43 - Trendstudie 2022 Nijmegen behaalde resultaten, actualisatie en samenhang
Tekst van het document
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek – Statline. Berekening Platform31: totaal aantal uitkeringen ww, bijstand tot AOW-leeftijd en arbeidsongeschiktheid in procenten van de beroepsbevolking.
Platform31 hanteert vanwege de economische en sociale urgentie om zoveel mogelijk inwoners te laten participeren op de arbeidsmarkt, mede in het licht van de stagnerende (Nijmegen) en krimpende (regio) beroepsbevolking, een afwijkende definitie van het onbenut arbeidspotentieel dan het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het gaat daarbij niet alleen om de inwoners die willen werken, meer uren willen werken, die kunnen werken en die direct beschikbaar zijn maar om alle Nijmeegse talenten die nu niet meedoen, niet kunnen meedoen of willen meedoen. Met dit als invalshoek kan geraamd worden dat bijna 20.000 Nijmegenaren, ongeveer een vijfde van de beroepsbevolking, niet meedoet, niet werkt), langs de kant staat en waarvan de talenten onvoldoende benut worden. Uiteraard kan een belangrijk deel van deze groep (arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden, laaggeletterden, e.d.) niet makkelijk meedoen en is alleen met zeer grote inspanningen te mobiliseren. Toch is dit grote onbenutte arbeidspotentieel een luxe die ook Nijmegen zich met een stabiliserende beroepsbevolking niet goed meer kan permitteren. Dit vraagstuk komt de komende bestuursperiode op de gemeente af. Daarbij kan opnieuw afgewogen worden of het re-integratiebeleid voldoende intensief wordt ingezet en voldoende effectief is. Een kwart van de Nijmeegse bijstandsontvangers wordt begeleid door het WerkBedrijf.
Bij een kwart van de bijstandsontvangers is er de afgelopen drie jaar wel een traject geweest bij het WerkBedrijf; maar deze bijstandsontvangers zijn terugverwezen of het traject is zonder resultaat gestopt. De helft van de bijstandsontvangers heeft al minstens drie jaar geen begeleiding van het WerkBedrijf gehad.
18
Actualisatie van de hoofdopgave Bij het verder concretiseren en actualiseren van de hoofdopgave om een sociale stad te blijven, kunnen de volgende thema’s, deelopgaven en programma’s aangescherpt en verdiept worden.
Een samenhangende aanpak gericht op positieve gezondheid om de gezondheidsverschillen te verkleinen. Voor velen (mensen met een lage sociaaleconomische status, mensen in kwetsbare omstandigheden, e.d.) is het door structurele achterstanden moeilijk om hun leven in te richten met een gezonde levensstijl. Een (dreigende) dakloosheid, (baan)onzekerheden, stress, armoede, schulden, eenzaamheid, psychische problemen, geluidsoverlast, onvoldoende middelen om individueel en in verenigingsverband te sporten, e.d. zijn achterliggende structurele oorzaken voor een ongezonde levensstijl. Als deze structurele oorzaken niet worden aangepakt, is een individuele benadering om de gezondheid en levensverwachting te verbeteren zoals tot nu toe gebruikelijk is weinig effectief.
Het goed gaan organiseren van de zorg en ondersteuning in wijk en buurt voor de sterk groeiende groep oude ouderen. Om de zorg voor de sterk groeiende groep ouderen in wijk en buurt goed te organiseren, zijn allerlei vormen van nieuwe huisvesting nodig en allerlei nieuwe vormen van zorg en ondersteuning in wijk en buurt.
Kies vooral een selectieve en gerichte aanpak van preventie, vroegsignalering en maatwerk voor de meest kwetsbare inwoners, bijzondere doelgroepen en aandachtsgroepen. Vele inwoners hebben slechts een enkelvoudige vraag waarbij een integrale, samenhangende maatwerkaanpak niet doelmatig en effectief is. Een integrale maatwerkaanpak is vooral wenselijk voor een zeer kleine groep inwoners en huishoudens (1, 2 of 5 procent) waarbij diverse sociale problemen stapelen (zorg, participatie, activering, psychische problemen, leerachterstanden, armoede, schulden, huiselijk geweld e.d.). Omdat de casussen voor multiprobleem inwoners en huishoudens duur zijn, loont de maatwerkaanpak vooral voor deze interventies. Voor deze kleine groep loont het om intervisies en casusoverleggen te organiseren, om meerdere aanpakken in samenhang en afstemming te proberen, om te innoveren én om te leren. Deze kleine groep kost per gezin heel veel geld en door slimmere aanpakken (los van de regeltjes) kan veel geld bespaard worden.
Met een stapsgewijze lerende aanpak (een stap zetten, evalueren, leren en een volgende stap zetten) kan het sociale beleid vernieuwd, geïnnoveerd en getransformeerd worden en kan er meer aandacht komen voor de kwaliteit van de uitvoering. Dit vergt goede informatie, methodologische kennis, reflectieve professionals, intervisie, openheid en vertrouwen. Zonder voldoende middelen, capaciteit en vaardigheden voor een lerende aanpak zal de kwaliteit van de uitvoering (zeker voor de meest kwetsbare Nijmegenaar) niet snel verbeteren. Deze geactualiseerde opgave is ook van toepassing op de andere hoofdopgaven ‘de stad moet duurzamer’, ‘versterken economische veerkracht’, bouwen aan een aantrekkelijke stad’ en moderne overheid’.
Het basis- en voortgezet onderwijs kampt met twee problemen: het onderwijs in een belangrijke motor geworden van kansenongelijkheid en er is sprake van een gestage neergang in leerprestaties. Beide problemen hebben belangrijke gevolgen voor de gemeente op allerlei beleidsterreinen. Dit kan aanleiding voor de gemeente Nijmegen zijn om zich intensiever te bemoeien met de kwaliteit van het onderwijs in de gemeente.
De krimpende potentiële beroepsbevolking in de regio en de stagnerende ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking in Nijmegen bedreigt de uitvoering van alle vijf de hoofdopgaven in Nijmegen. De mensen ontbreken om voldoende aandacht te kunnen geven aan de kwaliteit van de uitvoering in bijvoorbeeld het sociale beleid. De energietransitie stagneert door gebrek aan vakbekwaam personeel. De Nijmeegse en regionale ondernemingen kunnen niet groeien en in voldoende mate innoveren. Et cetera. Dit kan aanleiding zijn om van de verbetering van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (beter onderwijs, innoveren, slimmer organiseren, e.d.) en het verhogen van de arbeidsparticipatie (beter mobiliseren van het onbenutte arbeidspotentieel, verkleinen van de mismatches op de arbeidsmarkt, bij-, om- en herscholen, Leven Lang Ontwikkelen, e.d.) een centrale samenhangende geactualiseerde opgave te maken.
19
2.2.4 Versterken economische veerkracht Waar komen we vandaan De economische onzekerheden, het disruptieve karakter van de technologische ontwikkelingen en de ingrijpende duurzaamheidstransitie maakten duidelijk dat het aanpassingsvermogen en de veerkracht van de Nijmegenaren, van de Nijmeegse organisaties, van Nijmeegse ondernemingen en van de gemeentelijke organisatie cruciaal is. Het economisch succes van Nijmegen zou veel meer het centrale doel in het beleid van de gemeente kunnen zijn. Succes zou daarbij alleen gerealiseerd kunnen worden als wonen, leefomgeving, bereikbaarheid, onderwijs, arbeidsmarkt, Werk & Inkomen en cultuur e.d. óók bijdragen aan het economische succes en als de programma’s die bij deze opgaven horen het economisch succes van Nijmegen óók als primaire doelstelling omarmen. Het economisch succes en het versterken van de economische veerkracht vraagt een krachtige lokale overheid die de publieke doelstellingen niet aan de markt overlaat. Die de verantwoordelijkheid neemt om de afnemende potentiële beroepsbevolking geen bottleneck te laten worden voor de economische ontwikkeling, die meer aandacht besteed aan de kwaliteit van het onderwijs, die focust op de lange termijn en van de regio ArnhemNijmegen nog meer één samenhangend economisch systeem maakt.
