CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

58 - Antwoorden vragen Sociale stad en Economische Veerkracht - eerste set, deel 1

Besluitronde (raadsvergadering) 22 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Initiatief-raadsvoorstel Coalitieakkoord 2022-2026 (50/2022)9.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Tafel Sociale stad en Economische Veerkracht via Leonie Braks De fracties ontvangen de antwoorden in 2 tranches (eind van maandag en begin dinsdagmiddag). Gemeenschappelijke thema’s inclusief (technische) vragen: Jongeren Speciale aandacht nodig in het coalitieakkoord voor jongeren, die als gevolg van corona met meer psychische problemen kampen. Hoe groot is de psychische problematiek bij jongeren/jongvolwassenen (tot 27 jaar) en wat kunnen we (meer) doen om deze problematiek te verminderen op alle gebieden (sport, inkomen, horeca, welzijn, zorg, meer jongerencoaches, etc.)? (link met S12, maar bredere groep) Antwoord: Frank Loes Elianne -

Schulden bij jongeren: preventief, behoeden voor schulden, voorkomen van schulden bij jongeren: wat doen wel al, wat kan nog meer, zoals een schuldenfonds? (S12) Antwoord: Naast de reguliere ondersteuning die uiteraard ook voor jongeren is, is er specifiek voor jongeren; Ondersteuning door Just/Opjezelf voor jongeren van 18 tot 27 met vragen over geld. MoneyWays: in de klas worden geldzaken bespreekbaar gemaakt, onder begeleiding van jonge rolmodellen. Financieel Spreekuur bij het ROC Gastlessen op scholen In de campagne Geldzorgen zijn 4 ervaringsverhalen opgenomen waaronder ook van een jongere. Vroegsignalering voor jongeren: een financieel expert en een jongerenwerker pakken outreachend vroegsignaleringssignalen (achterstanden in de vaste lasten, met name de zorgverzekering) van jongeren op. In 2022 loopt het beleidsplan rond schulden af. Voor de actualisatie van het beleidsplan worden het jongerenperspectieffonds en intensiveren van preventie rond de 18e verjaardag als opties meegenomen.

Zorg - Wmo & Jeugdhulp -

Veel gaat al goed in Nijmegen op het gebied van zorg & welzijn: doorontwikkelen vanuit lopende lijnen. Hoe verder na interventieplan? (S03 en S09) Antwoord: Wat is de kern van de aanpak in het interventieplan Sociale Stad: Het interventieplan Sociale Stad is opgebouwd rond de piramide Sociale Stad met: - een sterke sociale basis, -een krachtige eerste lijn met ambulante hulpvormen en als het nodig is.. -specialistische hulp eventueel met verblijf of met drang of dwang vanuit regieteams en veiligheidshuis. De leidende principes, ambities en doelen zijn geland in de Doelenboom in de Stadsbegroting bij het begrotingsprogramma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg (WWZ). Vanuit deze piramide streven we naar goede verbindingen met wijkgericht werken, met een (fysieke) inrichting van de stad die tot een gezonde leefomgeving leidt, met voldoende passende woningen en werk/inkomen voor onze inwoners. Binnen de piramide maken we van boven naar beneden de beweging van minder kinderen en volwassenen in zorg met verblijf, nieuwe lichtere hulpvormen in de thuis- en gezinssituatie, buurtteams die nauw samenwerken met huisartsen, wijkverpleegkundigen en de volwassen GGZ in de stadsdelen en zelf kunnen doen wat nodig is, maar ook niet nodeloos zorg inzetten als er sprake is van opgroei- of opvoeduitdagingen die binnen het normale leven passen.

En liever inwoners verbinden met welzijnsaanbod in de wijk, maatjesondersteuning of helpen het eigen sociale netwerk te versterken zodat 1

inwoners zelf de regie weer kunnen voeren over hun leven, en over de opvoeding en opgroeien. Het gaat hier om een langjarige beweging, in een fijnmazig netwerk van organisaties en professionals/vrijwilligers, die we als gemeente stimuleren en ondersteunen met inkoop en contractering van welzijns- en zorgaanbieders, vernieuwingen die we doorvoeren zoals stadsdeelprogrammeren in de sociale basis of bijv het werken met informeel mentorschap in de jeugdzorg. Nauwlettend volgen we de landelijke context, oefenen onze invloed uit waar mogelijk en maken gebruik van effectieve aanpakken in het land. In de eindrapportage over het Interventieplan Sociale Stad vindt u meer informatie. (zie bijlage) Samenhang De samenhang binnen deze piramide tussen basis en top van de piramide, tussen kinderen, gezinnen en (jong)volwassenen helpt om over kokers heen te kunnen stappen, risico’s te nemen bij vernieuwende projecten (kosten gaan dan voor de baat uit) en echte veranderingen door te voeren die structureel ook geld besparen (bijv. ombouw intramuraal beschermd wonen naar ambulant beschermd thuis). We adviseren deze samenhang te borgen in de komende bestuursperiode.

Bestendigen, uitbreiden of geheel nieuw interventieplan? Uit de eindrapportage interventieplannen Sociaal Domein blijkt dat het nodig is om gericht aan veranderopgaven te werken, de verbinding met andere cruciale beleidsterreinen te versterken en voor de lange termijn te monitoren of onze meest kwetsbare inwoners voldoende profijt hebben van de uitvoering van het beleid. Gericht werken aan veranderopgaven Specifiek zien we vanuit het ingezette beleid en de praktijk de volgende actielijnen voor de komende bestuursperiode: -versterken sociale basis: stadsdeelprogrammeren en vernieuwing subsidiekader (uitvoering beleidskader Samenwerken, samen sterk). Maar ook: versterken inclusieve en gezonde stad -buurtteams jeugd/gezin en volwassenen ruimte en vertrouwen geven om te langen in de stad en steeds meer zelf inwoners te gaan ondersteunen, brede blik, afremmen groei van individuele ambulante hulptrajecten -verdere transformatie van specialistische jeugdhulp: afbouw gesloten jeugdzorg naar kleinschalige zorg in de regio, meer gezinshuiszorg en pleegzorg, naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen toe blijven werken, keten jeugdbescherming-veilig thuis vernieuwen, doorbreken van schotten tussen JGGZ, J&O en LVB. Goede verbinding tussen wat we in stadsdelen, stedelijk, regionaal en bovenregionaal doen.

-verbinding tussen buurtteams volwassenen, GGZ in de wijk, huisartsen, keten ouderenzorg -verbeteren zorg en wonen voor doelgroep 16-27 jaar -verdere transformatie beschermd wonen naar dorp en wijk -tegengaan groei van dakloosheid, zeker van jongvolwassenen -regie blijven voeren op top x en multiprobleemhuishoudens We adviseren voor deze actielijnen te streven naar een realistische begroting voor jeugdhulp, een samenhangend begrotingsprogramma WWZ en verwijzen naar het coalitiedossier 16-27 jarigen voor verdere toelichting. We zien kansen om binnen het huidige budgettaire kader van WWZ een groot deel van deze actielijnen vorm te kunnen geven door verschuivingen tussen taakvelden. Daarnaast is er de mogelijkheid om bij de begroting 2022 ingeboekte taakstellingen voor jeugd opnieuw af te wegen. Verbinding andere cruciale beleidsterreinen Om de kosten en het volume binnen zorg en welzijn beheersbaar te houden zijn aanpalende beleidsterreinen cruciaal. Met name wonen, een gezonde leefomgeving in de wijk, onderwijs en (passend) werk. Wij adviseren de coalitie hier sterk op in te zetten omdat het ‘plakken van zorgpleisters’ onvoldoende helpend is als de bestaanszekerheid van onze inwoners (een huis, een inkomen, een baan, geen 2

schulden, veiligheid) onder druk staat. We adviseren steeds aandacht te houden voor de inwoners die het meest kwetsbaar zijn zodat zij de komende jaren met name profiteren van beleid op het gebied van wonen, gezonde leefomgeving, onderwijs en (passend) werk. Voor de transformatie van beschermd wonen, tegengaan van dakloosheid en ondersteunen van kwetsbare jongvolwassenen zijn meer passende woningen nodig (betaalbaar, geclusterd wonen). Knelpunten op gebied van wonen en inkomen(werk) leiden vrijwel direct naar een toename van zorgkosten. (stress door armoede en ontbreken van een veilige en passende woning). Vertraging of andere keuzes (bijv. prioriteit voor woningen voor draagkrachtigen) hebben daarmee consequenties voor de zorgbegroting. Lange termijn We adviseren in aansluiting op het voorafgaande als hoofdlijn de aanpak uit het interventieplan te bestendigen, te kiezen voor een lange termijnperspectief en te waken voor een voortdurende stapeling van (nieuwe) beleidsinitiatieven maar met name regievoering in de uitvoering in het netwerk in de stad en regio te versterken. Het resultaat voor de inwoner komt van de uitvoering en niet van beleid. We adviseren te blijven monitoren en bewaken dat onze kwetsbaarste inwoners profiteren van het sociaal beleid, maar ook van de aanpalende beleidsterreinen die bestaanszekerheid moeten versterken.

