8. Brief aan de GMR Zienswijze Jaarstukken 2023, Regionale Agenda 2025-2028 en ontwerpbegroting
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen ST20 Postbus 9105
Het Dagelijks Bestuur van de Groene Metropoolregio T.a.v. de voorzitter Nijverheidsweg 2a 6662 NG ELST
6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Onderwerp
5 juni 2024 Zienswijze op de Jaarstukken 2023, Regionale Agenda 2025-2028 en ontwerpbegroting 2025-2028 GMR
Contactpersoon Vincent Graauwmans v.graauwmans@nijmegen.nl T 024 – 329 95 24 Ons kenmerk D240372216
Geachte voorzitter, Op 15 april 2024 ontvingen we van u de jaarstukken over 2023 en de conceptversie van de Regionale Agenda 2025-2028 inclusief bijbehorende conceptbegroting 2025-2028. U vraagt of wij ons herkennen in de (uitwerking van de) ambities en bijbehorende acties in de concept-regionale agenda 2025-2028. U stelt dat de agenda een uitdrukkelijke uitnodiging is om in te tekenen op alle opgaven en nodigt ons uit een zienswijze in te dienen. Met deze brief geven wij onze zienswijze op de jaarstukken 2023, de Regionale Agenda 2025-2028 en de bijbehorende ontwerpbegroting 2025-2028. 1. Algemeen Net als in de vorige Regionale Agenda 2023-2024 is er sprake van een ambitieus programma waarin we in en met de regio werken aan vijf belangrijke opgaven. De agenda geeft vorm aan het benodigde partnerschap in onze regio, waarin aandacht is voor gebiedsgericht werken, majeure opgaven en gezamenlijke lobby richting provincie, Rijk en Europa. Alle opgaven dragen direct bij aan de versterking van onze stad en de regio. Op hoofdlijnen herkennen wij de koers die bestuurlijk in gang is gezet in de verschillende bestuurlijke opgaveteams. Net als u vinden wij de samenhang tussen de opgaven van belang. Wij zijn dan ook voornemens om later dit jaar in te tekenen op alle vijf de opgaven.
Wel plaatsen wij op verschillende onderdelen kanttekeningen en zijn er aandachtspunten die we u in deze zienswijzebrief willen meegeven. 2. Inhoudelijke reactie De Regionale Agenda en bijbehorende begroting zijn in lijn met de koers die in de verschillende bestuurlijke opgaveteams is ingezet. Op een aantal onderdelen zijn er opmerkingen en kanttekeningen die we u willen meegeven. Opgave Circulaire Regio Door het onderhouden van een breed netwerk en connecties met bedrijven speelt de GMR een belangrijke rol als aanjager van circulaire economie. Wij zien een positieve
ieven en huisstijldocumenten / sjab = Brief
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 7
ontwikkeling in de toepassing van de circulaire impactladder en ondersteunen verdere uitrol hiervan. De Regionale Agenda kent een hoog abstractieniveau. Wij zien graag dat de GMR een concretiseringsslag maakt in de te behalen doelen: wat betekent 50% of 100% circulair in de praktijk precies? Is uit te leggen en kwantificeren wat het betekent om als regio klimaatbestendig te zijn? Een gescheiden uitwerking van proces en inhoud kan hierbij helpend zijn. Op het gebied van bouw en infra zien wij een belangrijke rol voor de GMR om contact met de markt te onderhouden en vraag en aanbod te matchen om biobased bouw te stimuleren. Te denken valt bijvoorbeeld aan het onderzoeken van de mogelijkheden van landbouwtransitie naar biobased gewassen in de regio. Met het programma Conceptueel Circulair Bouwen (CCB) en de circulaire impactladder wordt gewerkt aan het stimuleren van de circulaire bouweconomie bij opdrachtgevers. Wij verwachten dat de GMR regionale samenwerking en versterking zoekt met regionale projecten als VIA-T (waarbij ingezet wordt op de opdrachtnemerskant). Wij constateren dat de kleinere gemeenten binnen de GMR weinig capaciteit hebben om in te zetten op circulaire economie. Dit kwam bijvoorbeeld tot uiting in het onderdeel duurzame inkoop, waarbij weinig steun was om het manifest MVOI te ondertekenen. Wij erkennen deze uitdaging en vragen hier graag aandacht voor.