Waar staan we nu Met de campusontwikkelingen, de onderzoeksagenda met de RU, HAN en ROC op basis van initiatieven vanuit het bedrijfsleven, de accountmanagers, het OndernemersPunt voor bedrijven, stadsvouchers voor ondernemerschap, één vergunningenloket van de gemeente en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN), het open innovatiecentrum Chip Integration Technology Centre (CITC), het ondernemersecosysteem rond zo’n vijftig koplopers in circulaire activiteiten en de citymarketing (Old City, Young Vibe) is de basis op orde. De zes actielijnen van de Economische Visie 2020-2025 bevatten de belangrijkste zaken om de economische ontwikkeling in Nijmegen en de regio te bevorderen. Daarbij zal het aanbod van voldoende arbeidsaanbod op alle niveaus in steeds belangrijker mate dé cruciale factor worden of de economische ontwikkeling in Nijmegen en de regio überhaupt nog mogelijk is. Op een aantal punten (banenontwikkeling, de relatie met ondernemers, het Actieplan voor de Binnenstad) zijn verbeteringen gerealiseerd. Daar staat tegenover dat, mede vanwege de coronacrisis, de leegstand in de binnenstad is opgelopen en dat er nog steeds een groot onbenut arbeidspotentieel is. Actualisatie van de hoofdopgave Met de volgende aandachtspunten kan de hoofdopgave ‘het versterken van economische veerkracht’ geactualiseerd worden.
Nijmegen heeft in overleg met ondernemers en kennisinstellingen heldere keuzes gemaakt voor kansrijke sectoren waarin Nijmegen zich onderscheidt (onder andere Health & High Tech). Met de campussen en het Chip Integration Technology Centre (CITC) zijn ook keuzes gemaakt om te zorgen voor innovatie en verbinding tussen bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs. Daarnaast kan Nijmegen inzetten op de vraagstimulering van innovaties. Door het formuleren van challenges en prijsvragen, door maatschappelijke opgaven te tenderen (bijvoorbeeld in het sociale domein, voor de transitie naar een circulaire topregio), met het inkoopbeleid en door als gemeente launching customer te zijn, kan de gemeente een betekenisvolle partner zijn in de regionale ondernemersecosystemen en kunnen nieuwe toetreders uitgedaagd worden om met innovaties te komen.
Bevorderen van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling. Door middel van investeringen, digitalisering, innovatie, onderzoek, ontwikkeling, beter onderwijs, bij-, om- en herscholing, permanente educatie en het nóg beter delen van de bestaande (internationale) kennis) kan de arbeidsproductiviteitontwikkeling op een hoger niveau komen. Dit is nodig om de stagnerende en krimpende ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking geen bottleneck te laten worden.
Vergroten van het arbeidsaanbod en de arbeidsparticipatie. Beleid gericht op het vergroten van het arbeidsaanbod en het aantrekkelijker maken van werken, is goed voor de economische groei en kan de krimp van de potentiële beroepsbevolking deels opvangen. De arbeidsparticipatie kan vergroot worden door 20
meer uren werken aantrekkelijker te maken (lagere marginale druk, verkleinen armoedeval), door het onbenutte arbeidspotentieel krachtiger te mobiliseren en door de actieve ouderen in hun derde levensfase meer kansen te geven om economisch nog mee te kunnen doen. Maar de echt grote reserve in het potentiële Nederlandse arbeidsaanbod is de grote omvang die deeltijd in Nederland heeft aangenomen. Door een andere organisatie van het werk, meer flexibele arbeidsarrangementen en aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden (o.a. kinderopvang) kunnen (vrouwelijke) deeltijdwerkers (bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs) gestimuleerd worden om meer uren te gaan werken.
Blijf voldoende ruimte bieden aan bedrijven, voorzieningen en banen. Met de sterke groei van het aantal inwoners en woningen dreigen ondernemingen en banen verdrongen te worden. De toename van het aantal bedrijfsvestigingen de afgelopen jaren zorgt voor krapte in het aanbod van bedrijfsruimte. Met de Kanaalzone, de werklocaties van de campussen, het gebied Oostkanaalhavens, méér gemengde woon- en werklocaties en méér functiemenging moet er voldoende ruimte blijven voor werklocaties en tienduizend banen. Ook door volop in te zetten op duurzame mobiliteit (knooppuntontwikkelingen, het bevorderen van meer duurzame modaliteitsvormen, het spreiden van het spitsverkeer met verkeersmanagement) wordt de schaarse ruimte in Nijmegen beter benut. Het ruimte blijven bieden en blijven reserveren voor bedrijven, voorzieningen en banen vergt wel voortdurende aandacht en afweging omdat de inzet op woonlocaties onomkeerbaar is en de gemeente nu al veel moeite moet doen om bedrijven binnenboord te houden. Deze aandacht en afweging kan expliciet onderdeel uit maken van elke schets, verkenning, (concept)plan voor een gebiedsontwikkeling. Zonder contraseign van de afdeling Economie kan de schets en verkenning niet besproken worden en kan het (concept)plan niet verder gebracht worden.
2.2.5 Bouwen aan een aantrekkelijke stad Waar komen we vandaan De druk van de instroom van nieuwe inwoners en de druk op de woningmarkt hield in het verleden het gevaar in dat kortetermijn-‘oplossingen’ de boventoon gaan voeren. De ambitie bij het formuleren van de hoofdopgave ‘bouwen aan een aantrekkelijke stad’ was om bij plannen en beslissingen een lange termijn perspectief als uitgangspunt te kiezen. Kan de wijk de komende 70 tot 100 jaar aantrekkelijk blijven en zijn de woningen die nu makkelijk verkopen over tien jaar nog aantrekkelijk? En laat bij alle keuzes en beslissingen duurzaamheid een leidraad zijn om te blijven bouwen aan een aantrekkelijke stad. Verder werd van belang geacht om te blijven inzetten op iconen die de aantrekkelijkheid en het imago van Nijmegen versterken. Waar staan we nu Nijmegen is een aantrekkelijke woonstad en is alleen nog maar aantrekkelijker geworden de afgelopen jaren. Vele inwoners onderkennen dat ook. In vele delen van de stad wordt volop gebouwd. De groei van de woningvoorraad is weer op stoom. Nieuw is dat Omgevingsvisie de komende twee decennia richting aan de ontwikkeling van Nijmegen. Waar kunnen de benodigde 10.000 extra woningen komen en waar is en komt ruimte voor 10.000 banen tot aan 2030. Door meer gemengde woon-werkmilieus en meer functiemenging worden woningen, werkplekken en andere functies zo veel mogelijk gecombineerd.
De ontwikkelrichting is dat dat Nijmegen een compacte en leefbare stad moet blijven, zodat mensen zich gemakkelijk lopend, fietsend of met het ov kunnen verplaatsen. En dat het groene omliggende landschap intact blijft. Het groen wordt bovendien meer de stad in getrokken zodat de gevolgen van de klimaatverandering beter zijn op te vangen. De richting en ambities zijn met de Omgevingsvisie duidelijk. Tegelijkertijd zijn in de concrete uitvoering de richting en ambities verre van eenvoudig te realiseren. Door de compactheid van de stad wordt het combineren van functies (wonen, werken, bewegen, recreëren, bezoeken) en kwaliteiten (groen, duurzaam, rafelig, ruimtelijke kwaliteit, erfgoed, cultuur, klimaatadaptief, gezond, aantrekkelijke wandel- en fietsroutes, e.d.) een opgave die om veel inzet, goede participatieprocessen, middelen, energie, focus en duidelijke keuzes vraagt.
21
Actualisatie van de hoofdopgave Bij het actualiseren van de hoofdopgave ‘bouwen aan een aantrekkelijke stad’ kunnen de volgende vraagstukken, deelopgaven en programma’s opnieuw verdiept en aangescherpt worden.
De verdichting in Nijmegen vraagt om een hoge kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een aantrekkelijke, leefbare, vitale, gezonde en veerkrachtige stad vormt de publieke ruimte als ontmoetingsplaats een belangrijke voorwaarde en zijn aantrekkelijke wandel- en fietsroutes die delen van de stad verbinden van belang. Als de straat voldoende kwaliteit heeft, en als er een menging van functies en activiteiten plaatsvindt, dan ontstaat er door de ‘ogen op straat’ sociale controle die een gevoel van veiligheid oproept.