Er is veel in gang gezet, in de steigers gezet, maar het komt er nu op aan de uitvoering goed te faciliteren, te leren, regie te voeren op samenwerking tussen partijen en professionals. Ook komt er veel dynamiek vanuit het landelijk beleid, wat we regionaal en lokaal moeten vertalen en laten landen. Alternatief is te kiezen voor allerlei nieuwe beleidsinitiatieven en interventies. In dat geval adviseren wij alleen te kiezen voor onderbouwde interventies. -

Prioriteit bij de top van de pyramide in de vorm van o.a. kleinschalige jeugdhulp, pleegzorg en kleinschalige vormen van beschermd wonen. Antwoord: We zien dit als uitgangspunt niet als vraag.

-

Doorbraakaanpak: is er een evaluatie? Op basis daarvan bepalen of uitbreiding gewenst is. Antwoord: DL Alex

-

Ombudsfunctie: ligt plan voor, opnemen in coalitiedossier. Stoppen met abonnement landelijke ombudsfunctie. Antwoord: Op basis van de huidige overeenkomst met de Nationale Ombudsman (NO) behandelt hij de klachten tegen het college of ambtenaren in tweede aanleg en geeft hij gevraagde en ongevraagde adviezen. Voor klachten over zorgaanbieders en over het SW-dienstverband bestaan eigen klachtenprocedures. Het is mogelijk om de huidige overeenkomst met de NO op te zeggen. Er is op dit moment nog geen uitgewerkt plan voor een alternatief maar er verschillende opties: Er kan een eigen gemeentelijke ombudsman in het leven geroepen worden; Er kan aangesloten worden bij de zogenaamde regionale ombudsman die voor een aantal regiogemeenten de ombudsfunctie uitvoert. De kosten van de 2 opties en de vraag of het past binnen de capaciteit van de regionale ombudsman moeten nog in kaart gebracht worden.

-

(Extra) aandacht voor ouderenmishandeling: wat gebeurt er al? Afhankelijk daarvan extra (financiële) impuls bepalen, hoger op de agenda. Antwoord: Er is – onder regievoering van de GGD - sedert bijna tien jaar aandacht besteed aan verspreiding van kennis en handelingsperspectief aan ouderen, vrijwilligers en professionals om ouderenmishandeling te voorkomen, te kunnen signaleren en weten hoe te handelen. Ook in de komende jaren is er aandacht voor het thema ouderenmishandeling.

3

In het kader van de regionale Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2021 – 2025 (“Samen voor een thuis zonder geweld”) heeft Veilig Thuis (GGD) een activiteitenplan Aanpak Ouderenmishandeling 2022 – 2024 ingediend waarvoor subsidie wordt verleend. De GGD ontvangt hiervoor een bedrag van € 97.365. Veilig Thuis benut de middelen voor versterking van kennis en expertise in het relevante netwerk en voor ondersteuning van lokale partners bij dit type casuïstiek. De subsidie is ten laste gebracht van het programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg, taakveld ‘geëscaleerde zorg 18+’, deelproduct ‘aanpak huiselijk geweld’ (61311.S3212). In het kader van de lokale aanpak Huiselijke Geweld en Kindermishandeling heeft het college van Nijmegen op 8 maart 2022 de Lokale agenda Samen voor thuis zonder geweld Nijmegen 2022 t/m 2025 vastgesteld. Binnen deze lokale aanpak is de ambitie opgenomen om in Nijmegen te starten met een lokale alliantie financieel misbruik ouderen. Deze alliantie is inmiddels van start gegaan. De regionale projectleider ouderenmishandeling van de GGD is hierbij betrokken (deze wordt gefinancierd vanuit hier boven genoemde middelen).

Resumerend kan geconcludeerd worden dat ouderenmishandeling ‘op de kaart staat’ en aandacht krijgt die het verdient ten gunste van het voorkomen, signaleren en een effectieve aanpak. -

Dak- en thuislozen – ruimhartig beleid (briefadres, P-wet) meer ervaringsdeskundigen. Sluit de zorgbehoefte van dak- en thuislozen aan bij de vraag (informatie IrisZorg en CTMO GGD)? Als dit allemaal goed geregeld is, wil de Stadspartij een bedelverbod (GL wil geen bedelverbod). Antwoord: Wij hebben een ruimhartig en zorgvuldig uitgedacht beleid op het gebied van maatschappelijke opvang. De opvangvoorzieningen zijn omgevormd van de klassieke dag- en nachtopvang (slaapzaal) naar naar 24-uursopvangsvoorzieningen met passende begeleiding. Er vindt een snelle intake plaats door de onafhankelijke toegangspoort (Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang, CTMO) om mensen z.s.m. op een plek te krijgen en vanuit daar te stimuleren voor door- en uitstroom. Door de organisatie van deze centrale toegangspoort hebben we beter inzicht op de in- dooren uitstroom in de maatschappelijke opvang en kunnen we beter bijsturen. Door meer differentiatie in de opvangvoorzieningen proberen we de doorstroom in de opvang te verbeteren. We maken daarbij afspraken met de verschillende opvangvoorzieningen en met de buurtteams.

4

De vraag naar een briefadres loopt via de maatschappelijke opvangvoorziening (dit is de wenselijke route in verband met de nodige begeleiding) of direct bij de gemeente. Er wordt dan z.s.m. een onderzoek gestart om te kijken of een briefadres rechtmatig kan worden verleend. Op basis van een briefadres kan een uitkering worden aangevraagd. De aanvraag van een uitkering wordt door de gemeente direct in behandeling genomen. Wanneer iemand in de maatschappelijke opvangvoorziening (eerste opvang) verblijft, bevestigt de opvangorganisatie het verblijf van deze persoon in de voorziening. Op basis van deze bevestiging kunnen de kosten van de opvang en de eerste levensbehoeften worden bevoorschot. Er vindt een onderzoek plaats naar de rechtmatigheid van de uitkering. Zodra duidelijk is dat iemand recht heeft op een uitkering, wordt deze toegekend. Echter, niet iedereen komt in aanmerking voor een uitkering of een briefadres. Bijvoorbeeld mensen die niet worden aangemerkt als ingezetenen van Nederland (zoals dakloze arbeidsmigranten) of mensen zonder verblijfsstatus?. Er zijn ook uitzonderingen, waarbij iemand geen gebruik kan maken van de eerste opvang, bijvoorbeeld in geval van ernstige overlast. In dat geval wordt er gekeken of een briefadres bij de gemeente mogelijk is. De inzet van ervaringsdeskundigen is goed geborgd in het hulpverleningsaanbod van de opvangaanbieders.

Het vormt een belangrijk onderdeel van de uitvoering van de herstelvisie. Ervaringsdeskundigen worden breed ingezet, zowel preventief als in de opvangvoorzieningen. Wat betreft een bedelverbod, dat gaat breder dan alleen over de strikte doelgroep van de maatschappelijke opvang. Niet alle bedelaars zijn daklozen. Handhaven van een bedelverbod heeft ook veel haken en ogen. Zoals in sommige andere steden het geval is geweest en de landelijke ophef die erover is ontstaan.

