6. Gevraagd advies JMG concept verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Betreft: gevraagd advies concept verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024
Nijmegen, 6 oktober 2023 Geacht college,
Tijdens de vergadering van de commissie JMG van 5 oktober jongstleden stond de concept verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024 inclusief bijlagen op de agenda. Naar aanleiding daarvan biedt de commissie hierbij het door u gevraagde advies aan. Evenals vorig jaar spreekt de commissie wederom haar tevredenheid uit over de tijdige aanbieding van de stukken aan de commissie. Op deze wijze is de commissie in de gelegenheid geweest om voldoende tijd te besteden aan het opstellen van het gevraagde advies, overeenkomstig het reglement van de commissie. In vergelijking met de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en beleidsregels Nijmegen 2023 wordt in de voorliggende concept-verordening en de bijbehorende beleidsregels een beperkt aantal wijzigingen voorgesteld. In dit advies brengen wij de volgende onderwerpen onder uw aandacht; 1. 2. 3. 4.
Overzicht van wijzigingen in verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024 Overzicht van wijzigingen in de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024 Pgb- en natura-tarieven Overige onderwerpen die de commissie van belang vindt
AD 1. OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN JEUGDHULP GEMEENTE NIJMEGEN 2024 De commissie kan zich vinden in de verbetering van de leesbaarheid van de verordening door middel van uitbreiding van de artikelsgewijze toelichting. Maar heeft wel enkele opmerkingen over artikel 8 lid 5 en 9 lid 2 b van de concept-verordening.
1
Opmerkingen artikel 8 lid 5 Dit artikel gaat over de verlening van een maatwerkvoorziening voor respijtzorg. De tekst van het voorgestelde artikel 8 lid 5 bevat hoofdzakelijk bepalingen omtrent de voorwaarden of omstandigheden waaronder deze maatwerkvoorziening niet wordt toegekend of niet mag worden gebruikt. Deze tekst ademt een geheel andere sfeer dan de daaraan voorafgaande leden van het artikel. De eerste vier leden van het artikel geven juist aan wat met de maatwerkvoorzieningen wordt bedoeld en welke bijdrage zij moeten leveren aan de oplossing van de gesignaleerde problemen. Artikel 8 lid 5 heeft eerder het karakter van afwijzings- of weigeringsgronden. Bovendien wordt in de artikelsgewijze toelichting van de verordening geen enkele passage gewijd aan dit voorgestelde artikel, terwijl in de verordening op meerdere plaatsen uitbreiding van de toelichting heeft plaatsgevonden ter verbetering van de leesbaarheid. Opmerkingen 9 lid 2 b In de huidige verordening staat in artikel 9 lid 2 b: “Voor alle woonvoorzieningen geldt bovendien dat geen woonvoorziening wordt verstrek ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting”.
Het voorgestelde artikel 9 lid 2 b bevat het voorstel dat een woonvoorziening niet wordt verstrekt indien het betreffende verblijf niet als hoofdverblijf aangemerkt kan worden. De commissie merkt op dat de wet maatschappelijke ondersteuning en de wet langdurige zorg aanleiding kunnen geven tot de vraag onder welke wet een bepaalde voorziening valt. In dat verband verwijzen wij u naar het overzicht 2023 van de gemeente Raalte. Deze lijst is onlangs door de Vereniging van Nederlandse gemeenten en het Ministerie van VWS goedgekeurd. Dit overzicht treft u als bijlage I bij dit advies aan. De commissie verwijst naar dit overzicht omdat het voorgestelde artikel 9 lid 2 b een woonvoorziening uitsluit als het betreffende verblijf niet het hoofdverblijf is althans als hoofdverblijf kan worden aangemerkt. In het overzicht van de gemeente Raalte wordt onder de categorie Wlzdeeltijdverblijf een woonvoorziening wel degelijk mogelijk gemaakt. In de artikelsgewijze toelichting van de voorliggende concept-verordening is echter geen opmerking gemaakt over deze wijziging. Het is gewenst dat zulks alsnog gebeurd.
ADVIES 1 Met betrekking tot artikel 8 lid 5 stelt de commissie voor dit op te nemen onder artikel 9 “weigeringsgrond” van de verordening en in de artikelsgewijze toelichting van de verordening een passage op te nemen omtrent de achtergrond van dit artikel en de betekenis die daaraan moet worden toegekend in de praktijk.