Om de kwaliteit van de openbare ruimte te vergroten, is het van belang om tegelijkertijd de duurzame mobiliteit te bevorderen. Om de stedelijke verdichting mogelijk te maken en tegelijkertijd in te zetten op de kwaliteit van de openbare ruimte moet de ruimtelijk impact van verkeerstromen worden beperkt. Dit vraagt om de concentratie van nieuwe ontwikkelingen bij knooppunten, lagere parkeernormen, meer inzet op de fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit, bredere trottoirs en fietspaden en autoluwe straten. Alleen op deze wijze is er voldoende ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en kan de Nijmeegse stedelijke verdichting hand in hand gaan met een hogere kwaliteit van de openbare ruimte.
Nijmegen legt veel nadruk op het belang van een goede luchtkwaliteit om de gezondheid van de Nijmegenaren positief te beïnvloeden. Met de instelling van onder andere zero emissiezones voor stadslogistiek, het bevorderen en stimuleren van fietsen en wandelen (STOP-principe), het faciliteren van schonere binnenvaart door middel van walstroom en het ontmoedigen van houtstook. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in september 2021 haar advieswaarden voor luchtkwaliteit aangescherpt om de gezondheid van burgers beter te gaan beschermen. Dit zal met alle onzekerheden op dit moment over de consequenties van de nieuwe advieswaarden en de wettelijke richtlijnen die daaruit gaan voortvloeien, waarschijnlijk leiden tot een aangepast en aangescherpt Nijmeegse uitvoeringsprogramma Op weg naar en schone luchtkwaliteit. Verdere winst in gezondheid, in lijn met nieuwe advieswaarden en nieuwe wettelijke richtlijnen, kan waarschijnlijk gezocht worden in een overstijgende regionale aanpak tussen klimaat, stikstofdossier en luchtkwaliteit.
Intensivering van de gezonde leefomgevingsaanpakken door multidisciplinaire samenwerking over meerdere beleidsterreinen. Nijmegen kijkt verder dan de wettelijk vastgestelde milieunormen voor luchtvervuiling, bodemverontreiniging en geluidsoverlast om met een gezonde leefomgeving de gezondheid van de Nijmegenaren te bevorderen. De leefomgeving voor de Nijmegenaren wordt gezonder door aantrekkelijke en groene buitenruimtes in de stad en de wijken, door gezamenlijke ontmoetings- en speelplekken, door fietsen, wandelen, spelen en (urban) sporten in de omgeving beter mogelijk te maken en te bevorderen, en door een netwerk van aantrekkelijke fiets- en wandelroutes in de stad. Daarbij kunnen verschillende disciplines (arts, sportdeskundige, stedenbouwkundige, et cetera), beleidsdomeinen (stadsontwikkeling, maatschappelijke ontwikkeling) en stakeholders (gemeente, burgers, bedrijven, zorgverzekeraars, corporaties, sportverenigingen) elkaars taal leren spreken en gezamenlijk tot de beste aanpakken komen voor gezonde gebiedsontwikkelingen. De Raad voor leefomgeving en infrastructuur adviseert om deze aanpak met voorrang in te zetten in buurten met een gezondheidsachterstand.
Voorzieningen en beheerbudgetten dienen mee te groeien met de groei van de stad. Bij een aantrekkelijke stad horen ook goede voorzieningen op het gebied van sport en cultuur en voor deze toename aan voorzieningen moet ruimte zijn. Van belang is ook dat de budgetten voor ontwikkeling, programmering en beheer meegroeien met de groei van het aantal inwoners en gebruikers. Dit is des te belangrijker omdat de sport- cultuursector sterk is geraakt door de lockdowns en coronamaatregelen. De komende tien jaar is tientallen miljoenen euro’s nodig om de openbare ruimte toekomstbestendig te maken, om achterstallig onderhoud weg te werken, om het maatschappelijk vastgoed en de schoolgebouwen te verduurzamen.
Heb niet alleen aandacht voor de focusgebieden maar vooral ook voor de bestaande wijken. Om een aantrekkelijke stad te blijven moeten alle wijken en buurten sneller verbeteren dan door nieuwbouw mogelijk is. Dit betekent dat de noodzakelijke aanpassing van de woningen en de woon-, werk- en leefomgevingen vooral in de bestaande Nijmeegse wijken moet plaatsvinden. Bredere trottoirs en autoluwe straten vanwege
22
de sterke groeiende groep oudere inwoners. Meer ruimte voor ontmoeten gezien het groeiend percentage alleenstaanden. Meer groen om het bewegen en recreëren (in coronatijd alleen maar belangrijker geworden) te bevorderen, om de luchtkwaliteit te verbeteren en om beter in te spelen op de eisen van klimaatadaptatie. Juist in de ruim opzette wijken uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw en in de stadsrandwijken zijn er mogelijkheden om door verdichting en meer gemengde woon-, werk- en leefmilieus woningen en banen toe te voegen en om de aantrekkelijkheid op peil te houden.
Juist in de kwetsbare wijken is het van belang om met de kwaliteit van de openbare ruimte, het terugdringen van fijnstof, groen- en sportvoorzieningen gezond leven en bewegen makkelijker mogelijk te maken. Juist de inwoners in de kwetsbare Nijmeegse wijken zijn het zwaarst getroffen door de coronacrisis en de kwaliteit, voorzieningen, sport- en beweegmogelijkheden in de buitenruimte kunnen hart- en vaatziekten, overgewicht en obesitas enigszins terugdringen. Dit is geen voldoende voorwaarde, maar kan wel een bijdrage leveren om de gezondheidsverschillen niet nóg groter te laten worden.
Kwetsbare wijken staan weer hoog op de verschillende beleidsagenda’s. Dat heeft te maken met groeiende verschillen tussen wijken en buurten op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. De coronacrisis heeft de problematiek in kwetsbare wijken vergroot. Om overlast en criminaliteit tegen te gaan, is de verbinding tussen het zorg-, sociaal en veiligheidsdomein van belang. De kans op succes is het grootst als, vanuit een verbindende of regierol van de gemeente, de organisaties vanuit de verschillende domeinen zich committeren aan het gezamenlijke doel en de maatschappelijke impact die men met elkaar wil maken.
Slimmer gebruik maken van de beschikbare ruimte. De vele claims zorgen voor grote druk op de schaarse ruimte (‘niet alles kan overal’). Er wordt slimmer gebruik gemaakt van de schaarse ruimte door menging van functies, volgtijdelijk en meervoudig gebruik, intensivering en diversificatie. Er wordt ook slimmer gebruik gemaakt van ruimte als de bestaande woningvoorraad intensiever benut wordt door bijvoorbeeld woningen te vernieuwen, op te toppen en te splitsen en om het delen van een woning te stimuleren en makkelijker mogelijk te maken.
Systematisch vasthouden aan duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Met een integrale aanpak van duurzame gebiedsontwikkeling is mobiliteit geen doel op zich maar een middel om meerdere maatschappelijke doelen te bereiken: de versterking van de economische structuur, de sociale cohesie, het creëren van gelijke kansen en een aantrekkelijker leefomgeving. Door bundeling van woon- en werklocaties, door het mengen van functies en een gevarieerd aanbod van werk en voorzieningen kunnen per auto, fiets en openbaar vervoer méér banen en voorzieningen (winkels, scholen, recreatie, e.d.) bereikt worden binnen hetzelfde budget van tijd, geld en moeite van de Nijmegenaar. De bundeling van meerdere stedelijke functies (wonen, werken, voorzieningen, etc.) verbetert de bereikbaarheid, leidt tot minder autogebruik, zorgvuldig ruimtegebruik en is maatschappelijk het meest doelmatig en effectief.. Dit vergt een integrale aanpak qua inhoud en proces, van beleid naar uitvoering, sector-overstijgend, maatwerk per gebied én kennis van zaken. De komst van de Omgevingswet en de omvorming van het Infrastructuurfonds naar een Mobiliteitsfonds bieden kansen om dat te realiseren.