Iedereen doet mee en hoort er bij/anti-discriminatie (inclusie en diversiteit S11) -

Meer/blijvend aandacht nodig voor antidiscriminatie (htlbtqi, kleur, leeftijd). Is er al extra (structureel) budget voor o.a het Regenboogakkoord, meer budget nodig (zie S11)? Antwoord:

-

Inclusieve stad: extra inzet en budget nodig in relatie tot VN-verdrag, bijvoorbeeld voor onderzoek of (hernieuwde) regeling toegankelijkheid gebouwen. De inclusie-agenda niet alleen uit lopende budgetten betalen. Verzoek: voorstel voor onderbouwing/besteding extra budget. Antwoord: Leonie Veenhuis Cilia

-

In hoeverre zijn er cijfers bekend van discriminatie bij uitgaansgelegenheden? Antwoord: Cilia

-

Meer ervaringsdeskundigen op diverse terreinen gewenst. Wat nodig om vaker gebruik te maken van ervaringsdeskundigen – plan opstellen en begroting aan toevoegen – varianten aandragen. Antwoord: Er is een concept-plan voor de inzet van ervaringsdeskundigen in de maak in de vorm van een regionale handreiking. In de concept-handreiking staat onder meer welke rollen ervaringsdeskundigen kunnen vervullen in het sociaal domein, aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om ervaringsdeskundigheid goed ‘in te bedden’ in organisaties en hoe we een impuls kunnen geven aan ervaringsdeskundigheid bovenop wat al wordt gedaan. Qua financiële impuls, gekoppeld aan de handreiking, zien wij 3 varianten: aanstelling/financiering van een regionale kwartiermaker cq coördinator; aanstelling/financiering ervaringsdeskundige beleidsadviseurs bij gemeentelijke afdelingen; standaardopname ervaringsdeskundige inzet in uitvoeringsopdrachten (subsidies, inkoopcontracten), zonder extra financiering, zoals al bij een aantal organisaties/opdrachten gebeurt (Buurtteams Volwassenen, jeugdhulporganisaties, IrisZorg, werkbedrijf).

5

Armoede-/minimabeleid -

Veel regelingen (gestapeld), maar bereiken we hiermee ook onze doelen, doelgroepen en kinderen. Breng scherper in beeld of ons minimabeleid werkt. Is het mogelijk om de diverse regelingen te stroomlijnen of combineren tot één regeling? Antwoord: Charlotte

-

Meer informatie over regelingen, zichtbaarheid Stips vergroten (vb Sociaal plein in oa. Leusden) en actief benaderen van mensen. Hoe bereik/niet-gebruik vergroten? Wordt dit gemeten, via bijv. de stads- en wijkmonitor? Antwoord: Charlotte Cilia

-

Alternatieven voor Meedoenregeling in beeld brengen (voor- en nadelen, kosten), want veel mensen hebben geen behoefte aan de activiteiten die via de Meedoenregeling worden aangeboden (o.a. nu weinig mogelijkheden om een (sport)activiteit uit te proberen): o Cultuur- en sportpassepartout (vb Amsterdam)/voor iedereen (extra ‘punten’ voor minima); o Een portal gekoppeld aan de Meedoenregeling; o Financiële gevolgen van verhoging inkomensgrens voor Meedoenregeling naar 140/150%. Antwoord: Charlotte

-

Omzetten voedselbank naar een sociale supermarkt, want meer keuzevrijheid nodig, nog steeds gratis of tegen lager bedrag (vb Amsterdam) – financieel plaatje, verschil met voedselbank – verkennen. NB: discussie over ‘sociale supermarkt’ binnen de voedselbank in Nijmegen. Antwoord: Charlotte

-

Gedeeltelijke stopzetting van de subsidie voor ouderbijdrage scholen van Stichting Leergeld (veel brieven over ontvangen) – hoe zit dit en wat zijn de gevolgen? Antwoord: Charlotte Mireille Nevin

-

Bewindvoering uitgevoerd door de gemeente zelf i.p.v. door particuliere bewindvoeringsbureaus (vb Dordrecht) – onderzoeken. Antwoord: Juni 2020 is het rapport “Oriëntatie op alternatieven voor de huidige bewindvoeringspraktijk” vastgesteld door het college en op basis daarvan is besloten bewindvoering niet in eigen beheer te gaan uitvoeren.Daarnaast is er besloten om de regie op bewindvoering te versterken door het afsluiten van een convenant voor 2 jaar met bewindvoerders waarbij er met hen afspraken worden gemaakt rond instroom in bewind, doorstroom naar schuldhulpverlening en uitstroom uit bewind en waarbij er gestuurd wordt op de kwaliteit van bewindvoering. Het convenant bewindvoerders en de gemeente Nijmegen is begin december 2021 vastgesteld. Over twee jaar volgt evaluatie van de ervaringen en resultaten van het convenant. Hierbij zal het alternatief van bewind onder eigen beheer ook worden meegenomen. Daarnaast wordt er sinds kort gebruik gemaakt van het adviesrecht schuldenbewind.

Participatie bijstandsgerechtigden -

Granieten bestand in de bijstand: schifting maken tussen ‘chronische’ groep (met rust laten) en groep met mogelijkheden. Is dit mogelijk op basis van het project Doe je mee. Binnen dit project spreekt het WerkBedrijf met alle bijstandsgerechtigden over vragen en mogelijkheden op alle leefgebieden: van participatie, activering tot de financiële situatie en gezondheid. Antwoord: Ja, project ‘Doe je mee’ leent zich hier goed voor. Uitkeringsgerechtigden voeren met een consulent van ‘Doe je mee’ een gesprek over hun persoonlijke situatie in brede zin, over alle leefdomeinen. De diagnose na één of meerdere gesprekken is divers: Aanmelding voor participatie-activiteiten bij een participatiecoach van de gemeente Aanmelding voor een traject bij WerkBedrijf Aanmelding voor zorg/financiële ondersteuning etc. 6

‘Rusttraject’: de conclusie is dat er geen mogelijkheden zijn voor participatie of werk. Eventuele zorg is geregeld, er wordt optimaal gebruik gemaakt van financiële/inkomensondersteuning (financiën op orde en stabiel). De uitkeringsgerechtigde wordt ‘met rust gelaten’ en weet de weg als er vragen of knelpunten zijn. -

Hoeveel mensen in de bijstand worden op dit moment begeleid door het WerkBedrijf of de participatiecoaches? Antwoord: Er worden momenteel … uitkeringsgerechtigden begeleid door een participatiecoach. Dit antwoord volgt uiterlijk morgen om 11.00 uur. Per 1 april worden er 1.535 uitkeringsgerechtigden begeleid door WerkBedrijf. Daarnaast 800 Nijmeegse kandidaten die werkzoekend zijn maar geen bijstandsuitkering hebben.

-

Minder streng maken ‘bijverdienen’ bij P-wetuitkering vanuit principe ‘werken loont’ (minimaal behoud ruimte die er nu is, is ten opzichte van andere gemeente relatief ruim) – “proeftijd”/max termijn aan verbinden. Mensen verleiden om de stap te zetten om te gaan werken, nu wordt dit niet gestimuleerd (want risico op ‘terugvallen’). (S07) Antwoord: De Participatiewet kent een aantal artikelen die bijverdienen mogelijk maken. Dit zijn de uitzonderingen van inkomsten die niet tot de middelen worden gerekend. Artikel 31 lid 2 beschrijft deze: • 31 lid 2 onder n: "reguliere" vrijlating. Dus 25% van de inkomsten tot een max van € 221 per maand, voor ten hoogste 6 maanden • 31 lid 2 onder r: na de "reguliere" vrijlating extra vrijlating voor alleenstaande ouders van 12,5% van de inkomsten tot een max van € 137,94 per maand, voor ten hoogste 30 maanden • 31 lid 2 onder y: vrijlating voor personen die medisch urenbeperkt zijn, tot 15% van de inkomsten, tot een max van € 139,90 per maand • 31 lid 2 onder j: een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.638 per kalenderjaar. Wij maken gebruik van eerste 3 mogelijkheden tot vrijlating. Wanneer bijstandsgerechtigden uitstromen, maar dan toch weer instromen door het verlies van de inkomsten hebben zij opnieuw recht op deze vrijlating.

Vorig jaar ontstond in het land en de gemeenteraad discussie over het meer laten bijverdienen van bijstandsgerechtigden. Bij ons is dit alleen mogelijk door het vierde punt van de bijverdienpremie toe te voegen. Dit doen wij nog niet. Wanneer we ervoor kiezen een tweemalige premie in te zetten, betekent dit een eenmalige stijging van de bijstandslasten van circa € 840.000 in het eerste jaar en een structurele stijging van circa € 240.000 per jaar in de jaren daarna. Hier is op dit moment geen dekking voor. Het toevoegen van een premie maakt deeltijdwerk in de uitkering aantrekkelijker. Wanneer meer uitkeringsgerechtigden deeltijdwerk verrichten, betekent dit anderzijds ook een daling in de bijstandslasten. Zie voor meer informatie over de bijverdienpremie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/40d05e49-5ebf-44de-9504b2748db2726e?documentId=e6bc17c7-df42-44f3-b74b-4457e4341c58&agendaItemId=410a04571455-461d-9090-a26966e3d2d9 Deeltijd werk kan voor bijstandsgerechtigden erg spannend en zelfs risicovol zijn door de veranderende financiële situatie en ingewikkelde berekeningen. Gezien de voordelen van werk willen we dit wel zo veel mogelijk stimuleren en drempels verlagen. We starten deze maanden met de het gebruik van het Huishoudboekje om ook bij wisselende inkomsten de financiële situatie stabiel te houden en inkomenszekerheid te bieden.