Waar mogelijk is ondersteuning nodig in het enthousiasmeren van kleinere gemeentes. Wij staan achter de onderdelen die zijn genoemd bij het speerpunt energietransitie: uitvoering van RES 1.0 en voorbereiding van een nieuw bod voor grootschalige schone opwek na 2030, uitwerking van de regionale warmtestructuur en een regionaal traject voor integraal programmeren van de toekomstige infrastructuur voor elektriciteit tot en na 2030. Dit geldt ook voor de ondersteunende rol van de GMR bij de vergroening van gemeentelijke organisaties, het Nationaal Isolatie Programma (in het bijzonder de Soortenmanagementplannen) en het Regionaal Expertiseteam Energie voor bedrijven. Onderdeel van de begroting voor het onderdeel Circulaire Regio zijn de kosten voor het uitvoeren van Regio Deal projecten. Een kanttekening die we hierbij maken is dat de daadwerkelijke kosten afhankelijk zijn van toekenning van provinciale subsidie die in het kader van de Regio Deal – onder voorwaarden – kan worden verstrekt. Het scenario waarin deze gelden niet – of voor een lager bedrag dan begroot - worden toegekend, is onvoldoende uitgewerkt met betrekking tot uitvoering van het programma CCB. Het is aan te bevelen deze optie als minimumvariant voor het programma in beeld te brengen.
Opgave Productieve Regio De topsectoren Health en High Tech & Energy (HHT&E) zijn belangrijk voor het innovatieve vermogen in de regio. Voor deze sectoren moet er voldoende ruimte voor doorontwikkeling zijn. TEB heeft hierin de lead, is aanjager en verbinder vanuit de triple
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 7
helix. TEB werkt daarbij samen met de provincie en de GMR. De GMR staat samen met TEB aan de lat voor een goed vestigingsklimaat en beschikbare ruimte voor circulaire economie, de energietransitie en voor de topsectoren op en rond de campussen. In de Regionale Agenda 2025-2028 zien we hierbij te weinig aandacht voor de doorontwikkeling van (inter-)nationale clusters HHT&E. In het bijzonder het thema campusontwikkeling (Novio Tech Campus Nijmegen en Campus Heijendaal) wordt summier benoemd. We pleitten voor het opnemen van meer tekst over het economisch belang van de internationale clusters HHT&E in de GMR. Voor de verdere ontwikkeling van de campussen zijn beschikbaarheid van ruimte, goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van personeel van essentieel belang. Dit zijn bij uitstek zaken die in de Regionale Agenda benoemd moeten worden en waar de GMR zich voor moet inzetten. Toekomstbestendige werklocaties is één van de drie speerpunten in de opgave Productieve Regio. In het nieuwe Regionaal Programma Werklocaties (RPW) wordt een flinke kwalitatieve slag gemaakt t.o.v. het vorige programma. Toekomstige uitbreidingen van werklocaties vinden niet meer automatisch in nieuwe uitleggebieden plaats. Herstructurering, verdichting en verduurzaming van bestaande terreinen is het nieuwe uitgangspunt.
Een ingewikkelde, kostbare en langjarige opgave waarvoor samenwerking tussen gemeenten, bedrijven, provincie en het Rijk nodig is. Een kanttekening die we hier bij plaatsen is dat de nadruk ligt op herstructurering en intensivering van bestaande terreinen. We vinden het echter van belang om ook nieuwe (schuif-)ruimte te creëren die nodig is juist als gevolg van ambities op het gebied van doorgroei van de campussen en circulaire economie. Door herstructurering en intensivering kan wel een deel van de ruimtevraag worden opgevangen zodat minder nieuwe uitleg nodig is. De coördinatie van het speerpunt slimmere en schonere logistiek vindt plaats vanuit de opgave productieve regio. Logistiek wordt meegenomen in de ruimtelijke planningsvraagstukken, bijvoorbeeld in het RPW. Bij logistiek gaat het echter ook om de realisatie van ondersteunende voorzieningen als (circulaire) bouwhubs, laadinfrastructuur, truck-parkings en/of stadshubs. We zijn van mening dat dit speerpunt zich teveel beperkt tot alleen het verslimmen en verschonen. Ook logistiek zien wij als een randvoorwaardelijke vereiste voor verdere economische groei van de regio. Dit sluit aan bij de visie “Economie van de Toekomst” waar de insteek is om alleen ruimte te faciliteren voor bedrijven die ondersteunend zijn aan de topsectoren HHT&E en aan MKB-bedrijven die reeds in de regio gevestigd zijn en die willen doorgroeien.