2.2.6 Moderne overheid Waar komen we vandaan De hoofdopgave ‘moderne overheid’ is als grote opgave in het coalitieakkoord 2018-2022 opgenomen vanuit het besef dat de andere grote opgaven niet gerealiseerd kunnen worden zonder een gemeente die zich blijft ontwikkelen en vergaande digitalisering nodig is. De hoofdopgave ‘moderne overheid’ werd verder mede ingegeven door de noodzaak om de burgerbetrokkenheid van de Nijmegenaren te vergroten, om tot een goede balans te komen tussen de representatieve democratie en allerlei vormen van deliberatieve democratie, en om te komen tot nieuwe vormen van solidariteit.
23
Waar staan we nu De motieven uit het verleden om van ‘moderne overheid’ een hoofdopgave voor Nijmegen te maken, zijn nog steeds actueel. Dit geldt in het bijzonder voor de groepen inwoners in de stad (een minderheid) die weinig vertrouwen hebben in de overheid, die zich niet gehoord voelen, die het gevoel hebben er niet bij te horen, die zich niet vertegenwoordigd voelen door ‘de bestuurlijke elite’. Actualisatie van de hoofdopgave Meer dan enige jaren geleden is het landelijk en lokaal het besef gegroeid dat de kwaliteit van de beleidsuitvoering meer aandacht behoeft. Zijn de beleidsplannen (na alle bezuinigingen en reorganisaties) wel goed uit te voeren? Worden subsidies en projecten in voldoende mate integraal afgewogen? Zijn de richtlijnen en randvoorwaarden consistent? Wordt voldoende ingezet om systematisch het beleid te evalueren en te verbeteren? Wordt er in voldoende mate rekening mee gehouden dat de burgers de wet en regels niet alleen moeten kennen maar ook moeten ‘kunnen’; ook als zij tijdelijk of blijvend beschikken over een beperkt doenvermogen? Met Direct Duidelijk (alle gemeentelijke communicatie op taalniveau B1), digitale dienstverlening voor de Nijmegenaar die dat op prijs stelt, maar ook niet-digitale dienstverlening en dienstverlening door de telefoon te pakken voor wie digitale dienstverlening niet-passend is en de Stip-teams in de wijken.
Wel vraagt de toenemende diversiteit en verschillende herkomsten van de inwoners dat een deel van de medewerkers multicultureel vaardig zijn. Dat zij kennis moeten hebben van wet- en regelgeving uit allerlei landen, dat zij het Nederlands internationaal privaatrecht moeten kunnen toepassen en dat zij brondocumenten uit exotische oorden moeten kunnen beoordelen. Beter toepassen van de lessen voor effectievere opgavegerichte samenwerking als overheden en met de maatschappelijke partners. De geleerde lessen van opgavegerichte samenwerking zijn: zorg voor een gedeelde feitenbasis en gezamenlijke richtinggevende doelen, denk aan de voorkant voldoende na over welke partijen betrokken moeten worden om de opgave te kunnen realiseren, ga na een lichte start van de samenwerking (coalition of the willing) over op hard projectmanagement van topklasse met een heldere onderling geaccordeerde scope en een duidelijke leiding, alloceer voldoende financiële middelen en kies een adequaat instrumentarium voor de opgavegerichte samenwerking. De digitale transformatie zorgt voor een ingrijpende verandering van de samenleving, van alle gemeentelijke programma’s en van alle hoofdopgaven. Alle producten, diensten, werkprocessen en relaties tussen de overheid en burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zullen ingrijpend veranderen.
Bovendien op een wijze die wij ons nu nog moeilijk kunnen voorstellen. Voor de gemeente Nijmegen biedt de digitale transformatie de kans om alle programma’s en hoofdopgaven beter met elkaar te verbinden, om de dienstverlening te verbeteren, om de burger/klant meer centraal te stellen, én om tegelijkertijd de kwetsbare Nijmegenaar niet te vermorzelen met protocollen, procedures, digitale portals en algoritmen. Dit is tegelijkertijd als geactualiseerde opgave makkelijker opgeschreven dan uitgevoerd. Een eenvoudiger voorbeeld is om digitalisering veel meer pro-actief te benutten voor kwaliteitscontroles (query’s draaien). Hiermee kunnen fouten uit de administratie gehaald worden voordat de burgers er last van krijgen (basis op orde). Voorbeelden zijn de pro-actieve kwaliteitscontroles op geboortejaar, geboorteland, gezinssituatie (alleenstaand, getrouwd, samenwonend, gescheiden (van tafel en bed), ouderlijke macht, et cetera) en leegstand van panden. Breng meer samenhang aan tussen de programma’s en hoofdopgaven en zorg voor eenduidige sturing. Met de hoofdopgaven in het coalitieakkoord, in de Omgevingsvisie en de systematische monitoring door Onderzoek & Statistiek langs de hoofdopgaven heeft Nijmegen een belangrijke stap gezet in het opgavegericht vanuit de bedoeling. Toch is deze samenhang niet voor alle beleidsmedewerkers op dit moment voldoende duidelijk.
24
3 Verdieping: trends en ontwikkelingen 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden in acht paragrafen (demografie, economie, sociaal, veiligheid, ruimte & wonen, mobiliteit & bereikbaarheid, duurzaamheid en bestuur) een schets gegeven van de landelijke trends en ontwikkelingen en van de trends en ontwikkelingen in Nijmegen. Daarmee wordt de thematische indeling gevolgd van de algemene trendstudie die Platform31 heeft gemaakt voor de G40- en de M50-gemeenten.8 Dit biedt de bouwstenen om in hoofdstuk 4 de opgaven voor Nijmegen te actualiseren en te verdiepen.
3.2 Demografische trends en ontwikkelingen Landelijke trends en ontwikkelingen Bevolkingsgroei en verstedelijking de komende dertig jaar en de voorliggende keuzes Op basis van de bevolkingsprognose 2020-2070 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijft de bevolking van Nederland de komende vijftig jaar groeien. De groei van de bevolking slaat vooral neer in de grotere steden. De verstedelijking in Nederland zet daarmee door.9 De Nederlandse bevolking is de afgelopen twintig jaar met 1½ miljoen inwoners gegroeid, van wie 96 procent inclusief de tweede generatie (vaak in Nederland geboren) een migratieachtergrond heeft.10 Migranten vestigen zich vaak in de grotere steden. In de (grote) steden zijn de banen (vaak laaggeschoold) en daar kunnen de migranten terugvallen op reeds gevestigde migrantengemeenschappen (en relatief veel landgenoten) die hen helpen bij allerlei praktische zaken.11 Uit de studie van het CBS en het NIDI komen scenario’s naar voren die uiteenlopen van een bevolkingsomvang in 2050 van 17,4 miljoen (in geval van een laag geboortecijfer, stagnerende levensverwachting en afnemende migratie) tot 21,8 miljoen inwoners (in geval van een stijgend geboortecijfer, een stijgende levensverwachting en een toenemend migratiesaldo).12 Hoeveel mensen er over drie decennia in Nederland zullen wonen, zal deels het gevolg zijn van gevoerd beleid.
Worden tekorten op de arbeidsmarkt vooral opgevuld met buitenlandse arbeidsmigranten of worden de bestaande talenten beter benut met een hogere arbeidsproductiviteitsontwikkeling, hogere arbeidsparticipatie, minder deeltijdarbeid en het mobiliseren van het onbenutte arbeidspotentieel? Helder is ook dat een krimpende beroepsbevolking en sterk vergrijzende bevolking negatieve gevolgen zullen hebben voor bijvoorbeeld de economie en arbeidsmarkt (omdat er in een aantal essentiële sectoren, zoals de zorg en de techniek, nu al grote tekorten zijn). Terwijl een sterk stijgende bevolking de nu al bestaande problemen op de woningmarkt (woningtekorten), milieuproblemen en verkeersdrukte verder zal vergroten. De vraag is dan ook relevant hoe vol, druk en divers wij het in Nederland willen hebben?13 Bevolkingsgroei stimuleert de ontwikkeling van de verzorgende bedrijvigheid en banen De toename van de bevolking is een belangrijke determinant voor de economische perspectieven van een regio en gemeente. Ten eerste omdat een toename van de bevolking zorgt voor een toename van de verzorgende bedrijvigheid (detailhandel, kappers, advocaten, recreatie, cultuur, sport, e.d.). Ten tweede omdat de ontwikkeling van de beroepsbevolking bepalend is of allerlei producten en diensten gemaakt en geleverd kunnen worden. Ten 8
Koos van Dijken en Ruud Dorenbos (red.), Herstel en perspectief in tijden van transitie. Stedelijke trends en opgaven voor 2022 e.v., Platform31, Den Haag,
9
Jan Latten, Randstad versus Randland, twee waarheden, in: Stadszaken, 24 februari 2020.
juli 2021. 10
CBS, Prognose: Bevolking blijft komende 50 jaar groeien, 16 december 2020.