De Sociaal Raadslieden voeren daarnaast een toeslagencheck uit om problemen met toeslagen zo veel mogelijk te voorkomen.

-

Specifiek voor jongvolwassenen met een P-wetuitkering tot 27 jaar ‘proeftijd’ om te werken, mogelijk maken. Wat is wettelijk mogelijk en onder welke voorwaarden en hoe groot is deze groep? (S07) Antwoord:

7

Jongeren tot 27 jaar zijn uitgesloten van een aantal onderdelen in de PW, waaronder de onderdelen n, r en j van artikel 31 lid 2 (PW art 31 lid 5). Dat betekent dat zij geen recht hebben op vrijlating en geen premie mogen ontvangen. Bijverdienen behoort voor jongeren dus niet tot de mogelijkheden. We kunnen wel voor specifieke groepen of individuen oplossingen bedenken. De Participatiewet biedt de mogelijkheid om de bijstand af te stemmen op de individuele omstandigheden (PW art. 18 lid 1). Daarnaast zien we in het land interessante projecten, zoals het bouwdepot voor dak- en thuisloze jongeren en/of jongeren die vanuit de jeugdzorg komen (18-21 jarigen): https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/bouwdepot-mag-toch-doorgaan

-

WerkBedrijf: belangrijk dat werkgevers ontlast worden, wat doet het WerkBedrijf hier al aan? Antwoord: Een belangrijk deel van de taken van WerkBedrijf bestaan uit werkgeversdienstverlening. WerkBedrijf onderhoudt een netwerk van werkgevers en zorgt voor: De vraag van werkgevers/vacatures invullen Jobcarving: vacatures ombuigen naar takenpakketten en functies die aansluiten bij de vaardigheden van kandidaten (als de oorspronkelijke vacature niet kan worden ingevuld) Jobcoaching op de werkplek, begeleiding na plaatsing Aanpassingen op de werkplek (bijv. rustige werkplek, digitale hulpmiddelen, kantoormeubilair) Aanbieden van werkervarings- en ontwikkelplaatsen om kandidaat en werkgever met elkaar kennis te laten maken in de praktijksituatie (laagdrempelig) Aanbieden van detacheringen, zodat het werkgeverschap en werknemersrisico’s bij WerkBedrijf liggen. Het bedrijf betaalt een vergoeding per uur naar loonwaarde. Aanbieden van no-riskpolis, zodat werkgever geen loon door hoeft te betalen bij ziekte van de werknemer Inzet van loonkostensubsidies, ter compensatie van een lagere productiviteit/loonwaarde van de werknemer Begeleiding en training van de werkgever (als een kandidaat vanwege een arbeidsbeperking specifieke begeleiding nodig heeft) Organiseren van netwerkbijeenkomsten voor werkgevers, om ervaringen en ‘best practices’ uit te wisselen

Vragen en opmerkingen van individuele partijen Wmo en Jeugdhulp -

Gevolgen van afbouw gesloten regionale jeugdzorgvoorzieningen voor Nijmegen? (GL) Antwoord: Wat hebben we gedaan? In de afgelopen bestuursperiode is in het Interventieplan Sociale Stad voor een samenhangend pakket aan interventies gekozen: versterking sociale basis, verminderen ambulante hulp in combinatie met versterken eerste lijn/toegang voor Jeugdhulp en Wmo én transformatie zorg met verblijf. Deze samenhang is belangrijk zodat afschaling en omvorming van specialistische zorgvormen goed kan landen in alternatief zorgaanbod en we gelijktijdig werken aan sterke preventie en eerder ondersteunen van inwoners en gezinnen om escalatie van problematiek zoveel mogelijk te voorkomen. Bij de specialistische jeugdhulp hebben we aan 4 actielijnen gewerkt in (boven)regionaal verband: - passende hulp bij complexe problematiek --voorkomen van uithuisplaatsingen (met JIM, buurtgezinnen) - stimuleren van gezinsvormen (pleegzorg en gezinshuizen) - versterken keten jeugdbescherming 8

Zie hiervoor de website www.jeugdregionijmegen.nl De focus van de acties liggen op de regio Nijmegen. Er wordt op Gelders niveau afgestemd, geleerd en ook geprioriteerd (vaak landelijke druk). De afgelopen periode is de Gelderse agenda beïnvloedt door de crisis in de jGGZ (rondom corona), jeugdbescherming én de afbouw van de gesloten jeugdzorg. Advies komende periode We adviseren de omvorming van grootschalige intramurale zorgvormen in de top van de piramide naar kleinschalig verblijf, zoveel mogelijk in de wijk in gezinsvormen, in samenhang te blijven bezien met de sociale basis, bestaanszekerheid en een sterke eerste lijn en ambulante hulpvormen. Dit voorkomt dat kinderen in crisis komen en op verzoek van een rechter gesloten worden geplaatst. Hoewel het gaat om een kleine groep, in 2021 ging het om 14 kinderen, is de impact groot. Voor het kind en gezin en omgeving, maar ook voor het professionele netwerk omdat dergelijke plaatsingen als noodgreep worden gezien. Het organiseren van alternatieven van gesloten jeugdzorg past volledig in de ingezette transformatie.

Belangrijke prioriteiten voor de komende periode: Jeugd: -transformatie gesloten jeugdzorg en 3 milieu (klassieke terreinvoorzieningen) naar kleinschalig verblijf (kleine groepen in de wijk): dit vraagt om innovatie- en transitiemiddelen om de omvorming van bestaand aanbod mogelijk te maken en vastgoedissues te kunnen oplossen - meer pleegzorg en gezinshuizen: ook hier middelen nodig voor professionele wervingscampagnes, goede randvoorwaarden voor pleegouders en gezinshuisouders - betere uitstroom 18-23 jaar: jongeren in een complexe situatie beter begeleiden in de overgang naar zelfstandigheid na het 18e levensjaar; dit vraagt om uitvoerbare perspectiefplannen en voldoende woonvarianten -doorontwikkeling inkoop specialistische jeugdhulp: doorontwikkeling van het inkoopkader waardoor samenwerking tussen de sectoren GGZ, J&O en LVB onderling en met de Buurtteams meer wordt ondersteund, vernieuwing van het aanbod wordt aangejaagd, meer betrekken van ervaringsdeskundigen en cliëntenraden in de inkoop; Op het moment dat de Gelderse voorzieningen sneller afgebouwd worden dan er regionale alternatieven zijn, kunnen kinderen met een gesloten machtiging niet geplaatst worden. Dit betekent dat deze kinderen met risico op suïcide of ander gevaarlijk gedrag (weglopen, agressie etc.) thuis of in jeugdhulp met verblijf zorgen voor onhoudbare situaties.

Dit zorgt voor druk op – toch al uitgeputte – ouders en professionals maar is vooral gevaarlijk voor de jongere zelf. Het komt nu ook al sporadisch voor dat er wachttijden zijn, in dat geval wordt overbruggingshulp georganiseerd. -