2
Ten aanzien van het voorgestelde artikel 9 lid 2 b is de commissie van mening dat dit artikel en de bijbehorende artikelsgewijze toelichting moet worden aangepast overeenkomstig de door het Ministerie van VWS goedgekeurde lijst. AD 2. OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN DE BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN JEUGDHULP GEMEENTE NIJMEGEN 2024 De commissie kan zich vinden in de voorgestelde passages en de verbetering van de leesbaarheid van de verordening door middel van uitbreiding van de artikelsgewijze toelichting. De commissie maakt wel een opmerking over hoofdstuk 1.5 “het gesprek”. In dit hoofdstuk wordt onder meer aangegeven welke werkwijze de buurtteams gebruiken tijdens het contact met de cliënt. Zo wordt voor ondersteuning in het kader van Hulp bij het Huishouden (HH) eerst bepaald of de cliënt recht heeft op de maatwerkvoorziening HH. Het aantal dagdelen/uren/minuten die de cliënt nodig heeft, wordt door de Wmo-consulent vastgesteld volgens de normering in bijlage 2 met ‘een schoon en leefbaar huis’ als resultaat. Resultaatgericht beschikken is inmiddels geschiedenis. Meerdere uitspraken van de centrale raad van beroep hebben duidelijk gemaakt dat de cliënt vanuit de Wmo het recht heeft om te weten op hoeveel uren en minuten ondersteuning zij kan rekenen. Zie: ecli:nl:crvb:2016:1491 en ecli:nl:crvb:2018:3241, ecli:nl:crvb:2021:1381.
Nu het wetsvoorstel “resultaatgericht beschikken en vereenvoudigen geschilbeslechting” door de staatssecretaris is ingetrokken zal er iets moeten veranderen. ADVIES 2 De commissie adviseert de beleidsregels op dit terrein aan te passen. AD 3. PGB- EN NATURA-TARIEVEN In het overzicht van de wijzigingen die worden aangebracht ten opzichte van de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023 zijn steeds de tarieven voor het persoonsgebonden budget opgenomen zoals die dit jaar van kracht zijn. Uit de stukken blijkt niet hoe groot de indexering is. Het ontbreken van dat gegeven schept onduidelijkheid voor alle betrokken partijen. Het persoonsgebonden budget en de tarieven die door budgethouders en gemeenten worden gehanteerd, staan momenteel volop in de belangstelling. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft onlangs geoordeeld over de hoogte van het pgb-uurtarief voor huishoudelijke ondersteuning door iemand uit het sociaal netwerk.
3
Die uitspraak houdt in dat deze persoon minimaal de hoogte moet hebben van het uurloon van de hoogste periodiek, behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. ECLI:NL:CRVB:2023:1394 - Centrale Raad van Beroep, 16-08-2023 / 21/4010 WMO15. Ook het minimale pgb-tarief voor individuele begeleiding moet omhoog. De CRvB heeft ook bepaald dat dit minstens gelijk moet zijn aan het uurloon van FWG 30 (Functie Waardering Gezondheidszorg) in diezelfde cao VVT, met eveneens een vakantietoeslag en verlofuren. Het is voor mensen met een beperking van belang om de zorg in natura, dan wel de zorg die zij inkopen via een persoonsgebonden budget te behouden. Gelet op de krappe en overspannen arbeidsmarkt in de gezondheidszorg is de tendens dat personeel sneller en makkelijker van baan kan wisselen. In dit jaar zijn er ruim 11 gemeenten geweest die de tarieven aanmerkelijk hebben verlaagd, met alle gevolgen van dien voor de betreffende cliënten. Zo’n verlaging is in strijd met het beginsel om de budgethouders zo goed mogelijk van de benodigde zorg te voorzien, zoals de wet bedoeld is. Het is voor de budgethouders dan ook van belang het personeel voldoende te (kunnen) betalen.
Zij kunnen geconfronteerd worden met vertrekkende personeelsleden, althans het niet kunnen krijgen van zorgverleners. Dit laatste vormt een bedreiging voor lichamelijk en geestelijk welzijn en deelname aan de maatschappij. ADVIES 3 •
Allereerst herhaalt de commissie het advies van vorig jaar over de tarieven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar ons advies over de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023.
•
De uitspraken van de CRvB gaan over de tarieven die gemeenten hanteren voor persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Zo zijn door de verordeningen inzake de Wmo onverbindend verklaard in gemeenten Etten-Leur en Gemert-Bakel. Naar verwachting zal dit zich uitstrekken naar vrijwel alle gemeenten in Nederland en derhalve ook de gemeente Nijmegen. De uitspraken van de CRvB hebben betrekking op de wet maatschappelijke ondersteuning. De Jeugdwet kent echter eenzelfde soort bepaling over het tarief voor informele hulp als de Wmo. De kans is groot dat de uitspraken ook gaan gelden voor het informele pgb in de Jeugdwet.
