CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

59 - Antwoorden vragen Thematafel sociale en economisch veerkrachtige stad - eerste set, deel 2

Besluitronde (raadsvergadering) 22 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Initiatief-raadsvoorstel Coalitieakkoord 2022-2026 (50/2022)2.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen Thematafel Sociale en economisch veerkrachtige stad 1. Praktisch geschoolden; 1. Wat doen we nu om banen in de maakindustrie te houden en praktisch geschoolden te binden aan de stad. 2. Wat doen we ter bevordering van mbo-opleidingen praktisch geschoolden.

Mirjam Derks Karin Heijligers

Antwoord: Over het algemeen is het zo dat hoe hoger de opleiding, hoe groter de actieradius van werknemers. En andersom geldt over het algemeen ook. Dat maakt dan ook dat het belangrijk is om voor deze groep mensen een zo passend mogelijke werkplek beschikbaar te hebben. Verder is het zo dat juist een gedifferentieerde opbouw van bedrijven en bedrijvigheid belangrijk zijn voor de economie. Waarbij de keten in een bepaald productieproces bijv. erg belangrijk is. Dat maakt ook dat allerhande sectoren hier een rol in kunnen nemen en dat daardoor de diversiteit en keuze voor werknemers zo groot mogelijk is. Specifiek inzetten op maakindustrie wordt nu niet gedaan. Wel zijn er kansberoeptrajecten voor bijvoorbeeld de ICT, assemblage, verpakken en voor een klein deel productie. Wat doen we ter bevordering van mbo-opleidingen praktisch geschoolden? Veelal zijn het leer- werktrajecten in de vorm van een BBL. Wat je bovendien merkt is dat het onderwijs, het ROC met name, flexibeler wordt in het aanbieden van diverse meer cursus of certificaatgerichte richtingen. Dat maakt het voor het onderwijs wel noodzakelijk dat ook landelijk wordt gedacht, of er moet regelruimte komen. Ook praktijkleren begint langzaamaan vorm te krijgen.

De praktijkverklaring biedt mogelijkheden voor jongeren die (nog) geen mbodiploma kunnen behalen om toch de in de praktijk geleerde werkzaamheden inzichtelijk te maken. Het is merkbaar dat het mbo zich meer flexibel opstelt. Het onderwijs richt zich echt niet alleen meer op het behalen van een diploma maar op de begeleiding van jongeren naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt. 2. Welke investeringen lopen er in winkelcentra behoudens wc dukenburg (zoals Zwanenveld, Malvert, Notenhout)?

Marian van Gerwen

Antwoord: Deze vraag is heel breed. We gaan ervan uit dat het over gemeentelijke investeringen gaat. Winkelcentrum Notenhout is een volledig private ontwikkeling, waarmee geen gemeentelijke investeringen gemoeid zijn. Winkelcentrum Meijhorst is net vernieuwd. Daar heeft de gemeente een bijdrage geleverd aan de herinrichting van de openbare ruimte. Voor winkelcentrum Weezenhof wordt gewerkt aan een bestemmingsplanherziening. Ook hier geldt dat het hier een particuliere ontwikkeling betreft waar geen gemeentelijke investeringen mee zijn gemoeid. Voor Malvert geldt dat geen herontwikkeling loopt. Daarnaast zijn er nog diverse ontwikkelingen bij buurt- en wijkwinkelcentra in Nijmegen. Het gaat hier vooral om ontwikkelaars/supermarkten zelf die investeren. Vanuit de gemeente dragen we meestal alleen bij in de aanpassing van de openbare ruimte. De volgende ontwikkelingen zijn bekend: Hof van Holland – Nijmegen Noord, winkelcentrum de Notenhout in Neerbosch Oost, nieuwbouw winkelcentrum Weezenhof, nieuwbouw Aldi aan de Molenweg Noord, nieuwbouw supermarkt Waalkwartier, uitbreiding Aldi Kannunik Meijlinckstraat, verplaatsing Aldi Binnenhof Hatert, verplaatsing Coöp Molenweg. 3. Werken we in Nijmegen met tandembanen en zo nee zijn daar mogelijkheden toe (naar voorbeeld andere gemeenten)?