Integraal pgb blijft belangrijk, kansen aangrijpen om dit in Nijmegen in te voeren cq mee te doen aan landelijke pilots als de gelegenheid zich voordoet. (GL) Antwoord: Integraal PGB – gemeente Nijmegen In 2020 hebben we een ambtelijke verkenning gedaan naar het integraal PGB. Er is onder andere gesproken met de gemeenten die met de pilots meededen. In de Raadsbrief van 29 september 2020 schreef het College het volgende aan de Raad: Het is niet mogelijk om tussentijds met de pilot I-PGB mee te doen. Dit betekent dat we geen gebruik kunnen maken van de afspraken rondom de AmvB. Om de geleerde lessen van de pilot-gemeenten te kunnen benutten heeft het college besloten om na de evaluatie een besluit te nemen over het integraal PGB. Aan de hand van de landelijke evaluatie in 2022 gaat de gemeente Nijmegen onderzoeken wat een passende uitvoering in Nijmegen is. Mochten cliënten tegen regelgeving van verschillende wetten aanlopen, hebben wij de doorbraakaanpak beschikbaar om hen van hulp te voorzien. De evaluatie is uiteindelijk vervroegd en op 24 augustus 2021 gepubliceerd. In de evaluatie stond dat de randvoorwaarden om het experiment succesvol uit te voeren voldoende waren. Toch hebben de 9

betrokken partijen onvoldoende ruimte ervaren om echt te kunnen vernieuwen, experimenteren en/of maatwerk te bieden. Daarnaast is het niet gelukt om budgethouders te vinden voor deelname aan het experiment. Dit komt onder meer doordat budgethouders niet wilden deelnemen. De reden daarvoor is bijvoorbeeld dat in het experiment een nieuwe indicatie wordt gesteld. Dit leidt tot onzekerheid. Veel mensen kozen er daarom voor niet mee te doen en hun bestaande rechten te behouden. In de evaluatie stond ook dat er geen steun was voor het voorzetten van het experiment in huidige vorm. De onderzoekers adviseerden daarom om het huidige experiment te stoppen. Wat er op neer kwam dat geen nieuwe deelnemers meer instromen. Deelnemers die al een integraal pgb hadden, kunnen deze behouden tot het eind van de looptijd (oktober 2022). De onderzoekers adviseerden om bij een vervolg op dit experiment vooraf minder kaders te stellen en meer ruimte te bieden aan de uitvoering. Het nieuwe kabinet moet hier een beslissing over nemen.

Dit is niet expliciet in het coalitieakkoord genoemd, maar het belang van het PGB is wel onderschreven: ‘Het persoonsgebonden budget (PGB) blijft een geschikt middel voor eigen regie, waarbij passende zorg centraal moet staan.’ De gemeente Nijmegen zal de ontwikkelingen rondom het integraal PGB goed in de gaten houden en onderzoeken of – als er een volgend experiment komt- deelname aan het experiment mogelijk is. Op de korte termijn gaat de gemeente Nijmegen aan de slag met het PGB 2.0, dit is de opvolger van het huidige pgb-systeem. De landelijke invoering van PGB2.0 draagt bij aan verschillende doelen. In de eerste plaats betere ondersteuning van de budgethouder en zijn/haar zorgverlener. Doordat het nieuwe systeem digitaal werken mogelijk maakt, krijgen budgethouders actueel inzicht in (de status van) hun zorgovereenkomsten, declaraties en budget. -

Er zijn wachtlijsten in de (jeugd-)GGZ. Hoe lang zijn deze in Nijmegen en welke actieve acties (als genoemd in de Stadsrekening) onderneemt de gemeente om deze tegen te gaan? (GL) Antwoord: Frank

-

Hoeveel gevallen van huiselijk geweld zijn bekend in Nijmegen? Hoe heeft dit getal zich ontwikkeld de afgelopen jaren? (GL) Antwoord: Kirstie Alex

-

Hulpmiddelenbeleid (rolstoelen, scootmobiels, etc): betere service en kwaliteit nodig. Is het zinvol om onderzoek te doen naar verbetermogelijkheden, welke interventies zijn mogelijk om de service en kwaliteit van hulpmiddelen te verbeteren? (GL) Antwoord: Reinout

-

Kinderopvang gratis: hierdoor zal de vraag naar kinderopvang groeien, terwijl er al een tekort is aan pedagogisch personeel in Nijmegen? Wat kan gemeente Nijmegen hier aan doen? (D66) Antwoord: Deze zorg is terecht. In onze ambtelijke voorbereidingen voor het nieuwe beleid 0 – 6 (periode 2023 e.v.) erkennen wij dit als knelpunt en risico. Het werken in de kinderopvang kán aantrekkelijker gemaakt worden (m.n. voor mannen). De belangrijkste elementen in deze zijn opleidingsmogelijkheden en inschaling van medewerkers. Let wel, wij hebben op beide knoppen nu géén rol als gemeente. Wij overwegen in onze ambtelijke voorstellen voor de nieuwe beleidsperiode hier verandering in aan te brengen. Als we nu kiezen om het werken in de kinderopvang aantrekkelijker te maken en – in samenwerking met de sector – medewerkers perspectief te bieden dan hebben we bij invoering van de nieuwe regelgeving een voorsprong. We kunnen helaas niet garanderen ‘op tijd’ te zijn. Het opleiden van medewerkers is een lang proces; mede omdat er aan de (gemeentelijke) VVE-locaties hoge wettelijke kwaliteitsnormen verbonden zijn. Desondanks adviseren wij hier wel op in te zetten. De leeftijd 0 tot 6 is een vormende periode waar kansenongelijkheid via interventies kan worden verzacht. Voldoende kwalitatieve kinderopvang geeft onze inwoners een steun in de rug voor de rest van het leven.

Met name op de onderdelen taal/communicatie en executieve functies kunnen kinderen via deze weg ‘extra bagage’ meekrijgen waar ze hun hele leven van blijven profiteren. 10

Kanttekening: De kinderopvang is geen overheidstaak en daarmee onderhevig aan bepaalde mechanismen van marktwerking. Het lokaal opleiden van medewerkers is zodoende geen garantie voor succes. Voorbeeld ter illustratie: Als wij inzetten op het opleiden van medewerkers en elders zet men in op hogere salariëring, dan leiden wij mogelijk PM’ers (pedagogisch medewerkers) op voor andere (buur)gemeenten. -

Gezonde schoollunches (zie pilots in andere steden) – wat kost dit? (D66) Antwoord: De kosten hiervan hangen af van hoe je dit wil uitzetten: voor zowel primair onderwijs en speciaal (basis) onderwijs of ook voor het voortgezet onderwijs? Voor alle scholen of alleen in bepaalde wijken en/of scholen met de meeste leerlingen met risico op onderwijsachterstanden? Hoe ga je om met basisscholen die geen continu rooster hebben en waar kinderen – tenzij ze overblijven – tussen de middag naar huis gaan om te lunchen. Willen we wel of niet met een ouderbijdrage werken en zijn ouders bereid om dit te betalen? In Nijmegen hebben we te maken met de volgende aantallen leerlingen: Primair onderwijs: 12.000 leerlingen Voortgezet onderwijs: 14.000 leerlingen Speciaal (basis) onderwijs: 2.300 leerlingen van zowel PO als VO leeftijd en inclusief de leerlingen die op de Maartenschool en PI school zitten (net over de Nijmeegse gemeentegrens) Uit een onderzoek uit Utrecht blijkt dat de kosten circa € 5,00 per dag per kind bedragen. Het is onduidelijk wat allemaal meegenomen is in dit bedrag is meegenomen (denk aan leveringskosten, koeling op scholen en gebruik duurzame materialen).

Stel je zou uitgaan van de basisscholen in Dukenburg, Lindenholt, Hatert, Grootstal, Neerbosch Oost plus de basisscholen met de meeste leerlingen met risico op onderwijsachterstanden (het is mogelijk om hierin andere afwegingen of keuzes te maken), dan kom je op een totaal van circa 4.000 leerlingen. Stel alle scholen doen mee voor 5 dagen in de week en alle leerlingen eten hun lunch op school én uitgaande van 40 schoolweken, dan kom dat uit op een bedrag van € 4 miljoen per jaar. Als we dan ook alle kinderen in het speciaal (basis) onderwijs meerekenen dan komt er nog een bedrag bij van € 2,3 miljoen. In beide gevallen is er geen rekening gehouden met een ouderbijdrage.