We missen bij dit speerpunt ook de aandacht en het belang van watergebonden bedrijvigheid en de havens. Opgave Ontspannen Regio Groen en blauw in stedelijk en landelijk gebied versterken vinden we belangrijk. Zeker met de ambitie om nog te groeien komende jaren is het belangrijk dat er ook voldoende oog blijft voor natuur en uitloopgebied. Het bevorderen van toerisme en profileren van Nijmegen als oudste stad met een bruisend karakter sluit aan bij de verhaallijnen die
Gemeente Nijmegen
Pagina 3 van 7
benoemt zijn binnen het speerpunt recreatie en toerisme. Goede culturele voorzieningen en een actief cultureel netwerk van topinstellingen, midden-segment, amateurkunst, cultuureducatie en vrijwilligers is ook belangrijk in het Nijmeegse cultuurbeleid. Veel van de activiteiten in de Regionale Agenda zijn al in gang gezet en worden nu verder uitgevoerd. Hiermee sluiten we ook aan op de provinciale ontwikkelingen. Opgave Verbonden Regio De opgave Verbonden Regio gaat over veilige en duurzame bereikbaarheid van onze regio. We kunnen instemmen met de genoemde 5 doelen en de uitwerkingen binnen de 2 speerpunten van de Verbonden Regio en de wijze waarop deze in de regionale agenda zijn verwerkt. Wel willen we enkele aandachtspunten meegeven, vooral over de rol van automobiliteit. Bij ‘onze doelen’ wordt terecht aangegeven dat we niet moeten streven naar maximalisatie van bereikbaarheid, maar naar een optimale bereikbaarheid in relatie tot doelstellingen op gebied van brede welvaart en klimaat. Er ontbreekt echter een concrete kwantitatieve taakstelling voor het beheersen van autogebruik en autobezit. We pleiten ervoor om ten hoogste een regionale nulgroei aan te houden, maar bij voorkeur streven we naar een absolute afname van zowel autogebruik als autobezit.
Dit achten wij noodzakelijk om in de buurt te komen van de ambitieuze doelen op gebied van CO2-reductie, leefbaarheid, verkeersveiligheid, etc. Er wordt aangegeven dat we streven naar het oplossen/verbeteren van capaciteitsknelpunten voor alle modaliteiten. Voor openbaar vervoer en fiets is dat inderdaad noodzakelijk. We pleiten ervoor om een dergelijk streven voor de auto los te laten. De geschiedenis heeft ons namelijk geleerd dat het verhogen van capaciteit voor automobiliteit feitelijk zorgt voor méér automobiliteit, waardoor maatregelen neerkomen op dweilen met de kraan open. Het loslaten van dit streven zorgt bovendien voor een verbetering van de concurrentiepositie van openbaar vervoer en fiets. Een groot deel van de aanpak is gericht op het beter benutten van bestaande infrastructuur en capaciteit. Daarbij kan duidelijker onderscheid worden gemaakt naar de verschillende mobiliteitsbehoeftes en –opgaven tussen enerzijds de steden Nijmegen en Arnhem en anderzijds de overige regiogemeenten. Beide steden hebben de ambitie om de hoeveelheid stedelijke infrastructuur te verminderen en vooral in te zetten op ruimteefficiënte mobiliteit: minder ruimte voor de auto, méér ruimte voor openbaar vervoer en fiets.
Hoewel de auto-afhankelijkheid in de overige regiogemeenten groter is en blijft dan in de steden, moeten ook de regiogemeenten worden gestimuleerd om ten hoogste een nulgroei aan te houden voor autogebruik. Alleen daarmee kan worden voorkomen dat er een te grote onbalans en spanning ontstaat in de automobiliteit rond de stadsgrenzen. Opgave Groene Groeiregio We herkennen ons in hoofdlijnen op de omschreven opgaven en activiteiten. De komende periode zal in het teken staan van uitvoering. We geven uitvoering aan de doelen van de Woondeal tot en met 2030: naast het toevoegen van woonruimte ook met de betrokken
Gemeente Nijmegen
Pagina 4 van 7
partners invulling geven aan de benodigde randvoorwaarden hiervoor. Parallel hieraan werken we vanuit de principes van de verstedelijkingsstrategie aan de integrale ruimtelijke opgave. Dit doen we op (boven)regionaal niveau met de NOVEX-uitvoeringsagenda en op bovenlokaal niveau in de gebiedsuitwerkingen. Hiermee komen we o.a. tot een scherp beeld van potentiële ontwikkellocaties ná 2030, zodat we kunnen zorgen voor continuïteit in ontwikkeling van meer landschap en meer stad. Op verschillende plekken gaat het over de woningbouwopgave. We zien dit als onderdeel van een bredere woonopgave met als doel het toevoegen van meer woonruimte. Dit kan zowel via nieuwbouw als via het beter benutten van de bestaande voorraad. Dit laatste zien we ook terug in de Regionale Agenda. In de agenda wordt de realisatie van minimaal 26.500 woningen van 2025 tot en met 2030 benoemd, waarvan minimaal 34.500 zijn opgenomen in plannen. Ons inziens gaat het in deze periode om realisatie van minimaal 21.300 woningen en een streven naar 25.800 woningen om de doelen uit de Woondeal 2.0 te verwezenlijken (inclusief Montferland). Hierbij hebben de rekening gehouden met bijna 8.000 al toegevoegde woningen in 2022 en 2023 en gaan we uit van 3.700 tot 4.200 toe te voegen woningen in 2024. De omvang van de plancapaciteit dient daarvoor van 2025 tot en met 2030 minimaal 27.500 tot 33.500 woningen te bevatten.