Mirjam Derks Gijs de Waal

Antwoord: Kennis overdragen aan een volgende generatie is een natuurlijk en waardevol proces, zeker om de kennis die binnen sectoren beschikbaar is ook beschikbaar te houden. Tandemwerken, koppelbanen of meester-gezel constructies kunnen op verschillende manieren, voor meerdere sectoren en beroepen worden ingezet. In gesprekken met werkgevers, onder meer door Honk1, komt dit met regelmaat ter sprake. Werkgevers merken ook dat ze op deze manier potentiele arbeidskrachten de ruimte tot ontwikkeling kunnen bieden. Hierdoor is dit ook één van de mogelijkheden om voor mensen vanuit het onbenutte arbeidspotentieel een plek te organiseren in een andere functie of ook binnen een andere sector. Verder is een dergelijke manier van denken ook merkbaar bij de bedrijven die betrokken zijn bij Via-T. Waarbij het gaat ook over het

overbrengen van kennis tussen ervaren werknemers en leerlingen bijv. in het VMBO. Bovendien zijn er ook vakgebieden waar geen vakopleiding is op dit moment en waardoor de verbinding tussen twee werknemers noodzakelijk is om een vak te leren Voor de re-integratie kan deze formule niet een-op een worden overgenomen. De kandidaten vanaf 55 jaar die WerkBedrijf begeleidt zijn vaak al geruime tijd uit het arbeidsproces en het ontbreekt hen in veel gevallen aan recente kennis. Vaak hebben zij moeite weer terug te keren in het arbeidsproces. Jongere kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben juist recente kennis nodig om de afstand te verkleinen. Een koppel van twee kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt vraagt twee keer zoveel ondersteuning van een werkgever. Staat een werkgever hiervoor open, dan zal WerkBedrijf de koppeling maken. De verwachting is niet dat dit zich op grote schaal voordoet. Om kandidaten vanaf 55 jaar extra te ondersteunen wordt voor het koppelwerk actief gezocht naar extra leerwerkplekken voor deze kandidaten. 4. Aantrekkelijke en duurzame werklocaties: In de doelstelling ligt de nadruk erg op het duurzaamheidsaspect en lezen we het sociaal economische deel niet echt terug. Graag hier een verdere toelichting op. Waar de kansen liggen als het gaat om versterking van het sociaal economische vlak?

Carin Derks

Antwoord: Het sociaaleconomische aspect van werklocaties heeft m.n. betrekking op de bijdrage die geleverd wordt aan werkgelegenheid en economisch toegevoegde waarde. De gemeente Nijmegen heeft de ambitie om het aantal banen in de stad met 10.000 te laten groeien. Op onze bedrijventerreinen en werklocaties bevindt zich 25 % van onze werkgelegenheid. Qua aantal banen gaat het om 26.330 banen (cijfers PWE 2021). Het is essentieel om deze werkgelegenheid te behouden, waar mogelijk te intensiveren en nieuwe werkgelegenheid te creëren. Afhankelijk van het type bedrijvigheid geeft 1 ha bedrijventerrein werk aan 35 tot 50 mensen. In de gemeente Nijmegen behoort 46 % van de beroepsbevolking tot de praktisch en middelbaar opgeleiden. Deze zijn voor een groot deel werkzaam op onze werklocaties. Op Bijsterhuizen is 66%, op TPN West 62 % en op bestaand de Grift 68% praktisch en middelbaar opgeleid. Op Winkelsteeg en Brabantse Poort/Kerkenbos is dat respectievelijk 45 % en 41 %. Investeren in de toekomstbestendigheid van werklocaties betekent dus ook investeren in (het behoud van) de werkgelegenheid voor praktisch en middelbaar opgeleiden. Aantrekkelijke werklocaties dragen bij aan een goed vestigingsklimaat van Nijmegen. De waardering van ondernemers voor het vestigingsklimaat was in 2018 een 6,6 en voor de bedrijfsomgeving een 7,0. We willen dit naar een hoger plan tillen.

Het is van belang dat bedrijventerreinen zo zijn ingericht dat bedrijven er goed kunnen ondernemen, nu en in de toekomst. Een toekomstbestendige werklocatie biedt een goed vestigingsklimaat, levert een bijdrage aan de economie, ligt er fysiek-ruimtelijk goed bij en is goed georganiseerd door middel van parkmanagement. Daarnaast moet het terrein ook gezond zijn om te werken en een bijdrage leveren aan de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Om deze doelstellingen te kunnen realiseren is zowel voor het organiserend vermogen (werklocatiemanagement/parkmanagement) als voor een gebiedsgerichte aanpak per werklocatie een financiële impuls noodzakelijk. 5. Campusontwikkeling health & high tech: Wordt er hierin ook gekeken naar studenthuisvesting op de campus? En de ambitie is groot breed tot en met verkeersknooppunten oplossen aan toe. Waarop zou ambtenaren prioriteit willen geven komende jaren (top 3). Waar zit de overlap bij 10.000 banen?