-

Huiswerkbegeleiding in bibliotheken: evaluatie? Continueren. (D66) Antwoord: Nevin

-

Deelname aan (landelijke) pilots meer betalen voor leerkrachten in achterstandswijken als de gelegenheid zich voordoet. (D66) Antwoord: Nevin/Mireille

Preventie, welzijn, ontmoeting, cultuur en sport (sterke sociale basis) -

Vrijwilligersfonds uitbreiden: maximumbedrag per aanvraag verhogen van € 500 naar € 600. Hoeveel kost dit? (Stadspartij) Antwoord: Cilia Loes Eggink

-

Sportaccommodaties multifunctioneel inzetten voor ontmoeting, wat zijn de mogelijkheden hiervoor? (Stadspartij) Antwoord: Sportaccommodaties kunnen multifunctioneler ingezet worden. Zo passen we bestaande gemeentelijke binnensportaccommodaties aan om deze breder inzetbaar te maken voor o.a. de sport- en beweegsector, maar ook ten behoeve van maatschappelijke participatie, gezonde leefstijl en breed motorisch opleiden (zoals een smartwall). Voor deze aanpassing is de komende jaren extra budget vrij gemaakt. Dit is conform sport- en beweegnota. Gemeentelijke buitensportaccommodaties kunnen ook breder ingezet worden door de verbinding te leggen met 11

(omliggende) wijken. Door de samenwerking tussen sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en mogelijk ook commerciële sportaanbieders te stimuleren kan er breder en meer divers sport- en beweegaanbod (en ontmoeting) ontstaan. Dit past ook binnen het sport- en beweegbeleid 2022 dat we de potentie van sportverenigingen optimaal willen benutten en stimuleren. En dat betekent ook het spelen van een rol in het kader van het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Concreet gaat het dan over alternatieve vormen van bewegen die ook belangrijk zijn voor sociale interactie, meedoen, ontmoeten en zelfredzaamheid, zoals walking football of het para team van NEC. Sportaccommodaties kunnen daarnaast ook fungeren als interessante locatie waar meerdere functies een plek kunnen krijgen. Het clubhuis/de sportkantine kan daarom mogelijk multifunctioneel in gebruik genomen worden: als sportkantine én als ontmoetingsplek voor bewoners (denk ook aan andersoortig ontmoeting naast sport en beweegactiviteiten). In de gesprekken die we momenteel voeren met een sportvereniging i.v.m. met een nieuwe clubaccommodatie in Nijmegen Noord is multifunctioneel gebruik in het nieuwe clubhuis ook onderwerp van gesprek. Maar we dienen hiervoor altijd te oordelen naar de situatie wat afhankelijk is van de betreffende locatie én de type activiteit die in het kader van ontmoeting plaats zal vinden.

Wanneer de sportkantine mogelijk ingezet wordt voor lokaal gebonden activiteiten voor en door inwoners moet dit dus passen binnen het vigerend bestemmingsplan. We dienen tot slot rekening te houden met het feit dat sportkantines in clubhuizen niet in eigendom zijn van de gemeente, maar in eigendom van de vereniging. Kortom, hierover dient ook afstemming plaats te vinden met de betreffende sportvereniging om wel/geen onderdak te bieden aan dergelijke activiteiten.

-

Wens: cultuur en sport integreren in kinderopvang. (D66) Antwoord: Wij adviseren hier stevig op in te zetten. De leeftijd 0 tot 6 is een vormende periode waar kansenongelijkheid via interventies kan worden verzacht. Voldoende kwalitatieve kinderopvang geeft onze inwoners een steun in de rug voor de rest van het leven. Met name op de onderdelen taal/communicatie en executieve functies kunnen kinderen via deze weg ‘extra bagage’ meekrijgen waar ze hun hele leven van blijven profiteren. Cultuur en sport zijn dragers waarbinnen kinderen (georganiseerd) spelenderwijs de wereld ontdekken. Cultuur en sport als educatiemiddel wordt ambtelijk geadviseerd. De integratie van deze domeinen zal verdere uitwerking vragen. Wij adviseren hier op in te zetten via het nieuwe beleid 0 – 6, dat ambtelijk in voorbereiding is, voor de periode 2023 e.v.

-

Is bekend hoeveel kinderen aan sport en cultuur doen? (GL) Antwoord:

Sportdeelname jongeren Ruim driekwart van de jongeren sport wekelijks Hoe de sport- en beweegdeelname van middelbare scholieren zich ontwikkelt, kunnen we volgen via de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor Jeugd, die wordt uitgevoerd door de GGD. Jongeren in klas 2 en 4 in het voortgezet onderwijs wordt gevraagd om een vragenlijs in te vullen. De laatste meting vond in 2019 plaats. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 laat zien dat 76% van de middelbare scholieren wekelijks bij een vereniging of sportschool sport en dat 66% wekelijks op een andere manier aan sport doet (buiten verenigingen en sportscholen om). Die 66% is een duidelijke daling ten opzichte van 2015 (76%). Bijna de helft van de middelbare scholieren in Nijmegen (47%) sport en beweegt minimaal 5 dagen per week minstens 1 uur (versus 52% in 2011).

12

76% 77%

sport wekelijks bij vereniging of sportschool 66%

beweegt wekelijks buiten vereniging of sportschool om

76%

2019 2015 2011 2007

47% 48% 52% 51%

beweegt mininaal 5 dagen per week minstens 1 uur 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

Figuur: Sportdeelname middelbare scholieren. Bron: Gezondheidsmonitor jeugd (E-MOVO), GGD Gelderland-Zuid.

Bij vmbo-leerlingen is het aandeel dat minimaal 5 dagen per week minstens 1 uur beweegt lager: 38% voor basis/kader en 41% voor de gemengde/theoretische leerweg, tegenover 49% van de havo-leerlingen en 55% van de vwo-leerlingen. Vmbo-leerlingen sporten minder vaak wekelijks bij een sportvereniging of sportschool: 61% voor basis/kader en 72% voor de gemengde/theoretische leerweg, tegenover 78% van de havo-leerlingen en 87% van de vwo-leerlingen. Voor het aandeel dat buiten verenigingen en sportscholen om sport is er nauwelijks verschil tussen de opleidingsniveaus. Driekwart van de kinderen sport en beweegt minstens 7 uur per week Hoe de sport- en beweegdeelname van kinderen tot 12 jaar zich ontwikkelt, kunnen we volgen via de vierjaarlijkse Kindermonitor, die wordt uitgevoerd door de GGD. Ouders wordt gevraagd om een vragenlijst over hun kind in de steekproef in te vullen. De laatste meting vond najaar 2021 plaats, maar de uitkomsten daarvan zijn nog niet beschikbaar. De Kindermonitor 2017 laat zien dat 75% van de Nijmeegse kinderen (4-12 jaar) minstens 7 uur per week sport en beweegt. Dat is een stijging ten opzichte van 2013 (71%). Bij kinderen van ouders met een lagere sociaaleconomische status komt het meer voor dat ze weinig sporten en bewegen: 13% beweegt minder dan 5 uur per week (versus 9% gemiddeld) en 32% is geen lid van een sportvereniging (versus 23% gemiddeld).

Invloed van corona Landelijk onderzoek over het jaar 2020 laat zien dat veel mensen door de coronapandemie minder zijn gaan sporten en dat dat relatief sterk geldt voor 5-12-jarigen. We hebben geen lokale cijfers hierover. Gunstig beeld ontwikkeling aantal leden van sportverenigingen Kinderen en jongeren zijn in vergelijking met volwassenen naar verhouding vaker lid van een sportvereniging. In Nijmegen is het percentage bewoners dat lid is van 1 of meer bij sportbonden aangesloten sportverenigingen (23,1% in 2020) hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (20,7%; de benchmarksteden zijn Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg). In Nijmegen is dit aandeel sinds 2017 iets gestegen, terwijl het gemiddelde voor de benchmarksteden (Arnhem, Eindhoven, Enschede, de laatste jaren vrij stabiel is. Landelijk is het percentage sportverenigingsleden gedaald, van 25,6% in 2017 naar 24,1% in 2020. Die landelijke daling was relatief sterk in 2020, terwijl er in Nijmegen in 2020 sprake was van een kleine toename.

Cultuurdeelname jongeren Hoge cultuurdeelname bij oudere tieners en jongvolwassenen In onze Burgerpeiling stellen we 1 keer in de vier jaar vragen over cultuurdeelname. Dat is voor het laatst gedaan in 2019. Voor de Burgerpeiling trekken we een steekproef uit de Nijmegenaren vanaf 16 jaar. Dat betekent dat we voor de oudere tieners en jongvolwassenen een beeld van de cultuurdeelname kunnen schetsen.