11
Arjen Leerkes en Peter Scholten, Landen in Nederland. De vluchtelingenstroom in integratieperspectief, Rotterdam, 11 februari 2016.
12
NIDI en CBS, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050, Den Haag, 7 juli 2020.
13
Jan Latten, Bevolkingspolitiek als verkiezingsthema, in: Stadszaken, 7 juli 2020; Frank Kalshoven, Instrumenten van bevolkingspolitiek. Die studie zou ik graag lezen, in: De Volkskrant, 10 juli 2020.
25
derde omdat de samenstelling van de bevolking verandert (jongeren, inwoners in de actieve levensfase, actieve ouderen en oude ouderen die behoefte hebben aan zorg en ondersteuning). Dit verandert de vraag naar goederen en diensten en kan bij ontgroening en een afname van de inwoners in de actieve levensfase invloed hebben op ondernemerschap, vernieuwing en innovatie. Groei, stagnatie of krimp van de beroepsbevolking cruciaal voor de economische groeiperspectieven De krimp van de potentiële beroepsbevolking bedreigt de economische ontwikkeling in vele steden en regio’s. In heel Nederland neemt de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) de komende vijftien jaar met 200.000 personen af en de komende dertig jaar met iets meer dan een 500.000 personen. De krimp van de (potentiële) beroepsbevolking wordt voor Nederland en voor vele gemeenten en regio’s een geheel nieuwe omstandigheid na een decennialange toename van de beroepsbevolking. Een toename van de beroepsbevolking die de economische ontwikkeling de afgelopen decennia mede heeft gestimuleerd. Hoezeer de verwachte ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking en de krimp van de beroepsbevolking bepalend is voor de economisch ontwikkeling blijkt onder andere uit de verkenning van het Centraal Planbureau voor de komende kabinetsperiode 2022 tot 2026.
In de volgende regeerperiode daalt de bevolking van 15 tot 75 jaar voor het eerst sinds decennia. Dankzij een groeiende arbeidsparticipatie neemt het arbeidsaanbod naar verwachting nog wel iets toe met zo’n 135.000 mensen in de komende vier jaar. Dit is echter alleen al onvoldoende om te voorzien in de jaarlijkse extra vraag naar 40.000 zorgprofessionals.14 Bij ongewijzigd beleid zijn in allerlei publieke sectoren (zorg, onderwijs, politie, gemeenten, e.d.) en in de marktsector geen of te weinig extra arbeidskrachten beschikbaar om te voorzien in de vervanging en om te kunnen groeien. Bovendien zullen de vele miljarden die extra uitgetrokken worden om meer woningen te bouwen, om de duurzaamheidstransitie een stimulans te geven, om het onderwijs te verbeteren, voor het Nationale Groeifonds, et cetera deels niet besteed kunnen worden omdat de mensen er niet (meer) zijn.15 Migratie vanuit buitenland belangrijkste oorzaak bevolkingsgroei De bevolkingsgroei van de afgelopen twintig jaar in Nederland is in belangrijke mate toe te schrijven aan een positief buitenlands migratiesaldo (arbeidsmigranten, kenniswerkers, studenten en asielmigranten). Ook in de komende drie decennia zal de verwachte bevolkingsgroei in Nederland voor 83 procent zijn toe te schrijven aan een positief buitenlands migratiesaldo en voor 17 procent aan de natuurlijke aanwas.
In het licht van de krimpende beroepsbevolking lijkt het logisch om de grenzen wijd open te zetten voor arbeidsmigranten om de economische ontwikkeling mogelijk te blijven maken. Toch is de vraag of dit de meest wenselijke denk- en oplossingsrichting is. Indien de komende vijftien tot dertig jaar de buitenlandse migratie zo omvangrijk blijft als de afgelopen jaren vóór de coronacrisis dan worden de opgaven van gemeenten op het gebied van woningen, infrastructuur, voorzieningen en duurzame energie véél groter dan nu vanuit wordt gegaan. En mogelijkerwijs zelfs helemaal onoplosbaar. Bovendien maakt de economische afhankelijkheid van buitenlandse arbeidsmigranten de regionale economie kwetsbaar. Van vandaag op morgen kunnen de stromen arbeidsmigranten zich verleggen. De uitbraak van de coronapandemie en het vertrek van vele arbeidsmigranten naar hun herkomstland en familie heeft dat recentelijk weer eens onder de aandacht gebracht. Corona als gamechanger? De bevolking in Nederland groeit momenteel sterk en een groot deel van deze groei komt vooral in de grote steden en stedelijke gebieden terecht. De bevolking klontert in bestaande groeipolen.16 Recent zijn er, versterkt door de gevolgen van de coronacrisis, berichten over een toenemende vraag naar landelijk wonen. Meer 14
In de volgende kabinetsperiode van vier jaar daalt de beroepsbevolking. Door een toename van de arbeidsparticipatie neemt in deze periode het arbeidsaanbod nog met 135.000 mensen toe. Door de verdere stijging van de zorguitgaven zullen al deze mensen nodig zijn in de zorg. Centraal Planbureau, Verkenning Middellangetermijn 2022-2025, CPB Raming, Den Haag, november 2019. De SER liet recentelijk zien dat er in 2022 naar verwachting al 80.000 zorgmedewerkers te weinig zullen zijn. Er werken nu 1,4 miljoen mensen in de zorg. In 2040 zijn meer dan twee miljoen zorgmedewerkers nodig. Sociaal-Economische Raad, Zorg voor de toekomst. Over de toekomstbestendigheid van de zorg, Verkenning 20/02, Den Haag, juni 2020.
15
Mathijs Bouman, Eindelijk geld voor nieuw kabinetsbeleid, maar nu zijn de mensen op, in: Het Financieele Dagblad, 25 september 2021.
16
Jan Latten, Randstad versus Randland, twee waarheden, in: Stadszaken, 24 februari 2020.
26
stedelingen dan voorheen willen naar het platteland verhuizen. Zowel nabij de steden, als in verder weg gelegen dorpen in het Randland en zelfs in regio’s als Oost-Groningen, Zeeland en Zuid-Limburg.17 Die trend werd hier en daar al voorzichtig waargenomen maar nu veel werkenden door de coronamaatregelen gedwongen werden (en worden) thuis te blijven, is de populariteit van het wonen op het platteland verder gegroeid. Cijfers van Funda, het Kadaster en NVM bevestigen dit. Ook een recent onderzoek van het CBS bevestigt dat er in 2020 binnen Nederland meer mensen uit de Randstad verhuisden dan ernaartoe. Sterker, uit het onderzoek blijkt dat de trek uit de Randstad naar regio’s daarbuiten de laatste jaren al toenam. Vooral stellen zonder kinderen en mensen ouder dan dertig jaar verlaten vaker dan voorheen (dat wil zeggen voordat de coronapandemie uitbrak) de Randstad.18
Demografische trends en ontwikkelingen in Nijmegen Aanzienlijke bevolkingsgroei in Nijmegen in het verleden en naar verwachting in de toekomst Sinds het jaar 2000 stijgt het inwonertal van Nijmegen veel sterker dan de landelijke groei van het aantal inwoners. Deze bevolkingsgroei heeft verschillende achtergronden: de natuurlijke aanwas (meer geboortes dan sterften), een positief saldo van de buitenlandse migratie (mede vanwege buitenlandse studenten) en een positief saldo van de binnenlandse migratie (mede vanwege de jongeren die naar Nijmegen komen om een opleiding te volgen. Hoewel een groot deel van hen de stad na een aantal jaren weer verlaat, blijft er ook een deel in Nijmegen wonen. Voor de toekomst wordt een blijvende groei van de bevolking in Nijmegen verwacht. De gemeente hanteert daarbij twee scenario’s. In het hoofdscenario (woningbouw van 1.000 – 1.200 woningen per jaar, met zwaartepunt in Waalspong en Waalfront, een blijvende grote instroom van studenten wordt een inwoneraantal van 198.500 van Nijmegenaren voorzien in 2035. Een toename met 12 procent ten opzichte van het aantal inwoners begin 2021. In een meer behoudend scenario wat betreft de instroom van studenten stijgt het inwoneraantal tot 188.500 in 2035.