Ien van der Coelen Ilse Nieskens

Antwoord: Samen met de campuspartners (Radboud Universiteit, Radboudumc, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) starten we dit jaar met het ontwikkelen van een Gebiedsvisie voor Campus Heyendaal. De Gebiedsvisie moet één integraal plan worden waarin de wensen en ambities van de vier partijen voor de verdere ontwikkeling van het gebied en de ruimtelijke thema’s die er spelen samen komen. Een van de ambities waar de vier partijen elkaar in lijken te vinden, is het vergroten van de levendigheid en het verblijfsklimaat van het gebied. Dit zodat Campus Heyendaal - naast een plek om te studeren, onderzoeken en zorg te ontvangen steeds meer een plek wordt om te werken, wonen, verblijven, ontmoeten en ontspannen. Om deze ambitie te realiseren, onderzoeken we onder andere mogelijkheden voor het toevoegen van studentenhuisvesting. In de Economische Visie en de Omgevingsvisie van de gemeente Nijmegen en in de regionale agenda’s van de Groene Metropoolregio en The Economic Board hebben we onze pijlen gericht op de (economische) topsectoren Health & High Tech. Beide clusters zijn kansrijk voor Nijmegen en de regio als stuwende sectoren

voor groei van werkgelegenheid op alle niveaus (hier zit ook de koppeling met onze ambitie voor 10.000 nieuwe banen). Om de kracht van health & high tech te versterken, zetten we ons in op alle factoren die van belang zijn voor de ontwikkeling van beide clusters. Te denken valt aan het ondersteunen van ondernemers (business support), het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid (acquisitie), het stimuleren van innovatie, city marketing en gebiedsontwikkeling (campusontwikkeling). Voor de komende jaren zien wij de volgende prioriteiten: Het verder versterken van onze beide campussen (Campus Heyendaal en Novio Tech Campus) en de samenhang daartussen, door onder andere uitvoering te geven aan de Ontwikkelvisie Winkelsteeg en met de campuspartners (zie punt 1) te werken aan een Gebiedsvisie voor Campus Heyendaal. Verder investeren in de uitvoeringskracht van het samenwerkingsverband Briskr voor business support, acquisitie en nieuwe project- en programmaontwikkeling. Clusterontwikkeling doe je als overheid nadrukkelijk niet alleen, maar in samenwerking met kennisinstellingen, bedrijven en uitvoeringsorganisaties. In de komende periode willen we met deze partijen de balans opmaken van onze samenwerking en bepalen we de grote opgaven waar we de komende jaren met elkaar aan willen werken.

Tenslotte de raakvlakken met 10.000 banen: als je uitgaat van de geografisch uitsnede “Campussen”, dan is de afgelopen 10 jaar een toename te zien van 670 banen op de NTC (plus 11%) en een toename van 2300 op de Campus van de RU (plus 14%). Dit is hoger dan het gemiddelde van 5% in 10 jaar, namelijk van 100.000 naar 105.000. Bron is PWE-Gelderland. De toekomstverwachting is als volgt: de zorgvraag heeft de demografische wind mee (vergrijzing). Industrie heeft door arbeidsproductiviteitsstijging en uitbesteding te maken met constante negatieve druk op de personeelsbezetting (hetzelfde of meer maken met minder (eigen) mensen). De productiewaarde blijft waarschijnlijk veel beter op niveau, of stijgt zelfs. Ook de rol van de industrie in het verdienvermogen van de stad en regio en als motor van toeleveren en uitbesteden is waarschijnlijk belangrijker dan af te lezen is aan de banen(ontwikkeling). 6. De Grift/ Rietgraaf: 1) Is er een mogelijkheid om investeringen en / of de plankosten op een of ander manier in de grondexploitatie te schuiven (als daar fin, ruimte is?) 2) Er wordt ook extra budget gevraagd bij werklocaties voor dit deel van Nijmegen. Zit hier een dubbeling? 3) Zijn hier geen (Co)financieringskansen vanuit Rijk/Provincie?