13

Een ruime meerderheid van de 16 t/m 22-jarigen bezoekt culturele voorstellingen (89%). Veel 16- t/m 22-jarigen bezoeken dance-optredens (63% versus 33% van de Nijmegenaren vanaf 23 jaar) en filmvoorstellingen (82% versus 74% van de Nijmegenaren vanaf 23 jaar). Voor diverse andere soorten cultuurdeelname zijn de verschillen tussen de 16- t/m 22-jarigen en de Nijmegenaren vanaf 23 jaar niet groot. We hebben geen cijfers over verschillen als het gaat om de belangstelling voor specifieke genres. 89% 87%

bezoekt culturele voorstellingen

82% 74%

bezoekt filmvoorstellingen 50% 52%

bezoekt theatervoorstellingen bezoekt concerten bezoekt dance-optredens

33%

23 t/m 89 jaar

63% 60% 59%

bezoekt musea 37% 35%

maakt gebruik van bibliotheek

52% 46%

beoefent kunstzinnige activiteiten neemt deel aan kunsteducatie

16 t/m 22 jaar

56% 59%

9% 10% 0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Figuur 13: Gegevens over cultuurparticipatie onder 16- t/m 22-jarigen (versus de 23 t/m 89-jarigen). Bron: Burgerpeiling 2019. Uit onze Burgerpeiling en ook landelijke onderzoeken weten we dat het opleidingsniveau een sterk bepalende factor is voor cultuurdeelname. Met het stijgen van het opleidingsniveau neemt de mate van cultuurparticipatie toe. Toename Bibliotheek op school, minder ouders missen in buurt bibliotheek voor hun kinderen In 2013 is de bibliotheek begonnen met de invoering van de Bibliotheek op school: een structurele samenwerking tussen school, kinderopvang en bibliotheek met als doel het leesplezier bij leerlingen te vergroten. Dat gebeurt met lees- en mediaconsulenten, een collectie boeken in een professionele bibliotheek op school en een goede digitale reserveer- en leeromgeving. Eind 2014 waren 12 basisscholen aangesloten op de Bibliotheek op school; in 2019 zijn dat 30 basisscholen en 15 kinderopvanglocaties. Deze groei vertaalt zich in uitkomsten van de Kindermonitor. In 2015 gaf 19% van de ouders van kinderen tot 12 jaar aan dat ze in de woonbuurt een bibliotheek voor hun kinderen misten. In 2017 is dat percentage gedaald naar 9%. In 2017 las een ruime meerderheid van de 4t/m 11-jarigen boeken; 9% deed dat nooit. De uitkomsten van de Kindermonitor 2021 zijn nog niet beschikbaar. -

Overige -

Focus op preventie, meer in investeren (S04). (D66) (Leonie B. 6-5 wordt mogelijk thema)

Herinvoering van 65+-label – seniorenwoningen. Is dit haalbaar, wat is hiervoor nodig? (B10) (Stadspartij) Antwoord: Het toewijzen specifiek aan een bepaalde leeftijdsgroep is wettelijk niet meer mogelijk (discriminatie). Het is daarom uit de huisvestingsverordening gehaald. Wel kan daar in specifieke gevallen voor worden gekozen (bijvoorbeeld bij levensloopgeschikte woningen). De toewijzing valt dan wel binnen de 20% maatwerk van de corporaties. Corporaties zijn zelf ook zoekend naar de kansen en mogelijkheden om ouderen door te laten stromen, zodat zij een geschikte woning krijgen en een woningen vrij maken voor andere woningzoekenden. 14

In dit najaar wordt de regionale huisvestingsverordening geëvalueerd. Hierbij worden gemeenten en corporaties betrokken. Dit thema zal ook door de corporaties ingebracht gaan worden. Na de evaluatie gaat volgend jaar gewerkt worden aan een nieuwe regionale huisvestingsverordening, die per 1-1- 2023 van kracht moet worden -

Meldpunt dierenmishandeling, hebben we deze, mogelijkheden, kosten? (Stadspartij) Antwoord: We hebben als gemeente nu géén meldpunt voor dierenmishandeling. Wetten en beleid op dierenmishandeling worden landelijk gemaakt en primair gehandhaafd door de politie en de LID (Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming) Melding van dierenmishandeling kan gedaan worden het landelijk meldpunt 144. Afhankelijk van de melding wordt de politie, het LID of de NVWA ingeschakeld.

-

Verleent de gemeente momenteel subsidie aan het AED-netwerk? Wens: professionaliseren, wat is hiervoor nodig? (Stadspartij) Antwoord: Subsidies aan AED-netwerk Subsidie

2018

2019

2020

2021

St AED Dukenburg St HartslagNijmegen Deskundigheidsbevordering via Vrijwilligersfonds

€ 1.000 € 500 € 500

€ 1.000 € 1.000 € 500

€ 1.000 € 1.000 € 500

€ 1.000 € 1.000 € 500

€ 5.776

€ 1.750 € 7.068

€ 5.478

€ 1.370 € 4.906

Facturen betaald St HartslagNijmegen St AED Dukenburg

2022 t/m mrt

€ 2.465

De facturen waren hoofdzakelijk voor kosten voor plaatsing, reparatie, onderhoud en/of vervanging

Wens professionaliseren en wat is hiervoor nodig? Het AED-netwerk in Nijmegen bestaat uit verschillende burgerinitiatieven, waarbij Stichting Hartslag Nijmegen een coördinerende rol heeft en initiatieven ondersteunt. Er ligt geen wettelijke taak / verantwoordelijkheid bij de gemeente en de gemeente heeft hierover ook niks expliciet vastgesteld. De gemeente ondersteunt en faciliteert deze burgerinitiatieven via onder ander via het vrijwilligersfonds, een vast aanspreekpunt en betalen van enkele kosten. Wanneer de wens is om de huidige initiatieven meer te ondersteunen en/of door te ontwikkelen dan zou dit naast het vrijwilligersfonds en de huidige facturen, kunnen door de komende vier jaar jaarlijks een bedrag van € 15.000 beschikbaar te stellen die in overleg met de bestaande burgerinitiatieven kunnen worden ingezet. Dit vraagt wel om extra middelen of een keuze om iets anders binnen het huidige programma Welzijn, wijkontwikkeling en zorg niet te doen.

NAGEKOMEN VRAGEN

Tafel Sociale stad en Economische Veerkracht via Leonie Braks (nagekomen dit weekend) Restvragen

Gevraagde ambtelijke toelichting (via April, haar nummering aangehouden) 5.

Stand van zaken jongerenwerk, pilots en koppeling veiligheidsdomein? 15

Antwoord: Loes/Harold te Groothuis 6.

Aanpak zorgfraude, hoe loopt dat, hoe werkt dat en is er meer/anders mogelijk? Antwoord: We verwijzen in dit verband vooral naar de raadsinformatiebrief zorgfraude waarin we heel recent de raad geïnformeerd hebben hoe we toezicht en de handhaving op dit moment vorm geven; waar we wel en niet tevreden over zijn en met welke dilemma’s we worstelen bij de aanpak van zorgfraude; welke stappen we het afgelopen jaar hebben gezet; waar we de komende raadsperiode de focus op willen leggen. Bij het kopje “Vooruitblik” (pagina 4) hebben we aangegeven waar verbetermogelijkheden liggen.

Om een goed beeld te krijgen m.b.t. W&I de volgende technische vragen (Ayse): i.

Een ambitie van de gemeente en het WerkBedrijf is om mensen duurzaam aan het werk te krijgen. Wat wordt hiervoor ingezet? Hoe verhoudt dit zich tot het zsm terug begeleiden naar een baan? Antwoord: WerkBedrijf zoekt naar de meest passende match tussen vraag en aanbod. Een feit is dat kandidaten uit de bijstand niet altijd 1 op 1 op een vacature passen. Waar nodig wordt extra ondersteuning ingezet om de plaatsing succesvol te laten zijn. Die ondersteuning kan bestaan uit: jobcarving/jobcreating (aanpassen gevraagde functie door taken uit verschillende functies samen te voegen), jobcoaching en begeleiding op de werkplek, loonkostensubsidies, no-riskpolis, training en scholing, werkervaringsplaatsen en detacheringen. Na uitval van een kandidaat wordt als dat mogelijk is ingezet op spoedige plaatsing op een andere functie, rekening houdend met de reden van uitval. Zie ook het antwoord op vraag over ‘hoe worden werkgevers ontlast?’. j.

Hoe worden kinderen met een hogere kans op het ontwikkelen van achterstanden momenteel ondersteund door de gemeente? Antwoord: Nick l. Hoeveel leerwerkplekken zijn er in Nijmegen? Hebben we hier een overzicht van? Antwoord: Sandra Huinen n. Aanpak laaggeletterdheid door het WerkBedrijf. Zijn hier cijfers van bekend? Antwoord: Er zijn geen precieze cijfers bekend van het aantal laaggeletterden onder de werkzoekenden bij het WerkBedrijf. We kunnen een (grove) schatting maken op basis van landelijk onderzoek door Maastricht University i.o.v. Stichting Lezen en Schrijven, waaruit bleek dat 16% van de werkzoekenden laaggeletterd is. Het percentage laaggeletterden is het grootst bij de groep laagopgeleide werkzoekenden. Daarvan heeft 25% tot 50% moeite met lezen en schrijven. Er waren ongeveer 3.300 klanten in dienstverlening bij WerkBedrijf op 31 maart 2022. Als 16% hiervan laaggeletterd is, dan zou het om 528 laaggeletterden werkzoekenden gaan. Er zijn wel cijfers van het aantal werkzoekenden bij WerkBedrijf dat vrijwillig deelneemt aan workshops ‘basisvaardigheden’ bij vermoedens van laaggeletterdheid. Consulenten worden getraind op het herkennen en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid, o.a. met behulp van VR brillen.