Een toename van 6 procent ten opzichte van het aantal inwoners begin 2021.19 Met een langere tijdshorizon, en op basis van de bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek, kan de verwachte ontwikkeling van de bevolking in Nijmegen vergeleken worden met de verwachte ontwikkeling in de benchmarksteden.20 In de landelijke prognose neemt de bevolking in Nijmegen na 2040 nauwelijks meer toe. Met naar verwachting 202.000 inwoners in 2050, is de verwachte toename van het aantal inwoners 13 procent ten opzichte van het aantal inwoners in 2020 (grafiek 3.1). De verwachte toename ligt aanzienlijk boven de verwachte bevolkingsontwikkeling in Nederland, de regio, de provincie en diverse benchmarkgemeenten. Toch zijn er ook benchmarkgemeenten (de drie studentsteden Leiden, Eindhoven en Tilburg) waar een nog hogere bevolkingsgroei wordt verwacht. In de prognose van de bevolkingsontwikkeling de komende drie decennia wordt de groei van de bevolking in Nijmegen verklaard door de natuurlijke aanwas, maar nog veel meer door het positieve saldo van de binnenlandse migratie. In de prognose van de bevolkingsontwikkeling voor Nijmegen van 2020 tot 2050 is het saldo van de buitenlandse migratie negatief.21 In tegenstelling tot vele gemeenten en regio’s in Nederland draagt in Nijmegen de buitenlandse migratie niet bij aan de ontwikkeling van de bevolking.
17
Illustratief is ook een Nieuwsuur uitzending, waarin de oververhitte woningmarkt in Appingedam aan bod kwam (NPO 2, 15 maart 2021).
18
CBS, Meer verhuizingen naar regio’s buiten de Randstad, 24 februari 2021.
19
Gemeente Nijmegen, Demografische Verkenning 2018.
20
In Nederland zijn er twee vooraanstaande bevolkingsprognoses: PEARL van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en PRIMOS van ABF Research (en de ministeries van VROM en IM). Zowel PEARL als PRIMOS gebruiken de nationale bevolkings- en huishoudprognoses van het CBS als uitgangspunt voor hun prognoses. Maar op het lagere schaalniveau van gemeenten zijn er verschillen. Er zijn verschillen in de aannames over de woningbouwproductie en de verdeling hiervan over de gemeenten, de huishoudsamenstelling, de verhuizingen en de binnenlandse migratie. Door de grote verschillen tussen de regionale prognoses van enerzijds CBS/PBL (PEARL) en VRO/IM/ABF (PRIMOS) maakt de gemeente Nijmegen ook eigen prognoses. Daarbij maakt de gemeente ook varianten. Gemeente Nijmegen, Demografische verkenning 2018, blz. 7.
21
Centraal Bureau voor de Statistiek – Statline (prognose bevolkingsontwikkeling 2020-2050).
27
Grafiek 3.1 Verwachte bevolkingsontwikkeling 2020 tot 2050 in procenten in Nijmegen, vergelijkbare gemeenten, regio, Gelderland en Nederland
Bron: CBS – Statline (Bevolkingsprognose)
Geen ontgroening verwacht in Nijmegen de komende decennia De komende dertig jaar neemt naar verwachting het aantal inwoners in de leeftijdsgroep van 0 tot 15 jaar met 5.600 jongeren toe van 2020 op 2050; een toename van 22 procent (figuur 3.2.). Deze verwachte ontwikkeling wijkt aanzienlijk af van de ontwikkeling in de regio, Arnhem en in de provincie. In de regio Arnhem/Nijmegen neemt naar verwachting het aantal jongeren met 3.900 toe van 2020 tot 2050 (een toename van 3,5 procent), in Arnhem met 200 (een toename van 0,8 procent) en in Gelderland met 7.700 (een toename van 2,4 procent). Grafiek 3.2 Verwachte bevolkingsontwikkeling jongeren (0-15 jaar) van 2020 tot 2050 in procenten in Nijmegen, vergelijkbare gemeenten, regio, Gelderland en Nederland
Bron: CBS – Statline (Bevolkingsprognose)
Krimp potentiële beroepsbevolking in regio en vele benchmarksteden, stabilisatie in Nijmegen In heel Nederland en in 31 van de 40 Nederlandse regio’s neemt de komende dertig jaar naar verwachting de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) af. In de gemeente Enschede neemt naar verwachting de potentiële beroepsbevolking af met bijna 10 procent, in de provincie Gelderland en in de regio Arnhem/Nijmegen met 7 procent, in Nederland met 3,8 procent en in de gemeente Arnhem met 1,4 procent. In Nijmegen wordt nog een zeer geringe toename van de potentiële beroepsbevolking verwacht de komende drie decennia van 800 personen, een procentuele toename van 0,6 procent (grafiek 3.3). Gezien de lange prognoseperiode kan de verwachte ontwikkeling in Nijmegen ook getypeerd worden als een stabilisatie van de potentiële
28
beroepsbevolking. Daarmee gaat Nijmegen ook een traditionele motor van economische groei en ontwikkeling ontberen, namelijk de groei van de beroepsbevolking en een toename van de arbeidsparticipatie. Grafiek 3.3 Verwachte ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (15 – 75 jaar) van 2020 tot 2050 in procenten in Nijmegen, vergelijkbare gemeenten, regio, Gelderland en Nederland
Bron: CBS – Statline (Bevolkingsprognose)
De aantallen waarmee de potentiële beroepsbevolking in Nederland en in de regio afneemt zijn indrukwekkend. De komende dertig jaar in Nederland een afname van een half miljoen personen. In de provincie een afname van 112.000 personen en in de regio Arnhem/Nijmegen met 39.800 personen. Door de krimp van de potentiële beroepsbevolking in de omgeving van Nijmegen moet niet uitgesloten worden dat een deel van de beroepsbevolking in Nijmegen aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden krijgt aangeboden van werkgevers en organisaties in de omgeving die werknemers tekort komen. Dat kan in tweede instantie toch voor een afname van de beroepsbevolking in Nijmegen leiden de komende jaren. In Nijmegen is de potentiële beroepsbevolking (de leeftijdsgroep van 15 tot 75 jaar) in 2020 ongeveer 140.000 Nijmegenaren en de beroepsbevolking (inclusief de werkloze beroepsbevolking) zo’n 100.000 Nijmegenaren. Het verschil (40.000 Nijmegenaren) 29 procent van de potentiële beroepsbevolking is de niet-beroepsbevolking omdat men niet kan/wil werken of niet beschikbaar is. De werkzame beroepsbevolking bestaat uit 95.000 Nijmegenaren.