Op pagina 14 worden 17 andere versnellingslocaties beschreven. In totaal staan er 25 versnellingslocaties in de Woondeal 2.0. Exclusief de 3 grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties gaat het om 22 andere versnellingslocaties. De passage over de gebiedsprogramma’s op pagina 12 kan worden verduidelijkt of aangevuld. Wij zien de gebiedsprogramma’s als volgt: “De gebiedsprogramma’s richten zich op bovenlokale maatregelen waarvoor samenwerking of afstemming tussen gemeenten nodig is. De gebiedsprogramma’s hebben tot doel om samenhang, fasering en prioritering aan te brengen in de maatregelen die worden uitgevoerd, of nog nodig zijn, voor de gebalanceerde groei in een gebied en ze brengen de voortgang ervan in beeld. De gebiedsprogramma’s zijn adaptief en worden regelmatig bijgesteld.” Pagina 12 benoemt het agenderen van de benodigde financiële bijdragen bij partners in NOVEX verband en bij bestuurlijke overleggen. Dit ondersteunen we, maar wat ons betreft beperkt de agendering zich niet alleen tot financiële bijdragen. Het aanpassen van wet- en regelgeving en het leveren van capaciteit of kennis kan eveneens worden geagendeerd. 3. Opmerkingen bij de begroting In uw brief van 24 januari 2024 heeft u de financiële en algemene uitgangspunten voor de begroting 2025 aangegeven. De actuele Regionale Agenda 2023-2024 heeft een looptijd van twee jaar.
Met deze periode is tegemoetgekomen aan de breed gedragen wens vanuit veel gemeenteraden. De begroting voor 2025 wordt gebaseerd op een nieuwe Regionale Agenda die een looptijd kent van vier jaar: 2025-2028.
Gemeente Nijmegen
Pagina 5 van 7
De inwonerbijdrage voor 2025 is opgebouwd uit de bijdrage voor het regiobureau (€ 2,77) en bijdragen voor de vijf inhoudelijke opgaven (gezamenlijk € 6,24). Daarmee komt de inwonerbijdrage voor 2025 uit op € 9,01. Dit is een stijging van € 0,46 per inwoner in vergelijking met 2024. Deze wordt onder meer veroorzaakt door het toepassen van een indexering, stijgende Cao-lonen en het voorgenomen uittreden van de gemeente Montferland per 31 december 2024. Het benodigde budget voor het regiobureau wordt gefinancierd uit een bijdrage van alle zeventien deelnemende gemeenten die per 1 januari 2025 onderdeel van de GMR uitmaken. Om deze bijdrage te berekenen, wordt het inwoneraantal per 1 januari 2024 als verdeelsleutel gehanteerd. Voor gemeente Nijmegen gaat het in 2025 om het bedrag van 187.011 inwoners x € 9,01 = € 1.684.969,11. Indexering De GMR hanteert de indexeringsmethodiek zoals die is opgesteld door de adviesfunctie gemeenschappelijke regelingen en vastgelegd in de Begrotingsrichtlijnen regio Nijmegen (BRN), zie ook bijlage 7. Op basis van deze BRN-methodiek is de index voor het jaar 2025 berekend op 6,54%. In de begroting 2024 e.v. is nog uitgegaan van 3,5%. In de lijn van eerdere besluiten van het algemeen bestuur is de GMR van plan het verschil (3.04%) in de begroting van 2025 mee te nemen. Wij kunnen instemmen met dit voorstel.
