurd. In deze brief gaat de

minister onder andere in op de ontwikkeling van de omvang van het gemeentefonds als gevolg van het regeerakkoord en de herijking van de verdeelmodellen van het gemeentefonds. In de maartbrief is geen actualisatie opgenomen van de totale omvang van het gemeentefonds en de rekenparameters voor de verdeling van het gemeentefonds naar de individuele gemeenten. In de maartbrief is wel een bijlage opgenomen met een indicatie van de extra bedragen die gemeenten ontvangen als gevolg van het regeerakkoord. Op basis hiervan is de conclusie dat de bedragen in het financieel beeld van Nijmegen voor het ‘regulier accres regeerakkoord’ en ‘bevriezen opschalingskorting’ goed zijn ingeschat.

1

maartbrief duidelijk dat het bedrag van € 1miljard inclusief de uitname voor de woningbouwimpuls en volkshuisvestingsfonds is. De korting die eerder in 2026 was opgenomen is dubbelop en kan geschrapt worden. Bijpassen prijsontwikkeling in de programmabegroting Op basis van de cijfers in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) moeten de prijzen in de begroting 2023 met meer dan 5% worden bijgesteld (inclusief nacalculatie over 2022). Een dergelijke prijsstijging is fors hoger dan we gewend zijn; voor de begroting 2022 is bijvoorbeeld uitgegaan van nog geen 2%! Uitgangspunt is dat het bijstellen van het prijsniveau in de begroting financieel neutraal verloopt. De extra lasten worden opgevangen door het verhogen van de gemeentelijke tarieven en een hogere gemeentefondsuitkering. Een doorrekening met de huidige parameters levert een verschil op van bijna € 13 miljoen nadelig! Doordat het rijk te maken heeft met dezelfde prijsontwikkeling zullen ook hun uitgaven stijgen. Via de trap-op trap-af zal dit gaan leiden tot een hogere gemeentefondsuitkering. Maar het is niet zeker of het gemeentefonds voldoende zal stijgen als gevolg van hogere prijzen om hiermee het nadeel van € 13 miljoen op te vangen. Mogelijk dat de oplopende prijzen voor extra druk zorgen om in te grijpen in de rijksbegroting.

En een lagere rijksbegroting betekent een lager gemeentefonds. De meicirculaire dit jaar zal hier uitsluitsel over bieden. Voor nu is het pessimistisch om ervan uit te gaan dat de meicirculaire van het gemeentefonds geen compensatie gaat bieden voor stijgende prijzen. Echter, om ervan uit te gaan dat het gemeentefonds bijna € 13 miljoen extra stijgt vanwege prijseffecten is optimistisch. In het geactualiseerd financieel beeld wordt daarom uitgegaan dat 70% van het nadeel als gevolg van prijsstijgingen wordt gecompenseerd door een hogere gemeentefondsuitkering. Herijking gemeentefonds In de vorige kabinetsperiode zijn de verdeelmodellen van het gemeentefonds herijkt. Deze herijking was nodig omdat de verdeling van met name de middelen in het gemeentefonds voor het sociaal domein nog gebaseerd was op verouderde inzichten en data. De nieuwe verdeelmodellen leiden tot forse herverdeeleffecten tussen gemeenten. Dat heeft op haar beurt tot de nodige commotie en extra onderzoeken geleid. Hierdoor heeft het ontwikkel- en invoeringstraject meer tijd gekost dat gepland. Het besluit over invoering is zelfs doorgeschoven naar het huidig kabinet. De huidige minister heeft in de maart brief laten weten dat zij heeft besloten om het model per 2023 in te voeren. De belangrijkste reden hiervoor is dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het huidig model.

Omdat op een aantal onderdelen van het nieuwe model nog nader onderzoek nodig is heeft zij wel besloten de herverdeeleffecten te beperken door in te grijpen op het ingroeipad: • In het eerste jaar wordt een herverdeeleffect van maximaal € 7,50 per inwoner toe gepast (in plaats van de gebruikelijke € 15,- per inwoner). • Het ingroeipad wordt in eerste instantie beperkt tot 3 jaar; aan de hand van een evaluatie wordt in 2025 besloten hoe het traject vervolgd wordt in 2026. Op grond van eerdere berekeningen leidt het nieuwe verdeelmodel voor Nijmegen tot een fors hogere uitkering uit het gemeentefonds. Uitgaand van 179.100 inwoners en het ingroeipad leidt dit een voordeel van € 1,3 miljoen in 2023, € 4,0 miljoen in 2024. Vanaf 2025 is het voordeel € 6,7 miljoen

Effecten op investeringen en grondexploitaties van stijgende prijzen en rente De stijgende prijzen hebben ook effect op de investerings- en grondexploitatieprojecten. Ook zal de stijgende rente extra kosten veroorzaken. Op dit moment is het (nog) niet goed mogelijk om hiervan goede inschattingen te maken. Op zijn laatst zal bij de begrotingsvoorbereiding 2023 een inschatting van de financiële impact worden gegeven.

2

Update investeringsruimte en weerstandsvermogen als gevolg van de Stadsrekening 2021 In deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen van de besluiten die in de Stadsrekening 2021 worden voorgelegd op de investeringsruimte en weerstandsvermogen. Investeringsruimte In de Stadsrekening 2021 wordt voorgesteld om aanvullend een krediet van € 2 miljoen voor Winkelsteeg op te nemen en het krediet voor de stationsomgeving met € 10 miljoen op te hogen. Het gaat om omzettingen van éénmalige exploitatiebijdragen voor deze grondexploitatieprojecten naar investeringskredieten. Deze omzetting heeft een positief effect op het programmaresultaat in 2021, maar leidt wel tot lagere investeringsruimte voor de stadsbegroting 2023-2026. In het financieel beeld van 2023-2026 van 22 maart jl. is aangegeven dat de netto investeringsruimte € 26 miljoen is. Met de voorgestelde besluiten uit de Stadsrekening wordt dit € 14 miljoen. Overigens kan natuurlijk de investeringsruimte worden vergroot door kapitaallasten toe te voegen in de programmabegroting. De structurele toevoeging van € 1 miljoen kapitaallasten levert ongeveer een € 17 miljoen éénmalige investeringsruimte op.2 Weerstandsvermogen In het financieel beeld van 22 maart werd uitgegaan van een stand van de saldireserve begin 2022 van € 134 miljoen. Met de voorgestelde toevoeging in de Stadsrekening 2021 wordt de stand € 157 miljoen.

Het risicoprofiel is nagenoeg gelijk gebleven. Dit leidt ertoe dat de ratio tussen risico’s en saldireserve bij de Stadsrekening hoger is dan in het financieel beeld van 22 maart. Zoals in het deel over de investeringsruimte is aangegeven wordt de hogere stand voor een deel veroorzaakt door de omzetting van éénmalige bijdrage aan grondexploitaties naar investeringskredieten.

2 Uitgaande van een afschrijvingstermijn van 20 jaar (is gemiddeld) en de huidige rekenrente van 0,8%!

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f1de6c34-283d-4cd7-bcda-6e74b7c04d7e