Domien Driessen Ewald van Petersen

Antwoord: Indien de investeringen en dekking van plankosten bestaande bedrijventerreinen ten laste moeten komen van de grondexploitatie van de Grift dan vraagt dit bij vaststelling van het VGP een expliciet besluit van de raad. In de huidige exploitatie van de Grift is geen ruimte om de extra kosten te financieren. We zullen een uitvoeringsplan moeten opstellen om ook bij externe partijen een verzoek te kunnen indienen voor een bijdrage. Het helpt dan enorm als we een deel van eigen middelen hebben geregeld. Voorts gaan we dan ook met bedrijven in gesprek om te kijken of zij ook bereid zijn te investeren in een kwalitatief beter bedrijventerrein 7. Haven en watergebonden bedrijvigheid: 1) in de tekst staat extra nodig 1,9 mio Ellen van de (worst case scenario) verderop staat 2,5 miljoen (verschil 1,1 en benodigde 3,6 Waterbeemd miljoen. Graag onderbouwing/uitleg. 2) dossier spreekt van investering 2,5 miljoen Kees Vos en daaronder dat dit juist agv van BBV als exploitatie geboekt moet worden. Indien dat het geval is het eenmalig vanuit lopende begroting. roept de vraag op; kan het nu als investering of moet het uit lopende begroting? Antwoord: Het worst-case scenario komt uit de offertes van Heijmans + 8% opslagkosten RWS . Gezamenlijk ca. € 3.000.000,-. Dat is het juiste bedrag..

Er zou al € 1.100.000,- moeten zijn, maar dat was in de begroting per abuis op een investeringsbudget geboekt. Dit is opgenomen in de 1e Voortgangsmonitor 2022 met de onderstaande melding: Baggeren Havens € 1,1 miljoen In 2021 heeft uw raad een investeringskrediet toegekend van € 1,1 miljoen voor het baggeren van de havens. Volgens de verslaggevingsvoorschriften betreft dit echter geen investering maar gaat het om onderhoudskosten. Het krediet voor het baggeren havens is bij de 1e Voortgangsmonitor 2021 vrijgevallen. Daarbij is toen opgemerkt dat het onderhoudsbudget zou worden meegenomen bij de oplading van de Stadsbegroting 2022. Dit is niet gebeurd zodat het nu noodzakelijk is om dat alsnog te doen.

8. Citymarketing: Wat zijn de mogelijkheden om intoNijmegen en grotere rol te geven als zijnde onafhankelijk collectief?

Andrea Voskens

Antwoord: IntoNijmegen is een initiatief van de gemeente Nijmegen in samenwerking met Huis voor de Binnenstad, Cultuur Netwerk Nijmegen en (vooralsnog) Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen. Samen financieren we IntoNijmegen waarbij Toerisme Veluwe Arnhem inmiddels duidelijk een terugtrekkende beweging maakt. Kortom: de samenwerking achter IntoNijmegen is niet stabiel. Samen hebben we een redactieteam met coördinator de opdracht gegeven voor het dagelijkse contentbeheer van de website en bijbehorende social media. Alle aanvullende citymarketingcampagnes worden rechtstreeks vanuit de gemeente bedacht en uitgezet, waarbij IntoNijmegen één van de uitvoerende partijen is. In 2019 is de Uitvoeringsagenda Citymarketing 2015-2018 geëvalueerd. De uitkomst is aanleiding geweest de ambitie en focus van citymarketing aan te scherpen. Door citymarketing effectiever in te zetten willen we meer bedrijven, talent en bezoekers aantrekken naar onze stad én regio. In 2019/2020 is door de aangestelde kwartiermaker de stad geraadpleegd over het vervolg. Uit het traject dat de kwartiermaker met de stad doorlopen heeft, kwamen de volgende conclusies die als uitgangspunt dienen voor de Uitvoeringsagenda Citymarketing 2030, vastgesteld op 2 juni 2020: -

De stad onderschrijft de keuze voor de twee focusgebieden Oudste & Bruisende stad en Health & high tech met als overkoepelend thema Old city, Young vibe; De stad hecht waarde aan citymarketing en vindt daarbij dat het anders moet dan nu: grootser en meeslepender; De stad wil graag samenwerken op projecten; De stad ziet kansen om de speerpunten Health & High Tech en Oudste & Bruisende Stad met elkaar te verbinden via het thema The Good Life. De stad ziet als ideaal een externe citymarketingorganisatie voor zich; Maar kan/wil op dit moment hiervoor geen structureel geld inleggen en ziet hierin vooral een verantwoordelijkheid voor de Gemeente Nijmegen.

Dat laatste is na krap twee jaar nog niet veranderd. In de Uitvoeringsagenda staat dat we toewerken naar een externe citymarketingorganisatie als stip op de horizon. Dat zijn we nu aan het doen. Stap voor stap. Dit proces heeft tijd nodig. Een onafhankelijk collectief vraagt om zelfstandigheid. Zowel qua kennis en kunde als financieel en voor beiden is de gemeente op dit moment echt leidend. Daarom is nu voorsorteren op een externe citymarketingorganisatie nog te vroeg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=59dd3b31-2b1d-4580-a80d-3d80d122bd80