Wij zullen hierover een besluit nemen bij de begrotingsbehandeling 2025 en verder. The Economic Board en indexering Naast de gemeentelijke bijdrage voor de kosten van het regiobureau, betalen de gemeenten een bijdrage voor TEB. De regio heeft op grond van de gemeenschappelijke regeling de bevoegdheid om namens de colleges TEB te subsidiëren. Voor 2025 is begroot dat veertien gemeenten TEB subsidiëren, waaronder de gemeente Montferland. Ook voor deze bijdrage wordt het inwoneraantal per 1 januari 2024 gehanteerd. De afspraak over de bijdrage aan TEB loopt tot en met 2025. In 2025 zal TEB een nieuwe Strategisch Meerjarenagenda aan de gemeenten aanbieden met het voorstel om daar mee in te stemmen. In 2026 start dan een volgende periode van vijf jaar waarover besluitvorming over de bijdrage aan TEB moet plaatsvinden. Op 25 november 2020 hebben wij ingestemd met het continueren van de bijdrage van € 1,per inwoner, voor een tweede periode van 5 jaar van 2021 t/m 2025, ten behoeve van de voortzetting van TEB. In de conceptbegroting 2025-2028 wordt voorgesteld om de bijdrage voor het jaar 2025 te indexeren naar € 1,04. Wij kunnen instemmen met dit voorstel. Wij zullen hierover een besluit nemen bij de begrotingsbehandeling 2025 en verder. 4.
Opmerkingen bij de jaarstukken Op basis van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 31 lid 2 van de Gemeenschappelijk regeling Regio Arnhem-Nijmegen had de GMR voor 30 april de voorlopige rekening over het afgelopen jaar en het jaarverslag inclusief accountantsverklaring aan de deelnemende gemeenten moeten aanbieden. In de aanbiedingsbrief d.d. 15 april 2024 meldt de GMR dat door ontwikkelingen op nationaal niveau met betrekking tot het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Wet financiering lagere overheid FIDO de accountant de verklaring
Gemeente Nijmegen
Pagina 6 van 7
nog niet heeft kunnen afgeven. Door het ontbreken van deze accountantsstukken is het niet mogelijk (geweest) op basis van de objectieve bevindingen van de accountant een inhoudelijke onderbouwde zienswijze op de jaarrekening te geven. Het boekjaar 2023 is vooralsnog, in afwachting van de definitieve bevindingen van de accountant, afgesloten met een positief resultaat van € 364.316,-. Dit voordeel (€ 197.682 bij het regiobureau en € 166.634 bij de opgaven) is ontstaan doordat kosten voor projecten of onderzoeken lager waren dan begroot, vanwege additioneel gerealiseerde externe financiering in de vorm van (Europese) subsidies of vanwege het later starten van activiteiten. Het behaalde resultaat over 2023 is in lijn met de resultaten die in voorgaande jaren werden gerealiseerd. Ook in 2022 (€ 320.957,-) en 2021 (€ 331.000,-) werden de boekjaren met een positief resultaat afgesloten. Een aandachtspunt is het relatieve grote balanstotaal van ruim € 5,7 miljoen, voornamelijk als gevolg van vooruit ontvangen bedragen vanuit subsidiegevers c.q. ontvangen inwonersbijdragen. Het betreft hier middelen die zijn ontvangen voor nog uit te voeren werkzaamheden en te besteden kosten. Er staat € 3,6 miljoen aan liquide middelen op de balans met als tegenhanger € 3,556 miljoen aan diverse projecten die de komende jaren nog uitgevoerd moeten worden.
Hier ligt een uitdaging om de reeds ontvangen middelen ook concreet en rechtmatig te kunnen besteden. In lijn van de bepaling in de Gemeenschappelijk Regeling (art. 31 lid 8) stelt het algemeen bestuur voor het positief resultaat van € 364.316,- terug te laten vloeien naar de gemeenten, met uitzondering van de projectmanagementkosten voor de Regio Deal Arnhem-Nijmegen ten bedrage van € 75.000,-. Per saldo resteert een bedrag van € 289.316 voor achttien gemeenten. In 2023 heeft de GMR, samen met TEB en provincie Gelderland, een Regio Deal met het Rijk weten te sluiten. In een convenant zijn afspraken vastgelegd waarbij het Rijk € 15,- miljoen bijdraagt aan de versterking van de brede welvaart in onze regio. De provincie vervult de rol van regiokassier, waarbij de GMR zorgt draagt voor de inhoudelijke coördinatie. Omdat de kosten voor uitvoering van de Regio Deal hoger liggen dan de bijdrage die het Rijk hiervoor geeft (3% van de Rijksbijdrage) is het voorstel om voor het bedrag van € 75.000,een bestemmingsreserve te vormen. Gelet op het belang en de impact van de Regio Deal voor de regio kunnen wij voorlopig akkoord gaan met dit voorstel. De raad der gemeente Nijmegen
drs. S.J. Ruta raadsgriffier
H.M.F. Bruls burgemeester
Gemeente Nijmegen
Pagina 7 van 7