Er is inmiddels een tabel verschenen waarin rekening is gehouden met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De tabel is toegevoegd als bijlage II bij dit advies. Gelet op de jurisprudentie adviseert de commissie om de tarieven voor de huidige en toekomstige persoonsgebonden budgetten in de verordening 2024 zowel voor de Wmo als de jeugdhulp in overeenstemming te brengen met de uitspraken. De commissie adviseert met ingang van 1 januari 2024 voor de huishoudelijke zorg een uurtarief van € 20,99 en voor de begeleiding een uurtarief van€ 24,42 in te voeren. 4
Indien u besluit om de bestaande budgetten niet dienovereenkomstig te wijzigen, dan adviseren wij aansluitend om die wijzigingen met ingang van 1 januari 2024 door te voeren met betrekking tot de nog toe te kennen persoonsgebonden budgetten. Wij verzoeken u tenslotte de commissie een goed overzicht te sturen van de uurtarieven in 2024, zowel wat betreft de momenteel door het college voorgestelde tarieven als ook voor de eventuele wijzigingen die ingevoerd gaan worden naar aanleiding van de jurisprudentie en het advies van de commissie. AD. 4. OVERIGE ONDERWERPEN Wijzigingen in wet en regelgeving ADVIES 4 In ons advies van vorig jaar hebben wij de vraag gesteld betreffende de wijzigingen die in voorgaande jaren bij wet- en regelgeving zijn geweest op het gebied van de wet maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, die mede oorzaak zijn geweest van de wijziging van de verordening inclusief beleidsregels 2022. Voor zover wij hebben kunnen nagaan hebben wij daarop geen reactie mogen ontvangen. De adviescommissie ziet met belangstelling, gelet op de hierboven gemaakte opmerkingen, in het komende jaar een overzicht van wijzigingen in de wet- en regelgeving dan wel jurisprudentie tegemoet, die zullen leiden tot de voorgestelde wijzigingen in de concept-verordening en beleidsregels 2025.
De omgekeerde verordening In het advies over de verordening 2023 heeft de commissie aandacht besteed aan de zogenaamde “omgekeerde verordening”. Kortheidshalve verwijzen wij naar dat advies. De gemeenten Kampen, Bunschoten, Zaltbommel, Borne en Gooise Meren hebben een omgekeerde verordening. De commissie staat ervoor open om met uw college/ambtenaren in een gesprek de mogelijkheden te bespreken voor de invoering van een dergelijke verordening in de gemeente Nijmegen. Beleidsregels taxivervoer ADVIES 5 Hoofdstuk 2 Artikel 8 van de bijlage 2 behorende bij de concept-verordening geeft aan dat het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi € 540 bedraagt ofwel (2000 km * € 0,27) als eenmalig pgb. 5
Gelet op de stijgende prijzen van levensonderhoud, energie, brandstof en de huidige inflatie en daarom de kosten verbonden aan het gebruik van een (eigen) auto of (rolstoel) taxi adviseert de commissie het beschikbare bedrag te verhogen met een substantieel bedrag doch minimaal de inflatiecorrectie, om daarmee de beoogde 2000 km te kunnen halen. Het uitblijven van een substantiële verhoging van het bedrag betekent in feite verminderde mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer. In de periode 2021 - 2023 is de veronderstelling gehanteerd dat de gebruiker met een scootmobiel voor ruim 60 procent in zijn vervoersbehoefte kan voorzien. Wij vinden dat nog steeds te hoog ingeschat. Wij merken hierbij op dat boodschappen doen vaak wordt gecombineerd met een bezoek aan de bibliotheek of het buurthuis en wel degelijk een belangrijke sociale functie kan vervullen. Als familie, vrienden of kennissen verder weg wonen (maar binnen een straal van 25 km.) is het maximum van 750 kilometer niet toereikend. Wij bleven opteren voor een maximum van 1.000 km, waarbij we in aanmerking nemen dat accu’s van scootmobielen een beperkte duur hebben, waardoor de actieradius ook beperkt is. Een spoedig antwoord op ons advies zien wij graag tegemoet.
Vriendelijke groeten,
Sandra de Vries voorzitter adviescommissie JMG
Adviescommissie JMG secretaris J. Portier MO10 postbus 9105 6500 HG Nijmegen j1.portier@nijmegen.nl
Bijlage I Overzicht 2023 WLZ en maatschappelijke ondersteuning voorzieningen gemeente Raalte Bijlage II Tarieven in een tabel 6