Als zij het vermoeden hebben dat dit speelt, verwijzen zij de werkzoekende door naar de workshop ‘basisvaardigheden’ die iedere twee weken door het ROC wordt verzorgd bij WerkBedrijf. Gemiddeld worden er 6 werkzoekenden per workshop aangemeld. Onderdeel van deze workshop is de vrijwillige afname van de taalmeter. Wanneer uit deze taalmeter blijkt dat iemand laaggeletterd is, wordt gezorgd voor een warme overdracht naar educatieaanbod om de basisvaardigheden te vergroten. Uit ongeveer 8 van de 10 afgenomen taalmeters komt naar voren dat iemand laaggeletterd is. 6 van de 10 taalmeters leidt tot een intake bij het ROC voor educatie. In 2021 hebben 65 werkzoekenden deelgenomen aan de workshops, van wie er zich 49 hebben opgegeven voor een intake bij het ROC, en van wie 32 daadwerkelijk zijn gestart met formele educatietrajecten. Een kleiner deel is doorverwezen naar non-formeel aanbod, bijvoorbeeld bij de bibliotheek. o. Hoeveel bijstandsontvangers hebben geen startkwalificatie? Antwoord: Lisanne/Karin 16

p. Bijstandsontvangers naar leeftijd? Antwoord: Lisanne q.

Terugstromende ww- en bijstandsontvangers. Hoe groot is deze groep? Kenmerken? Leeftijd? Beroepsgroepen? Antwoord: Lisanne/Karin

Nagekomen vragen 9 mei ochtend Wendy Grutters, haar format aangehouden Onze aanvullende vragen sociale stad: Sociaal: welke mogelijkheden zijn er om mantelzorgers cq. Zorgverleners gratis parkeren aan te bieden bij uitvoering van hun werk/vrijwilligerswerk? Zijn er andere steden die al iets dergelijks doen id vorm van bijv. een p-kaart/aparte p-uren app voor deze doelgroep? Antwoord: Parkeervergunning mantelzorgers Door wie: gemeente Nijmegen verleent de parkeervergunningen Wat: Mensen kunnen sowieso gebruik maken van de Bezoekersparkeervergunning in de betaald parkeren zones. (1.000 uur op jaarbasis buiten het Singelgebied en 585 binnen het Singelgebied). Parkeertarief is dan € 0,20 per uur. Kaarthouder kan per keer minimaal € 6,25 opwaarderen. Indien dit niet voldoende is kan een Mantelzorgparkeervergunningen worden verleend. De vergunning wordt voor 5 jaar verleend. Er wordt per 2022 geen tarief per uur meer in rekening gebracht. Betreft 400 uur per jaar. Hoe : Aanvragen kunnen worden ingediend bij de gemeente Nijmegen, afdeling parkeer vergunningen (digitaal of schriftelijk). Criteria :

-

-

de aanvrager zelf nog geen mantelzorgvergunning heeft; de aanvrager woont in een zelfstandige woning in het gereguleerd vergunningengebied; de aanvrager valt onder één van de onderstaande categorieën: o de aanvrager op zijn/haar woonadres mantelzorg ontvangt van een verzorger aan wie recentelijk een mantelzorgcompliment is toegekend; o de aanvrager op zijn/haar woonadres mantelzorg ontvangt van een verzorger aan wie een mantelzorgcompliment is geweigerd, enkel omdat er onvoldoende mantelzorgbudget is; o de aanvrager op zijn/haar woonadres zorg ontvangt tegen vergoeding van het lage pgbtarief. Een mantelzorgvergunning wordt geweigerd, indien deze wordt aangevraagd binnen een jaar na intrekking.

17

-

Een mantelzorgvergunning wordt verstrekt voor de vergunningenzone waarin de aanvrager van de mantelzorgvergunning woont.

Middelen : de Mantelzorgparkeervergunning is gratis voor de bewoner. Dit geldt ook voor de parkeeruren Sociaal: Welke regelingen kennen we voor ouderen om te verhuizen (kleiner gaan wonen) behoudens makelaar? Te denken aan subsidies, verhuisvergoedingen, ondersteuning verhuizing organisatie, behoud (lage) woonkosten? Antwoord: We subsidiëren de ouderenadviseurs van Sterker Sociaal Werk. In het kader van het ‘Langer Thuis’ komen ouderenadviseur voor een gesprek bij de ouderen thuis. Het contact met de ouderenadviseur kan eenmalig zijn, maar is soms ook voor wat langere tijd een steuntje in de rug. De onderwerpen waar een ouderenadviseur over kan adviseren, zijn bijvoorbeeld: • praktische hulp thuis over inkomen en administratie, maaltijden aan huis, huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging of vervoer • Een zinvolle invulling van de dag en langer meedoen door bijvoorbeeld passende activiteiten in de wijk of dagbesteding • Veilig wonen met advies over aanpassingen in de woning, verhuizing naar een levensloopgeschikte woning of woning met zorg en vragen over wonen in een verpleeghuis Daarnaast is, met financiering door de provincie Gelderland, sinds najaar 2021 een ‘verhuiscoach’ actief ter stimulering van de doorstroom van 55plussers vanuit een ruime sociale huurwoning naar een kleinere huurwoning.

Als een 55+-er de verhuiscoach inschakelt en vervolgens naar een kleinere woning gaat verhuizen, kan deze 55+-er ook een aanvraag doen voor een verhuisvergoeding van de provincie. Deze vergoeding van 2.000,- kan besteed worden aan kosten rondom de verhuizing. Sociaal: 1. Welke subsidie krijgt dierenambulance nu en wat is de werkelijke behoefte? 2. Heeft gemeente bevoegdheid over al/niet voeren van sirene voor dierenambulance? Zo ja waar moet dat worden geregeld APV? Antwoord: De DAN ontving in 2021 een vergoeding van €35 per gereden rit/aanname op de basis en een subsidie van €36.500. De werkelijke behoefte ligt bij een kostendekkend tarief per rit/aanname, dat elke (regio-) gemeente zou moeten betalen. Momenteel zitten we in het proces tariefverhogingen af te spreken. Voor Nijmegen geldt dat het kostendekkende tarief niet veel afwijkt van wat we nu al vergoeden. Regels omtrent het voeren van optische en geluidssignalen zijn landelijk geregeld in de Regeling Optische en Geluidssignalen, een uitwerking van artikel 29 RVV 1990. Dierenambulances zijn in die regeling geen aangewezen dienst en mogen daarom géén gebruik maken van voorrangssignalen. De gemeente heeft niet de bevoegdheid van deze regels af te wijken. Onze vragen inzake ambtelijke stukken sociale stad:

18

S04

Een eerlijke kans op een gezond leven voor iedereen

S08

Legitiem maatwerk als basis voor het Sociaal Domein

S09

Lerend stelsel jeugdhulp Nijmegen en regio

S13

Oud zelfstandig blijven

Wat zijn structurele kosten (jaarlijks) voor gratis fruit/groente voor de voedselbank ? Antwoord: Charlotte Hoeverre is de wet op de privacy een belemmering op de efficiency en de resultaten op legitiem maatwerk Antwoord: Alex (Danielle) In hoeverre is er al gedachtegang gemaakt om te leren hoe de professionals gaan omdenken. Antwoord: Danielle Mobiel tandarts: in hoeverre kan dit betaald worden uit de zorgverzekering. Antwoord; Yvonne Blijdorp

Onze aanvullende vragen veerkrachtige stad: Economie: Praktisch geschoolden; 1. Wat doen we nu om banen id maakindustrie te houden en praktisch geschoolden te binden aan de stad. 2. Wat doen we ter bevordering van mbo-opleidingen praktisch geschoolden. Antwoord: Karin H. Onze vragen inzake ambtelijke stukken veerkrachtige stad: E08 Mismatch arbeidsmarkt hoe gaan wij het onderwijsveld hierin positioneren. is er al onderzocht of middelbaar technisch onderwijs buiten het ROC mogelijk is. Antwoord Karin H Nieuwe codering sinds 3 mei, mogelijk deze week aanpassing. S01 S02 S03 S04 S05 S06 S07

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f3fda5ae-1008-4a42-8d72-5d8bbb9657fe