De werkloze beroepsbevolking bestaat uit 5.000 Nijmegenaren.22 Als de opleidingsexpansie verder toeneemt en de pensioengerechtigde leeftijd niet verder toeneemt of eerder stoppen met werken populairder wordt dan zal de verwachte ontwikkeling van de werkzame beroepsbevolking minder gunstig zijn dan de verwachte ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking. Aanzienlijke dubbele vergrijzing verwacht in Nijmegen Er is in Nijmegen sprake van een flinke toename van de groep ouderen. Voor de 70-plussers een groei van 12.000 mensen in 2019 naar 16.000 in 2030 (een toename van 33 procent) en voor de 80-plussers een groei van 6.500 mensen in 2019 naar 9.000 in 2030 (een toename van 38 procent).23 In de nationale bevolkingsprognose neemt het aantal 80-plussers in Nijmegen de komende dertig jaar toe met 11.900 oude ouderen. Een toename van 175 procent. Deze toename in Nijmegen is groter dan de toename in de regio, Nederland, de provincie en vele benchmarksteden (grafiek 3.4). De sterke toename van het aantal oude Nijmegenaren is van belang omdat voor deze sterk groeiende groep de zorg en ondersteuning in wijk en buurt goed geregeld moet gaan worden. In de Burgerpeiling 2019 geeft 11 procent van de 75-plussers in Nijmegen aan niet goed voor zichzelf te kunnen zorgen, 23 procent zich matig of slecht gezond te voelen en 19 procent dat men mantelzorg ontvangt.
En dit is nog een onderschatting omdat zelfstandig wonende ouderen met veel
22
Centraal Bureau voor de Statistiek – Statline.
23
Jenny Zonneveld, Indicatie vergrijzing per wijk, gemeente Nijmegen, Onderzoek en Statistiek, augustus 2019.
29
gezondheidsklachten deels niet deelnemen aan bevolkingsonderzoek en ouderen in tehuizen niet in de steekproef voor het bevolkingsonderzoek zitten.24 Voor de toekomst moet ook rekening gehouden worden met een sterke toename van het aantal dementerende Nijmegenaren. Als bijvoorbeeld de verwachting van sommige deskundigen uitkomt dat Nederland over dertig jaar rekening moet houden met een 500.000 dementerenden dan zouden dat er in Nijmegen tegen die tijd bijna 5.500 kunnen zijn.25 Grafiek 3.4 Verwachte toename van de dubbele vergrijzing (80-plussers jaar) van 2020 tot 2050 in procenten in Nijmegen, vergelijkbare gemeenten, regio, Gelderland en Nederland
Bron: CBS – Statline (Bevolkingsprognose)
In alle wijken in Nijmegen zullen in 2030 meer 70-plussers wonen dan in 2019. In sommige wijken zal de toename van het aantal oude Nijmegenaren beneden de gemiddelde Nijmeegse groei van het aantal oude Nijmegenaren liggen omdat deze wijken al tamelijk vergrijsd zijn (vooral wijken aan de zuidkant van de stad en in Nieuw-West). Het aantal 80-plussers zal relatief sterk toenemen in bijvoorbeeld Dukenburg en van een sterke vergrijzing zal ook sprake zijn voor de wijken in Lindenholt (vooral Akker, Kamp en Broek). In de nieuwbouwwijken in Noord (Lent, Ressen en Oosterhout) wonen nu nog weinig ouderen. Door de vergrijzing zal de relatieve toename van het aantal ouderen sterk zijn. In welke mate dat ook in absolute aantallen een grote toename gaat betekenen, is mede afhankelijk van de nieuwbouw. Als in de toekomst meer geplande etagewoningen redelijk veel ouderen gaan trekken, kan de toename, vooral bij de jongere groep (70-79 jaar), ook absoluut omvangrijk zijn.26
3.3 Economische trends en ontwikkelingen Landelijke trends en ontwikkelingen Onzekerheid over de economische gevolgen van de coronacrisis Het verloop van de coronapandemie is nog steeds ongewis en daarmee blijft de onzekerheid over de economische vooruitzichten groot. Om aan die onzekerheid recht te doen, presenteert het Centraal Planbureau naast de basisraming rond Prinsjesdag ook een scenario waarin opnieuw grootschalige contactbeperkingen nodig zijn. In de basisraming krimpt de economie in 2020 met 5 procent, gevolgd door ruim 3 procent groei in 2021. In het tweedegolfscenario van het Centraal Planbureau krimpt de economie ook in 2021 nog.27 De gunstige
24
Gemeente Nijmegen, Stads- en Wijkmonitor 2020, Zorg en ondersteuning.
25
Alzheimer Nederland, Factsheet cijfers en feiten over dementie, februari 2021. Het verwachte aandeel van de bevolking in Nijmegen in 2050 in de Nederlandse bevolking (1,1 procent) op basis van de CBS/PBL-bevolkingsprognose gebruikt om het verwachte aantal dementerenden in Nijmegen in 2050 te ramen.
26
Jenny Zonneveld, Indicatie vergrijzing per wijk, Gemeente Nijmegen, Onderzoek en Statistiek, augustus 2019.
27
Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2021, CPB Raming, Den Haag, september 2020, blz. 7. Vanwege de grote onzekerheden hanteerde het Centraal Planbureau in maart 2021 zelfs nog met drie scenario’s: ‘basisraming’, ‘grotere veerkracht’ en ‘nieuwe terugslag’. Centraal Planbureau, Centraal Economisch Plan 2021, CPB raming, maart 2021. Vanwege de grote onzekerheden die de coronacrisis teweeg brengt, werkt het Centraal Planbureau als sinds het begin van de coronacrisis (maart 2020) met scenario’s.
30
groeiraming in de basisraming in 2021 komt mede omdat verwacht wordt dat de tijdens de coronarecessie sterk opgelopen spaarquote een sterke consumptiegroei mogelijk maakt. Huishoudens spaarden in 2020 ruim 23 procent van hun beschikbare inkomen. Na de crisis zal niet alleen de vraag aantrekken, maar zal er vermoedelijk ook inhaalconsumptie optreden. Andere onzekerheden zijn dat onduidelijk is hoe voorzichtig consumenten blijven. Gaan ze, mede vanwege de coronapas, weer in grote getallen naar sportvoorzieningen, evenementen en theater? Blijft de behoefte aan bewegen, wandelen, groene wandel- en fietsroutes en beweegvriendelijke openbare ruimte blijvend hoog. Verder is de vraag of ondernemingen na de harde lockdown eind 2020/eerste helft 2021 en eind 2021 en het verdere interen op buffers nog voldoende veerkracht hebben. Het is ook de vraag hoe snel huishoudens hun overbesparingen gaan terugbrengen en hun consumptie gaan opvoeren. Meer dan gebruikelijk waarschuwt het Centraal Planbureau daarnaast dat het bbp geen maatstaf is van hoe goed het de mensen gaat. Niet alles van waarde is meetbaar. Burenhulp, familiebezoek, thuisonderwijs, e.d. laat zich niet in economische groeicijfers vangen. De coronacrisis heeft grote gevolgen voor zaken die raken aan de kwaliteit van het bestaan: het vieren van een bruiloft of jubileum, het bezoeken van een festival, schouwburg of concert.
En er zijn grote zorgen over eenzaamheid in verpleegtehuizen en over kinderen in een kwetsbare thuissituatie.28 Over het geheel genomen is het persoonlijk welzijn van de Nederlanders hoog gebleven, net als het algemene niveau van brede welvaart. Dat neemt niet weg dat de individuele verschillen groot zijn. Op persoonlijk vlak zijn er mensen en bedrijven die zeer hard zijn geraakt. Ook is het mogelijk dat sommige gevolgen van de coronacrisis vertraagd optreden en pas later merkbaar worden.29 Gevolgen voor bedrijven Door de inhaalconsumptie wordt de verloren productie deels goed gemaakt. Toch zal naar verwachting niet al het noodgedwongen gespaarde geld besteed worden. Alle keren dat het haar niet geknipt kon worden de afgelopen maanden, zal niet goedgemaakt worden. De bezoeken aan schouwburgen, musea, bioscopen, evenementen en sportwedstrijden die in 2020 en 2021 niet hebben kunnen plaatsvinden, zullen niet ingehaald worden. Vanwege de capaciteitsrestricties (chips, bouwmaterialen, containers) zal een deel het gespaarde spaargeld bovendien wegvloeien naar hogere prijzen voor dezelfde diensten of producten In het basisscenario van het Centraal Planbureau reageren de bedrijfsinvesteringen later dit jaar positief op de toenemende omzet en gunstiger omzetverwachtingen, ondersteund door lage financieringskosten.
De investeringsgroei wordt daarbij wel geremd door extra faillissementen in sommige sectoren nadat in oktober het steunbeleid afloopt. Daarbij moet bedacht worden dat door de ruimhartige coronasteun het aantal faillissementen in 2020 op het laagste niveau lag in twintig jaar.30 Er zijn bedrijven in leven gehouden die in normale economische omstandigheden hadden moeten stoppen. Het aflopen van de steunmaatregelen zal, deels als inhaaleffect, gepaard gaan met herstructureringen en een toename van het aantal faillissementen, met name voor de horeca, cultuur, sportverenigingen, commerciële sport- en beweegaanbieders, organisatoren van sportevenementen en exploitanten van recreatieve voorzieningen. In deze sectoren is het percentage bedrijven met een negatief eigen vermogen fors gestegen. Daarnaast hebben veel zzp’ers en mkb’ers te kampen met wegvallende opdrachten. Een analyse van ABN AMRO laat zien dat ook de uitgestelde belastingschuld in sommige branches een zware wissel trekt op de toekomst. Ruim tien procent van alle bedrijven heeft in totaal 16 miljard belastingschuld opgebouwd. De verschillen tussen branches en bedrijven is groot. In twintig branches met de hoogste concentratie van bedrijven met belastingschuld heeft twintig tot veertig procent van de bedrijven uitstel van belastingbetaling aangevraagd.
Om deze belastingschuld terug te betalen hebben bijvoorbeeld de taxibedrijven 28 maanden nodig om hun belastingschuld af te lossen als zij hun maandelijkse brutowinst van vóór de coronacrisis volledig gebruiken voor de aflossing van de uitgestelde belasting. Voor beveiligingsdiensten met een belastingschuld vergt de terugbetaling van hun belastingschuld gemiddeld 27 maanden van hun vóórcorona bruto
28
Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2021, CPB Raming, Den Haag, september 2020, blz. 7.
29
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 35 925, nr. 1 (Miljoenennota 2022), blz. 13, 14.
30
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 35 925, nr. 1 (Miljoenennota 2022), blz. 17.
31
maandwinst, voor de warenhuizen 24 maanden, voor de kledingswinkels 23 maanden, voor de grafische bedrijven 19 maanden en voor hotels 17 maanden. Diverse bedrijven zullen dat niet kunnen, zullen hun bedrijfsactiviteiten stoppen en vele zullen minder kunnen investeren de komende maanden.31 Volgens de Miljoenennota wijzen de eerste schattingen er op dat er geen sterke toename is van de bedrijfsschulden door corona. Maar het zijn voorlopige schattingen en veel is nog onduidelijk.32 De corona-effecten zijn zeer verschillend per regio Hoewel de Nederlandse economie er in 2021 bovenop lijkt te komen, verschillen volgens prognoses de economische groeicijfers per regio.33 De sectorstructuur is daar een belangrijke verklaring voor omdat de sectoren zeer verschillend worden geraakt door de coronacrisis en de beperkende maatregelen. Voor sommige gemeenten en regio’s zijn er daarnaast grote effecten vanwege het teruglopen van de dagrecreatie en de (internationale) toeristen. De corona-effecten zijn zeer verschillend per sector Door de lock-down, door het verlies aan inkomen én door de voortdurende onzekerheid is de vraag naar nietessentiële goederen en diensten sterk gedaald. De effecten van de coronacrisis zijn vooral groot voor de horeca, de winkels, voor het detailhandelsvastgoed, de musea, de theaters en de evenementensector.
Er zijn ook bedrijven die weinig impact van corona ervaren en/of juist hiervan profiteren. Dit zijn onder andere bedrijven in de informatietechnologie, cybersecurity, logistiek, supermarkten/foodsector, pakketbezorgers, webwinkels, bouw en techniek. Supermarkten (Ahold, Jumbo, e.a.), thuisbezorgers (Just Eat Takeaway, Bol.com, PostNL, e.a.), fietsenmakers, de doe-het-zelfbranche en de techbedrijven (Amazon, Google, Netflix, ASML, e.a.) hebben sterk geprofiteerd van de coronacrisis. Lange termijn effecten afhankelijk van de investeringen en productiviteitsontwikkelingen Lange termijn economische effecten treden vooral op omdat een deel van de getroffen bedrijven hun investeringen in vaste activa, innovatie, marktontwikkeling en hun medewerkers op een laag pitje hebben moeten zetten. Voor de economische groei per hoofd van de bevolking wordt de arbeidsproductiviteit als de enige permanente bron van groei gezien. Als oorzaken voor de lage groei van de arbeidsproductiviteit worden de groei van het aantal zelfstandigen en de afnemende investeringen in kapitaalgoederen genoemd. Wat de doorwerking van de coronacrisis op de structurele arbeidsproductiviteit zal zijn, is onzeker.34 Dat zal grotendeels afhangen van hoe snel de investeringen weer zullen aantrekken.
Zal dat wat langer duren dan is het waarschijnlijk dat er een lagere trendmatige stijging van de arbeidsproductiviteit te zien zal zijn. En met de ontgroening, de vergrijzing, het grote dienstenaandeel in de economie en met de relatief grote omvang van de flexibele arbeid en het aantal zzp’ers is het sowieso verre van eenvoudig om de arbeidsproductiviteitsontwikkeling op een substantieel hoger niveau te krijgen. Door de coronapandemie is wel de rol van digitalisering in de economie toegenomen.35 Nationaal economisch beleid (bijvoorbeeld MKB Actieplan), lokaal en regionaal economisch beleid en regelgeving kan de verdere digitalisering, en de productiviteitsverbetering, een verdere impuls geven. Met regelgeving (o.a. functiemenging en blurring) en excellente ondernemersdienstverlening (lage lasten, snelle vergunningverlening) kan ruimte gegeven worden aan ondernemers om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen.
31
Franka Rolvink Couzy en Jan-Paul van de Kerke, Belastingschuld per branche, ABN-AMRO, Analyse, 17 mei 2021, blz. 1 en 2; Laurens Berentsen en Jan Braaksma, Kleine groep bedrijven zit door corona nog jaren met belastingschuld, in: Het Financieele Dagblad, 17 mei 2021; Frits Conijn, Betalingsachterstanden kleine ondernemers lopen fors op, in: Het Financieele Dagblad, 27 april 2021.
32
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 35 925, nr. 1 (Miljoenennota 2022), blz. 18.
33
Rogier Aalders en Otto Raspe, Economisch herstel verschilt sterk tussen Nederlandse regio’s, Rabobank, 18 maart 2021.
34
Centraal Planbureau, Actualisatie Verkenning middellange termijn 2022-2025, CPB raming, maart 2021.
35
Cokky Hilhorst, Coronacrisis heeft positieve uitwerking op digitalisering en productiviteit, Nyenrode, 22 april 2020.
32
Toename van de winkelleegstand, hernieuwde inrichting van de binnensteden noodzakelijk In Nederland is er al jarenlang sprake van een toenemende leegstand onder winkels, vooral in de binnensteden. De toenemende leegstand is het gevolg van onder andere online shopping en de trend dat er minder vaak recreatief wordt gewinkeld (‘funshoppen’). Met name buiten de Randstad is er veel winkelleegstand.36 De winkelleegstand is door de sterke toename van het thuiswinkelen (+ 65 procent) tijdens de coronacrisis toegenomen. Van oktober 2020 tot begin 2022 neemt de winkelleegstand naar verwachting gemiddeld in Nederland met ruim veertig procent toe. Juist de sterkste binnensteden krijgen de hardste klappen: Amsterdam (+ 150 procent), Groningen, Delft en Haarlem (+ 80 procent).37 De geringste relatieve groei in winkelleegstand wordt verwacht in bijvoorbeeld Heerlen, Roosendaal en Roermond omdat deze binnensteden al een ongunstige uitgangssituatie hadden. Voor vele winkels zal de omzet niet zonder meer terugkeren naar het niveau van 2019. Dit kan de leegstand in de binnensteden verder vergroten. De wijkwinkelcentra zijn hierdoor minder getroffen. Leegstand kantoren De leegstand voor wat betreft de kantorenmarkt concentreert zich in de Randstad, in het bijzonder rondom Amsterdam en in het Rijnmondgebied.